| botsuraku-没落 | neergang; val; ineenstorting; ondergang |
| gakai-瓦解 | ondergang; ineenstorting; tenondergang |
| hametsu-破滅 | ondergang; ineenstorting; verval |
| hankai-半壊 | gedeeltelijke ineenstorting [vernieling; vernietiging] |
| ichijibarai-一時払い | volledige betaling in een keer; betaling van de lumpsum [het hele bedrag ineens] |
| ichijikin-一時金 | lumpsum; (hele) bedrag ineens; hele [ronde] som |
| ikkatsubarai-一括払い | het alles in één keer betalen; het hele bedrag ineens betalen |
| kyōdōsuru-共同する | samenwerken; zich verenigen; de handen ineenslaan |
| kyūtenchokka-急転直下 | plotseling; onverwacht; ineens |
| suttenkorori-すってんころり | plotselinge val [buiteling]; het ineens onderuit gaan |
| tazusaeru-携える | samen handelen [iets doen]; (fig.) de handen ineenslaan |
| tsuito-ついと | plotseling; abrupt; ineens |
| zasetsusuru-挫折する | falen; mislukken; ineenstorten; uit elkaar vallen |
| zenkai-全壊 | totale ineenstorting [vernieling; vernietiging] |