| chikaramakesuru-力負けする | verliezen door overmacht |
| fukakōryoku-不可抗力 | overmacht; force majeure; onvermijdelijkheid |
| jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
| shikō-至高 | suprematie; overmacht; superioriteit |
| taiha-大破 | overwinning met overmacht; afstraffing (van een tegenstander) |
| taiteki-大敵 | veel vijanden; vijanden in groten getale [in overmacht] |
| tazei-多勢 | groot aantal (mensen); numerieke overmacht |
| yūseigachi-優勢勝ち | (judo) overwinning door overmacht [bij scheidsrechter's besluit] |