Kruisverwijzing
kenen
| lemma | meaning |
|---|---|
| akubi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akunichi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| anzan-暗算 | hoofdrekenen |
| anzansuru-暗算する | (iets) uit het hoofd berekenen [uitrekenen] |
| ashikake-足掛け | term die gebruikt wordt bij het ruim berekenen van jaren, maanden, dagen, etc. |
| atekomi-当て込み | ergens op rekenen [hopen]; iets ergens van verwachten; verwachting; hoop |
| atekomu-当て込む | rekenen op een goed resultaat; verwachten; uitzien naar |
| atoiresakidashihō-後入れ先出し法 | (voor berekenen van voorraadomzet) de LIFO methode (last-in, first-out) |
| azatoi-あざとい | slim; sluw; berekenend; gewetenloos |
| bibi-微微 | klein [onbeduidend; onbelangrijk; onbetekenend] zijn |
| chigiru-契る | een contract tekenen; een verbintenis aangaan |
| dasanteki-打算的 | berekenend; uitgekookt; zelfzuchtig |
| dejinere-デジネレ | iemand die lichamelijke en geestelijke tekenen van degeneratie vertoont |
| dorō-ドロー | het tekenen; schetsen |
| egaku-描く | tekenen; schilderen; schetsen |
| fezaringugihō-フェザリング技法 | veervormige techniek (tekenen; schilderen) |
| fikisachīfu-フィキサチーフ | fixatief; fixeermiddel (tekenen; schilderen) |
| fude-筆 | (manier van) schrijven [tekenen; schilderen] |
| fugō-負号 | minus; het min (−) symbool (bij rekenen) |
| fukikakeru-吹きかける | overdrijven; teveel rekenen [laten betalen] |
| gahō-画法 | de kunst van het tekenen [schilderen] |
| gerimandā-ゲリマンダー | kiesrechtgeografie (het manipuleren of hertekenen van de grenzen van kiesdistricten) |
| gohasan-御破算 | de soroban terugzetten om opnieuw te gaan rekenen |
| gōkeisuru-合計する | (bij elkaar) optellen; het totaal berekenen |
| gyakusansuru-逆算する | terugrekenen; terugtellen |
| hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
| hajikidasu-弾き出す | berekenen; becijferen |
| hakuboku-白墨 | krijt om te schrijven [tekenen] (op schoolborden, e.d.); bordkrijt |
| harimegurasu-張り巡らす | afbakenen; uitrollen; (ergens omheen) spannen |
| haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
| heikin-平均 | het gemiddelde (berekenen) |
| heikinsuru-平均する | het gemiddelde berekenen [halen; bereiken] |
| hikimayu-引眉 | de natuurlijke wenkbrauwen verwijderen, en dan wenkbrauwen op het voorhoofd tekenen (Pre-modern Japan, m.n. in de Heian periode, 794-1185) |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikkoshisoba-引っ越し蕎麦 | (lett. verhuisnoedels) boekweitnoedels (soba), traditioneel uitgedeeld aan de buren na een verhuizing; soba kan in het Japans ook betekenen: naast) |
| hitodanomi-人頼み | afhankelijk zijn van iemand anders; rekenen [vertrouwen] op iemand anders |
| i-依 | (in kanji combinaties) vertrouwen [rekenen] op; basis; steunpunt; uitgangspunt |
| jako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
| jintekishōko-人的証拠 | verklaringen van getuigen, deskundigen en betrokkenen |
| junpitsu-潤筆 | het kalligraferen of tekenen |
| kakakutenkai-価格転嫁 | het doorberekenen van prijsstijgingen, zoals van grondstofkosten en arbeidskosten |
| kaku-書く | tekenen; schilderen |
| kanjōdakai-勘定高い | berekenend; uitgerekend; uitgekookt; geldbelust |
| kanjōzuku-勘定ずく | berekenend zijn |
| kanka-換価 | (jur.) in beslag genomen eigendommen omrekenen in geld |
| karasuguchi-烏口 | (lett. kraaienbek) tekenpen; trekpen (voor tekenen met inkt) |
| kazoechigaeru-数え違える | zich verrekenen [vertellen]; verkeerd berekenen |
| kazoeru-数える | tellen; optellen; berekenen |
| keisandakai-計算高い | berekenend; sluw; listig |
| keisansuru-計算する | berekenen |
| keisanzuku-計算尽く | berekenend; met voorbedachten rade; overwogen |
| kichinichi-吉日 | een geluksdag; een goede dag; een dag met goede voortekenen |
| kimeisuru-記名する | ondertekenen; je handtekening zetten |
| kirokusuru-記録する | registreren; optekenen; notuleren |
| kisan-起算 | het tellen [(be)rekenen] vanaf een datum |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kisuru-記する | opschrijven; neerschrijven; noteren; optekenen; aantekenen |
| kōkatsu-狡猾 | sluw [listig; berekenend; geslepen] zijn |
| kokoroegao-心得顔 | een veelbetekenende blik |
| kosuto・infure-コスト・インフレ | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kosuto・infurēshon-コスト・インフレーション | kosteninflatie (inflatie als gevolg van doorberekenen van de stijging van de productiekosten aan de consument) |
| kuraidori-位取り | nummer (4) bij het rekenen met de abacus |
| kuraizuke-位付け | nummer 4 bij het rekenen met de abacus |
| kyōjitsu-凶日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| makeiro-負け色 | (voor)tekenen van een nederlaag [verlies] |
| meku-めく | (als achtervoegsel) tekenen vertonen van; eruit zien als |
| menokokanjō-目の子勘定 | hoofdrekenen; het uit het hoofd berekenen |
| menokozan-目の子算 | hoofdrekenen; het uit het hoofd berekenen |
| mikomu-見込む | verwachten; voorspellen; berekenen; (in)schatten |
| mitsumoru-見積もる | schatten; berekenen |
| monoshirigao-物知り顔 | een veelbetekenende [veelwetende] blik [houding] |
| muigi-無意義 | zinloos [onbetekenend; onbelangrijk] zijn |
| nōki-能記 | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
| nyūtei-入廷 | het binnentreden in de rechtszaal (van de betrokkenen bij het proces) |
| sain-サイン | ondertekenen; ondertekening; handtekening |
| saji-些事 | een kleinigheid; iets dat onbelangrijk [onbeduidend; onbetekenend] is |
| san-算 | het tellen; rekenen |
| sansū-算数 | rekenkunde; rekenen |
| sansuru-算する | tellen; calculeren; berekenen |
| sechigarai-世知辛い | berekenend; gierig; kleinzielig |
| seigō-正号 | plus; het plus (+) symbool (bij rekenen) |
| seisanki-精算機 | automaat waarmee je het te weinig of teveel betaalde bedrag van je treinkaartje kunt verrekenen |
| seisansuru-精算する | aanpassen; verrekenen |
| senbiki-線引き | het tekenen van een lijn |
| shasei-写生 | het tekenen [schilderen] naar de natuur; natuurgetrouw schilderen |
| shimenawa-注連縄 | gevlochten touw dat gebruikt wordt om een heilige plek af te bakenen of een plek te beschermen tegen kwade invloeden |
| shinifian-シニフィアン | (taalkunde) de betekenaar; het betekenende; het concept (signifier) |
| shitarigao-したり顔 | veelbetekenende [triomfantelijke] blik; blik van verstandhouding |
| shitatameru-認める | schrijven; opschrijven; optekenen; opstellen |
| shōkeisuru-小計する | het subtotaal berekenen |
| sorobandakai-算盤高い | berekenend; gierig |
| sū-数 | (op)tellen; berekenen |
| taidō-胎動 | tekenen [indicaties] van verandering |
| tayori-頼り | het vertrouwen [steunen; rekenen; zich verlaten op]; betrouwbaarheid; steunpilaar |
| tayoru-頼る | vertrouwen; steunen; rekenen; zich verlaten op |
| terakoya-寺子屋 | (historisch, pre-modern Japan) klein klaslokaal in een tempel (om buurtbewoners basisles te geven in lezen, schrijven en rekenen) |
| tsuzuru-綴る | schrijven; op papier zetten; optekenen |
| waridasu-割り出す | berekenen; uitrekenen; begroten; afleiden (uit) |
| waru-割る | splijten; delen door (rekenen) |
| yakifude-焼き筆 | houtskool staafje (om te tekenen) |
| yoin-余韻 | suggestief [veelbetekenend] zijn |
| yokutokuzuku-欲得ずく | dingen te doen uit eigenbelang; berekenend zijn |
| yomikakisoroban-読み書き算盤 | lezen, schrijven en rekenen |
| yorisugaru-寄り縋る | vertrouwen [rekenen] op |
| yūi-有意 | betekenis hebben; betekenisvol [veelbetekenend; significant] zijn |
| zako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| zudori-図取り | een schets; tekening; het schetsen; tekenen |
| zukō-図工 | tekenen (als schoolvak) |