Kruisverwijzing
China
lemma | meaning |
---|---|
asōgi-阿僧祇 | een eenheid van getal, 10 tot de macht 51 (in India) of 56 (in China) |
bōseki-紡績 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
bungen-文言 | (in China) schrijftaal t.o. spreektaal |
bunjinga-文人画 | literator schilderkunst (schilderkunst als nevenactiviteit van een literator, in China en later ook in Japan vanaf de Edo periode) |
bunpitsu-文筆 | (hist. in China) dichtkunst (文) en proza (筆) |
chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
chōkō-長江 | Yangtze-rivier (China) |
chōyō-朝陽 | (provincie in China) Shandong |
chūgoku-中国 | China |
chūka-中華 | China (de naam die door de Han-bevolking van China werd gebruikt om naar hun eigen land te verwijzen) |
chūkajinminkyōwakoku-中華人民共和国 | de Volksrepubliek China |
chūkaminkoku-中華民国 | Taiwan; de Republiek van China |
chūnichi-中日 | China en Japan (中国 en 日本) |
dōryū-道流 | (China) Taoïstische leer |
fucha-普茶 | (afk. voor) vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fucharyōri-普茶料理 | vegetarische keuken [gerechten] (overgenomen uit China) |
fujutsu-巫術 | shamanisme (in China, Korea en Japan) |
fuyajō-不夜城 | de naam van een stad in (wat nu nu de provincie Shandong is) in China (tijdens de Han dynastie, waarvan werd gezegd dat de zon ook 's nachts scheen) |
garabō-がら紡 | het (machinaal) spinnen (van garen) |
gunkō-郡公 | (Jin [Chin] periode, China) koning van een klein koninkrijk |
hakuwa-白話 | Baihuawen, schrijfvorm voor gesproken taal in China |
hanten-飯店 | (China) hotel; herberg; logement |
hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
hokuyō-北洋 | een term die in China werd gebruikt om te verwijzen naar de drie provincies van de Qing-dynastie, Zhihlei (Hebei), Shandong en Mukden (Liaoning) |
ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
kakyō-華僑 | een Chinees die buiten China woont; een overzeese Chinees |
kan-漢 | Han (dynastie in China, 202 v.chr-220 n.chr) |
kan-漢 | (in kanji combinaties) China; Chinees |
kan-監 | (China) toezichthouder op lokale leenheren e.d. |
kan-監 | (China) administratieve gebiedsindeling |
kanchō-漢朝 | keizerlijk hof van de Han dynastie (206 v.Chr. - 220 na Chr., China) |
kangaku-漢学 | in Japan, de premoderne studie van China (m.n. het Confucianisme); sinologie |
kangaku-漢学 | in China, de studie van de Qing-dynastie |
kanwa-漢和 | China en Japan |
kanzoku-漢族 | Han-Chinese bevolking; bevolkingsgroep van Han-China |
kara-唐 | oude naam voor China of Korea |
kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
kikajin-帰化人 | immigrant naar het oude Japan vanuit China of Korea |
kinakuridonreddo-キナクリドンレッド | Chinacridon rood |
kinzanjimiso-金山寺味噌 | Kanzanji-miso (vernoemd naar de bereidingswijze in de Kinzanji, een tempel in China) |
kirin-騏驎 | mythisch dier in het oude China (met lichaam van een hert, staart van een koe, en hoeven van een paard) |
kitei-旗亭 | taverne; herberg; restaurant ( van origine in China gemarkeerd met een vlag) |
kō-江 | de Yangtze rivier (in China) |
kōchin-コーチン | cochin (kippenras afkomstig uit Noord-China) |
kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
kyōdo-匈奴 | volksstam in Noord China; nomadische ruiters uit Mongolië; de Hunnen |
mandarin-マンダリン | Mandarijn (hoge staatsambtenaar in het oude China) |
minchō-明朝 | de Ming dynastie (China, 1368-1644) |
mokkan-木簡 | een smalle strook hout waarop officiële stukken tekst werden geschreven (in het oude China en Japan) |
nenga-年画 | Chinese nieuwjaarsschilderijen (schilderijen die op nieuwjaarsdag in China op poorten en muren worden gehangen) |
nitchū-日中 | Japan-China; Japans-Chinees |
raichō-来朝 | (hist. China, Japan) bezoek aan het hof van een buitenlandse delegatie |
raikō-雷公 | (in China oorspronkelijk de naam van een dondergod) bliksem |
rakuyō-洛陽 | Luoyang, een stad in de Chinese provincie Henan (voormalige hoofdstad van China, wordt beschouwd als bakermat van de Chinese cultuur) |
sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
saiiki-西域 | westelijke gebieden van China |
saiiki-西域 | gebieden van het Midden-Oosten aan de westelijke grenzen van China |
sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
saku-朔 | de kalender voor het nieuwe jaar die de keizer in China (in vroegere tijden) aan het eind van het jaar aan vorsten gaf |
sange-山家 | (boeddh.) school die in directe lijn is verbonden aan de Tendai-sekte (in China) |
sangokuichi-三国一 | ongeëvenaard [uniek] in Japan, China en India |
sansha-三舎 | in historisch China de afstand van een 3 daagse marstocht door een leger (ca. 36km) |
seibyō-聖廟 | heilig mausoleum (in China met Confucius, in Japan met Sugawara no Michizane) |
seido-西土 | landen in het westen (vanuit het perspectief van Japan, b.v. China of India) |
seiiki-西域 | westelijke gebieden van China |
seiiki-西域 | gebieden van het Midden-Oosten aan de westelijke grenzen van China |
seijū-西戎 | Xirong, een term die in het oude China werd gebruikt voor verschillende etnische groepen in het westen, zoals Turken en Tibetanen |
sengokujidai-戦国時代 | tijdperk van oorlogvoerende staten in China (770-221 v. Chr.) |
shaku-社区 | woongemeenschap; samenleving (m.n. in de Volksrepubliek China) |
shanhai-上海 | Shanghai (China) |
shibi-鴟尾 | decoratieve tegel in de vorm van een vissenstaart (op beide uiteinden van de nokbalk van oude paleizen en tempels in Japan en China) |
shikonnobotan-紫紺野牡丹 | Tibouchina; Spinnenbloem (Tibouchina urvilleana) |
shina-支那 | China (een oude benaming, werd in oorlogstijden ook wel denigrerend gebruikt) |
shinshi-進士 | (Oud China) iemand die is geslaagd voor een examen om in overheidsdienst te treden |
shisei-市井 | een plek waar mensen samenkomen (vroeger in China was dat rond de waterput); dorp; straat; plein |
shō-省 | provincie (bestuurlijke indeling China) |
shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
shōshi-小史 | de officiële functie van secretaris in de Zhou-dynastie in China |
shoshi-諸子 | (afk. voor) de Honderd Scholen van het denken (China, voor 220 v.Chr. ) |
shoshihyakka-諸子百家 | de Honderd Scholen van het denken (China, voor 220 v.Chr. ) |
shukuyū-祝融 | (in China) de god van het vuur |
shukuyū-祝融 | (in China) de god van de zomer |
sōchō-宋朝 | Song-dynastie (China, 960-1279) |
sōtōshū-曹洞宗 | Sōtō Zen (een stroming binnen het Japanse Zen-Boeddhisme, ooit vanuit China geïntroduceerd door de monnik Dōgen) |
taikai-体解 | (in het oude China) doodstraf door het afhakken van ledematen |
taikun-大君 | (China) erenaam voor de opvolger van een koning [vorst] |
tankei-端渓 | inktsteen van hoge kwaliteit (uit de provincie Guangdong in China) |
teuchi-手打ち | het eigenhandig maken van soba, udon, e.d. (zonder machinale hulp) |
tōsen-唐船 | Japanse schepen die in de middeleeuwen handel dreven met China |
wahitsu-和筆 | schrijfpenseel gemaakt in Japan (i.t.t. in China) |
wakan-和漢 | Japan en China; Japans en Chinees |
yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
zenji-禅師 | (in China en Japan) erenaam door het keizerlijk hof toegekend aan een zenpriester met een hoog niveau van geleerdheid, wijsheid en deugdzaamheid |
zenjō-禅譲 | (in China) een keizer die zonder opvolgers in de bloedlijn de troon overdraagt aan een deugdzaam persoon |
zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |