ontvangst / ont-vangst ( de | znw | ontvangsten )
1り; 受領じゅりょう; じゅ [het ontvangen; (iets) krijgen]
2でん [het opvangen van radiosignalen, e.d.]
3歓迎かんげい; むか [het ontvangen [verwelkomen] van bezoekers e.d.]