| baijō-陪乗 | het instappen [samenreizen] (in auto, boot, e.d., met iemand die hoger in rang is) |
| gasuru-駕する | (m.b.t. vervoermiddel) instappen; opstijgen; inschepen |
| jōki-乗機 | aan boord gaan [instappen] in een vliegtuig |
| jōsha-乗車 | het instappen in een voertuig (zoals: trein, bus, e.d.) |
| nokkaru-乗っかる | (informele vorm van noru) instappen; opstappen |
| seiretsujōsha-整列乗車 | op een ordelijke manier in een rij gaan staan, voor het instappen in een trein |
| tōjō-搭乗 | boarding (instappen in vliegtuig) |
| tōjōsuru-搭乗する | baarden (instappen in vliegtuig) |