amattareru-甘ったれる | je kinderachtig gedragen; je gedragen als een verwend kind; je vastklampen aan iemand; krampachtig [kruiperig] proberen vrienden te maken |
hikitsuru-引き攣る | krampen [zenuwtrekkingen] hebben |
hikuhiku-ひくひく | krampachtig; stuiptrekkend |
ikeiren-胃痙攣 | maagkramp |
keiren-痙攣 | stuiptrekking; spasme; kramp |
nechigaeru-寝違える | kramp in de nek krijgen [een stijve nek krijgen] (tijdens het slapen) |
sentsū-疝痛 | koliek; buikkramp |
shokei-書痙 | schrijfkramp; grafospasme |
sujichigai-筋違い | kramp; verkramping; verrekking; verstuiking |
tsureru-攣れる | kramp hebben [krijgen]; verkrampen |