| acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
| chame-茶目 | ondeugd; deugniet; grappenmaker |
| dōke-道化 | grappenmakerij; zotternij; gek [dwaas] gedrag |
| ēpuriru・fūru-エープリル・フール | 1 april (dag van de aprilgrappen) |
| fuzakeru-ふざける | grappen [plezier] maken; ronddartelen; gek doen; geintjes uithalen |
| komedian-コメディアン | komiek; grappenmaker; komediant |
| otaiko-お太鼓 | iemand die (als beroep) zorgt voor een goede sfeer tussen gasten tijdens een feest; stemmingmaker; grappenmaker; entertainer |
| sanmaime-三枚目 | komediant; acteur die een komische rol speelt; komiek; grappenmaker |
| tawake-戯け | een gek; idioot; grappenmaker |
| tawake-戯け | grappenmakerij; dwaasheid; gekheid |
| tawamureru-戯れる | spelen; stoeien, ravotten; dollen; grappen uithalen |
| torikkusutā-トリックスター | grappenmaker in mythen en oude volksverhalen |
| yūmorisuto-ユーモリスト | komiek, grappenmaker |
| zareru-戯れる | speels zijn; spelen; dollen; zich amuseren (met iets); grappen maken |