| akasu-明かす | de nacht doorbrengen |
| akasu-証す | nachtbraken; de nacht doorbrengen zonder te slapen [rusten] |
| akekureru-明け暮れる | alle tijd doorbrengen (met) |
| asobihōkeru-遊び呆ける | de tijd doorbrengen met nutteloos vermaak |
| himatsubushi-暇潰し | vrijetijdsbesteding; tijddoder; tijd doelloos doorbrengen; jezelf bezig houden |
| ippakusuru-一泊する | overnachten; de nacht doorbrengen |
| kurasu-暮らす | wonen; leven; zijn leven [dagen] doorbrengen (met) |
| nagekiakasu-嘆き明かす | lang blijven rouwen; lange tijd doorbrengen in rouw [verdriet] |
| nagekikurasu-嘆き暮らす | leven [dagen doorbrengen] in rouw en verdriet |
| nakiakasu-泣き明かす | de nacht huilend doorbrengen; de hele nacht huilen |
| nakikurasu-泣き暮らす | zijn dagen huilend slijten; huilend de tijd [je leven] doorbrengen |
| neshōgatsu-寝正月 | de nieuwjaarsvakantie [de vrije dagen rond nieuwjaar] in bed doorbrengen |
| okuru-送る | (de tijd) doorbrengen |
| shōkō-消光 | het doorbrengen van tijd |
| sugosu-過ごす | (tijd) doorbrengen [besteden] |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |