gezelschap / ge-zel-schap ( het (o) | znw | gezelschappen )
1なか; [persoon [personen] waarmee men samen is; metgezel]
2同席どうせき; 同行どうこう; 同伴どうはん [in bijzijn van anderen]
3一団いちだん; かい; あつまり [groep; aanwezigen]
4劇団げきだん [theater gezelschap]