胴 dō znw.
1 torso; romp; middenstuk
2 kuras; borstpantser; borstplaat (van harnassen, kendo-beschermkleding, e.d.)
3 de kendo-techniek waarbij de torso wordt geraakt, via een slag met een shinai (bamboe zwaard)
4 de buik; romp (van een schip)
5 de klankkast (van een muziekinstrument)
6 de ingewanden; darmen
Zie ook: 竹刀(しない)