Kruisverwijzing
menselijk
| lemma | meaning |
|---|---|
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| chi-癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| chijōi-知情意 | verstand, emotie en wil (van de menselijke geest) |
| don-貪 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) hebzucht |
| ekisutikkusu-エキスティックス | wetenschap van menselijke vestiging; planologie |
| fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| guchi-愚癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| hai・tatchi-ハイ・タッチ | (high touch) de (broodnodige) menselijke inbreng in de technologische samenleving |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hitode-人手 | (menselijke) hand |
| hitodenashi-人でなし | een bruut; beest; monster; onmenselijk wezen |
| hitogoe-人声 | (het geluid van) de (menselijke) stem |
| hitogokoro-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| hitokage-人影 | menselijke figuur [silhouet] |
| hitokurōn-ヒトクローン | menselijke kloon |
| hito・genomu-ヒト・ゲノム | menselijk genoom |
| hyūman・rirēshonzu-ヒューマン・リレーションズ | (Eng.: human relations) menselijke betrekkingen [relaties] |
| jingai-人外 | onmenselijk zijn |
| jinkai-人界 | de menselijke wereld; mensenwereld |
| jinmei-人命 | het (menselijk) leven |
| jinmenjūshin-人面獣心 | een monster [beest] in menselijke gedaante; een bruut; meedogenloos [wreed] mens |
| jinpun-人糞 | menselijke uitwerpselen |
| jinrin-人倫 | menselijke betrekkingen [relaties]; moraliteit, |
| jinrui-人類 | menselijk wezen; de mens (Homo sapiens); de mensheid |
| jinryoku-人力 | mankracht; menselijke kracht |
| jinsei-人世 | de mensenwereld; deze wereld; het (menselijk) bestaan; de maatschappij |
| jinshin-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| jinshin-人身 | menselijk lichaam |
| jintai-人体 | het menselijk lichaam |
| jintaijikken-人体実験 | experimenteren op mensen; onderzoek met menselijke proefpersonen |
| jintaikaibō-人体解剖 | menselijke anatomie |
| jintaikaibōgaku-人体解剖学 | de studie van de menselijke anatomie |
| jintaimokei-人体模型 | anatomisch model van het menselijk lichaam |
| jin'en-人煙 | menselijke bewoners (te zien door rook uit hun huizen) |
| kaimei-開明 | civilisatie; (menselijke) beschaving; culturele verlichting |
| kamiwaza-神業 | het werk van god; wonder; bovenmenselijke prestatie |
| kansō-観相 | Japanse gedicht over menselijke (sociale) omstandigheden en het leven |
| karyōbinga-迦陵頻伽 | (in het (Boeddhisme) Kalaviṅka, onsterfelijk wezen met een menselijk hoofd en het lichaam van een vogel |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| kidoairaku-喜怒哀楽 | de 4 menselijke emoties: vreugde, woede, verdriet en plezier |
| koe-声 | (menselijke) stem |
| kōkō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kokuhaku-酷薄 | onmenselijkheid; wreedheid |
| kōmō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kurōnningen-クローン人間 | een menselijke kloon; gekloonde mens |
| mi-身 | (menselijk) lichaam |
| minoue-身の上 | menselijk lot; lotsbestemming |
| mogidō-没義道 | onmenselijkheid; wreedheid; meedogenloosheid |
| namida-涙 | (menselijke) gevoelens (zoals medeleven en verdriet) |
| ningai-人界 | (boeddh.) (een van de tien rijken) de wereld waarin mensen leven; de menselijke wereld |
| ningenkankei-人間関係 | (inter)menselijke relaties [betrekkingen] |
| ningenmi-人間味 | menselijkheid; menslievendheid; zachtaardigheid |
| ningenmorumotto-人間モルモット | menselijk proefkonijn |
| ningennami-人間並み | (net) als een mens; met menselijke eigenschappen [intelligentie] |
| ningensei-人間性 | de menselijke natuur [aard]; menselijkheid |
| ningensogai-人間疎外 | ontmenselijking; dehumanisering |
| ningenteki-人間的 | menselijk |
| ningenwaza-人間業 | mensenwerk; wat mensen kunnen doen; waar mensen toe in staat zijn; wat menselijkerwijs mogelijk is |
| ninjō-人情 | menselijk gevoel; menselijkheid; vriendelijkheid; menselijke aard |
| ninjōmi-人情味 | medemenselijkheid; warme menselijke gevoelens; vriendelijkheid |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| perusona-ペルソナ | menselijke figuur (in de kunst) |
| rōshōfujō-老少不定 | de onvoorspelbaarheid [onzekerheid] van het menselijk bestaan (ongeacht de leeftijd, oud of jong) |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shidai-四大 | het menselijk lichaam |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shimogoe-下肥 | mest (gemaakt van menselijke uitwerpselen) |
| shin-瞋 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| shinkui-身口意 | (in Boeddhisme) een woord voor het menselijk handelen, n.l. doen, spreken en denken (lett. lichaam, mond en geest) |
| shinmei-神明 | de menselijke ziel [geest] |
| shintaihappu-身体髪膚 | het hele (menselijk) lichaam (kop tot teen; huid en haar) |
| shin'i-瞋恚 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| sukuramu-スクラム | een dicht opeengepakte menigte; een menselijke keten bij een demonstratie |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| ujō-有情 | menselijkheid; medeleven |
| yumanite-ユマニテ | menselijkheid |
| zundō-寸胴 | cilindervorm; (menselijke figuur) zonder taille; (kleding) zonder mouwen |