gangan-がんがん | dreunend [galmend; bulderend; bonzend] geluid [lawaai] |
hyakurai-百雷 | honderd donderslagen; hels lawaai |
jabu-ジャブ | stoot; stomp; por; oplawaai |
kamabisushii-囂しい | luid; luidruchtig; rumoerig; lawaaiig |
kashigamashii-囂しい | luidruchtig; lawaaiig |
kashimashii-囂しい | luidruchtig; lawaaiig |
ken-喧 | (in kanji combinaties) luidruchtig; lawaaierig; lawaaiig rumoerig |
ketatamashii-けたたましい | luidruchtig; lawaaiig; snerpend |
nigiyaka-賑やか | lawaaiig; kleurig; druk; vrolijk; welvarend |
noizu-ノイズ | (hard) geluid; lawaai; ruis |
oto-音 | geluid; klank; lawaai |
sawagu-騒ぐ | lawaai [kabaal] maken; rumoerig zijn |
sōon-騒音 | lawaai; herrie; wanklank; geluidsoverlast |
sōzen-騒然 | (騒然たる, bnw.) lawaaiig; luidruchtig; onrustig |
tachisawagu-立ち騒ぐ | lawaai maken |
urusai-煩い | lawaaierig; luidruchtig |
waiwai-わいわい | (onomatopee) lawaai(eri)g; luidruchtig |
warusawagi-悪騒ぎ | druk [lawaaiig] feestgedruis; pretmakerij |
yakamashii-喧しい | luidruchtig; lawaaierig; rumoerig |
zawameku-ざわめく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren) |
zawatsuku-ざわつく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig; onrustig] zijn; ritselen (van bladeren); rillen |
zawazawa-ざわざわ | (onomatopee) luidruchtig; lawaaierig; onrustig; geritsel (van bladeren); rillerig |
zawazawasuru-ざわざわする | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren); rillen; bibberen |