| aruji-主 | gastheer; herbergier |
| hosuto-ホスト | gastheer |
| mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
| omotase-お持たせ | een klein geschenk dat een gastheer [gastvrouw] aan een gast geeft om mee naar huis te nemen |
| onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
| ooya-大家 | huisbaas; waard; herbergier; gastheer |
| san'yaku-三役 | (bij een theeceremonie) drie personen: de gastheer, de hoofdgast en de bediende |
| shujin-主人 | gastheer; echtgenoot, man; de heer des huizes |
| shukaku-主客 | de gastheer en zijn gast(en) |
| shukushu-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten, e.a.) |
| teishu-亭主 | herbergier; eigenaar (van horeca); gastheer |
| yadonushi-宿主 | (biologie) gastheer (van parasieten) |
| yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |