| agemaki-揚巻 | een geknoopt koord aan de achterkant van een harnas of helm |
| bishamonten-毘沙門天 | Bishamonten (Vaishravana), god van rijkdom en overwinning, (afgebeeld in harnas,met schatkamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| gaishūisshoku-鎧袖一触 | de vijand gemakkelijk verslaan (lett. de vijand verslaan met één klap van een armstuk van een harnas); (fig.) winnen met één hand op de rug |
| gusoku-具足 | harnas; pantser |
| hatasashimono-旗指物 | een kleine standaard met vlag, die vroeger door Japanse samoerai op de achterkant van het harnas werd gedragen tijdens het gevecht |
| horo-幌 | een geweven strook stof, bevestigd aan de achterkant van een (samoerai) harnas of helm (als versiering of bescherming tegen verdwaalde pijlen) |
| horo-母衣 | geweven doek aan de achterkant van het harnas van een samoerai (als decoratie en als bescherming tegen verdwaalde pijlen) |
| katchū-甲冑 | harnas en helm |
| kinkakushi-金隠し | (samoerai) harnasstuk (aan de voorkant, over de dijbenen) |
| kusazuri-草摺り | dij-harnasplaat (harnasstuk om de dijbenen te beschermen) |
| mononogu-物の具 | harnas; bepantsering; schild |
| sōkō-装甲 | geharnast; gewapend |
| tachiōjō-立ち往生 | het al vechtend ten ondergaan; in het harnas sterven |
| tazuna-手綱 | band als opvulling van een helm van een Japans harnas |
| yoroi-鎧 | harnas; pantser; bepantsering |