| chūken-中堅 | (fig.) kern; ruggengraat; steunpilaar; het middenkader |
| daikokubashira-大黒柱 | (lett.) steunzuil; steunpilaar (van een constructie) |
| enchū-円柱 | ronde zuil; pilaar |
| entō-円筒 | ronde pilaar |
| giboku-擬木 | paal of pilaar van beton of plastic met boomschorsmotief (zodat het lijkt op een boomstam) (in parken, e.d.) |
| hashira-柱 | pilaar; zuil; pijler |
| hottate-掘っ立て | een paal [pilaar] direct in de grond [aarde] plaatsen (zonder frame of standaard) |
| kikan-基幹 | kern; basis; sleutel; steunpilaar |
| kotoji-琴柱 | koto-pilaar; brug van een koto (muziekinstrument) |
| kyōkyaku-橋脚 | (brug]pijler; brugpilaar |
| ninaite-担い手 | hoofdverantwoordelijke; (fig.) steunpilaar |
| posuto-ポスト | pilaar; paal |
| sasae-支え | steun; stut; steunpilaar |
| sekichū-石柱 | stenen zuil [pilaar] |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een bedrijfsorganisatie |
| shagōhyō-社号標 | pilaar [aanduiding] met de naam van een shinto heiligdom |
| shichū-支柱 | (lett. of fig.) steunpilaar; pijler; stut; steunpunt |
| shinbashira-心柱 | (centrale) steunpilaar in een stupa [pagode] |
| shinbashira-心柱 | (fig. een persoon) steunpilaar |
| shottetatsu-背負って立つ | de steunpilaar zijn voor; de volle verantwoordelijkheid dragen voor |
| shuchū-主柱 | belangrijkste (steun)pilaar [pijler] (van een gebouw) |
| tayori-頼り | het vertrouwen [steunen; rekenen; zich verlaten op]; betrouwbaarheid; steunpilaar |