geslacht / ge-slacht ( het (o) | znw | geslachten )
1 性別 [sekse; genus]
2家系; 一族 [familie]
3世代 [generatie]
Kruisverwijzing
geslacht
| lemma | meaning |
|---|---|
| chakuryū-嫡流 | rechtstreekse afstammingslijn; de hoofdtak [hoofdlijn] van een geslacht [familie] |
| chibu-恥部 | geslachtsdelen; edele delen |
| chūsei-中性 | geslachtsloosheid; androgynie |
| danjo-男女 | man en vrouw; mannen en vrouwen; jongens en meisjes; beide geslachten |
| dōsei-同性 | hetzelfde geslacht; dezelfde sekse |
| fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
| gaiseiki-外性器 | uitwendige geslachtsdelen |
| gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
| isei-異性 | het andere geslacht; de andere sekse |
| jendā-ジェンダー | (taalkunde) genus; geslacht |
| kahanshin-下半身 | geslachtsdelen; intieme delen; schaamstreek |
| kōjin-後人 | nageslacht; nakomeling(en) |
| kōkon-後昆 | nageslacht; nakomeling(en); afstammeling(en) |
| kōsei-後世 | de eeuwen hierna; toekomstige generaties; nageslacht |
| kurasu・magajin-クラス・マガジン | gespecialiseerd tijdschrift, bestemd voor een specifieke groep consumenten (qua leeftijd, geslacht, interesses, etc.) |
| kyokubu-局部 | geslachtsdelen; schaamstreek |
| magoko-孫子 | kinderen en kleinkinderen; nageslacht; afstammelingen |
| musei-無性 | geslachtsloosheid; aseksualiteit |
| natsuhaze-夏櫨 | een bladverliezende struik van de het plantengeslacht Azalea |
| natsushirogiku-夏白菊 | witte zomerchrysant, een meerjarige plant van het plantengeslacht Matricaria |
| natsutōdai-夏灯台 | een 2-jarige plant van het plantengeslacht Euphorbia |
| nukago-零余子 | broedknop (een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij planten) |
| penisu-ペニス | penis; lid; mannelijk geslachtsdeel |
| rinbyō-淋病 | gonorroe (geslachtsziekte) |
| rindoku-淋毒 | gonorroea; gonorroe (geslachtsziekte) |
| rōnyakunannyo-老若男女 | alle mensen ongeacht leeftijd of geslacht; mannen en vrouwen van alle leeftijden |
| sei-性 | sekse; geslacht; (grammatica) genus; gender(identiteit) |
| seibetsu-性別 | geslacht; geslachtsonderscheid |
| seibyō-性病 | geslachtsziekte |
| seikansenshō-性感染症 | seksueel overdraagbare aandoening; geslachtsziekte |
| seikō-性交 | copulatie; geslachtsgemeenschap; paring (bij mensen) |
| seikōikansenshō-性行為感染症 | seksueel overdraagbare aandoening (soa); geslachtsziekte |
| seisa-性差 | geslachtsonderscheid; verschil in sekse (tussen man en vrouw) |
| seishōdō-性衝動 | geslachtsdrift; seksuele drang [impuls; behoefte] |
| seiteki-性的 | betrekking hebbend op geslacht |
| seitenkanshujutsu-性転換手術 | geslachtsveranderende operatie |
| sekkusu-セックス | seks; geslacht; geslachtsgemeenschap |
| sekkusu・chekku-セックス・チェック | geslachtsbepaling onderzoek [medische tests] |
| shishisonson-子子孫孫 | de nakomelingen; het nageslacht |
| shiyū-雌雄 | de twee seksen [geslachten]; man en vrouw |
| shoryū-庶流 | zijtak [zijlijn] van een geslacht [familie] |
| tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
| totsugu-嫁ぐ | (arch.) geslachtsgemeenschap hebben |
| yūsei-有性 | sekse; kunne; geslacht |