Kruisverwijzing
tak
| lemma | meaning |
|---|---|
| ainame-鮎並 | Hexagrammos otakii (een straalvinnige vissensoort uit de familie van groenlingen) |
| ashikase-足枷 | belemmering; obstakel |
| atarisawari-当たり障り | belemmering; obstakel; hindernis; beletsel |
| banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
| banshō-万障 | alle hindernissen [obstakels; moeilijkheden] |
| bashofusagi-場所塞ぎ | belemmering; obstakel |
| bekke-別家 | een nieuwe tak van een familie; uit het ouderlijk huis gaan en een eigen gezin stichten |
| bōbiki-棒引き | de horizontale streep van lange klinkers in katakana |
| bōkei-傍系 | vertakking; zijlijn; afsplitsing van de hoofdlijn |
| botorunekku-ボトルネック | flessenhals; obstakel; knelpunt |
| bukan-武官 | officier; (hof)functionaris belast met militaire taken |
| bumon-部門 | afdeling; tak; divisie; sector |
| bundan-分団 | afdeling; sectie; tak |
| bunkan-文官 | ambtenaar; (hof)functionaris belast met bestuurstaken |
| bunke-分家 | zijtak van een familie |
| bunki-分岐 | bifurcatie; (gevorkte) afsplitsing [vertakking] |
| bunpa-分派 | sekte; factie; tak |
| bunshin-分身 | tak; loot; afsplitsing; alter ego; ander ik |
| buranchi-ブランチ | tak; afdeling; filiaal |
| chakuryū-嫡流 | rechtstreekse afstammingslijn; de hoofdtak [hoofdlijn] van een geslacht [familie] |
| chigyō-知行 | het uitvoeren van taken [opdrachten] |
| chirinokoru-散り残る | (van bloemen, bladeren) nog aan de takken blijven hangen |
| chōga-頂芽 | eindknop; apicale knop (het primaire, dominante, groeipunt is aan de punt van de stengel of tak van de plant) |
| chōgayūsei-頂芽優勢 | (plantkunde) apicale dominantie (d.w.z. dat de top een plant sterker uitgroeit dan de zijtakken) |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| daizōkyō-大蔵経 | Taishō Tripiṭaka is een uitgave van Chinese boeddhistische geschriften, met Japanse commentaren |
| dōgyōtasha-同業他社 | een ander bedrijf in dezelfde bedrijfstak; concurrent; handelsrivaal |
| dokutā・sutoppu-ドクター・ストップ | (in opdracht van een arts) het staken van een wedstrijd (b.v. boksen); een technische knockout |
| dōmeihigyō-同盟罷業 | staking |
| eda-枝 | tak; twijg |
| edaha-枝葉 | takken en bladeren; loof |
| edawakare-枝分かれ | vertakking; afsplitsing; onderverdeling |
| esutōru-エストール | (term uit de luchtvaart) korte start en landing (STOL; short take-off and landing) |
| fukubarahappu-フクバラハップ | Hukbalahap, de militaire tak van de Communistische Partij in de Filipijnen (in 1942 opgerichte verzetsbeweging om de Japanners te bevechten) |
| fukuhei-伏兵 | onverwachte tegenstand [hindernis]; onverwacht obstakel |
| gyōshu-業種 | industrietak; bedrijfstak |
| gyōshukankakusa-業種間格差 | verschil tussen bedrijfstakken (op bepaalde vlakken) |
| hādoru-ハードル | hindernis; obstakel |
| hangā・sutoraiki-ハンガー・ストライキ | hongerstaking |
| hatsuon-撥音 | de Japanse nasale klank (in hiragana ん, en katakana ン) |
| hatsutake-初茸 | hatsutake paddestoel (Lactarius hatsutake) |
| hentaigana-変体仮名 | hentaigana (oud-Japans schrift: gerelateerd aan: katakana en hiragana) |
| higyō-罷業 | staking |
| hitoyama-一山 | opstakel; moeilijke situatie |
| honke-本家 | hoofdtak van een familie |
| honmatsu-本末 | oorzaak en gevolg; begin en einde; de middelen en het doel; wortel en tak; hoofd- en bijzaak |
| hotsue-上枝 | kruintak [bovenste tak] van een boom |
| hyakkiyakō-百鬼夜行 | een hels spektakel; ware hel; verschrikkelijke chaos |
| intādishipurinarī-インターディシプリナリー | interdisciplinair (samenwerking tussen verschillende takken van wetenschap) |
| jama-邪魔 | (over)last; hinder; obstakel; ongemak |
| jamamono-邪魔者 | iemand die [iets dat] een belemmering [obstakel; last] is |
| jigensuto-時限スト | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jigensutoraiki-時限ストライキ | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jigyō-事業 | onderneming; bedrijf; zaak; (tak van) industrie |
| jiyaku-寺役 | werk(taken) in een tempel |
| jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| jūtaizei-渋滞税 | congestieheffing; congestietaks (voor voertuigen e.d.) |
| kabe-壁 | hindernis; obstakel; barrière |
| kadomatsu-門松 | decoraties met dennentakken (rond Nieuwjaar) |
| kaihi-回避 | (jur.) onthouding; ontwijking (in de uitoefening van gerechtelijke plichten en taken van een rechter of griffier vanwege persoonlijke redenen) |
| kaji-家事 | huishoudelijke zaken [taken] |
| kana-仮名 | kana: Japans schrift (hiragana en katakana) |
| kanahebi-金蛇 | Japanse (gras)hagedis (Takydromus tachydromoides) |
| kanben-冠冕 | aanduiding voor de officiële taken van overheidsambtenaren |
| kanetataki-鉦叩き | een soort krekel (Ornebius kanetataki, zo genoemd omdat het geluid ervan lijkt op het tikken op een metalen bel) |
| kassha-滑車 | katrol; hijsblok; takel |
| katakana-片仮名 | het katakana syllabe schrift |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| kawaserēto-為替レート | wisselkoers [valutakoers] tarief |
| kawasesōba-為替相場 | wisselkoers; valutakoers |
| kazokuseido-家族制度 | systeem van erfgoed, familie-zijtakken [afstammelingen] en aftredingen van familiehoofden ter voortzetting en behoud van de familie |
| keibiin-警備員 | wacht; bewaker (zonder politietaken zoals arrestaties, e.d.) |
| keifu-系譜 | verbinding [relatie] tussen groepen (mensen of dingen); tak |
| keikyoku-荊棘 | obstakel; bron van moeilijkheden; doorn (in het oog) |
| keitō-系統 | vakgebied; tak (van wetenschap e.d.) |
| kenchin-巻繊 | gehakte groenten (zoals daikon, wortels en shiitake) gebakken en samen met verkruimelde tofu gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gefrituurd |
| kenmu-兼務 | het twee functies tegelijkertijd bekleden; twee taken [opdrachten] tegelijk uitvoeren |
| kibansofuto-基盤ソフト | infrastructurele software (bedrijfssoftware specifiek ontworpen voor het uitvoeren van basistaken, zoals interne diensten en processen) |
| ko-股 | (van een weg, boom, e.d.) vork; vertakking |
| kobu-瘤 | obstakel; hindernis |
| kokuji-国字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
| kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
| kubikase-首枷 | belemmering; obstakel (iets die je vrijheid beperkt) |
| kukicha-茎茶 | soort van (Japanse) groene thee (gemaakt van de takjes van de theeplanten) |
| kunten-訓点 | markeringen in katakana of hiragana bij kanji (van een chinese tekst) |
| kuwaire-鍬入れ | baanbrekende handeling (oorspronkelijk de eerste keer in het nieuwe jaar dat de boeren een spade in de grond staken) |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| makiageru-巻き上げる | oprollen; optakelen; ophijsen |
| masshō-末梢 | het uiteinde [de punt] van een tak |
| mata-股 | (van een weg, etc.) vork; vertakking |
| matsugae-松が枝 | de takken van een dennenboom |
| matsukazari-松飾り | versiering van dennentakken (op Nieuwjaar) |
| matsutake-松茸 | matsutake, eetbare bospaddenstoel (Tricholoma matsutake) |
| misosuri-味噌擂り | (afk. voor) een monnik die eenvoudige taken uitvoert in een tempel; denigrerende term voor een monnik |
| misosuribōzu-味噌擂り坊主 | een monnik die eenvoudige taken uitvoert in een tempel |
| nagare-流れ | uitstel; staking |
| nankan-難関 | een (onoverkomelijke) barrière [obstakel; hindernis]; een moeilijke situatie; patstelling; impasse |
| nekosogi-根刮ぎ | geheel en al; met wortel en tak |
| nīrusenchōsa-ニールセン調査 | kijkcijferonderzoek uitgevoerd door de Nielsen Company (waarvan de Japanse tak werd opgericht in 1961) |
| oiboreru-老い耄れる | oud [afgetakeld; seniel; kinds] worden |
| omoya-主屋 | hoofdtak (van een familie); hoofdkantoor; hoofdbureau |
| ooya-大家 | hoofdtak (van een familie) |
| otaku-お宅 | (vaak in katakana schrift) zonderling; excentriekeling; fanaat; (fervent) aanhanger |
| parikyōtei-パリ協定 | Akkoord van Parijs; Parijs-akkoord (klimaatakkoord) |
| pike-ピケ | stakerspost; stakingspiket; stakingswacht (een staker die werkwilligen tegenhoudt) |
| pikerain-ピケライン | een stakers linie |
| piketai-ピケ隊 | een groep stakers |
| piketto-ピケット | stakingspost (wacht om stakingsbrekers tegen te houden) |
| rekkā-レッカー | takelwagen |
| rokkuauto-ロックアウト | lock-out (sluiting van de werkplek [het wegzenden van werknemers] als middel tegen stakingen) |
| rōkyū-老朽 | aftakeling; gebrekkigheid; seniliteit |
| ryōtōzukai-両刀遣い | vaardig [bekwaam] zijn in twee verschillende vakgebieden [takken van kunst]; twee verschillende beroepen uitoefenen |
| sabo-サボ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
| sabotāju-サボタージュ | sabotage; staking; stiptheidsactie; langzaamaanactie |
| sangyō-産業 | industrie; bedrijfstak |
| sansō-三蔵 | Tripitaka, de drie manden (soetra's, voorschriften en verhandelingen van de boeddhistische leer) |
| sanzō-三蔵 | Tripitaka (of Tipitaka) (verwijst naar drie dingen in het boeddhisme: Ritsuzo, Kyozo en Ronzo) |
| sawari-障り | hindernis; obstakel; belemmering |
| seichōsangyō-成長産業 | industrietak in een groeisector; expansieve bedrijfstak |
| semakimon-狭き門 | (fig.) hoge drempel; hindernis; obstakel (voor het te bereiken doel) |
| shibu-支部 | bijkantoor; tak; onderafdeling; lokale afdeling |
| shidare-枝垂れ | hangende vorm (van takken en bladeren) |
| shigarami-柵 | obstakel; belemmering |
| shiitake-椎茸 | shiitake (paddenstoel: Lentinula edodes) |
| shimadai-島台 | decoraties (van dennentakken, bamboe, etc., symboliserend het eiland van de eeuwige jeugd) bij een huwelijk of andere ceremonie |
| shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
| shiryū-支流 | zijrivier; aftakking |
| shitaeda-下枝 | onderste [lage] tak van een boom |
| shitsumu-執務 | de uitoefening van de (officiële) functie [taken]; het vervullen van een ambt; het werken |
| shitsumusuru-執務する | (officiële) functie [taken] uitoefenen; een ambt vervullen; zijn werk doen |
| shiyō-枝葉 | takken en bladeren |
| shizue-下枝 | onderste [lage] tak van een boom |
| shōgai-障害 | hindernis; beletsel; obstakel; handicap |
| shōge-障礙 | hindernis; beletsel; obstakel; handicap |
| shokushu-触手 | tentakel; vangarm; voelspriet |
| shoryū-庶流 | zijtak [zijlijn] van een geslacht [familie] |
| shoryū-庶流 | buitenechtelijke afstamming; onwettige zijtak [zijlijn] van een familie |
| shuninsei-主任制 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shuninseido-主任制度 | een systeem waarbij leerkrachten bepaalde administratieve taken krijgen toegewezen |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shuryū-主流 | hoofdtak [hoofdschool] (van een groepering, organisatie e.d.) |
| sonarematsu-磯馴れ松 | door de (zee)wind geteisterde pijnbomen; pijnbomen (aan de kust) met laaghangende takken door de zeewind |
| sōri-総理 | het beheer [de coördinatie] van administratieve taken |
| sumu-住む | (棲む) nesten; nestelen van vogels (in takken) |
| surikogi-擂り粉木 | een scheldwoord voor iemand die langzaam aan het aftakelen is (net zoals het afslijten van een houten stamper) |
| suto-スト | staking |
| sutoraiki-ストライキ | staking |
| sutoyaburi-スト破り | stakingsbreker |
| takigi-薪 | brandhout; aanmaakhout (twijgen, takken, etc.) |
| takikomigohan-炊き込みご飯 | Takikomi gohan (rijst met verschillende meegekookte ingrediënten) |
| takoashi-蛸足 | octopuspoot (een voorwerp met meerdere takken die op één plek ontspringen, b.v. in elektra) |
| takuto-タクト | (Taktstock) dirigeerstok; baton |
| teatarishidai-手当たり次第 | lukraak; in het wilde weg; van de hak op de tak |
| teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
| teishi-停止 | stopzetting; staking; schorsing; onderbreking |
| teishisuru-停止する | opschorten; onderbreken; staken |
| tekishin-摘心 | het dieven [weghalen] van takken [knoppen] van een plant (om de groei van vruchten te bevorderen) |
| tobitobi-飛び飛び | sporadisch; verspreid; hier en daar; van de hak op de tak |
| torafugu-虎河豚 | tijger kogelvis (Takifugu rubripes) |
| tsutomemuki-勤め向き | iemand's zaken [plichten; taken] |
| uchideshi-内弟子 | bij een leermeester inwonende student (die huistaken verricht als betaling voor onderwijs) |
| uchikiru-打ち切る | stoppen [ophouden] met; iets staken [afbreken; stopzetten] |
| unkyū-運休 | staking [onderbreking] (b.v. van treinverkeer, e.d.) |
| uraba-末葉 | een blad (dat groeit) aan het uiteinde van de tak [stengel] |
| uraha-末葉 | een blad (dat groeit) aan het uiteinde van de tak [stengel] |
| uranari-末生り | vrucht die groeit aan het uiteinde van een tak of stengel (en daardoor onvolgroeid en onrijp is) |
| uwaeda-上枝 | kruintak [bovenste tak] van een boom |
| wairudokyatto・sutoraiki-ワイルドキャット・ストライキ | wilde stakingsactie; staking zonder toestemming van de vakbondsleiders |
| waji-和字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
| wakamatsu-若松 | Nieuwjaarsdecoratie van dennentakken |
| wakareji-別れ路 | wegsplitsing; kruising; aftakking |
| wakareru-分かれる | verdeeld worden; zich vertakken [verspreiden] |
| yadorigi-宿り木 | maretak (plant: Viscum album); mistletoe |
| yamanekosuto-山猫スト | een wilde staking (d.w.z. niet door de vakbonden georganiseerd) |
| yukimochi-雪持ち | met sneeuw bedekte bladeren [takken] van bomen |
| zeneraru・sutoraiki-ゼネラル・ストライキ | algemene staking |
| zenesuto-ゼネスト | algemene staking |
| zenigame-銭亀 | (in katakana schrift) de Japanse benaming van de fictieve Pokémon-soort Squirtle |