| akkōzōgon-悪口雑言 | gevloek; schelden; verbaal geweld; afgeven op; schadelijke roddels |
| akushotsuihō-悪書追放 | het verbieden van schadelijke publicaties |
| doku-毒 | vergif; gif; giftige [schadelijke] stof |
| ekichō-益鳥 | vogels die nuttig zijn voor de landbouw (b.v. omdat ze schadelijke insecten opeten) |
| gaichō-害鳥 | vogels die schadelijk zijn voor de landbouw |
| gaichū-害虫 | schadelijk insect; ongedierte |
| gekibutsu-劇物 | schadelijke [giftige] stoffen |
| mugai-無害 | onschadelijkheid; onschuld |
| sokonau-損なう | schadelijk zijn; schaden; beschadigen; kwetsen; schenden |
| sokoneru-損ねる | schadelijk zijn; schaden; beschadigen; kwetsen; schenden |
| yakka-薬禍 | schadelijke bijwerkingen van een medicijn |
| yūgai-有害 | schadelijk zijn |