el / el ( de (m/v) | znw | ellen )
1エル (単位) [oude lengtemaat (Ned. el: ca. 69,4 cm; Eng. ell: 45 cm)]
Kruisverwijzing
el
| lemma | meaning |
|---|---|
| aa-ああ | ah; oh; helaas; ja; inderdaad |
| āban-アーバン | stedelijk; stads- |
| abanchūru-アバンチュール | liefdesrelatie; romantisch avontuurtje |
| abaremawaru-暴れ回る | wild rondrennen; relschoppen |
| abaremono-暴れ者 | geweldadige schurk; herriemaker; herrieschopper |
| abareru-暴れる | gewelddadig zijn; herrieschoppen; reltrappen |
| abareuma-暴れ馬 | onhandelbaar paard |
| abazure-阿婆擦れ | brutale [schaamteloze] vrouw, slet; sloerie; kreng |
| abekawamochi-安倍川餅 | Japanse mochi (rijstcake) met kinako (sojameel) en suiker |
| abekku-アベック | (jong) stel [stelletje]; paartje |
| abekobe-あべこべ | omgekeerd; binnenstebuiten; tegenovergesteld |
| aberēji-アベレージ | (honkbal) slaggemiddelde |
| aberēji-アベレージ | gemiddelde |
| abi-阿鼻 | Avīci, het diepste niveau van de Boeddhistische hel |
| abijigoku-阿鼻地獄 | Avīci, het diepste niveau van de Boeddhistische hel |
| abikyōkan-阿鼻叫喚 | de wanhoopskreten van iemand die lijdt in de hel van Avīci |
| abikyōkan-阿鼻叫喚 | iets afschuwelijks; een vreselijke toestand [situatie; aanblik] |
| abirinpikku-アビリンピック | Paralympics (Olympische Spelen voor sporters met een handicap) |
| abiru-浴びる | overspoeld worden; douchen; baden |
| abisekakeru-浴びせかける | schelden |
| abiseru-浴びせる | water over iemand heen gooien; overgieten; overstelpen |
| abu-虻 | daas; paardenvlieg; horzel |
| abuhachitorazu-虻蜂取らず | tussen de wal en het schip vallen [geraken]; noch het een nog het ander (twee dingen tegelijkertijd proberen te doen, maar in geen van beide slagen) |
| abuhajia-アブハジア | Abchazië (land in de Westelijke Kaukasus) |
| abuku-泡 | bubbel; luchtbelletje |
| abukuzeni-泡銭 | snel [makkelijk] verdiend geld |
| abumi-鐙 | stijgbeugel(s) |
| abunagaru-危ながる | bang zijn (om te); aarzelen; terugdeinzen |
| abunai-危ない | onzeker; wankel |
| abunai-危ない | onbetrouwbaar; twijfelachtig; dubieus |
| abura-油 | olie; vet; smeersel |
| aburaderi-油照り | drukkend [zwoel; benauwd] zomerweer (zonder een zuchtje wind) |
| aburagusuri-膏薬 | zalf; smeersel |
| abusutorakuto-アブストラクト | uittreksel; samenvatting |
| acharaka-あちゃらか | satirisch toneelstuk met dwaze grappen en koddige gebaren; slapstickachtige komedie (populair in de vroege Shōwa periode) |
| āchi-アーチ | boog; arcade; gewelf; triomfboog |
| achikochi-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| achira-あちら | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| achirakochira-彼方此方 | door elkaar; in de war |
| ada-仇 | wrok; wrevel; rancune; haat; boosaardigheid |
| ada-徒 | vruchteloosheid; ijdelheid; nutteloosheid |
| adagoto-徒事 | een onbelangrijke iets; zaak [geval] van weinig belang |
| adamu-アダム | Adam (naam van de eerste mens in de Bijbel) |
| adana-徒名 | gerucht over een (mogelijke) relatie [romance] |
| adanami-徒波 | een wispelturig [grillig] karakter [temperament] |
| adanami-徒波 | (het geluid van) onstuimige golven |
| adanasake-徒情け | een kortstondige (wispelturige) liefdesaffaire; een flirt |
| adappoi-婀娜っぽい | verleidelijk; sexy |
| adaputēshon-アダプテーション | bewerking (van een toneelstuk, e.d.) |
| adashi-徒し | wispelturigheid; grilligheid |
| adauchi-仇討ち | wraak; vergelding; represaille |
| adazakura-徒桜 | wispelturige vrouw |
| adeyaka-艶やか | aantrekkelijk; bekoorlijk; glamoureus |
| adiosu-アディオス | vaarwel; adios |
| adobantēji-アドバンテージ | voordeel (sportterm, b.v. bij tennis) |
| adobokashīkōkoku-アドボカシー広告 | een advertentie met het doel een bepaalde mening of overtuiging uit te dragen (Eng.: Advocacy advertising)i |
| adohokurashī-アドホクラシー | adhocratie (bestuursvorm); ad hoc beleid |
| adokenai-あどけない | onschuldig; engelachtig |
| adominisutādo・puraisu-アドミニスタード・プライス | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| adomisshon-アドミッション | toelating; toegangsverlening |
| adomisshon・ofisu-アドミッション・オフィス | toelatingsbureau |
| adoonhōshiki-アドオン方式 | add-on systeem (aflossing van rentebedragen in gelijke termijnen van de hoofdsom) |
| adoribu-アドリブ | (naar Latijn: ad libitum) ad lib; naar eigen believen [keuze]; improvisatie (zn); geïmproviseerd (bnw) |
| adyū-アデュー | adieu; vaarwel |
| aenai-敢え無い | triest; miserabel; tragisch; teleurstellend |
| aete-敢えて | met het doel [de intentie; bedoeling]; opzettelijk; doelbewust |
| aete-敢えて | helemaal niet; zeker niet |
| afureko-アフレコ | het indubben (van geluid bij film) |
| afuro-アフロ | afrokapsel |
| afurohea-アフロヘア | afrokapsel |
| afutānūn・shō-アフターヌーン・ショー | middagvoorstelling; tv programma |
| afutā・dāku-アフター・ダーク | boektitel van Haruki Murakami |
| afutā・rekōdingu-アフター・レコーディング | indubben (van geluid bij film) |
| agaki-足掻き | het worstelen (b.v om uit een moeilijke situatie te komen) |
| agaki-足掻き | het bewegen [kronkelen] met armen en benen |
| agaku-足掻く | het worstelen [fladderen; slaan] met armen en benen |
| agapē-アガペー | agape (christelijk vriendenmaal) |
| agari-上がり | (als achtervoegsel) geworden tot; veranderd in |
| agarigamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarikamachi-上がり框 | houten plint langs het verhoogde vloerdeel van de kamers in de entree [hal] (waar de schoenen worden uitgedaan en neergezet) van een Japans huis |
| agarime-上がり目 | opwaartse tendens (handelsmarkt) |
| agaru-上がる | promotie; toelating |
| ageabura-揚げ油 | spijsolie; bakolie; olie om voedsel in te bakken |
| ageashi-揚げ足 | met de benen over elkaar |
| ageashitori-揚げ足取り | haarkloverij; muggenzifterij; het iemand belachelijk maken |
| agebuta-上げ蓋 | loopplank (over greppel, modder, e.d.) |
| agedashi-揚げ出し | Japans gerecht van licht gefrituurd voedsel (m.n. tofu of aubergine) |
| ageita-上げ板 | (in een traditioneel theater) houten vloeren links en rechts waar het podium en de hanamichi (verhoogd pad naar toneel) samenkomen |
| ageita-上げ板 | loopplank (over greppel, modder, e.d.) |
| agekaji-上げ舵 | een ruk naar achteren aan de stuurknuppel van een vliegtuig (om het omhoog te laten vliegen) |
| ageku-挙げ句 | uiteindelijk; ten slotte |
| ageku-挙げ句 | de laatste regel van een Japanse renga (poëzie) |
| agemai-上米 | belastingheffing in rijst bij de krijgsadel (ter verlichting van de financiële nood tijdens de Tokugawa periode) |
| agemaki-揚巻 | een geknoopt koord aan de achterkant van een harnas of helm |
| agemaki-揚巻 | ouderwetse traditionele haarstijl van jongens (met een scheiding in het midden) |
| agemaki-揚巻 | (afk. voor) een tweekleppige schelp (Sinonovacula constricta) |
| agemaki-揚巻 | dameskapsel uit de Meiji-periode |
| agemakigai-揚巻貝 | een tweekleppige schelp (Sinonovacula constricta) |
| agemaku-揚げ幕 | (No en Kabuki) toneelgordijn; gordijn bij ingang |
| agemono-揚げ物 | gefrituurd voedsel |
| agete-挙げて | alles; allemaal; geheel |
| agezoko-上げ底 | dubbele bodem |
| agezoko-上げ底 | de ziel (welving naar binnen van de bodem) van een fles) |
| agohimo-顎紐 | kinriem; kinband (aan een hoofddeksel) |
| aguneru-倦ねる | iets moe worden [zat zijn]; interesse verliezen; teveel zijn voor (iemand); buiten iemands controle liggen; niet weten wat te doen |
| agureman-アグレマン | agrement (officiële goedkeuring vooraf van een ontvangend land voor de komst van ambassadeurs en gezanten) |
| aguriami-揚繰網 | ringzegen (net); cirkel sleepnet; zegenvisserij |
| ahaha-あはは | haha (geluid van vrolijk gelach) |
| ahō-阿呆 | (als scheldwoord) idioot; gek |
| ahōdori-阿呆鳥 | albatros (zeevogel Diomedea) |
| ahōjikara-阿呆力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
| ahokusai-阿呆臭い | belachelijk; lachwekkend; dwaas; idioot; gek |
| ahorashii-阿呆らしい | belachelijk; dwaas; gek |
| ahōzura-阿呆面 | een domme [dwaze] gelaatsuitdrukking |
| ai-哀 | (in kanji combinaties) verdriet; leed; smart; medelijden |
| ai-愛 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; liefdadigheid; onbaatzuchtigheid |
| ai-愛 | (boeddh.) begeerte; lust; gehechtheid aan wereldse dingen |
| ai-相 | (in combinatie met een werkwoord) elkaar; samen |
| ai-相 | (in combinatie met een zelfs.n.w.) zelfde; mede-; gedeelde |
| aiai-藹藹 | harmonieus; vredig; vreedzaam; gelukkig |
| aiaishii-愛愛しい | schattig; lief; charmant; aantrekkelijk |
| aiba-愛馬 | lievelingspaard; geliefd [favoriet] paard |
| aibanku-アイバンク | oogbank (voor donor oogweefsel) |
| aibetsuriku-愛別離苦 | de kwelling [pijn] bij het afscheid van een dierbaar familielid |
| aibeya-相部屋 | een wedstrijd tussen sumoworstelaars van dezelfde stal |
| aibeya-相部屋 | een kamer delen (hotel; ziekenhuis, e.d.) |
| aiboshi-相星 | (sumoworstelaars die) evenveel winst -en verliespartijen hebben als de ander |
| aibosuru-愛慕する | liefhebben; verlangen naar; zich verbonden voelen met; gehecht zijn aan |
| aibu-愛撫 | het aaien; strelen; knuffelen |
| aibusuru-愛撫する | aaien; strelen; knuffelen |
| aibyō-愛猫 | lievelingskat; geliefde [favoriete] kat [poes] |
| aichaku-愛着 | het gehecht zijn aan [gesteld zijn op] iets of iem.; het voelen van een (speciale) affiniteit met iets of iem. |
| aichō-哀調 | een droevig lied; trieste melodie [noten; klanken] |
| aichō-愛鳥 | liefde voor vogels; het beschermen van (wilde) vogels; het houden van [dol zijn op; interesse hebben in] vogels (in het bijzonder wilde vogels) |
| aichōban-愛聴盤 | lievelingsplaat (muziek) |
| aichōka-愛鳥家 | vogelliefhebber; iemand die van vogels houdt |
| aichōshūkan-愛鳥週間 | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| aida-間 | tussenruimte; middelste |
| aidagara-間柄 | relatie; betrekking(en); band |
| aidea-アイデア | idee; denkbeeld; begrip |
| aideshi-相弟子 | medeleerling; medestudent; studiegenoot; jaargenoot |
| aidia-アイディア | idee; denkbeeld; begrip |
| aidoka-アイドカ | AIDCA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), conviction (overtuiging), action (actie)) |
| aidoku-愛読 | voorliefde voor lezen; met plezier [vaak; regelmatig] een bepaald boek [tijdschrift] lezen |
| aidokusha-愛読者 | iemand die graag [veel] leest; een vaste [trouwe] lezer |
| aidokusho-愛読書 | het favoriete boek (van iemand); lievelingsboek |
| aidoma-アイドマ | AIDMA (een marketingmodel met acroniem: attention (aandacht), interest (belangstelling), desire (verlangen), memory (geheugen), action (actie)) |
| aidoru-アイドル | afgod; afgodsbeeld |
| aienka-愛煙家 | iem. die van roken houdt; iem. die veel [vaak] rookt |
| aienkien-合縁奇縁 | een ongewone relatie, tot stand gekomen door een speling van het lot |
| aifuda-合札 | score; puntentelling |
| aigan-愛玩 | aai; knuffel; het dol zijn op; koesteren [knuffelen; liefkozen] |
| aigandōbutsu-愛玩動物 | troeteldier; huisdier |
| aiganken-愛玩犬 | schoothondje; geliefkoosd hondje; speelgoed hondje |
| aigansuru-愛玩する | belangrijk [lief; mooi; waardevol] vinden; liefhebben; liefkozen; aaien |
| aigin-愛吟 | het zingen van een geliefde [favoriete] melodie; het reciteren van een geliefd gedicht |
| aiginsuru-愛吟する | graag [vaak] (een melodie) neuriën; graag (gedichten) reciteren |
| aigo-愛語 | (boeddh.) vriendelijke woorden (één van de 4 methoden die bodhisattvas gebruiken om levende wezens te leiden naar de Weg van de Boeddha) |
| aigo-愛護 | bescherming; behoud; bewaring; verzorging; goede [vriendelijke] behandeling |
| aigosuru-愛護する | beschermen; conserveren; bewaren; goed [vriendelijk] behandelen [verzorgen] |
| aigyō-愛楽 | ergens veel van houden [dol op zijn] |
| aigyōsuru-愛楽する | nastreven; wensen; veel houden van [geven om] |
| aihan-合判 | gezamenlijke handtekening; gemeenschappelijk zegel |
| aihansuru-相反する | contrasteren; conflicteren; in tegenspraak zijn; elkaar wederzijds uitsluiten |
| aiikusuru-愛育する | liefdevol opvoeden [grootbrengen]; verwennen; vertroetelen |
| aiin-合印 | keurzegel; keurmerk; merkteken |
| aiinka-愛飲家 | een (gewoonte)drinker; iem. die regelmatig alcohol drinkt |
| aiirenai-相容れない | tegengesteld; onverenigbaar [niet passend] |
| aiji-愛児 | geliefd kind; oogappel |
| aijin-愛人 | minnaar; minnares; geliefde (partner) |
| aijirushi-合印 | (kleermakerij) markering op stof om aan te geven waar de delen aan elkaar worden genaaid |
| aijitsu-愛日 | tijd belangrijk [kostbaar] vinden |
| aijō-愛嬢 | zijn [haar] geliefde dochter (wordt meestal gezegd over de dochter van iemand anders) |
| aika-哀歌 | klaagzang; treurdicht; elegie; de Klaagliederen (bijbelboek in het Oude Testament) |
| aikagi-合鍵 | reservesleutel |
| aikata-合方 | muzikale begeleiding (Japanse traditionele muziek, zoals bij Kabuki en No theater) |
| aikata-相方 | partner; metgezel |
| aiken-愛犬 | het zeer goed verzorgen [vertroetelen] van een hond; het dol zijn op honden |
| aiken-愛犬 | geliefde hond |
| aiki-愛器 | favoriete [lievelings-] (muziek)instrument [gereedschap] |
| aikidō-合気道 | aikido (Japanse geweldloze zelfverdedigingsvorm, vechtsport zonder competitie of extreme geweldpleging) |
| aiko-相子 | gelijkspel; quitte |
| aikon-アイコン | icoon (afbeelding) |
| aikuchi-合口 | goed bij elkaar passend zijn; goed met elkaar kunnen opschieten |
| aikuchi-合口 | (metselwerk) steunpunt; gezamenlijk uiteinde |
| aikurushii-愛くるしい | zeer lieftallig; mooi; aantrekkelijk; lief(lijk); schattig |
| aikyō-愛敬 | het afprijzen; het geven van een extraatje door een winkelier om klanten of bezoekers te trekken |
| aikyō-愛敬 | sympathie; medeleven; affectie; vriendelijkheid |
| aikyō-愛敬 | harmonie tussen man en vrouw (in een relatie) |
| aikyō-愛敬 | aantrekkelijkheid; charme |
| aikyōbi-愛敬日 | uitstel van betaling |
| aikyōgen-間狂言 | deel van een no-toneelstuk waarin de kyogen-acteur de leidende rol heeft |
| aikyōmono-愛敬者 | een charmant meisje; een joviale man; een geliefd [bewonderd] iemand |
| aikyōshin-愛郷心 | gevoel van liefde voor de geboorteplaats [geboortegrond] |
| aikyōshōbai-愛敬商売 | beroepsmatige vriendelijkheid (b.v. in restaurant of winkel, e.d.) |
| aikyōzukiai-愛敬付合い | een oppervlakkige vriendschap [relatie; kennis] |
| aikyōzuku-愛嬌付く | aantrekkelijk [schattig; lieflijk] worden |
| aimai-曖昧 | vaagheid; dubbelzinnigheid |
| aimaimoko-曖昧模糊 | obscuur [vaag; onduidelijk; onbestemd; wazig; dubbelzinnig] zijn |
| aimochi-相持ち | de rekening opsplitsen waarbij ieder voor zichzelf betaalt |
| ainakabasuru-相半ばする | in evenwicht zijn; salderen; sluitend zijn (balans); tegen elkaar afstrepen |
| ainaru-相成る | (formele vorm van) worden |
| ainiku-生憎 | jammer; helaas; sorry |
| ainogakkō-愛の学校 | (lett. de school van de liefde) de Japanse titel van het boek |
| ainokesshō-愛の結晶 | een kind uit een liefdesrelatie; de vrucht der liefde |
| ainoko-合いの子 | kruising; mengsel; hybride |
| ainori-相乗り | het met iemand meerijden; een gedeelde rit (in een taxi b.v.) |
| ainote-合いの手 | intermezzo; entr'acte; tussenstuk; tussenspel |
| ainsutainiumu-アインスタイニウム | einsteinium (chem. element) |
| aioi-相生い | het samengroeien; aan elkaar groeien |
| airain-アイライン | eyeliner |
| airainā-アイライナー | eyeliner |
| airen-哀憐 | mededogen; medelijden |
| airen-愛憐 | liefde; affectie; genegenheid; tederheid; mededogen; medelijden |
| airensuru-愛憐する | liefde [tederheid; medelijden] hebben [voelen] |
| airo-隘路 | knelpunt; impasse |
| aisai-愛妻 | de liefde [toewijding] (van een man) voor zijn echtgenote; zeer gesteld zijn op zijn echtgenote |
| aisai-愛妻 | geliefde echtgenote |
| aisatsu-挨拶 | begroeting; introductie; welkoms- [afscheids-] groet |
| aisatsu-挨拶 | felicitatie; dank(woord); aankondiging; mededeling; waarschuwing |
| aisatsu-挨拶 | relatie [band] (tussen 2 mensen bemiddelen; bemiddeling; interventie; bemiddelaar |
| aisatsunin-挨拶人 | bemiddelaar |
| aisatsusuru-挨拶する | iem. (be)groeten; zichzelf introduceren; feliciteren; een toespraak houden; aankondigen; bekendmaken; antwoord geven [sturen]; wraak nemen; bemiddelen |
| aisei-愛婿 | geliefde schoonzoon |
| aiseki-相席 | het delen van een tafel met een onbekende (in een restaurant, e.d.) |
| aisetsu-哀切 | pathetisch [aandoenlijk; zielig; droevig] gevoel |
| aishiau-愛し合う | van elkaar houden; elkaar liefhebben |
| aishō-愛唱 | het graag [vaak] zingen van een melodie [lied] |
| aisho-愛書 | lievelingsboek; favoriete boek |
| aishō-愛称 | koosnaam; troetelnaam; bijnaam |
| aishō-相性 | affiniteit; goed samengaan; bij elkaar passen; chemie (tussen mensen) |
| aishōka-愛唱歌 | lievelingslied; favoriete lied |
| aishoka-愛書家 | iem. die van boeken houdt; een bibliofiel |
| aishōka-愛誦歌 | lievelingslied; favoriete gedicht |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid |
| aisō-愛想 | gunst; welwillendheid; hulpvaardigheid |
| aisō-愛想 | vriendelijkheid; hoffelijkheid; voorkomendheid; gastvrijheid; hulpvaardigheid |
| aisoku-愛息 | geliefde zoon (wordt meestal gezegd over de zoon van iem. anders) |
| aison-愛孫 | geliefd [lief] kleinkind |
| aisotōpuryōhō-アイソトープ療法 | isotopentherapie; isotopenbehandeling(en) |
| aisowarai-愛想笑い | een beleefde glimlach; een vriendelijke glimlach uit beleefdheid |
| aisubokkusu-アイスボックス | koelbox; vriesvak |
| aisuru-愛する | liefhebben; houden van; leuk [aardig; fijn] vinden; dol zijn op; geïnteresseerd zijn in; belangrijk [waardevol] vinden; hoogachten; respect [bewonderi |
| aisu・pēru-アイス・ペール | ijsemmer; koelemmer |
| aitai-相対 | onder elkaar [direct; persoonlijk] zijn |
| aite-相手 | partner; metgezel; begeleider |
| aitemu-アイテム | noodzakelijk iets; benodigdheid; vereiste |
| aitemu-アイテム | item; post (op rekening of begroting); punt; artikel; artikel; ding; voorwerp |
| aitemu-アイテム | een virtueel voorwerp, wapen of betaalmiddel dat men nodig heeft om een niveau verder te komen in een |
| aitesenshu-相手選手 | tegenspeler; tegenstander |
| aitō-哀悼 | medeleven; condoléance(s); rouwbeklag |
| aitōka-哀悼歌 | klaaglied; elegie |
| aitsugu-相次ぐ | een snelle opeenvolging; een stortvloed (fig.) |
| aitsugunau-相償う | compenseren; goedmaken; vergoeden; het goede en het slechte brengen elkaar in balans |
| aiuchi-相打ち | elkaar op het zelfde moment slaan [raken] (b.v. bij vechtsporten, zoals Kendo) |
| aiuchi-相打ち | gelijkspel; remise |
| aiwa-哀話 | een droevig [triest] verhaal; een tragische episode [geschiedenis]; een zielig [deerniswekkend] verhaal |
| aiyado-相宿 | in dezelfde kamer [dezelfde herberg; hetzelfde hotel] logeren [verblijven] |
| aiyoku-愛欲 | passie; lust; (sexuele) begeerte; lichamelijke liefde |
| aiyoku-愛欲 | (boeddh.) tezeer gehecht zijn aan wereldse zaken (o.a. familie) |
| aiyotsu-相四つ | (sumo) gevecht tussen twee worstelaars die beiden dezelfde hand bij voorkeur gebruiken (dus beiden rechtsaf beiden links) |
| aizakari-愛盛り | heel erg schattig [lief; snoezig]; de periode dat een kind het schattigst is |
| aizen-愛染 | (de afkorting van aizenhō) de verering van Myōō; Myōō als belangrijkste Boeddhabeeld in een tempel zetten |
| aizen-愛染 | (de afkorting van aizenmyōō) Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textiel |
| aizenkatsura-愛染かつら | de titel van een populaire roman van Matsutarō Kawaguchi, over een liefdesverhouding tussen een dokter en een weduwe-verpleegster die zich afspeelt in |
| aizenmyōō-愛染明王 | Boeddhistische godheid: Koning van de Liefde, zo genoemd vanwege zijn liefde voor Boeddha; godheid van de textielververs |
| aizō-愛蔵 | meest geliefde bezit |
| aizōsuru-愛蔵する | zorgvuldig bewaren; als waardevol [geliefd bezit] beschouwen |
| aizuchi-相槌 | instemmende geluiden [gebaren]; tussenwerpsels (om te laten merken dat je luistert en om het gesprek op gang te houden) |
| aizukawashi-愛ずかわし | aantrekkelijk; boeiend |
| ai・kyū-アイ・キュー | IQ (intelligentiequotiënt) |
| ai・shī-アイ・シー | (computerterm) IC, geïntegreerde schakeling (Integrated circuit) |
| ai・tān-アイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers uit het platteland in grote steden gaan werken |
| aji-鰺 | de horsmakreel (een vis, Trachurus trachurus) |
| ajikenai-味気ない | flauw; smakeloos (ook fig.); saai |
| ajikinai-味気ない | flauw; smakeloos (ook fig.); saai |
| ajiwai-味わい | charme; aantrekkelijkheid |
| ajiwau-味わう | ervaren (van gevoelens) |
| aka-赤 | totaal; volledig; duidelijk |
| akaakato-明明と | helder verlicht |
| akaakato-赤赤と | helder rood |
| akabō-赤帽 | stationskruier; witkiel |
| akachōchin-赤提灯 | goedkope eet- en drinkgelegenheid (vaak herkenbaar aan een rode lantaarn als uithangbord) |
| akafuda-赤札 | een rood label (dat aangeeft dat de prijs is verlaagd of dat het artikel verkocht is) |
| akagai-赤貝 | arkschelp (Anadara broughtonii) |
| akagami-赤紙 | (roodgekleurde) oproep voor dienstplicht (in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog) |
| akagane-銅 | (oude benaming voor) koper (chemisch element Cu) |
| akahada-赤肌 | lege (onbegroeide) plekken in het landschap; kale berghelling |
| akahadaka-赤裸 | helemaal naakt; spiernaakt |
| akahara-赤腹 | Japanse lijster (zangvogel, Turdus chrysolaus) |
| akajisen-赤字線 | een onrendabele spoorlijn |
| akakippu-赤切符 | proces verbaal (bij zware verkeerovertredingen) met mogelijke strafvervolging |
| akamon-赤門 | rode poort; vermiljoen gelakte poort |
| akan-あかん | nutteloos; hopeloos |
| akanbē-あかんべえ | gezichtsuitdrukking waarbij men het onderste ooglid met een vinger naar beneden drukt en het rode gedeelte zichtbaar maakt (minachtend of afkeurend) |
| akane-茜 | Aziatische meekrap (plant, Rubia akane); meekrapwortel |
| akane-茜 | meekraprood (kleur (die van de wortel van de plant gemaakt wordt) |
| akanukeru-垢抜ける | verfijnd [stijlvol; wereldwijs] zijn [worden] |
| akarui-明るい | helder; licht; zonnig |
| akaseru-飽かせる | verspillen; veel geld uitgeven |
| akaseru-飽かせる | iemand vervelen [vermoeien] |
| akashinbun-赤新聞 | boulevardkrant; schandaalpers; roddelpers |
| akasu-証す | verduidelijken; verhelderen |
| akasu-飽かす | veel kosten maken; veel geld uitgeven aan iets; niet bezuinigen op |
| akasu-飽かす | iemand afmatten [vermoeien; vervelen] |
| akasu-飽かす | tijd noch moeite sparen; veel tijd besteden aan |
| akatonbo-赤蜻蛉 | rode heidelibel (Sympetrum) |
| akatsubaki-赤椿 | rode camelia (Camellia japonica) |
| akauntabiritī-アカウンタビリティー | aansprakelijkheid; verantwoordelijkheid |
| akazu-飽かず | onvermoeibaar; nooit genoeg van krijgen; nooit vervelen |
| akeban-明け番 | de tweede helft van een nachtdienst; de werktijd vanaf het midden van een nachtdienst tot de ochtend |
| ākēdo-アーケード | boog; overkapping (van een winkelstraat b.v.); galerij; speelhal |
| akeni-明け荷 | een gevlochten doos met de spullen (mawashi, e.a.) van een sumoworstelaar |
| akeppanashi-開けっ放し | open staand; open (gelaten) |
| aki-飽き | verveling |
| akiage-秋上げ | hoge rijstprijzen in de herfst als gevolg van een slechte opbrengst van de rijstteelt |
| akiaji-秋味 | gezouten zalm (uit noordelijke streken van Japan) |
| akibare-秋晴れ | helder herfstweer |
| akibiyori-秋日和 | een zonnige [heldere] herfstdag |
| akichi-空き地 | een onbebouwd perceel; leeg stuk grond; braak liggend terrein |
| akichikashi-秋近し | het einde van de zomer (men voelt al dat de herfst eraan komt) |
| akidaka-秋高 | hoge rijstprijzen in de herfst als gevolg van een slechte opbrengst van de rijstteelt |
| akigo-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| akinai-商い | handel; zaken (doen) |
| akinau-商う | handel drijven; zaken doen; verkopen |
| akindo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| akinosora-秋の空 | (heldere) herfstlucht |
| akippoi-飽きっぽい | wispelturig; grillig |
| akiraka-明らか | duidelijk; helder; onbetwistbaar; onomstotelijk |
| akirameru-明らめる | verhelderen; ophelderen |
| akiresuken-アキレス腱 | achilleshiel (kwetsbare plek) |
| akisu-空き巣 | een leeg (vogel)nest |
| akisumu-秋澄む | de lucht wordt helder [klaart op] in de herfst |
| akka-悪貨 | kwaad [slecht] geld |
| akkan-圧巻 | het beste deel; het hoogtepunt (van een boek, voorstelling, voordracht, etc.) |
| akkanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
| akkanshōsetsu-悪漢小説 | een schelmenroman |
| akkenai-呆気ない | onvoldoende; teleurstellend |
| akkerakanto-あっけらかんと | zorgeloos; onverschillig; nonchalant; laconiek |
| akki-悪気 | een niet heldere lucht; een rokerige lucht; een lucht met een bepaalde onaangename geur |
| akki-悪鬼 | een kwade geest [godheid] die de mensen op het slechte pad brengt; de god van de onderwereld |
| akki-悪鬼 | duivel; boze geest |
| akkigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| akkō-悪口 | scheldwoorden; beledigingen; verwensingen |
| akkōzōgon-悪口雑言 | gevloek; schelden; verbaal geweld; afgeven op; schadelijke roddels |
| ako-吾子 | een term om (op een vriendelijke manier) naar iemands kinderen of ondergeschikten te wijzen (in de tweede persoon) |
| akōsutikku・saundo-アコースティック・サウンド | akoestisch geluid |
| akoyagai-阿古屋貝 | pareloester (Pinctada martensii) |
| aku-悪 | lelijk; onooglijk; vuil [vies] |
| aku-悪 | afschuwelijk; vreselijk |
| aku-悪 | afkeer; hekel; haat |
| aku-開く | leeg [geleegd] worden; ontruimd worden |
| aku-開く | open gelaten zijn (空く) |
| akubi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akubyō-悪病 | een besmettelijke ziekte; een epidemie; een kwaadaardige ziekte |
| akubyōdō-悪平等 | gelijke behandeling van mensen ongeacht hun kwaliteiten; op valse [verkeerde] gronden gebaseerde gelijkheid |
| akuchi-悪血 | slecht bloed (bloed dat door ziekte een verkeerde samenstelling heeft) |
| akudamaka-悪玉化 | iem. anders als zondebok aanwijzen (van waar je zelf schuldig aan bent) |
| akudō-悪道 | slecht [onzedelijk; losbandig] gedrag |
| akudō-悪道 | (boeddh.) het slechte pad volgen, d.w.z. in deze wereld slechte dingen doen en daardoor na de dood in de hel komen |
| akudoi-あくどい | opzichtig; felgekleurd |
| akuekishitsu-悪液質 | cachexie; een slechte lichamelijke toestand met vermagering en verval van krachten als gevolg van ondervoeding of ziekte (b.v. kanker) |
| akuen-悪縁 | slechte relatie [verbinding; band; connectie] |
| akuen-悪縁 | een noodlottige relatie die men niet kan verbreken |
| akufu-悪婦 | een lelijke vrouw |
| akugen-悪言 | laster; vulgair [ruw] taalgebruik; scheldwoord; belediging |
| akugi-悪戯 | kattenkwaad; ondeugendheid; schelmenstreken |
| akugon-悪言 | laster; vulgair [ruw] taalgebruik; scheldwoord; belediging) |
| akugyaku-悪逆 | ondeugendheid; kattenkwaad; schelmenstreek |
| akugyaku-悪逆 | wreedheid; gewelddadigheid |
| akugyakumudō-悪逆無道 | gruweldaad; verraad |
| akuhitsu-悪筆 | een slechte penseel; penseel van slechte kwaliteit |
| akuhitsu-悪筆 | een slecht [lelijk] handschrift |
| akuhō-悪報 | (boeddh.) straf [ongeluk; pech] als gevolg van slechte daden |
| akuhyō-悪評 | slechte [negatieve] recensie [kritieken]; beledigende opmerking(en) |
| akui-悪意 | kwaadaardigheid (t.o.v. iem.); slechte bedoelingen |
| akuji-悪事 | een tegenvaller; tegenslag; ongeluk(je) |
| akujiki-悪食 | het eten van vlees, hetgeen volgens het Boeddhistische geloof verboden is |
| akujiki-悪食 | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akujin-悪神 | kwade [ongeluk brengende] goden |
| akujo-悪女 | een lelijke vrouw |
| akujunkan-悪循環 | een vicieuze cirkel |
| akuka-悪貨 | kwaad [slecht] geld |
| akukanjō-悪感情 | negatieve gevoelens t.o.v. iem.; wrok; bitterheid; vete |
| akuki-悪鬼 | duivel; boze geest |
| akukigai-悪鬼貝 | een stekelslak [purperslak] (Murex troscheli) (wordt ook wel gebruikt als amulet) |
| akuma-悪魔 | een door en door slechte [wrede; onmenselijke] persoon |
| akuma-悪魔 | een duivel; een boze geest |
| akuma-悪魔 | Satan [de duivel] (in het christelijke geloof) |
| akumade-飽くまで | genoeg; veel; overal |
| akumashugi-悪魔主義 | satanisme; duivelverering; zwarte kunst |
| akumateki-悪魔的 | duivels; demonisch; kwaadaardig |
| akumonogui-悪物食い | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akumonogui-悪物食い | het eten van vlees, hetgeen volgens het Boeddhistische geloof verboden is |
| akunen-悪念 | slechte dingen van plan zijn; kwade opzet [gedachten; motieven; bedoelingen]; kwaadwillendheid |
| akunenriki-悪念力 | algehele toewijding aan [gericht zijn op] slechte daden |
| akunichi-悪日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| akurei-悪例 | een slecht voorbeeld |
| akurinōru-アクリノール | acrinol (ethacridinelactaat, een bacteriedodend ontsmettingsmiddel) |
| akuriru-アクリル | acryl (verf; vezel); acrylaat |
| akurirusen'i-アクリル繊維 | acrylvezel |
| akuroporisu-アクロポリス | akropolis (hooggelegen burcht of citadel) |
| akusai-悪妻 | een slechte echtgenote; een kenau [helleveeg] |
| akusatsu-悪札 | slecht [lelijk] schrijfwerk (zegt men van eigen handschrift) |
| akusei-悪声 | slechte [lelijke] stem |
| akusei-悪政 | slechte politiek [slecht bestuur]; wanbeleid |
| akuseikokushokushu-悪性黒色腫 | een melanoom |
| akuseirinpashu-悪性リンパ腫 | een kwaadaardige lymfoom [lymfkliergezwel] |
| akusen-悪銭 | kwaad geld, d.w.z. geld dat op een verkeerde [misdadige; illegale] manier is verkregen [verdiend] |
| akusen-悪銭 | geld van slechte kwaliteit |
| akusererētā-アクセレレーター | accelerator; versneller; gaspedaal (auto) |
| akuseru-アクセル | accelerator; versneller; gaspedaal (auto) |
| akusesu-アクセス | toegang; toelating; bereikbaarheid |
| akushidento-アクシデント | ongeluk |
| akushidento-アクシデント | onregelmatigheid; storing (van apparatuur) |
| akushin-悪心 | kwade [slechte] bedoelingen; boze opzet |
| akusho-悪所 | een slechte plek; rosse buurt; bordeel |
| akushōdokoro-悪性所 | een plaats van slechte zeden; een bordeel |
| akushōgane-悪性金 | geld dat in een rosse buurt wordt uitgegeven |
| akushogane-悪所金 | geld dat wordt uitgegeven in een rosse buurt |
| akushogayoi-悪所通い | regelmatige bezoeken aan een bordeel |
| akushōgurui-悪性狂い | verslaafd zijn aan [zich overgeven aan] frequent bordeelbezoek [losbandigheid] |
| akushogurui-悪所狂い | verslaafd zijn aan [zich overgeven aan] frequent bordeelbezoek [losbandigheid] |
| akushoku-悪食 | eenvoudig eten; slecht [onsmakelijk] eten |
| akushoochi-悪所落ち | een bordeel bezoeken |
| akushotsuihō-悪書追放 | het verbieden van schadelijke publicaties |
| akushozukai-悪所遣い | geld verspillen aan pleziertjes |
| akushu-悪手 | een verkeerde [slechte] zet bij een spel (bv. schaken of go) |
| akusō-悪相 | een slecht [kwaad] voorteken [voorgevoel] |
| akusōkyū-悪送球 | (van honkbal) een slechte worp (die zijn doel mist) |
| akuta-芥 | afval; rommel; vuilnis |
| akutagawa-芥川 | de titel van een Kyōgen theaterstuk |
| akutai-悪態 | grove [beledigende] toon; krasse taal [bewoordingen] |
| akutaimatsuri-悪態祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| akutare-悪たれ | met opzet kattenkwaad uithalen; een schelmenstreek uithalen; zich slecht [wild] gedragen |
| akutareguchi-悪たれ口 | beledigende opmerkingen; grove [vulgaire; obscene] taal |
| akutareru-悪たれる | beledigingen uiten; beledigende [vulgaire] taal gebruiken |
| akutarō-悪太郎 | (als berisping) kwajongen!; schelm!; deugniet! |
| akutarō-悪太郎 | de titel van een Kyōgen theaterstuk |
| akuten-悪点 | een slechte beoordeling [recensie]; kwade kritiek |
| akutō-悪党 | de naam van een groep gewapende opstandelingen tegen de [幕府] bakufu regering in de Kamakura periode |
| akutō-悪投 | een buitengewoon slechte [afzwaaiende] worp van een (verre) veldspeler bij honkbal |
| akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
| akutokugyōsha-悪徳業者 | een corrupte [oneerlijke] handelaar |
| akutokushōhō-悪徳商法 | een oneerlijke handelwijze |
| akutōshōsetsu-悪党小説 | een schelmenroman |
| akuun-悪運 | het geluk van de duivel hebben; er goed vanaf [mee weg] komen; zwijnen |
| akuun-悪運 | pech; geen geluk |
| akuyaku-悪役 | de rol van de schurk in een toneelstuk of film |
| akuyū-悪友 | (ironisch) een hele goede [intieme] vriend |
| akuzei-悪税 | een onredelijke belasting(heffing); extreem hoge belasting |
| akyūdo-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| akyumurētā-アキュムレーター | accumulator; accu (elektrische batterij) |
| ama-尼 | (hatelijke aanduiding voor vrouw) wijf; mens; trut |
| ama-海人 | mannelijke duiker [visser] |
| ama-海女 | vrouwelijke duiker [visser] |
| amaashi-雨脚 | overdrijvende regen(bui); de snelheid van een passerende regenbui |
| amaashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amabito-天人 | hemelbewoner; engel |
| amachan-甘ちゃん | een slappe [makkelijke] persoon; iemand die over zich laat lopen |
| amadai-甘鯛 | tegelvis (Branchiostegus spp) |
| amadare-雨垂れ | (vallende) regendruppels |
| amadokoro-甘野老 | welriekende salomonszegel (plant: Polygonatum odoratum) |
| amae-甘え | gebrek aan zelfredzaamheid; (emotionele) afhankelijkheid van anderen |
| amaebi-甘海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
| amaenbō-甘えん坊 | een verwend [lastig] kind; een kleine dwingeland |
| amagutsu-雨靴 | regenlaars; rubberlaars; waterdicht schoeisel |
| amaishiruwosū-甘い汁を吸う | geld verdienen zonder te werken; zijn zakken vullen |
| amakawa-甘皮 | nagelriem |
| amakudari-天下り | neerdalen uit de hemel |
| amana-甘菜 | Amana edulis (bolgewas uit de leliefamilie, met eetbare bol) |
| amani-甘煮 | voedsel (vis, vlees, groenten, e.a.) gekookt met suiker of mirin |
| amanogawa-天の川 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
| amanohara-天の原 | de lucht; de hemel; het firmament |
| amanoiwato-天の岩戸 | Poort van de Hemelse Grot (Ama-no-Iwato is een grot in de Japanse mythologie) |
| amanojaku-天の邪鬼 | Amanojaku (duivel of boze geest in Japanse sprookjes) |
| amanojaku-天の邪鬼 | bij Japanse tempel de duivel die door de tempelwachters vertrapt wordt |
| amaochi-雨落ち | in het Kabuki theater, de stoelen vlak bij het toneel |
| amaochi-雨落ち | plek waar regendruppels van de dakrand vallen |
| amari-余り | te; te zeer; zo(veel); meer dan (na getallen); buitengewoon; uiterst |
| amaru-余る | overblijven; resteren; teveel [overbodig] zijn |
| amarugamu-アマルガム | mengsel; mengelmoes |
| amasutokoronaku-余すところなく | alles; geheel (zonder iets over te laten) |
| amata-数多 | veel; talrijk; een groot aantal |
| amatchoroi-甘っちょろい | te optimistisch; te gemakkelijk (in de omgang); te onverantwoordelijk [goedaardig; naïef; simpel] |
| amatsu-天つ | hemels; keizerlijk; imperiaal |
| amatsubu-雨粒 | regendruppel |
| amayakasu-甘やかす | iemand verwennen [vertroetelen] |
| amazora-雨空 | regenlucht (donkergrijze lucht die regen voorspelt) |
| ame-天 | lucht; hemel |
| ame-飴 | van aardappel- of rijstzetmeel gemaakte zoete snoep; lolly; (eventueel ook drop) |
| amearare-雨霰 | hagelbui |
| amearare-雨霰 | regen en hagel |
| ameashi-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| amebito-天人 | hemelbewoner; engel |
| amedama-飴玉 | druppelvormige snoepjes; toffees; drop |
| amegashita-天が下 | de hele wereld; het hele land |
| amenomurakumonotsurugi-天叢雲剣 | Ama-no-Murakumo no Tsurugi, het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan, spiegel, zwaard en juwelen) |
| ametsubu-雨粒 | regendruppel |
| ametsuchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| ameuriya-飴売り屋 | een snoepwinkeltje |
| ameushi-黄牛 | rund met geelbruine vacht |
| ameyu-飴湯 | zoete moutstroop gekookt met kaneel en andere kruiden tot een drank (medicijn of zomerdrankje) |
| āmin-アーミン | hermelijn |
| āmin-アーミン | hermelijn embleem [patroon] (in de heraldiek) |
| āmondo-アーモンド | amandel (steenvrucht) |
| āmondo-アーモンド | amandelboom |
| amōraru-アモーラル | amoreel; moraalloos |
| āmu-アーム | arm (lichaamsdeel) |
| amu-編む | samenstellen; redigeren (publicaties e.d.) |
| āmuchea-アームチェア | leunstoel; fauteuil |
| an-安 | (in kanji combinaties) makkelijk; rustig; kalm; redelijk |
| an-庵 | klooster; kluizenaarscel |
| an-暗 | het donkere gedeelte; donkerte; duisternis |
| an-暗 | triestheid; melancholie |
| an-鞍 | zadel |
| anaba-穴場 | een hele goede plek (voor duiken, vissen, kamperen, e.d.), die niet bekend is bij het grote publiek |
| anagachi-強ち | (niet) noodzakelijk; (niet) altijd; (niet) helemaal; (niet) kunnen |
| anagama-穴窯 | anagama-oven (voor aardewerk; tunnelvormig, oorspronkelijk in een helling gegraven) |
| anaguma-穴熊 | Japanse das (zoogdier, Meles anaguma) |
| anaguma-穴熊 | (het omsingelen van de koning in de hoek van zijn eigen kamp) een tactiek bij shogi (Japans schaken) |
| anagura-穴蔵 | kelder; grot; hol |
| anakashiko-あなかしこ | (beleefd) pardon |
| ananri-暗暗裏 | in het geheim; heimelijk; stilzwijgend |
| anapaisutosu-アナパイストス | anapest (drielettergrepige versvoet van 2 korte of onbeklemtoonde en 1 lange of beklemtoonde lettergrepen) |
| anaraizā-アナライザー | analysator (beeldontleder) |
| anatamakase-貴方任せ | het van anderen afhankelijk zijn; iets aan anderen overlaten |
| anba-鞍馬 | (turntoestel) paard |
| anbai-案配 | het regelen; verdelen; aanpassen |
| anbu-暗部 | donker [duister] gedeelte [aspect]; verborgen [slecht; lelijk] deel |
| anbu-鞍部 | zadel (lager gedeelte van een bergrug); pas ; col |
| anbun-案分 | een evenredige verdeling volgens de standaard [criteria] |
| anbun-案文 | een klad(je); ontwerp; concept; plan; voorstel |
| anbunsuru-案分する | evenredig verdelen |
| anchan-兄ちゃん | (als aanroep) jongen; knul; joch; knaap; kerel(tje) |
| anchi-安置 | het plaatsen van een boeddhabeeld of naamplaat van een overledene voor een eredienst |
| anchimon-アンチモン | antimoon (chemisch element) |
| anchinokkuzai-アンチノック剤 | antiklopmiddel (middel dat het kloppen van explosiemotoren tegengaat) |
| anchisuru-安置する | een boeddha beeld, e.d. plaatsen op een ereplaats in een tempel of heiligdom |
| anchitēze-アンチテーゼ | antithese; tegenstelling; tegenstrijdigheid |
| anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
| anchoku-安直 | goedkoop zijn; simpel [eenvoudig] zijn |
| anda-安打 | (honkbal) een honkslag (die de slagman in staat stelt het eerste honk te bereiken, zelfs als er geen fout wordt gemaakt door de andere partij) |
| andāguraundo-アンダーグラウンド | ondergronds; heimelijk; clandestien |
| andepandan-アンデパンダン | de Indépendants (de Onafhankelijken, Franse kunstenaars) |
| ando-安堵 | opluchting; geruststelling; respijt |
| andon-行灯 | andon, een traditionele Japanse lamp (bestaande uit washi-papier over een frame van bamboe, hout of metaal gespannen) |
| andonbakama-行灯袴 | een traditionele Japanse rok |
| andoromeda-アンドロメダ | Andromeda (sterrenbeeld) |
| andoromedaginga-アンドロメダ銀河 | Andromedanevel; Andromedastelsel |
| andosuru-安堵する | opgelucht [gerustgesteld] zijn; opgelucht ademhalen |
| anego-姉御 | oudere zus (beleefdheids vorm) |
| anesamaningyō-姉様人形 | een papieren pop gekleed in traditionele Japanse kimono |
| anesan-姉さん | zus(ter); mevrouw; juffrouw (een woord waarmee men beleefd een vrouw aanspreekt) |
| anesankaburi-姉さん被り | handdoek om het hoofd gewikkeld |
| anfan・teriburu-アンファン・テリブル | enfant terrible (onverantwoordelijk [indiscreet] persoon) |
| anforumeru-アンフォルメル | informele schilderkunst (kunststroming 1945 - 1960) |
| anga-安臥 | het liggen in de gemakkelijkste houding |
| angai-案外 | brutaliteit; onbeleefdheid; lompheid |
| angājuman-アンガージュマン | engagement (politieke en maatschappelijke betrokkenheid) |
| angasuru-安臥する | in de gemakkelijkste houding liggen |
| angō-暗合 | dingen die toevallig met elkaar overeenkomen; een toevallige samenloop van omstandigheden |
| angōka-暗号化 | codering; encryptie; versleuteling |
| angōkagi-暗号鍵 | encryptiesleutel; versleutelingscode; coderingsleutel |
| angōkaidoku-暗号解読 | het breken [ontsleutelen; ontcijferen] van een geheime code; decodering |
| angōkasuru-暗号化する | coderen; versleutelen |
| angu-暗愚 | het redeloos zijn; achterlijkheid; zwakzinnigheid; imbeciliteit |
| angū-行宮 | tijdelijk verblijf gebouwd voor een keizerlijk bezoek |
| angura-アングラ | onconventioneel; radicaal; clandestien |
| anguro・sakuson-アングロ・サクソン | (taal) Angelsaksisch; Oudengels |
| anguro・sakuson-アングロ・サクソン | (lid van een volk) Angelsakser |
| angya-行脚 | pelgrimage; voettocht |
| ani-豈 | (met een negatie) in geen geval; niet in het minst; niet op welke manier dan ook |
| anii-兄い | oudere broer; ouder iemand (dan jijzelf) |
| aniki-兄貴 | oudere broer; man die ouder is dan jijzelf |
| aniki-兄貴 | (informeel) iemand die op natuurlijke wijze de baas is (bij jeugd(bendes), vaklui, yakuza e.d.) |
| animaru・serapī-アニマル・セラピー | therapeutische inzet van huisdieren (therapie waarbij huisdieren worden betrokken bij de behandeling) |
| anjerasu-アンジェラス | angelus (gebed in rooms-katholieke kerk) |
| anjinryūmei-安心立命 | gemoedsrust; berusting; spirituele vrede en verlichting |
| anjiru-按じる | wrijven; strelen |
| anjisuru-暗示する | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; verwijzen (naar); impliceren; aanraden |
| ankā-アンカー | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| anka-案下 | een toevoeging aan de adressering op een brief bij wijze van beleefdheid [respect] |
| ankake-餡掛け | gerechten die worden gemaakt met zetmeel (kudzu-zetmeel, o.a.) |
| ankāman-アンカーマン | (televisie) vaste presentator; programmacoördinator |
| ankan-安閑 | het nietsdoen; met de armen over elkaar zitten |
| ankensatsu-暗剣殺 | één van de richtingen [kompas-punten] in de Chinese astrologie; een noodlottige [ongeluk brengende] richting |
| anketsu-暗穴 | een scheldwoord als dwaas, gek, e.d. |
| anki-暗鬼 | angst uit onzekerheid [twijfel; illusie] |
| ankō-鮟鱇 | zeeduivel (vis) |
| ankogata-あんこ型 | de dikke buik van een sumoworstelaar; een dikke sumoworstelaar |
| ankoku-暗黒 | (fig.) duisternis [het donker zijn] (vanwege het morele verval) |
| ankokugai-暗黒街 | onderwereld; misdadigerswereld; penoze |
| ankokugai-闇黒街 | de onderwereld (van gangsters) |
| ankokumen-暗黒面 | donkere [duistere; lelijke] kant [schaduwkant] van de samenleving, het leven, etc. |
| ankokuseiun-暗黒星雲 | een donkere galactische nevel |
| ankuretto-アンクレット | enkelband |
| ankuretto-アンクレット | (korte) sok; enkelsok |
| ankuruhōrudo-アンクルホールド | (sport) enkelgreep; enkelklem |
| anmai-暗昧 | vaag [onduidelijk] zijn |
| anmari-あんまり | restant; overblijfsel; rest;; overschot |
| anmoraru-アンモラル | immoreel; onzedelijk |
| anna-あんな | zulke; zo'n; zoals dat [die] (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker) |
| annai-案内 | iem. te zien vragen; belet vragen (bij iem. voor iem.); aanbellen; aankloppen |
| annai-案内 | een gids (boek); een toelichting |
| annaisuru-案内する | (iem.) de weg wijzen; rondleiden; uitnodigen; te zien vragen (voor iem. anders); bemiddelen voor een ontmoeting; mededelen; laten weten |
| annindōfu-杏仁豆腐 | amandeltofu (Chinees dessert, soort gelatinepudding gemaakt van abrikozenpitmelk, agar en suiker) |
| annyui-アンニュイ | verveling; sleur; lusteloosheid |
| ano-あの | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) hallo; zeg; pardon; eh; nou ja; welnu |
| ano-あの | dat; die (op afstand van zowel de spreker als de toehoorder) |
| anō-あのう | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) hallo; zeg; pardon; eh; nou ja; welnu |
| anokata-彼の方 | (beleefd) die meneer; hij; die mevrouw; zij |
| anomī-アノミー | wetteloosheid; wetsloochening; anomie |
| anone-あのね | (tussenwerpsel, aan het begin van een zin) kijk; nou; trouwens; ik zal je eens wat vertellen; wacht even; luister; let op |
| anoyo-彼の世 | de andere wereld; de wereld van de doden; het hiernamaals |
| anoyō-彼の様 | op die (zelfde) manier; zoals dat |
| anpea-アンペア | ampère (eenheid van elektrische stroomsterkte) |
| anpera-アンペラ | (Maleis) ampela, een vaste plant van de zeggefamilie |
| anpi-安否 | veiligheid; welzijn |
| anrakkī-アンラッキー | onfortuinlijk; ongelukkig |
| anrakuisu-安楽椅子 | gemakkelijke [comfortabele; lekker zittende] stoel; luie stoel |
| ansanburu-アンサンブル | gezelschap; groep |
| ansanburu-アンサンブル | geheel; totaliteit; verzameling |
| anshan・rejīmu-アンシャン・レジーム | regeringsbestel in Frankrijk onder de Bourbons, voor de Franse revolutie |
| anshinkan-安心感 | gemoedsrust; veilig gevoel; gevoel van veiligheid |
| anshinritsumei-安心立命 | gemoedsrust; berusting; spirituele vrede en verlichting |
| anshinsuru-安心する | zich op zijn gemak [veilig; vredig] voelen; onbezorgd zijn |
| anshitsu-庵室 | kluizenaarscel; kluizenaarshut |
| anshitsu-暗室 | een doka [donkere kamer] (voor het ontwikkelen van foto's e.d.) |
| anshitsurampu-暗室ランプ | safelight; een lichtbron voor gebruik in een (fotografische) donkere kamer |
| anshiyakenbikyō-暗視野顕微鏡 | een donkerveld microscoop |
| ansokubi-安息日 | sabbat (Joods-Christelijke rustdag) |
| ansokunichi-安息日 | sabbat (Joods-Christelijke rustdag) |
| antaido・rōn-アンタイド・ローン | een lening waarbij niet vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| anteihaitō-安定配当 | stabiel dividend |
| anteikabunushi-安定株主 | sterke [loyale] aandeelhouder (die een aandeel voor langere tijd in bezit heeft) |
| anteiseichō-安定成長 | stabiele groei |
| anteisuru-安定する | stabiel [in evenwicht] zijn |
| anten-暗点 | een gedeeltelijke uitval van het gezichtsveld; blinde vlek; scotoom |
| anten-暗転 | een (plotselinge) verslechtering; een ongunstige wending |
| anten-暗転 | een verduistering op het toneel bij een scène- [decor] wisseling zonder het doek neer te laten |
| antena-アンテナ | antenne (voor ontvangst elektromagnetische golven) |
| antena-アンテナ | voelspriet; voelhoorn (van dieren, b.v. insecten |
| antena・shoppu-アンテナ・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| antensuru-暗転する | het toneel verduisteren voor een scène- [decor] wisseling; en ongunstige wending nemen; (plotseling) verslechteren |
| antō-案頭 | op het bureau; op de lessenaar [schrijftafel] |
| anza-安座 | kleermakerszit; met gekruide benen [de benen over elkaar] zitten |
| anzaisho-行在所 | een tijdelijke accommodatie gebouwd voor een keizerlijk bezoek |
| anzan-安産 | makkelijke [vlotte] bevalling |
| anzasu-アンザス | Australië, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten van Amerika (ANZUS) |
| anzen-暗然 | donker; onduidelijk; vaag |
| anzenberuto-安全ベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem |
| anzenpin-安全ピン | veiligheidsspeld |
| anzensōchi-安全装置 | veiligheidsapparaat; veiligheidssysteem; veiligheidsgrendel |
| anzenzaiko-安全在庫 | veiligheidsvoorraad (genoeg voorraad om wisselingen in vraag en aanbod aan te kunnen) |
| an'an-暗暗 | geheim; verborgen; vaag; onduidelijk |
| an'i-安位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| an'i-安慰 | een geruststelling en troost |
| an'i-安易 | luchthartigheid; gemakkelijk in de omgang zijn |
| an'isuru-安慰する | iem. geruststellen en troosten |
| an'utsu-暗鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| an'yakōro-暗夜行路 | A Dark Night's Passing, de titel van een roman (1921-1937) van Shiga Naoya |
| an'yo-あんよ | (in kindertaal) lopen; waggelen |
| aoaoto-青青と | helder [diep] blauw |
| aoaoto-青青と | helder [fris] groen |
| aobana-青洟 | groene snottebel (van een kind) |
| aodaishō-青大将 | Japanse ratelslang (Elaphe climacophora) |
| aogara-青雀 | pimpelmees (Parus caeruleus) |
| aogu-仰ぐ | vertrouwen (op); afhankelijk zijn (van) |
| aoikitoiki-青息吐息 | diepe ontsteltenis [ontzetting] |
| aoiroshinkoku-青色申告 | blauwe aangifte (soort aangifte inkomstenbelasting waarbij speciale inkomstenaftrek mogelijk is) |
| aoitori-青い鳥 | blauwe vogel |
| aoitori-青い鳥 | de blauwe Vogel (oorspronkelijk Frans toneelstuk, L’Oiseau Bleu, geschreven door Maurice Maeterlinck in 1908) |
| aoitori-青い鳥 | ook gebruikt in de betekenis van: geluk (dat men niet bemerkt ook al is het dichtbij) |
| aokabi-青黴 | blauwe schimmel; penicilline |
| aokimarikogenshō-青木まりこ現象 | het Mariko Aoki-fenomeen (het verschijnsel dat men een aandrang voelt om te poepen na het betreden van een boekwinkel) |
| aomi-青身 | het blauwachtige deel [vlees] van vissen |
| aonisai-青二才 | nieuweling; groentje |
| aori-障泥 | (paardrijden) een leren spatlap aan een zadel |
| aoru-呷る | verzwelgen; opslurpen; inslikken |
| aoshio-青潮 | blauw getij (waarbij de zwavel in zeewater colloïdaal wordt en het zeewater troebel wordt) |
| aota-青田 | groen rijstveld (seizoenwoord voor zomer in haiku) |
| aotagai-青田買い | rijst kopen voordat het geoogst wordt (terwijl het nog op het rijstveld groeit) |
| aotenjō-青天井 | het de pan uit rijzen (van prijzen); grenzeloos zijn |
| aotenjō-青天井 | blauwe hemel |
| aoyagi-青柳 | het vlees van een schelpdier, de stevige strandschelp bakagai (Mactra chinensis) |
| aoyagi-青柳 | de naam van een kleurschema van verschillende kimono lagen die over elkaar gedragen worden (voor de lente) |
| apashī-アパシー | apathie; lusteloosheid |
| apīru-アピール | appel; beroep (rechtszaak); protest |
| aporia-アポリア | aporie; besluiteloosheid; radeloosheid; onoplosbaar probleem |
| apotōshisu-アポトーシス | apoptose; apoptosis; celdood |
| appappa-あっぱっぱ | een dunne, koele zomerjurk |
| appuappu-あっぷあっぷ | naar adem snakkend; worstelend; zwoegend |
| appurike-アップリケ | appliqué (opgelegd versiersel) |
| appuru-アップル | appel (vrucht) |
| appuru・pai-アップル・パイ | appeltaart |
| appu・tsū・dēto-アップ・ツー・デート | up-to-date; modern; bij de tijd; actueel |
| arabotoke-新仏 | iem. die kort geleden overleden is |
| aragyō-荒行 | ascese; ascetische oefeningen; strenge religieuze discipline |
| arahōshi-荒法師 | een wilde [gewelddadige] monnik |
| arai-荒い | wild; gewelddadig; ruw |
| araiageru-洗い上げる | goed [helemaal] wassen |
| araihari-洗い張り | een kimono eerst uit elkaar halen en dan de delen apart wassen en uitgespreid [uitgerekt] laten drogen |
| araiotosu-洗い落とす | uitwassen; afspoelen |
| araizarai-洗い浚い | alles; geheel en al (zonder uitzondering) |
| arajotai-新所帯 | nieuw huishouden (na huwelijk); nieuw gezin |
| arakasegi-荒稼ぎ | het veel geld binnenharken; woekeren; speculeren; profiteren |
| arakata-粗方 | voor het grootste deel; meestal; bijna [praktisch] alles |
| arakawa-粗皮 | (ongelooide) dierenhuid; pels |
| arakureru-荒くれる | zich ruw [gewelddadig] gedragen |
| aramaki-新巻 | gezouten zalm in een blad gewikkeld |
| aramashi-あらまし | in grote lijnen; ongeveer; vrijwel |
| aramono-荒物 | diverse huishoudelijke artikelen (zoals bezem, stoffer,emmer, etc.) |
| arankagiri-あらん限り | alle macht; al het mogelijke; zijn uiterste best; alles bij elkaar |
| aranu-有らぬ | verkeerd; fout; ongegrond; irrelevant |
| arare-霰 | (gesneden) kleine blokjes [dobbelsteentjes] |
| arare-霰 | hagel; hagelkorrels; hagelstenen |
| araremonai-あられもない | onbetamelijk; onfatsoenlijk; onzedelijk |
| araryōji-荒療治 | drastische maatregel [behandeling] |
| arasu-荒らす | verwoesten; vernielen; beschadigen\; breken |
| aratama-粗玉 | ruwe [ongeslepen] edelsteen |
| aratamano-新玉の | (uitdrukking voor) de verwelkoming [begroeting] van een nieuw begin (het nieuwe jaar, de nieuwe lente, etc.) |
| aratamaru-改まる | formeel zijn |
| aratameru-改める | nakijken; onderzoeken; inspecteren; tellen |
| arau-洗う | wassen; schoonmaken; afspoelen; wegspoelen (door regen, etc.) (goed) wasbaar zijn |
| arawasu-現す | uiten; weergeven; voorstellen |
| arawaza-荒業 | zwaar (lichamelijk) werk |
| arayuru-凡ゆる | alles; elk(e); iedere |
| are-あれ | dat; die (op afstand van zowel de spreker als de toehoorder) |
| arekore-彼是 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
| arenji-アレンジ | bewerking (muziek, toneel, etc.) |
| arenjimento-アレンジメント | bewerking (muziek, toneel, etc.) |
| areru-荒れる | hevige schommelingen (in de markt) vertonen |
| areru-荒れる | wild [woedend; razend; gewelddadig] worden |
| areshiki-あれしき | onbeduidend; onbelangrijk |
| ariarito-ありありと | duidelijk; helder; levendig |
| aridaka-有り高 | huidige hoeveelheid (voorraad) |
| arigane-有り金 | beschikbaar geld; geld dat er voorhanden is |
| arigatameiwaku-有り難迷惑 | een ongewenste gunst; misplaatste vriendelijkheid |
| arigatō-有り難う | dank u [je] wel; bedankt |
| arijigoku-蟻地獄 | mierenleeuwen (insecten: Myrmeleontidae) |
| arimoshinai-有りもしない | onwaar; onecht; onwerkelijk; niet bestaand |
| arinashi-有り無し | wel of niet; ja of nee; aanwezigheid of afwezigheid |
| arinomama-ありの儘 | werkelijkheid; zoals het (werkelijk) is; duidelijk; rechtlijnig |
| arinsu-ありんす | bestaan; (er) zijn (een oude, beleefde vorm van arimasu, vooral gebruikt door prostituees en courtisanes in het Shin-Yoshiwara-dustrict in Edo) |
| arishihi-在りし日 | de afgelopen dagen; vervlogen tijden; dagen van weleer; lang geleden |
| arisutokurashī-アリストクラシー | aristocratie; de adel |
| aritai-有りたい | wenselijk; gewenst zijn |
| aritayaki-有田焼 | Arita aardewerk [porselein] (uit de omgeving van de stad Arita, Kyūshū) |
| aritoarayuru-有りとあらゆる | elke denkbare; alle mogelijke |
| aritsuku-有り付く | eindelijk krijgen (wat men verlangt); door geluk verkrijgen |
| arittake-有りっ丈 | alles wat als er is; zoveel als men heeft; alles bij elkaar |
| ariuru-あり得る | mogelijk; waarschijnlijk |
| arubatorosu-アルバトロス | albatros (golfterm: dat men 3 slagen minder nodig heeft op een hole dan gemiddeld; ook wel double eagle genoemd) |
| arubatorosu-アルバトロス | albatros (zeevogel Diomedea) |
| arubeki-有るべき | zou (zo) moeten zijn; wenselijk [de bedoeling] zijn |
| arufasei-アルファ星 | alfa ster (helderste ster in een sterrenbeeld) |
| arugamama-有るが儘 | werkelijkheid; zoals het (werkelijk) is; duidelijk; rechtlijnig |
| arugon-アルゴン | argon (chemisch element) |
| aruha-或は | of; of wel; misschien; mogelijk; soms |
| aruheitō-有平糖 | decoratief (vaak kleurrijk) snoepgoed gemaakt van suiker en zetmeelsiroop (ook vaak als zuurstok of lolly) |
| aruiwa-或いは | misschien; mogelijk |
| aruiwa-或いは | of; of...of (wel).... |
| arukadia-アルカディア | Arcadia; Arcadië (landschap op de Peloponnesus, Griekenland; in de literatuur voorgesteld als ideaal) |
| arukanakika-有るか無きか | een heel klein beetje; iets heel vaags |
| arukanashi-有るか無し | een heel klein beetje |
| aruku-歩く | lopen; wandelen |
| arumajiki-有るまじき | ongepast; onbetamelijk; beneden peil |
| arumajikikōi-あるまじき行為 | ongepast gedrag; onwaardige handeling |
| arumajiro-アルマジロ | armadillo; gordeldier |
| arupenshutokku-アルペンシュトック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arupensutokku-アルペンストック | alpenstok; bergstok (wandelstok met scherpe metalen punt) |
| arusachian-アルサチアン | Elzasser; herdershond; Duitse herder |
| arutairu-アルタイル | Altair (alpha Aquilae, de helderste ster in het sterrenbeeld Arend) |
| arutokibarai-ある時払い | betalen van leningtermijnen wanneer mogelijk [wanneer men geld heeft] |
| aruto・haideruberuku-アルト・ハイデルベルク | Oud-Heidelberg (Duits romantisch toneelstuk door Wilhelm Meyer-Förster) |
| aryū-亜流 | medestander; volgeling; aanhanger |
| aryūsan-亜硫酸 | zwaveligzuur; waterstofsulfiet |
| aryūsangasu-亜硫酸ガス | zwavelzuurgas; zwaveldioxidegas |
| asadora-朝ドラ | Japans televisieserie (drama) uitgezonden in ochtend |
| asagaeri-朝帰り | het 's ochtends vroeg thuiskomen (na de hele nacht te zijn weggeweest) |
| asagake-朝駆け | een voorbeeld van iets dat gemakkelijk is |
| asagi-浅黄 | lichtgeel |
| asagiri-朝霧 | ochtendmist; ochtendnevel |
| asahi-朝日 | vroegrijpe appelsoort |
| asaji-浅茅 | (afk. van) de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asajiu-浅茅生 | de plek met schaarse begroeiing van Japans gras (ook als metafoor voor een verlaten veld of gebied) |
| asamashii-浅ましい | bespottelijk; meelijwekkend; zielig |
| asamashii-浅ましい | schandelijk; schandalig; gemeen |
| asameshimae-朝飯前 | heel gemakkelijk; een fluitje van een cent; kinderspel |
| asanaasana-朝な朝な | iedere [elke] ochtend [morgen] |
| asappara-朝っぱら | heel vroeg in de ochtend; voor dag en dauw; in alle vroegte |
| asari-浅蜊 | Filipijnse tapijtschelp (Ruditapes philippinarum) |
| asari-漁り | het vangen van vis en schelpdieren |
| asasuzu-朝涼 | koelte in de ochtend (in de zomer) |
| asazuke-浅漬け | licht gepekelde [ingelegde] groenten |
| asemizu-汗水 | overvloedig zweet; veel transpiratievocht |
| asemizuku-汗水漬く | helemaal bezweet zijn; kleddernat van het zweet zijn |
| aseru-焦る | gehaast [haastig; ongeduldig; rusteloos] zijn |
| asesumento-アセスメント | schatting; taxatie; beoordeling |
| ashiba-足場 | steiger; stellage; toneel |
| ashibaya-足早 | loopsnelheid |
| ashibayani-足早に | met snelle pas; met flinke [kwieke] tred |
| ashide-葦手 | een gekalligrafeerd landschap van water met riet, gras, rotsen, bomen, vogels, etc., weergegeven in kana en kanji |
| ashide-葦手 | een speelse kalligrafiestijl (gebruikt van de Heian- tot de Kamakura-periode) |
| ashidematoi-足手纏い | belemmering; last; hindernis; remmende factor; (fig.) molensteen |
| ashigakari-足掛かり | aanzet; afzet; begin; sleutel (tot iets) |
| ashigoshirae-足拵え | schoeisel |
| ashiguruma-足車 | (judo) beenwiel; voetwiel |
| ashika-海驢 | zeeleeuw |
| ashikase-足枷 | enkelboeien; ketenen |
| ashikase-足枷 | belemmering; obstakel |
| ashikiri-足切り | het toepassen van een vastgestelde grenswaarde (als criterium voor slagen of zakken bij een examen) |
| ashikiri-足切り | de naam van een kinderspel (twee deelnemers rennen langs een rij kinderen met bamboestokken op kniehoogte, wie niet op tijd springt is af) |
| ashikubi-足首 | enkel (van voet) |
| ashimakase-足任せ | het zonder plan op pad gaan; lopen zonder doel |
| ashinuki-足抜き | ontsnapping uit een moeilijke [penibele] situatie |
| ashioto-足音 | het geluid van voetstappen |
| ashirai-あしらい | behandeling; manier van omgaan met |
| ashirai-あしらい | muzikale begeleiding |
| ashirau-あしらう | behandelen; omgaan met |
| ashishigeku-足繁く | vaak; regelmatig; frequent |
| ashitori-足取り | beengreep (bij sumo worstelen) |
| ashizukai-足使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de benen van een pop beweegt |
| ashizuri-足摺り | het struikelen |
| ashizuri-足摺り | het met de voeten op de grond stampen [schuivelen] |
| asobaseru-遊ばせる | (kinderen) laten [doen] spelen; hun gang laten gaan |
| asobaseru-遊ばせる | niet laten werken; buiten werking [gebruik] stellen; ongebruikt laten |
| asobasu-遊ばす | (een kind) laten spelen |
| asobi-遊び | spel; amusement; vrijetijdsbesteding |
| asobi-遊び | speling (bv. van een wiel, touw, etc.) |
| asobiaite-遊び相手 | speelkameraad; speelmakker |
| asobiba-遊び場 | speelveld; speelplaats; speelplein |
| asobidōgu-遊び道具 | speelgoed; speeltje |
| asobigokoro-遊び心 | een speelse stemming [geest]; speelsheid |
| asobigokoro-遊び心 | speels [ontspannen; niet serieus] zijn |
| asobigoto-遊び事 | spel; vermaak; ontspanning; recreatie |
| asobihōkeru-遊び呆ける | de tijd doorbrengen met nutteloos vermaak |
| asobijikan-遊び時間 | speelkwartier; pauze |
| asobu-遊ぶ | spelen; zich amuseren; plezier hebben |
| asōgi-阿僧祇 | (boeddh.) een ontelbaar getal |
| asoko-あそこ | daar; die plaats (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker) |
| assai-圧砕 | vergruizing; verbrijzeling |
| assari-あっさり | makkelijk; simpel; snel; licht |
| assatsu-圧殺 | het (met geweld) onderdrukken |
| assei-圧政 | tirannie; dwingelandij; onderdrukkend regime |
| assen-斡旋 | (arbeids)bemiddeling; interventie |
| assen-斡旋 | [een aanbeveling; referentie; getuigschrift |
| assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | smeergeld aannemen; corruptie |
| assensuru-斡旋する | zich voor iem. inspannen [inzetten]; bemiddelen; aanbevelen |
| asshi-あっし | (informele, ouderwetse manier om naar zichzelf te verwijzen, gebruikt door mannen) ik |
| asshi-私 | (informele, ouderwetse term, gebruikt door mannen, voor de eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| asshō-圧勝 | overweldigende [verpletterende] overwinning [zege] |
| asshukukichō-圧縮記帳 | een aantekening [notering] van verminderde waarde (bij een financiële transactie) |
| assuru-圧する | onderdrukken; domineren; overweldigen |
| āsu-アース | aarde (elektrotechniek) |
| asukī-アスキー | ASCII, digitale codetabel (American Standard Code for Information Interchange) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Reliant Astrodome (ook wel genoemd Houston Astrodome, naam van een koepelvormig honkbalstadion in Amerika) |
| asutorodōmu-アストロドーム | Astrodome (overdekt sportstadion met doorzichtige koepel) |
| asutorotāfu-アストロターフ | kunstgras (oorspronkelijk van het merk AstroTurf) |
| atai-私 | (eerste persoon enkelvoud, gebruikt door vrouwen of kinderen uit de kasteelstad (shitamachi), of de demi-monde) ik; mij |
| atakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atamadashi-頭出し | het startpunt bepalen voor het afspelen van audio-, film- of video-opnamen |
| atamadashi-頭出し | het vooraf een overzicht geven van de belangrijkste punten van een (zakelijke) presentatie |
| atamadekkachi-頭でっかち | boekenwijsheid; boekengeleerde; intellectueel; theoreticus |
| atamakara-頭から | geheel; compleet; volledig |
| atamawari-頭割り | het delen van de kosten [uitgaven] (per persoon) |
| atara-可惜 | helaas; spijtig; betreurenswaardig |
| atari-当たり | (go-spel) wanneer een steen zich in een positie bevindt waar hij met één zet kan worden geslagen |
| atari-当たり | vriendelijkheid; gezelligheid |
| atari-当たり | succes; precies!; (het is) gelukt! |
| ataribachi-当たり鉢 | (aardewerk) vijzel (om te malen) |
| ataridoshi-当たり年 | een goed [gelukkig] jaar |
| atarihazure-当たり外れ | een kwestie van geluk; onvoorspelbaar; lukraak; met wisselend resultaat |
| atarimae-当たり前 | juist; geschikt; vanzelfsprekend; logisch; normaal |
| atarisawari-当たり障り | belemmering; obstakel; hindernis; beletsel |
| atariya-当たり屋 | iemand die succesvol is; iemand die veel geluk heeft (b.v. bij gokken) |
| atariya-当たり屋 | iemand die zich opzettelijk een ongeluk laat overkomen (om schadegeld te claimen) |
| atariyaku-当たり役 | (film of toneel) goede [succesvolle] rol |
| atashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| atataka-暖か | warmte (fig., gevoel, etc.); hartelijkheid; vriendelijkheid |
| atatakai-暖かい | vriendelijk; teder; liefhebbend; hartelijk |
| atatakami-温かみ | warmte; vriendelijkheid; medeleven |
| atatchimento-アタッチメント | attachment; bijlage; aanhangsel |
| atau-能う | kunnen (doen); mogelijk zijn; (met negatie) onmogelijk zijn |
| atchi-あっち | die kant (op afstand van zowel de toehoorder als de spreker); daar; die |
| atchikotchi-彼方此方 | door elkaar; in de verkeerde volgorde; omgekeerd; verward |
| ate-当て | doel; bedoeling |
| ate-当て | hoop; kans; mogelijkheid; gissing; veronderstelling; verwachting; vooruitzicht |
| ateate-当て当て | ieder zijn deel geven |
| atebumi-宛文 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| atebumi-宛文 | een officieel document (met daarin een persoonlijke opdracht of mandaat voor de geadresseerde) |
| atedo-当て所 | doel; bestemming |
| atedokoro-当て所 | doel; bestemming; bedoeling |
| ategai-宛てがい | het uitdelen [toewijzen]; een (toegewezen) (aan)deel [portie; quotum] |
| ategai-宛てがい | een goede regeling [maatregel; voorziening] |
| ategai-宛てがい | een toelage [salaris] (krijgen); toegewezen land [grond] |
| ategaibuchi-宛行扶持 | de afgepaste hoeveelheid rijst die een baas betaalde als loon aan zijn knechten (Edo periode) |
| ategau-宛てがう | (juist) verdelen; distribueren; uitdelen; toewijzen; toekennen |
| atehazure-当て外れ | iets dat tegenvalt; een (grote) teleurstelling |
| atekko-当てっこ | het (spel van het ) raden [gissen; gokken]; een quiz |
| atekko-当てっこ | het spelletje [een wedstrijd] waarbij men iets naar een bepaald doel probeert te gooien |
| atekomi-当て込み | in het theater het publiek bespelen in de hoop applaus te krijgen |
| atekosuri-当て擦り | een beledigende opmerking; sneer; insinuatie; sarcasme |
| atekosuru-当て擦る | insinueren (dat); op een bedekte manier een aantijging maken tegen iem.; onder de dekmantel van een heel ander verhaal tegen iem. een ironische opmerk |
| atekoto-当て言 | iets op een genuanceerde manier zeggen (zonder kwade bedoelingen) |
| atemi-当て身 | een knock-out slag; slag op een belangrijk deel van de tegenstander |
| atemono-当て物 | een hoes; voering; vulling; vulsel; beschermlaag |
| atenashi-当て無し | doelloos zijn; in 't wilde weg |
| ateokonaijō-充行状 | een officieel document waarin een leenheer zijn vazal een stuk (grond)bezit gaf (Kamakura en Muromachi-periode) |
| aterareru-当てられる | geraakt [getroffen] worden; schade oplopen; geraakt [gekwetst; beledigd] worden |
| ateru-当てる | verdelen; uitdelen; toekennen; bestemmen; aanwijzen |
| ateru-当てる | (iets) blootstellen aan (zon, regen, wind, e.d.) |
| ateru-当てる | dicht tegen [op] elkaar drukken [plakken] |
| atetsuke-当て付け | een insinuatie [toespeling]; een hatelijke opmerking |
| atetsukegamashii-当て付けがましい | zeer insinuerend [hatelijk; gemeen] |
| atetsukeru-当て付ける | insinueren; een hatelijke opmerking maken; hatelijk doen |
| ātifisharu-アーティフィシャル | artificieel; kunstmatig; kunst- |
| ato-後 | restant; rest; overblijfsel |
| ato-跡 | spoor; sporen (nagelaten) |
| ato-跡 | overblijfsel(en); ruïne |
| atoaji-後味 | nasmaak (fig.); slecht gevoel achteraf |
| atobarai-後払い | uitgestelde betaling; nabetaling; krediet |
| atobō-後棒 | persoon die de achterkant van de draagstoel draagt |
| atochi-跡地 | braakliggend land [kavel; perceel] (na afbraak van de gebouwen die erop stonden) |
| atohikijōgo-後引き上戸 | een onverzadigbare drinker; drankorgel |
| atojisari-後退り | het terugtreden; terugtrekken; terugkrabbelen; een stap terug doen; achteruitgaan |
| atokata-跡形 | spoor; overblijfsel; bewijs; bewijsmateriaal |
| atokusare-後腐れ | overblijvende [resterende; niet geheel opgeloste] problemen (voor later) |
| atomawashi-後回し | uitstel |
| atooishinjū-後追い心中 | zelfmoord gepleegd na de dood van de geliefde partner |
| atorakutibu-アトラクティブ | aantrekkelijk |
| atorie-アトリエ | atelier; werkplaats; studio |
| atoshimatsu-後始末 | het op orde brengen; herschikken; rechtzetten; afwikkelen; sorteren; opruimen |
| atoyaku-後厄 | het jaar na de kritieke leeftijd [periode]; het jaar na het ongeluksjaar |
| atozeme-後攻め | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
| atozusari-後退り | het terugtreden; terugtrekken; terugkrabbelen; een stap terug doen; achteruitgaan |
| atozusarisuru-後退りする | terugkrabbelen; terugtrekken; terugdeinzen |
| atsuatsu-熱熱 | hartstochtelijke liefde [verliefdheid] |
| atsugari-暑がり | erg gevoelig zijn voor hitte; iemand die niet goed tegen warmte kan |
| atsui-厚い | vriendelijk; hartelijk; zorgzaam; meelevend |
| atsui-熱い | hartstochtelijk; vurig |
| atsui-熱い | heet (aanvoelen) |
| atsuita-厚板 | dikke textielstof; dikke zijden stof waarin patronen worden geweven met verschillende draden |
| atsukai-扱い | het bemiddelen in rechtszaken of geschillen |
| atsukai-扱い | het behandelen; omgaan met; zorgen voor |
| atsukamashii-厚かましい | schaamteloos |
| atsukau-扱う | verkopen; verhandelen |
| atsukau-扱う | behandelen |
| atsukau-扱う | (goed) behandelen; omgaan met; ontvangen; verwelkomen |
| atsukau-扱う | bemiddelen |
| atsumaru-集まる | verzameld [vergaard] worden; krijgen |
| atsumaru-集まる | bij elkaar komen; zich verzamelen |
| atsumeru-集める | verzamelen |
| atsumeru-集める | concentreren; samen [bij elkaar] brengen |
| atsurae-誂え | een bestelling; besteld artikel [product] |
| atsuraemuki-誂え向き | ideaal [heel geschikt] zijn (voor); op bestelling gemaakt |
| atsuraeru-誂える | een opdracht geven [verstrekken]; een bestelling plaatsen |
| atsuryokudantai-圧力団体 | pressiegroep; belangenvereniging |
| atsuryokugama-圧力釜 | een snelkookpan; snelkoker; hogedrukpan |
| atsuryokuhenshitsu-圧力変質 | het verschijnsel dat gesteenten in aardlagen onder druk veranderen [metamorfoseren] |
| atsuryokunabe-圧力鍋 | een snelkookpan; snelkoker; hogedrukpan |
| atsusashinogi-暑さ凌ぎ | afkoeling; verkoeling; het verminderen [afnemen] van hitte |
| atsushi-あつし | kleding gemaakt van iepenschors (traditioneel gedragen door de Ainu in Japan) |
| attakai-暖かい | vriendelijk; teder; liefhebbend; hartelijk |
| attō-圧倒 | het overweldigen [onder de voet lopen] |
| attōsuru-圧倒する | overweldigen; onder de voet lopen |
| attōteki-圧倒的 | overweldigend |
| atto・hōmu-アットホーム | huiselijk; gezellig |
| au-会う | elkaar ontmoeten [zien] |
| au-会う | een onaangename [onwelkome] ontmoeting hebben; iets onaangenaams tegenkomen |
| au-合う | bij elkaar komen; samensmelten |
| au-合う | overeenstemmen; harmoniëren; bij elkaar passen |
| autā・supēsu-アウター・スペース | het heelal; universum |
| autobān-アウトバーン | autosnelweg |
| autofaitingu-アウトファイティング | het vechten op een bepaalde afstand van elkaar |
| autoretto・shoppu-アウトレット・ショップ | outlet winkel |
| autosaido-アウトサイド | (sport) buiten de baan; buitenspel |
| auto・bokushingu-アウト・ボクシング | boksen staand op bepaalde afstand van elkaar |
| awa-泡 | (lucht)belletjes; bubbel; schuim (van zeep, bier, etc.) |
| awabigaeshi-鮑返し | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awabimusubi-鮑結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| awadatsu-泡立つ | bubbelen; schuimen |
| awadatsu-粟立つ | kippenvel hebben (van kou of angst) |
| awajimusubi-淡路結び | in elkaar geknoopt sierdraad in de vorm van een abalone schelp (als decoratie) |
| aware-哀れ | (arch.) schoonheid; elegantie; pracht |
| aware-哀れ | (arch.) iets dat geliefd [dierbaar] is; iets dat na aan het hart ligt |
| aware-哀れ | het zielig [armzalig] zijn; in een meelijwekkende situatie verkeren |
| aware-哀れ | droevig zijn; ellendig zijn; in een ellendige situatie verkeren |
| aware-哀れ | droefheid; melancholie; verdriet; (onvervuld) verlangen |
| aware-哀れ | Ah; Oh; (als tussenwerpsel: een woordje dat uitdrukking geeft aan diepe gevoelens van bewondering [vreugde; geluk; verdriet]; |
| awaremi-哀れみ | medelijden; mededogen |
| awaremu-哀れむ | bewonderen; waarderen; houden van; gevoelig [ontvankelijk] zijn (voor) |
| awaremu-哀れむ | medelijden hebben met; zielig vinden |
| awaremu-哀れむ | goedhartig [vriendelijk; welwillend] zijn (jegens iem.) |
| awareppoi-哀れっぽい | treurig; droevig; triest; meelijwekkend |
| awasekagami-合わせ鏡 | Infinity spiegel; oneindige spiegel (twee of meerdere spiegels die steeds hetzelfde beeld weerkaatsen) |
| awasemotsu-併せ持つ | twee dingen [goede en slechte dingen] tegelijkertijd hebben; naast het ene ook het andere hebben |
| awaseru-会わせる | op elkaar afstemmen; coördineren |
| awaseru-会わせる | zich blootstellen aan; trotseren |
| awaseru-会わせる | vergelijken |
| awasete-合わせて | in totaal; alles bij elkaar [tezamen] |
| awasete-合わせて | bovendien; daarbij; tegelijkertijd |
| awasu-合わす | bij [in] elkaar passen |
| awatadashii-慌ただしい | gehaast; gejaagd; rusteloos; druk |
| awatsubu-粟粒 | iets heel kleins; kruimeltje |
| awatsubu-粟粒 | gierstkorrel |
| awayokuba-あわよくば | indien mogelijk; als de omstandigheden het toelaten; als ik geluk heb |
| awayuki-泡雪 | geleiachtig dessert gemaakt van opgeklopt eiwit, agar en suiker |
| awayuki-泡雪 | een dun laagje sneeuw; lichte ( snel smeltende) sneeuw |
| aya-アヤ | (een geluid dat gemaakt wordt bij schrik of ontroering) ah; ojee |
| aya-綾 | (kleine) schommelingen (op de markt) |
| ayabumu-危ぶむ | bezorgd zijn om; vrezen voor; twijfelen aan; betwijfelen |
| ayadoru-綾取る | met zorg behandelen; controleren |
| ayakarimono-肖り者 | een geluksvogel; iemand die veel geluk heeft |
| ayakaru-肖る | in iemands geluk delen; dezelfde voordelen genieten |
| ayamaritsutaeru-誤り伝える | iets verdraaien (b.v. de werkelijkheid); een verkeerde voorstelling [indruk] geven (van iets) |
| ayamatsu-過つ | iets immoreels doen; een zonde begaan |
| ayamatte-誤って | per ongeluk; per abuis; bij vergissing |
| ayamodoshi-アヤ戻し | pullback, een tijdelijke prijsverhoging terwijl de markt blijft dalen |
| ayanasu-彩なす | (met veel kleuren) versierd zijn |
| ayaori-綾織り | een weefmethode waarbij de punten waar de scheringdraden en inslagdraden elkaar kruisen |
| ayaoshi-アヤ押し | pushback, een tijdelijke prijsdaling terwijl de markt in een opwaartse trend zit |
| ayashige-怪しげ | twijfelachtig [verdacht] zijn |
| ayashii-怪しい | louche; verdacht; twijfelachtig; onbetrouwbaar |
| ayasu-あやす | (een baby of kind) knuffelen; liefkozen; sussen; in de armen wiegen |
| ayatori-綾取り | afneemspel (het vormen van figuren met een touwtje om de vingers, waarvan de lussen telkens worden doorgegeven aan anderen) |
| ayu-阿諛 | vleierij; pluimstrijkerij; ophemeling |
| ayu-鮎 | ayu (vis, Plecoglossus altivelis) |
| ayumi-歩み | vooruitgang; ontwikkeling |
| ayumiyoru-歩み寄る | (toe)lopen naar (elkaar) |
| ayumu-歩む | doormaken; ervaren; (het levenspad) belopen [begaan; volgen]; verrichten (studie, e.d.) |
| aza-字 | sectie van een stad of dorp in een plattelandsdistrict |
| azami-薊 | distel (plant, Cirsium) |
| azamuku-欺く | de illusie geven van; bedrieglijk veel lijken op |
| azanau-糾う | (touw) vlechten; in elkaar draaien |
| azayaka-鮮やか | helderheid; levendigheid; pracht |
| aze-畔 | een richel de latei en de drempel |
| aze-畔 | aarden wal [pad] tussen de rijstvelden |
| azekura-校倉 | pakhuis (op palen) met wanden gemaakt van horizontaal gestapelde boomstammen |
| azemichi-畔道 | (verhoogd) pad tussen de rijstvelden |
| azen-唖然 | stomverbaasd; sprakeloos van verbazing |
| azoierō-アゾイエロー | azogeel (kleurstof Azomethine) |
| azukari-預かり | een onbesliste wedstrijd; het uitstellen van een beslissing |
| azukaru-与る | deelnemen aan; mee doen met; een aandeel hebben in; betrokken zijn bij |
| azukeirekin-預入金 | ingelegd geld; gestort bedrag |
| azukeru-預ける | (iets aan iemand) toevertrouwen [in bewaring geven]; (geld) deponeren (bij een bank) |
| azumakudari-東下り | historische term voor het vanuit Kyoto naar de oostelijke provincies (en Edo) reizen |
| azumaotoko-東男 | een man uit Edo, Kanto regio (werd beschouwd als sterk en mannelijk) |
| azumaya-東屋 | prieel; paviljoen; tuinhuisje |
| azusa-梓 | (een andere naam voor) gele trompetboom (Catalpa ovata) |
| a・kapera-ア・カペラ | a capella (zingen zonder instrumentale begeleiding) |
| ba-ば | (geeft de aanleiding van wat volgt, nl. een veronderstelling, betoog of beschouwing, etc. van iem.) gezien... |
| ba-ば | (in de combinaties naraba, iwaba, tatoeba, etc. gebruikt als bijwoord) namelijk; wat betreft; als het |
| ba-ば | zo (zeer) als; naarmate; in dezelfde mate als |
| ba-罵 | (in kanji-combinaties) beledigen; uitschelden |
| ba-羽 | (in kanji-combinaties) veer; vleugel |
| baa-ばあ | (onomatopee) troostend geluid (voor een kind) |
| baai-場合 | gelegenheid; zaak; (voor) het geval (dat); ingeval; als; indien |
| baatari-場当たり | (op het toneel) kwinkslag; grap |
| baatari-場当たり | improvisatie; impulsieve [spontane] handeling |
| babanuki-ばば抜き | (kaartspel) zwartepieten |
| bāberu-バーベル | een barbell (lange halter met gewichten) |
| baberunotō-バベルの塔 | de Toren van Babel |
| baburu-バブル | luchtbel |
| baburu-バブル | economische zeepbel (bubbel) |
| baburukeizai-バブル経済 | zeepbel [bubbel] economie |
| bācharu・riaritī-バーチャル・リアリティー | virtuele werkelijkheid [realiteit] |
| bacherā-バチェラー | vrijgezel |
| bacherā-バチェラー | bachelor (universitaire graad) |
| bachi-罰 | straf van de goden; goddelijke vergelding |
| bachi-罰 | verdiende loon; straf; vergelding |
| bachiatari-罰当たり | zondaar; ellendeling; schurk |
| bachigai-場違い | het misplaatst [niet op zijn plaats; ongepast; ongelegen] zijn |
| bachisukāfu-バチスカーフ | bathyscaaf (duiktoestel voor diepzeeonderzoek) |
| badachi-場立ち | effectenhandelaar; beursmakelaar |
| bādī-バーディー | birdie (golfterm, 1 slag minder nodig voor een hole dan gemiddeld) |
| bādo-バード | vogel |
| bādo・sankuchuari-バード・サンクチュアリ | vogelreservaat (beschermd gebied voor vogels) |
| bādo・wīku-バード・ウィーク | de week waarin de aandacht wordt gevraagd voor het beschermen en houden van (wilde) vogels (10-16 mei) |
| baffā-バッファー | buffer(mengsel) (chemie) |
| bagen-罵言 | gescheld; beledigingen; scheldwoord(en) |
| bagupaipu-バグパイプ | doedelzak (muziekinstrument) |
| bai-バイ | bi; biseksueel |
| bai-倍 | twee keer [maal]; het dubbele |
| bai-媒 | (in kanji combinaties) bemiddelen |
| bai-貝 | (een soort zeeslak) Japanese Babylon; Japanese ivoren schelp |
| bai-貝 | draaitol (traditioneel gemaakt van de Japanese Babylon schelp) |
| baiasu-バイアス | vooroordeel |
| baiasu-バイアス | voorspanning (elektriciteit) |
| baibai-売買 | kopen en verkopen; handel |
| baibaigēmu-倍倍ゲーム | verdubbelspel (waarbij je score verdubbelt elke keer dat je wint) |
| baibaihōkokusho-売買報告書 | handelsrapport; koop- en verkoopverslag |
| baibaisaeki-売買差益 | handelswinst; winst uit koop- en verkoop |
| baibaisason-売買差損 | handelsverlies; verlies uit koop- en verkoop |
| baibaisuru-売買する | handelen; kopen en verkopen |
| baiben-買弁 | comprador; Chinese handelsagent |
| baiboku-売卜 | waarzeggerij; toekomstvoorspelling |
| baiburēshon・mōdo-バイブレーション・モード | trilstand (van een mobiele telefoon) |
| baiburu-バイブル | Bijbel |
| baichi-培地 | (biologie) voedingsbodem (voor het kweken van micro-organismen en cellen) |
| baidai-倍大 | dubbele grootte; twee keer zo groot |
| baiden-売電 | de verkoop van elektriciteit door particulieren, bedrijven, e.d. aan elektriciteitsbedrijven |
| baiden-買電 | het kopen van elektriciteit door elektriciteitsbedrijven van andere ondernemingen |
| baigaku-倍額 | verdubbeling van de prijs [het bedrag] |
| baihin-売品 | verkoopartikel |
| baihin-陪賓 | gasten begeleider; begeleider van de eregast |
| baika-倍加 | verdubbeling |
| baikai-媒介 | bemiddeling; interventie; fungeren als tussenpersoon |
| baikyū-倍旧 | herdubbeling; (opnieuw) verdubbeling |
| baimei-売名 | reclame maken voor jezelf; iets doen omwille van de publiciteit; publiciteit zoeken |
| baindā-バインダー | band; windsel |
| bainin-売人 | verkoper; handelaar |
| baiorensu-バイオレンス | geweld |
| baiorinisuto-バイオリニスト | violist(e); vioolspeler [vioolspeelster] |
| baipurēyā-バイプレーヤー | bijrol (film of toneel) |
| bairyō-倍量 | dubbele hoeveelheid |
| baiseki-陪席 | bijwoning; deelname (met iemand hoger in rang) |
| baisekusharu-バイセクシャル | een biseksueel (iem. die bisexueel is) |
| baisekusharu-バイセクシャル | biseksueel |
| baisekushuaru-バイセクシュアル | een biseksueel (iem. die bisexueel is) |
| baisekushuaru-バイセクシュアル | biseksueel |
| baisen-媒染 | het beitsen van stoffen [weefsels] (met een bijtmiddel behandelen voordat ze worden geverfd) |
| baishaku-媒酌 | (aanstaande huwelijks-) bemiddeling; het koppelen; tot stand brengen van een huwelijk |
| baishakusuru-媒酌する | koppelen; een huwelijk tot stand brengen; als tussenpersoon optreden |
| baishō-賠償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosstelling |
| baishōsekininhoken-賠償責任保険 | aansprakelijkheidsverzekering |
| baisū-倍数 | veelvoud |
| baisuru-倍する | vermenigvuldigen; verdubbelen; verhogen |
| baisūsei-倍数性 | polyploïdie (in erfelijkheidsleer) |
| baita-売女 | neerbuigende uitdrukking; scheldwoord |
| baitai-媒体 | medium; media; communicatiemiddelen |
| baiten-売店 | kiosk; winkeltje; stalletje; kraampje |
| baiyō-培養 | kweek; teelt |
| baizai-媒材 | oplosmiddel (verf) |
| baizō-倍増 | verdubbeling; herdubbeling |
| bai・purē-バイ・プレー | terzijde-handeling (toneel; film, etc.); figuratie |
| bai・rain-バイ・ライン | naamregel (bij een artikel waar de naam van de auteur wordt vermeld) |
| bakabakashii-馬鹿馬鹿しい | belachelijk; absurd; dom; onzinnig |
| bakagai-馬鹿貝 | schelpdier (Mactra chinensis) |
| bakageru-馬鹿げる | er dom [dwaas; absurd; belachelijk] uitzien |
| bakajikara-馬鹿力 | een grote lichamelijke kracht; dierlijke kracht |
| bakakusai-馬鹿臭い | absurd; belachelijk |
| bakane-馬鹿値 | een belachelijke [absurde] prijs |
| bakarashii-馬鹿らしい | dom; absurd; belachelijk; bespottelijk; ongerijmd; zinloos |
| bakari-ばかり | (in de uitdrukking: ww.-vorm -ta+bakari geeft het aan een handeling die net is voltooid) pas; net (klaar) |
| bakari-ばかり | (achter een ww.) drukt een handeling uit die op het punt staat [stond] te beginnen |
| bakari-ばかり | (geeft aan dat iets is gelimiteerd tot en bepaalde handeling [plaats; ding]): slechts, alleen (maar) |
| bakateinei-馬鹿丁寧 | overdreven [belachelijke] beleefdheid |
| bakawarai-馬鹿笑い | lachsalvo; gehinnik; hinnikend gelach |
| bakayarō-馬鹿野郎 | een dwaas; idioot; simpele ziel; halvegare |
| bakka-幕下 | ondergeschikte; volgeling; dienaar; huisbediende |
| bakken-バッケン | (Noors: bakken) skihelling |
| bakkin-罰金 | geldboete; bekeuring; bon |
| bakkubōn-バックボーン | backbone (computerterm voor snelle basis verbinding) |
| bakkubōn-バックボーン | ruggengraat; wervelkolom |
| bakkusukin-バックスキン | geitenleer; schapenleer; bokkenvel |
| bakkusutoretchi-バックストレッチ | het gedeelte van een ovale renbaan aan de andere kant van de tribune (parallel aan de homestretch) |
| bakku・mirā-バック・ミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
| bakku・sukurīn-バック・スクリーン | een donker scherm achter het middenveld in een honkbalstadion (zodat de slagman duidelijker het veld kan overzien) |
| bakoso-ばこそ | achtervoegsel gebruikt voor nadruk |
| baku-漠 | vaag [wazig; onduidelijk; ondefinieerbaar] zijn |
| baku-爆 | uitbundig gelach [geschreeuw] |
| baku-縛 | (boeddh.) een andere naam voor de wereldse [aardse] verlangens |
| bakubaku-漠漠 | uitgestrekt; grenzeloos; eindeloos |
| bakudanyokoku-爆弾予告 | bommelding |
| bakugyaku-莫逆 | hechte relatie; intieme band |
| bakuon-爆音 | geluid van een explosie |
| bakuon-爆音 | zoemend [brullend] geluid; motorgeluid |
| bakuren-莫連 | schaamteloos [vrijpostig; zedeloos] zijn |
| bakurō-博労 | paardenhandelaar |
| bakuro-暴露 | blootstelling (aan zonlicht, e.d.) |
| bakuryūshu-麦粒腫 | gerstekorrel; strontje in het ooglid (hordeolum) |
| bakusho-曝書 | het (buiten) luchten [drogen] van boeken (tegen schimmel en insecten) |
| bakushō-爆笑 | schaterlach; lachsalvo; luidruchtig gelach |
| bakuyakuseibun-爆薬成分 | onderdeel van een explosief |
| bakuyakuzutsu-爆薬筒 | kogelpatroon; granaatpatroon; huls |
| bakuzen-漠然 | vaag [onduidelijk; ongedefinieerd] zijn |
| bamenkanmokushō-場面緘黙症 | selectief mutisme (psychische aandoening) |
| bamu-ばむ | (achtervoegsel achter zelfs.n.w., met de betekenis zoals, lijkend) -ig; -achtig |
| ban-バン | bestelwagen; bestelauto |
| ban-判 | (in kanji combinaties) zegel; stempel; papierformaat; oordeel |
| banajiumu-バナジウム | vanadium (chem. element) |
| banbanzai-万万歳 | (versterkende vorm van 万歳) een heuglijk feit; een feestelijke gebeurtenis; een grote vreugde [blijdschap] |
| banbi-バンビ | Bambi (reekalfje in het boek van Felix Salten; later in de Disney film) |
| banbutsu-万物 | alles tussen hemel en aarde (alle levende wezens en dingen in de schepping) |
| banchi-番地 | huisnummer; straatnummer; perceelnummer |
| banchō-番長 | jeugdbendeleider; leider van schoolgaande jonge delinquenten |
| bangai-番外 | een extra [buitengewone] editie, voorstelling, maat, etc.]; een uitzonderlijk [ongewoon] iets |
| bangi-板木 | slagplank [slagbord] om brand te melden of om in boeddhistische tempels een bijeenkomst aan te kondigen |
| banisshā-バニッシャー | polijster; polijstborstel |
| banjī・janpu-バンジー・ジャンプ | bungeejumpen (elastiekspringen) |
| banka-挽歌 | dodenlied; klaagzang; elegie |
| bankoku-万国 | alle landen [naties] (in de wereld); de hele wereld |
| bankon-晩婚 | een laat huwelijk; huwelijk op latere leeftijd |
| bankonsakusetsu-盤根錯節 | complexe [ingewikkelde] zaken [kwesties] |
| bankonsakusetsu-盤根錯節 | verstrengelde [gedraaide; ingewikkelde] wortels [knopen] |
| bankotsu-万骨 | duizenden doden [skeletten] |
| banku-バンク | bank (geldbedrijf; gebouw) |
| banku・dīringu-バンク・ディーリング | (bank) notatie [obligatie] handel |
| banme-番目 | -de [-ste] (in combinatie met rangtelwoorden) |
| banmen-盤面 | het eindspel [de laatste fase] van een partij go of shōgi |
| banmin-万民 | het volk; de hele bevolking |
| bannan-万難 | ontelbare moeilijkheden [hindernissen] |
| bannō-万能 | universeel; voor alle doeleinden te gebruiken |
| banpaia-バンパイア | verleidelijke vrouw; vamp |
| banpaku-万博 | wereldtentoonstelling; Expo |
| banpingu-バンピング | een deur ontgrendelen met een speciaal ontwikkelde sleutel (klopsleutel of slagsleutel) |
| banpu-バンプ | verleidelijke vrouw; vamp |
| banpukī-バンプキー | slagsleutel; klopsleutel |
| banrei-万霊 | veelheid [myriade] aan zielen [geesten] |
| banryoku-蛮力 | fysieke [lichamelijke] kracht |
| bansan-晩餐 | banket; feestelijk diner |
| bansei-晩成 | het laat tot wasdom komen; laat tot rijping komen; late ontwikkeling; late bloei |
| bansha-万謝 | heel erg dankbaar zijn; diepe dankbaarheid |
| banshō-万障 | alle hindernissen [obstakels; moeilijkheden] |
| banshoku-伴食 | iemand die wel de titel [naam] heeft maar niet de daarbij behorende bevoegdheden |
| banshoku-伴食 | eten met een belangrijke [hooggeplaatste] persoon; eten aan dezelfde tafel als de eregast |
| banshū-晩秋 | seizoenwoord voor de herfst (in traditionele Japanse gedichten) |
| bansō-伴奏 | muziek begeleiding; accompagnement |
| bantō-番頭 | plaatsvervangend hoofd in een handelshuis |
| bantō-番頭 | hoofd-bewaker (van een landgoed, paleisterrein, tempelcomplex, e.d.) |
| banzai-万歳 | gejuich (met handen in de lucht); hoera; gefeliciteerd; lang zal ze leven |
| banzai-万歳 | iets feestelijks; iets om te vieren |
| banzai-万歳 | welvaart ; voorspoed; een lang leven |
| ban'eikeiba-輓曳競馬 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban'eikyōsō-輓曳競走 | soort van Japanse paardenraces (waarbij trekpaarden zware sleeën zandhellingen optrekken) |
| ban'ya-番屋 | (Edo periode) hok [kot; kennel] van een waakhond |
| ban'yū-万有 | (alles in) het universum; de gehele schepping |
| ban'yū-蛮勇 | roekeloosheid; onverschrokkenheid; overmoed |
| ban'yūinryoku-万有引力 | universele zwaartekracht |
| ban・arentai-バン・アレン帯 | Van Allengordels (stralingsgordels of deeltjesgordels) |
| bappai-罰杯 | alcoholische drank die als straf moet worden gedronken (b.v. voor te laat komen, een spelletje verliezen, e.d.) |
| bappon-抜本 | de oorzaak elimineren; het uitroeien; verdelgen; ontwortelen |
| barabara-ばらばら | (onomatopee) verspreid; uit elkaar; los; in stukken |
| baradama-散弾 | hagelschot; met hagel schieten |
| baraetī-バラエティー | verscheidenheid; variëteit; afwisseling |
| baraetī・shō-バラエティー・ショー | variété show [voorstelling; theater] |
| baramaku-散蒔く | verspreiden; rondstrooien; onbezonnen [roekeloos] geld uitgeven |
| barauri-散売り | losse verkoop; het artikelen apart verkopen |
| bari-罵詈 | het kwaadspreken; schelden; beledigende taal; scheldpartij |
| bariaburu・kondensā-バリアブル・コンデンサー | variabele condensator |
| baria・furī-バリア・フリー | (gebouwen, openbaar vervoer, etc.) toegankelijk voor gehandicapten |
| baria・furī-バリア・フリー | toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met een beperking) |
| bariēshon-バリエーション | variatie; afwisseling |
| barikon-バリコン | variabele condensator |
| bariumu-バリウム | barium (chemisch element) |
| baron-バロン | baron (adellijke rang) |
| barubu-バルブ | klep; ventiel |
| barukarōra-バルカローラ | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| barukarōru-バルカロール | barcarolle; gondellied (lied gezongen door Venetiaanse gondeliers) |
| barukī-バルキー | dik; bobbelig |
| basabasa-ばさばさ | rommelig; droog; slordig |
| basabasa-ばさばさ | (onomatopee) geritsel; ritselend |
| basei-罵声 | boegeroep; (afkeurend) gejoel |
| bashauma-馬車馬 | (fig.) oogkleppen op hebben; iets onverstoorbaar doen zonder afgeleid te worden door bijzaken |
| bashin-婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| bashō-芭蕉 | de titel van een Nō-stuk |
| bashofusagi-場所塞ぎ | belemmering; obstakel |
| basseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
| bassen-抜染 | ontkleuring (textiel) |
| basshingu-バッシング | hard afkraken; fel bekritiseren |
| bassoku-罰則 | straf; strafbepaling; strafmaatregel |
| basson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
| bassui-抜粋 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| basurōbu-バスローブ | badjas; badmantel; kamerjas |
| basuto-バスト | borstbeeld; buste |
| bataashi-ばた足 | (flutter kick) snel doorlopende beenslag (bij crawlzwemmen) |
| batabata-ばたばた | (onomatopee) fladderend; flappend; rammelend; kletterend |
| batabata-ばたばた | snel achter elkaar; opeenvolgend |
| batabata-ばたばた | vlug; snel; met haast [spoed] |
| bātābōki-バーター貿易 | ruilhandel |
| batachi-場立ち | beurshandelaar; effectenmakelaar |
| bātā・shisutemu-バーター・システム | ruilhandel systeem |
| bateren-バテレン | Christendom; Christelijk geloof; Christen |
| batō-罵倒 | kleinering, belediging; scheldwoord |
| batoru・roiyaru-バトル・ロイヤル | battle royale (wedstrijdtype bij worstelen en computergames) |
| batsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| batsuyō-末葉 | nakomeling |
| battari-ばったり | plotseling; onverwacht |
| battei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
| batteki-抜擢 | selectie; promotie; bevordering |
| batten-罰点 | een x-symbool (dat een fout of onmogelijkheid aangeeft) |
| battera-バッテラ | sushi van een plak makreel op samengedrukte rijst |
| batto-ばっと | plotseling; in een flits; snel |
| batto-バット | slaghout; knuppel |
| baute-場打て | je ergens terneergeslagen [ontmoedigd] voelen |
| bazā-バザー | bazaar; rommelmarkt |
| bāzu・ai・byū-バーズ・アイ・ビュー | vogelvluchtperspectief; panoramisch uitzicht |
| bazu・sesshon-バズ・セッション | informele groepdiscussie |
| bebī-ベビー | baby; zuigeling; klein kind |
| bebiibūmā-ベビーブーマー | babyboomer(s) (generatie mensen geboren na de tweede wereldoorlog, ca. 1946-1960) |
| beddo・hausu-ベッド・ハウス | logement; eenvoudig [armoedig] hotel |
| bēguru-ベーグル | bagel (rond broodje met een gat in het midden) |
| beien-米塩 | rijst en zout (essentieel voor het leven) |
| beifun-米粉 | rijstmeel |
| beigunhausu-米軍ハウス | huurwoningen voor Amerikaanse militairen in Japan (na de Tweede Wereldoorlog) |
| beiju-米寿 | 88ste verjaardag (die in Japan speciaal en feestelijk wordt gevierd) |
| beikokuyotakushōken-米国預託証券 | (American Depositary Receipt) Amerikaans certificaat (van een bank) voor een bepaald aantal verhandelbare aandelen van een buitenlands bedrijf |
| beikokuzaimushōshōken-米国財務省証券 | Amerikaanse staatsobligaties (ook wel Treasuries, of Treasurys, genoemd) |
| beisaku-米作 | rijstteelt; het verbouwen en oogsten van rijst |
| beishoku-米食 | rijst (als basisvoedsel) eten |
| bēkāpuran-ベーカープラン | Baker Plan (door Amerika in de VN voorgesteld plan voor zelfbeschikkingsrecht voor Westelijke Sahara) |
| bekke-別家 | het zelfstandig worden van een werknemer (die een eigen zaak gaat runnen onder dezelfde naam) |
| bēkuraito-ベークライト | bakeliet (kunsthars) |
| benchi-ベンチ | bank; zetel |
| benefitto-ベネフィット | voordeel; profijt |
| benezuera-ベネズエラ | Venezuela |
| bengaku-勉学 | studie; het ijverig [hard] studeren (niet noodzakelijkerwijs bij educatieve instellingen; zelfontwikkeling met een meer persoonlijk studieprogramma) |
| bengi-便宜 | gemak; voordeel |
| bengiteki-便宜的 | passend; doelmatig; opportuun; voordelig |
| benkei-弁慶 | een bundel stro die gebruikt kan worden om visspiesjes in te prikken |
| benkyō-勉強 | studie; het ijverig [hard] studeren (bij educatieve instellingen, zoals scholen of universiteiten) |
| benkyōzukue-勉強机 | (lett. studie-bureau) bureau; schrijftafel (m.n. in een kinderkamer om huiswerk aan te doen) |
| benpō-便法 | een handige manier [methode]; snelle oplossing; uitweg |
| bensai-弁才 | welsprekendheid; welbespraaktheid; eloquentie |
| bensai-弁済 | afrekening; aflossing; terugbetaling; vereffening; betalingsregeling |
| benshi-弁士 | (goede) spreker; redenaar; verteller |
| benshō-弁償 | compensatie; herstelbetaling; schadeloosstelling |
| benshōsuru-弁償する | compenseren; schadeloosstellen |
| bentatsu-鞭撻 | zweepslagen; pak slaag; pak rammel |
| benten-弁天 | Benten (= Benzaiten), godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit; 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie) |
| bentōbako-弁当箱 | lunchbox; lunchtrommel |
| bentōten-弁当店 | uitspanning of kleine winkel waar lunches worden verkocht (vaak in treinstations); snelbuffet |
| bentsū-便通 | stoelgang |
| benzaiten-弁財天 | Benzaiten, godin van muziek, welsprekendheid en kunst (meestal afgebeeld met een luit), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| benzetsu-弁舌 | welsprekendheid; welbespraaktheid |
| beppyō-別表 | (statistische) bijlagetabel; bijgevoegde tabel |
| berē-ベレー | baret (hoofddeksel) |
| beririumu-ベリリウム | beryllium (chem. element) |
| berīzu-ベリーズ | Belize |
| bero-べろ | (dialect voor) tong (lichaamsdeel) |
| beroa-ベロア | velours; fluweel |
| berobero-べろべろ | (onomatopee) gelik; likkend |
| beru-ベル | bel |
| bēru-ベール | sluier; dekmantel |
| berubetto-ベルベット | fluweel |
| berugī-ベルギー | België |
| berukanto-ベルカント | belcanto (wijze van zingen) |
| berukuro-ベルクロ | klittenband; velcrostrip (genoemd naar het merk Velcro) |
| beruto-ベルト | gordel; riem; ceintuur; band |
| beru・epokku-ベル・エポック | belle époque (culturele periode ca. 1890-1910) |
| bēshikku-ベーシック | basic; basis; minimum-; fundamenteel |
| bēshikku・ingurisshu-ベーシック・イングリッシュ | basisengels (gebruik van beperkte Engelse woordenschat) |
| bessetsu-別説 | een andere [optionele; afwijkende] theorie [visie; mening] |
| besshi-別紙 | bijlage; bijgevoegd [begeleidend; ingesloten] document [blad] |
| besshō-蔑称 | een kleinerende [denigrerende] benaming (voor iemand of iets); belediging |
| bessō-別荘 | (informeel) gevangenis |
| bēsumento-ベースメント | kelderverdieping, souterrain |
| bēsumento-ベースメント | kelder |
| bēsurain-ベースライン | achterlijn; baseline (sportterm) |
| besutoserā-ベストセラー | bestseller; succesboek; veel verkocht boek [artikel] |
| beta-べた | (helemaal) bedekt [opgevuld; afgedekt] zijn |
| betabeta-べたべた | (onomatopee) dicht op elkaar |
| betabome-べた褒め | zeer lovende [lyrische] kritiek; jubelrecensie |
| betabore-ベタ惚れ | stapeldol [stapelgek] op iemand; waanzinnig verliefd |
| betaichimen-べた一面 | overal; (verspreid) over het hele oppervlak |
| bētatoron-ベータトロン | bètatron (elektronenversneller) |
| betatsuku-べたつく | dicht op elkaar |
| betā・hāfu-ベター・ハーフ | (betere) wederhelft; echtgenote; (vrouwelijke) partner; eega |
| betchin-ベッチン | katoenfluweel |
| betsugi-別儀 | een andere zaak [aangelegenheid] |
| betsugi-別儀 | (met ontkenning) een belemmering; hindernis |
| betsugo-別後 | de periode [gebeurtenissen] na een afscheid [scheiding; uit elkaar gaan] |
| betsujō-別条 | tegenslag; tegenvaller; ongeluk(je) |
| betsukuchi-別口 | een ander ding [item; artikel; product; soort] |
| betsumei-別命 | een andere opdracht [missie]; een ander bevel |
| betsuzuri-別刷り | het apart afdrukken van een gedeelte van een tekst [boek; tijdschrift] |
| bettari-べったり | geplakt; uitgesmeerd; gelijmd; gekleefd |
| bettenchi-別天地 | een andere wereld |
| bibi-微微 | klein [onbeduidend; onbelangrijk; onbetekenend] zijn |
| bibiddo-ビビッド | helder; intens |
| bibishii-美美しい | mooi; aantrekkelijk; lieflijk |
| bichikuryō-備蓄量 | noodvoorraad van hoeveelheden voedsel, water, en andere dagelijkse benodigdheden (nodig in geval van rampen, oorlogen, e.d.) |
| bichōsei-微調整 | fijnafstelling; kleine aanpassingen |
| bichū-微衷 | (nederige uitdrukking voor mijn) diepste gedachten [gevoelens] |
| biden-美田 | een vruchtbaar en productief rijstveld |
| bideogēmu-ビデオゲーム | videospel |
| bīfun-ビーフン | mihoen, (Chinese) rijstvermicelli |
| bigi-美技 | schitterende uitvoering; goed spel |
| biginā-ビギナー | beginner; nieuweling |
| bigināzu・rakku-ビギナーズ・ラック | meer geluk dan wijsheid |
| bihindaichō-備品台帳 | inventaris(lijst); boedelbeschrijving |
| bihō-弥縫 | het verdoezelen (van een fout, e.d.) |
| bihō-弥縫 | tijdelijk herstel; tijdelijke [provisorische] reparatie; het oplappen |
| bii-微意 | (nederige term voor de eigen gevoelens) mijn gevoelens |
| biin-びいん | kletterend geluid; tjink; ploink |
| biishiki-美意識 | gevoel voor schoonheid; esthetisch gevoel |
| bijaku-微弱 | zwak [krachteloos] zijn |
| bijinesu-ビジネス | zaak; zaken; bedrijf; handel; commercie; bezigheden |
| bijinesuraiku-ビジネスライク | zakelijk; efficiënt |
| bijinesu・gaaru-ビジネス・ガール | zakenvrouw; vrouwelijke beambte |
| bijinesu・hoteru-ビジネス・ホテル | zakenhotel |
| bijinesu・konsarutanto-ビジネス・コンサルタント | zakelijk adviseur |
| bijinesu・rōn-ビジネス・ローン | zakelijke lening |
| bijon-ビジョン | visioen; droombeeld |
| bijuaru-ビジュアル | visueel; zichtbaar |
| bijuaru・komyunikēshon-ビジュアル・コミュニケーション | visuele communicatie (het gebruik van visuele elementen om ideeën en informatie over te brengen) |
| bijuaru・purezentēshon-ビジュアル・プレゼンテーション | visuele presentatie |
| bijutsukai-美術界 | kunstwereld |
| bijutsushin-美術心 | kunstzinnigheid; gevoel voor kunst |
| bijutsushō-美術商 | kunsthandelaar; kunsthandel; galerie |
| bikan-美感 | een gevoel voor schoonheid |
| bikei-美形 | een prachtig [mooi] gezicht [gelaat] |
| bikko-跛 | een kreupele; iemand die mank is |
| bikko-跛 | mankheid; kreupelheid |
| bikko-跛 | het ongelijk [niet bij elkaar passend] zijn |
| bikō-備荒 | voorzorgsmaatregelingen (voor rampen en calamiteiten) |
| bikō-尾行 | (m.n. bij politieonderzoek) het schaduwen; (heimelijk) volgen; in het oog houden |
| bikō-鼻孔 | neusvleugel; neusgat |
| bikuni-比丘尼 | (Kamakura- en Muromachi-periode) rondreizende vrouwelijke entertainer (die optrad verkleed als non); prostituee |
| bimi-美味 | delicatesse; lekkernij |
| bīmu-ビーム | lichtbundel; straling; straal |
| bimyō-微妙 | subtiliteit; delicaatheid |
| binbīru-瓶ビール | flessenbier; gebotteld bier |
| bīnbōru-ビーンボール | beanball (bij honkbal, een gevaarlijke bal die een werper opzettelijk naar het hoofd van de slagman gooit) |
| bingata-紅型 | traditionele verftechniek voor textiel op Okinawa |
| bingo-ビンゴ | bingo; kienspel |
| biniron-ビニロン | vinylon (synthetisch vezel) |
| binkan-敏感 | (over)gevoeligheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid |
| binrō-檳榔 | betelpalm (Areca catechu) |
| binrōji-檳榔子 | betelpalm (Areca catechu) |
| binrōju-檳榔樹 | betelpalm (Areca catechu) |
| bion-鼻音 | nasaal geluid; nasale klank; een nasaal |
| bioronchero-ビオロンチェロ | violoncello |
| bippu-ビップ | een vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| biribiri-びりびり | geluid van scheurend papier |
| biribiri-びりびり | geprikkeld [elektrisch] gevoel |
| biriken-ビリケン | Billiken (een beeldje gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Florence Pretz uit Kansas City, Missouri) |
| biriyādo-ビリヤード | biljart (balspel) |
| birōdo-ビロード | fluweel |
| biru・burōkā-ビル・ブローカー | wisselmakelaar; valutamakelaar |
| biryōgenso-微量元素 | sporenelement |
| biryūshi-微粒子 | klein [minuscuul] deeltje; partikel |
| bishamonten-毘沙門天 | Bishamonten (Vaishravana), god van rijkdom en overwinning, (afgebeeld in harnas,met schatkamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) het geluid van klappen [slaan; snuiven] |
| bishibishi-びしびし | (onomatopee) streng; genadeloos; meedogenloos |
| bishō-微少 | oneindig kleine afmeting [hoeveelheid] |
| bishōnen-美少年 | mooie [aantrekkelijke; goed uitziende] jongeling [jongen] |
| bishoppu-ビショップ | loper (schaakspel) |
| bishu-美酒 | een excellente (heerlijke) sake; drank van goede kwaliteit |
| bishū-美醜 | schoonheid en lelijkheid; mooie en lelijke dingen |
| bishū-美醜 | een goed [mooi] en een slecht [lelijk] uiterlijk [voorkomen] |
| bisō-美装 | mooie kleding; het zich mooi [elegant] kleden presenteren]; iets mooi aankleden; verfraaien |
| bisōjutsu-美爪術 | goede verzorging van nagels; manicure; pedicure |
| bisōsuru-美装する | zich mooi [netjes; elegant] aankleden; iets [zich] mooi presenteren |
| bisumasu-ビスマス | bismut (chem. element) |
| bisumusu-ビスムス | bismut (chemische element Bi) |
| bitoku-美徳 | deugd; deugdzaamheid; nobel karakter |
| biwa-枇杷 | loquat (Japanse mispel) |
| biyō-美容 | schoonheid; schoonheidsbehandeling |
| biyoku-鼻翼 | neusvleugel |
| bī・esu-ビー・エス | omroepsatelliet |
| bī・jī-ビー・ジー | zakenvrouw; vrouwelijke beambte |
| bō-坊 | stadsdeel |
| bō-坊 | aanspreektitel van een jongen |
| bō-房 | kamer; (gevangenis)cel |
| bō-房 | monnik; klooster; kloostercel |
| bō-房 | kamer [zaal] een van de traditionele Chinese sterrenbeelden [asterismes] |
| bō-暴 | (bruut) geweld; wreedheid |
| bōaku-暴悪 | geweld; gewelddadigheid; wreedheid |
| bōanki-棒暗記 | het klakkeloos uit het hoofd leren |
| bōatsu-暴圧 | gewelddadige onderdrukking; met geweld onderdrukken [indrukken] |
| bōbaku-茫漠 | uitgestrekt [onbegrensd; oneindig wijds; grenzeloos; vaag; onduidelijk] zijn |
| bobin-ボビン | boordsel; band |
| bobin-ボビン | spoel; klos |
| bōbō-茫茫 | weids; uitgestrekt; grenzeloos |
| bōbō-茫茫 | vaag; onduidelijk |
| bōchōseisaku-防諜政策 | contraspionage beleid [politiek] |
| bōdai-傍題 | ondertitel; tweede titel |
| bōdai-膨大 | uitbreiding; vergroting; groei; uitzetting; opzwelling |
| bodaiji-菩提寺 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bodaiju-菩提樹 | Bodhiboom, Ficus religiosa (oorspronkelijk uit India; onder deze boom zou Boeddha de verlichting bereikt hebben) |
| bodaisatta-菩提薩埵 | een bodhisattva (een wezen dat streeft naar verlichting en het bereiken van het boeddhaschap, maar deze uitstelt om eerst anderen te kunnen helpen) |
| bodaisho-菩提所 | een familietempel (de tempel waar een familie (vaak al generaties lang) altijd heengaat voor diensten, begrafenissen, familiegrafbezoek, e.d.) |
| bōdan-防弾 | kogelwerend [kogelvrij] zijn |
| bōdāresu-ボーダーレス | grenzeloos |
| bodī-ボディー | lichaam; romp; centrale deel; kern; voorwerp; object |
| bōdō-暴動 | opstand; rel; opstootje; opschudding |
| bodō-母堂 | (beleefde term voor) de moeder van iemand anders; uw [zijn; haar] moeder |
| bōdobirian-ボードビリアン | acteur in blijspel; entertainer |
| bōdobiru-ボードビル | blijspel; klucht; variété |
| bōeki-貿易 | (internationale) handel; handelsverkeer; import en export |
| bōekiakaji-貿易赤字 | handelstekort |
| bōekifunsō-貿易紛争 | handelsconflict |
| bōekigaisha-貿易会社 | handelsfirma; handelsonderneming |
| bōekihin-貿易品 | handelsartikel |
| bōekikō-貿易港 | handelshaven |
| bōekikuroji-貿易黒字 | handelsoverschot |
| bōekikyōtei-貿易協定 | handelsovereenkomst; handelsakkoord |
| bōekimasatsu-貿易摩擦 | handelsconflict |
| bōekiseigen-貿易制限 | handelsrestrictie |
| bōekisensō-貿易戦争 | handelsoorlog |
| bōekishinkōkai-貿易振興会 | organisatie voor bevordering van handel |
| bōekishō-貿易商 | handelaar |
| bōekishōheki-貿易障壁 | handelsbarrière |
| bōekishūshi-貿易収支 | handelsbalans |
| bōekisuru-貿易する | handelen; handel drijven; zakendoen |
| bōenkyō-望遠鏡 | telescoop |
| bōenrenzu-望遠レンズ | telelens |
| bōgai-妨害 | blokkade; barricade; belemmering; obstructie; inmenging |
| bōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| bōgen-暴言 | harde [beledigende; grove] taal; grove woorden; grof taalgebruik |
| bōgi -謗議 | roddelpraat; kletspraat; laster |
| bogīsha-ボギー車 | (trein) draaistel; draaiwagen |
| bōgu-防具 | (bij kendo) beschermende uitrusting (helm, borstbeschermer, handschoenen, riem) |
| bōhon-坊本 | beperkte uitgave van een boek, op basis van lokale verspreiding; boek uitgegeven door een particuliere boekhandel |
| bōhyō-暴評 | felle kritiek |
| bōi-ボーイ | kelner; ober |
| boikotto-ボイコット | boycot; uitsluiting van maatschappelijk of handelsverkeer |
| boin-母印 | duimafdruk (op een verklaring, i.p.v. het persoonlijk naamstempel) |
| boirā-ボイラー | boiler; heetwaterketel; stoomketel; warmwaterreservoir |
| bōjakubujin-傍若無人 | arrogantie; onbeschoftheid; brutaliteit; schaamteloosheid |
| bōkan-坊間 | (in) de (hele) stad; de (hele) wereld |
| bokeru-惚ける | dementeren; seniel worden |
| bokin-募金 | collecte; geldinzameling |
| bokinsuru-募金する | collecteren; geld inzamelen |
| bokki-勃起 | erectie; het stijf [hard] worden (van de penis, clitoris, tepels) |
| bokkonrinri-墨痕淋漓 | handschrift met mooie, krachtige (penseel) streken |
| bokkuri-木履 | traditionele gelakte houten sandalen (geta) voor meisjes |
| bokkusu・sutoa-ボックス・ストア | een winkel waar men producten goedkoop kan aanbieden door ze niet in vakken te zetten, maar ze in de verpakkingsdozen in de winkel te laten staan |
| bōkō-暴行 | geweld; gewelddadig gedrag |
| bōkohyōga-暴虎馮河 | een hachelijke [roekeloze] onderneming; waagstuk |
| bōkon-亡魂 | geest [ziel] van een dode [overledene] |
| boku-僕 | ik; mij (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bokuchiku-牧畜 | veeteelt; veehouderij |
| bokudenryū-卜伝流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| bokunenjin-朴念仁 | lomperik; botterik; stommeling; domoor; domkop |
| bokuri-木履 | traditionele gelakte houten sandalen (geta) |
| bokusha-牧者 | (Christendom) herder (leider van de gelovigen) |
| bokushu-墨守 | aanhankelijkheid; het zich vastklampen [hechten] (aan een gewoonte, traditie, e.d.) |
| bokutachi-僕達 | wij; ons (alleen gebruikt door mannen, tegen gelijken of ondergeschikten) |
| bōkyo-暴挙 | geweld; gewelddadig gedrag |
| bōman-暴慢 | arrogantie; brutaliteit; ongemanierdheid; schaamteloosheid |
| bōmeisha-亡命者 | (politieke) vluchteling; asielzoeker |
| bōmeisuru-亡命する | zijn land ontvluchten; asiel zoeken; in ballingschap gaan; een (politieke) vluchteling worden; emigreren (om politieke redenen) |
| bōmin-暴民 | menigte; meute; gepeupel |
| bon-盆 | Bon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bongan-凡眼 | (door) de ogen van een leek [amateur]; lekenoog; lekenoordeel |
| bonge-凡下 | een gewoon [alledaags; middelmatig] persoon |
| bonge-凡下 | gewoonheid, alledaagsheid; middelmatigheid |
| bongo-ボンゴ | bongo (trommel) |
| bongore-ボンゴレ | schelpdier |
| bōnheddo-ボーンヘッド | het tactisch slecht [dom] spelen (honkbal) |
| bonjin-凡人 | eenvoudige burgers; het gewone volk; een middelmatige persoon |
| bonmatsuri-盆祭り | Bon festival (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| bonnō-煩悩 | (boeddh.) wereldse verleidingen [verlangens; lusten] |
| bonnuzuhō-ボンヌ図法 | projectie van Bonne (kegelprojectie) |
| bonpu-凡夫 | een gewone sterveling; het gewone volk |
| bonpu-凡夫 | (arch.) analfabeet; ongeletterd iemand |
| bonryo-凡慮 | de gewone mens; middelmatige persoon |
| bonsai-凡才 | middelmatigheid; matige vaardigheid [bekwaamheid] |
| bontan-文旦 | pompelmoes |
| bonten-梵天 | Japanse religieuze staf met wimpels van wit papier |
| bonten-梵天 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| bonyū-母乳 | moedermelk |
| bonzoku-凡俗 | gewoon [alledaags; middelmatig] zijn |
| bonzoku-凡俗 | gewone mensen; een middelmatige persoon |
| bon'yō-凡庸 | middelmatigheid |
| bōon-防音 | geluidsisolatie |
| bōongarasu-防音ガラス | geluidswerend [geluiddicht] glas |
| bōongōzō-防音構造 | geluiddichte [geluidswerende] constructie |
| bōonheki-防音壁 | geluidswal |
| bōonsei-防音性 | geluiddichtheid |
| bōonsetsubi-防音設備 | geluidsisolatie |
| bōonshitsu-防音室 | geluiddichte kamer |
| bōonsōchi-防音装置 | geluid isolerend [geluiddichtend] apparaat |
| bōontairu-防音タイル | akoestische [geluidswerende] tegel |
| boppatsu-勃発 | uitbraak (b.v. van een oorlog); uitbarsting; plotselinge gebeurtenis |
| bōraku-暴落 | verval; plotselinge daling [val] (b.v. van aandelen op de beurs) |
| boranchi-ボランチ | defensieve middenvelder (voetbal) |
| borantarī・chēn-ボランタリー・チェーン | detailhandelcoöperatie |
| bōringu-ボーリング | bowling; kegelen |
| boroboro-ぼろぼろ | (onomatopee) het vallen van druppels [stukjes]; brokkelig (worden); vergaan [versleten] raken; gerafeld worden |
| borokuso-襤褸糞 | geringschattend [kleinerend; waardeloos] zijn |
| borutēji-ボルテージ | voltage (elektrospanning) |
| boruto-ボルト | grendel; bout |
| bōruto-ボールト | (stenen) gewelf |
| bōru・bearingu-ボール・ベアリング | kogellager; kogelblok |
| bōryoku-暴力 | (bruut) geweld |
| bōryokukōi-暴力行為 | gewelddaad; gewelddadigheid; gewelddadig gedrag |
| boryūmu-ボリューム | boekdeel; bundel |
| boryūmu-ボリューム | volume (geluidssterkte) |
| bosabosa-ぼさぼさ | nietsdoen; lui; nutteloos; ledig |
| bosabosa-ぼさぼさ | warrig; door de war; wild; slonzig (haar, kapsel etc.) |
| bosatto-ぼさっと | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| bōshi-帽子 | deksel (op een pan, etc.) |
| bōshi-帽子 | hoofddeksel; hoed; pet |
| bōshi-帽子 | aanvallende zet bij het spel go |
| bōshi-帽子 | (afk. van) eboshi (traditioneel hoofddeksel aan het hof) |
| bōshō-帽章 | baretembleem; embleem op (militair) hoofddeksel [baret] |
| boshū-募集 | werving; selectie; uitnodiging; registratie |
| boshūsuru-募集する | verzamelen; werven; selecteren; uitnodigen |
| bōsō-妄想 | fantasie; verbeelding; waanvoorstelling; waanidee |
| bōsō-暴走 | het wild [doelloos] rondrennen; (bij honkbal) het roekeloos rennen naar de honken door een speler |
| bōsōsha-暴走車 | een op hol geslagen voertuig; een auto waar roekeloos mee gereden wordt |
| bōsui-紡錘 | spindel; klos; spoel |
| bosutōku-ボストーク | Vostok, Sovjet-bemande kunstmatige satelliet (in 1961 voor het eerst gelanceerd) |
| botabota-ぼたぼた | (onomatopee) druppelend; in dikke druppels [vlokken] vallend |
| botamochi-牡丹餅 | een mocht (balletje van kleefrijst) gewikkeld in dikke rode bonenpasta (anko) |
| bōtaoshi-棒倒し | spel waarbij het de bedoeling is om de paal van de tegenstander omver te werpen |
| bōtō-暴騰 | plotselinge toename [stijging] |
| botorunekku-ボトルネック | flessenhals; obstakel; knelpunt |
| botsunyūsuru-没入する | toegewijd zijn; volledig opgaan in iets; geheel in beslag genomen zijn (door; met) |
| botsushumi-没趣味 | smakeloosheid; gebrek aan smaak [manieren]; vulgair [alledaags] zijn |
| botteri-ぼってり | welgedaan; corpulent; gezet; mollig; dik |
| bouringu-ボウリング | bowling; kegelen |
| boyaboya-ぼやぼや | (onomatopee) afwezig; verstrooid; nietsdoend; nutteloos |
| boyakeru-ぼやける | vaag [wazig; onduidelijk] worden; vervagen |
| bōyō-茫洋 | uitgestrektheid; grenzeloosheid; eindeloosheid |
| bōzu-坊主 | boeddhistische priester [monnik]; hoofdpriester van een tempel |
| bōzu-坊主 | (een denigrerende of informele term voor) jongen; jongetje; ventje |
| bu-部 | woord gebruikt bij het tellen van boeken, boekdelen, afdrukken, kopieën, etc. |
| bu-部 | afdeling; divisie; branche |
| bu-部 | deel; gedeelte; onderdeel |
| bubetsu-侮蔑 | hoon; minachting; geringschatting; belediging |
| būbī-ブービー | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
| būbīshō-ブービー賞 | poedelprijs; troostprijs (voor de één na laatste plaats) |
| bubun-部分 | deel; gedeelte; onderdeel; component |
| bubunhin-部分品 | (reserve)onderdelen; componenten; bestanddelen |
| bubunshoku-部分食 | gedeeltelijke verduistering (van zon of maan) |
| buchō-部長 | hoofd van een (grotere) afdeling |
| buchōhō-不調法 | achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
| budomari-歩留まり | first pass yield (rendement van productvolume uit grondstoffen) |
| buenryo-無遠慮 | lompheid; brutaliteit; schaamteloosheid; directheid |
| bufūryū-無風流 | onbevalligheid; gebrek aan elegantie [verfijning] |
| bugai-部外 | buiten de (eigen) afdeling [kring] zijn |
| bugaihi-部外秘 | beperkt tot de (eigen) afdeling: alleen voor de afdeling |
| bugen-侮言 | belediging |
| buhen-武辺 | zaken gerelateerd aan vechtsporten [gevechtskunsten]; militaire zaken |
| buhin-部品 | (reserve)onderdeel; component; bestanddeel |
| bui-部位 | (de positie van) een deel [stuk] ten opzichte van het geheel; lichaamsdeel |
| buin-無音 | een lange stilte; lang zonder contact (b.v. briefwisseling, e.d.); het niets van zich laten horen gedurende een lange periode |
| bui・ai・pī-ブイ・アイ・ピー | VIP; vooraanstaand [belangrijk] persoon |
| bui・chippu-ブイ・チップ | antigeweldchip (in tv-toestellen) |
| bui・gōru-ブイ・ゴール | het winnende doelpunt (ook wel golden goal genoemd) |
| bui・tān-ブイ・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken, daarna weer elders buiten de stad gaan werken |
| bujoku-侮辱 | belediging; minachting; geringschatting |
| bujokuteki-侮辱的 | beledigend; kwetsend; aanstootgevend; smadelijk |
| buka-部下 | volgeling; ondergeschikte |
| bukai-部会 | afdelingsvergadering |
| bukan-武官 | officier; (hof)functionaris belast met militaire taken |
| buke-武家 | krijgsadel; krijgselite; samoerai clan [familie] |
| bukeyashiki-武家屋敷 | behuizing van de krijgselite (in feodaal Japan) |
| bukimi-不気味 | vreemdheid; griezeligheid; geheimzinnigheid; spookachtigheid |
| bukiryō-不器量 | lelijkheid; onaantrekkelijkheid |
| bukitcho-不器用 | onhandigheid; onbekwaamheid; stunteligheid; tactloosheid |
| bukkai-仏界 | Boeddhistische wereld; Boeddhistisch paradijs |
| bukkai-仏界 | één van de 10 werelden in de Boeddhistische leer (van de hel oplopend tot rijk van de Boeddha's) |
| bukken-物件 | ding; object; voorwerp; artikel; waar; goederen |
| bukken-物権 | (jur.) zakelijk recht (een aanspraak op een zaak of een goed) |
| bukko-物故 | (formele term in geschriften voor) het overlijden; sterven; de dood; |
| bukkyōgaku-仏教学 | wetenschappelijk onderzoek [studie] van het boeddhisme |
| bukubuku-ぶくぶく | gorgelend |
| bukubuku-ぶくぶく | bubbelend; borrelend |
| bukun-武勲 | militaire verdienste [heldendaad] ; wapenfeit |
| bumen-部面 | aspect; facet; gebied; kant (als deel van een groter geheel) |
| bumon-部門 | afdeling; tak; divisie; sector |
| būmu-ブーム | hausse (plotselinge stijging; toename) |
| bun-分 | deel; portie |
| bunai-部内 | (zakelijke) kring; departement; binnen de (eigen) kring [afdeling] (van een bedrijf, organisatie, e.d.) zijn |
| bunan-無難 | onberispelijkheid; foutloos [zonder gebreken] zijn |
| bunan-無難 | veilig [redelijk; geschikt; aanvaardbaar; adequaat] zijn |
| bunbōgu-文房具 | schrijfgerei; schrijfbehoeften; kantoorartikelen |
| bunbufuki-文武不岐 | literaire en militaire kunsten [de pen en het zwaard] volgen hetzelfde pad [zijn geen gescheiden paden] |
| bunburyōdō-文武両道 | vaardig met zowel de pen als met het zwaard; meester in zowel literaire als krijgskunsten |
| bunchi-文治 | burgerlijke macht; civiel bestuur |
| bunchō-文鳥 | rijstvogel (Padda oryzivora) |
| bundai-文題 | boektitel |
| bundai-文題 | hoofdthema [onderwerp] (van een boek, gedicht, opstel, e.d.) |
| bundan-分団 | afdeling; sectie; tak |
| bundan-文壇 | literaire wereld |
| bungakusha-文学者 | letterkundige; literair [geletterd] persoon; schrijver |
| bungu-文具 | schrijfwaren; schrijfgerei; kantoorartikelen |
| bungyō-分業 | werkverdeling; taakverdeling; specialisatie |
| bunin-夫人 | (beleefde aanspreektitel) mevrouw |
| bunin-夫人 | vrouw [echtgenote] (van een edelman) |
| bunin-無人 | onderbemand; aderbezetting; met te weinig personeel |
| bunja -文者 | geleerde; wetenschapper; academicus |
| bunjin-文人 | klerk; geleerde; intellectueel |
| bunjō-分譲 | verkoop van grond (en huis); landverkaveling |
| bunjōchi-分譲地 | perceel grond (voor verkoop) |
| bunka-分科 | afdeling; sectie; cursus |
| bunka-分課 | sectie; (onder)afdeling; filiaal |
| bunka-文科 | literatuur afdeling |
| bunkaeiga-文化映画 | een culturele (educatieve) film |
| bunkai-分解 | ontmanteling; opsplitsing; ontbinding |
| bunkajin-文化人 | een hoogopgeleid [cultureel onderlegd] persoon |
| bunkajinruigaku-文化人類学 | culturele antropologie |
| bunkakatsudō-文化活動 | culturele activiteiten |
| bunkakunshō-文化勲章 | Japanse Orde van Culturele Verdienste (onderscheiding voor mensen die een bijdrage hebben geleverd aan behoud en ontwikkeling van de cultuur) |
| bunkan-文官 | ambtenaar; (hof)functionaris belast met bestuurstaken |
| bunkasai-文化祭 | cultureel festival (op scholen, universiteiten, gevangenisinstellingen e.d.) |
| bunkashi-文化史 | culturele geschiedenis; cultuurgeschiedenis |
| bunkatsu-分割 | verdeling; splitsing; afscheiding |
| bunkatsusuru-分割する | verdelen; splitsen; scheiden |
| bunka'isan-文化遺産 | cultureel erfgoed |
| bunken-文献 | handgeschreven of gedrukte verslaggeving voor onderzoeksdoeleinden |
| bunkintakashimada-文金高島田 | kapsel van ongehuwde vrouwen in de Edo-periode (tegenwoordig nog gebruikt bij bruiloften) |
| bunko-文庫 | bibliotheek; boekenverzameling |
| bunkyō-文教 | onderwijs; cultuur (ontwikkeling, vorming) |
| bunminkeisatsu-文民警察 | civiele politie |
| bunminkeisatsukan-文民警察官 | civiele politieambtenaar |
| bunpai-分配 | distributie; verdeling; opsplitsing |
| bunpaisuru-分配する | verdelen; distribueren; opsplitsen |
| bunpan-文範 | voorbeeldtekst; voorbeeldzin |
| bunpitsu-分筆 | perceel [kavel] onderverdeling |
| bunpitsu-文筆 | het schrijven (met penseel van gedichten en proza) |
| bunpu-分布 | verspreiding; distributie; verdeling; verstrekking |
| bunri-分離 | scheiding; afscheiding; verbreking; ontkoppeling |
| bunrikazei-分離課税 | afzonderlijke belasting (van een bepaald type inkomen) |
| bunrui-分類 | indeling; classificatie; ordening; rangschikking |
| bunsansuru-分散する | verspreiden; verdelen; decentraliseren; verstrooien |
| bunsantōshi-分散投資 | gediversifieerde [gespreide] beleggingen [investeringen] |
| bunsatsu-分冊 | apart boekdeel (van een reeks) |
| bunseki-文責 | verantwoording voor een geschreven tekst [artikel] |
| bunshi-分子 | teller (van een breuk) |
| bunshi-分詞 | (taalkunde) deelwoord |
| bunshi-文士 | schrijver [schrijfster]; literair [geletterd] persoon |
| bunshō-分掌 | taakverdeling |
| bunsho-文書 | document; akte; epistel; verslag; rapport |
| bunshōgo-文章語 | woord dat voornamelijk in geschreven taal wordt gebruikt |
| bunsōō-分相応 | overeenkomstig [in verhouding met] iemand's status [positie; middelen] |
| buntsū-文通 | briefwisseling; correspondentie |
| bunzentō-ブンゼン灯 | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
| bunzen・bānā-ブンゼン・バーナー | Bunsenbrander (regelbare gasvlam die wordt gebruikt in het laboratorium) |
| bun'atsu-分圧 | partiële druk; partieeldruk (scheikunde) |
| bun'i-文意 | de betekenis van een tekst [passage; regel; zin] |
| bun'in-分院 | plaatselijke [kleine tempel] die gerelateerd is aan een hoofdtempel |
| bun'un-文運 | culturele ontwikkeling |
| bun'yo-分与 | verdeling; toewijzing |
| buōruto-ヴォールト | (stenen) gewelf |
| buotoko-醜男 | een lelijke [onaantrekkelijke] man |
| buppin-物品 | goederen; artikel; product |
| buppōsō-仏法僧 | dollarvogel (Eurystomus orientalis) |
| buppōsō-仏法僧 | de drie boeddhistische juwelen [schatten], n.l. Boeddha, Dharma (de boeddhistische leer), en Sangha (de boeddhistische gemeenschap) |
| burabura-ぶらぶら | (geluid van) heen- en-weer slingeren; bungelen; slenteren |
| buraidaru-ブライダル | bruids-; huwelijks- |
| buraidaru-ブライダル | bruiloft; huwelijksplechtigheid; trouwerij |
| burakkuauto-ブラックアウト | black-out; verduistering; tijdelijk verlies van bewustzijn [geheugen; concentratie] |
| buranchi-ブランチ | tak; afdeling; filiaal |
| burando-ブランド | merk; merknaam; handelsmerk |
| burando・imēji-ブランド・イメージ | merkbeeld; merk imago |
| burando・shea-ブランド・シェア | merk-marktaandeel (het aandeel in de markt van een bepaald merk) |
| buranko-ぶらんこ | schommel; trapeze |
| buranmanje-ブランマンジェ | blanc‐manger, soort gelatine pudding met amandelen |
| burarito-ぶらりと | doelloos; terloops |
| burasageru-ぶら下げる | hangen (aan); bengelen; bungelen |
| burashi-ブラシ | borstel |
| burasshu-ブラッシュ | borstel |
| buraunkan-ブラウン管 | kathodestraalbuis; beeldbuis |
| bure-ぶれ | kleine (vaak onbedoelde) beweging met de camera, waardoor een bewogen [onscherpe] foto [opname; video] wordt gemaakt |
| burei-無礼 | onbeleefdheid; ongemanierdheid; onbeschaafdheid |
| bureikō-無礼講 | een ongedwongen [informeel] feestje [uitje] (waarbij iedereen zichzelf kan zijn zonder te letten op status of positie) |
| burendo-ブレンド | mengsel; melange |
| bureru-ぶれる | verschuiven; (heen-en-weer) bewegen; afwijken; schommelen |
| bureton・uzzukyōtei-ブレトン・ウッズ協定 | de Bretton Woods Overeenkomst (1944, financieel-economisch akkoord tussen 44 landen) |
| buri-振り | (gasten) die zonder reservering in een restaurant, hotel, etc. komen |
| buri-鰤 | (volwassen) geelvinmakreel (Seriola quinqueradiata) |
| burīchi-ブリーチ | bleekmiddel; bleken |
| burōchi-ブローチ | broche; sierspeld |
| burōdokurosu-ブロードクロス | (stof) laken; popeline |
| burōkā-ブローカー | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| burokku・sain-ブロック・サイン | (honkbal) een aanwijzing geven door naar een deel van het lichaam te wijzen |
| burōkun・ingurisshu-ブロークン・イングリッシュ | gebroken [gebrekkig] Engels |
| burōnī-ブローニー | Brownie (fototoestel) |
| buronzuzō-ブロンズ像 | bronzen beeld |
| buruku・mēru- バルク・メール | bulkmail (vele mailberichten tegelijk verstuurd naar verschillende mailboxen) |
| burupen-ブルペン | inwerkruimte; inwerpveldje (honkbal) |
| burū・chippu-ブルー・チップ | aandeel van grote, bekende bedrijven |
| busahō-無作法 | onbeleefdheid; slechte manieren; inbreuk op de etiquette |
| busaiku-不細工 | onhandigheid; stunteligheid |
| busaiku-不細工 | alledaagsheid; eenvoudigheid; onaantrekkelijkheid |
| bushō-武将 | militair leider; generaal; (opperste) krijgsheer; opperbevelhebber |
| busho-部署 | (iemands) baan; betrekking; afdeling; post |
| bushōhige-無精髭 | stoppelbaard; stoppel(s) |
| bussan-仏参 | een bezoek aan een boeddhistische tempel of een graf (van voorouders) |
| bussansuru-仏参する | een boeddhistische tempel [een graf] bezoeken |
| busshari-仏舎利 | de overblijfselen (as, botten) van Boeddha |
| busshi-仏子 | boeddhist; volgeling van het boeddhisme |
| busshi-仏師 | maker [beeldhouwer] van boeddhistische beelden |
| busshiki-仏式 | boeddhistisch ritueel; boeddhistische ceremonie |
| busshin-仏心 | de Boeddha-natuur; de (oorspronkelijke) Boeddha-geest |
| busshin-物心 | het stoffelijke en het geestelijke |
| busshin-物神 | materie en geest [ziel] |
| busshitsuteki-物質的 | stoffelijk; materieel |
| busshō-仏性 | de Boeddha-natuur; de (oorspronkelijke) Boeddha-geest |
| bussho-仏所 | werkplaats waar boeddhistische beelden worden gemaakt |
| bussho-仏所 | plaats [locatie] waar een boeddhistische beeld is geplaatst |
| busshokugai-物色買い | optionele aankoop van aandelen (waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst zullen stijgen) |
| busso-仏祖 | een hogepriester die door het zenboeddhisme een religieuze staat heeft bereikt |
| bussō-物騒 | onveilig [onrustig; onheilspellend; dreigend] zijn |
| busu-ぶす | een lelijke vrouw |
| būsu-ブース | hokje; telefooncel; cabine |
| butabako-豚箱 | (informeel) detentiecel (in een politiebureau); politiecel (lett. varkenskot) |
| butagenofirubātofude-豚毛のフィルバート筆 | Filbert kwast [penseel] met varkenshaar |
| butai-舞台 | (toneel) podium; (op de) planken |
| butai'ishō-舞台衣装 | toneelkostuum |
| butanokōmōhitsu-豚の硬毛筆 | (harde) varkensharen borstel |
| butikku-ブティック | boetiek (winkel) |
| butikku・hoteru-ブティック・ホテル | boetiekhotel |
| butsudan-仏壇 | boeddha-altaar; huisaltaar met een boeddhabeeld |
| butsudan-仏壇 | draagbaar altaar met een boeddhabeeld |
| butsuden-仏殿 | tempelgebouw [zaal] waarin het boeddha beeld staat |
| butsudeshi-仏弟子 | leerling [volgeling] van Boeddha |
| butsudō-仏堂 | tempelgebouw [zaal] waarin het boeddha beeld staat |
| butsuen-仏縁 | spirituele relatie [connectie] met Boeddha |
| butsugu-仏具 | voorwerpen die worden gebruikt bij boeddhistische rituelen; altaarstukken |
| butsuji-仏事 | boeddhistisch ritueel; herdenkingsdienst |
| butsuji-仏寺 | boeddistische tempel |
| butsukarigeiko-ぶつかり稽古 | training (van worstelen en judo) met afwisselend duwen en geduwd worden |
| butsuza-仏座 | plaats van het Boeddhabeeld in de tempelzaal |
| butsuza-仏座 | zitplaats van een Boeddhabeeld |
| butsuzei-物税 | belasting op bezit (aankoop, productie en verkoping van goederen) |
| butsuzō-仏像 | boeddhistisch beeldhouwwerk [kunstwerk; schilderij]; afbeelding van een Boeddha of bodhisattva |
| buttai-仏体 | Boeddha's universele lichaam; boeddhabeeld |
| butteki-物的 | materieel; tastbaar |
| buunchōkyū-武運長久 | oorlogsgeluk; (hoop op) voortdurende overwinningen |
| buwake-部分け | classificatie; indeling; sortering |
| buyūden-武勇伝 | levensverhaal van een held; ridderverhaal; (ironisch) heldenepos van kroegloper |
| buzai-部材 | onderdeel (van een kunstwerk, beeldhouwwerk, e.d.) |
| buzai-部材 | bouwelementen; structurele elementen van gebouwen (zoals kolommen, balken, muren en plafonds) |
| buzama-無様 | lelijkheid; misvormdheid; onbeholpenheid; lompheid |
| byō-苗 | (in kanji combinaties) jonge plant [zaailing; stek]; kiem; nakomeling |
| byō-鋲 | klinknagel; punaise; schoenspijker |
| byōbō-渺茫 | uitgestrektheid; grenzeloosheid; weidsheid |
| byōbyō-渺渺 | uitgestrektheid; grenzeloosheid; weidsheid |
| byōdō-平等 | gelijkheid |
| byōei-苗裔 | (verre) afstammelingen; nakomelingen |
| byōgo-病後 | het herstel na een ziekte |
| byōjō-病状 | ziekteverschijnsel; ziektebeeld; ziekteproces; ziekteverloop |
| byōjōshin-平常心 | gewone [alledaagse] gevoelens |
| byōjōshin-平常心 | (zen boeddh.) een (altijd) kalme en alledaagse geest [ziel] |
| byōsei-病勢 | ziektebeeld; ziekteverloop |
| byōsha-描与 | (af)schildering; afbeelding |
| byōsha-描写 | beschrijving; weergave; afbeelding; voorstelling |
| byōshin-病身 | een slechte [zwakke; kwetsbare] gezondheid; ziekelijke [zwakke] constitutie |
| byōshutsu-描出 | uitbeelding; representatie; beschrijving |
| byōteki-病的 | pathologisch; ziekelijk; morbide; ongezond |
| byūbyū-びゅうびゅう | (geluid van) loeiende wind, e.d. |
| byuffe-ビュッフェ | buffet (tafel met uitgestalde gerechten) |
| byūguru-ビューグル | bugel (muziekinstrument) |
| byūrō-ビューロー | schrijftafel; bureau |
| chabo-チャボ | oud Japans kippenras (Japanse kriel) |
| chabudai-卓袱台 | lage eettafel |
| chāchi-チャーチ | (Christelijke) kerk (gebouw) |
| chāchi-チャーチ | (Christelijke) kerk (gemeente) |
| chadai-茶代 | geld voor een drankje in een theehuis, e.d. |
| chadokoro-茶所 | theewinkel; theehuis; theesalon |
| chadokoro-茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| chaen-茶園 | theewinkel |
| chagama-茶釜 | theeketel (van ijzer, koper, e.d.; m.n. gebruikt bij de Japanse theeceremonie) |
| chaimu-チャイム | bel; klokkenspel; carillon; geklingel |
| chainīzuhowaito-チャイニーズホワイト | Chinees wit (pigment, voornamelijk in waterverf) |
| chāji-チャージ | (elektrische) lading; het opladen |
| chāji-チャージ | beschuldiging; telastlegging |
| chājingu-チャージング | beschuldigen; aanklagen; bevelen |
| chakasu-茶化す | de spot drijven (met); de draak steken (met); belachelijk maken |
| chaku-着 | wordt gebruikt bij het tellen van kledingstukken |
| chaku-着 | wordt gebruikt bij het tellen van een volgorde |
| chaku-着 | een zet in het go bordspel |
| chakudan-着弾 | inslag (van een kogel, raket e.d.) |
| chakujitsu-着実 | geleidelijkheid; standvastigheid; betrouwbaarheid; zorgvuldigheid |
| chakumero-着メロ | ringtoon van (mobiele) telefoon |
| chakunigoichiranbaraitegata-着荷後一覧払い手形 | zichtwissel te betalen na aankomst [ontvangst] van de lading [goederen] |
| chakushin-着信 | ontvangst van een bericht [telefoontje; correspondentie] |
| chakushin'on-着信音 | ringtone; ringtoon; beltoon |
| chakushō-着床 | innesteling; nedatie; innidatie (van eicellen) |
| chakushokuryō-着色料 | kleurstof; kleurmiddel |
| chakushokuzai-着色剤 | kleurstof; kleurmiddel |
| chakushutsu-嫡出 | legitimiteit van geboorte; geboorte uit een wettig huwelijk |
| chakusō-着装 | installatie; uitrusting; inrichting; montage; het dragen (van een gordel, e.d.) |
| chakutai-着帯 | het dragen van een zwangerschapsgordel |
| chame-茶目 | ondeugendheid; speelsheid |
| chami-茶味 | elegante stijl [kleding] |
| chāmingu-チャーミング | charmant; bekoorlijk; aantrekkelijk |
| chāmu-チャーム | toverspreuk; amulet; bedeltje |
| chāmu-チャーム | charme; bekoring; aantrekkelijkheid |
| chan-ちゃん | klankverandering van het achtervoegsel -san, gebruikt voor meer vertrouwelijkheid of voor kinderen |
| chancharaokashii-ちゃんちゃら可笑しい | belachelijk; absurd; ridicuul |
| channeru-チャンネル | kanaal (van televisie, radio etc.) |
| channeru-チャンネル | knop waarmee je een tv- of radio kanaal selecteert |
| chanoki-茶の木 | theeplant (Camellia sinensis) |
| chanoko-茶の子 | versnapering; cake; snoepjes (oorspronkelijk voor bij de thee) |
| chansu-チャンス | kans; gelegenheid |
| chansu・mēkā-チャンス・メーカー | (sport) kansenschepper; speler die kansen creëert |
| chanto-ちゃんと | stabiel; solide |
| chaperu-チャペル | kapel; (kleine) kerk |
| chari-茶利 | komische scene in theatervoorstellingen |
| charin-ちゃりん | (onomatopee) gerinkel; getinkel |
| charinko-ちゃりんこ | (informeel) fiets |
| charitī-チャリティー | liefdadigheid; liefdadige instelling |
| charitī・shō-チャリティー・ショー | benefietconcert; liefdadigheidsvoorstelling |
| chasaji-茶匙 | theelepel |
| chataku-茶托 | schoteltje; onderzetter (voor theekopje) |
| chāto-チャート | hoornkiezel; hoornsteen |
| chawanmushi-茶碗蒸し | Japans eiercustard gerecht, dat traditioneel wordt gestoomd in een theekom |
| chazuke-茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| chea-チェア | stoel |
| chekkā-チェッカー | damspel; dammen |
| chekkuauto-チェックアウト | het uitchecken (uit een hotel) |
| chekkuin-チェックイン | het inchecken (in een hotel) |
| chekkurisuto-チェックリスト | controlelijst |
| chekku・ando・baransu-チェック・アンド・バランス | controle en evenwicht in de machtsverhoudingen van een politiek bestel |
| chenbaro-チェンバロ | klavecimbel (muziekinstrument) |
| chenji-チェンジ | verandering; wisseling; omzetting; vervanging |
| chēn・shisutemu-チェーン・システム | keten-systeem (voor winkels) |
| chēn・sutoa-チェーン・ストア | filiaal van een grootwinkelbedrijf [winkelketen] |
| cherenkofukōka-チェレンコフ効果 | Tsjerenkov-effect (elektromagnetische straling) |
| cheresuta-チェレスタ | celesta (muziekinstrument) |
| cherisuto-チェリスト | cellist; cellospeler |
| chero-チェロ | cello (muziekinstrument) |
| chesu-チェス | schaakspel; schaken |
| chi-乳 | uitstulpingen op het oppervlak van een tempelbel |
| chi-乳 | (moeder)melk |
| chi-地 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) aarde |
| chi-智 | wijsheid; intellect; intelligentie; kennis |
| chi-癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| chi-稚 | (in samenstellingen) jong; kinderlijk |
| chiban-地番 | nummer dat aan elk stuk grond (perceel) wordt toegekend voor registratie in het kadaster |
| chibifude-禿筆 | versleten (schrijf)penseel |
| chibu-恥部 | geslachtsdelen; edele delen |
| chibutsu-地物 | alle natuurlijke en door de mens gemaakte elementen in een landschap (zoals bossen, rivieren, (spoor)wegen, huizen, e.d.) |
| chichi-乳 | (planten)sap uit bladeren, stengels, e.d. |
| chichi-乳 | (moeder)melk |
| chichikubi-乳首 | tepel |
| chichūkai-地中海 | Middellandse Zee |
| chidome-血止め | stypticum; bloedstelpend middel |
| chidori-千鳥 | plevier (vogel) |
| chidoriashi-千鳥足 | een wankelende [waggelende] pas [loop] |
| chidōsetsu-地動説 | heliocentrisme; copernicanisme |
| chiekiryō-血液量 | bloedvolume; hoeveelheid bloed |
| chien-地縁 | lokale verbondenheid [verwantschap]; onderlinge relatie gebaseerd op dezelfde woonomgeving |
| chienetsu-知恵熱 | (lett. wijsheidskoorts) plotseling opkomende (en kortdurende) koorts bij baby's (vaak geassocieerd met het tandjes krijgen) |
| chifusu-チフス | tyfus (besmettelijke ziekte) |
| chigaeru-違える | veranderen; (af)wisselen; variëren |
| chigaidana-違い棚 | planken die niet precies boven (of naast) elkaar zijn gemonteerd maar verspringen (deels overlappend) |
| chigainai-違いない | zeker; zonder twijfel |
| chigiru-契る | gemeenschap hebben; het bed delen (met) |
| chigiru-契る | (plechtig) beloven; een gelofte doen; een eed afleggen; zweren |
| chihedo-血反吐 | bloederig braaksel; bloed opgeven |
| chihō-地方 | platteland, provincie |
| chihō-地方 | (vaak als achtervoegsel) landstreek; gebied; regio; streek |
| chihōkōfuzei-地方交付税 | belastingen van lokale overheden |
| chihōshoku-地方色 | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
| chihōzei-地方税 | lokale belasting; belastingheffing van lokale overheden |
| chii-地異 | natuurverschijnsel; natuurramp |
| chiikishinkō-地域振興 | promotie [bevordering] van regionale welvaart |
| chiisai-小さい | laag (stem, geluid, etc.) |
| chiisana-小さな | laag (stem, geluid, etc.) |
| chiji-千千 | velen; duizenden; verscheidenen |
| chiji-知事 | gouverneur (van een provincie, deelstaat, of prefectuur) |
| chijimu-縮む | krimpen; ineenkrimpen; verschrompelen; slinken |
| chijin-痴人 | domkop; ezel; uilskuiken; sukkel; idioot; halvegare; dwaas |
| chijiraseru-縮らせる | (in)krimpen; kreukelen |
| chijōi-知情意 | verstand, emotie en wil (van de menselijke geest) |
| chijoku-恥辱 | schande; vernedering; belediging; beschaamd zijn |
| chika-地下 | kelder; souterrain; onder de grond |
| chika-地価 | officiële grondprijs |
| chikachika-ちかちか | helder [verblindend] lichtgeflikker; lichtflitsen |
| chikachika-ちかちか | pijnprikkels |
| chikadō-地下道 | ondergrondse passage (weg, fiets- of voetgangerstunnel) |
| chikagai-地下街 | ondergronds winkelcentrum; ondergrondse winkelstraat |
| chikagoro-近頃 | dezer dagen; recentelijk; de laatste tijd |
| chikai-地階 | kelder; souterrain |
| chikai-誓い | eed; gelofte |
| chikakei-地下茎 | wortelstok; eizoom |
| chikan-痴漢 | aanrander; perverse [handtastelijke] man |
| chikansuru-置換する | vervangen; verplaatsen; inwisselen |
| chikarakobu-力瘤 | grote biceps; sterke (arm)spierbundels |
| chikaramake-力負け | verlies door teveel verspilling van kracht (in het begin) |
| chikaramizu-力水 | bij sumo, het water dat de worstelaars drinken voor elke partij |
| chikaranuke-力抜け | teleurstelling; ontgoocheling; deceptie |
| chikarashigoto-力仕事 | (zwaar) lichamelijk werk; mankracht |
| chikarawaza-力業 | zwaar werk; werk dat veel (lichamelijke) kracht vereist |
| chikashii-近しい | intiem; vertrouwelijk |
| chikashitsu-地下室 | kelder |
| chikau-誓う | zweren; plechtig beloven; een eed afleggen |
| chikazukeru-近づける | omgaan met (iem.); nader tot elkaar brengen |
| chikku-チック | pommade; haarplakmiddel |
| chikuba-竹馬 | stelten (om op te lopen) |
| chikuba-竹馬 | hobbelpaard |
| chikubi-乳首 | tepel |
| chikuchiku-ちくちく | prikkelend; stekend |
| chikudenki-蓄電器 | (elektriciteit) condensator |
| chikufujin-竹夫人 | een bamboe rolkussen (ook wel "Dutch wife" genoemd) |
| chikuji-逐次 | de één na de ander; successievelijk; achtereenvolgens |
| chikusanbutsu-畜産物 | dierlijke producten (zoals melk, eieren, vlees; wol, etc.) |
| chikuseki-蓄積 | verzameling; bevoorrading; accumulatie |
| chikusuijitsu-竹酔日 | 13 mei (maankalender), de dag waarop traditioneel in China bamboe werd geplant (lett. dronken bamboe-dag) |
| chikuwa-竹輪 | Japans (hol, buisvormig) voedingsproduct (gemaakt van o.a. gepureerde vis, zout, suiker, eiwit en zetmeel) |
| chīku・dansu-チーク・ダンス | dansen cheek to cheek (met de wangen tegen elkaar); schuifelen |
| chikyūgi-地球儀 | aarde; aardbol; wereldbol; globe |
| chimatsuri-血祭り | bloedoffer (in het oude China werd een vijand geofferd voor een veldslag om de oorlogsgod gunstig te stemmen) |
| chimayou-血迷う | de controle over zichzelf verliezen; in razernij ontsteken; door het lint gaan; gek worden |
| chimeishō-致命傷 | dodelijke wond |
| chimeishō-致命傷 | (fig.) fatale slag; onherstelbare schade |
| chimeiteki-致命的 | dodelijk; fataal |
| chīmupurē-チームプレー | teamspel; goed samenspel binnen een team |
| chīmuwāku-チームワーク | teamwerk; samenspel; samenwerking |
| chin-朕 | (gebruikt als keizerlijke zelfaanduiding) ik (of pluralis majestatis) wij |
| chin-狆 | (hond) Japanse spaniël |
| chinamu-因む | verbonden zijn; geassocieerd worden met; gerelateerd zijn aan |
| chinchō-珍重 | (sloitregel bij correspondentie) blijf gezond en wel; pas goed op jezelf |
| chinchō-珍重 | gunstige gelegenheid; vreugdevolle gebeurtenis; iets veelbelovends |
| chinchō-珍重 | (haikai en renga dichtkunst) één van de kritiekpunten bij de beoordeling van een gedicht |
| chinchō-珍重 | (zen-boeddhisme) afscheidswoord gebruikt door monniken, zoals: tot ziens, welterusten, blijf gezond en wel, e.d |
| chinchō-珍重 | het veel waarde hechten aan; iets koesteren; met zorg bewaren |
| chinden-沈殿 | neerslag; afzetting; bezinksel |
| chingaizai-鎮咳剤 | hoestdrank; antitussivum; hoeststillend middel |
| chingin-賃金 | huur(geld) |
| chingintaikei-賃金体系 | loonsysteem; salarisstelsel |
| chinjū-珍獣 | een bijzonder [vreemd; zeldzaam] dier |
| chinkin-沈金 | lakwerk met goud ingelegd |
| chinkon-鎮魂 | zielenrust (van een gestorvene) |
| chinkotsu-砧骨 | incus; aambeeld (gehoorbeentje) |
| chinkyaku-珍客 | een welkome (onverwachte) bezoeker [gast] |
| chinmen-沈湎 | het zich laveloos drinken |
| chinmyō-珍妙 | raar [vreemd; ongebruikelijk] zijn |
| chinō-知能 | intelligentie; intellect |
| chinōhan-知能犯 | misdrijven met gebruik van informatie (zonder geweld); criminaliteit met intellectueel eigendom; witteboordencriminaliteit |
| chinōshisū-知能指数 | IQ (intelligentiequotiënt) |
| chinpanī-チンパニー | pauk; keteltrom (muziekinstrument) |
| chinpira-ちんぴら | (jong) bendelid; gangster; crimineel; yakuza (van lage rang) |
| chinpon-珍本 | zeldzaam (oud) boek |
| chinpunkanpun-ちんぷんかんぷん | wartaal; nonsens; onbegrijpelijk gebrabbel |
| chinretsu-陳列 | tentoonstelling; uitstalling; vertoning |
| chinrin-沈淪 | het diep zinken; in de vergetelheid geraken; ondergang; teloorgang; vernietiging |
| chinseizai-鎮静剤 | kalmeringsmiddel; sedatief |
| chinsho-珍書 | een zeldzaam [vreemd] boek |
| chinudai-茅渟鯛 | zwarte (Japanse) zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
| chinuru-血塗る | (ritueel uit het oude China) het smeren van bloed (van vijanden of offerdieren) op zwaarden, trommels, e.d. |
| chin'utsu-沈鬱 | somberheid; zwaarmoedigheid; depressie; melancholie |
| chirichiri-ちりちり | brandend gevoel (op de huid); gerimpeld |
| chirimen-縮緬 | crêpe; krip (gekroesd, niet-glanzend weefsel) |
| chirimenjiwa-縮緬皺 | fijne rimpeltjes |
| chirirenge-散り蓮華 | Chinese porseleinen lepel |
| chiru-散る | smelten; oplossen; verdwijnen |
| chiru-散る | vallen; neerdwarrelen; verstrooien |
| chirudo-チルド | gekoeld; koud bewaard |
| chirudo・bīfu-チルド・ビーフ | gekoeld rundvlees |
| chiryō-治療 | medische zorg [behandeling; therapie; kuur]; genezing |
| chiryōsuru-治療する | genezen; helen; beter maken; medisch behandelen; medische zorg geven |
| chisei-知性 | intelligentie; verstand |
| chisetsu-稚拙 | ongekunsteldheid; naïviteit; kinderachtigheid |
| chisha-知者 | een wijze; een wijs persoon; iemand met veel kennis en inzicht |
| chishikijin-知識人 | een intellectueel |
| chishikikaikyū-知識階級 | de intelligentsia; intellectuele klasse; intellectuelen |
| chishikisō-知識層 | intelligentsia; de intellectuelen |
| chishio-血潮 | warmbloedigheid; hartstochtelijkheid |
| chishiryō-致死量 | een fatale [dodelijke] dosis [hoeveelheid] |
| chishō-地象 | verschijnselen die zich voordoen op aarde (zoals aardverschuivingen en aardbevingen) |
| chisō-馳走 | feestmaal; voortreffelijk gerecht |
| chisō-馳走 | gastvrijheid; hartelijkheid; gulheid |
| chisso-窒素 | stikstof (chem. element) |
| chitekishōgai-知的障害 | zwakbegaafdheid; geestelijk gebrek |
| chitekizaisanken-知的財産権 | intellectuele eigendomsrechten |
| chittomo-ちっとも | (met ontk.) helemaal niet |
| chiyahoya-ちやほや | (onomatopee) ophemelend; ophef makend (over); verwennend |
| chiyorozu-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| chiyu-治癒 | genezing; herstel |
| chizeru-チゼル | beitel |
| chō-挺 | stuk(s) (wordt gebruikt bij het tellen van langwerpige voorwerpen zoals bijv. spade, schoffel, geweer en kaars) |
| chō-脹 | (in kanji combinaties) zwelling |
| chō-鳥 | (in kanji combinaties) vogel |
| chōba-丁場 | (hist.) een verzamelplaats voor koetsiers; draagstoeldragers, etc. |
| chōba-嘲罵 | belediging, bespotting |
| chōba-帳場 | administratie ruimte [kamer]; balie; receptie (hotel, e.d.) |
| chōbatsu-懲罰 | reprimande; disciplinaire maatregel |
| chobo-点 | muziekbegeleiding [recital] van Gidayū (Kabuki theater) |
| chōchinmochi-提灯持ち | vleierij; bewieroking; ophemeling |
| chōchinmochi-提灯持ち | vleier; hielenlikker |
| chōchin'ya-提灯屋 | lantaarnwinkel; lantaarnmaker |
| chōden-弔電 | condoleancetelegram |
| chōei-澄瑩 | (volmaakt) helder en duidelijk |
| chōeki-懲役 | (onbeleefd taalgebruik) aanspreektitel van gedetineerden |
| chōga-頂芽 | eindknop; apicale knop (het primaire, dominante, groeipunt is aan de punt van de stengel of tak van de plant) |
| chogori-チョゴリ | traditioneel Koreaanse kleding |
| chōheneiga-長編映画 | langspeelfilm; hoofdfilm |
| chōi-弔意 | rouwbeklag; condoleantie; blijk van medeleven [deelneming] |
| chōja-長者 | (hist.) hoofd van een clan; hoofd van een poststation; gastvrouw van een bordeel |
| chōji-丁子 | kruidnagel |
| chōji-弔辞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| chōjin-超人 | superman (filmheld) |
| chōjin-超人 | (in de filosofie van Nietzsche) übermensch (lichamelijk en geestelijk hoger type mens) |
| chōjin-鳥人 | (lett. vogelmens) een woord dat gebruikt wordt voor piloten, skiërs, atletiekspringers, e.d. |
| chōjin-鳥人 | Mythologisch wezen dat half mens, half vogel is |
| chōjiyu-丁子油 | kruidnagelolie |
| chōjūgenso-超重元素 | superzwaar element |
| chōjūhogoku-鳥獣保護区 | wildreservaat; beschermd gebied voor vogels en wilde dieren |
| chōka-町家 | handelshuis; koopmanshuis; familie van handelaren |
| chōka-長歌 | langere vorm van waka-poëzie, met regels van 5 en 7 lettergrepen, die afwisselend minstens drie keer worden herhaald (meestal eindigend met 7) |
| chōkai-懲戒 | disciplinaire straf (maatregel); bestraffing; sanctie; tuchtiging |
| chōkai-町会 | stadsdeelraad; wijkraad |
| chōkan-長官 | directeur; hoofdfunctionaris; kanselier; voorzitter |
| chōkanzu-鳥瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
| choki-ちょき | schaar (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| chokin-貯金 | sparen; spaargeld |
| chokinsuru-貯金する | (geld) sparen |
| chokkeihizoku-直系卑属 | lineaire afstammeling (b.v. zoon) |
| chokketsu-直結 | directe verbinding [link; koppeling] |
| chōkō-彫工 | beeldhouwer; graveur |
| chokochoko-ちょこちょこ | lopend met kleine pasjes; waggelend |
| chōkoku-彫刻 | beeldhouwwerk; sculptuur; gravure; houtsnede |
| chōkokuka-彫刻家 | beeldhouwer; graveur; houtsnijder |
| chōkokuten-彫刻展 | beeldententoonstelling |
| chōkokutō-彫刻刀 | beitel; mesje voor houtsnijwerk; graveernaald |
| chokozai-猪口才 | onbeschaamdheid; brutaliteit; schaamteloosheid |
| chokuchoku-ちょくちょく | vaak; dikwijls; regelmatig; frequent; geregeld |
| chokudoku-直読 | het hardop voorlezen van Chinese teksten (in de originele Chinese volgorde) |
| chokuei-直営 | direct beheer (bv. van een winkel) |
| chokugo-直後 | onmiddellijk [direct] na iets |
| chokuhitsu-直筆 | het kalligraferen met de schrijfpenseel rechtop gehouden |
| chokuhitsu-直筆 | de zaken beschrijven zoals die feitelijk zijn (zonder uitweidingen) |
| chokumei-勅命 | keizerlijk bevel |
| chokuretsukairo-直列回路 | serieschakeling |
| chokuryū-直流 | gelijkstroom |
| chokusai-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokusai-直裁 | een direct [onmiddellijk; regelrecht] besluit [oordeel] |
| chokusen-勅撰 | het op keizerlijk bevel verzamelen [bundelen] van gedichten en teksten |
| chokusen-勅撰 | keizer die zelf gedichten schrijft, of dichtbundels samenstelt |
| chokusenshū-勅撰集 | poëziebloemlezing samengesteld in opdracht van de keizer |
| chokusenwakashū-勅撰和歌集 | waka-gedichten verzameld in opdracht van de keizer |
| chokusetsu-直截 | direct [regelrecht; eerlijk; resoluut; besluitvaardig] zijn |
| chokusha-直射 | directe belichting |
| chokutō-直答 | direct [onmiddellijk] antwoord |
| chokutōsuru-直答する | direct [onmiddellijk; rechtstreeks] antwoorden |
| chokuyu-直喩 | een metafoor; vergelijking; gelijkenis; retorische figuur |
| chōkyoridenwa-長距離電話 | internationaal [interlokaal] telefoongesprek |
| chōmin-町民 | stedeling; stadsmens |
| chōmoku-鳥目 | geld; munt; muntstuk (lett. vogel-ogen, de term verwijst naar oude munten met ronde gaten) |
| chōmonsuru-弔問する | condoleren; medeleven betuigen |
| chōna-手斧 | handbijl; hakbijl; houweel |
| chōnaikai-町内会 | buurtvereniging (om buurtzaken te regelen) |
| chonbo-ちょんぼ | (Mahjong) een mogelijk winnende steen verkeerd leggen |
| chōnenten-腸捻転 | volvulus (draaiing van een deel van de darm) |
| chongā-チョンガー | vrijgezel |
| chōnōryokusha-超能力者 | paragnost; helderziende |
| chōonsoku-超音速 | supersonische snelheid |
| choppu-チョップ | karbonade; kotelet (stuk vlees) |
| chōreibokai-朝令暮改 | inconsequent [inconsistent; onsamenhangend; veranderlijk] gedrag [beleid]; onlogische maatregelen |
| chōriba-調理場 | (professionele) keuken (zoals b.v. in restaurants) |
| chōritsu-町立 | plaatselijk [lokaal] zijn |
| chorochoro-ちょろちょろ | (onomatopee) druppelend; flikkerend; dartelend; snel [licht] bewegend |
| choroi-ちょろい | eenvoudig; gemakkelijk; simpel (van geest) |
| choromakasu-ちょろまかす | stelen; pikken; jatten; er vandoor gaan met |
| chōrui-鳥類 | vogelsoort; vogels |
| chōruigaku-鳥類学 | ornithologie; vogelkunde |
| chōruigakusha-鳥類学者 | ornitholoog; vogelkenner; vogelkundige |
| chōsan-朝餐 | (speciale term voor) het ontbijt (mogelijk aan het hof e.d.) |
| chōsei-町制 | bestuurlijk systeem van een stad; stedelijke structuur; stadsorganisatie |
| chōsei-調整 | regeling; afstemming; controle |
| chōsei-調製 | het opstellen van registers; grootboeken |
| chōsei-調製 | het vervaardigen op bestelling; het bereiden op recept (medicijnen; voedsel) |
| chōseki-長石 | veldspaat (mineraal) |
| chōshi-弔詞 | condoleancebericht; woorden van medeleven |
| choshi-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| chōshi-銚子 | schenkkan [ketel; kruik] voor sake (rijstwijn); sakefles |
| chōshimono-調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| chōsho-長所 | verdienste; goede eigenschap; deugd; voordeel |
| chōshū-徴収 | incassering (van belastingen, leges e.d.) |
| chōshū-徴集 | verplichte inzameling (van goederen e.d.) |
| chōsuru-寵する | verwennen; begunstigen; bevoordelen |
| chōtantankaku-長短短格 | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| chōtei-調停 | mediation; bemiddeling; arbitrage |
| chōtō-長刀 | lang zwaard; hellebaard |
| chōtōha-超党派 | niet-partijgebonden; onafhankelijk van partijlijn [partijpolitiek] |
| chōtokkyū-超特急 | hoge snelheidstrein; superexpress trein |
| chototsu-猪突 | roekeloosheid; overmoedigheid; onbezonnenheid; onbesuisdheid |
| chōurangenso-超ウラン元素 | transuraan element |
| chōzō-彫像 | sculptuur; beeldhouwwerk |
| chōzoku-超俗 | wereldvreemdheid; afstandelijkheid; afzijdigheid |
| chū-仲 | bemiddeling; bemiddelaar; tussenpersoon |
| chū-仲 | relatie tussen mensen |
| chū-宙 | lucht; hemel; ruimte; tussen hemel en aarde |
| chūbaika-虫媒花 | insectenbloemige plant (plant waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht) |
| chūbi-中火 | gematigde hitte; middelmatige vuur |
| chūbu-中部 | het middengedeelte; middelste gedeelte |
| chūburā・beruzu-チュウブラー・ベルズ | buisklokken (slaginstrument); klokkenspel |
| chūburu-中古 | tweedehandse artikelen; licht verouderde [gebruikte] spullen |
| chūcho-躊躇 | aarzeling; besluiteloosheid |
| chūchōkikashidashi-中長期貸出 | lening voor middellange tot lange termijn |
| chūchōkikin'yū-中長期金融 | financiering voor middellange en lange termijn |
| chūchosuru-躊躇する | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| chūdan-中段 | het midden [de middelste trede; de overloop] van een trap; het midden van een helling |
| chūei-中衛 | (sport) middenspeler; middenvelder; halfback; halfspeler |
| chūfuku-中腹 | (halverwege op de) berghelling |
| chūgakkō-中学校 | middenschool; lager middelbaar onderwijs (in Nederland groep 7 en 8 van de basisschool + brugklas middelbare school) |
| chūgaku-中学 | middenschool; lager middelbaar onderwijs |
| chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
| chūgata-中形 | middelgrote maat; medium; middelgroot; middenklasse |
| chūgen-中元 | zomergeschenk (veel Japanners geven tijdens het Obon festival geschenken aan mensen die het afgelopen half jaar veel voor hen hebben betekend) |
| chūgen-中間 | midden; halverwege; middelste positie; centrum |
| chūhai-酎ハイ | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| chūhen-中編 | novelle; kort verhaal |
| chūhen-中編 | middelste deel; tweede deel (van een boek in drie delen) |
| chūhenshōsetsu-中編小説 | novelle; kort verhaal |
| chūi-中位 | gemiddelde; midden; middelste rang [positie] |
| chūjiten-中辞典 | middelgroot woordenboek |
| chūkai-仲介 | bemiddeling; tussenkomst |
| chūkaku-中核 | kern; hart; middelpunt |
| chūkankessan-中間決算 | tussenbalans; tussentijds financieel rapport |
| chūkanshi-中間子 | meson (elementair deeltje) |
| chūkasoba-中華蕎麦 | Chinese soba-noedels |
| chūkei-中啓 | een traditionele opvouwbare waaier, die lijkt op een ginkoblad |
| chūkeihōsō-中継放送 | zenderkoppeling; (tv, radio) zendercircuit; uitzending via verschillende zenderstations |
| chūken-中堅 | deel van leger onder directe leiding van de opperbevelhebber |
| chūken-中堅 | (honkbal) middenvelder(s) |
| chūkenkabu-中堅株 | middelgrote aandelen; aandelen van middelgrote bedrijven |
| chūkenkigyō-中堅企業 | middelgrote onderneming [firma] |
| chūki-中期 | middellange termijn; middelste periode |
| chūko-中古 | de (hist.) de Middeleeuwen (Heian periode in Japan) |
| chūko-中古 | tweedehandse [gebruikte] artikelen |
| chūkohin-中古品 | tweedehands [gebruikt] artikel |
| chūkon-中根 | (boeddh.) iemand met een middelmatig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| chūkyori-中距離 | middellange afstand (wedstrijden) |
| chūkyū-誅求 | afzetterij; knevelarij; te zware belastingen heffen |
| chūmon-中門 | centrale [middelste] poort [ingang] |
| chūmon-注文 | bestelling; order |
| chūmonnagare-注文流れ | een afgezegde [geannuleerde] bestelling [order] |
| chūmonsuru-注文する | bestellen; een bestelling plaatsen |
| chūnā-チューナー | radio- (televisie)ontvanger |
| chūnen-中年 | middelbare leeftijd |
| chūniku-中肉 | een middelgroot [middelmatig] postuur |
| chūniku-中肉 | vlees van middelmatige kwaliteit |
| chūnikuchūzei-中肉中背 | een middelgroot [middelmatig] postuur |
| chūnnappu-チューンナップ | het beter afstellen [optimaliseren] (van een auto, computer, etc.) |
| chūn'appu-チューンアップ | het beter afstellen [optimaliseren] (van een auto, computer, etc.) |
| chūōbunritai-中央分離帯 | middenberm (op hoofdwegen en snelwegen) |
| chūōsen-中央線 | middenlijn (op een sportveld, wegdek e.d.) |
| chūrō-中老 | middelbare leeftijd |
| chūryaku-中略 | inkorting van een citaat in het midden; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het middengedeelte weggelaten worden |
| chūryū-駐留 | tijdelijke stationering [plaatsing] (van een leger); tijdelijke aanwezigheid van troepen in een bepaald gebied |
| chūsai-仲裁 | arbitrage; bemiddeling |
| chūsainin-仲裁人 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| chūsei-中世 | middeleeuwen |
| chūsei-中性 | neutraliteit (incl. chemie, elektrisch, etc.) |
| chūseisenzai-中性洗剤 | synthetisch wasmiddel; neutraal reinigingsmiddel |
| chūsenkyoku-中選挙区 | een middelgroot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| chūshi-中止 | onderbreking; uitstel; schorsing; afstel |
| chūshin-中心 | middelpunt; centrum; kern |
| chūshin-中震 | middelzware aardbeving; aardbeving van gemiddelde intensiteit |
| chūshinbu-中心部 | middelpunt; hart; centrale deel; centrum |
| chūshinten-中心点 | belangrijkste deel [punt] |
| chūshisuru-中止する | stoppen; afgelasten; uitstellen; onderbreken |
| chūshō-中傷 | laster; belastering; kwaadsprekerij; zwartmakerij |
| chūshōkigyō-中小企業 | middelgrote en kleine ondernemingen; midden -en kleinbedrijf (MKB) |
| chūshōmeishi-抽象名詞 | abstract (zelfstandig) naamwoord |
| chūsū-中枢 | centrum; hoofdpunt; centrale en belangrijke plaats |
| chūsū-中枢 | (afk. voor) het centrale zenuwstelsel |
| chūsūshinkei-中枢神経 | centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) |
| chūsūshinkeikei-中枢神経系 | het centrale zenuwstelsel |
| chūtā-チューター | studiebegeleider; privéleraar; docent |
| chūtai-中隊 | compagnie (legeronderdeel) |
| chūtai-紐帯 | relatie; band; verbinding |
| chūtōkyōikugakkō-中等教育学校 | zesjarige middelbare school |
| chūton-駐屯 | het (tijdelijk) verblijf van een leger in een bepaald gebied; stationering; legerkamp; bivak |
| chūtoshi-中都市 | middelgrote stad |
| chūzai-駐在 | (afk. voor) politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| chūzaisho-駐在所 | politiepost met woonvertrekken (vaak buiten de stadsgrenzen, lokaal of op het platteland) |
| chūzuri-宙吊り | het (midden) in de lucht hangen [bungelen] |
| daberu-駄弁る | babbelen; kletsen; keuvelen; praten |
| dabingu-ダビング | het indubben [bijmixen] van geluid in een film; nasynchronisatie |
| dabohaze-だぼ鯊 | grondel (vis) |
| daburu-ダブる | nagemaakt [gedupliceerd; verdubbeld] worden |
| daburu-ダブル | dubbel |
| daburuhaba-ダブル幅 | dubbelbreed (van stoffen, ca. 140 cm) |
| daburuheddā-ダブルヘッダー | (honkbal) twee wedstrijden na elkaar tegen dezelfde tegenstander |
| daburupurei-ダブルプレー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
| daburusu-ダブルス | dubbels (in tennis) |
| daburu・bukkingu-ダブル・ブッキング | dubbele boeking [reservering] |
| daburu・foruto-ダブル・フォルト | dubbele fout (tennis) |
| daburu・inkamu-ダブル・インカム | dubbel inkomen (tweeverdieners) |
| daburu・panchi-ダブル・パンチ | (boksen) dubbele slag (met twee vuisten tegelijk) |
| daburu・purē-ダブル・プレー | (honkbal) dubbelspel |
| daburu・suchīru-ダブル・スチール | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| daburu・sukūru-ダブル・スクール | studeren op twee scholen tegelijk |
| daburyūhai-ダブリュー杯 | wereldbeker; wereldkampioenschap |
| daburyū・eichi・ō-ダブリュー・エイチ・オー | Wereldgezondheidsorganisatie |
| daburyū・tī・ō-ダブリュー・ティー・オー | Wereldhandelsorganisatie |
| dachō-駝鳥 | struisvogel |
| dada-ダダ | Dada (Dadaïsme, culturele beweging van kunstenaars) |
| dada-駄駄 | onredelijk [opstandig; verwend; ongeduldig] zijn |
| dadakko-駄駄っ子 | onhandelbaar [verwend] kind |
| daden-打電 | het telegraferen; het versturen van een telegram |
| daeki-唾液 | speeksel; spuug |
| daekibunpikata-唾液分泌過多 | speekselvloed; salivatie |
| daekisen-唾液腺 | speekselklier |
| daekisensenshokutai-唾液腺染色体 | speekselklierchromosoom |
| daekisenshuyō-唾液腺腫瘍 | speekselkliertumor |
| daen-楕円 | ellips |
| daenginga-楕円銀河 | ellipsvormig [elliptisch] sterrenstelsel |
| daenhenkō-楕円偏光 | elliptische polarisatie |
| daenkei-楕円形 | ellipsvorm |
| daentai-楕円体 | ellipsoïde |
| daffuru・kōto-ダッフル・コート | duffelse jas; houtje-touwtje jas |
| dagguauto-ダッグアウト | dug-out (spelersbank bij honkbal) |
| daho-拿捕 | (in oorlogstijd) de tijdelijke inbeslagname van vijandelijke schepen of ladingen |
| dahon-駄本 | een slecht [waardeloos] boek |
| dai-だい | prefix of suffix in samengestelde woorden |
| dai-第 | voorvoegsel gebruikt voor rangtelwoorden |
| dai-題 | titel; opschrift; kop |
| daiaguramu-ダイアグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
| daiben-大便 | uitwerpselen; feces; ontlasting |
| daibubun-大部分 | meerderheid; meer dan de helft; het grootste deel |
| daibutsu-大仏 | een groot standbeeld van Boeddha |
| daichi-台地 | plateau; tafelland |
| daichi-大地 | de aarde (t.o. de hemel) |
| daichō-台帳 | origineel register |
| daidai-代代 | vele [opeenvolgende] generaties |
| daidai-橙 | bittersinaasappel, pomerans; zure sinaasappel (Citrus aurantium) |
| daidakusha-代諾者 | wettelijk vertegenwoordiger; wettelijke voogd |
| daidō-大道 | het juiste levenspad; goede levenswandel |
| daidōshōi-大同小異 | vrijwel hetzelfde; bijna identiek |
| daidōshōnin-大道商人 | straatventer; straathandelaar |
| daien-大円 | grote cirkel |
| daien-大円 | grootcirkel; orthodroom (een cirkel op een boloppervlak waarvan de straal gelijk is aan de straal van de bol) |
| daietarī・faibā-ダイエタリー・ファイバー | voedingsvezel(s) |
| daietto・fūdo-ダイエット・フード | dieetvoedsel |
| daiga-題画 | een gedicht dat wordt toegevoegd aan een prent of schilderij; een afbeelding die de inhoud van een bijgevoegd gedicht weergeeft |
| daigakkō-大学校 | hogere onderwijsinstelling opgericht in samenwerking met een overheidsinstantie |
| daigō-題号 | titel; boektitel; opschrift |
| daihachiguruma-大八車 | grote kar met twee wielen |
| daihen-代返 | (op school) bij het afroepen van namen van een presentielijst bevestigend antwoorden t.b.v een andere persoon (die zelf niet aanwezig is) |
| daihō-大法 | de hoogste spirituele trainingsvorm in het shingon boeddhisme |
| daihonzan-大本山 | hoofdtempel (van een boeddhistische school) |
| daihyō-代表 | vertegenwoordiger; agent; representant; afgevaardigde; (sport) selectie |
| daihyō-代表 | schoolvoorbeeld; typisch geval |
| daihyōdan-代表団 | delegatie; afvaardiging |
| daiichigi-第一義 | eerste [originele] betekenis [principe; overweging]; basisprincipe |
| daiichijisekaitaisen-第一次世界大戦 | de Eerste Wereldoorlog |
| daiittō-第一党 | de leidende [belangrijkste; grootste] partij |
| daijesuto-ダイジェスト | samenvatting; uittreksel |
| daiji-大事 | een belangrijk [ernstig] iets; een serieuze zaak |
| daiji-題字 | titelschrift; titelletters |
| daijin-大尽 | iemand die veel geld uitgeeft aan (wilde) uitspattingen |
| daika-台下 | (eretitel van een edelman) edelachtbare |
| daikasuto-ダイカスト | het gieten (van metaal) in een vorm; gietsel; gietstuk |
| daikichi-大吉 | veel geluk [mazzel; voorspoed] |
| daikirai-大嫌い | een sterke afkeer [hekel] hebben; verafschuwen; haten |
| daikokuten-大黒天 | Daikokuten (Mahākāla), god van rijkdom en handel (meestal afgebeeld met een houten hamer), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| daikotsuban-大骨盤 | het grote bekken (pelvis major) |
| daikyō-大凶 | grote pech [tegenslag; tegenspoed]; veel ongeluk |
| daimei-題名 | titel; naam; noemer; opschrift |
| daimoku-題目 | onderwerp; titel; thema |
| daimon-大門 | hoofdpoort [ingang] van een kasteel of tempel |
| daimonji-大文字 | (afk. voor) de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimonjiyama-大文字山 | de berg(helling) bij Kyoto waar tijdens het festival Gozan no Okuribi vuurpatronen van kanji worden aangestoken |
| daimyōryokō-大名旅行 | een luxueuze [dure] reis maken; reizen in weelde |
| dainan-大難 | grote ramp; ernstig ongeluk; calamiteit |
| dainigi-第二義 | secundair belang; geen basisprincipe |
| dainijisekaitaisen-第二次世界大戦 | de Tweede Wereldoorlog |
| daino-大の | een zelfstandig iemand die zowel fysiek als mentaal volwassen is |
| dainotsuki-大の月 | een lange maand (die 31 dagen telt volgens de zonnekalender, en 30 volgens de maankalender) |
| daiō-大王 | de titel van een (keizerlijke) prins |
| daiō-大王 | (hist.) eretitel van een vorst in Japan (werd later tennō (keizer)) |
| daiō-大王 | eretitel voor een (machtige) koning |
| dairekuto・māketingu-ダイレクト・マーケティング | (agressieve) verkoop via telefoon, direct mail, etc. |
| daisanjisangyō-第三次産業 | tertiaire industrie (in Japan o.a. gas-, elektriciteits- en waterindustrie) |
| daisenkyoku-大選挙区 | een groot [meervoudig] kiesdistrict (met twee of meer zetels) in Japan |
| daisha-台車 | steekwagen; karretje; rolwagentje; winkelwagen |
| daishirazu-題知らず | (waka-poëzie) de titel en de omstandigheden waaronder het gedicht is geschreven zijn onbekend |
| daishō-代償 | compensatie, schadevergoeding; schadeloosstelling |
| daisu-ダイス | dobbelstenen |
| daisu-ダイス | dobbelspel |
| daisuki-大好き | zeer geliefd; favoriet |
| daitai-大体 | ongeveer; globaal; over het algemeen; voornamelijk |
| daitaihin-代替品 | reserveonderdeel; vervanging; substituut; vervangstuk |
| daitansa-大胆さ | stoutmoedigheid; dapperheid; moed; vermetelheid |
| daitōryōfukoku-大統領布告 | presidentieel decreet |
| daitōryōrei-大統領令 | presidentieel decreet |
| daitōryōshūninenzetsu-大統領就任演説 | presidentiële inauguratierede |
| daitoshi-大都市 | grote stad; wereldstad; metropool |
| daiya-ダイヤ | (diagram) dienstregeling (trein, e.d.) |
| daiyaguramu-ダイヤグラム | diagram; grafiek; schema; dienstregeling (trein, e.d.) |
| daiyaruin-ダイヤルイン | inkiessysteem; doorkiessysteem (direct bellen met doorkiesnummer) |
| daiyarusuru-ダイヤルする | een nummer draaien (telefoon) |
| daiyōhin-代用品 | vervangend product; vervangingsartikel; substituut |
| daiza-台座 | sokkel; piëdestal; voetstuk |
| daizentei-大前提 | belangrijkste uitgangspunt [veronderstelling; principe; aanname] |
| dajaku-惰弱 | zwak [slap; apathisch; lusteloos; loom] zijn |
| dajare-駄洒落 | flauwe [slechte; goedkope] grap [woordspeling] |
| dakiau-抱き合う | elkaar omhelzen [omarmen] |
| dakiawase-抱き合わせ | koppelverkoop |
| dakikakaeru-抱き抱える | omhelzen; in je armen nemen |
| dakiokosu-抱き起こす | (iem.) optillen; overeind helpen |
| dakishimeru-抱きしめる | knuffelen; omarmen; iemand stevig vasthouden |
| dakkai-奪回 | herstel; herovering; redding |
| dakkan-奪還 | herstel; herovering; redding |
| dakkusufunto-ダックスフント | teckel; dashond |
| dakō-蛇行 | slingering; kronkeling; zigzaggen; meandering (van een rivier e.d.) |
| daku-抱く | omhelzen; omarmen; in de armen sluiten [dragen] |
| daku-濁 | (in kanji combinaties) onrein; onzuiver; troebel; modderig; vervuild; gedempt (geluid) |
| dakuonpu-濁音符 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakuse-濁世 | (boeddh.) de (bezoedelde) wereld; de stoffelijke [zintuiglijke] wereld |
| dakuten-濁点 | het (dubbele aanhalings)teken gebruikt voor een stemhebbende medeklinker in het Japans |
| dakutyurosu-ダクテュロス | dactylus (drielettergrepige versvoet van1 lange of beklemtoonde en 2 korte of onbeklemtoonde lettergrepen) |
| dāku・ēji-ダーク・エージ | de donkere [duistere] middeleeuwen |
| dakyū-打球 | slag; geslagen bal; het slaan van een bal (met een knuppel, golfclub, racket, e.d.) |
| damakasu-騙かす | bedriegen; vals spelen |
| damashiau-騙し合う | elkaar misleiden [bedriegen; voor de gek houden] |
| damashitoru-騙し取る | ontfutselen |
| damashiuchi-騙し討ち | een verrassingsaanval; iemand met een list afleiden en dan aanvallen; vals spel |
| damasu-騙す | bedriegen; oplichten; vals spelen; misleiden |
| dame-駄目 | Bij het spel go een steen [veld] dat voor geen van beide spelers telt |
| dame-駄目 | niet kunnen; niet lukken; onmogelijk [niet mogelijk] zijn |
| dame-駄目 | niet goed; niet nuttig; zinloos; nutteloos |
| damī-ダミー | de blinde (bij kaartspelen) |
| damī-ダミー | proefpagina; proefmodel; nepartikel; (crashtest)pop |
| damono-駄物 | iets van lage kwaliteit; slecht product; rommel; prul |
| dan-壇 | kring; wereld |
| dan-壇 | podium; spreekgestoelte; verhoging; tribune |
| dan-壇 | ceremoniële (aarden) heuvel |
| dan-弾 | woord gebruikt voor het tellen van kogels; plannen; werkstukken; projecten, series, e.d. |
| dan-断 | (boeddh.) zich bevrijden van wereldse verlangens |
| dan-断 | besluit; beslissing; oordeel |
| dan-檀 | een offer in een tempel (vertaling van Sanskriet) |
| dan-檀 | Indische sering (Melia azedarach) |
| dan-段 | akte [bedrijf, handeling] in een toneelstuk |
| dan-段 | sectie [gedeelte, deel, hoofdstuk] van een vertelling [verhaal] b.v. (in de Ise Monogatari of de Tsurezuregusa) |
| dan-談 | gesprek; verhaal; mondeling verslag |
| danbatake-段畑 | terrasland; terrasvormige kweekvelden (op een berghelling) |
| dancha-磚茶 | (Chinese) steenthee; tegelthee (tot tegeltjes geperste thee) |
| danchaku-弾着 | inslag; impact (van kogel of projectiel) |
| danchigai-段違い | totaal verschillend; op geheel verschillend niveau |
| danchigaiheikōbō-段違い平行棒 | brug met ongelijke leggers (turnen) |
| danchō-団長 | groepsleider; hoofd van een delegatie |
| dandan-団団 | een grote hoeveelheid (vocht; dauw) |
| dandan-段段 | geleidelijk; beetje bij beetje |
| dandanbatake-段段畑 | terrasland; terrasvormige kweekvelden (op een berghelling) |
| dandori-段取り | planning; voorbereiding; regeling |
| dandorisuru-段取りする | plannen; voorbereiden; regelen |
| dangan-弾丸 | kogel |
| dangi-談義 | verhandeling; preek; prediking |
| dango-団子 | gekookte deegballetjes (gemaakt van kleefrijstmeel); dumplings; knoedels |
| dangō-談合 | heimelijke afspraak; samenzwering; onwettige prijsafspraken |
| danjiki-断食 | de vasten (zelfonthouding van voedsel); vastenperiode |
| danjikisuru-断食する | vasten (geen voedsel tot zich nemen) |
| danjite-断じて | zeker; absoluut; in elk geval |
| danjite-断じて | (met negatie) helemaal [absoluut] niet; in geen geval |
| danjokoyōkikaikintōhō-男女雇用機会均等法 | Wet inzake gelijke kansen voor mannen envrouwen |
| danka-檀家 | parochiaan [aanhanger; volgeling] van een boeddhistische gemeenschap [school; sekte] |
| dankaiteki-段階的 | stapsgewijs; stap voor stap; geleidelijk |
| danke-ダンケ | bedankt; dank u wel |
| dankei-男系 | de mannelijke familielijn; de afstammingslijn van vaderskant |
| danketsushin-団結心 | gemeenschapszin; coöperatieve mentaliteit; groepsgevoel |
| dankō-断郊 | het buiten (in velden of bossen) hardlopen |
| dankon-弾痕 | kogelgat |
| danmenzu-断面図 | dwarsdoorsnede; dwarsprofiel |
| danpatsu-断髪 | kortgeknipt kapsel; pagekopje; boblijn (kapsel) |
| danpen-断片 | fragment; (onder)deel; stuk(je) |
| danpingu-ダンピング | het dumpen [goedkoop verkopen] van een grote hoeveelheid goederen ( m.n. op de buitenlandse markt) |
| danro-暖炉 | kachel; (vuur)haard |
| danronfūhatsu-談論風発 | vurige [felle] discussie |
| danryokusei-弾力性 | elasticiteit (economie) |
| danryokusei-弾力性 | veerkracht; buigzaamheid; soepelheid |
| danryokuteki-弾力的 | buigzaam; elastisch; flexibel |
| dansei-弾性 | elasticiteit |
| dansei-男性 | man; mannelijk persoon; de mannen |
| danseienerugī-弾性エネルギー | elastische energie |
| danseigenkai-弾性限界 | elastische limiet |
| danseigomu-弾性ゴム | (elastisch) rubber |
| danseiha-弾性波 | elastische golf |
| danseihenkei-弾性変形 | elastische vervorming |
| danseiritsu-弾性率 | elasticiteitsmodulus |
| danseisen'i-弾性繊維 | elastische vezel |
| danseishōtotsu-弾性衝突 | elastische botsing |
| danseiso-弾性素 | elastine |
| danseisoshiki-弾性組織 | elastisch weefsel |
| danseitai-弾性体 | elastisch lichaam |
| danseiteki-男性的 | mannelijk; manachtig (zoals een man); macho |
| dansen-断線 | (kabel)breuk; ontkoppeling |
| danshaku-男爵 | aardappelsoort (danshaku-imo) |
| danshaku-男爵 | baron (5de rang in de Japanse adelstand) |
| danshari-断捨離 | het grote opruimen, met als doel harmonie te bereiken (gebaseerd op 3 concepten van yoga: weigeren, weggooien, en loslaten van onnodige dingen) |
| danshi-男子 | jongen; jongeman; jongeling |
| danshō-談笑 | een prettig [vriendelijk; luchthartig] gesprek |
| danshoku-暖色 | warme kleur(en) (zoals geel, oranje, rood) |
| danshoku-男色 | (mannelijke) homoseksualiteit; seks tussen mannen |
| danshū-男囚 | (arch.) mannelijke gevangene |
| danshū-男衆 | mannelijke bediende |
| dansonjohi-男尊女卑 | mannelijk chauvinisme; (geloof in) de superioriteit van mannen over vrouwen (lett. de man is geëerd, de vrouw nederig) |
| dantai-団体 | groep; gezelschap; team |
| dantaikōshō-団体交渉 | collectieve onderhandelingen (b.v. tussen vakbonden en werkgeversorganisaties) |
| dantei-断定 | duidelijke beoordeling [bevestiging; verklaring; conclusie] |
| dantōdai-断頭台 | schavot (voor een terechtstelling); guillotine |
| danzuru-断ずる | een oordeel vellen |
| dan'atsu-弾圧 | oppressie; onderdrukking; dwang; beteugeling |
| dan'yū-男優 | acteur; toneelspeler |
| dappi-脱皮 | ecdysis; vervelling; de huid afwerpen (zoals bij slangen e.d.) |
| dappi-脱皮 | het zichzelf bevrijden; breken met (conventies, oude gedachtepatronen, gewoontes, e.d.) |
| daradara-だらだら | (onomatopee) druppelend; stromend; slepend |
| darake-だらけ | (achtervoegsel) vol [bedekt; bezaaid] met |
| daredare-誰誰 | die en die; je weet wel wie |
| daredare-誰誰 | wie; welke personen [mensen] |
| dārin-ダーリン | schat; lieveling; lieverd; liefste |
| daritsu-打率 | (honkbal) slagpercentage; slaggemiddelde |
| darō-だろう | (informele vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| darui-怠い | loom, sloom; lusteloos, traag |
| daruma-達磨 | darumapop (afbeelding van Daruma, waarbij vaak de ogen nog niet zijn ingekleurd, hetgeen men pas doet als een wens uitkomt) |
| darusa-だるさ | lusteloosheid; lethargie |
| dasanteki-打算的 | berekenend; uitgekookt; zelfzuchtig |
| dashi-出し | voorwendsel; uitvlucht; excuus |
| dashiau-出し合う | het delen van de kosten; gezamenlijk bijdragen |
| dashigara-出し殻 | bezinksel (in bouillon, thee, koffie, e.d.); koffieprut |
| dashiire-出し入れ | (geld) storting en opname; het inleggen en uithalen |
| dashimae-出し前 | (iemand's) aandeel in de kosten [uitgaven] |
| dasshifunnyū-脱脂粉乳 | magere melk in poedervorm |
| dasshinyū-脱脂乳 | magere (afgeroomde) melk; taptemelk |
| dasu-出す | maken (van geluid, vuur) |
| dasu-出す | eruit halen; tevoorschijn halen; buitenzetten; uitsteken (van lichaamsdeel); uitlaten |
| date-伊達 | (goede) stijl; raffinement; elegantie |
| date-伊達 | gekunsteldheid; gemaaktheid; uiterlijk vertoon |
| datemaki-伊達巻き | een strak opgerolde omelet, gemaakt van eieren en vispuree (traditioneel Japans Nieuwjaarsgerecht) |
| dātī-ダーティー | de wisselkoers beïnvloeden door marktinterventie |
| dātī・furōto-ダーティー・フロート | een systeem waarbij beleidsautoriteiten ingrijpen wanneer er ongewenste fluctuaties optreden op de wisselkoersen |
| datō-妥当 | juistheid; geschiktheid; toepasselijkheid; relevantie |
| dātsu-ダーツ | darts (spel); dart (pijltje) |
| datsu-立つ | (achtervoegsel) in staat zijn om...; worden; krijgen |
| datsukōchiku-脱構築 | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| datsusara-脱サラ | het zich bevrijden uit de tredmolen van een kantoorbaan, en voor zichzelf beginnen om leuk en zinvol werk te gaan doen |
| datsuzei-脱税 | belastingontduiking |
| datte-だって | (partikel) zelfs; ook; blijkbaar; men zegt; ik denk; jij bedoelt |
| dauningugai-ダウニング街 | Downing Street (waar de Engelse premier woont op nr. 10) |
| daunshifuto-ダウンシフト | terugschakelen (naar een lagere versnelling) |
| dauntaun-ダウンタウン | het lagergelegen deel van de stad; de binnenstad; het zakencentrum |
| dāwinizumu-ダーウィニズム | darwinisme; evolutieleer |
| de-出 | uitvloeisel; uitstroming; uitloop; afvloeiing |
| dearō-であろう | (vorm van het werkwoord 'zijn'; drukt veronderstelling of vermoeden uit) zal (waarschijnlijk) (zo) zijn (dat) |
| dearu-である | zijn (neutrale vorm van het koppelwerkwoord) |
| deashi-出足 | de eerste aanval (bij sumo worstelen, e.d.) |
| deau-出会う | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| deba-出場 | (op het toneel, bij een bijeenkomst, etc.) aan de beurt zijn; opkomst; verschijning |
| debaisu-デバイス | apparaat; toestel |
| deban-出番 | beurt; (bij toneelopvoeringen) de beurt van een acteur om op het podium te komen |
| debasho-出場所 | beurt om op te komen (op het toneelpodium) |
| debiru-デビル | duivel; satan |
| deddo-デッド | nutteloos; ineffectief |
| deddorokku-デッドロック | impasse; patstelling; het vastlopen (van een computer) |
| deddo・hīto-デッド・ヒート | felle strijd [competitie]; hevige concurrentie |
| deddo・hīto-デッド・ヒート | gelijkspel; onbesliste wedstrijd; gelijk gefinisht |
| degozaimasu-でございます | (beleefde vorm voor です) zijn |
| deha-出端 | uitweg; kans [gelegenheid] om te vertrekken [eruit te komen] |
| deha-出端 | (muzikale begeleiding bij) de opkomst van een acteur op het podium (theater) |
| dehōdai-出放題 | onbeperkt [vrijelijk] naar buiten gaan [stromen] |
| deinei-泥濘 | modder; modder(poel); modderige plaats |
| dējī-デージー | madeliefje; meizoentje |
| dejinere-デジネレ | iemand die lichamelijke en geestelijke tekenen van degeneratie vertoont |
| dekameron-デカメロン | Decamerone (titel van een boek van Boccaccio)) |
| deki-出来 | (handels)transactie |
| dekiai-出来合い | kant-en-klaar product [artikel]; confectiekleding |
| dekichattakekkon-出来ちゃった結婚 | een moetje; een (snel) gedwongen huwelijk (omdat de vrouw zwanger is) |
| dekichattakon-出来ちゃった婚 | een moetje; een (snel) gedwongen huwelijk (omdat de vrouw zwanger is) |
| dekigokoro-出来心 | een plotselinge opwelling; gril; bevlieging |
| dekimono-出来物 | tumor; gezwel; abces; steenpuist |
| dekirudake-出来るだけ | zoveel mogelijk; indien mogelijk |
| dekisokonai-出来損ない | een nietsnut ; waardeloos figuur [persoon] |
| dekisokonai-出来損ない | mislukking; een flop; slecht [afgekeurd; onvolledig] product [artikel] |
| dekki・chea-デッキ・チェア | ligstoel; strandstoel |
| dekki・gorufu-デッキ・ゴルフ | golfspel dat op het dek van een schip wordt gespeeld |
| dekoboko-でこぼこ | hobbelig [oneffen] zijn (van de weg, etc.) |
| dekoboko-凸凹 | oneffenheid; ongelijkmatigheid; ruwheid |
| dekonsutorakushon-デコンストラクション | deconstructie (literatuurwetenschappelijke methode) |
| dekora-デコラ | Decola, merknaam van thermohardende kunststof gemaakt van melamine en formaldehyde (o.a. gebruikt voor oppervlaktecoatings) |
| dekuwasu-出くわす | (iemand; elkaar) tegenkomen; ontmoeten; treffen |
| dema-デマ | vals gerucht; roddel |
| dema-デマ | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demagogī-デマゴギー | vals gerucht; roddel |
| demagogī-デマゴギー | demagogie; volksmisleiding; opzettelijk verspreiden van valse informatie |
| demakase-出任せ | gedachteloze opmerking; het iets zeggen zonder nadenken |
| demeritto-デメリット | tekortkoming; nadeel; minpunt |
| demoaru-でもある | ...is ook…; dat geldt ook voor.. |
| dēmon-デーモン | demon; boze geest; duivel |
| demōnisshu-デモーニッシュ | demonisch; duivels |
| demono-出物 | tweedehands goederen [artikelen] |
| demono-出物 | tumor; gezwel; abces; steenpuist |
| demotēpu-デモテープ | demobandje (geluids- of videoband voor reclame- en marketingdoeleinden) |
| demukaeru-出迎える | ontmoeten; (gaan) begroeten; (iem.) afhalen; verwelkomen |
| demuku-出向く | zich begeven [op weg gaan] (naar); zelf [persoonlijk] een bezoek brengen (aan) |
| den-殿 | paleis; huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| den-殿 | tempel (gebouw); heiligdom (gebouw) |
| denba-電場 | elektrisch veld |
| denbun-電文 | zin(nen) gebruikt bij telegrammen; zinnen in telegramstijl |
| denchi-田地 | rijstveld |
| denchū-電柱 | elektriciteitspaal; telefoonpaal |
| dendenkōsha-電電公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
| dendenmushi-でんでん虫 | slak (den is afgeleid van denai (出ない, komt niet naar buiten) |
| dendō-伝導 | geleiding; transmissie; overdracht |
| dendō-伝道 | zendingswerk; prediking; evangelisatie |
| dendō-殿堂 | tempel; heiligdom |
| dendō-電動 | elektrische aandrijving |
| dendōjitensha-電動自転車 | elektrische fiets |
| dendōki-電動機 | elektrische motor; elektrisch aangedreven motor |
| dendōmishin-電動ミシン | elektrische naaimachine |
| dendōrokuro-電動ろくろ | elektrische draaischijf; elektrische pottenbakkersschijf |
| dendōshi-伝道師 | evangelist; prediker; missionaris |
| dendōtaipuraitā-電動タイプライター | elektrische typemachine |
| dendōtokei-電動時計 | elektrische klok |
| dengeki-電撃 | elektrische schok; elektroshock |
| dengen-電源 | elektriciteitsbron; stroombron; elektrische voeding; aan-uitknop |
| dengunetsu-デング熱 | Dengue; knokkelkoorts |
| dengurigaeru-でんぐり返る | een salto [buiteling; koprol] maken |
| dengurigaeshi-でんぐり返し | salto; buiteling; koprol |
| denji-田地 | rijstveld |
| denji-電磁 | elektromagnetisch zijn |
| denjiba-電磁場 | elektromagnetisch veld |
| denjiha-電磁波 | elektromagnetische golf |
| denjiki-電磁気 | elektromagnetisme |
| denjishaku-電磁石 | elektromagneet |
| denjitekikiroku-電磁的記録 | electromagnetisch bestand [register] |
| denjō-電場 | elektrisch veld |
| denka-殿下 | (aanspreektitel) (Uwe; Hare; Zijne) Majesteit |
| denka-電荷 | elektrische lading |
| denkai-電界 | elektrisch veld |
| denkaishitsu-電解質 | elektrolyt |
| denki-電気 | elektriciteit; stroom |
| denki-電気 | (elektrisch) licht |
| denkibunkai-電気分解 | elektrolyse |
| denkidai-電気代 | elektriciteitsrekening |
| denkidendōtai-電気伝導体 | elektrische geleider |
| denkieidō-電気泳動 | elektroforese |
| denkiinseido-電気陰性度 | elektronegativiteit |
| denkijidōsha-電気自動車 | elektrische auto; electrisch voertuig (EV) |
| denkikamisori-電気剃刀 | elektrisch scheerapparaat |
| denkikeirenryōhō-電気痙攣療法 | elektroconvulsietherapie (ECT); elektroshocktherapie |
| denkikōgaku-電気工学 | elektrotechniek |
| denkiryōkin-電気料金 | elektriciteitstarief; elektriciteitskosten |
| denkiseihin-電気製品 | elektrische [elektronische] producten [apparaten] |
| denkishiyōryō-電気使用量 | elektriciteitsverbruik |
| denkisutōfu-電気ストーブ | elektrisch kacheltje |
| denkiteikō-電気抵抗 | elektrische weerstand; resistentie |
| denkitsūshin-電気通信 | telecommunicatie |
| denkitsūshinjigyōhō-電気通信事業法 | telecommunicatiewet |
| denkiunagi-電気鰻 | sidderaal (Electrophorus electricus) |
| denkiyōsetsu-電気溶接 | het elektrisch lassen; booglassen |
| denkōkeijiban-電光掲示板 | elektronisch informatiescherm; elektronisch prikbord |
| denkōsekka-電光石火 | razendsnel [bliksemsnel; supersnel] zijn; in een flits |
| denkyoku-電極 | elektrode |
| dennetsu-電熱 | elektrowarmte; elektrische warmte |
| dennetsuki-電熱器 | elektrothermisch apparaat [toestel]; elektrische kachel; straalkachel; elektrische verwarmingseenheid |
| dennetsukoiru-電熱コイル | elektrische (waterkoker) spiraal |
| dennetsushori-電熱処理 | elektrothermische behandeling |
| denpa-電波 | radiogolf; elektromagnetische golf; signaal; ontvangst (van telefoon of internet verbinding) |
| denpabōenkyō-電波望遠鏡 | radiotelescoop |
| denpata-田畑 | (rijst)velden, akkers |
| denpō-伝法 | de overdracht [het doorgeven; onderwijzen] van de boeddhistische leer (van meester op discipel) |
| denpō-電報 | telegram |
| denpu-田夫 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denpun-澱粉 | zetmeel |
| denpuyajin-田夫野人 | boerenkinkel; boerenpummel; onbeschofte persoon |
| denrai-伝来 | introductie; invoering; instroming (vanuit het buitenland (b.v. een religie, e.d.) |
| denran-電纜 | elektrisch snoer; stroomkabel |
| denryoku-電力 | elektrisch vermogen |
| denryū-電流 | elektrische stroom |
| densen-電線 | elektriciteitskabel; snoer |
| densenbyō-伝染病 | besmettelijke [overdraagbare] ziekte; epidemie |
| densetsu-伝説 | legende; fabel; overlevering |
| densha-田舎 | het platteland |
| densha-田舎 | behuizing [woning] op het platteland; woning van één verdie |
| denshi-電子 | elektron |
| denshibaitai-電子媒体 | digitale [elektronische] media |
| denshidētashori-電子データ処理 | elektronische gegevensverwerking; elektronische dataordening |
| denshijisho-電子辞書 | elektronisch woordenboek; wordtank |
| denshikeijiban-電子掲示板 | elektronisch [digitaal] informatiebord; bulletinboard |
| denshikeisanki-電子計算機 | elektronische rekenmachine; computer |
| denshikenbikyō-電子顕微鏡 | elektronenmicroscoop |
| denshikōgaku-電子工学 | elektronica; elektronentechniek |
| denshimanē-電子マネー | elektronisch [digitaal] geld |
| denshin-電信 | telegraaf; telegram |
| denshinsōkin-電信送金 | elektronische overboeking; bankoverschrijving |
| denshiongaku-電子音楽 | elektronische muziek |
| denshiorugan-電子オルガン | elektronisch orgel |
| denshipiano-電子ピアノ | elektronische [digitale] piano |
| denshishōtorihiki-電子商取引 | elektronische handel; webhandel |
| denshitechō-電子手帳 | elektronische agenda |
| denshizunō-電子頭脳 | computer (lett. elektronisch brein) |
| denshō-伝誦 | mondeling overdracht [overlevering]; vertelling |
| densuke-伝助 | (afk. voor) een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| densuketobaku-伝助賭博 | een soort roulette gokspel dat op straat wordt gespeeld |
| dentaku-電卓 | (zak)rekenmachine; elektronische calculator |
| dentetsu-電鉄 | elektrische spoorweg [spoorbaan] |
| dentō-電灯 | elektrisch licht; elektrische lamp |
| dentōkōgei-伝統工芸 | traditionele ambachten [kunstnijverheid] |
| dentōteki-伝統的 | traditioneel; conventioneel |
| denwa-電話 | telefoon; telefoongesprek |
| denwabangō-電話番号 | telefoonnummer |
| denwachō-電話帳 | telefoonboek |
| denwachū-電話中 | tijdens [aan] het telefoneren; in gesprek (van telefoon) |
| denwaguchi-電話口 | telefoonhoorn; telefoon microfoon |
| denwaki-電話機 | telefoontoestel |
| denwasuru-電話する | telefoneren; iemand opbellen |
| den'atsu-電圧 | elektrische spanning; voltage |
| den'entoshi-田園都市 | tuinstad; stad met veel groenvoorzieningen |
| den'ya-田野 | het platteland; landelijk gebied; rijstvelden en akkers |
| depojitto-デポジット | aanbetaling; borg; onderpand; statiegeld |
| depojittoseido-デポジット制度 | statiegeldsysteem |
| deregēshon-デレゲーション | delegatie; afvaardiging |
| deribatibu-デリバティブ | financieel derivaat |
| derigēshon-デリゲーション | delegatie; afvaardiging |
| derikashī-デリカシー | verfijning; subtiliteit; fijngevoeligheid |
| derikatessen-デリカテッセン | een winkel die delicatessen verkoopt |
| derikatessen-デリカテッセン | delicatessen; lekkernijen |
| derikēto-デリケート | delicaat; fijngevoelig; kwetsbaar |
| derinjāgenshō-デリンジャー現象 | Dellinger effect; Dellinger fade-out (plotselinge ionosferische storing) |
| derishasu-デリシャス | appelsoort |
| deruta-デルタ | (de vierde letter van het Griekse alfabet) delta (Δ, δ) |
| deruta-デルタ | (rivier)delta |
| deruta-デルタ | (wiskunde) variabele grootheid |
| deshi-弟子 | leerling; volgeling |
| deshiberu-デシベル | decibel (eenheid van geluidsintensiteit) |
| deshin-デシン | crêpe de Chine (licht zijden weefsel) |
| deshō-でしょう | misschien; waarschijnlijk; vermoedelijk; het ziet er naar uit dat; het lijkt wel of; naar men zegt |
| desu-です | zijn (beleefde vorm van het koppelwerkwoord) |
| desugiru-出過ぎる | te veel uitsteken; te ver uitsteken; te sterk zijn (b.v. van thee) |
| desuku-デスク | bureau; (schrijf)tafel; lessenaar |
| desuku・puran-デスク・プラン | nog niet uitgevoerd [geïmplementeerd] plan; plan in de ontwerpfase; het plan op tafel |
| desuperēto-デスペレート | wanhopig; radeloos |
| desutoroiyā-デストロイヤー | vernietiger; vernieler |
| desu・matchi-デス・マッチ | (bij professioneel worstelen) een wedstrijd zonder tijdslimiet tot er een winnaar is |
| dewa-では | nou; zo; welnu; in dat geval |
| dē・gēmu-デー・ゲーム | wedstrijd gespeeld overdag (bij daglicht) |
| dibaidā-ディバイダー | verdeler; scheidingswand |
| diberoppā-ディベロッパー | (project)ontwikkelaar |
| dibijon-ディビジョン | verdeling |
| dibijon-ディビジョン | afdeling; divisie |
| difarensharu-ディファレンシャル | differentieel |
| difarensharu・gia-ディファレンシャル・ギア | differentieel |
| difyūjon・rain-ディフュージョン・ライン | diffusielijn (secundaire productlijn van een modehuis of modeontwerper) |
| diguriokurashī-ディグリオクラシー | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| dikishīrando・jazu-ディキシーランド・ジャズ | Dixieland jazzmuziek |
| diminuendo-ディミヌエンド | (muziekterm) diminuendo (eleidelijk afnemend in toonsterkte) |
| dinā・jīnzu-ディナー・ジーンズ | nette jeans voor formelere gelegenheden |
| dinā・pātī-ディナー・パーティー | etentje; (feestelijk) diner |
| dīpu・sausu-ディープ・サウス | het diepe Zuiden (de meest zuidelijke staten van Amerika: Georgia, Alabama, Louisiana en Mississippi) |
| dīpu・supēsu-ディープ・スペース | de verre ruimte (buiten ons zonnestelsel) |
| dīrā-ディーラー | verkoper; handelaar; officiële vertegenwoordiger van een specifiek merk producten van een fabrikant |
| dīrā-ディーラー | financiële instellingen die voor eigen rekening effecten verhandelen |
| dirēdo・suchīru-ディレード・スチール | verlate steel-poging (bij honkbal, een verrassingstechniek waarbij de loper een honk steelt op een onverwacht moment) |
| direkutorī-ディレクトリー | (het bundelen van bestanden in) een map, folder (computer) |
| dīringu・rūmu-ディーリング・ルーム | handelsruimte, een ruimte in een financiële instelling waar effecten- en valutatransacties worden uitgevoerd |
| disukaunto・shoppu-ディスカウント・ショップ | discountwinkel; discountzaak |
| disukaunto・sutoa-ディスカウント・ストア | discountwinkel; discountzaak |
| disupōzā-ディスポーザー | afvalvernietiger; voedselrestenvermaler |
| disupurē-ディスプレー | beeldscherm; monitor |
| disutābukādo-ドントディスターブカード | niet storen kaart (bij hotelkamer) |
| dīzeru-ディーゼル | diesel |
| dīzerukikan-ディーゼル機関 | dieselmotor |
| dīzeru・enjin-ディーゼル・エンジン | dieselmotor |
| dī・bui-ディー・ブイ | huiselijk geweld (Engels DV: domestic violence) |
| dī・kē-ディー・ケー | eetkeuken (Engels DK: dining kitchen) |
| dī・pī・ī-ディー・ピー・イー | (Development Printing Enlargement) het post-productieproces van fotografische films: ontwikkelen, printen en vergroten |
| dō-どう | op welke manier; hoe |
| dō-同 | delen (met) |
| dō-同 | hetzelfde zijn |
| do-土 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) aarde |
| dō-堂 | tempel; schrijn |
| dō-銅 | koper (chemisch element, Cu) |
| doa・tsū・doa-ドア・ツー・ドア | huis-aan-huis; bij elk huis |
| doboku-土木 | (afk. voor) civiele techniek |
| dobokugishi-土木技師 | civiel ingenieur |
| dobokukōgaku-土木工学 | civiele techniek; weg- en waterbouwkunde |
| dōbutsuen-動物園 | (jargon onder criminelen) gevangenis; huis van bewaring |
| dōbutsugyakutai-動物虐待 | dierenmishandeling |
| dōbyō-同病 | dezelfde ziekte |
| dōchaku-同着 | het op hetzelfde moment aankomen; tegelijk arriveren, |
| dochira-どちら | welke kant; waar; welk(e) |
| dōchōtosetsu-道聴塗説 | wat je hoort meteen geloven en doorvertellen; roddelen |
| dōdan-同断 | hetzelfde als voorheen [eerder]; dito; idem |
| dōdan-登壇 | het podium opstappen; het spreekgestoelte beklimmen; achter de kansel gaan staan |
| dōdemo-どうでも | in elke geval; koste wat het kost |
| dōdō-ドードー | dodo; walgvogel (een uitgestorven vogel, Raphus cucullatus) |
| dōdō-同道 | reis(tocht) in gezelschap van anderen; het samen reizen |
| dōdō-堂堂 | publiekelijk; openbaar; openlijk |
| dodo-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | alsmaar maar weer op hetzelfde terugkomen (in gesprekken); in herhalingen vallen |
| dōdōmeguri-堂堂巡り | al biddend rond een tempel lopen |
| dōdōshita-堂堂した | openlijk; schaamteloos; zonder gêne; brutaal |
| dōgaku-同学 | dezelfde opleiding [school; studie]; hetzelfde vakgebied |
| dōgaku-道学 | ethiek; moraalfilosofie; morele filosofie; moraalwetenschap |
| dōgen-同源 | gelijke oorsprong [herkomst; kern] |
| dogeza-土下座 | knielen (voor iemand, om eerbied te tonen, een verzoek te doen, iets af te dwingen, of ter verontschuldiging) |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's year) een levensjaar van een hond (ca. gelijk aan 7 mensjaren), geeft aan de snelheid van veranderingen in de informatiemaatschappij |
| doggu・iyā-ドッグ・イヤー | (Eng.: dog's ear) oor van een hond; ezelsoor (in een bladzij van een boek) |
| doggu・reggu-ドッグ・レッグ | (Engelse golfterm) dogleg, een golfbaan in de vorm van een hondenpoot |
| dōgi-動議 | motie; voorstel |
| dōgi-同義 | dezelfde betekenis; synoniem |
| dōgyōtasha-同業他社 | een ander bedrijf in dezelfde bedrijfstak; concurrent; handelsrivaal |
| dohi-奴婢 | (mannelijke of vrouwelijke) huisbediende (van de laagste rang) |
| dohyō-土俵 | forum voor discussies [onderhandelingen] |
| dohyō-土俵 | de ring (op een ondergrond van klei) waarin sumoworstelaars vechten |
| dohyōgiwa-土俵際 | kritiek [belangrijk; cruciaal] ogenblik |
| dohyōiri-土俵入り | de ceremonie uitgevoerd door de sumo-worstelaars bij het betreden van de ring voordat het toernooi gaat beginnen |
| dōi-同位 | dezelfde rang [positie] |
| dōi-同意 | dezelfde betekenis |
| dōitsu-同一 | identiek; (één en) dezelfde |
| dōitsushi-同一視 | identificatie; de identiteit vaststellen; als hetzelfde beschouwen |
| dōitsushisuru-同一視する | identificeren; als hetzelfde [gelijk] beschouwen |
| dōji-同時 | dezelfde tijd; hetzelfde tijdstip |
| dōjin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dōjin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| dojin-土人 | oorspronkelijke bewoner; inboorling; inlander; autochtoon (vaak denigrerend gebruikt, vooral vroeger) |
| dōjini-同時に | tegelijkertijd; gelijktijdig; tegelijk |
| dōjiru-同じる | het met elkaar [ergens mee] eens zijn |
| dōjitsu-同日 | dezelfde dag [datum] |
| dōjitsuchaku-同日着 | aankomst op dezelfde dag |
| dojjibōru-ドッジボール | trefbal (balspel) |
| dojji・rain-ドッジ・ライン | Dodge Line, een financieel-economisch beleid opgesteld door Joseph Dodge (1890-1964) voor Japan na de Tweede Wereldoorlog |
| dōjō-同上 | zoals hierboven; hetzelfde als hierboven; dito |
| dōjō-同情 | sympathie; medeleven |
| dōjō-道場 | tempel [plek] om de boeddhistische leer te doorgronden |
| dōjōmyakurō-動静脈瘻 | arterioveneuze fistel |
| dōjōsuru-同情する | meevoelen; invoelen; medelijden [compassie] hebben |
| dōka-どうか | alstublieft (beleefde vorm) |
| dōkaku-同格 | dezelfde rang [positie]; gelijke; equivalent |
| dōkaku-同格 | (grammatica) appositie; bijstelling |
| dōkei-同型 | isomorfisme; isomorfie; gelijkvormigheid |
| dōkei-同型 | dezelfde vorm; hetzelfde type |
| dōkei-同形 | gelijkvormigheid; isomorfie; isomorfisme |
| dōketsu-洞穴 | grot; spelonk |
| dōketsugaku-洞穴学 | speleologie; grotonderzoek |
| dōkin-同衾 | het bed delen; het slapen in hetzelfde bed |
| dokkingu-ドッキング | (Eng.: docking) het aanmeren [koppelen] (van ruimteschepen, satellieten, e.d.) |
| dokkō-独行 | onafhankelijkheid; zelfredzaamheid |
| dokkoi-どっこい | wacht (eens) even!; niet zo snel! |
| dokkoidokkoi-どっこいどっこい | ongeveer hetzelfde [bijna gelijk; 50-50] zijn |
| dokkōsen-独航船 | onafhankelijke vissersboot |
| dokkyobō-独居房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| dokkyokanbō-独居監房 | isoleercel; eenpersoonscel |
| doko-どこ | waar; welke plaats |
| dōkō-同好 | dezelfde voorkeur [smaak; hobby] |
| dōkō-同工 | dezelfde vakmanschap [bekwaamheid] |
| dokō-土工 | publieke werken in de afhandeling van grond en zand (voor de aanleg van dijken, wegen, e.d.) |
| dōko-銅壺 | koperen ketel (om water te koken) |
| dōkōikyoku-同工異曲 | dezelfde vakmanschap, maar met verschillende aanpak [stijl] |
| dokomademo-何処までも | overal; altijd; eindeloos |
| dōkon-同根 | dezelfde wortels [afkomst; oorsprong] |
| dokoro-どころ | (als partikel) een kwestie van...; een plek [tijd] om te...; het niveau [level] van... |
| dōkōsha-同行者 | medereiziger; metgezel; reisgenoot |
| doku-毒 | vergif; gif; giftige [schadelijke] stof |
| dokubō-独房 | isoleercel |
| dokudan-独断 | eigen oordeel [besluit; beslissing; mening] |
| dokugaku-独学 | zelfstudie; zelfonderwijs |
| dokuganryū-独眼竜 | eenogige held |
| dokugo-独語 | alleenspraak; monoloog; het tegen zichzelf praten |
| dokuhaku-独白 | monoloog; alleenspraak; het tegen zichzelf praten |
| dokuji-独自 | het uniek [eigen; individueel; onafhankelijk; origineel] zijn |
| dokuō-独往 | zelfstandig te werk gaan; je eigen weg gaan; op eigen houtje handelen |
| dokuritsu-独立 | onafhankelijkheid |
| dokuritsudoppo-独立独歩 | onafhankelijkheid, zelfredzaamheid |
| dokuritsujison-独立自尊 | onafhankelijkheid en zelfrespect |
| dokuritsukikan-独立機関 | onafhankelijk bureau; onafhankelijke instantie |
| dokuritsukokkakyōdōtai-独立国家共同体 | Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) (ex-Sovjetstaten) |
| dokuritsukoku-独立国 | een onafhankelijke [soevereine] staat [natie] |
| dokuritsusaisansei-独立採算制 | een zelfstandig [onafhankelijk] boekhoudingssysteem |
| dokuritsusengen-独立宣言 | onafhankelijkheidsverklaring |
| dokuritsusuru- 独立する | onafhankelijk worden |
| dokuro-髑髏 | (verweerde) schedel |
| dokuryō-読了 | het klaar zijn met lezen; (iets) uitgelezen hebben |
| dokusensuru-独占する | monopoliseren; voor zich opeisen; voor zichzelf houden |
| dokushaku-独酌 | het alleen [in je eentje] (alcohol) drinken; zichzelf inschenken |
| dokushin-独身 | celibaat; vrijgezellenleven; ongetrouwd zijn |
| dokushinsha-独身者 | vrijgezel (m); vrijgezellin (v) |
| dokushu-毒手 | een vuile [gemene] truc [daad; handelwijze] |
| dokushū-独習 | zelfstudie; zelfonderricht |
| dokusō-独走 | zelfstandige actie (zonder anderen in het werkproces) |
| dokusōsuru-独奏する | solo spelen |
| dokusōteki-独創的 | creatief; origineel |
| dokutāierō-ドクターイエロー | een gele onderhoudstrein, die de shinkansen spoorlijnen controleert op gebreken van apparatuur, rails, en bovenleidingen |
| dokutorin-ドクトリン | doctrine; leerstelling |
| dōkutsu-洞窟 | grot; spelonk |
| dōkutsugakusha-洞窟学者 | speleoloog; grotonderzoeker |
| dokuzen-独善 | zelfingenomenheid; zelfgenoegzaamheid |
| dokuzetsu-毒舌 | een giftige [scherpe] tong; krasse [beledigende] taal; kwaadsprekerij |
| dokuzuku-毒突く | (ver)vloeken; (uit)schelden |
| dōkyū-同級 | dezelfde (school)klas; hetzelfde niveau |
| doma-土間 | een ruimte in een huis waar geen vloer is gelegd (dus de grond onder het huis als vloer dient) |
| domanjū-土饅頭 | grafheuvel |
| dōmei-同名 | dezelfde naam |
| dōmeiijin-同名異人 | naamgenoot; iemand met dezelfde naam |
| domesutikku-ドメスティック | binnenlands; in eigen land; huiselijk; in eigen huis |
| domesutikku・baiorensu-ドメスティック・バイオレンス | huiselijk geweld |
| domino-ドミノ | domino (spel) |
| domo-ども | (achter een zelfst.nw.) geeft aan meervoud of nederigheid |
| domo-ども | (achter een werkwoord) hoewel; ook al; maar |
| domoru-吃る | stotteren; stamelen |
| dōmu-ドーム | koepel |
| dōmyō-同名 | dezelfde naam |
| don-貪 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) hebzucht |
| donā-ドナー | donor (in fysica: atoom dat een electron afstaat in halfgeleiders) |
| dōnai-堂内 | (binnen) in het tempelgebouw |
| donaritsukeru-怒鳴りつける | schreeuwen [schelden] (tegen); (iem.) uitschelden [uitfoeteren] |
| donaru-怒鳴る | snauwen; afsnauwen; afblaffen; uitschelden; iem. een fikse uitbrander geven |
| donatasama-どなた様 | (beleefde vorm) wie |
| dōnatsuban-ドーナツ盤 | een singel(tje); 45-toerenplaatje; EP |
| donburi-丼 | een porseleinen kom [schaal] |
| donburibachi-丼鉢 | kom (middelgroot, geschikt voor donburi-gerechten) |
| donbutsu-鈍物 | een domkop; dwaas; ezel |
| dondengaeshi-どんでん返し | plotselinge, onverwachte wending (in een verhaal, etc.) |
| dondon-どんどん | geroffel; getrommel (geluid) |
| dondon-どんどん | snel; hand over hand |
| dōnen-同年 | dezelfde leeftijd; even oud |
| dōnen-同年 | hetzelfde jaar |
| dōnen-同年 | jaargenoot; iemand die in hetzelfde jaar is geslaagd voor het Chinees keizerlijk examen (archaïsch) |
| donguri-団栗 | eikel (vrucht van een eikenboom) |
| dōnidemo-どうにでも | op welke manier dan ook; hoe dan ook |
| dōnimo-どうにも | (in combinatie met een ontkenning) op geen enkele manier; op generlei wijze |
| dōnin-同人 | verwante geest; kameraad; persoon [personen] met dezelfde doelen [belangen]; kliek |
| dōnin-同人 | dezelfde persoon; de persoon in kwestie |
| donkan-鈍感 | ongevoeligheid; gevoelloosheid; tactloosheid |
| donkī-ドンキー | ezel |
| donkusai-鈍臭い | dom; klunzig; onhandig; dwaas; belachelijk |
| dono-どの | welk(e) |
| dono-殿 | (suffix achter iemands naam, titel of functie) beleefde aanspreektitel |
| donokurai-どのくらい | hoeveel (hoe hoog, hoe lang, hoe diep etc.) |
| donomichi-何の道 | hoe (dan) ook; in elk [ieder] geval |
| donoyō-どのよう | wat voor (soort); hoe; op welke manier |
| donto-どんと | veel; in voldoende mate |
| don\'nani-どんなに | hoe; in welke mate; op welke manier |
| dōon-同温 | dezelfde temperatuur |
| dōon-同音 | hetzelfde geluid; dezelfde klank; homofonie |
| doppuri-どっぷり | volledig opgaan in; geheel ondergedompeld [opgeslurpt] worden |
| dorafuto-ドラフト | ploegen-samenstelling (honkbal) |
| doraibu-ドライブ | topspin slag (tennis, tafeltennis, badminton) |
| doraibuin-ドライブイン | wegrestaurants; cafetaria's en winkels langs autosnelwegen |
| doraibu・surū-ドライブ・スルー | drive-inwinkel; drive-inrestaurant, e.d. |
| dorai・miruku-ドライ・ミルク | melkpoeder; poedermelk |
| dorama-ドラマ | toneelstuk; drama |
| doramā-ドラマー | drummer (bespeler van het drumstel) |
| dōran-動乱 | opstand; rebellie; oproer; tumult |
| dore-どれ | welk(e) |
| doremo-どれも | alle; elke; iedere; (met negatie) geen (enkele) |
| doressā-ドレッサー | toilettafel; commode |
| doresshī-ドレッシー | chic [elegant] gekleed |
| dōretsu-同列 | dezelfde rij [kolom] |
| dōretsu-同列 | dezelfde rang [niveau; categorie] |
| doriburu-ドリブル | (sportterm) een dribbel met bal of puck |
| doriburusuru-ドリブルする | dribbelen |
| dorifuto-ドリフト | verschijnsel waarbij deeltjes door een externe kracht in een willekeurige beweging worden gebracht (b.v. elektrische geleiding, warmtegeleiding, etc.) |
| dorifuto-ドリフト | driften, rijtechniek waarbij de bestuurder de auto in een zijdelingse beweging door een bocht stuurt |
| dorippu-ドリップ | het druppelen; gedruppel |
| dōritsu-同率 | dezelfde verhouding; hetzelfde tarief [percentage] |
| dōritsu-同率 | dezelfde score; een gelijkspel |
| dorō-ドロー | (sportwedstrijd) gelijkspel; remise |
| dorodango-泥団子 | dorodango (modderballen, oorspronkelijk een kinderspel, nu ook als hobby) |
| doron・gēmu-ドロン・ゲーム | gelijkspel |
| doroppu-ドロップ | (bij golf) een bal (die in een vijver was gevallen) op een plek aan de kant laten vallen om van daaruit verder te spelen |
| doroppuauto-ドロップアウト | (bij rugby) hervatting van het spel met een dropkick |
| doroppuin-ドロップイン | vervangend onderdeel |
| doroppukikku-ドロップキック | aanvalsmanoeuvre in professioneel worstelen |
| doroppu・shorudā-ドロップ・ショルダー | (van kleding) een lage mouwinzet (Engels: dropped shoulder) |
| dorosutekōka-ドロステ効果 | droste-effect (repeterend visueel effect) |
| doroumi-泥海 | troebele zee; modderig water |
| dorubako-ドル箱 | geldkist; kluis; goudmijn (fig.) |
| dorubako-ドル箱 | geldschieter |
| dorufin・kikku-ドルフィン・キック | dolfijntrap (zwembeweging met beide voeten tegelijk in een trappende beweging in het water, bij vlinderslag en rugslag) |
| dōrui-同類 | dezelfde soort [categorie; klasse] |
| dorushokku-ドル・ショック | de Nixon Shock (economische maatregelen van President Nixon in 1971, o.a. het eenzijdig opheffen van de omwisseling van goud in Amerikaanse dollars) |
| dōryō-同量 | dezelfde hoeveelheid; gelijkwaardigheid |
| dōsei-動静 | beweging; ontwikkeling; stroming; toestand; trend |
| dōsei-同姓 | dezelfde achternaam |
| dōsei-同性 | dezelfde eigenschappen |
| dōsei-同性 | hetzelfde geslacht; dezelfde sekse |
| dōseiaisha-同性愛者 | homoseksueel persoon |
| dōseikekkon-同性結婚 | homohuwlijk; huwelijk tussen partners met dezelfde sekse |
| dōseki-同席 | dezelfde stoel [positie; rang] |
| dōseki-同席 | naast elkaar zitten; samen zijn; aanwezig [bijeen] zijn |
| dōsen-同船 | hetzelfde schip; dezelfde boot |
| dōsen-同船 | varen op hetzelfde schip; op hetzelfde schip zitten |
| dōsen-導線 | (elektra) een geleider; geleidraad |
| dōsen-銅銭 | koperen geldstuk; koperen munt(je) |
| dōsha-同社 | hetzelfde bedrijf; de genoemde firma; dat bedrijf |
| dōsha-同社 | hetzelfde Shinto heiligdom; dat heiligdom |
| dōsha-同車 | (samen) in dezelfde auto rijden [zitten] |
| dōsha-同車 | dezelfde auto; die auto |
| dosha-土砂 | zand gezegend met speciale spirituele kracht |
| dōsha-堂舎 | groot gebouw en klein gebouw; grote en kleine tempels |
| dōshi-同士 | tussen; onderling; wederzijds; onder elkaar; samen |
| dōshi-同志 | kameraden; medestanders; gelijkgestemde mensen;; verwante zielen; mensen met dezelfde overtuiging |
| dōshi-同視 | gelijke behandeling; als hetzelfde beschouwen |
| dōshi-導師 | spirituele gids; leraar |
| dōshi-導師 | eretitel voor een Boeddha of Bodhisattva |
| dōshi-道士 | een integer [fatsoenlijk] iemand; een persoon met een sterk moreel besef |
| doshidoshi-どしどし | (onomatopee) rammelend; rommelend; meer en meer; de een na de ander; snel na elkaar; snel opvolgend |
| doshigatai-度し難い | niet (meer) te redden; onverbeterlijk; onherstelbaar |
| dōshin-同心 | concentriciteit (hetzelfde middelpunt hebben) |
| dōshin-同心 | een lagere ambtenaar in de Edo periode (belast met algemene zaken en politiewerk) |
| dōshin-同心 | gelijkgestemdheid; dezelfde geest [mening, gedachte] |
| dōshin'en-同心円 | concentrische cirkel |
| dōshoku-同職 | hetzelfde beroep [werk] |
| dōshuku-同宿 | dezelfde accommodatie; hetzelfde huis |
| dōshuku-同宿 | het verblijven [logeren; wonen] op dezelfde locatie [in dezelfde accommodatie] |
| dōsū-同数 | hetzelfde aantal |
| dosudosu-ドスドス | (onomatopee) stampend geluid (b.v. van een heimachine of van de zware voetstappen van een zwaarlijvig persoon of dier) |
| dosuguroi-どす黒い | schemerig; duister; troebel |
| dōtai-導体 | (elektrische) geleider |
| dōtarakōtara-どうたらこうたら | (vage) gemeenplaatsen; balblabla; zus en zo; je-weet-wel |
| dotchi-どっち | welke kant; waar; welk(e) |
| dōtei-童貞 | kuisheid (m.n. van mannen); maagdelijkheid; maagd |
| dōtō-同等 | gelijkheid; equivalentie |
| dōtokutekimazohizumu-道徳的マゾヒズム | moreel masochisme |
| dotto-ドット | punt; pixel |
| dotto・mappu-ドット・マップ | puntenkaart; puntverdelingskaart |
| doya-どや | (jargon, inversie van やど) logement; luizig hotel; lijmkit |
| doyadoya-どやどや | geluid van vele voetstappen [van een menigte mensen] (onomatopee) |
| doyagai-どや街 | stadsdeel met talrijke logementen [luizige hotels] (vooral voor dagwerkers) |
| dōyara-どうやら | mogelijk; waarschijnlijk; schijnbaar |
| dōyō-動揺 | schok; stoot; schommeling |
| dōyō-同様 | hetzelfde [vergelijkbaar; (net) als; gelijk] zijn |
| dozaemon-土左衛門 | lichaam [lijk] van iemand die is verdronken (vernoemd naar sumoworstelaar Narusegawa Dozaemon (Edo periode) die een bleek, dik gezwollen lichaam had) |
| dōzei-同勢 | gezelschap; groep mensen |
| dōzen-同前 | gelijk aan het voorgaande [bovenstaande]; idem (dito) |
| dōzen-同然 | bijna hetzelfde zijn; praktisch [nagenoeg; vrijwel; zo goed als] zijn |
| dōzō-銅像 | bronzen standbeeld |
| dōzoku-同族 | dezelfde familie [stam]; hetzelfde ras |
| dozoku-土俗 | plaatselijke [lokale] gewoonten [gebruiken] |
| du・itto・yuaserufu-ドゥ・イット・ユアセルフ | doe-het-zelf |
| dyuaru-デュアル | tweevoud; dubbel; tweevoudig |
| eapōto-エアポート | vliegveld; luchthaven |
| eashippu-エアシップ | luchtschip; Zeppelin |
| eazōru-エアゾール | aerosol (een mengsel van stofdeeltjes of vloeistofdruppels in een gas) |
| ea・poketto-エア・ポケット | luchtzak (bij snelle daling van een vliegtuig) |
| ebaryuēshon-エバリュエーション | evaluatie; beoordeling |
| eba・miruku-エバ・ミルク | gecondenseerde melk; koffiemelk |
| ebigatame-海老固め | worsteltechniek (de tegenstander (als een garnaal) ten val te brengen door een handgreep om zijn nek en om een knie) |
| ebiimo-海老芋 | een smalle taro wortel (de vorm lijkt op een garnaal) |
| ebisu-恵比須 | Ebisu, god van visserij, scheepvaart en handel (meestal afgebeeld met hengel en vis), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| ebisukō-恵比須講 | het Ebisu festival, gewijd aan Ebisu, de god van de welvaart (meestal gehouden in oktober of november) |
| eboshi-烏帽子 | traditioneel hoofddeksel aan het hof |
| echiketto-エチケット | etiquette; omgang- en beleefdheidsvormen |
| echiketto-エチケット | etiket; label (op een fles) |
| edawakare-枝分かれ | vertakking; afsplitsing; onderverdeling |
| ēderuwaisu-エーデルワイス | edelweiss (Leontopodium alpinum) |
| editoriaru・dezain-エディトリアル・デザイン | redactionele vormgeving; redactioneel ontwerp |
| ee-ええ | een Japans partikel dat uitdrukt een bevestiging (ja) of aarzeling (hm,...) |
| efferutō-エッフェル塔 | Eiffeltoren |
| efude-絵筆 | schilderskwast; penseel |
| efu・ē-エフ・エー | onafhankelijk persoon (Eng.: free agent); contractvrije [transfervrije] speler |
| efu・ē・kyū-エフ・エー・キュー | Veel gestelde vragen (Eng.: FAQ, frequently asked questions) |
| efu・ō・bī-エフ・オー・ビー | Vrij aan boord (Eng. FOB: Free On Board; term in het internationale handelsrecht voor bepaalde leveringscondities) |
| egarappoi-蘞辛っぽい | droog [rasperig; ruw; schor] gevoel in de keel |
| egui-蘞い | hard; harteloos |
| eguridasu-抉り出す | uitscheppen; uitgraven; uitlepelen; gutsen |
| eguzekutibu-エグゼクティブ | leidinggevend; uitvoerend; verantwoordelijk |
| egyōfushin-営業不振 | zakelijke malaise; inzinking [verslechtering] van de handel |
| ehō-恵方 | gunstige [geluksbrengende] richting (vroeger de richting van waaruit de nieuwjaarsgoden kwamen) |
| ehōmaki-恵方巻 | een hele (ongesneden) sushi-rol (wordt gegeten als geluksbrenger tijdens het Setsubun festival) |
| ei-永 | (afk. voor) eirakusen, oude Chinese geldmunt |
| ei-纓 | slip [reep stof] aan de achterkant van een traditioneel Japans hoofddeksel |
| ei-纓 | kinband van een hoofddeksel |
| eibei-英米 | Engeland en Amerika |
| eibin-鋭敏 | zeer intelligent [scherpzinnig] zijn |
| eibun-英文 | in het Engels geschreven tekst |
| eibun-英文 | Engelse [Engelstalige] literatuur |
| eibungaku-英文学 | Engelse [Engelstalige] literatuur |
| eichi-英知 | wijsheid; intelligentie |
| eidan-英断 | doorslaggevende beslissing; beslissend oordeel |
| eidatsu-穎脱 | het uitblinken; excelleren; uitsteken boven (iemand) |
| eiga-栄華 | pracht; praal; welvaart |
| eigakai-映画界 | filmwereld |
| eigo-英語 | Engels; de Engelse taal |
| eigyō-営業 | handel; zaken |
| eigyōbu-営業部 | verkoopafdeling |
| eigyōhi-営業費 | zakelijke kosten; bedrijfskosten |
| eigyōkatsudō-営業活動 | handelsactiviteiten; verkoopactiviteiten |
| eigyōken-営業権 | handelsrecht; recht om zaken te doen |
| eigyōken-営業権 | goodwill (immateriële vastgoedwaarde van een bedrijf gebaseerd op zijn traditie en sociaal vertrouwen) |
| eigyōkiban-営業基盤 | bedrijfsinfrastructuur; verkoopstructuur; operationele basis |
| eigyōshotoku-営業所得 | bedrijfsinkomsten; zakelijke inkomsten |
| eigyōson'eki-営業損益 | operationele winstmarge; winst en verlies in bedrijfsvoering [handel, e.d.] |
| eigyōsuru-営業する | handelen; zaken doen |
| eiji-英字 | letter (uit het alfabet) in het Engels |
| eijihappō-永字八法 | (kalligrafie) de acht basis penseelstreken van kanji (die allen in het karakter 永 voorkomen.) |
| eijishinbun-英字新聞 | een Engelstalige krant |
| eiketsu-英傑 | geweldig persoon; bijzonder mens; genie; held |
| eiki-英気 | genialiteit; excellentie |
| eikoku-英国 | Engeland; Groot-Brittannië; het Verenigd Koninkrijk |
| eikokukokkyōkai-英国国教会 | Anglicaanse Kerk; Kerk van Engeland |
| eikyūshi-永久歯 | blijvende tanden [kiezen] (die doorkomen nadat de melktanden zijn uitgevallen) |
| eimei-英名 | Engelse naam [benaming] (b.v. voor dieren en planten) |
| eimei-英明 | intelligentie; wijsheid |
| einen-永年 | vele jaren; een lange tijd |
| eirakusen-永楽銭 | oude Chinese geldmunt |
| eirei-英霊 | geesten [zielen] van overleden strijders [soldaten] |
| eiri-営利 | geldbejag; het vergaren van geld [rijkdom] |
| eisakubun-英作文 | een tekst [opstel; verhandeling] in het Engels |
| eisei-衛星 | (natuurlijke) satelliet; bijplaneet; maan (van een andere planeet) |
| eisei-衛星 | kunstmatige satelliet |
| eiseiban-衛星版 | satelliet-editie |
| eiseidenwa-衛星電話 | satelliettelefoon |
| eiseihōsō-衛星放送 | satellietuitzending |
| eiseisen-衛星船 | bemande satelliet |
| eiseitsūshin-衛星通信 | satelietcommunicatie |
| eishi-英資 | voortreffelijke (aangeboren) kwaliteiten [eigenschappen]; goed karakter |
| eishin-詠進 | het opdragen van aan gedicht aan het keizerlijk hof [aan de keizer; aan een tempel of heiligdom] |
| eitatsu-栄達 | stijging [vooruitgang] in sociale status [positie]; het beklimmen van de maatschappelijke ladder |
| eiten-栄典 | feestelijke ceremonie |
| eiten-栄典 | eervolle behandeling |
| eiwajiten-英和辞典 | Engels-Japans woordenboek |
| eiyaku-英訳 | Engelse vertaling; vertaling in het Engels |
| eiyō-栄耀 | luxe; welvaart; pracht en praal |
| eiyū-英雄 | held; heldhaftige figuur |
| eiyūshugi-英雄主義 | heroïsme; heldendom; heldhaftigheid |
| eiyūteki-英雄的 | heldhaftig; heroïsch |
| eiyūtekikōi-英雄的行為 | heldendaad; heroïsche daad |
| eizō-影像 | afbeelding; portret; standbeeld |
| eizō-映像 | (film, fotografie) beeld; afbeelding |
| eizō-映像 | denkbeeld |
| eizō-映像 | spiegelbeeld; reflectie |
| ēji・shūtā-エージ・シューター | een age-shooter, een golfspeler die op een 18-holes golfbaan een puntenaantal scoort dat gelijk of lager is dan zijn [haar] leeftijd |
| ekichō-益鳥 | vogels die nuttig zijn voor de landbouw (b.v. omdat ze schadelijke insecten opeten) |
| ekiden-駅伝 | het stelsel van poststations in het oude Japan |
| ekiden-駅伝 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekidenkyōsō-駅伝競走 | lange afstand estafetteloop (marathon in estafettevorm) |
| ekiga-腋芽 | okselknop; laterale knop (bevindt zich op de kruising van het blad en de stengel van een plant) |
| ekiin-駅員 | stationsmedewerker; stationspersoneel |
| ekisaitingu・gēmu-エキサイティング・ゲーム | een genre computerspellen |
| ekishibishon-エキシビション | tentoonstelling; expositie |
| ekisutikkusu-エキスティックス | wetenschap van menselijke vestiging; planologie |
| ekiteikyoku-駅逓局 | bagagetransport bureau (het bureau dat het bagagevervoer tussen de stations regelde in het begin van de Meiji periode) |
| ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
| ekohausu-エコハウス | ecohuis; ecowoning (milieuvriendelijk huis) |
| ekohiiki-依怙贔屓 | partijdigheid; het iemand voortrekken; vooroordeel; vooringenomenheid |
| ekohiikisuru-依怙贔屓する | partijdig zijn; bevooroordeeld zijn; iemand voortrekken |
| ekomāku-エコマーク | ecolabel (keurmerk voor minder milieubelastende producten en diensten) |
| ekuitī・fainansu-エクイティー・ファイナンス | aandelenfinanciering |
| ekusuchenji-エクスチェンジ | (uit)wisseling; ruil; vervanging |
| ekusuchenji-エクスチェンジ | geldwisseling; valutahandel; wisselkoers |
| ekusuchenji・burōkā-エクスチェンジ・ブローカー | deviezenmakelaar; geldwisselaar; wisselagent |
| ekusuchenji・rēto-エクスチェンジ・レート | wisselkoers |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (fotografie) belichting; belichtingstijd |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (economie) de mate waarin activa of passiva blootgesteld zijn aan het risico van prijsschommelingen |
| ekusupōjā-エクスポージャー | (psychologie) blootstelling aan situaties of prikkels die angst of onrust veroorzaken |
| ekusupuresu-エクスプレス | sneltrein; exprestrein |
| ekusupuresu-エクスプレス | snel; spoed |
| ekusutenshon-エクステンション | extra telefoontoestel(nummer) |
| ekyumenoporisu-エキュメノポリス | ecumenopolis (het hypothetische concept van een wereldomvattende stad) |
| ema-絵馬 | votief plankje waar men een verzoek [dankbetuiging] op kan schrijven in een heiligdom of tempel (oorspronkelijk met een afbeelding van een paard erop) |
| emaki-絵巻 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emakimono-絵巻物 | rolschildering (in een horizontale uitvoering, met afbeeldingen en tekst van literaire of religieuze inhoud) |
| emoiwarenu-得も言われぬ | niet in woorden te vatten; onbeschrijfelijk; voortreffelijk |
| emōshon-エモーション | emotie; gevoel |
| en-円 | cirkel |
| en-煙 | (in kanji combinaties) rook; nevel; roet; tabak |
| en-縁 | kans; gelegenheid |
| en-縁 | relatie; verbintenis; binding; connectie (tussen mensen) |
| enbi-艶美 | weelderige [verleidelijke] schoonheid |
| enbosu-エンボス | embossen; reliëfdruk |
| enbu-演武 | demonstratie [beoefening] van vechtkunsten [krijgskunsten, e.d.] (vaak zonder wedstrijdelement) |
| enbu-演舞 | dansvoorstelling; dansuitvoering |
| enburoidarī-エンブロイダリー | borduurwerk; borduursel |
| endan-演壇 | rostrum; spreekgestoelte; podium |
| endate-円建て | (handel) met de yen als standaard [basis] |
| endō-円堂 | tempelgebouw in achthoekige of zeshoekige vorm |
| endoresu-エンドレス | eindeloos |
| endoresu・tēpu-エンドレス・テープ | eindeloze tape (magnetische tape waarvan de uiteinden aan elkaar zijn verbonden zodat de geluidsopname zich steeds herhaalt) |
| endo・yūzā-エンド・ユーザー | eindgebruiker; uiteindelijke gebruiker |
| enerugī-エネルギー | (lichamelijke of mentale) energie; kracht; uithoudingsvermogen |
| engawa-縁側 | de houten buitengang rondom een een traditioneel Japans huis |
| engei-演芸 | theatervoorstelling |
| engeki-演劇 | theaterstuk; theatervoorstelling; toneel |
| engerukeisū-エンゲル係数 | (economie) Engel's coefficient; Wet van Engel |
| engimono-縁起物 | gelukssymbool; geluksbrenger; talisman |
| engoku-遠国 | een verafgelegen land [gebied] |
| engumi-縁組み | (het aangaan van) een familierelatie (huwelijk, adoptie) |
| enishi-縁 | relatie; (romantische) verbintenis |
| enja-演者 | iemand die optreedt (tv of toneel); artiest; acteur |
| enjeru-エンジェル | engel |
| enjin・burēki-エンジン・ブレーキ | motorrem; uitlaatrem (zorgt voor het afremmen op de motor zelf, via de interne weerstand van de motor) |
| enjiru-演じる | een rol spelen; acteren; optreden; zich vreemd gedragen |
| enjosuru-援助する | helpen; steunen; assisteren |
| enka-演歌 | enka, traditionele Japanse ballade |
| enka-煙霞 | rook en mist [nevel]; een sluier van mist |
| enkai-宴会 | (feestelijk) diner; banket |
| enkai-延会 | uitstel van een vergadering |
| enkai-延会 | uitgestelde aandeelhoudersvergadering |
| enkaisuru-延会する | uitstellen; opschuiven; verdagen |
| enkaku-遠隔 | veraf [ver weg; afgelegen; op afstand] zijn |
| enkatsu-円滑 | glad; soepel; zonder belemmering; vlot |
| enkei-円形 | cirkel; ronde vorm |
| enki-延期 | uitstel |
| enkisuru-延期する | uitstellen |
| enko-縁故 | familierelatie; bloedverwant |
| enko-縁故 | persoonlijke connecties [relaties] |
| enkōkinkō-遠交近攻 | het beleid [de strategie] om vriendschappelijke betrekkingen te onderhouden met verre landen, maar vijandelijke betrekkingen met buurlanden |
| enkyoriren'ai-遠距離恋愛 | langeafstandsrelatie |
| enman-円満 | harmonie; vreedzaamheid; tevredenheid; zorgeloosheid |
| enmoku-演目 | het programma (van een toneelvoorstelling of concert) |
| enpa-煙波 | mist [nevel] boven zee (door opspattend zeewater) |
| enpaia-エンパイア | rijk; keizerrijk; wereldrijk; imperium |
| enpitsu-円筆 | rond [cirkelvormig] schrift in kalligrafie (meer vloeiend in het geheel) |
| enpō-遠方 | een afgelegen plek; een ver land |
| enpu-怨府 | een plek [oord] waar de wrok van mensen zich verzamelt |
| enpun-円墳 | cirkelvormige grafheuvel |
| enpuroimento-エンプロイメント | werkgelegenheid |
| enrai-遠雷 | rommelend onweer [het gerommel van onweer] in de verte |
| enriedo-厭離穢土 | (boedd.) afschuw [afkeer] van de (corrupte; verdorven] wereld |
| enritchi-エンリッチ | de smaak [kwaliteit; voedingswaarde] (van voedsel) verhogen |
| enryonaku-遠慮なく | zonder voorbehoud; zonder terughoudendheid; onbeschroomd; zonder aarzeling |
| enseki-遠戚 | een ver familielid |
| enshakuierō-鉛錫イエロー | loodtingeel |
| enshin-遠心 | centrifugaal [middelpuntvliedend] zijn |
| enshinryoku-遠心力 | middelpuntvliedende kracht; centrifugale kracht |
| enshutsu-演出 | regie; organisatie (van voorstellingen, evenementen, ceremonies, etc.) |
| ensui-円錐 | conus; kegel (vorm) |
| ensuidai-円錐台 | afgeknotte kegel |
| ensuikyokusen-円錐曲線 | kegelsnede |
| ensuimen-円錐面 | kegelvormig oppervlak; cirkelkegel |
| ensuitai-円錐体 | kegel; conus |
| ensuizuhō-円錐図法 | kegelprojectie |
| entaitoru-エンタイトル | (honkbal, afk. voor: entitled base) wanneer de slagman of loper volgens de regels naar het volgende honk mag opschuiven |
| entaku-円タク | (Showa-periode) één yen-taxi (die, in de steden Osaka en Tokio, een passagier voor één yen naar elke locatie in de stad bracht) |
| entaku-円卓 | ronde tafel |
| entakukaigi-円卓会議 | rondetafelconferentie |
| entashisu-エンタシス | entasis (een lichte zwelling in een (Dorische) zuilschacht) |
| enten-宛転 | soepel (van bewegingen); waardig; vloeiend; zoetgevooisd (van stem) |
| entō-遠島 | afgelegen eiland |
| entō-遠島 | verbanning naar een afgelegen eiland (Edo periode) |
| entorī-エントリー | registratie; inschrijving (voor deelname aan sportwedstrijden, e.d.) |
| entsuzuki-縁続き | verwantschap; familierelatie |
| entsuzuki-縁続き | het aan elkaar verbonden zijn van kamers [huizen] (door een veranda) |
| enu・jī・ō-エヌ・ジー・オー | (non-governmental organization) niet-gouvernementele [niet regeringsgebonden] organisatie |
| enu・ti・tisai-エヌ・ティ・ティ債 | (Nippon Telegraph and Telephone Corporation ) (dominante) telecomonderneming in Japan |
| enza-宴坐 | keizerlijk banket [feestmaal] (met feestelijkheden erna) |
| enzen-婉然 | elegantie; gratie; sierlijkheid |
| enzeru-エンゼル | engel |
| enzō-塩蔵 | het pekelen; in zout conserveren |
| enzōsuru-塩蔵する | pekelen; in zout conserveren |
| enzuru-演ずる | een rol spelen; acteren; optreden; zich vreemd gedragen |
| en'en-蜿蜒 | lang golvend [kronkelend] pad; lange golvende lijn |
| en'in-延引 | vertraging; uitstel |
| en'yō-艶容 | een aantrekkelijke [charmante; oogverblindende] verschijning (van een vrouw) |
| en'yū-縁由 | connectie; relatie; verwantschap; verbinding |
| epiguramu-エピグラム | epigram; puntdicht; sneldicht |
| epikyurian-エピキュリアン | epicurist (volgeling van het epicurisme) |
| epirōgu-エピローグ | epiloog; nawoord; laatste deel van een roman, toneelstuk; opera, e.d. |
| epokē-エポケー | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| epuron-エプロン | voortoneel; proscenium |
| epuron・sutēji-エプロン・ステージ | voortoneel; proscenium |
| erabidasu-選び出す | uitkiezen; selecteren |
| erabu-選ぶ | (uit)kiezen; een keuze maken; selecteren |
| eragaru-偉がる | verwaand zijn; een hoge dunk van jezelf hebben |
| erai-偉い | beroemd; voornaam; eminent; gedistingeerd; voortreffelijk |
| erai-偉い | verschrikkelijk; afschuwelijk; zwaar; moeilijk |
| erebēshon-エレベーション | hoogte; verhoging (Eng. elevation) |
| ereganto-エレガント | elegant; gracieus |
| erejī-エレジー | elegie; treurdicht; klaagzang |
| ereki-エレキ | (afk. voor) elektrische gitaar |
| ereki-エレキ | (afk. voor) elektriciteit |
| erekiteru-エレキテル | elektriciteit |
| ereki・gitā-エレキ・ギター | elektrische gitaar |
| erekku-エレック | (English Language Education Council) Onderwijsraad voor de Engelse taal |
| erekutōn-エレクトーン | elektronisch orgel |
| erekutora・konpurekkusu-エレクトラ・コンプレックス | (psychoanalyse) elektracomplex |
| erekutorikku-エレクトリック | elektrisch |
| erekutoron-エレクトロン | elektron |
| erekutoronikusu-エレクトロニクス | elektronica |
| eremento-エレメント | element; component; onderdeel |
| erikubi-襟首 | nek; nekvel; kraag |
| eringi-エリンギ | kruisdisteloesterzwam; duinvoetje; koningsoesterzwam (Pleurotus eryngii) |
| erinokeru-選り除ける | sorteren; uitzoeken; selecteren |
| erinuku-選り抜く | uitkiezen; selecteren |
| erisuguru-選りすぐる | selecteren (uit de beste opties) |
| erīto-エリート | de elite; de keur; de crème de la crème |
| erizekyū-エリゼ宮 | het Élysée-paleis (de officiële residentie van de Franse president) |
| erokyūshon-エロキューション | spreekkunst; welsprekendheid; voordrachtskunst; redekunst |
| erosu-エロス | (romantische of seksuele) liefde |
| erotomania-エロトマニア | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| ēru-エール | yell (supportersstrijdkreet) |
| ēru-エール | bier (Engels: ale) |
| eru-選る | (uit)kiezen; selecteren |
| erufu-エルフ | elf; kobold; trol |
| erumin-エルミン | hermelijn |
| erusarubadoru-エルサルバドル | El Salvador |
| eru・nīnyo-エル・ニーニョ | El Niño (meteorologie) |
| eru・pī-エル・ピー | LP (langspeelplaat) |
| eru・pī・rekōdo-エル・ピー・レコード | langspeelplaat (LP) |
| esadai-餌台 | voederplank; voerplateau (voor vogels, e.d.) |
| esagashi-絵探し | een spel waarbij men in een afbeelding [tekening; zoekplaatje] voorwerpen moet zoeken |
| ese-似非 | (voorvoegsel) nep-; pseudo-; quasi-; namaak-; schijn-; inferieur [minderwaardig] zijn |
| eshajōri-会者定離 | (boeddh.) alle ontmoetingen eindigen in een afscheid; die elkaar ontmoeten, zijn voorbestemd om weer te scheiden |
| eshaku-会釈 | begrip; meeleven; voorkomendheid |
| esoragoto-絵空事 | fabeltje; verzinsel; luchtkasteel |
| essen-エッセン | eten; voedsel; maaltijd |
| essensharu-エッセンシャル | essentieel; noodzakelijk; van groot belang |
| essensu-エッセンス | aftreksel; extract |
| essensu-エッセンス | essentie; kern; wezenlijk belang |
| esu-エス | (chem. symbool voor zwavel) S |
| ēsu-エース | uitblinker; de beste (speler, etc.) |
| ēsu-エース | een aas (in kaartspel) |
| esukarētājōkō-エスカレーター条項 | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukarētā・kurōzu-エスカレーター・クローズ | roltrap-clausule (clausule in een contract voor automatische aanpassing van prijzen, lonen, e.d., afhankelijk van veranderende marktomstandigheden) |
| esukōto-エスコート | gezelschapsdame |
| esukōto-エスコート | begeleiding; begeleider; escorte |
| esukōto・gaido-エスコート・ガイド | begeleidende gids; rondleider |
| esukurō-エスクロー | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| esunikku・fūdo-エスニック・フード | etnisch voedsel |
| esupā-エスパー | (Extra Sensory Perception) helderziende; paragnost; iemand met bovennatuurlijke gaven |
| esupuri-エスプリ | geest; ziel; karakter |
| esutetikku-エステティック | volledige (lichaams)schoonheidsbehandelingen |
| esutetishan-エステティシャン | schoonheidsspecialist(e) voor het hele lichaam |
| esutopperu-エストッペル | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esutopperunogensoku-エストッペルの原則 | estoppel principe (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| esu・pīkabukashisū-エス・ピー株価指数 | (Stock Price Index) Amerikaanse aandelen index |
| esu・tī・dī-エス・ティー・ディー | (sexually transmitted disease) seksueel overdraagbare aandoening (SOA) |
| etchi-エッチ | (afk. voor hentai) pervers; onzedelijk; obsceen |
| etchi-エッチ | (Henry, SI-eenheid voor zelfinductie) H |
| etekatte-得手勝手 | egoïsme; zelfzucht; eigenbelang |
| eteshite-得てして | geneigd; waarschijnlijk; aannemelijk; vaak voorkomend |
| etoki-絵解き | het oplossen van een raadsel [mysterie] |
| etoranze-エトランゼ | vreemdeling (Frans: étranger) |
| etosu-エトス | ethos (het morele en religieuze sociale bewustzijn) |
| etosu-エトス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ētosu-エートス | ethos (het morele en religieuze sociale bewustzijn) |
| ētosu-エートス | ethos (morele houding, karakter of temperament) |
| ē・ai-エー・アイ | kunstmatige intelligentie |
| ē・bī・shī-エー・ビー・シー | basis; grondbeginselen |
| ē・bui-エー・ブイ | audiovisueel |
| ē・buikiki-AV機器 | audiovisueel apparaat |
| ē・ō-エー・オー | toelatingsbureau |
| ē・tī・emu-エー・ティー・エム | (automatic teller machine) geldautomaat |
| faia・arāmu-ファイア・アラーム | brandalarm; brandmelding |
| faibābōdo-ファイバーボード | (hout)vezelplaat |
| fainansharu-ファイナンシャル | financieel |
| fainansu-ファイナンス | financiën; geldwezen |
| fain・kemikaru-ファイン・ケミカル | zuivere chemicaliën (gebruikt in kleine hoeveelheden) |
| fain・purē-ファイン・プレー | (sport) goed [mooi] spel; schitterende actie |
| fain・seramikkusu-ファイン・セラミックス | fijn keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| fairu-ファイル | bestand; document; verzameling gegevens |
| faito・manē-ファイト・マネー | prijsgeld bij een vechtwedstrijd |
| fakku-ファック | jargon voor geslachtsgemeenschap (ook gebruikt als scheldwoord) |
| fakutaringu-ファクタリング | factoring (het beheer van de debiteurenadministratie van bedrijven door een financiële onderneming) |
| famirī・burando-ファミリー・ブランド | familiemerk; paraplumerk (één merknaam die wordt gebruikt voor de verkoop van twee of meer gerelateerde producten) |
| fāmu・bankingu-ファーム・バンキング | een systeem van bedrijven en banken om online financiële diensten en bedrijfsinformatie te verstrekken |
| fanatikku-ファナティック | fanatiekeling |
| fanburu-ファンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| fandamentaru-ファンダメンタル | fundamenteel; essentieel; elementair; basis- |
| fandamentaruzu-ファンダメンタルズ | (economie) fundamentele voorwaarden; basisvoorwaarden; basisindicatoren |
| fando-ファンド | fonds; beleggingsfonds |
| fānichā-ファーニチャー | meubels; meubilair |
| fanī・fēsu-ファニー・フェース | een uniek [aantrekkelijk; leuk] gezicht (vooral gezegd van vrouwen) |
| fankī-ファンキー | (jazzmuziek) funky; gevoelsmatig |
| fantajī-ファンタジー | fantasie; verbeelding |
| fantajia-ファンタジア | fantasie; verbeelding |
| faraferu-ファラフェル | falafel |
| fasshongyōkai-ファッション業界 | modewereld; mode-industrie |
| fasshon・moderu-ファッション・モデル | mannequin; (foto)model |
| fāsuto-ファースト | snel; vlug |
| fea-フェア | beurs; tentoonstelling; expositie |
| feawē-フェアウェー | (golf) deel van de baan tussen de tee en de green |
| fea・purē-フェア・プレー | eerlijk spel |
| fechi-フェチ | fetisj; (object van) bijgelovige verering |
| fēdoauto-フェードアウト | (beeld) het vervagen [uitvloeien]; (geluid) het wegsterven |
| fēdoin-フェードイン | (beeld) het invloeien; verschijnen; lichter [helderder] worden |
| feikurezā-フェイクレザー | imitatieleer; kunstleer |
| feminin-フェミニン | vrouwelijk |
| fenikkusu-フェニックス | feniks; vuurvogel |
| fenneru-フェンネル | venkel (Foeniculum vulgare) |
| fenomenon-フェノメノン | fenomeen; verschijnsel |
| fensu-フェンス | hek; afrastering; omheining (b.v. bij een honkbalveld) |
| ferōshippu-フェローシップ | wetenschappelijk genootschap; studiebeurs |
| ferumānoteiri-フェルマーの定理 | de stelling van Fermat |
| ferumiumu-フェルミウム | fermium (chemisch element: Fm) |
| fēsu-フェース | geloof; geloofsovertuiging; religie |
| fēsu-フェース | (berg)helling; rotswand; oppervlak; voorzijde |
| fēsu-フェース | gezicht; gelaat; gezichtsuitdrukking |
| fēsurifuto-フェースリフト | facelift |
| fetishizumu-フェティシズム | fetisjisme (bijgelovige verering) |
| fetisshu-フェティッシュ | fetisj; (object van) bijgelovige verering |
| fezā-フェザー | veer (van een vogel) |
| fezā・purēn-フェザー・プレーン | ultralichtgewicht modelvliegtuig |
| fīchā-フィーチャー | hoofdfilm; hoofdartikel; thema-uitzending |
| fīdobakku-フィードバック | feedback; terugkoppeling |
| fifutī・fifutī-フィフティー・フィフティー | half om half; gelijke verdeling; 50 procent |
| figyua-フィギュア | afbeelding; diagram |
| fijikaru-フィジカル | materieel; tastbaar |
| fijikaru-フィジカル | fysiek; lichamelijk |
| fikisachīfu-フィキサチーフ | fixatief; fixeermiddel (tekenen; schilderen) |
| fikusā-フィクサー | bemiddelaar; iemand die (achter de schermen) dingen regelt [voor elkaar krijgt] |
| fikushon-フィクション | fictie; verzinsel; hypothese |
| fikushon-フィクション | fictie; fictionele [niet op feiten berustende] literatuur; roman |
| finansharu-フィナンシャル | financieel |
| fināre-フィナーレ | laatste scène [acte] van een toneelstuk |
| fintekku-フィンテック | fintech; financiële technologie |
| fīringu-フィーリング | gevoel; emotie |
| firudāzu・choisu-フィルダーズ・チョイス | (honkbal) de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| fīrudingu-フィールディング | (honkbal) het veldspelen (= verdedigen, i.t.t. aanvallen = de slagbeurt) |
| fīrudo-フィールド | sportveld; sportterrein |
| fīrudo-フィールド | veld; weide; akker |
| fīrudo-フィールド | (natuurkunde) (kracht)veld |
| fīrudowāku-フィールドワーク | veldwerk; veldonderzoek |
| fīrudo・asurechikku-フィールド・アスレチック | een sport waarbij hindernissen en toestellen worden opgesteld op een parcours dat gebruik maakt van natuurlijke topografie, zoals bomen, e.d. |
| firutā-フィルター | (elektrotechniek) filter voor het doorlaten van bepaalde frequenties |
| fittonesu-フィットネス | goede (lichamelijke) conditie; fitheid |
| fōmaru-フォーマル | formeel; officieel |
| fōmaru・doresu-フォーマル・ドレス | vormelijke kleding; avondkleding; galakleding |
| fōmyura・puran-フォーミュラ・プラン | beleggingsstrategie voor het kopen en verkopen van effecten volgens een vaste formule |
| forio-フォリオ | folio (dubbelzijdig papier; dubbelgevouwen vel papier gebruikt als vier pagina's) |
| fōrīzu-フォーリーズ | satirisch toneelstuk of revue |
| fōru-フォール | (worstelen) touché; schouderlegging |
| fossa・maguna-フォッサ・マグナ | slenkvallei, gebied waar een vulkanische gordel doorheen loopt (van noord naar zuid door centraal Honshu) |
| fotokina-フォトキナ | tweejaarlijkse internationale handelsbeurs op het gebied van fotografie en film (in Keulen, Duitsland). |
| fotokuromikku・garasu-フォトクロミック・ガラス | fotochromisch glas (wordt donkerder bij blootstelling aan licht, vaak gebruikt in brillen) |
| fowādo-フォワード | (sport) spits; voorspeler; aanvaller |
| fū-封 | zegel; sluiting |
| fū-風 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) wind |
| fu-麩 | tarwezemelen |
| fu-麩 | stukjes (vaak mooi gedecoreerd) voedsel gemaakt van tarwegluten (wordt b.v. toegevoegd aan soepen) |
| fūai-風合 | textuur; hoe iets aanvoelt [eruit ziet] |
| fuangaru-不安がる | zich ergens ongemakkelijk [onzeker; angstig] over voelen |
| fūbaika-風媒花 | windbloemige plant (plant waarbij het stuifmeel door de wind wordt overgebracht) |
| fubatsu-不抜 | vastberadenheid; onverzettelijkheid |
| fubōgarasu-風防ガラス | voorruit (van een vervoermiddel) |
| fubun-不文 | ongeletterd zijn |
| fūbun-風聞 | roddel; gerucht |
| fubunritsu-不文律 | ongeschreven regel [voorschrift; wet] |
| fūbutsushi-風物詩 | iets dat de sfeer [het gevoel] van een seizoen weergeeft [karakteriseert] |
| fubyōdō-不平等 | ongelijkheid |
| fuchaku-不着 | niet aangekomen [bezorgd; geleverd] zijn |
| fuchi-扶持 | toelage; bezoldiging; rantsoen |
| fuchi-淵 | diepe wanhoop; vertwijfeling |
| fuchi-縁 | rand; richel; kant; oever |
| fuchin-浮沈 | wisselvalligheden |
| fuchō-不調 | (afk. voor) achteloosheid; onhandigheid; ontoereikendheid; gebrek aan manieren [kennis] |
| fūchō-風鳥 | paradijsvogel (Paradisaeidae) |
| fuchōwa-不調和 | disharmonie; disbalans; niet bij elkaar passend; onenigheid |
| fudai-譜代 | genealogie; erfelijkheid |
| fudan-不断 | constant [onophoudelijk] zijn |
| fudan-不断 | besluiteloosheid |
| fudangi-普段着 | alledaagse [gewone; informele] kleding |
| fudasashi-札差し | (Tokugawa-periode) makelaar in rijst (handelaar die het recht had om geld te geven in ruil voor de rijsttoelagen van vazallen) |
| fudasho-札所 | ruimte in een tempel [heiligdom] waar de gelovigen ofuda kunnen kopen |
| fude-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| fudebako-筆箱 | (kalligrafie) doos (m.n. van gelakt hout) voor schrijfpenselen |
| fudebuto-筆太 | (kalligrafie) dikke penseelstreken |
| fudegashira-筆頭 | hoofd [leidinggevende] in een organisatie (soms crimineel van aard) |
| fudegashira-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| fudegashira-筆頭 | (hist.) dorpshoofd belast met administratieve functies |
| fudehakobi-筆運び | penseelvoering; gebruikswijze van het schrijfpenseel |
| fudeire-筆入れ | pennendoos; pennenkoker; etui; penselenkoker |
| fudekake-筆掛け | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| fudeki-不出来 | slecht vakmanschap; geklungel |
| fudeoki-筆置 | penseel standaard |
| fudepen -筆ペン | schrijfpenseel met inktreservoir (zoals een vulpen) |
| fudetate-筆立て | houder [glas; beker] om schrijfpenseel rechtop te zetten (zonder reiniging, voor hergebruik later) |
| fudezuka-筆塚 | (graf)heuvel, waarin gebruikte schrijfpenselen (van geëerde meesters) begraven zijn |
| fudezukai-筆遣い | (schrijf)penseelvoering; (schrijf)penseelbehandeling |
| fūdo-フード | voedsel; voeding |
| fudō-婦道 | de plichten [juiste handelswijze] van een vrouw |
| fudōsangyō-不動産業 | (vastgoed)makelaar(s); makelaardij; de onroerend goed sector (in de economie) |
| fudōsanshōkenka-不動産証券化 | belegging [investering] in vastgoed |
| fudōsanshutokuzei-不動産取得税 | overdrachtsbelasting |
| fudōtai-不導体 | isolator; niet-geleider |
| fudōtoku-不道徳 | immoreel [onzedelijk] zijn |
| fudōyasan'ya-不動産屋 | makelaar |
| fuen-不縁 | het niet doorgaan van een huwelijk |
| fuen-不縁 | weinig vooruitzichten [kans] op een huwelijk |
| fuen-敷衍 | het verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fuensuru-敷衍する | verduidelijken; uitvoerig bespreken; ergens dieper [uitvoeriger] op ingaan; uitweiden; uiteenzetten |
| fūfū-ふうふう | (onomatopee) geworstel; met moeite (iets doen) |
| fufufu-ふふふ | (onomatopee) gelach; gegrinnik; hahaha |
| fūfuzaisanhō-夫婦財産法 | huwelijksvermogensrecht; huwelijksgoederenrecht |
| fūga-フーガ | fuga (een meerstemmig muziekstuk waarin verschillende stemmen elkaar imiteren) |
| fūga-風雅 | elegantie; gratie; verfijning |
| fugainai-腑甲斐無い | laf; slap; lusteloos; futloos; tam; bedeesd; nietswaardig |
| fugen-普賢 | (afk. voor) Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fugenbosatsu-普賢菩薩 | Samantabhadra, bodhisattva die symbool staat voor de leer en (meditatie) oefeningen van Boeddha (soms afgebeeld op een olifant) |
| fūgetsu-風月 | (heldere) maan en (koele) wind [bries]; de schoonheid van de natuur |
| fugi-不義 | onrechtvaardigheid; zedeloosheid; ongepastheid; wangedrag |
| fugi-不義 | overspel; ontrouw |
| fugimittsū-不義密通 | overspel; ontrouw |
| fugō-富豪 | een welgesteld [rijk] persoon; miljonair |
| fugō-符合 | gelijktijdigheid; overeenstemming |
| fugōkaku-不合格 | mislukking; afwijzing; diskwalificatie; uitschakeling |
| fugu-不具 | (lichamelijke) afwijking; handicap; misvorming; mismaaktheid |
| fugu-河豚 | fugu; kogelvis |
| fuguchiri-河豚ちり | gerecht met gekookte fugu (kogelvis) |
| fuguchūdoku-河豚中毒 | kogelvisvergiftiging; fuguvergiftiging |
| fugyōseki-不行跡 | wangedrag; slecht [onbetamelijk] gedrag |
| fuhai-不敗 | onoverwinnelijkheid |
| fuheibunshi-不平分子 | ontevreden elementen [leden]; dissidenten |
| fuhen-不偏 | onpartijdigheid; onbevooroordeeld zijn |
| fuhenfutō-不偏不党 | onpartijdigheid; neutraliteit; onafhankelijkheid |
| fuhenteki-普遍的 | universeel |
| fuhōshinnyū-不法侵入 | huisvredebreuk; ongeoorloofde [wederrechtelijke] binnendringing |
| fuhōtaizaisha-不法滞在者 | een illegaal; illegale vreemdeling |
| fuhyō-付票 | label; etiket; naamstrookje |
| fuhyō-付表 | bijlage; bijgevoegde lijst [tabel] |
| fui-不意 | onverwacht [plotseling] zijn |
| fuifuikyō-フイフイ教 | de islam (religie) |
| fūin-封印 | cachet; zegel; stempel; verzegeling |
| fūin-風韻 | verfijning; elegantie |
| fuirino-斑入りの | gevlekt; gestippeld |
| fuito-ふいと | plotseling; onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| fuiuchi-不意打ち | verrassingsaanval; overrompeling |
| fūjikomeru-封じ込める | insluiten; opsluiten; iets ergen indoen en afsluiten [verzegelen] |
| fūjime-封じ目 | verzegeling; de plek waar het zegel is aangebracht (b.v. op een envelop) |
| fujimi-不死身 | onkwetsbaarheid; onsterfelijkheid |
| fujin-夫人 | (beleefde aanspreektitel) mevrouw |
| fujin-夫人 | vrouw [echtgenote] (van een edelman) |
| fujin-婦人 | vrouw; vrouwelijke persoon |
| fujin-布陣 | formatie; opstelling (b.v. team) |
| fūjin-風塵 | wereldse [aardse; alledaagse] zaken |
| fujinami-藤波 | benaming voor de familielijn van de Fujiwara-clan |
| fūjiru-封じる | verzegelen (v.e. brief, e.d.); afsluiten; vastzetten |
| fujo-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| fujō-浮上 | het naar voren komen; zichtbaar [duidelijk] worden |
| fujōri-不条理 | absurditeit; ongerijmdheid; onredelijkheid |
| fujun-不順 | irregulariteit; wisselvalligheid; instabiliteit |
| fuka-不可 | fout; slecht; ongepast; niet te rechtvaardigen; niet toegestaan; niet mogelijk |
| fuka-付加 | toevoeging; aanhangsel; bijlage |
| fuka-富家 | een rijke [welgestelde; vermogende] familie |
| fuka-府下 | buitenwijken; voorstedelijke gebieden (van een metropool) |
| fuka-負荷 | (elektrisch) lading; weerstand |
| fuka-負荷 | (fig.) last; grote verantwoordelijkheid [plicht] |
| fuka-負荷 | lading; belasting (van vracht e.d.) |
| fukaamigasa-深編み笠 | gevlochten kegelvormig hoofddeksel (dat deels het gezicht verborg, en werd gedragen door samoerai en komuso) |
| fukabukato-深深と | heel [erg; zeer] diep |
| fukabun-不可分 | ondeelbaarheid |
| fukachi-不可知 | ondoorgrondelijkheid; raadselachtigheid; onkenbaar [niet te begrijpen] zijn |
| fukafuka-ふかふか | (onomatopee) zacht; donzig, pluizig; afwezig; verstrooid; achteloos; onnadenkend |
| fukahi-不可避 | onvermijdelijkheid; niet te vermijden |
| fukakai-不可解 | onbegrip; geheimzinnigheid; ondoorgrondelijkheid |
| fukaketsu-不可欠 | onontbeerlijkheid; onmisbaar [essentieel] zijn |
| fukakōryoku-不可抗力 | overmacht; force majeure; onvermijdelijkheid |
| fukakuteiseigenri-不確定性原理 | onzekerheidsrelatie [onzekerheidsprincipe] van Heisenberg |
| fukanō-不可能 | onmogelijkheid |
| fukanshihei-不換紙幣 | fiatgeld; onwisselbaar [ongedekt] papiergeld; fiduciair geld |
| fukanshō-不感症 | gevoelloosheid; zinloosheid; frigiditeit; (seksuele) ongevoeligheid |
| fukanshōseisaku-不干渉政策 | non-interventiebeleid |
| fukanzenka-不完全花 | onvolledige [imperfecte] bloem (een bloem die niet alle bloemdelen heeft) |
| fukanzenshūgyō-不完全就業 | onderbezetting; niet voldoende werkgelegenheid |
| fukanzu-俯瞰図 | bovenaanzicht; gezicht vanuit de lucht; vogelperspectief |
| fukasanmeishi-不可算名詞 | ontelbaar zelfstandig naamwoord |
| fukasetsufukasetsuten-不可説不可説転 | een buitengewoon [onuitsprekelijk] groot getal; het grootste getal dat voorkomt in de Bloemenkrans soetra (10 tot de macht 7 keer 2 tot de macht 112) |
| fukashigi-不可思議 | wonder; mysterie; raadsel |
| fukassei-不活性 | inactiviteit; laksheid; dadeloosheid; inertie |
| fukasu-蒸す | warm [zwoel; drukkend] (weer) zijn |
| fukasu-蒸す | (voedsel) stomen |
| fukatoku-不可得 | (boeddh.) onbereikbaarheid; ongrijpbaarheid van de absolute waarheid (vanwege menselijke beperkingen) |
| fukazake-深酒 | het stevig drinken; veel alcohol drinken; grote alcoholconsumptie |
| fukazakesuru-深酒する | stevig [veel] (alcohol) drinken; diep in het glaasje kijken |
| fukeiki-不景気 | financiële depressie; recessie; zakelijke inactiviteit; slappe markt |
| fukeyaku-老け役 | rol van een ouder personage [oude man] in een toneelstuk; een acteur verkleed als oude man |
| fuki-不羈 | vrijheid; onafhankelijkheid |
| fukidamari-吹き溜まり | dwarrelende sneeuw [bladeren]; sneeuwjacht |
| fukidokuritsu-不羈独立 | vrij en onafhankelijk zijn; een vrije en onafhankelijke geest hebben |
| fukikakeru-吹きかける | overdrijven; teveel rekenen [laten betalen] |
| fukinagashi-吹き流し | wimpel; vaantje; windzak (bij vliegveld) |
| fukinotō-蕗の薹 | (eetbare) jonge bloemstengel van het Japans hoefblad (Petasites japonicus) |
| fukisarashi-吹き曝し | blootgesteld aan [geteisterd door] de wind |
| fukisoku-不規則 | onregelmatigheid; onstandvastigheid |
| fukisokudōshi-不規則動詞 | onregelmatig werkwoord |
| fukisokuhenka-不規則変化 | (grammatica) onregelmatige vervoeging |
| fukitaosu-吹き倒す | overweldigen (van een tegenstander) |
| fukitsu-不吉 | ongeluk; pech; slecht voorteken |
| fukiyose-吹き寄せ | mengeling; medley (muziek) |
| fukiyoseru-吹き寄せる | bij elkaar [op een hoop] waaien [blazen] |
| fukkatsusuru-復活する | herleven; opstaan (uit de dood); herstellen (in de oude staat) |
| fukkō-復興 | herstel; wederopbouw; herleving; renovatie; vernieuwing |
| fukkyū-復旧 | herstel; restauratie; reparatie |
| fukō-不幸 | ongeluk; ellende; tegenslag; pech; ongelukkigheid |
| fukokoroe-不心得 | indiscretie; wangedrag; roekeloosheid |
| fukokukyōhei-富国強兵 | de natie welvarender maken door het leger te versterken |
| fuku-副 | begeleidend [secundair; aanvullend; assistent] zijn |
| fuku-幅 | (telwoord voor) kakemono (Japanse schildering op papier of zijde) |
| fuku-復 | het terugkeren [terugbrengen] naar de oorspronkelijke staat |
| fuku-福 | geluk; voorspoed; rijkdom; welvaart |
| fukubukuro-福袋 | tas met geschenken (die winkels bij de eerste verkoopdag in het nieuwe jaar aan klanten uitdelen) |
| fukubukushii-福福しい | vrolijk [blij; welvarend; mollig] uitziend |
| fukubun-複文 | (taalkunde) een samengestelde zin |
| fukudai-副題 | ondertitel; deeltitel |
| fukuekishu-服役囚 | veroordeelde met dwangarbeid |
| fukuen-復縁 | verzoening; herstel van onderlinge relaties |
| fukugaku-ふくがく | terugkeer naar school; hertoelating tot de universiteit [hogeschool] |
| fukugō-複合 | samenstelling; mengsel; samengesteld geheel |
| fukugōgo-複合語 | een samengesteld woord; samenstelling |
| fukuhei-伏兵 | onverwachte tegenstand [hindernis]; onverwacht obstakel |
| fukujoshi-副助詞 | bijwoordelijk partikel (bakari, made, dake, hodo, kurai, nado, nari, yara) |
| fukumiwarai-含み笑い | onderdrukt gelach; gegrinnik; gegiechel |
| fukurami-膨らみ | uitstulping; bobbel; zwelling |
| fukuri-複利 | samengestelde rente |
| fukurihō-複利法 | samengestelde rentemethode |
| fukurokuju-福禄寿 | Fukurokuju, god van geluk, rijkdom en een lang leven (vaak afgebeeld met een lang hoofd), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| fukuroobi-袋帯 | dubbel geweven obi (waarvan één kant mooie motieven heeft), die wordt gedragen bij dameskimono |
| fukusa-袱紗 | zijden doek om bij de theeceremonie gebruikte voorwerpen in te wikkelen of schoon te vegen |
| fukushi-福祉 | welvaart; voorspoed; welzijn |
| fukushi-複視 | diplopie; dubbelzien |
| fukushin-腹心 | vertrouweling (m); vertrouwelinge (v) |
| fukushō-復唱 | het reciteren; het (voor zichzelf) herhalen wat er gezegd is |
| fukutoshin-副都心 | stad subcentrum; centraal stadsdeel |
| fukutsu-不屈 | onverzettelijkheid; standvastigheid |
| fukuzatsu-複雑 | complexiteit; ingewikkeld zijn |
| fukuzatsukei-複雑系 | een complex systeem (d.w.z. dat de eigenschappen van het geheel niet zijn af te leiden uit de eigenschappen van de samenstellende delen afzonderlijk) |
| fukyō-布教 | verspreiding van een religie; missie; zendingswerk |
| fukyofukusei-不許複製 | geen recht te kopiëren zonder schriftelijke toestemming |
| fukyū-不朽 | onsterfelijkheid; onvergankelijkheid |
| fuma-不磨 | duurzaamheid; onsterfelijkheid |
| fumei-不明 | onduidelijkheid; onbegrijpelijkheid; vaagheid; dubbelzinnigheid |
| fumeirō-不明朗 | duister; somber; oneerlijk; twijfelachtig; omstreden |
| fumeiryō-不明瞭 | onduidelijkheid; onbegrijpelijkheid; vaagheid; duisternis |
| fumetsu-不滅 | onsterfelijkheid; onverwoestbaarheid |
| fumie-踏み絵 | een christelijke afbeelding, waar men op moest lopen om te bewijzen geen aanhanger te zijn van het verboden christelijke geloof (Edo-periode) |
| fumiireru-踏み入れる | binnenlopen; inlopen; lopen op; belopen |
| fumikiri-踏み切り | spoorweg overgang; gelijkvloerse kruising van weg en spoorlijn |
| fumin-不眠 | slapeloosheid; slechte nachtrust |
| fuminshō-不眠症 | slapeloosheid; insomnie |
| fumitodomaru-踏み止まる | op dezelfde plek blijven; standhouden; zich staande houden |
| fumitsukeru-踏み付ける | beledigen; minachten |
| fumiusu-踏み臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| fumoji-ふ文字 | (vrouwelijke hoftaal) brief |
| fumoji-ふ文字 | (vrouwelijke hoftaal) karper |
| fūn-ふうん | (tussenwerpsel) hm; echt?; is dat zo?; o ja |
| fun-墳 | (in kanji combinaties) grafheuvel; tumulus; (graf)terp |
| fun-糞 | uitwerpselen; stront |
| funadon'ya-船問屋 | scheepsbevrachter; scheepsmakelaar |
| funaya-船屋 | woongedeelte op het dek van een boot |
| funaya-船屋 | botenhuis [boothuis; schuitenhuis] aan een meer (al dan niet met woongedeelte erboven); visserhut (tijdens bevriezing op of aan het water) |
| funayado-船宿 | herberg in een haven (voor zeelui en passagiers) |
| fune-船 | dood(s)kist (voor de krijgsadel) |
| fungiri-踏ん切り | besluit; bepaling; vaststelling; vastbeslotenheid |
| fungō-吻合 | conformiteit; aanpassing; het bij elkaar passen van dingen |
| funinjō-不人情 | onvriendelijkheid; gebrek aan medeleven; harteloosheid |
| funjin-粉塵 | fijnstof; stofdeeltjes |
| funki-奮起 | zelfstimulering; zichzelf oppeppen |
| funkisuru-奮起する | in actie komen; zichzelf oppeppen [stimuleren; vermannen] |
| funkotsusaishinsuru-粉骨砕身する | zijn uiterste best doen; een uiterste inspanning leveren; alles doen wat mogelijk is |
| funkyū-墳丘 | grafheuvel; tumulus |
| funkyū-紛糾 | complicatie; verwarring; verstoring; ontregeling; wanorde; chaos |
| funman-憤懣 | woede; boosheid; nijd; wrevel; irritatie |
| funnyū-粉乳 | melkpoeder |
| funō-不能 | onmogelijkheid |
| funō-富農 | rijke [welgestelde] boer; welvarende herenboer |
| funori-布海苔 | textiellijm gemaakt van funori (rode alg) |
| funori-布海苔 | rode alg, Gloiopeltis (zeewier) |
| funpan-噴飯 | belachelijk [absurd; idoot] zijn; het plotseling in lachen uitbarsten [je verslikken door het lachen] |
| funpatsusuru-奮発する | veel geven; veel spenderen; veel geld uitgeven |
| funtō-奮闘 | worsteling; gevecht (fig.); uiterste inspanning |
| funzukeru-踏ん付ける | verachten; minachten; beledigen |
| fuonbunshi-不穏分子 | onruststoker; herrieschopper; opstandeling; dissident |
| fūpu-フープ | hoepel; ring; cirkel; hoelahoep |
| furadansu-フラダンス | (dans) hoela; hoelahoela |
| furafura-ふらふら | duizelig; draaierig; wankel; onzeker |
| furai-フライ | hoge bal bij honkbal (Engels: fly ball) |
| furaihoīru-フライホイール | vliegwiel |
| furaingu-フライング | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
| furaingu・stāto-フライング・スタート | (fig.) vliegende start; goede start; goed [snel] van start gaan |
| furakkusu-フラックス | flux (smeltmiddel) |
| furakushon-フラクション | cel (groep binnen een organisatie of beweging) |
| furanchaizu-フランチャイズ | franchise (handels- en verkooprechten) |
| furanneru-フランネル | flanel (soort stof) |
| furano-フラノ | flanel (soort stof) |
| furappu-フラップ | vleugelklep (vliegtuig) |
| furasshubakku-フラッシュバック | flashback; terugblik (beeldende herinnering aan een vroegere gebeurtenis) |
| furasshubarubu-フラッシュバルブ | hendel voor doortrekken [doorspoelen] van toilet |
| furattā-フラッター | flutter (toonvervorming bij geluidsopname) |
| furattochizeru-フラットチゼル | platte beitel |
| fureau-触れ合う | met elkaar in contact komen; elkaar aanraken |
| furebumi-触れ文 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furebumi-触れ文 | algemene kennisgeving [mededeling] op schrift |
| furebumi-触れ文 | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| furegaki-触れ書き | (theater) lijst met de titel van een toneelstuk, namen van acteurs e.d. |
| furegaki-触れ書き | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| furei-不例 | lichamelijke ongeschiktheid; ongesteldheid; onpasselijkheid; ziekte |
| furekishiburu-フレキシブル | flexibel; soepel; buigzaam; elastisch; meegaand |
| furekkusutaimu-フレックスタイム | variabele werktijden |
| furekomi-触れ込み | aankondiging; bekendmaking; mededeling |
| furemawaru-触れ回る | (iets met veel ophef) rondbazuinen; (gerucht) verspreiden |
| furenchi・surību-フレンチ・スリーブ | wijde rechthoekige mouw (gelijkend op de mouw van een Japanse kimono) |
| furenchi・tōsuto-フレンチ・トースト | wentelteefje |
| furendorī-フレンドリー | vriendelijk; vriendschappelijk; aardig |
| fureru-触れる | (wet of regel) overtreden |
| fureru-触れる | vermelden; verwijzen naar; zinspelen op |
| fureru-触れる | aanraken; voelen |
| furi-不利 | nadeel; minpunt |
| furiau-振り合う | elkaar aanraken; contact maken |
| furidashi-振り出し | betaalopdracht; overmaking (geld); geldwisseling |
| furieki-不利益 | nadeel; bezwaar; tegenslag |
| furihanasu-振り放す | (van zich) afschudden; zichzelf bevrijden; ontsnappen |
| furikae-振り替え | (bank) overschrijving; postwissel |
| furikaeru-振り替える | (geld) overmaken [overschrijven] |
| furikomi-振り込み | bankoverschrijving; storting van geld op een bankrekening |
| furikomu-振り込む | geld overmaken [overboeken; overschrijven] |
| furīku-フリーク | (Eng.: freak) iemand die gek is op [enthousiast; geobsedeerd door] iets (b.v. film, computer, snelheid, etc.) |
| furimaku-振り撒く | strooien; besprenkelen |
| furīmēson-フリーメーソン | vrijmetselaar (lid van de vrijmetselarij) |
| furimukeru-振り向ける | (geld) uittrekken [bestemmen] voor |
| furin-不倫 | verdorvenheid; onzedelijkheid; immoraliteit; overspel; een buitenechtelijke affaire |
| furinsuru-不倫する | overspel [echtbreuk; ontucht] plegen |
| furīransu-フリーランス | freelance; een freelancer |
| furīsu-フリース | fleece (textiel) |
| furīsutairu-フリースタイル | freestyle (sportonderdeel, zoals bij skiën, worstelen, e.d.) |
| furītā-フリーター | freeter, Japanse uitdrukking voor mensen (meestal jongeren) die geen vaste baan hebben maar (wisselende) parttime baantjes |
| furitsuzuku-降り続く | voortdurend [onophoudelijk] regenen [sneeuwen] |
| furiwake-振り分け | bagage in tweeën verdeeld over de schouders dragen |
| furiwake-振り分け | verdeling; splitsing |
| furiwakeru-振り分ける | verdelen; uitdelen; in tweeën delen |
| furīzu-フリーズ | plotseling vastlopen [blokkeren] (van een computer, e.d.) |
| furī・daiyaru-フリー・ダイヤル | (Eng.: free dial) gratis telefoonnummer |
| furī・ējento-フリー・エージェント | (Eng.: free agent) iemand die onafhankelijk [zonder verplichtingen] is; een sporter die niet contractueel gebonden is |
| furī・jānarisuto-フリー・ジャーナリスト | freelance journalist |
| furī・kuraibingu-フリー・クライミング | (Eng. free climbing) vrij klimmen (zonder hulpmiddelen in bergsport) |
| furī・kuraimingu-フリー・クライミング | het vrij klimmen (zonder hulpmiddelen) |
| furī・māketto-フリー・マーケット | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| furōfushi-不老不死 | het eeuwige leven; onsterfelijkheid |
| furokku-フロック | bof; mazzel (Engels: fluke) |
| furokku-フロック | kudde; menigte; massa (Engels: flock) |
| furokkukakō-フロック加工 | velouteren (flocked) |
| furonto-フロント | receptie; informatiebalie (hotels, winkels, etc.) |
| furonto-フロント | voorkant; voorzijde; gevel; façade |
| furonto・desuku-フロント・デスク | receptie; informatiebalie (in hotels, winkels, etc.) |
| furonto・doraibu-フロント・ドライブ | voorwielaandrijving (auto) |
| furonto・garasu-フロント・ガラス | voorruit (van een vervoermiddel) |
| furonto・rō-フロント・ロー | voorste [eerste] rij; vooraan; voorste gedeelte |
| furōto-フロート | wisselgeld |
| furō・infurēshon-フロー・インフレーション | (Eng.: flow inflation) flow-inflatie (waarbij de prijzen van goederen en diensten snel stijgen) |
| furu-フル | geheel; totaal; alles |
| furu-フル | vol; volledig; helemaal |
| furu-振る | (be)strooien; verstrooien; besprenkelen |
| furubakku-フルバック | (American football, rugby, voetbal) vleugelverdediger; achterspeler; laatste man |
| furudera-古寺 | oude tempel |
| furudōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| furuhon'ya-古本屋 | tweedehandsboekhandel; antiquariaat; |
| furuiokosu-奮い起こす | bijeenrapen; verzamelen |
| furunajimi-古馴染み | een goede [oude] vriend(in); iemand waar je al heel lang mee bevriend bent |
| furupasuteru-フルパステル | een soort pastelkrijt (Engels: full pastel) |
| furu・marason-フル・マラソン | (full-length marathon) hele marathon (42,195 km) |
| furu・supīdo-フル・スピード | volle snelheid; volle vaart |
| furyō-不良 | misdadig [crimineel] zijn; misdadig gedrag; criminaliteit |
| furyō-不良 | gangster; crimineel |
| fūryokukei-風力計 | windmeter; windsnelheidsmeter |
| fūryū-風流 | elegantie; gratie; verfijning |
| furyūmonji-不立文字 | (Zen boeddhisme) spirituele bewustwording (overgebracht van hart naar hart, zonder woorden of letters) |
| fusa-房 | partje (b.v. van een sinaasappel) |
| fusagari-塞がり | slechte [ongelukbrengende} richting |
| fusaginomushi-塞ぎの虫 | een gevoel van melancholie [somberheid]; trieste stemming |
| fusagu-塞ぐ | je somber [neerslachtig] voelen |
| fusegite-防ぎ手 | verdediger; verdedigende maatregel |
| fusei-不正 | onrechtvaardigheid; onrecht; oneerlijkheid; wangedrag; onregelmatigheid; fraude |
| fuseimyaku-不整脈 | onregelmatige polsslag [hartslag] |
| fuseishutsu-不世出 | zeldzaamheid; bijzonderheid |
| fuseji-伏せ字 | een teken (spatie, cirkel, X, asterisk, e.a.) in plaats van een gecensureerd woord |
| fusen-不戦 | (vechtsport) niet doorgaan van het gevecht wegens afwezigheid van een deelnemer |
| fusen-付箋 | label; etiket; strookje papier |
| fusenmei-不鮮明 | onduidelijk; onscherp; vaag |
| fusetsu-符節 | overeenkomstig deel |
| fūsetsu-風説 | gerucht; roddel; iets van horen zeggen |
| fusha-富者 | een rijk [welgesteld] persoon; miljonair |
| fushi-不死 | onsterfelijkheid; het eeuwige leven |
| fushi-五倍子 | de Chinese sumak of galnoot {galappel} boom (Rhus chinensis) |
| fūshi-夫子 | wijze man; geleerde; meester |
| fushi-節 | gewricht; knokkel; knop; knoest; node |
| fushiawase-不幸せ | ongeluk; ellende; tegenslag; pech; ongelukkigheid |
| fushichō-不死鳥 | feniks; vuurvogel |
| fushidara-ふしだら | slordig; slonzig; onverzorgd; haveloos |
| fushimawashi-節回し | melodie; intonatie |
| fushin-不審 | twijfel; ongeloof; wantrouwen; verdenking |
| fūshin-風疹 | (med.) rubella; rodehond |
| fushinban-不寝番 | nachtdienst; de hele nacht waken [wakker blijven] |
| fushinsetsu-不親切 | onvriendelijkheid; onaardigheid; onbeleefdheid; lompheid |
| fushinsha-不審者 | een verdacht persoon (met mogelijk twijfelachtige bedoelingen) |
| fushinsuru-腐心する | zijn uiterste best doen; alle moeite doen; zich veel inspanningen getroosten |
| fūsho-封書 | verzegelde brief; verzegeld document |
| fushōji-不祥事 | betreurenswaardig incident; vervelend voorval; schandaal |
| fushoku-腐植 | humus; teelaarde |
| fushokudo-腐植土 | humus; teelaarde |
| fusoku-不測 | het onvoorstelbaar [onvoorzien; onmeetbaar] zijn |
| fusoku-付則 | supplement; toevoegsel; bijvoegsel |
| fūsoku-風速 | windsnelheid |
| fūsokukei-風速計 | windmeter; windsnelheidsmeter; anemometer |
| fusso-弗素 | fluor (chem. element) |
| fusuburu-燻る | (fig.) smeulen; sluimeren; aanmodderen; een onopvallend [obscuur] leven leiden (zonder doelen te bereiken) |
| fusuma-麬 | (tarwe)zemelen |
| fusuru-賦する | uitdelen; toekennen; toewijzen |
| futa-蓋 | deksel; dop(je) |
| futae-二重 | tweevoud; verdubbeling |
| futago-双子 | tweeling |
| futagoza-双子座 | (sterrenbeeld) Tweelingen (Gemini) |
| futan-負担 | last; verplichting; verantwoordelijkheid |
| futansuru-負担する | de last [verantwoordelijkheid] dragen |
| futashika-不確か | onzeker; vaag; wisselvallig |
| futebuteshii-ふてぶてしい | brutaal; schaamteloos; onbeschaamd |
| futegiwa-不手際 | onhandigheid; geklungel; knoeiwerk; onkunde; wanbeleid |
| futei-不貞 | (huwelijkse) ontrouw; onkuisheid; echtbreuk; overspel |
| futeiki-不定期 | onregelmatigheid |
| futeisai-不体裁 | onfatsoenlijke [onappetijtelijke] vertoning; ongepastheid; onbetamelijkheid |
| futeishūso-不定愁訴 | psychosomatische symptomen; fysieke klachten (zonder aanwijsbare medisch-wetenschappelijke diagnose) |
| futeki-不敵 | onoverwinnelijke kracht [sterkte] |
| futo-ふと | plotseling; toevallig; onverwacht |
| fūtō-封筒 | enveloppe; envelop |
| futo-浮屠 | pagode; stoepa; Boeddhistische tempel |
| futobashi-太箸 | dikke, ronde eetstokjes gebruikt bij feestelijke gelegenheden |
| futōfukutsu-不撓不屈 | eigenzinnigheid; onverzettelijkheid; hardnekkigheid |
| futōgō-不等号 | (wiskunde) ongelijkheidsteken (<, kleiner-dan-teken, of >, groter-dan-teken) |
| futōitsu-不統一 | disharmonie; wanorde; ongeregeldheid; verdeeldheid |
| futōkō-不登校 | het spijbelen; schoolverzuim |
| futokoro-懐 | binnenzak; borstzak; binnenste gedeelte van bovenkleding |
| futokoro-懐 | (contant) geld |
| futoku-不徳 | zedeloosheid; verdorvenheid; gebrek aan deugdzaamheid |
| futoku-婦徳 | vrouwelijke deugd [verdienste; deugdzaamheid] |
| futokuyōryō-不得要領 | vaag [onbestemd; dubbelzinnig] zijn |
| futsu-沸 | verhitten; koken; opwarmen; fermenteren; smelten |
| futsūbun-普通文 | (tekst in) traditionele, literaire schrijfstijl (een combinatie van kanji en kana) |
| futsufutsu-沸沸 | sudderend; pruttelend; opborrelend; kokend |
| futsūkabu-普通株 | gewone aandelen |
| futtoraito-フットライト | (toneel) voetlicht |
| futtosaru-フットサル | een soort zaalvoetbal (5 tegen 5 spelers) |
| futtsuri-ふっつり | het plotseling stoppen [afbreken] |
| futtsuri-ふっつり | het (geluid van het) breken van een draad, snaar, etc. |
| futtsurisuru-ふっつりする | plotseling afbreken [stoppen; opgeven] |
| fūu-風雨 | een hevige regenbui met veel wind; regenstorm |
| fuun-不運 | tegenslag; pech; tegenspoed; ongeluk |
| fuwa-不和 | onenigheid; verdeeldheid; tweedracht |
| fuwafuwa-ふわふわ | onrustig; instabiel; onvoorspelbaar |
| fuwaraidō-付和雷同 | (iemand) blindelings volgen (zonder zelf na te denken); afgaan op het oordeel van een ander |
| fuwatarikogitte-不渡り小切手 | ongeldig verklaarde cheque |
| fuwataritegata-不渡り手形 | niet nagekomen belofte |
| fuyō-不用 | onnodig [onbruikbaar; nutteloos] zijn |
| fuyō-不要 | (in) onbruik; niet in zwang; nutteloosheid |
| fuyo-付与 | toelage; schenking; toekenning |
| fuyō-扶養 | steun; financiële ondersteuning; (levens)onderhoud |
| fuyōsuru-扶養する | ondersteunen; financieel onderhouden |
| fuyū-富裕 | weelde; rijkdom; welvaart |
| fuyubare-冬晴れ | heldere winterdag; helder winterweer |
| fuyudori-冬鳥 | wintervogel; trekvogel, die in de herfst en winter verschijnt en in de lente wegtrekt naar noordelijke streken |
| fuyuge-冬毛 | de wintertooi; de vacht [pels] van dieren in de winter |
| fuyukai-不愉快 | onaangenaam [onprettig; onplezierig; naar; vervelend] zijn |
| fuyumono-冬物 | winterkleding; winter artikelen |
| fuyuzora-冬空 | winterhemel; winterlucht; winterweer |
| fuzakeru-ふざける | grappen [plezier] maken; ronddartelen; gek doen; geintjes uithalen |
| fuzei-風情 | elegantie; (verfijnde) smaak |
| fuzei-風情 | (in combinatie met een zelfst.naamwoord) in de hoedanigheid van; zoals |
| fūzen-風前 | een plek waar de wind heen waait; een plek die blootgesteld is aan de wind |
| fuzoroi-不揃い | onregelmatigheid; ongelijkheid; oneffenheid |
| fuzui-付随 | behorend bij; gerelateerd aan; samenhangend met |
| fyūjon-フュージョン | samenvoeging; samensmelting, |
| ga-我 | ego; het zelf; het eigen wezen |
| ga-雅 | elegantie; goede smaak; verfijndheid |
| gaban-画板 | tekenbord; tekentafel |
| gabugabu-がぶがぶ | (onomatopee) het geluid van slikken; (op)slokkend; snel [veel] drinkend |
| gabun-雅文 | elegante [literaire; klassieke] stijl |
| gaburi-がぶり | (onomatopee) met grote happen eten; met grote slokken drinken; alles tegelijk doorslikken [naar binnen werken] |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) gekletter; gerammel; geratel |
| gachagacha-がちゃがちゃ | (onomatopee) verward; rommelig |
| gachagacha-がちゃがちゃ | Mecopoda niponensis (een sabelsprinkhaan) |
| gachi-勝ち | (als suffix achter zelfst.naamwoorden of de renyōkeivorm van werkwoorden) de neiging hebben om; iets frequent [vaak] doen |
| gachi-雅致 | kunstvaardigheid; goede smaak; elegantie; verfijning |
| gadai-画題 | titel van een schilderstuk |
| gaden'insui-我田引水 | zijn eigen belangen nastreven; iets doen uit eigenbelang; het eigen belang vooropstellen |
| gādoru-ガードル | gordel; korset |
| gafū-画風 | schilderstijl; penseelvoering |
| gagaku-雅楽 | gagaku, traditionele Japanse (hof)muziek en dans |
| gagen-雅言 | verfijnd [elegant] en correct taalgebruik |
| gago-雅語 | elegante [poëtische] woorden |
| gahitsu-画筆 | penseel (van een kunstschilder) |
| gaibu-外部 | buitenkant; buiten; buitenwereld |
| gaibufusai-外部負債 | externe aansprakelijkheid |
| gaibutsu-外物 | (filosofie) dingen die bestaan in de objectieve wereld, onafhankelijk van het bewustzijn |
| gaibutsu-外物 | externe dingen; voorwerpen in de externe wereld (buiten jezelf) |
| gaichi-外地 | overzeese gebiedsdelen (van Japan) |
| gaichō-害鳥 | vogels die schadelijk zijn voor de landbouw |
| gaichū-害虫 | schadelijk insect; ongedierte |
| gaichūkakō-外注加工 | iets elders laten produceren (buiten de eigen firma; out-house) |
| gaida-咳唾 | hoest en slijm [sputum]; het schrapen van de keel |
| gaidansu-ガイダンス | begeleiding |
| gaiden-外伝 | (toegevoegde) verhalen en anekdotes, die niet in de officiële bronnen voorkomen |
| gaiden-外電 | een telegram [bericht] uit het buitenland |
| gaidoku-害毒 | kwaad; slecht gedrag; slechte [verderfelijke] invloed |
| gaidowei・shisutemu-ガイドウェイ・システム | geleidingssysteem (autobus) |
| gaien-外苑 | buitentuin (van shintō schrijn, tempel of paleis) |
| gaijinbutai-外人部隊 | het vreemdelingenlegioen |
| gaijinzō-外人像 | het beeld dat men heeft van buitenlanders |
| gaijūnaigō-外柔内剛 | uiterlijk vriendelijk lijken, maar van binnen keihard zijn |
| gaikai-外界 | de buitenwereld; het uiterlijke; het fysieke |
| gaikan-概観 | algemeen beeld; overzicht; schets |
| gaikokubōeki-外国貿易 | buitenlandse [internationale] handel |
| gaikokukawase-外国為替 | vreemde valuta; deviezen; monetaire handel (met het buitenland) |
| gaikotsu-骸骨 | skelet; geraamte; beenderen |
| gaimu-外務 | werkzaamheden die buiten het bedrijf plaatsvinden; veldwerk |
| gaimu-外務 | buitenlandse zaken (zoals onderhandelingen, handel, e.d. met het buitenland) |
| gaimu-外務 | overleg met externe afdelingen |
| gaiseiki-外性器 | uitwendige geslachtsdelen |
| gaiseki-外戚 | familielid van moederszijde [moederskant] |
| gaisen-凱旋 | feestelijke overwinningsparade; triomfantelijke thuiskomst (na een overwinning) |
| gaisen-外線 | (telefoon)lijn; buitenlijn |
| gaisen-外線 | buitenlijn; buiten bedrading (elektrisch of elektronisch) |
| gaishō-外傷 | uitwendige letsel; trauma; oppervlakkige wond |
| gaishō-街娼 | tippelaarster; straatprostituee |
| gaishūisshoku-鎧袖一触 | de vijand gemakkelijk verslaan (lett. de vijand verslaan met één klap van een armstuk van een harnas); (fig.) winnen met één hand op de rug |
| gaiteki-外的 | lichamelijk; fysiek |
| gaitō-外套 | overjas; mantel |
| gaiya-外野 | (honkbal) buitenveld; verreveld |
| gaiyashu-外野手 | (honkbal) buitenvelder; verrevelder; outfielder |
| gaiyōyaku-外用薬 | geneesmiddel voor uitwendig gebruik |
| gaizen-慨然 | verontwaardiging; teleurstelling; verdriet |
| gajō-牙城 | fort; burcht; citadel; bastion; bolwerk |
| gajō-賀状 | felicitatiebrief; felicitatiekaart (m.n. nieuwjaarskaart) |
| gaka-画架 | schildersezel |
| gakai-画会 | een tentoonstelling waar kunstenaars hun eigen schilderijen verkopen |
| gakeppuchi-崖っ縁 | (fig.) de rand van de afgrond; een penibele situatie |
| gakidō-餓鬼道 | Het rijk van de hongerige geesten (een van de ongelukkige rijken van wedergeboorte in de boeddhistische cyclus van bestaan) |
| gakka-学科 | faculteit; studieafdeling |
| gakkai-学会 | wetenschappelijke bijeenkomst [conferentie; congres; vergadering]; wetenschappelijk instituut [genootschap]; academie |
| gakkai-学界 | de wereld van de wetenschap; wetenschappelijke [academische] kringen |
| gakkai-楽界 | muziekwereld |
| gakkari-がっかり | teleurgesteld; ontmoedigd; triest |
| gakkarisuru-がっかりする | teleurgesteld [ontmoedigd; triest] worden |
| gakkōseikatsu-学校生活 | het (dagelijks) leven op school |
| gakkuri-がっくり | teleurgesteld; ontmoedigd |
| gakuchi-学地 | (boeddh.) proces van geestelijke verlichting |
| gakuchi-学地 | studieplaats (voor wetenschap en spirituele training) |
| gakuchō-楽長 | kapelmeester; dirigent; bandleider |
| gakuen-学園 | school (vooral een particulier scholen-complex dat zowel lagere- als middelbare school behelst) |
| gakufu-学府 | onderwijsinstelling; academisch centrum |
| gakugaku-がくがく | wiebelig; knikkend |
| gakugeikai-学芸会 | schoolevenement waarbij kinderen van de lagere school en van (de eerste jaren van) de middelbare school hun muziek- en theaterkunsten vertonen |
| gakuhi-学費 | onderwijsuitgaven; schoolkosten; inschrijvingsgeld voor een onderwijsinstelling |
| gakuin-学院 | (wetenschappelijk) instituut; academie |
| gakuin-学院 | (i.g.v. instellingsnamen) jeugdgevangenis (al dan niet met scholingsprogramma) |
| gakujin-楽人 | musicus; muzikant; minstreel (met name van gagaku) |
| gakujutsu-学術 | wetenschap; (wetenschappelijke) kennis; geleerdheid |
| gakumei-学名 | wetenschappelijke benaming [naam] |
| gakumenkabushiki-額面株式 | nominale waarde van een aandeel |
| gakumenkingaku-額面金額 | nominaal bedrag; nominale hoeveelheid |
| gakumenware-額面割れ | een lager geworden marktwaarde van obligaties en aandelen (t.o.v. de uitgegeven prijs) |
| gakumon-学問 | kennis; geleerdheid |
| gakumu-学務 | school [onderwijs] zaken [aangelegenheden] |
| gakunto-がくんと | met een ruk; plotseling |
| gakurekihenchō-学歴偏重 | overdreven nadruk leggen op [belang hechten aan] (academische) kwalificaties |
| gakurekishakai-学歴社会 | academische meritocratie, een samenleving waarin het opleidingsniveau een van de belangrijkste criteria is voor het bepalen van de sociale status |
| gakuri-学理 | theorie; wetenschappelijk principe |
| gakuryō-学寮 | verblijfhuis in de Yushima tempel (Tokio) voor studenten van het confucianisme |
| gakuryoku-学力 | wetenschappelijke bekwaamheid [prestaties]; leervaardigheid |
| gakusai-学才 | studievaardigheid; wetenschappelijk talent |
| gakusetsu-学説 | (wetenschappelijke) theorie; leer |
| gakusetsu-楽節 | passage [gedeelte] in de muziek |
| gakusha-学者 | een geleerde; wetenschapper; academicus |
| gakusha-学舎 | scholencomplex; schoolgebouw; academische instelling |
| gakushi-学士 | bachelor (BA); baccalaureus (laagste academische graad) |
| gakushiki-学識 | wetenschappelijke kennis; geleerdheid |
| gakushō-楽章 | deel van een muziekstuk (sonate, symfonie, e.d.) |
| gakusō-学僧 | een geleerde priester [monnik] |
| gakusō-楽想 | muzikaal thema [motief]; melodie |
| gakuto-学徒 | student; wetenschappelijk onderzoeker |
| gakuyōhin-学用品 | schoolbenodigdheden; schoolartikelen |
| gakyō-画境 | gevoel dat een schilderij uitdrukt; sfeer [stemming] van een schilderij |
| gamen-画面 | beeldscherm; monitor |
| gamō-鵞毛 | ganzendons; ganzenveer; metafoor voor iets dat heel licht is |
| gamuran-ガムラン | (muziekinstrument Indonesië) gamelan |
| gamushara-がむしゃら | roekeloosheid; onbezonnenheid |
| ganenteki-概念的 | conceptueel |
| gangan-がんがん | dreunend [galmend; bulderend; bonzend] geluid [lawaai] |
| gangyō-願行 | (boeddh.) gelofte en (spirituele) training |
| ganjigarame-雁字搦め | ingeperkt (door restricties, regels of verboden) |
| ganka-眼科 | oogheelkunde; oftalmologie |
| gankagaku-眼科学 | oogheelkunde; oftalmologie |
| gankai-眼界 | gezichtsveld; gezichtsafstand |
| ganka'i-眼科医 | oogarts; oogheelkundige |
| gankutsu-岩窟 | grot; spelonk |
| ganmon-願文 | schriftelijk gebed; verzoekschrift (gericht aan een Boeddha, shinto-god, e.d.) |
| ganpeki-岩壁 | berghelling; rotswand |
| ganpi-雁皮 | gampi (Diplomorpha sikokiana, van de vezels van deze plant wordt in Japan washi papier gemaakt) |
| ganrai-元来 | van oorsprong; van nature; oorspronkelijk |
| ganrō-玩弄 | spel; vermaak; plagerij; spot |
| ganrōbutsu-玩弄物 | speelgoed; speeltje; speelbal |
| ganrōsuru-玩弄する | spelen [dollen] met; plagen; spotten; voor de gek houden |
| ganryō-含量 | inhoud; samenstelling |
| gansatsu-贋札 | een vals bankbiljet; vals (papier)geld |
| gansho-雁書 | brief (formele, literaire term) |
| gansho-願書 | inschrijfformulier; schriftelijk verzoek; petitie |
| ganshoku-顔色 | huidkleur; gelaatskleur; teint |
| ganshoku-顔色 | gezicht; gelaat; gezichtsuitdrukking |
| ganshu-癌腫 | carcinoom; kankergezwel; (kwaadaardige) tumor |
| gansō-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| gansōsuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| gansōzai-含嗽剤 | mondwater; mondspoeling; spoeldrank |
| ganteikensa-眼底検査 | (oog) fundusonderzoek; oftalmoscopie; oogspiegelen |
| ganzenai-頑是ない | naïef; onschuldig; hulpeloos |
| gan'i-願意 | het oogmerk [de bedoeling; de inhoud] van een verzoek [wens; gebed] |
| gappei-合併 | combinatie; samenvoeging; samensmelting; fusie |
| gappitsu-合筆 | perceel [kavel] consolidatie |
| gappon-合本 | bundeling (van losse publicaties) |
| gappori-がっぽり | een grote hoeveelheid; massa; bundel; pak; stapel |
| gappyō-合評 | gezamenlijke kritiek [beoordeling; evaluatie] |
| gara-ガラ | gala (kostuum; feest; voorstelling) |
| gara-柄 | patroon; model; ontwerp |
| gara-瓦落 | plotselinge daling van de aandelenkoersen; beurscrash |
| garaaki-がら空き | vrijwel [bijna] leeg zijn |
| garagarahebi-がらがら蛇 | ratelslang |
| garakuta-がらくた | snuisterijen; prullen; allerlei spullen; rommel |
| garami-搦み | ongeveer; zoiets als; gerelateerd aan; te maken hebbend met |
| garan-伽藍 | boeddhistische tempel; boeddhistisch klooster |
| garandō-伽藍堂 | hal (in een tempel) gewijd aan de tempelgodheid |
| garasusen'i-ガラス繊維 | glasvezel |
| gare-がれ | puinhelling (helling bestaande uit los gesteente) |
| gareba-がれ場 | puinhelling (helling bestaande uit los gesteente) |
| gareki-瓦礫 | puin; los gesteente; kiezels; grind |
| gari-我利 | eigenbelang |
| garigari-がりがり | erg mager; uitgemergeld; vel over been |
| garuson-ガルソン | ober; kelner; bediende; jongeman |
| garyō-雅量 | grootmoedigheid; edelmoedigheid; ruimdenkendheid; tolerantie |
| gashi-賀詞 | felicitatie(s); felicitatie kaart [brief; bericht]; gelukwens; nieuwjaarswens |
| gashinshōtan-臥薪嘗胆 | doorzettingsvermogen; vastberadenheid; uiterste pogingen om het doel te bereiken |
| gashitsu-画室 | atelier; werkplaats; studio (van een schilder) |
| gashō-画商 | kunsthandel; kunsthandelaar |
| gaso-画素 | pixel; beeldpunt |
| gasorinsutando-ガソリンスタンド | tankstation; pompstation; benzinestation (Engels: gasoline stand) |
| gasōru-ガソール | gasohol; alcoholbenzine (een brandstofmengsel van benzine en ethanol) |
| gasshōrenkō-合従連衡 | alliantie; alliantievorming; het bundelen van krachten (hist. alliantie in China van 6 koninkrijken tegen, en met de Qing dynastie) |
| gasshuku-合宿 | het in dezelfde accommodatie [herberg] verblijven; samen ergens verblijven; op trainingskamp gaan |
| gassō-合奏 | een ensemblestuk (muziek); samenspel |
| gasudai-ガス台 | (tafel)gasfornuis |
| gasunuki-ガス抜き | (fig.) het stoom afblazen; afkoelen; (frustraties, e.d.) ventileren |
| gasuru-賀する | feliciteren; gelukwensen |
| gasuru-賀する | (feestelijk) vieren |
| gasuru-駕する | (m.b.t. vervoermiddel) instappen; opstijgen; inschepen |
| gatā-ガター | goot; greppel; geul |
| gātā-ガーター | goot; greppel; geul |
| gatagata-がたがた | ratelend [krakend; rammelend] (geluid) |
| gātākunshō-ガーター勲章 | (Engelse ridderorde) Orde van de Kousenband |
| gatanto-がたんと | met een plotselinge afname [achteruitgang] |
| gatapishi-がたぴし | rammelend, ratelend; bonkend; krakend; piepend |
| gatapishi-がたぴし | kwakkelend; wankel; niet soepel |
| gatatsuku-がたつく | ratelen; rammelen; wankelen; onvast [instabiel] zijn |
| gattai-合体 | samensmelting |
| gatten-合点 | een markering (doorgaans een punt of een cirkeltje) in een tekst om aan te geven dat iets goed is) |
| gatto-ガット | GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel |
| gattsuku-がっつく | gulzig eten; vreten; opslokken; verzwelgen; hebzuchtig zijn |
| gausushōkyohō-ガウスの消去法 | Gauss-eliminatie (genoemd naar Carl Friedrich Gauss) |
| gawa-側 | omhulsel; verpakking; behuizing; kast (van een horloge); dek; cover |
| gayagaya-がやがや | (onomatopee) luidruchtig; rumoerig; geroezemoes; geklets; gelach |
| gayoku-我欲 | egoïsme; zelfzucht |
| gazen-俄然 | plotseling; abrupt |
| gazō-画像 | afbeelding; projectie |
| gazō-画像 | afbeelding; portret |
| gazōkyō-画像鏡 | (hist.) een spiegel uit de Chinese Han-periode (met een gegoten afbeelding op de achterkant) |
| geba-ゲバ | geweld |
| gebahyō-下馬評 | gerucht; roddel |
| gebaruto-ゲバルト | geweld |
| gedai-外題 | titel van een boek [toneelstuk] |
| gedatsu-解脱 | bevrijding [verlossing] (van spirituele belemmeringen, e.d.) |
| geden-下田 | minder goed [onvruchtbaarder] geworden rijstveld |
| gēderunofukanzenseiteiri-ゲーデルの不完全性定理 | onvolledigheidsstellingen van Gödel |
| gego-解悟 | (boeddh.) de opheffing van dwalingen, en de verlichting tot de (universele, ultieme) waarheid |
| gei-ゲイ | (mannelijke) homo(seksueel) |
| geibōi-ゲイボーイ | homoseksuele man; vrouwelijke man |
| geigekiki-迎撃機 | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
| geigi-芸妓 | vrouwelijke entertainer bij een banket; geisha |
| geigoto-芸事 | traditionele Japanse podiumkunsten |
| geihin-迎賓 | een eregast verwelkomen |
| geihinkan-迎賓館 | (formele) ontvangstruimte |
| gein-ゲイン | (elektriciteit) versterkingsfactor |
| gein-ゲイン | winst; profijt; voordeel |
| geinin-芸人 | artiest; acteur; toneelspeler; entertainer |
| geitō-芸当 | optreden; voorstelling; act; nummer; truc |
| geji-下知 | bevel; commando; mandaat |
| geji-蚰蜒 | een verachtelijke [gehate] persoon; gluiperd |
| gejigejimayu-蚰蜒眉 | borstelige wenkbrauwen |
| gejin-外陣 | buitenste hal [gebedsplaats] van een tempel [schrijn; heiligdom] |
| gejō-下乗 | verbod om te paard [in een voertuig] het terrein van een tempel [schrijn; heiligdom] op te gaan |
| gejō-下城 | het verlaten van [vertrek uit] een kasteel |
| gekai-下界 | de [deze] wereld; de aarde (beneden de hemel) |
| geki-劇 | toneel(stuk); theater; optreden |
| geki-劇 | extreem; heftig; geweldadig; intens |
| geki-撃 | (in kanji combinaties) (hard) slaan; (met kracht) aanvallen; schieten; hard raken (ook fig.) zien; voelen; tasten |
| gekibutsu-劇物 | schadelijke [giftige] stoffen |
| gekichūgeki-劇中劇 | verhaal [toneelstuk] binnen een verhaal [toneelstuk] |
| gekidan-劇壇 | het toneel; de theaterwereld |
| gekiga-劇画 | Gekiga, een Japans stripboekgenre (met meer aandacht voor realistische afbeeldingen en het literaire aspect) |
| gekigen-激減 | een scherpe [sterke] afname [daling; terugval]; keldering |
| gekiha-撃破 | destructie; vernietiging; verplettering; vermorzeling |
| gekihasuru-撃破する | vernietigen; verpletteren; vermorzelen |
| gekihyō-劇評 | toneelrecensie; toneelkritiek |
| gekika-劇化 | dramatisering; toneelbewerking |
| gekikai-劇界 | theaterwereld |
| gekikasuru-劇化する | dramatiseren; een toneelbewerking maken |
| gekikasuru-激化する | verergeren; heviger [heftiger; geweldadiger] worden |
| gekiron-激論 | woordenstrijd; verhitte [felle] discussie [woordenwisseling] |
| gekiryū-激流 | snelle stroming; stroomversnelling |
| gekisaku-劇作 | script voor een toneelstuk; het schrijven van een toneelstuk |
| gekisakusuru-劇作する | (het script voor) een toneelstuk schrijven |
| gekisen-激戦 | hevige [felle] strijd; zwaar gevecht |
| gekishi-劇詩 | versdrama (gedicht in de vorm van een toneelstuk) |
| gekishoku-激職 | zwaar werk; belastend werk; een drukke baan |
| gekitan-激湍 | (razend) snelle stroom [stroming]; stroomversnelling |
| gekitō-激闘 | fel gevecht; hevige strijd |
| gekitotsu-激突 | (harde) botsing; hevig gevecht; harde confrontatie; duel |
| gekitsū-劇通 | iemand met kennis van het toneel [de theaterwereld} |
| gekizō-激増 | scherpe [plotselinge] stijging [toename] |
| gekkan-月刊 | maandelijkse uitgave [publicatie] |
| gekkōsuru-激昂する | opvliegend [heetgebakerd] zijn; een kort lontje hebben; snel aangebrand zijn |
| gekō-下向 | terugkeer na een bezoek aan een heiligdom [tempel] |
| gekō-下向 | het van de hoofdstad naar het platteland gaan; van een hooggelegen plaats naar een lagere plaats gaan |
| geko-下戸 | een niet-drinker; geheelonthouder; iemand die geen alcohol drinkt [kan drinken] |
| gekon-下根 | (boeddh.) iemand met heel weinig spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| gēmu-ゲーム | spel; game (tennis; video; computer) |
| gen-厳 | het wordt als beleefde toevoeging gebruikt voor de vader van iemand anders |
| genba-現場 | plaats waar iets is gebeurd (b.v. een misdrijf of ongeluk) |
| genbahozon-現場保存 | het beschermen [bewaren; intact houden] van de plaats van een misdrijf of ongeluk |
| genbakenshō-現場検証 | (politie)onderzoek ter plaatse (van een misdrijf of ongeluk) |
| genban-原版 | de originele [eerste] druk [versie] |
| genban-原盤 | de originele geluidsopname; master-opname |
| genbashūhen-現場周辺 | directe omgeving van de plaats van een misdrijf of ongeluk |
| genbo-原簿 | origineel boek [manuscript] |
| genbu-減歩 | overheveling van grond in privébezit naar gebruik voor collectieve of publieke doeleinden |
| genbun-原文 | oorspronkelijke tekst; tekst in de brontaal |
| genbutsu-原物 | het origineel; de oorspronkelijke versie |
| genchi-現地 | de precieze locatie; de plek waar het daadwerkelijk gebeurt |
| genchi-言質 | belofte |
| genchijikan-現地時間 | plaatselijke tijd |
| gendaigeki-現代劇 | modern toneelstuk; hedendaags drama |
| gendō-言動 | woorden en daden; gedrag (taal en handelen) |
| gendōkitsukijitensha-原動機付き自転車 | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| genga-原画 | het originele [oorspronkelijke] schilderij; de originele afbeelding [foto] |
| gengai-言外 | implicatie; suggestie; bedoelde betekenis |
| gengen-言言 | woord voor woord; elk woord |
| gengi-原義 | oorspronkelijke betekenis (van een woord) |
| gengo-原語 | (een woord in) de oorspronkelijke taal; brontaal |
| genjitsu-現実 | realiteit; werkelijkheid |
| genjitsukan-現実感 | gevoel voor realiteit; realiteitszin |
| genjō-現場 | plaats waar iets is gebeurd (b.v. een misdrijf of ongeluk) |
| genjū-厳重 | strengheid; onbuigzaamheid; onverbiddelijkheid |
| genkaku-幻覚 | hallucinatie; zinsbegoocheling |
| genkanguchi-玄関口 | toegangspoort tot een land (b.v. een zeehaven, vliegveld, e.d.) |
| genkei-原形 | basismodel; basisvorm |
| genki-元気 | oerkracht (van alles in het universum [heelal]) |
| genkin-現金 | contant geld |
| genkinbarai-現金払い | contante betaling; cashbetaling; betalen met contant geld |
| genkō-玄功 | diepgaande verdienstelijke [lofwaardige] daad |
| genkōhan-現行犯 | (Latijn: flagrante delicto) een duidelijk waarneembare overtreding [misdaad]; een delict dat door de politie wordt waargenomen |
| genkoku-厳酷 | genadeloze wreedheid [meedogenloosheid; strengheid] |
| genkotsu-拳骨 | vuist; knokkels |
| genkyū-言及 | toespeling; vermelding |
| genkyūsuru-言及する | vermelden; toespeling(en) maken; refereren aan |
| genmai-玄米 | (ongepelde) zilvervliesrijst |
| genmen-減免 | (belastingen) vermindering en [of] vrijstelling |
| genmen-減免 | (strafrecht) kwijtschelding of strafvermindering (door verzachtende omstandigheden) |
| genmetsu-幻滅 | ontgoocheling; teleurstelling; afknapper |
| genpei-源平 | twee elkaar bestrijdende partijen |
| genpeishiai-源平試合 | (hist.) tweestrijd tussen de Minamoto (de witte vaandels) en de Taira (de rode vaandels) |
| genpin-現品 | het oorspronkelijke [originele] artikel [product] |
| genpō-減俸 | (tijdelijke) salariskorting |
| genpon-原本 | het origineel (tekst, document, boek) |
| genpū-厳封 | het verzegelen; afsluiten |
| genpu-玄符 | gunstig voorteken (in de hemel) |
| genpūsuru-厳封する | verzegelen; (compleet; stevig) afsluiten |
| genri-原理 | principe; grondbeginsel |
| genron-原論 | fundamentele theorie; principe |
| genryō-減量 | vermindering van een hoeveelheid [een bedrag] |
| genryōkeiei-減量経営 | lean management; het verminderen van niet-noodzakelijke activiteiten in het bedrijfsproces |
| gensaku-原作 | het originele [oorspronkelijke] werk (voor vertaling, aanpassing e.d.) |
| gense-現世 | deze wereld; dit (aardse) leven |
| gensei-現世 | deze wereld; dit leven |
| genseidai-原生代 | proterozoïcum (geologisch tijdperk van ongeveer 2500 tot 541 miljoen jaar geleden) |
| genseidōbutsu-原生動物 | protozoön; protozo (eencellig dierlijk organisme) |
| genseki-原石 | ruwe [onbewerkte; ongeslepen] edelsteen |
| gensen-厳選 | zorgvuldige selectie |
| gensenchōshū-源泉徴収 | bronbelasting |
| gensenchōshūzei-源泉徴収税 | ingehouden belasting; belastingheffing |
| gensenkazei-源泉課税 | bronbelasting |
| genshaku-現尺 | de ware [werkelijke] grootte |
| genshiryokuanzenhoanin-原子力安全保安院 | Agentschap voor Nucleaire en Industriële Veiligheid; NISA (Nuclear and Industrial Safety Agency) |
| gensho-原書 | het originele werk; de oorspronkelijke versie (van een boek, ed.) |
| genshō-現象 | fenomeen; verschijnsel |
| genshoku-原色 | primaire kleur; fundamentele kleur |
| genshoku-減食 | voor gevangenen een straf van gedurende 7 dagen minder voedsel krijgen |
| genshoku-減食 | het minder eten; minder voedsel krijgen [geven] |
| genso-元素 | (chemisch) element |
| gensō-幻想 | droombeeld; illusie; fantasie |
| gensoku-原則 | beginsel; principe; regel |
| gensoku-減速 | deceleratie; snelheidsvermindering; vaartvermindering; vertraging; afremming |
| genson-現存 | bestaand zijn; iets dat daadwerkelijk bestaat |
| gensoshūkihyō-元素周期表 | de periodieke tabel (der elementen) |
| gensūbunretsu-減数分裂 | meiose; reductiedeling (biologie) |
| gensui-減衰 | (geleidelijke) afname; demping; afzwakking |
| gensuiki-減衰器 | elektrische [elektronische] attenuator [verzwakker] (apparaat dat het vermogen van een signaal vermindert) |
| gensun-原寸 | ware [werkelijke] grootte |
| gentai-原隊 | (oorspronkelijke) legereenheid; legeronderdeel waartoe men eerder behoorde |
| gentei-舷梯 | tijdelijke trap of plank (voor het in- en uitstappen van vliegtuigen en schepen); vliegtuigtrap; loopplank, valreep |
| genten-原典 | het origineel; de oorspronkelijke tekst |
| gentsuki-原付き | rijwiel [tweewieler] met hulpmotor; motorfiets |
| gentsukibaiku-原付バイク | bromfiets; brommer; rijwiel met hulpmotor |
| genzō-現像 | het ontwikkelen (fotografie) |
| genzōeki-現像液 | ontwikkelaar; ontwikkel(vloei)stof (fotografie) |
| genzoku-還俗 | uittreding uit een religieus ambt en toetreding tot een wereldlijke functie |
| genzōsuru-現像する | ontwikkelen (fotografie) |
| genzu-原図 | de oorspronkelijke afbeelding [tekening; schildering] waarvan een kopie, reproductie, of facsimile is gemaakt |
| gen'ei-幻影 | illusie; droombeeld; hersenschim |
| gen'ya-原野 | wildernis; vlakte; (open) veld |
| geomanshī-ゲオマンシー | geomantiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| geppō-月報 | maandelijkse rapportage [uitgave]; maandelijks bericht [bulletin] |
| geppō-月報 | uitgeversbrochure bij een nieuwe bundel |
| geppu-月賦 | (betaling in) maandelijkse termijnen |
| gero-げろ | braaksel |
| gerumaniumu-ゲルマニウム | germanium (chem.element) |
| gerupin-ゲルピン | gebrek aan geld (hebben) |
| geshutaruto-ゲシュタルト | gestalt (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| geshutarutoshinrigaku-ゲシュタルト心理学 | gestaltpsychologie (een stroming in de psychologie, vooral gericht op de visuele perceptie) |
| gesubaru-下種張る | onbeleefd [grof; lomp] zijn; zich op een onbetamelijke manier gedragen |
| geta-下駄 | geta (traditionele Japanse houten sandalen) |
| getabaki-下駄履き | het dragen van geta (traditionele Japanse houten sandalen) |
| getabako-下駄箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| getsugaku-月額 | maandelijks bedrag |
| getsuri-月利 | maandelijkse rente |
| gettsū-ゲッツー | (honkbal) dubbelspel (twee honklopers tegelijk uitgeschakeld) |
| gezai-下剤 | laxeermiddel; laxans; purgeermiddel |
| gezerushafuto-ゲゼルシャフト | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| gi-疑 | (in kanji combinaties) twijfel; verdenking; wantrouwen |
| gia-ギア | versnelling; koppeling |
| giabokkusu-ギアボックス | versnellingsbak |
| gian-議案 | wetsontwerp; wetsvoorstel |
| gibu・ando・teiku-ギブ・アンド・テイク | geven en nemen; eerlijk verdelen |
| gichōkessai-議長決裁 | een beslissende [doorslaggevende] stem van de voorzitter (bij gelijk aantal stemmen) |
| gidan-疑団 | knagende twijfel; twijfel die blijft zeuren in je hoofd |
| gigi-疑義 | twijfel; onzekerheid |
| gigoku-疑獄 | (politiek) schandaal vanwege smeergeld [omkoping] |
| gigu-ギグ | giek (een lichte snelle sloep; roei- of zeilboot) |
| giinrippō-議員立法 | wetsvoorstel; door een parlementslid ingediende wet |
| gijin-擬人 | personificatie; verpersoonlijking; belichaming |
| gikaishugi-議会主義 | parlementarisme; parlementair stelsel |
| gikaku-擬革 | imitatieleer |
| giki-義旗 | de vlag [het vaandel] (in de strijd) voor rechtvaardigheid |
| giki-義気 | rechtvaardigheidsgevoel; ridderlijkheid |
| giko-擬古 | klassiek voorbeeld [traditionele stijlvorm] gebruiken [imiteren] |
| gikochinai-ぎこちない | ongemakkelijk; onhandig; onbeholpen; stijf; ruw; bot |
| gimi-気味 | (achtervoegsel) een beetje; neigend naar; lijkend op; -achrig |
| gimikku-ギミック | trucje; foefje; goocheltruc |
| gimon-疑問 | twijfel; onzekerheid |
| gimu-義務 | plicht; verplichting; verantwoordelijkheid |
| gimuzukeru-義務づける | verplicht maken [stellen]; vereisen |
| ginbura-銀ぶら | wandeling; rondgang |
| ginen-疑念 | twijfel; verdenking; argwaan; achterdocht |
| ginga-銀河 | de Melkweg |
| gingakei-銀河系 | de Melkweg; het Melkwegstelsel |
| gingamu-ギンガム | gingang (een in een effen binding geweven middelzware stof; Maleis: genggang) |
| ginī-ギニー | gienje; guinje (oude Engelse munt) |
| ginkō-吟行 | om een gedicht te schrijven naar een mooie, historische plaats gaan (al dan niet in gezelschap) voor inspiratie |
| ginkō-吟行 | het reciteren van een gedicht tijdens een wandeling |
| ginkō-銀行 | bank (geldbedrijf; gebouw) |
| ginkōken-銀行券 | bankbiljet (papiergeld door een centrale bank als betaalmiddel uitgegeven) |
| ginkonshiki-銀婚式 | zilveren bruiloft (25 jarig huwelijk) |
| ginkōuketoritegata-銀行受取手形 | bankvordering; bankwissel |
| ginseihin-銀製品 | zilveren artikel; zilverwerk |
| ginshō-銀将 | (een van de stukken van het shogi schaakspel) de zilveren generaal |
| ginsu-銀子 | valuta; geld |
| gin'yoku-銀翼 | zilveren vleugels [vliegtuig] |
| gin'yūshijin-吟遊詩人 | minstreel; troubadour; bard |
| gion-擬音 | geluidseffect |
| girei-儀礼 | beleefdheid; etiquette |
| giretsu-義烈 | heldhaftigheid; heldenmoed; sterk rechtvaardigheidsgevoel |
| giridate-義理立て | Iets dat men doet uit beleefdheid [plichtsbesef]; plichtpleging; verplichting |
| girigatai-義理堅い | beschikkend over een groot plichtbesef [plichtsgevoel] |
| girō-妓楼 | een bordeel |
| giron-議論 | discussie; woordenwisseling; debat |
| gisei-擬制 | wettelijke [juridische] fictie (aanname ter wille van een pleidooi) |
| giseifurai-犠牲フライ | (honkbal) (Eng.: sacrifice fly) een opofferingsslag waarmee de slagman anderen laat scoren en zichzelf opoffert |
| giseki-議席 | parlementszetel |
| gishijutsu-義歯術 | prothetische tandheelkunde |
| gishiki-儀式 | ceremonie; ritueel; plechtigheid |
| gisoku-偽足 | pseudopodium; schijnvoet (voetachtige uitstulping bij cellen) |
| gitarisuto-ギタリスト | gitarist; gitaarspeler |
| giwaku-疑惑 | wantrouwen; achterdocht; verdenking; twijfel |
| giya-ギヤ | versnelling; koppeling |
| giyaku-義訳 | betekenis-vertaling; vertaling naar de betekenis (b.v. delen van een samengesteld woord vertalen tot een nieuw samengesteld woord in de andere taal) |
| giyō-ギヨー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| gizen-偽善 | hypocrisie; huichelarij; schijnheiligheid |
| gizensha-偽善者 | hypocriet; huichelaar |
| gō-号 | (als achtervoegsel) naam (voor voertuigen, schepen, vliegtuigen, dieren, etc.) |
| go-後 | later; (daar)na; na afloop van (in samenstellingen) |
| go-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| go-碁 | go (Japans bordspel) |
| gō-郷 | het platteland |
| goaku-五悪 | de vijf hoofdzonden van het boeddhisme (doodslag, diefstal, overspel, liegen, teveel drinken) |
| gobaishi-五倍子 | de Chinese sumak of galnoot {galappel} boom (Rhus chinensis) |
| goban-碁盤 | go-bord (het vierkante bord waarop go wordt gespeeld) |
| gobarai-後払い | uitgestelde betaling; nabetaling; krediet |
| gobōnuki-牛蒡抜き | het meerdere mensen achter elkaar inhalen tijdens een race |
| gobōnuki-牛蒡抜き | (lett. een kliswortel uit de grond trekken) het rekruteren van personeelsleden uit andere organisaties |
| gobugobu-五分五分 | gelijke stand; 50-50; half om half |
| goburan'ori-ゴブラン織り | gobelin (wandtapijt) |
| gobutsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| gobutsu-御物 | keizerlijke [adellijke] eigendommen |
| gōchin-轟沈 | het onmiddellijk zinken; naar de bodem gaan (van een schip) |
| godai-五大 | de vijf elementen in de Japanse filosofie (aarde, water, vuur, wind en leegte) |
| godō-悟道 | het pad naar [het bereiken van] spirituele verlichting (boeddh.) |
| gōdōkonpa-合同コンパ | gezellige bijeenkomst van alleenstaande jonge mensen (m.n. om een (huwelijks)partner te vinden) |
| goeikan-護衛艦 | korvet; escorteschip (licht oorlogsschip ter begeleiding van konvooien) |
| goetsudōshū-呉越同舟 | vijanden die in het hetzelfde schuitje zitten; (spreekwoord:) het zijn vrienden als Herodes en Pilatus |
| gofuku-呉服 | (Japanse) stof; textiel; kimono-weefsels |
| gofun-胡粉 | wit pigment (met als hoofdbestanddeel calciumcarbonaat) |
| gogataki-碁敵 | tegenspeler (in het go-spel); iemand die regelmatig go speelt |
| gogatsuningyō-五月人形 | een (samoerai) pop die wordt uitgestald in mei ter gelegenheid van het kinderfestival van jongens |
| gōgō-囂囂 | donderend [rommelend; brullend; gierend] geluid |
| gogon-五言 | Chinees gedicht met vijf karakters per regel |
| gogyō-五行 | de vijf elementen in de Chinese filosofie (hout, vuur, aarde, metaal, water) |
| gohasan-御破算 | het helemaal opnieuw beginnen; beginnen met een schone lei; teruggaan naar af |
| gohatto-御法度 | (wettelijk) voorschrift |
| gohei-御幣 | een houten staf versierd met twee zigzagvormige papieren slingers (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| gōhō-業報 | (boeddh.)de gevolgen van (goed of slecht) karma; onvermijdelijke vergelding |
| goishi-碁石 | go-schijf; (wit of zwart) steentje in het go-spel |
| gojinka-御神火 | een vergoddelijkte vulkaan; vuur en rook van een vulkaanuitbarsting gezien als een god |
| gōjō-強情 | koppigheid; eigenzinnigheid; onverzettelijkheid |
| gojō-御諚 | verordening [bevel; order; opdracht] van een hooggeplaatste functionaris (zoals een keizer) |
| gojūnotō-五重の塔 | (boeddhistische) pagode met vijf daklagen (symboliserend de vijf elementen: aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gojūonzu-五十音図 | tabel van de syllaben in het Japans |
| gōka-業火 | hellevuur |
| gokai-五戒 | de vijf geboden van het Boeddhisme (gij zult niet: doden, stelen, overspel plegen, liegen, of teveel drinken) |
| gokaisan-御開山 | constructie van een boeddhistische tempel |
| gokan-後漢 | de Latere [Oostelijke] Han dynastie (China, 25-220 n.Chr.) |
| gokansei-互換性 | uitwisselbaarheid; compatibiliteit (computerterm) |
| gōkei-合計 | som; optelling; het totaal |
| gōkeisuru-合計する | (bij elkaar) optellen; het totaal berekenen |
| gōketsu-豪傑 | een uitzonderlijk dappere [moedige; heldhaftige] persoon |
| gokigen-御機嫌 | (beleefde term voor) humeur; stemming; gemoedstoestand |
| gōkinkō-合金鋼 | gelegeerd staal |
| gokko-ごっこ | (achtervoegsel) spel van doen alsof; spel van nabootsing |
| gokoku-五穀 | de vijf belangrijkste granen (rijst, gerst, gierst, tarwe en bonen) |
| gōkon-合コン | gezellige bijeenkomst van alleenstaande jonge mensen (m.n. om een (huwelijks)partner te vinden) |
| gokuraku-極楽 | het Paradijs; de Hemel |
| gokurakuchō-極楽鳥 | paradijsvogel (Paradisaeidae) |
| gokurakutonbo-極楽蜻蛉 | een zorgeloze ziel; flierefluiter; vrolijke frans |
| gokusoku-獄則 | gevangenis regels [voorschriften] |
| gokusotsu-獄卒 | (Boeddhisme) demonen [duivels] in de hel |
| gōkyū-剛球 | (honkbal term) een hele snelle bal [worp] |
| goma-護摩 | Homa, een Boeddhistisch (votief) ritueel, met het verbranden van offergaven |
| gōma-降魔 | (Boeddh.) het verslaan [overwinnen] van de duivel |
| gomakasu-ごまかす | verbergen; verdoezelen |
| gomakasu-ごまかす | (geld) verduisteren [in eigen zak steken] |
| gomanto-ごまんと | n grote hoeveelheden; in overvloed |
| gomashio-胡麻塩 | een smaakmaker uit de Japanse keuken gemaakt van fijngemalen sesamzaad en een kleine hoeveelheid zout |
| gomasuri-胡麻擂り | vleier; hielenlikker; slijmerd |
| gomasuri-胡麻擂り | vleierij; hielenlikkerij; stroopsmeerderij |
| gōmatsu-毫末 | hele kleine [geringe] hoeveelheid |
| gomigomi-ごみごみ | druk; vol (teveel mensen) |
| gomigomi-ごみごみ | vies; smerig; rommelig; slordig |
| gomitame-塵溜め | vuilnisbelt; afvalberg; vuilstortplaats |
| gomiyashiki-ごみ屋敷 | huis met veel afval binnen en buiten; huis van iemand die veel troep verzamelt |
| gōmō-剛毛 | borstel |
| gōmo-毫も | (niet) in het minst; helemaal (niet) |
| gomoku-五目 | vijf-op-een-rij (spel) |
| gomoku-五目 | mengsel [gerecht] van (5) verschillende ingrediënten (vis, groente, rijst, of noedels) |
| gomokunarabe-五目並べ | (bordspel) gobang; gomoku; vijf-op-een-rij |
| gomokuzushi-五目鮨 | een kom sushirijst met verschillende ingrediënten, zoals vis, groenten, paddestoelen, etc. erop |
| gōmon-拷問 | marteling; foltering |
| gōmonsuru-拷問する | martelen; folteren |
| gomotsu-御物 | keizerlijke [adellijke] eigendommen |
| gomotsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| gomuami-ゴム編み | (breiwerk) ribbelsteek; patentsteek |
| gomurigomottomo-御無理御尤も | je hebt ongetwijfeld gelijk |
| gomutēpu-ゴムテープ | rubber band; elastiek |
| gomyaku-語脈 | (semantische en grammaticale) woordkoppeling; samenstelling van twee woorden |
| gonan-御難 | ongeluk; ramp(spoed); calamiteit |
| gondora-ゴンドラ | (Italiaans: gondola) gondel |
| gonge-権化 | incarnatie; personificatie; belichaming (van) |
| gongen-権現 | een goddelijke manifestatie; tijdelijke verschijning van Boeddha's en Bodhisattva's in verschillende gedaanten |
| gongodōdan-言語道断 | schandalig; verwerpelijk; dwaas; absurd; onvergeeflijk |
| gonjō-言上 | het (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| gonjōsuru-言上する | (formeel) verklaren; informeren; mededelen; uiteenzetten |
| gonyogonyo-ごにょごにょ | (onverstaanbaar) gemompel; mompelend |
| gōon-号音 | geluidssignaal; geluidssein (via een tempelbel, luidklok, grote trommel, trompet, etc.) |
| gōon-轟音 | brullend [donderend] geluid |
| goorudorasshu-ゴールドラッシュ | trek naar de goudvelden in de VS in de 19e eeuw |
| gōrei-号令 | bevel; order; commando; gebod |
| gorimuchū-五里霧中 | radeloosheid; verbijsterd [in de war; verdwaald; de kluts kwijt] zijn |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| gorin-五輪 | Olympische 5 ringen; Olympische spelen |
| gorinseika-五輪聖火 | Olympische fakkel |
| gorintaikai-五輪大会 | Olympische spelen |
| gorintō-五輪塔 | (boeddh.) een stenen pagode [grafmonument] bestaande uit 5 lagen (die verwijzen naar de 5 elementen, aarde, water, vuur, wind en lucht) |
| gōriteki-合理的 | rationeel; redelijk; verstandig |
| goroawase-語呂合わせ | woordspeling; woordgrap |
| gorogoro-ごろごろ | (onomatopee) gerommel; gedonder; geluid van iets dat hard naar beneden rolt |
| gorogoro-ごろごろ | het brandende gevoel als er iets in je oog zit |
| goroku-語録 | verzameling van uitspraken [citaten] (over confucianisme, zen-boeddhisme, e.d.) |
| gorotsuki-ごろつき | uitvreter; parasiet; klaploper; vandaal; crimineel; schurk; afperser |
| gōrudo・rasshu-ゴールド・ラッシュ | goldrush (massale zoektocht naar goud(velden)) |
| gorugota-ゴルゴタ | Golgotha (de heuvel waar Jezus werd gekruisigd) |
| gōrukīpā-ゴールキーパー | keeper; doelman [doelvrouw]; doelverdediger |
| gōrurain-ゴールライン | (sport) doellijn |
| gosei-互生 | afwisseling |
| gosei-悟性 | (boeddh.) (spirituele) ontwaking |
| gosei-悟性 | verstand; intelligentie |
| gōseigo-合成語 | samengesteld woord; samenstelling |
| gōseisen'i-合成繊維 | synthetische vezels [stof] |
| gōseisen'imōhitsu-合成繊維毛筆 | synthetische penseel |
| gōsha-壕舎 | schuilplaats; schuilkelder |
| gōsha-豪奢 | luxe; pracht; extravagantie; weelderigheid |
| goshagosha-ごしゃごしゃ | ongeordend; door elkaar gehusseld |
| gōshi-合祀 | de verering van eenzelfde god in meerdere shinto heiligdommen [schrijnen] |
| gōshi-郷士 | (Edo periode) landedelman (uit de samurai klasse); landjonker; jonkheer |
| goshiki-五色 | de vijf kleuren (blauw, geel, rood, wit en zwart); veel kleuren |
| goshin-誤審 | beoordelingsfout; verkeerd oordeel [vonnis] |
| goshinpu-御親父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| goshintō-御神灯 | licht gebruikt als religieus offer |
| goshintō-御神灯 | lantaarn als geluksbrenger opgehangen bij huizen van artiesten, geisha's e.d. |
| goshippu-ゴシップ | (ge)roddel; kletspraat; achterklap |
| gosho-御所 | woonplaats [zetel; residentie] van een Japanse keizer; eretitel voor een keizer |
| goshuin-御朱印 | brief met het (scharlaken)rode zegel van de shogun |
| goshuinsen-御朱印船 | (Edo-periode) een door de shogun (met een rode zegelbrief) geautoriseerd (buitenlands) handelsschip |
| gosō-護送 | escorte (gewapende begeleiding) |
| gosōsha-護送車 | arrestantenwagen; gevangenwagen; celwagen |
| gossori-ごっそり | veel; grote aantallen [hoeveelheden]; volledig; alles; geheel |
| gosuperu・songu-ゴスペル・ソング | gospelsong; gospellied |
| gōsuto-ゴースト | (op tv) dubbelbeeld; beeldschaduw |
| gotagota-ごたごた | wanordelijk; in verwarring; rommelig |
| gotamaze-ごたまぜ | mengelmoes; ratjetoe |
| gote-後手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de tweede zet doet |
| gote-後手 | navolger; achterhoede; telaatkomer |
| gotegote-ごてごて | buitensporig; overdadig; te veel; te zwaar; overdreven |
| gotetsuku-ごてつく | veel [langdurig] klagen; mopperen |
| goto-毎 | elk; ieder |
| gotoki-ごとき | (attributieve vorm van het hulpww. gotoshi) zoals; alsof; hetzelfde als |
| gotoshi-如し | zoals; alsof; hetzelfde als |
| gotsugōshugi-御都合主義 | opportunisme (handelen naar omstandigheden, voor persoonlijk voordeel en zonder principes) |
| gotsugotsu-ごつごつ | (onomatopee) geluid van hoesten [bonken] |
| gouchi-碁打ち | een goede [beroeps] go-speler |
| gōyā-ゴーヤー | (de naam die in Okinawa wordt gebruikt voor) een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| gozaimasu-ございます | (beleefde vorm voor ある) zijn; bestaan |
| gozan-五山 | de vijf belangrijkste tempels van het Zen-Boeddhisme |
| gōzen-轟然 | een daverend [donderend] geluid (zoals van een explosie of een langs denderende truck of trein) |
| gozonji-御存じ | (beleefd taalgebruik voor) weten; kennen |
| gū-ぐう | steen (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| gu-具 | echtgenoot; echtgenote; partner; medespeler; tegenspeler |
| gu-具 | telwoord voor uitrustingen; gebruiksvoorwerpen, meubels, e.d. |
| gu-具 | (belangrijkste) ingrediënt (bij het koken van een gerecht) |
| gu-具 | pigment bij het (helder) maken van porselein |
| gu-具 | middel; methode; maatregel |
| gu-具 | gereedschap; werktuig; hulpmiddel; uitrusting |
| gū-寓 | (in kanji combinaties) tijdelijke verblijfplaats; (beleefde term voor de) woning (van iemand); fabel |
| guan-具案 | (een voorstel voor) een plan |
| gubigubi-ぐびぐび | (onomatopee) klokkend geluid; met grote slokken (alcoholische dranken) drinken |
| guchi-愚癡 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel) stompzinnigheid; onwetendheid |
| guchoku-愚直 | simpele [ongecompliceerde] eerlijkheid [openhartigheid] |
| guddobai-グッドバイ | vaarwel; tot (weer)ziens |
| guddo・rakku-グッド・ラック | veel geluk [succes] |
| gufū-颶風 | (oude term voor) tropische cycloon; wervelstorm |
| gūkyo-寓居 | tijdelijke verblijfplaats |
| gun-群 | groep; verzameling; kudde |
| gunbu-郡部 | plattelandsdistrict; provinciegebieden |
| gungaku-軍楽 | militaire kapel; militaire muziek |
| gungun-ぐんぐん | snel; krachtig; gestaag |
| gunkei-群形 | allerlei vormen; veelheid aan vormen |
| gunki-軍紀 | militaire discipline [moraal; gedragsregels] |
| gunki-軍記 | verhandeling over de oorlogsvoering |
| gunki-軍記 | oorlogsverslag; heldensage; epos |
| gunkoku-軍国 | militaristisch land; land waar het leger veel invloed heeft |
| gunmō-群盲 | de onwetende massa; de ongeletterden |
| gunmō-群盲 | veel blinde mensen |
| gunōshisu-グノーシス | gnosis (verborgen kennis van de onzichtbare, hogere wereld) |
| gunpyō-軍票 | oorlogsgeld; militaire valuta (uitgegeven door het leger) |
| gunshin-軍神 | in Japan een vereerde [vergoddelijkte} oorlogsheld |
| gunte-軍手 | witte, katoenen werkhandschoen (oorspronkelijk gebruikt in het leger) |
| guntō-群島 | eilandengroep; archipel |
| guntō-軍刀 | sabel; militair zwaard |
| guradēshon-グラデーション | geleidelijke overgang [verandering] |
| gurafikku-グラフィック | grafische voorstelling |
| guramā・sutokku-グラマー・ストック | glamour stock, een aandeel dat in de belangstelling staat van beleggers, media en analisten |
| gurando-グランド | groot(s); belangrijk |
| gurando・paresu-グランド・パレス | Grand Palace (hotel) |
| gurando・piano-グランド・ピアノ | vleugel (muziekinstrument) |
| gurando・tsūringu・kā-グランド・ツーリング・カー | GT (Gran Turismo, een snelle sportwagen) |
| guran・puri-グラン・プリ | Grand Prix; Grote Prijs (belangrijke sportwedstrijd) |
| gurasunosuchi-グラスノスチ | glasnost (Sovjetbeleid van openheid in de jaren tachtig) |
| gurasu・faibā-グラス・ファイバー | glasvezel; glasdraad |
| gurauto-グラウト | pleisterkalk; voegspecie; mortel |
| gurekorōman-グレコローマン | Grieks-Romeins worstelen |
| gureko・rōman・sutairu-グレコ・ローマン・スタイル | Griek-Romeinse stijl (worstelen) |
| guren-紅蓮 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| guren-紅蓮 | helderrode kleur |
| guren-紅蓮 | helderrode lotusbloem |
| gurenjigoku-紅蓮地獄 | de Guren hel, een van de 8 hellen in het Boeddhisme (in deze hel is het zo koud dat je huid felrood wordt) |
| gureshamunohōsoku-グレシャムの法則 | wet van Gresham (economie: de stelling dat "slecht geld" "goed geld' verdringt) |
| gurīn-グリーン | grasveld; golfbaan |
| gurisēdo-グリセード | glijden langs een berghelling met klimschoenen (zonder ski's) |
| gurītingu・kādo-グリーティング・カード | wenskaart (Engels: greeting card) |
| guro-グロ | grotesk; belachelijk |
| gurō-愚老 | (nederig beleefde term waarmee ouderen naar zichzelf verwijzen, b.v.:) ik, oude man; deze oude vrouw |
| gurōbaru-グローバル | mondiaal; wereldwijd |
| gurōbaru・sutandādo-グローバル・スタンダード | wereldwijde standaard; globale norm |
| guroggī-グロッギー | suf; duizelig; wankel |
| gurokkī-グロッキー | suf; duizelig; wankel |
| gurōsuru-愚弄する | (iem.) bespotten; belachelijk maken |
| gurotesuku-グロテスク | grotesk; belachelijk |
| guruguru-ぐるぐる | (onomatopee) draaiend; duizelig |
| gurūpu・saunzu-グループ・サウンズ | groep muzikanten met elektrische instrumenten die lichte muziek spelen (populair in de 40er jaren) |
| gūryoku-偶力 | koppel (natuurkunde) |
| gusetsu-愚説 | belachelijk idee; stomme gedachte; dwaas standpunt |
| gushinui-串縫い | Japanse standaard manier van naaien met parallelle stiksels |
| gusō-愚僧 | simpele [dwaze] monnik [priester] |
| gusō-愚僧 | (bescheiden woord van een monnik [priester] voor zichzelf) ik |
| gutaisaku-具体策 | concrete maatregelen |
| gūwa-寓話 | fabel; legende |
| guzai-具材 | (voedsel) ingrediënt |
| gūzō-偶像 | afgod; afgodsbeeld; idool |
| guzuguzu-ぐずぐず | aarzelend; dralend; treuzelend; tegensputterend |
| guzzu-グッズ | goederen; waren; (handels)artikelen |
| gyakkōka-逆効果 | tegengesteld effect [resultaat]; averechts effect |
| gyaku-逆 | het omgekeerde; tegengestelde; tegendeel |
| gyakuen-逆縁 | een oudere die begrafenisdienst voor een jong familielid leidt |
| gyakuen-逆縁 | slechte daad die iemand uiteindelijk tot de Boeddhistische leer leidt |
| gyakuhitsu-逆筆 | (kalligrafie) tegengestelde schrijfrichting aan het begin van een penseelstreek |
| gyakukōka-逆効果 | tegengesteld effect [resultaat]; averechts effect |
| gyakusan-逆算 | terugrekening; terugtelling |
| gyakusansuru-逆算する | terugrekenen; terugtellen |
| gyakusetsu-逆説 | paradox; schijnbare tegenstelling |
| gyakusō-逆走 | het spookrijden; in tegengestelde richting gaan [rennen; rijden] |
| gyakutai-虐待 | slechte [wrede] behandeling; mishandeling; wreedheid |
| gyakutanchi-逆探知 | het traceren (van een telefoongesprek) |
| gyakute-逆手 | (sport) onderhandse greep; backhand; de arm van een tegenstander in tegengestelde richting draaien; een aanval pareren |
| gyakuto-逆徒 | opstandeling; rebel; verrader |
| gyakuyō-逆用 | misbruik; verkeerd gebruiken; gebruik van iets op een andere manier [met een andere reden] dan de bedoeling is |
| gyakuzoku-逆賊 | opstandeling; rebel; verrader |
| gyappu-ギャップ | verschil; ongelijkheid; discrepantie |
| gyaroppingu・infurēshon-ギャロッピング・インフレーション | (Eng.: galloping inflation) gierende inflatie; zeer snel stijgende inflatie |
| gyaruson-ギャルソン | ober; kelner; bediende; jongeman |
| gyazā-ギャザー | (bij het maken van kleding) plooisel; smokwerk |
| gyō-業 | studieveld; studiegebied |
| gyō-行 | religieuze (boeddhistische) training [discipline]; ascetisme |
| gyō-行 | regel (tekst) |
| gyoban-魚板 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyodai-御題 | titel [thema] voor een poëziewedstrijd, door de keizer opgeschreven [gekozen] |
| gyodō-魚道 | (aangelegde) vispassage (bij een dam b.v.); vistrap |
| gyofun-魚粉 | vismeel |
| gyoganrenzu-魚眼レンズ | visooglens; visoogobjectief; fisheye (een lens met een zeer grote beeldhoek van boven de 180º en een heel korte brandpuntsafstand) |
| gyoi-御意 | (beleefd) uw bevel |
| gyoi-御意 | (beleefd) uw wens |
| gyoi-御衣 | (respectvolle term voor) kleding van een keizer [vorst; edelman]; keizerlijke gewaden |
| gyōja-行者 | volgeling van het boeddhisme |
| gyoji-御璽 | keizerlijk zegel; het officiële zegel van de keizer |
| gyokai-魚介 | (eetbare) zeevissen en schaal- en schelpdieren; zeevruchten |
| gyōkairui-魚介類 | (soorten) zeevissen en schelpdieren; zeevruchten |
| gyōkan-行間 | regelafstand; (wit)ruimte tussen tekstregels |
| gyōketsu-凝血 | bloedstolsel |
| gyoku-魚鼓 | een hangende houten plank in de vorm van een vis, die in een tempel als een gong wordt beslagen om tijdstippen aan te geven |
| gyokuan-玉案 | prachtig bureau; bureau [werktafel] belegd met edelstenen |
| gyokuho-玉歩 | (beleefde term voor wandelen, lopen) (keizerlijke) wandeling; het wandelen [lopen] van een keizer [keizerin] |
| gyokujo-玉女 | fee; elf; nimf |
| gyokujo-玉女 | beeldschone vrouw (poëtische aanduiding voor mooie vrouw) |
| gyokuon-玉音 | een mooi stemgeluid |
| gyokuseki-玉石 | edelsteen; juweel |
| gyokuseki-玉石 | diamand en steen; iets goeds en iets slechts; iets waardevols en iets dat waardeloos is |
| gyokusekikonkō-玉石混淆 | een mengeling van goede en slechte [waardevolle en waardeloze] dingen (lett. een mengsel van edelstenen en stenen) |
| gyōmei-驍名 | een heldhaftige reputatie; beroemd om (zijn/haar) heldenmoed [heldhaftigheid] |
| gyōmuteikei-業務提携 | zakelijk partnerschap; zakelijke alliantie (overeenkomst tussen bedrijven) |
| gyōretsu-行列 | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| gyorō-漁労 | de visserij; het vissen; hengelen |
| gyoryū-魚竜 | ichthyosaurus (een uitgestorven geslacht van zeereptielen) |
| gyōsei-暁星 | sterren die aan de ochtendhemel staan |
| gyōseishidō-行政指導 | bestuurlijke begeleiding |
| gyōseishobun-行政処分 | bestuurlijke [administratieve] regelgeving [maatregelen] |
| gyōseisoshō-行政訴訟 | bestuursrechtelijk beroep; administratieve strafprocedure |
| gyōsha-業者 | handelaar; koopman; aannemer |
| gyoshin-御寝 | (beleefd woord) de slaap van een hooggeplaatste persoon |
| gyōshuku-凝縮 | bundeling; samenvoeging |
| gyōshukusuru-凝縮する | samenvoegen; bundelen |
| gyōsō-形相 | boos gezicht; woeste [kwade] blik [gelaatsuitdrukking] |
| gyosuru-御する | hanteren; controleren; behandelen; beheersen |
| gyōtai-業態 | bedrijfsstatus; stand van zaken bij een bedrijf; zakelijke omstandigheden |
| gyotaku-魚拓 | traditionele Japanse methode om een afdruk op papier te maken van een vis |
| gyōten-暁天 | dageraad; ochtendgloren; de hemel bij zonsopgang (wanneer de sterren vervagen) |
| gyōzui-行水 | ablutie; rituele [ceremoniële] reiniging [wassing] |
| gyū-牛 | de os (1 van de 28 Chinese sterrenbeelden) |
| gyūgyū-ぎゅうぎゅう | (onomatopee) krakend [piepend] geluid |
| gyūhi-求肥 | een vorm van wagashi, traditioneel Japans snoepgoed (een zachtere variant van mochi, ook gemaakt van kleefrijst) |
| gyūmōhitsu-牛毛筆 | penseel van runderhaar |
| gyūnyū-牛乳 | melk; koemelk |
| gyūnyūdaietto-牛乳ダイエット | melkdieet |
| gyuō-ギュオー | een onderzeese tafelberg (vernoemd naar de geograaf Arnold H. Guyot, 1807-1884) |
| gyо̄muyо̄-業務用 | zakelijk [bedrijfsmatig] gebruik |
| ha-歯 | de dwarsbalkjes onder de zool van een geta (Japanse traditionele houten sandalen) |
| haari-羽蟻 | vliegende [gevleugelde] mier(en) |
| habakari-憚り | belemmering; hindernis |
| habakari-憚り | angst; vrees; aarzeling; terughoudendheid |
| habakaru-憚る | aarzelen; twijfelen; bang zijn om... |
| habataku-羽撃く | flapperen met vleugels; de vleugels uitslaan; de wereld intrekken |
| habu-ハブ | centrum; middelpunt |
| habu-ハブ | naaf (van een wiel) |
| habucha-波布茶 | sennathee (een soort thee die wordt gebruikt als laxeermiddel, voor ontgiften of gewichtsverlies) |
| habukūkō-ハブ空港 | hub luchthaven (centraal vliegveld waar men overstapt op andere vluchten) |
| haburashi-歯ブラシ | tandenborstel |
| hachiawase-鉢合わせ | plotselinge ontmoeting |
| hachidaijigoku-八大地獄 | de acht grote hellen in het Boeddhisme |
| hachidori-蜂鳥 | kolibrie (vogel, Trochilidae) |
| hachimenreirō-八面玲瓏 | volmaakte [perfecte] harmonie [helderheid; kalmte] |
| hachimenreirō-八面玲瓏 | n alle opzichten [vanuit alle gezichtspunten] mooi [prachtig; helder] zijn |
| hachimenroppi-八面六臂 | allround [veelzijdig; van vele markten thuis] zijn |
| hachimenroppi-八面六臂 | een standbeeld van een Boeddha met 8 gezichten en 6 armen |
| hachūrui-爬虫類 | reptiel(en) |
| hadakamugi-裸麦 | hemelgerst; naaktzadige gerst (Hordeum vulgare variëteit nudum) |
| hadasamui-肌寒い | kil (aanvoelend op de huid); koud; huiverig |
| hade-派手 | helderheid; opzichtigheid |
| hādobōdo-ハードボード | hardboard; houtvezelplaat |
| hadoron- ハドロン | (scheikunde) hadron, een subatomair deeltje dat uit quarks bestaat (de naam is afgeleid van het Griekse hadros, dat sterk betekent) |
| hādoru-ハードル | hindernis; obstakel |
| hādoru-ハードル | horde; hordelopen |
| hādo・guzzu-ハード・グッズ | duurzame gebruiksartikelen |
| hae-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind (met name in west-Japan) |
| hāfu-ハーフ | half; helft |
| hāfu-ハーフ | (bij voetbal e.d.) speelperiode: (eerste of tweede) helft |
| hāfubakku-ハーフバック | (voetbal) middenvelder; halfspeler; (American football) aanvallender middenspeler |
| hāfumeido-ハーフメイド | kleding die nog niet klaar is, op maat wordt gemaakt en pas na bestelling wordt afgewerkt |
| hāfupasuteru-ハーフパステル | half pastel |
| hāfutaimu-ハーフタイム | rust; pauze (tussen de eerste en de tweede helft van een wedstrijd) |
| hāfuwē・rain-ハーフウェー・ライン | middenlijn (op sportveld) |
| hāfu・ando・hāfu-ハーフ・アンド・ハーフ | half-om-half (mengsel van twee gelijke delen) |
| hāfu・mirā-ハーフ・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| hāfu・saizu・kamera-ハーフ・サイズ・カメラ | halfkleinbeeldcamera; half-frame camera |
| hagasu-剥がす | weghalen; wegvijlen; verwijderen; (af)pellen |
| hageshii-激しい | gewelddadig; krachtig; intens; heftig |
| hagewashi-禿鷲 | gier (vogel) |
| hagi-萩 | Hagi, een stad gelegen aan de Japanse Zee, in het Noorden van de prefectuur Yamaguchi |
| hagiawaseru-接ぎ合わせる | (stukken) verbinden; aan elkaar zetten [naaien; lijmen] |
| hagoita-羽子板 | gedecoreerde houten peddels (die traditioneel werden gebruikt om hanetsuki, een soort badminton, te spelen) |
| hagu-剥ぐ | (af)scheuren; (af)schillen; villen; pellen |
| haguruma-歯車 | tandrad; tandwiel |
| hahachō-叭々鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hahaha-ははは | hahaha (gelach) |
| hahon-端本 | onvolledige reeks [serie] boeken; los [enkel] deel |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van glazen, kopjes, kommen, etc.) |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van boten) |
| hai-杯 | (woord voor het tellen van inktvissen) |
| haiagaru-這い上がる | (fig.) eruit klimmen; jezelf herpakken; jezelf bevrijden uit een moeilijke situatie |
| haian-廃案 | afgewezen [ingetrokken] plan [voorstel] |
| haiban-杯盤 | glas [beker; mok] en bord [schotel; schaal] |
| haibanrōzeki-杯盤狼藉 | het over de tafel verspreid liggen van gebruikt serviesgoed (na een diner of banket) |
| haiben-排便 | defecatie; stoelgang; ontlasting |
| haibijon-ハイビジョン | (high-definition television) hdtv (tv met hoge resolutie) |
| haiburau-ハイブラウ | intellectueel; snobistisch |
| haiburau-ハイブラウ | (semi-) intellectueel; snob |
| haiburiddo-ハイブリッド | mengsel; samenstelling |
| haiburō-ハイブロー | intellectueel; snobistisch |
| haiburō-ハイブロー | (semi-) intellectueel; snob |
| haichi-配置 | plaatsing; (rang)schikking; opstelling; stationering |
| haiden-配電 | elektrische (energie)voorziening; elektrische stroomverdeling |
| haidenban-配電盤 | schakelbord |
| haidoropurēningugenshō-ハイドロプレーニング現象 | (het verschijnsel) aquaplaning; watergladheid |
| haifai-ハイファイ | (high fidelity) hifi (geluidsinstallatie) |
| haifū-俳風 | literaire [formele] schrijfstijl (in de Japanse haikai en haiku dichtkunst) |
| haifu-配付 | verdeling; distributie; uitdeling |
| haifun-ハイフン | koppelteken; verbindingsstreepje |
| haifusuru-配付する | verdelen; uitdelen; distribueren |
| haiiro-灰色 | donker; somber; treurig; melancholiek |
| haiji-廃寺 | vervallen [bouwvallige] tempel (zonder inwonende monniken) |
| haikā-ハイカー | wandelaar; trekker; iemand die trektochten maakt |
| haika-廃家 | uitgestorven familie; familie zonder nakomelingen |
| haika-配下 | volgeling; ondergeschikte; aanhanger |
| haikai-俳諧 | bijeenkomst waarbij achter elkaar Japanse gedichten worden gecomponeerd |
| haikai-徘徊 | zwerftocht; het doelloos rondlopen; ronddwalen |
| haikara-ハイカラ | modieus; stijlvol; elegant |
| haikei-拝啓 | Geachte heer/mevrouw [formele standaarduitdrukking om een brief te openen] |
| haikei-背景 | het decor (op het toneel); de mise-en scène |
| haikingu-ハイキング | trekken; trektochten [lange wandelingen] maken |
| haikinshugisha-拝金主義者 | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| haiku-ハイク | trekken; trektochten [lange wandelingen] maken |
| haiku-ハイク | lange wandeling; trektocht |
| haikyō-背教 | apostasie; afvalligheid van het geloof; geloofsverzaking |
| haimei-拝命 | het worden benoemd; (officiële) benoeming |
| hairaito-ハイライト | lichtste deel [partij] op een schilderij [foto] |
| hairu-ハイル | geluk; voorspoed; zegen |
| hairu-入る | behoren (bij); gerekend worden (tot); (op)tellen; meetellen; meerekenen; (bij een verkiezing) stemmen krijgen [binnenhalen] |
| hairu-入る | lid worden (van); zich aansluiten bij; zich in een bepaalde wereld [kring] begeven |
| hairyō-拝領 | geschenk (van een vorst of edelman aan een onderdaan); geschenk ontvangen van een hogergeplaatste |
| haisatsu-拝察 | (beleefd, nederig taalgebruik) vermoeden; veronderstelling |
| haisen-廃線 | afschaffing van een communicatiemiddel (b.v. telegrafie) |
| haisen-廃線 | afschaffing van spoorlijn [transportlijn]; een buiten dienst gestelde spoorlijn [transportlijn] |
| haisen-廃船 | ontmanteling van een boot [schip]; een schip dat uit de vaart is genomen; een schip dat niet meer wordt gebruikt en is gesloopt |
| haisen-杯洗 (盃洗) | een kom voor het spoelen van sakazuki (sakekopjes) bij een drinkgelag |
| haisenban-配線盤 | schakelbord; verdeelkast |
| haisensu-ハイセンス | goede smaak; verfijnd gevoel |
| haishakukin-拝借金 | het geleende geld |
| haishakukin-拝借金 | de geldlening in de Edo periode van de bakufu regering aan daimyo, leenheren, tempels, e.d. |
| haishoku-配食 | maaltijdbezorging (in een instelling) |
| haishutsuryō-排出量 | hoeveelheid uitstoot; emissiegehalte |
| haisū-拝趨 | (beleefd woord voor) het bezoeken; bezoek [visite] (aan een ander) |
| haisupīdo・suchīru-ハイスピード・スチール | sneldraaistaal; snelstaal |
| haitai-敗退 | uitschakeling; nederlaag; verlies |
| haitatsu-配達 | bezorging; levering; bestelling |
| haitatsunin-配達人 | besteller; bezorger; koerier; distributeur |
| haitatsusuru-配達する | bezorgen; bestellen; leveren |
| haitoku-背徳 | corruptie; zedeloosheid |
| haitōzei-配当税 | dividendbelasting |
| haitsu-ハイツ | hoogten; wooncomplex op een heuvel |
| haiuē-ハイウェー | snelweg; autoweg; autosnelweg |
| haiwē・hipunōshisu-ハイウェー・ヒプノーシス | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| haiyū-俳優 | acteur (m); actrice (v); toneelspeler (m); toneelspeelster (v) |
| haizai-配剤 | het samenstellen [klaarmaken; mengen] van medicijnen |
| haizai-配剤 | dispensatie; ontheffing; vrijstelling |
| haizetsu-廃絶 | uitsterving; verdwijning; het in de vergetelheid geraken |
| haizoku-配属 | aanwijzing; toewijzing; indeling; overplaatsing |
| hai・arai-ハイ・アライ | jai alai, een balspel (soort squash, gespeeld met een rieten cesta) |
| hai・kī-ハイ・キー | heldere belichting (foto, etc.); licht van tint |
| hai・sukūru-ハイ・スクール | middelbare school |
| hai・supīdo-ハイ・スピード | met hoge snelheid |
| hai・tatchi-ハイ・タッチ | (high touch) de (broodnodige) menselijke inbreng in de technologische samenleving |
| hajiiru-恥じ入る | zich (diep) schamen; zich beschaamd voelen |
| hajimeru-始める | beginnen (met); starten; openen (een winkel, e.d.) |
| hajishirazu-恥知らず | een schaamteloos persoon; iemand die geen schaamte kent |
| hajishirazu-恥知らず | schaamteloosheid; zonder schaamte zijn; geen schaamte kennen |
| hakabakashii-捗捗しい | snel; voorspoedig; gunstig |
| hakabu-端株 | kleiner aantal aandelen dan door de handelsbeurs gespecificeerd |
| hakabu-端株 | fractioneel aandeel |
| hakai-破壊 | vernieling; afbraak; vernietiging; vandalisme |
| hakaisha-破壊者 | vernietiger; vernieler |
| hakaisuru-破壊する | afbreken; vernielen; vernietigen; ruïneren |
| hakama-袴 | een hakama, traditioneel Japans kledingstuk voor mannen (wijde broek) |
| hakanai-儚い | vluchtig; kortstondig; vergankelijk; van voorbijgaande aard; tijdelijk |
| hakarazumo-図らずも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| hakase-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hakase-博士 | expert; kenner; deskundige; geleerde; academicus |
| hakataningyō-博多人形 | traditionele Japanse pop van klei (oorspronkelijk uit Hakata, nu deel van de stad Fukuoka) |
| hakaze-羽風 | bries [wind] veroorzaakt door het flapperen van vleugels |
| hakaze-葉風 | wind die door bladeren ritselt |
| hake-刷毛 | (verf)kwast; penseel; borstel |
| hāken-ハーケン | rotshaak (gereedschap dat door bergbeklimmers in spleten wordt geslagen om zichzelf te zekeren; Duits:Haken) |
| hakenshain-派遣社員 | tijdelijke werknemer; uitzendkracht |
| haki-破棄 | nietigverklaring; annulering; schenden (van een belofte); intrekking (van een verdrag) |
| haki-覇気 | ambitie; bezieling; aspiratie |
| hakidame-掃き溜め | stortplaats; vuilnisbelt; berg afval |
| hakidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
| hakike-吐き気 | misselijk(heid) |
| hakimono-履き物 | schoeisel; schoenen |
| hakitate-掃きたて | het oogsten [verzamelen] van zijderupsen |
| hakkachō-八哥鳥 | kuifmaina (een spreeuwensoort, Acridotheres cristatellus) |
| hakkekkyū-白血球 | witte bloedcel(len), leukocyt(en) |
| hakkin-白金 | platina (chem. element) |
| hakkiri-はっきり | duidelijk; helder; expliciet |
| hakkirishita-はっきりした | duidelijk; helder; uitgesproken |
| hakkirisuru-はっきりする | duidelijk [helder] worden |
| hakkōnyū-発酵乳 | gefermenteerde melk |
| hakkōshokuhin-発酵食品 | gefermenteerde voedingsmiddelen (zoals soja, kaas, e.d.) |
| hakkotsu-白骨 | gebleekt [wit geworden] geraamte [skelet] |
| hakkotsuka-白骨化 | vergaan tot een geraamte [skelet]; skeletvorming |
| hakku-白駒 | schimmel (wit paard) |
| hako-箱 | (dit woord wordt ook wel gebruikt voor) de shamisen |
| hakō-跛行 | (fig.) iets dat uit balans is [niet soepel gaat]; onregelmatig verloop; onstabiele voortgang |
| hakobe-繁縷 | vogelmuur (plant, Stellaria media) |
| hakobiya-運び屋 | vervoerder van gestolen goederen [drugs; verboden artikelen] |
| hakobiya-運び屋 | (politieterm) drugskoerier; drugssmokkelaar |
| hakobore-刃毀れ | het afbrokkelen van een stukje van het lemmet van een mes |
| hakobore-刃毀れ | een afgebrokkeld stukje van het lemmet van een mes |
| hakobune-箱船 | vat of kruik (met een dergelijke vorm) |
| hakogaki-箱書き | opschrift [handtekening; zegel] op een doos (ter authenticatie van de inhoud; b.v. een kunstwerk) |
| hakoirimusume-箱入り娘 | lievelingsdochter; (naïef) meisje dat beschermd is opgevoed |
| hakoniwaryōhō-箱庭療法 | zandspeltherapie (vorm van speltherapie, met het plaatsen van allerlei figuurtjes in een doos met zand) |
| hakoyanagi-箱柳 | ratelpopulier (Populus tremula var. sieboldii) |
| haku-箔 | folie; dun velletje metaal (zoals bladgoud, bladzilver, etc.); verguldsel |
| haku-魄 | (in kanji combinaties) ziel; geest; yin energie |
| hakubi-白眉 | (fig.) iets van weergaloze kwalitieit; toonbeeld |
| hakuchū-伯仲 | het aan elkaar gewaagd zijn; vrijwel gelijk zijn aan |
| hakudaku-白濁 | troebel [niet helder] zijn |
| hakudō-白銅 | kopernikkel; koper-nikkel legering |
| hakugei-白鯨 | Moby-Dick, titel van een boek uit 1851 van Herman Melville, over een witte walvis) |
| hakuheisen-白兵戦 | gevecht op korte afstand van elkaar; man tegen man gevecht; lijf om lijf gevecht |
| hakuji-白磁 | wit porselein (Blanc de Chine; Dehua porselein) |
| hakujin-白人 | beginneling; amateur |
| hakumai-白米 | (gepelde) witte rijst |
| hakumei-薄命 | tegenslag; tegenspoed; ongeluk; droevig lot |
| hakumen-白面 | lichte gelaatskleur; bleek gezicht |
| hakurai-舶来 | buitenlands fabrikaat; geïmporteerd artikel |
| hakuraku-剥落 | loslating (van tegels, dakpannen, e.d.) |
| hakuran-博覧 | iets verspreiden [toegankelijk maken voor een groter publiek] |
| hakuran-博覧 | eruditie; een uitgebreide kennis; belezenheid |
| hakushaku-伯爵 | graaf (edelman) |
| hakushi-博士 | geleerde; kenner; expert |
| hakushi-博士 | PhD; Dr.; doctor (wetenschappelijke graad) |
| hakushigō-博士号 | doctoraat; doctor's titel; PhD |
| hakushijakkō-薄志弱行 | een zwak karakter; besluiteloosheid; gebrek aan wil [ondernemersgeest] |
| hama-浜 | (in bordspel go) een geslagen [genomen] steen van de tegenspeler |
| hama-浜 | venerida (tweekleppige schelpensoort) |
| hamachi-魬 | jonge geelvinmakreel (ca. 40 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| hamaguri-蛤 | schelpdier (Meretrix lusoria) |
| hamanabe-蛤鍋 | een maaltijdsoep [stoofpot] met mosselen [zeevruchten] |
| hamayumi-破魔弓 | (oorspronkelijk) de boog om een hamaya af te schieten (nu met een meer symbolische betekenis) |
| hame-羽目 | paneel; lambrisering |
| hamon-波紋 | rimpeling [rimpel; golving; golfje] (in een wateroppervlak) |
| hamondo・orugan-ハモンド・オルガン | hammondorgel (muziekinstrument) |
| hamushi-羽虫 | vogelluis (Menoponidae) |
| hamushi-葉虫 | bladhaantje (soort kever, Chrysomelidae) |
| han-判 | oordeel |
| han-判 | zegel; stempel |
| han-班 | groep; team; gezelschap |
| hana-花 | Japans kaartspel |
| hanabatake-花畑 | bloementuin; bloembed; veld met bloemen |
| hanadai-花代 | geldbedrag voor bloemen |
| hanafubuki-花吹雪 | bloemblaadjes die door de wind (geblazen) dwarrelen in de lucht (als sneeuw) |
| hanafuda-花札 | Japans kaartspel met bloemenkaarten |
| hanagaruta-花ガルタ | Japans kaartspel met bloemenkaarten |
| hanagatasenshu-花形選手 | sterspeler (sport) |
| hanagusuri-鼻薬 | smeergeld; zwijggeld |
| hanagusuri-鼻薬 | neusdruppels |
| hanahada-甚だ | (heel) erg; uiterst; extreem; bovenmatig; excessief |
| hanajiromu-鼻白む | ontmoedigd [beschaamd] kijken; teleurgesteld zijn |
| hanakanzashi-花簪 | een haarspeld (kanzashi) versierd met kunstbloemen |
| hanamachi-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| hanamagari-鼻曲がり | mannelijke zalm met een uitpuilende snuit tijdens het voortplantingsseizoen |
| hanami-花実 | naam [reputatie] en [werkelijkheid]; uiterlijk en innerlijk |
| hanamichi-花道 | de gang waardoor sumo-worstelaars van de kleedkamer naar de ring lopen (en v.v.) |
| hanamichi-花道 | verhoogd pad waarover de acteurs naar- en van het toneel lopen (door de zaal met het publiek) |
| hanamizuki-花水木 | kornoelje (Cornus florida) |
| hanamochinaranai-鼻持ちならない | stinkend; walgelijk; weerzinwekkend |
| hanarebanare-離れ離れ | apart; gescheiden; uit elkaar; verspreid |
| hanarejima-離れ島 | een afgelegen eiland |
| hanareru-放れる | zich losmaken van; bevrijd [losgelaten] worden |
| hanareru-離れる | zich verwijderen; uit elkaar gaan |
| hanashi-話 | wat er verteld wordt; vertelling; relaas; verhaal; sprookje |
| hanashi-話 | ijdel gepraat; woorden zonder daden; loze woorden; leugen |
| hanashi-話 | consultatie; plan; onderhandelingen |
| hanashiai-話し合い | overleg; discussie; consultatie; onderhandelingen; overeenkomst [akkoord] |
| hanashichū-話中 | in gesprek; bezet (ook van een telefoonlijn) |
| hanashihanbun-話半分 | de helft van het verhaal |
| hanashite-話し手 | spreker; verteller; causeur |
| hanashizuki-話し好き | geroddel; geklets |
| hanashizuki-話し好き | een kletskous; iemand die graag [veel] praat |
| hanasu-放す | (bij het koken) stukjes [plakjes] (groente, aardappel, etc.) toevoegen aan water of bouillon |
| hanasu-離す | verdelen; uit elkaar halen |
| hanatsu-放つ | een licht [glans; geur; geluid] afgeven |
| hanaya-花屋 | bloemenwinkeltje; bloemenstalletje |
| hanazukuri-花作り | bloemkwekerij; bloementeelt |
| hanbāgu-ハンバーグ | hamburger (voedsel) |
| hanbaisuru-販売する | verkopen; handelen (in) |
| hanbun-半分 | de helft |
| hanbunjokurei-繁文縟礼 | bureaucratische formaliteiten [regels]; administratieve rompslomp |
| hanburu-ハンブル | frommelen; morrelen; (bij honkbal) de bal uit de handen laten glippen |
| hanchū-範疇 | categorie; onderdeel van een classificatie |
| handa-半田 | soldeersel; soldeermetaal |
| handai-飯台 | eettafel (voor gezelschap) |
| handan-判断 | voorspelling |
| handan-判断 | vonnis; oordeel; besluit |
| handanchūshi-判断中止 | epoche (filosofie, opschorting van oordeel over de werkelijkheid) |
| handankijun-判断基準 | beoordelingscriterium |
| handansuru-判断する | zich een oordeel vormen; beoordelen |
| handī-ハンディー | handig; draagbaar; handzaam; makkelijk te hanteren |
| hando-ハンド | speelkaarten aan een speler toebedeeld |
| handoringu-ハンドリング | bediening; besturing; hantering; afhandeling |
| handoru-ハンドル | handvat; stuur; stuurwiel |
| handōtai-半導体 | halfgeleider; semiconductor |
| hane-羽 | blad van een propellor |
| hane-羽 | vleugel |
| haneguruma-羽根車 | schoepenwiel; schoepenrad |
| hanekaeri-跳ね返り | onzorgvuldigheid; gedachteloosheid |
| hanekaeri-跳ね返り | het weer opveren; herstellen |
| hanemawaru-跳ね回る | rondspringen; huppelen; (rond)dartelen |
| hanemūn-ハネムーン | huwelijksreis |
| hanemūn・bebī-ハネムーン・ベビー | kind dat is verwekt tijdens de huwelijksreis |
| hanenokeru-撥ね除ける | afwijzen; afkeuren; (selecteren en) verwijderen |
| haneokiru-跳ね起きる | (plotseling) opspringen; omhoog springen |
| haneru-撥ねる | afwijzen; uitwijzen; weigeren; elimineren |
| haneru-跳ねる | (van een voorstelling) eindigen; klaar zijn |
| hanetsuki-羽根突き | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| hangaku-藩学 | han-school (onderwijsinstelling in de Edo-periode) |
| hangensuru-半減する | halveren; in tweeën delen |
| hangeshō-半夏生 | de plant Saururus chinensis (ook wel Aziatische hagedisstaart genoemd) |
| hangeshō-半夏生 | de elfde dag na de zonnewende |
| hangō-飯盒 | etensblik; eetblik; gamel |
| hangonkō-反魂香 | een legendarische wierook, waarmee bij het branden het beeld van een dode in de rook verschijnt |
| hangu・guraidā-ハング・グライダー | deltavlieger |
| hangyaku-反逆 | verraad; opstand; muiterij; rebellie; insubordinatie |
| hanhaba-半幅 | de helft van de normale stofbreedte.(bij kimonostof is dit ongeveer 18 cm.) |
| haniwa-埴輪 | (oudheid) terracotta beelden (bij grafheuvels, Kofun periode) |
| hanji-判事 | rechtelijk college |
| hanjimono-判じ物 | raadsel; rebus |
| hankagai-繁華街 | (drukke) winkelstraat; drukke [levendige] wijk (met winkels, restaurants, bedrijven, etc.) |
| hankagai-繫華街 | uitgaanscentrum; uitgaansgebied; stadsdeel met veel winkels, restaurants, e.d. |
| hankai-半壊 | gedeeltelijke ineenstorting [vernieling; vernietiging] |
| hankai-半解 | slechts half [gedeeltelijk] begrepen |
| hankei-半径 | straal (van een cirkel); radius |
| hanketsu-判決 | vonnis; arrest; gerechtelijke beslissing |
| hanko-判子 | zegel; naamstempel |
| hankō-版行 | zegel; naamstempel |
| hankō-犯行 | misdrijf; strafbaar feit; delict |
| hankōgenba-犯行現場 | plaats delict; misdaadlocatie; plaats van het misdrijf |
| hankōgurūpu-犯行グループ | criminele groep(ering) |
| hankōjunjo-犯行順序 | volgorde van strafbare handelingen [misdrijven] |
| hankotsu-反骨 | opstandigheid; rebelse houding |
| hanmā-ハンマー | (atletiek) slingerkogel |
| hanmānage-ハンマー投げ | het kogelslingeren; het hamerslingeren |
| hanmei-判明 | vaststelling; verduidelijking; bekendwording; openbaring; identificatie |
| hanmenkyōshi-反面教師 | (Chinees gezegde) een goed voorbeeld [een goede leermeester] van wat je zeker niet moet doen [volgen] |
| hanmi-半身 | een helft van een doormidden gesneden vis |
| hanmo-繁茂 | weelderige (planten)groei; woekering (van onkruid) |
| hanmyō-斑猫 | Japanse tijgerkever (Cicindela japonica) |
| hannin-犯人 | misdadiger; dader, schuldige; crimineel; delinquent |
| hannoki-榛の木 | de Japanse Els (een boom: Aldus japonica) |
| hanpo-半帆 | zeil dat maar voor de helft is opgetrokken vanaf het dek |
| hanran-反乱 | opstand; rebellie; oproer; muiterij |
| hansamu-ハンサム | knap; elegant; aantrekkelijk |
| hansei-反省 | zelfonderzoek; zelfbeschouwing; bespiegeling; (her)overweging |
| hanseisuru-反省する | heroverwegen; zelfonderzoek [gewetensonderzoek] doen |
| hanseki-犯跡 | strafrechtelijk bewijs; bewijs van een misdaad |
| hansenbyō-ハンセン病 | (ziekte van Hansen) lepra; melaatsheid |
| hansetsu-反切 | spellingsysteem in de traditionele Chinese lexicografie (waarbij twee karakters worden gebruikt voor de uitspraak van een monosyllabisch karakter) |
| hansha-反射 | reflectie; weerkaatsing; weerspiegeling |
| hanshakaitekiseiryoku-反社会的勢力 | anti-sociale krachten; georganiseerde misdaad; criminele organisaties |
| hanshakyō-反射鏡 | reflector; reflectie scherm [spiegel] |
| hansharo-反射炉 | smeltoven (voor metalen e.d.) |
| hanshin-半身 | de helft van het lichaam (boven- of onderkant; linker- of rechterkant) |
| hanshinhangi-半信半疑 | half in twijfel; twijfelend; sceptisch; aarzelend |
| hanshita-版下 | afdruk van een houtblok, stempel of gravure |
| hanshō-半焼 | gedeeltelijke vernieling door brand |
| hanshō-反照 | reflectie; weerspiegeling |
| hansō-半双 | de helft van een paar; de helft van een set van twee |
| hansōha-搬送波 | (elektromagnetische) draaggolf |
| hansoku-反側 | het woelen [zich steeds omdraaien] in bed |
| hansoku-反則 | overtreding van de regels; vals spel |
| hansokumake-反則負け | verliezen vanwege een overtreding van de regels (diskwalificatie) |
| hansokusuru-反側する | in bed (liggen te) woelen; zich steeds omdraaien in bed |
| hansū-半数 | de helft van het (totale) aantal |
| hansū-反芻 | het herkauwen (zowel letterlijk als figuurlijk) |
| hansū-犯数 | het aantal veroordelingen [schuldigverklaringen] |
| hantai-反対 | het tegenovergestelde; het tegendeel; andersom |
| hantei-判定 | beslissing; oordeel; vonnis; uitspraak |
| hanten-半纏 | traditionele korte jas (over een kimono gedragen) |
| hanten-反転 | (in) tegenstellende richting (gaan) |
| hanten-反転 | (fotografie) omzetting van een negatief beeld in een positief beeld (of vice versa) |
| hanten-飯店 | (China) hotel; herberg; logement |
| hantsuki-半月 | een halve maand; de helft van de maand |
| hanzai-犯罪 | misdaad; delict; overtreding |
| hanzaibashō-犯罪場所 | plaats delict |
| hanzaikōi-犯罪行為 | criminele handeling; criminele actie |
| hanzaisha-犯罪者 | dader; misdadiger; pleger van een misdaad; crimineel |
| hanzatsu-煩雑 | ingewikkeld [complex] zijn |
| hanzatsu-繁雑 | ingewikkeld [moeilijk; gecompliceerd] zijn |
| hanzei-反噬 | het zich tegen de meester [weldoener] keren; een hond die zijn baasje bijt |
| hanzen-判然 | duidelijk [helder; evident] zijn |
| han'ei-反映 | reflectie; weerspiegeling |
| han'ei-繁栄 | welvaart |
| han'eisuru-反映する | reflecteren; weerspiegelen |
| han'eisuru-繁栄する | floreren; bloeien; gedijen; welvarend zijn |
| han'en-半円 | halve cirkel |
| han'i-犯意 | criminele bedoeling; voorbedachte raad; mens rea (Lat.: een schuldige geest) |
| haonkigō-ハ音記号 | c-sleutel (muziek) |
| happaku-八白 | de achtste van de 9 traditionele astrologische tekens (corresponderend met Saturnus en het Noordoosten) |
| happō-発泡 | het schuimen; bruisen; gebruis; geborrel |
| happōbijin-八方美人 | allemansvriend; persoon die iedereen welgevallig is of wil zijn (vaak geringschattend gebruikt) |
| happōbijin-八方美人 | opvallende schoonheid; onberispelijke mooie vrouw |
| happōsuru-発砲する | afvuren; (af)schieten (geweer, pistool, of andere geladen wapens) |
| happyōkai-発表会 | een school concert [recital]; een gelegenheid waarbij een reeks uitvoeringen of bevindingen openbaar wordt gemaakt |
| hāpushikōdo-ハープシコード | klavecimbel (muziekinstrument) |
| hara-腹 | gemoed; gevoel; inborst; geest |
| haradatashii-腹立たしい | ontstemd; verstoord; irritant; vervelend |
| haragei-腹芸 | (op subtiele manier) iemand overhalen om iets te doen |
| haragei-腹芸 | (op het toneel) emoties kunnen uitdrukken zonder woorden of gebaren |
| haraguai-腹具合 | de conditie [gesteldheid] van de ingewanden |
| harahara-はらはら | (onomatopee) neerdwarrelend |
| harai-祓い | rituele reiniging; exorcisme; duiveluitdrijving |
| haraimono-払い物 | iets [een artikel] dat je wilt verkopen; iets dat je niet meer nodig hebt] |
| haraise-腹癒せ | vergelding; wraak |
| harakiri-腹切り | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| haran-波瀾 | golven; schommelingen; ups en downs; veranderingen |
| haranbanjō-波乱万丈 | stormachtig; dramatisch; veelbewogen |
| haranbanjō-波瀾万丈 | wisselvalligheid; stormachtigheid; met veel ups en downs |
| haranomushi-腹の虫 | (fig.) innerlijke gevoelens; emotie (b.v. woede) |
| harapeko-腹ぺこ | het erge honger hebben; rammelen van de honger |
| harappa-原っぱ | veld; open vlakte; egaal terrein |
| haratsuzumi-腹鼓 | het op een volle buik slaan als op een trommel (als metafoor voor een wereld waar genoeg voedsel is) |
| haratsuzumi-腹鼓 | gezegde dat wasbeerhonden op maanverlichte nachten op hun buik trommelen |
| harau-払う | overweldigen; wegvagen; iem. helemaal van zijn stuk brengen |
| harau-払う | (vaak in de combinatie: chi wo harau, dan meestal geschreven als 掃う) geheel verdwijnen |
| harazumori-腹積もり | plan; intentie; bedoeling |
| hare-晴れ | gala (kostuum); een prachtig uitziende verschijning (bij een formele gelegenheid) |
| hare-晴れ | opklaring(en); helder [zonnig; mooi] zijn (van de lucht, het weer, e.d.) |
| hare-晴れ | publiek; openbaar; formeel; officieel |
| hare-腫れ | zwelling (van het lichaam) |
| hareagaru-腫れ上がる | (op)zwellen |
| harebare-晴れ晴れ | opgewekt [opgelucht; vrolijk; helder; zonnig] zijn |
| harema-晴れ間 | opluchting (van gevoelens) |
| harenchi-破廉恥 | schaamteloosheid |
| hareruya-ハレルヤ | halleluja |
| harēshon-ハレーション | halatie; reflectielichtkring |
| haresugata-晴れ姿 | gekleed in zijn [haar] mooiste [formele] kleding |
| haresugata-晴れ姿 | het verschijnen tijdens een bijzondere [formele] gelegenheid |
| harete-晴れて | openlijk; publiekelijk; openbaar |
| haretsuon-破裂音 | een harde knal; (geluid van) een explosie |
| hari-針 | angel (insecten); doorn |
| hariā-ハリアー | Harrier gevechtsvliegtuig (dat zowel horizontaal als verticaal kan opstijgen) |
| haridashi-張り出し | uitsteeksel; overhang (van gebouw) |
| haridashi-張り出し | een sumoworstelaar die onder de twee hoogste worstelaars (van dezelfde rang) op de ranglijst staat |
| harigane-針金 | draad; metaalkabel |
| hariharinabe-はりはり鍋 | Japanse stoofschotel met (mizuna) groente en vlees (oorspronkelijk walvisvlees) (harihari is een onomatopee voor het geluid van kauwen) |
| harikēn-ハリケーン | orkaan; wervelstorm |
| harime-針目 | een (naai)steek; stiksel |
| harinezumi-針鼠 | egel |
| harisashi-針刺し | speldenkussen |
| haritsuke-磔 | executie door een veroordeelde aan een paal vast te binden en met speren te steken |
| hariyama-針山 | speldenkussen |
| haro-ハロ | halo (lichtende kring om een hemellichaam) |
| harō-ハロー | halo (lichtende kring om een hemellichaam) |
| haron-ハロン | (Engelse afstandsmaat) furlong (een achtste mijl, ca. 201 m.) |
| harōwāku-ハローワーク | Hello Work, Japans-Engelse bijnaam van het Japanse Rijksarbeidsbureau |
| haru-張る | (tegels, pleister, lak, etc.) aanbrengen |
| haru-張る | (op)zwellen |
| haruasashi-春浅し | het allereerste [nog nauwelijks waarneembare] begin van de lente; de eerste vage tekenen van de lente |
| harubādo-ハルバード | hellebaard (middeleeuws wapen) |
| harubaru-遥遥 | ver uit elkaar; op afstand |
| haruta-春田 | een lente rijstveld (een veld waar de oude rijst al geoogst is en de nieuwe rijst nog geplant moet worden) |
| hasai-破砕 | verbrijzeling; verplettering; vergruizing |
| hasamu-挟む | tegen over elkaar zijn; aan weerszijden zijn (van) |
| hasei-派生 | derivatie; afgeleide |
| haseigo-派生語 | (taalkunde) derivaat; afgeleid woord |
| haseisuru-派生する | afgeleid zijn (van); afkomstig zijn (van) |
| hashi-橋 | bemiddelaar; tussenpersoon |
| hashibaminomi-榛の実 | hazelnoot |
| hashigonori-梯子乗り | het uitvoeren van acrobatiek op een rechtopstaande ladder (traditioneel performance kunst bij brandweer) |
| hashii-端居 | het zitten op de veranda (voor verkoeling in de zomer) |
| hashika-麻疹 | mazelen |
| hashikire-端切れ | restjes stof; stofknipsels |
| hashikkoi-捷い | slim; behendig; snel; vlot |
| hashikoi-はしこい | slim; behendig; snel; vlot |
| hashinakumo-端無くも | onverwacht; toevallig; per ongeluk |
| hashirigaki-走り書き | (iets dat snel opgeschreven is) kattebelletje; gekrabbel; hanenpootjes |
| hashirigakisuru-走り書きする | snel iets opschrijven [opkrabbelen] |
| hashiriyomi-走り読み | het snel [vluchtig] doorlezen |
| hashiriyomisuru-走り読みする | snel [vluchtig] doorlezen [doorbladeren] |
| hashiru-走る | voortsnellen; (hard) rijden; (snel) varen |
| hashiru-走る | snel bewegen; flitsen |
| hashiru-走る | snel komen en gaan; doorheen schieten |
| hashiru-走る | soepel [vrijelijk] bewegen; glijden |
| hashitagane-端金 | kleingeld; wisselgeld; armzalig klein bedrag; schijntje |
| hashitanai-はしたない | onbeleefd; onbescheiden; ongepast; schaamteloos; lomp; onelegant; vulgair |
| hashiwatashi-橋渡し | bemiddelaar |
| hashiwatashi-橋渡し | bemiddeling |
| hasonkasho-破損箇所 | beschadigd onderdeel; beschadigde sectie |
| hassaku-八朔 | hassaku sinaasappel (Citrus hassaku) |
| hasshin-発信 | het versturen van berichten (via post, telegram, e-mail, radio, etc.) |
| hasshin'on-発信音 | kiestoon (van telefoon) |
| hasshito-はっしと | snel en hard |
| hasshōdō-八正道 | (boeddh.) het edele achtvoudige pad tot de geestelijke verlichting |
| hasshoku-発色 | de oorspronkelijke kleuren; het verschijnen [ontwikkelen] van kleuren |
| hassō-発想 | idee; begrip; denkbeeld |
| hassuikakō-撥水加工 | waterafstotende laag [stof; behandeling] |
| hassun-八寸 | een bijgerecht [hapje; versnapering] bij een borrel |
| hasu-蓮 | Heilige lotus; Indische lotus (Nelumbo nucifera) |
| hasurā-ハスラー | oplichter; sjacheraar; ritselaar |
| hasurā-ハスラー | professionele gokker |
| hata-旗 | vlag; wimpel; vaandel; banier |
| hata-畑 | veld; akker; landbouwgrond |
| hataage-旗揚げ | een leger op de been brengen; troepen te verzamelen |
| hatafuri-旗振り | initiatiefnemer; campagneleider |
| hatafuriyaku-旗振り役 | initiatiefnemer; campagneleider |
| hatago-旅籠 | (Edo-periode) mand [kist] met het voedsel voor de paarden op reis |
| hatahata-はたはた | (geluid van) geklapper [geflapper] (in de wind) |
| hatake-畑 | veld; akker; landbouwgrond |
| hataki-叩き | het slaan op een trommel, e.d. |
| hataki-叩き | (als achtervoegsel) het fel bekritiseren; afkraken |
| hatakikomi-叩き込み | sumo techniek (de tegenstander vellen met meerdere snelle slagen) |
| hataku-叩く | opmaken (geld); leegmaken (portemonnee) |
| hatamata-将又 | of; of wel |
| hatamoto-旗本 | een directe vazal van de shogun (zelf) |
| hatankyō-巴旦杏 | amandel(boom) (Prunus dulcis) |
| hatarakibachi-働き蜂 | werkbij (bij die honing verzamelt) |
| hatasu-果たす | bezoeken van een tempel of heiligdom ter dankbetuiging |
| hatato-はたと | plotseling; totaal; helemaal |
| hatazaochi-旗竿地 | een stukje grond, ingesloten tussen andere percelen, met een aparte (onpraktische) vorm (een smalle strook met een rechthoek, zoals een vlaggenmast) |
| hatchū-発注 | bestelling; het plaatsen van een order |
| hatchūryō-発注量 | te bestellen hoeveelheid; bestelhoeveelheid |
| hateshinai-果てしない | zonder einde; eindeloos |
| hāto-ハート | harten (in kaartspel) |
| hatoninaru-ハトになる | in vrijheid stellen; vrijspreken; ontslaan van rechtsvervolging |
| hatsuan-発案 | voorstel; suggestie |
| hatsudensho-発電所 | elektriciteitscentrale |
| hatsugai-初買い | de eerste keer gaan winkelen in het nieuwe jaar, op 2 januari |
| hatsugen-発言 | speech; rede; verklaring; mening; opmerking(en); voorstel |
| hatsugi-発議 | voorstel; suggestie; motie |
| hatsugo-発語 | mondelinge uiting [verklaring] |
| hatsugo-発語 | (een woord dat gebruikt wordt om een gesprek of een tekst te beginnen, zoals さて) nou; welnu |
| hatsugo-発語 | als voorvoegsel geeft versterking van wat volgt |
| hatsukaebisu-二十日戎 | Hatsuka Ebisu, een festival op 20 oktober (soms op 20 januari) ter ere van Ebisu, één van de 7 Geluksgoden van Japan |
| hatsumōde-初詣で | het eerste bezoek aan een heiligdom [tempel] in het nieuwe jaar |
| hatsune-初音 | eerste vogelgezang [vogelenzang] in het nieuwe jaar |
| hatsurei-発令 | proclamatie; (officiële) bekendmaking |
| hatsutake-初茸 | hatsutake paddestoel (Lactarius hatsutake) |
| hatsuuri-初売り | eerste verkoopdag [openingsdag] van winkels (in het nieuwe jaar) |
| hatsuyaku-初役 | de eerste keer dat een acteur [actrice] de rol speelt |
| hattatsu-発達 | ontwikkeling; groei; vooruitgang; rijping |
| hattatsudankai-発達段階 | ontwikkelingsfase(s) |
| hattatsukagaku-発達科学 | ontwikkelingswetenschappen |
| hattatsukasokugenshō-発達加速現象 | het fenomeen van groeiversnelling door externe factoren; versnelde lichamelijke ontwikkeling |
| hattatsushinrigaku-発達心理学 | ontwikkelingspsychologie |
| hattatsushōgai-発達障害 | ontwikkelingsstoornis |
| hattatsusuru-発達する | groeien; ontwikkelen; rijpen |
| hatten-発展 | de ontwikkeling in de relatie (tussen man en vrouw); een losbandig leven leiden; een actief sex leven hebben |
| hatten-発展 | ontwikkeling; evolutie; groei; vooruitgang |
| hattensei-発展性 | (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheid |
| hattensuru-発展する | zich uitbreiden; (zich) ontwikkelen; groeien; vooruitgaan |
| hattentojōkoku-発展途上国 | ontwikkelingsland |
| hatto-ハット | hoed; hoofddeksel |
| hatto-法度 | (wettelijk) voorschrift |
| hattōshin-八頭身 | (van een vrouw) mooi, welgevormd [goed geproportioneerd] lichaam (acht keer zo lang als het hoofd) |
| hattotorikku-ハットトリック | goocheltruc uit de hoge hoed; slimme zet |
| hattotorikku-ハットトリック | (sport) drie doelpunten in een wedstrijd van één speler |
| hau-這う | kruipen; kronkelen |
| haujingu-ハウジング | (techniek) behuizing; kast; omhulsel; ombouw |
| hausudoresu-ハウスドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hausu・ējenshī-ハウス・エージェンシー | makelaar; makelaardij; woningbureau |
| hausu・manukan-ハウス・マヌカン | verkoopster in een kledingzaak die zelf ook de kleding uit de winkel draagt |
| hausu・ōgan-ハウス・オーガン | huisorgaan; personeelsblad; bedrijfsorgaan |
| hauta-端唄 | (Edo-periode) kort liedje (begeleid door een shamisen) |
| hautsū-ハウツー | hoe te (doen); op welke manier; handleiding |
| haya-早 | vroeg; al; reeds; snel |
| hayaashi-早足 | snelle tred; looppas |
| hayabaya-早早 | vroeg; eerder; snel; spoedig |
| hayabune-早船 | (Edo periode) snelle vracht- en passagier's boot (Japanse binnenzee) |
| hayabune-早船 | snelle roeiboot |
| hayagane-早鐘 | brandalarm; alarmbel |
| hayagatensuru-早合点する | voorbarige conclusies trekken; te snel een oordeel vormen |
| hayagawari-早変わり | eesnelle transformatie [grdaanteverandering]; metamorfose; snelle omkleding (van kostuum) |
| hayai-早い | vlug; snel |
| hayajimai-早仕舞い | vroege (winkel)sluiting; vroeg stoppen met werken |
| hayaku-早く | snel; vlug; spoedig; gauw |
| hayakuchi-早口 | het snel praten; snel geklets |
| hayamaru-早まる | vervroegd [versneld] worden |
| hayame-早め | het vroeger [eerder] zijn (dan de vastgestelde of gebruikelijke tijd) |
| hayame-速め | het sneller (dan gewoonlijk) zijn |
| hayameru-早める | vervroegen; versnellen |
| hayami-早見 | (kort) overzicht; schema; tabel; grafiek |
| hayamihyō-早見表 | kaart; grafiek; tabel |
| hayamimi-早耳 | iemand die snel iets (gerucht, informatie e.d.) te weten komt |
| hayari-流行 | tijdelijk (veel)voorkomend verschijnsel |
| hayase-早瀬 | een sterke stroming; stroomversnelling |
| hayashi-囃子 | muzikale begeleiding bij een toneelstuk (zoals Nō en Kabuki) |
| hayashi-林 | (fig. in de betekenis van: heel veel) een bos; woud; bundel |
| hayauchi-早打ち | het snel slaan op een instrument (trommel, bel, gong, e.d.) |
| hayauchi-早打ち | het snel schieten met vuurwapens |
| hayauchi-早打ち | spoedkoerier; een zeer snel postpaard; het snel verzenden [bezorgen] {van een boodschap) |
| hayauchi-早打ち | het snel zetten van speelstukken (schaken, go, e.d.) |
| hayauchi-早打ち | het snel afschieten van vuurwerk |
| haze-鯊 | grondel (vis) |
| hazu-筈 | bij sumo (worstelen), een bepaald soort aanval (met duwen) |
| hazu-筈 | ik neem aan [veronderstel; weet zeker] (dat).... |
| hazumiguruma-弾み車 | vliegwiel |
| hazumu-弾む | geld verspillen [verkwisten]; veel geld neertellen; dokken |
| hazureru-外れる | weggelaten [verwijderd] worden (uit) |
| hazusu-外す | buiten de vastgestelde normen gaan; de grenzen overschrijden |
| he-屁 | iets dat waardeloos is |
| heapin-ヘアピン | haarspeldbocht |
| heapin-ヘアピン | haarspeld |
| heapin・kābu-ヘアピン・カーブ | haarspeldbocht |
| hea・tonikku-ヘア・トニック | haarmiddel; haartonic |
| hebaru-へばる | uitgeput [afgemat; doodmoe; uitgeteld] zijn |
| hebo-へぼ | onhandig persoon; klungel; kluns |
| hebo-へぼ | geklungel, onhandigheid; gepruts; geknoei |
| hedataru-隔たる | (in afstand) verschillen; uit elkaar liggen |
| hedateru-隔てる | scheiden; verdelen |
| hedateru-隔てる | van elkaar vervreemden |
| heddingu-ヘッディング | koptekst; titel |
| heddo-ヘッド | hoofd (lichaamsdeel) |
| heddo-ヘッド | kop(tekst); titel (van een artikel, e.d.) |
| heddogia-ヘッドギア | (boksen, ijshockey, e.d.) hoofdbeschermer; helm |
| heddohon-ヘッドホン | hoofdtelefoon; koptelefoon |
| heddorain-ヘッドライン | krantenkop; kop; titel (v.e. artikel, hoofdstuk, etc.) |
| heddorokku-ヘッドロック | een hoofd houdgreep (bij worstelen) |
| hedo-反吐 | braaksel |
| hedomodo-へどもど | de kluts kwijt; radeloos; in verwarring |
| hegu-剥ぐ | afscheuren; schillen; strippen; pellen |
| hei-並 | (in kanji combinaties) parallel; op dezelfde rij; op hetzelfde niveau |
| hei-併 | (in kanji combinaties) parallel; gelijktijdig; naast elkaar; op een rij; combinatie |
| heibon-平凡 | het gewoon [alledaags; middelmatig] zijn |
| heichara-へいちゃら | gemakkelijk; eenvoudig |
| heichara-平ちゃら | makkelijk; eenvoudig |
| heichi-併置 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heidoku-併読 | het twee (of meer) boeken, kranten, of tijdschriften tegelijk lezen |
| heifuku-平服 | gewone [dagelijkse; informele] kleding |
| heihaku-幣帛 | een offer aan de goden tijdens een Shinto-ritueel |
| heiheitantan-平平坦坦 | erg [extreem] gelijkmatig [vlak] |
| heihōkon-平方根 | (vierkants)wortel (rekenkunde) |
| heiin-閉院 | sluiting van een ziekenhuis of andere medische instelling |
| heijitsu-平日 | (boeddh.) dagelijks leven zonder wisselvalligheden |
| heijo-平叙 | stelling; verklaring; bewering |
| heijō-平常 | normaal [gebruikelijk; gewoon] zijn |
| heijōshin-平常心 | zelfbeheersing; gewone [alledaagse] gevoelens |
| heijun-平準 | nivellering; het waterpas maken |
| heika-兵家 | militair (personeel); soldaat |
| heika-兵科 | onderdeel [dienstvak] van het leger |
| heikaku-兵革 | oorlog; oorlogvoering; veldslag |
| heiki-平気 | kalmte; sereniteit; zelfbeheersing |
| heikin-平均 | het gemiddelde (berekenen) |
| heikindai-平均台 | (turntoestel) evenwichtsbalk |
| heikinjumyō-平均寿命 | gemiddelde levensduur; levensverwachting |
| heikinsuru-平均する | het gemiddelde berekenen [halen; bereiken] |
| heikō-並行 | het gelijktijdig [parallel; naast elkaar] zijn [gaan] |
| heikō-平行 | parallellisme |
| heikō-閉校 | schoolsluiting (tijdelijk of voorgoed) |
| heikōbō-平行棒 | (bij turnen) brug met gelijke leggers |
| heikōjōgi-平行定規 | (blade with parallel motion) |
| heikōkankaku-平衡感覚 | evenwichtsgevoel |
| heikōrokumentai-平行六面体 | (meetkunde) parallellepipedum; blok |
| heikōsuru-平行する | parallel lopen met |
| heinen-平年 | gemiddeld [normaal] jaar (wat betreft neerslag, temperatuur, etc.) |
| heinen-平年 | geen schrikkeljaar |
| heiretsukairo-並列回路 | parallelschakeling |
| heiritsu-並立 | zij aan zij [op gelijke voet] staan; naast elkaar (be)staan |
| heiro-閉炉 | (in Zen tempels, op eerste dag van de 2de maand van de maankalender) het doven [uitdoen] van de van de vuurhaard [open haard] |
| heisagatatōshishintaku-閉鎖型投資信託 | beleggingsfonds dat een vast aantal aandelen uitgeeft via een enkele openbare aanbieding (om kapitaal te verzamelen voor de eerste investeringen) |
| heisetsu-併設 | juxtapositie; nevenschikking; het naast elkaar [tegelijk] plaatsvinden |
| heishinteitōsuru-平身低頭する | diep buigen; zich ter aarde werpen; knielen |
| heisho-閉所 | (van instellingen, e.d.) het stoppen met activiteiten; totale sluiting |
| heisoku-閉塞 | maatschappelijke stagnatie, onzekerheid |
| heisoku-閉塞 | blokkade; afsluiting; versperring; belemmering; hindernis; obstructie |
| heisokukan-閉塞感 | gevoel van stagnatie [beperking; opsluiting] |
| heisokusei-閉塞性 | een belemmering; blokkering; afsluiting |
| heisokusuru-閉塞する | blokkeren; afsluiten; belemmeren; verhinderen |
| heison-併存 | coëxistentie; het naast elkaar bestaan [samenleven] |
| heisui-平水 | gemiddeld waterpeil |
| heiten-閉店 | sluiting(stijd) van een winkel (voor de dag) |
| heiten-閉店 | sluiting [opdoeking; opheffing)] van een winkel |
| heiya-平野 | vlakte; open veld |
| hejjingu-ヘッジング | indekking; afdekking (met tegengestelde posities op de financiële markt) |
| heki-僻 | afgelegen; afgezonderd |
| heki-僻 | naar één kant overhellen [leunen] |
| hekichi-僻地 | een afgelegen plek [plaats; gebied] |
| hekien-僻遠 | afgelegen [ver weg; op afstand] zijn |
| hekisū-僻陬 | een afgelegen plek [plaats; gebied] |
| hekisuru-僻する | naar één kant overhellen [leunen] |
| hekoobi-兵児帯 | soepele obi (kimono-ceintuur) voor mannen en kinderen |
| helipōto-ヘリポート | helihaven; luchthaven voor helikopters |
| hemogurobin-ヘモグロビン | hemoglobine (rode kleurstof in bloedcellen) |
| hen-偏 | linkerdeel [radicaal] van een kanji (b.v. ⺅ in de kanji 仁 ) |
| henbō-偏旁 | het linker- en het rechter gedeelte [radicaal] van een kanji\ |
| henchō-変調 | afwijking; onregelmatigheid |
| hencho-編著 | geschreven en bewerkt [samengesteld] zijn (door) |
| hendensho-変電所 | onderstation (van elektriciteit) |
| hendō-変動 | verandering; fluctuatie; schommeling |
| hendōhi-変動費 | variabele kosten |
| hendōhiyō-変動費用 | variabele kosten |
| hendōkinri-変動金利 | variabele rentevoet |
| hendōritsukisai-変動利付き債 | obligatie met variabele rente |
| hendōshotoku-変動所得 | variabel [fluctuerend] inkomen |
| hengakuhoken-変額保険 | verzekering met variabele bedragen |
| henge-変化 | antropomorfische gedaantewisseling van goden, geesten, e.d.; incarnatie |
| hengen-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| henja-編者 | redacteur; samensteller |
| henji-変事 | ongeluk; noodgeval; onverwachte gebeurtenis |
| henjin-変人 | excentriekeling; zonderling; vreemd persoon |
| henka-変化 | verandering; wisseling; overgang |
| henkaku-変革 | revolutie; omwenteling; reorganisatie |
| henkakukatsuyō-変格活用 | (taalkunde) onregelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| henkasuru-変化する | veranderen; wisselen |
| henkeidōbutsu-扁形動物 | platworm (Platyhelminthes) |
| henkeirōdōjikansei-変形労働時間制 | systeem van variabele [onregelmatige] werktijden |
| henken-偏見 | vooroordeel |
| henkoteian-変更提案 | wijzigingsvoorstel |
| henkyakuguchi-返却口 | verzamelplek [dienbladentrolly] waar men de gebruikte dienbladen met servies kan terugzetten na het eten (b.v. in kantines) |
| henkyō-辺境 | grensgebied; afgelegen streek |
| henmoku-編目 | item vermeld in een opsomming; artikel; clausule; regel; wet |
| henmoku-編目 | titel van een hoofdstuk [boek] |
| hennyū-編入 | toelating; opneming (in een groep, e.d.); inschrijving; integratie |
| henpi-辺鄙 | een afgelegen [moeilijk bereikbare] plaats |
| henpin-返品 | retourzending; geretourneerde goederen [artikelen] |
| henpō-返報 | vergelding; wraak; repliek |
| henrei-返礼 | vergelding; wraak |
| henreihin-返礼品 | bedank-cadeautje van de lokale belastingdienst aan een belastingbetaler |
| henreki-遍歴 | reis; rondreis; zwerftocht; pelgrimage |
| henrin-片鱗 | deel; gedeelte; stukje; glimp |
| henro-遍路 | (boeddhistische) pelgrimage |
| henro-遍路 | pelgrim |
| hensan-編纂 | compilatie; samenstelling; bewerking |
| hensei-編成 | het samenstellen; compileren; in elkaar zetten |
| hensei-編製 | het opstellen [samenstellen] van een familieregister [kiesregister, schoolkinderen register, e.d.] |
| henseiki-変声期 | de leeftijd waarop bij jongens de stem verandert [zwaarder wordt]; de leeftijd dat jongens de baard in de keel krijgen |
| hensen-変遷 | verandering; overgang; wisselvalligheid; wederwaardigheid; lotswisseling |
| henshi-変死 | een onnatuurlijke [gewelddadige] dood |
| henshinryōfūtō-返信料封筒 | (port betaalde) retourenveloppe |
| henshinyōfūtō-返信用封筒 | retourenveloppe; gefrankeerde en geadresseerde enveloppe |
| henshū-偏執 | vooringenomenheid; vooroordeel; koppigheid |
| henshū-編修 | samenstelling; compilatie; bewerking |
| henshū-編集 | redactie; samenstelling; bewerking |
| hensoku-変則 | onregelmatigheid; afwijkend [abnormaal; incorrect; onjuist] zijn |
| hensū-変数 | variabele |
| hentaigana-変体仮名 | hentaigana (oud-Japans schrift: gerelateerd aan: katakana en hiragana) |
| hentō-扁桃 | amandel (steenvrucht) |
| hentō-扁桃 | (keel)amandel; tonsil |
| hentōsen-扁桃腺 | amandel (steenvrucht) |
| hentōsen-扁桃腺 | (keel)amandel; tonsil |
| heonkigō-ヘ音記号 | (muziek) f-sleutel; bassleutel |
| heppoko-へっぽこ | slecht; inferieur (in vaardigheid); nutteloos |
| herajika-箆鹿 | eland |
| herenizumu-ヘレニズム | hellenisme |
| heri-ヘリ | heli; helikopter |
| herikoputā-ヘリコプター | helikopter |
| heriomētā-ヘリオメーター | heliometer; zonnemeter |
| heriosu-ヘリオス | Helios (zonnegod uit de Griekse mythologie) |
| heriosukōpu-ヘリオスコープ | helioscoop; zonnekijker |
| heriumu-ヘリウム | helium (chem. element) |
| herumesu-ヘルメス | Hermes (figuur uit de Griekse Mythologie: zoon van Zeus, god van handel, reizigers en dieven) |
| herumetto-ヘルメット | helm; valhelm; tropenhelm; zonnehoed |
| herupā-ヘルパー | hulp; helper; assistent |
| heso-臍 | navel |
| heso-臍 | kern; middelpunt; belangrijkste punt |
| hesonoo-臍の緒 | navelstreng |
| hetakuso-下手糞 | onbekwaam [onhandig, slecht; slordig; waardeloos] zijn |
| hetchara-へっちゃら | gemakkelijk; eenvoudig |
| heterosekushuaru-へテロセクシュアル | heteroseksueel |
| hetsurau-諂う | vleien; ophemelen; stroop om de mond smeren; bij iemand in de gunst [in het gevlij] proberen te komen |
| hettakure-へったくれ | potverdorie; naar de hel met...; (je kan) de pot op |
| hettsui-竈 | traditioneel Japans fornuis [kooktoestel] (gestookt op hout of houtskool) |
| heyazumi-部屋住み | (in een traditionele Japanse familie) de wettige oudste zoon die thuis woont en nog niet het hoofd van de familie is geworden |
| heyazumi-部屋住み | (bij gangsters) bendelid dat in de groepsruimte woont en klusjes doet voor de bendeleider |
| hēzerunattsu-ヘーゼルナッツ | hazelnoot |
| hi-比 | een equivalent; vergelijkbare entiteit |
| hi-被 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) geeft aan dat iemand (of jezelf) object van een handeling is |
| hi-鄙 | (in kanji combinaties) platteland; afgelegen plek; inferieur; ik [mijzelf] (nederig) |
| hiasobi-火遊び | het spelen met vuur (lett. en fig.) |
| hiatari-日当たり | blootstelling aan de zon; plek in de zon |
| hibari-雲雀 | veldleeuwerik ((Alauda arvensis)) |
| hibi-日日 | dagelijks; elke dag; alle dagen |
| hibiki-響き | resonantie; vibratie; akoestiek; kwaliteit van een geluid |
| hibiki-響き | geluid; klank |
| hibiku-響く | (van verre) weerklinken; weergalmen; echoën; ver reiken (geluid) |
| hību-ヒーブ | (home economist in business) iemand die werkzaam is op de consumentenafdeling van een bedrijf |
| hibutsu-秘仏 | een verborgen boeddhabeeld; een boeddhabeeld dat slechts bij uitzondering (bijzondere gelegenheden, diensten, e.d.) aan het publiek wordt getoond |
| hibyōin-避病院 | ziekenhuis voor patiënten met een besmettelijke ziekte (die in quarantaine moeten blijven); pesthuis |
| hichiriki-篳篥 | hichiriki, een Japans blaasinstrument (gemaakt van bamboe) gebruikt voor traditionele gagaku muziek |
| hichō-秘聴 | het afluisteren [aftappen] (van een telefoon) |
| hichō-飛鳥 | een vliegende vogel; vogel in vlucht |
| hichū-秘中 | heimelijk gekoesterd; geheim gehouden (veelal gevoelens) |
| hidan-飛弾 | projectiel; rondvliegende kogels |
| hidari-左 | veel alcohol drinken; iemand die veel alcohol drinkt |
| hidarimae-左前 | slechte financiële situatie; (economische) recessie |
| hidarimuki-左向き | de verkeerde kant (van een kimono overslag) ; slechte financiële situatie; (economische) recessie |
| hidaritō-左党 | drinker; iem. die veel (alcohol) drinkt; dronkelap |
| hidariuchiwa-左団扇 | welgesteldheid; in goede doen zijn |
| hidariyotsu-左四つ | (van sumoworstelaars) greep met de linkerhand onder de rechterarm van de tegenstander |
| hidarizukai-左使い | (bunraku) de assistent poppenspeler die de linker arm van de pop beweegt |
| hiden-飛電 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
| hidoi-酷い | wreed; gemeen; schandalig; genadeloos |
| hidoi-酷い | verschrikkelijk; vreselijk |
| hidoku-酷く | verschrikkelijk; vreselijk; extreem |
| hidori-日取り | de [vastgestelde; afgesproken] datum [dag] |
| hiebie-冷え冷え | kil; koud; koel |
| hieki-裨益 | voordeel; profijt; winst |
| hiekisuru-裨益する | ten goede komen; baat hebben; voordeel halen; profiteren |
| hiekomu-冷え込む | koud [kil] worden; afkoelen |
| hien-飛燕 | (in vechtsporten) snel bukken en draaien (als een zwaluw) |
| hieru-冷える | koud worden; het koud krijgen; kleumen; afkoelen |
| hieshō-冷え性 | gevoeligheid voor kou; slecht tegen kou kunnen |
| higaitodoke-被害届 | aangifte van geleden schade (bij een overheidsinstelling, politie, e.d.) |
| higan-彼岸 | een 7-daagse boeddhistische viering tijdens zowel de lente- als de herfst equinox |
| higanaichinichi-日がな一日 | (gedurende) de hele dag |
| higanbana-彼岸花 | rode spin lelie (Lycoris radiata) |
| higanzakura-彼岸桜 | Higankers (Prunus x subhirtella) |
| higashihankyū-東半球 | het oostelijk halfrond |
| higasi-東 | (sumo) de oostelijke kant van de ring |
| higawari-日替わり | iedere dag (iets) anders; wisselend per dag |
| hige-卑下 | zelfverachting; een lage dunk van jezelf hebben; nederigheid; onderdanigheid |
| higeki-悲劇 | (toneel) tragedie; treurspel |
| higi-秘儀 | geheime ceremonie [ritueel] |
| higisha-被疑者 | (formeel) verdachte (van een misdaad) |
| higo-飛語 | gerucht; roddel; valse informatie |
| higoto-日毎 | elke dag; dagelijks |
| higurashi-日暮らし | van 's ochtends to 's avonds; de hele dag |
| higuruma-日車 | zonnebloem (Helianthus annuus) |
| hih-引っ | (conjunctieve vorm van 引く) wordt gebruikt als voorvoegsel voor werkwoorden, om de betekenis te versterken |
| hihaku-飛白 | decoratieve penseeltechniek bij het kalligraferen (met vervaagde lijnen) |
| hihokenbutsu-被保険物 | verzekerd object [artikel; eigendom] |
| hihon-秘本 | dierbaar boek (waar men zuinig op is en zelden aan anderen laat zien); geheim boek |
| hii-非違 | onwettelijkheid; onrechtmatigheid |
| hiideru-秀でる | uitblinken; (anderen) overtreffen; excelleren |
| hiiki-贔屓 | voorkeur; favoriet; lievelingetje; begunstiging |
| hiji-肘 | elleboog |
| hijikakeisu-肘掛け椅子 | fauteuil; leunstoel |
| hijō-非情 | ongevoeligheid; kilheid; onverschilligheid |
| hijō-非情 | levenloze [niet levende; zielloze] dingen |
| hijōkin-非常勤 | deeltijd [parttime] werk |
| hijū-比重 | relatief belang |
| hijū-比重 | relatieve dichtheid |
| hijun-批准 | ratificatie (voornamelijk van internationale verdragen) |
| hijura-ヒジュラ | (Arab. hijrah) hidjra (de migratie van de islamitische profeet Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622) |
| hika-悲歌 | elegie; treurdicht; klaagzang |
| hikage-日陰 | onbekendheid; duisterheid; onbegrijpelijkheid |
| hikage-日陰 | onbekendheid; onopvallendheid; duisterheid; onbegrijpelijkheid |
| hikagemono-日陰者 | iemand die door de wereld is vergeten; iemand die in de anonimiteit leeft |
| hikaki-火掻き | (kachel)pook |
| hikakibō-火掻き棒 | pook; rakelijzer; ovenkrabber |
| hikaku-比較 | vergelijking |
| hikanzeishōheki-非関税障壁 | non-tarifaire handelsbelemmering (de inperking van vrije handel tussen twee landen welke niet de vorm van een tarief aanneemt) |
| hikaru-光る | schijnen; glinsteren; fonkelen (sterren); oplichten |
| hikazei-非課税 | belastingvrijstelling; fiscale vrijstelling |
| hike-引け | slotprijs (aandelenmarkt) |
| hike-引け | het zich inferieur voelen; verslagen zijn |
| hiken-丕顕 | uitgebreide verduidelijking |
| hiken-比肩 | het gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hiken-秘鍵 | geheime leer (in een religie) |
| hikensuru-比肩する | gelijkwaardig [vergelijkbaar] zijn (met); gunstig afsteken (bij); op één lijn staan (met) |
| hikeru-引ける | sluiten; voorbij [uit; afgelopen] zijn |
| hiki-匹 | (woord voor het tellen van kleinere dieren, zoals katten, honden, vissen, insecten, etc.) |
| hikiatekin-引当金 | reserve (boekhouden: gedeelte van eigen vermogen in een onderneming)) |
| hikidasu-引き出す | (geld) opnemen |
| hikihanasu-引き離す | wegtrekken; uit elkaar halen; scheiden |
| hikikae-引き換え | ruil; ruiling; wisseling; uitwisseling |
| hikikaeru-引き換える | wisselen; ruilen; omwisselen; omruilen |
| hikimaku-引き幕 | toneelgordijn |
| hikimekagibana-引き目鉤鼻 | een schildertechniek voor het tekenen van menselijke gezichten (gebruikt in Yamato-e tijdens de Heian-periode) |
| hikimokirazu-引きも切らず | onophoudelijk; continu; voortdurend; onafgebroken; doorlopend |
| hikin-卑近 | het vertrouwde; herkenbare; gewone; gebruikelijke |
| hikin-飛禽 | vliegende vogel; vogel die kan vliegen |
| hikinzoku-卑金属 | onedel metaal |
| hikinzokugenso-非金属元素 | een niet-metaal element (bijv. waterstof, zuurstof, zwavel, etc.) |
| hikishimeru-引き締める | strenger [strikter] maken (regels, etc.) |
| hikishimeru-引き締める | strakker maken; insnoeren; aantrekken (riem, touw, teugels, etc.) |
| hikitateru-引き立てる | iem. (met geweld) meenemen [ergens heenbrengen] (naar gevangenis, politiebureau, e.d.) |
| hikite-引き手 | knop; hendel; handvat |
| hikite-弾き手 | bespeler van een muziekinstrument |
| hikitsuzuki-引き続き | continu; onophoudelijk; achtereenvolgend |
| hikiukenin-引受人 | acceptant (van een wissel); assuradeur; borgsteller |
| hikiwake-引き分け | gelijkspel; gelijke stand; onbeslist |
| hikizome-弾き初め | een instrument voor de eerste keer bespelen na aankoop ervan |
| hikizome-弾き初め | de eerste keer dat een instrument wordt bespeeld in het nieuwe jaar |
| hikka-筆架 | rek [standaard] voor schrijfpenselen |
| hikkai-筆海 | etui [foedraal] voor penselen |
| hikkaku-筆画 | (schrijf)streep [element] van een kanji |
| hikkan-筆管 | penseelhouder (van glas e.d. om het schrijven tijdelijk te onderbreken) |
| hikkei-必携 | iets dat onmisbaar [essentieel] is; iets dat je moet hebben |
| hikken-筆硯 | een term die voornamelijk in brieven wordt gebruikt en verwijst naar het leven van een bepaalde schrijver |
| hikken-筆硯 | (schrijf)penseel en inktsteen |
| hikkishiken-筆記試験 | schriftelijk examen |
| hikkoshisoba-引っ越し蕎麦 | (lett. verhuisnoedels) boekweitnoedels (soba), traditioneel uitgedeeld aan de buren na een verhuizing; soba kan in het Japans ook betekenen: naast) |
| hikōjō-飛行場 | vliegveld; luchthaven |
| hikōkennin-被後見人 | beschermeling; ondertoezichtgestelde [handelingsonbekwame] persoon |
| hikōsen-飛行船 | luchtschip; zeppelin |
| hikōshiki-非公式 | informeel [inofficieel] zijn |
| hiku-引く | trekken (streep; kaart; lot; kabels) |
| hiku-弾く | spelen (op een snaarinstrument of toetsinstrument); een muziekinstrument bespelen |
| hikuteamata-引く手数多 | heel populair [in trek; gewild] zijn |
| hikyō-比況 | vergelijking |
| hikyō-秘境 | onontgonnen [onontwikkeld; onbekend; afgelegen] gebied; buiten de geijkte paden |
| hikyō-秘教 | esoterische religie [leer] |
| hikyoku-悲曲 | klaagzang; treurige melodie |
| hima-隙 | kans; gelegenheid |
| himadoru-暇取る | lang duren; veel tijd kosten; vertraging oplopen |
| himajin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| himansaibō-肥満細胞 | mestcel; mastocyt |
| himatsu-飛沫 | spetter; spat; druppel |
| himatsubushi-暇潰し | vrijetijdsbesteding; tijddoder; tijd doelloos doorbrengen; jezelf bezig houden |
| himawari-向日葵 | zonnebloem (Helianthus annuus) |
| himitsu-秘密 | mysterie; raadsel |
| himitsu-秘密 | geheimhouding; vertrouwelijkheid |
| himo-ヒモ | (politieterm) souteneur; koppelaar; pooier |
| himuro-氷室 | ijshuisje; ijshut; ijskelder (om ijs te bewaren in de zomer) |
| hina-鄙 | het platteland |
| hina-雛 | kuikentje; vogeltje |
| hinadori-雛鳥 | kuikentje; vogeltje |
| hinagiku-雛菊 | madeliefje; meizoentje |
| hinamatsuri-雛祭り | Japans poppenfeest [Meisjesdag] (op 3 maart, dan stallen meisjes hun traditionele poppen uit) |
| hinami-日並み | elke dag; dagelijks |
| hinami-日並み | een goede [gunstige] dag; dag die geluk brengt |
| hinaningyō-雛人形 | hina-pop (traditionele Japanse pop die op 3 maart, de dag van het Japanse poppenfeest, wordt uitgestald) |
| hinarazushite-日ならずして | weldra; binnen enkele dagen; binnenkort |
| hinauta-鄙歌 | (oud) volksliedje; plattelands lied |
| hinbutsu-品物 | alles tussen hemel en aarde |
| hinbutsu-品物 | artikelen; goederen; waren |
| hinekurimawasu-捻くり回す | friemelen; peuteren; prutsen; knoeien (aan); morrelen (aan); spelen (met) |
| hinemosu-終日 | de hele dag lang [door] |
| hineshōga-陳生姜 | een stuk gemberwortel |
| hinjaku-貧弱 | arm [armoedig; schamel; inferieur] zijn |
| hinkaku-品格 | waardigheid; goede smaak; elegantie |
| hinkonsha-貧困者 | arme mensen; de armen; minderbedeelden; pauper(s) |
| hinoban-火の番 | brandwacht (functionaris) in een kasteel (Edo shogunaat) |
| hinoban-火の番 | hofdame in de binnenvertrekken [-ruimtes] van een kasteel (Edo-periode) |
| hinoke-火の気 | (het gevoel van) warmte van een vuur |
| hinokuruma-火の車 | moeilijke (financiële) omstandigheden |
| hinokuruma-火の車 | (Boeddhisme) vuurwagen die de zielen van de zondaren naar de hel brengt |
| hinomarubentō-日の丸弁当 | een bentō (lunchbox) met witte rijst en één rode pruim in het midden (zodat het geheel lijkt op de Japanse vlag hinomaru) |
| hinoshi-火熨斗 | (klassiek) strijkijzer (zonder elektra) |
| hinpan-頻繁 | voortdurend [onophoudelijk; herhaald; regelmatig] zijn |
| hinsei-品性 | (filosofie) karakter als een morele [innerlijke] waarde |
| hinsei-品性 | (menselijk) karakter; aard; inborst; persoonlijkheid |
| hintārando-ヒンターランド | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
| hipokuritto-ヒポクリット | hypocriet; huichelaar |
| hipparidako-引っ張り凧 | een veel gevraagd persoon |
| hippō-筆法 | compositieleer van teksten |
| hippō-筆法 | gebruikswijze van een (schrijf)penseel; penseelvoering; penseelbehandeling |
| hippu-匹夫 | onbelangrijke [eenvoudige] man; man met een lage functie; ongeschoolde [onwetende] man |
| hirafude-平筆 | platte penseel |
| hirahira-ひらひら | (onomatopee) fladderend; dwarrelend; klapperend; flikkerend |
| hirajiro-平城 | een kasteel dat op een vlak terrein is gebouwd (dus niet op een berg of heuvel) |
| hiramasa-平政 | geelstaart koningsvis (Seriola lalandi) |
| hiramekaseru-閃かせる | fonkelen; pronken met |
| hiranomi-平ノミ | beitel |
| hiratai-平たい | simpel; eenvoudig; makkelijk (te begrijpen) |
| hirayamajiro-平山城 | een kasteel op een heuvel (gebouwd) |
| hireidaihyōsei-比例代表制 | kiesstelsel van proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten (met meerdere zetels) |
| hiri-非理 | onredelijk; ongehoorzaam; onlogisch; absurd |
| hirihiri-ひりひり | prikkelend [stekend; brandend] gevoel (van pijn) |
| hirih・pirih-ひりっ・ぴりっ | acuut pijngevoel; pijnscheut; het heet [scherp] zijn van eten |
| hiriki-非力 | machteloosheid; hulpeloosheid |
| hiriri-ひりり | (tijdelijk) verdoofd; gevoelloos; geprikkeld |
| hīrō-ヒーロー | held; heldhaftige figuur |
| hirōen-披露宴 | huwelijksreceptie; bijeenkomst; feest |
| hiroibashi-拾い箸 | eetstokjes gebruikt om eten door te geven aan elkaar (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| hiroikku-ヒロイック | heldhaftig; heroïsch |
| hiroin-ヒロイン | heldin; vrouwelijke hoofdpersoon |
| hiroin-ヒロイン | heldin; heldhaftige [dappere] vrouw |
| hiroizumu-ヒロイズム | heroïsme; heldendom; heldhaftigheid |
| hirono-広野 | open veld; uitgestrekte vlakte |
| hiropon-ヒロポン | Philopon, handelsnaam voor methamfetamine in Japan |
| hirou-拾う | kiezen; selecteren; verzamelen; verkrijgen |
| hirou-拾う | oppikken (geluid, etc.); iemand oppikken [ophalen] |
| hīru-ヒール | hiel; hak (van een voet; schoen; kous) |
| hīru-ヒール | (bij prof. worstelen) de slechterik; schurk |
| hīruhōrudo-ヒールホールド | hielklem |
| hirui-比類 | equivalent; een vergelijkbaar iets |
| hirumu-怯む | terugdeinzen; ineenkrimpen; aarzelen |
| hiruseki-昼席 | matinee; middagvoorstelling |
| hisabisa-久久 | (heel) lang geleden tijd [periode] |
| hisaishashūyōjo-被災者収容所 | vluchtelingenkamp |
| hisan-悲惨 | ellende; misère; leed |
| hisashi-庇 | dakrand; luifel; baldakijn |
| hisashiburi-久し振り | een tijdje geleden; na een tijdje |
| hiseiki-非正規 | (afk. voor) losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hiseikikoyō-非正規雇用 | losse baantjes; tijdelijk [onregelmatig] werk |
| hisen-飛泉 | stroomversnelling |
| hishakōteki-非社交的 | asociaal; terughoudend; eenzelvig; teruggetrokken |
| hishaku-柄杓 | (diepe) opscheplepel (meestal van hout of bamboe) |
| hishō-費消 | het opmaken (van geld of goederen) |
| hishō-費消 | verduistering (van geld); fraude |
| hisho-避暑 | de zomerse hitte ontvluchten (door naar een koelere plek te gaan) |
| hishōsuru-費消する | (geld of goederen) opmaken |
| hishōsuru-費消する | (geld) verduisteren; frauderen |
| hiso-ヒ素 | arsenicum; arseen (chem. element) |
| hiso-砒素 | arsenicum; arseen (chem. element) |
| hisoka-密か | geheim; heimelijk; stiekem; clandestien; privé |
| hisoyaka-密やか | heimelijk; ongrijpbaar; onopvallend |
| hissaku-筆削 | (schriftelijke) correctie; verbetering; het bijwerken van een tekst |
| hissatsu-必殺 | dodelijk [zeer heftig] zijn; vast voornemen om te doden |
| hissei-畢生 | het hele leven |
| hissei-筆勢 | levendige [krachtige] penseelvoering; levendig [krachtig] handschrift |
| hissen-筆洗 | verwijdering van inkt uit een penseelpunt; het reinigen van een penseel(punt) |
| hissen-筆線 | penseellijn; penseelstreek (in schilderkunst, kalligrafie, e.d.) |
| hisshi-必死 | onvermijdelijke dood |
| hisshi-必死 | (shōgi) onvermijdelijke schaakmat situatie |
| hisshi-必至 | (shōgi) onvermijdelijk schaakmat situatie |
| hisshi-筆紙 | schriftelijke uitdrukking (van je gevoelens); het je gedachten op papier zetten |
| hisshoku-筆触 | penseelstreek; penseelvoering |
| hīsu-ヒース | hei; heideveld; onbebouwd stuk land |
| hisuru-比する | vergelijken |
| hītā-ヒーター | verwarming; kachel; verwarmingstoestel |
| hitaburu-一向 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
| hitahita-ひたひた | (onomatopee) een kabbelend geluid (als van golven) |
| hitasu-浸す | onderdompelen; doordrenken; weken; bevochtigen |
| hitasura-只管 | vastberaden [doelbewust; standvastig; toegewijd] zijn |
| hitatare-直垂 | traditionele Japanse kleding (oorspronkelijk de werkkleding van het gewone volk, later, vanaf de Muromachi periode, gedragen door de samoerai) |
| hitato-ひたと | plotseling |
| hitō-秘湯 | (afgelegen) weinig bekende warme bron |
| hitoanshin-一安心 | gevoel van opluchting; gemoedsrust |
| hitoban-一晩 | de hele avond [nacht] |
| hitoberashi-人減らし | personeelsinkrimping; personeelsvermindering |
| hitobito-人人 | veel mensen; iedereen |
| hitodanomi-人頼み | afhankelijk zijn van iemand anders; rekenen [vertrouwen] op iemand anders |
| hitodasuke-人助け | een vriendelijke daad; gunst; hulp aan andere mensen |
| hitode-人手 | (menselijke) hand |
| hitode-人手 | hulp; helpende hand |
| hitodebusoku-人手不足 | tekort aan personeel; tekort aan arbeiders |
| hitodenashi-人でなし | een bruut; beest; monster; onmenselijk wezen |
| hitoeni-偏に | volledig, uitsluitend; geheel |
| hitofude-一筆 | een penseelstreek [pennenstreek] |
| hitogoe-人声 | (het geluid van) de (menselijke) stem |
| hitogokoro-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| hitoichibai-人一倍 | ongewoon; ongebruikelijk |
| hitoichibai-人一倍 | meer dan anderen; meer dan gewoonlijk; met extra [meer] inzet; (ver)dubbel(d); twee keer (zo hard, veel, etc.) |
| hitoikire-人熱れ | muffe [benauwde] lucht (van veel mensen in een kleine ruimte) |
| hitojichi-人質 | gijzelaar; gegijzelde |
| hitojichihan-人質犯 | gijzelnemer |
| hitojichitori-人質取り | gijzelnemer |
| hitokado-一廉 | vrij goed [redelijk; behoorlijk; beter dan anderen] zijn |
| hitokage-人影 | menselijke figuur [silhouet] |
| hitokata-一方 | (erend beleefd) een persoon |
| hitokawa-一皮 | een stukje huid [vel] |
| hitokoe-一声 | het kort iets zeggen; een enkel woord |
| hitokoto-一言 | één (enkel) woord; een paar woorden |
| hitokuchi-一口 | één deel [portie] |
| hitokudari-一行 | een deel [sectie] van een tekst |
| hitokudari-一行 | een zin [regel] |
| hitokurōn-ヒトクローン | menselijke kloon |
| hitomakase-人任せ | het aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomakasesuru-人任せする | (iets) aan anderen overlaten; geen verantwoordelijkheid nemen |
| hitomawari-一回り | een hele slagvolgorde (honkbal) |
| hitome-人目 | publiek; openbaar; in de ogen van de wereld |
| hitomoji-人文字 | een letter [karakter] uitgebeeld door een groep mensen |
| hitomukashi-一昔 | lang geleden; (ongeveer) tien jaar (geleden) |
| hitomukashimae-一昔前 | lange tijd geleden; vroeger |
| hitonadare-人雪崩 | aanzwellende menigte; lawine van mensen |
| hitonami-人並み | gewoon [gemiddeld; normaal] zijn |
| hitonigiri-一握り | een handvol; handjevol; kleine hoeveelheid; klein [gering] aantal |
| hitoomoini-一思いに | resoluut; spontaan; zonder er al te veel over na te denken |
| hitoriaruki-独り歩き | het alleen lopen [wandelen] |
| hitoribotchi-独りぼっち | een eenling; einzelgänger |
| hitoributai-一人舞台 | solo optreden; alleen op het toneel staan |
| hitoridachi-独り立ち | het onafhankelijk zijn; op eigen benen staan |
| hitorigaten-独り合点 | aanname; overhaast oordeel; te snelle conclusie |
| hitorigime-独り決め | (eigen) aanname [beslissing] zelf beslissen |
| hitorigurashi-一人暮らし | alleen leven [wonen; een kluizenaarsbestaan; vrijgezellen bestaan; celibaat |
| hitorihitori-一人一人 | elk (persoon); een ieder; een voor een; individueel |
| hitorimae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| hitorimi-独り身 | het ongetrouwd zijn; alleen wonen; celibaat |
| hitorimi-独り身 | vrijgezel [vrijgezellin]; ongetrouwde [alleenwonende] persoon |
| hitorimono-独り者 | iem. die alleen is; een vrijgezel; ongetrouwde vrouw; een oude vrijster |
| hitorishibai-一人芝居 | onemanshow; onewomanshow; solovoorstelling |
| hitoriyogari-独りよがり | zelfingenomenheid; eigendunk; eigenwijsheid |
| hitorizumō-一人相撲 | alleen bewegingen uitvoeren van een sumoworstelaar (als Shinto ritueel of als straatoptreden) |
| hitoshii-等しい | eender; identiek; gelijk; gelijkwaardig |
| hitosuji-一筋 | geconcentreerd zijn (op); toegewijd zijn; het zich toeleggen [richten] (op) |
| hitosujinawa-一筋縄 | de gewone [makkelijke] manier [methode] |
| hitotabi-一度 | gelijktijdig |
| hitotsuoki-一つ置き | afwisseling |
| hitotsuya-一つ家 | een huis; hetzelfde huis |
| hitoyama-一山 | een hoop; stapel; opstapeling |
| hitoyama-一山 | een berg; heuvel |
| hitoyama-一山 | opstakel; moeilijke situatie |
| hitoyama-一山 | de hele berg |
| hitoyo-一夜 | een nacht [avond]; de hele nacht |
| hitozukai-人使い | de wijze van omgaan met [behandeling van] werknemers [personeel]; mensen 'gebruiken' |
| hitozuki-人好き | charme; aantrekkelijkheid |
| hitozure-人擦れ | wereldwijsheid; levenswijsheid; levenservaring |
| hito・genomu-ヒト・ゲノム | menselijk genoom |
| hitsu-櫃 | grote kist; bak met deksel (vaak zonder scharnierverbindingen) |
| hitsu-筆 | perceel [kavel] van een akker [woongebied] |
| hitsu-筆 | penseel; kwast; pen; potlood |
| hitsuatsu-筆圧 | de druk [kracht] die tijdens het schrijven op (de punt van) een pen of penseel wordt uitgeoefend |
| hitsuboku-筆墨 | (schrijf)penseel en inkt |
| hitsuboku-筆墨 | wat geschreven is met penseel en inkt; kalligrafie |
| hitsudan-筆談 | schriftelijke communicatie |
| hitsudansuru-筆談する | schriftelijk communiceren |
| hitsudoku-必読 | noodzakelijke lectuur |
| hitsujigusa-未草 | dwergwaterlelie (Nymphaea tetragona) |
| hitsujin-筆陣 | stellingname (in een polemiek; pennenstrijd; twistgeschrift) |
| hitsuju-必需 | absoluut noodzakelijk [nodig] zijn |
| hitsumetsu-必滅 | sterfelijkheid; mortaliteit |
| hitsuryoku-筆力 | expressiviteit [expressieve kracht] van een penseelvoering [beschrijving] |
| hitsuyōjōken-必要条件 | sine qua non; noodzakelijke voorwaarden (relatie tussen stellingen); vereisten |
| hitsuzenteki-必然的 | onvermijdelijk |
| hitsuzetsu-筆舌 | (lett. penseel en tong) het geschreven en gesproken woord |
| hitteki-匹敵 | gelijkwaardige tegenstander |
| hitteki-匹敵 | metgezel; echtgenoot; echtgenote |
| hitteki-匹敵 | gelijkwaardig zijn; goed vergelijkbaar zijn |
| hittekisuru-匹敵する | gelijkwaardig zijn aan; zich kunnen meten met; niet onderdoen voor; opgewassen zijn tegen |
| hittō-筆答 | schriftelijk antwoord |
| hittō-筆頭 | punt [kwastgedeelte] van een (schrijf)penseel |
| hitto・endo・ran-ヒット・エンド・ラン | (honkbal) het stelen van een honk |
| hiun-非運 | pech; tegenslag; ongeluk |
| hiwa-悲話 | triest [zielig] verhaal |
| hiwa-鶸 | sijs (zangvogel, Carduelis spinus) |
| hiwai-卑猥 | onzedelijkheid; obsceniteit |
| hiwairo-鶸色 | zacht geelgroene kleur (de kleur van de veren van de sijs) |
| hiya-冷や | koude [gekoelde] sake |
| hiyakasu-冷やかす | winkelen zonder iets te kopen; kijken maar niet kopen |
| hiyakasu-冷やかす | weken [afkoelen] in koud water |
| hiyakedome -日焼け止め | zonnebrandmiddel |
| hiyaku-秘薬 | geheim geneesmiddel; geneesmiddel waarvan het recept geheim gehouden wordt |
| hiyaku-秘薬 | wondermiddel; wondermedicijn |
| hiyaku-秘鑰 | aanwijzing die een geheim of mysterie onthult; sleutel tot de oplossing |
| hiyaku-秘鑰 | geheime sleutel |
| hiyaku-飛躍 | sprong; gespring; snelle voortgang |
| hiyameshi-冷や飯 | kille [koele] behandeling [benadering] |
| hiyameshizōri-冷や飯草履 | eenvoudige zori (traditionele Japanse rieten teensandalen) |
| hiyamizu-冷や水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| hiyamugi-冷や麦 | koud geserveerde udon noedels |
| hiyarito-ひやりと | kil; koel; koud |
| hiyasu-冷やす | koelen; afkoelen; invriezen |
| hiyayaka-冷ややか | (fig.) kil [koel; koud; onbenaderbaar] zijn |
| hiyodori-鵯 | bruinoorbuulbuul (een zangvogel: Hypsipetes amaurotis) |
| hiyoku-比翼 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyoku-比翼 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
| hiyokumon-比翼紋 | een combinatie van de familiewapens van twee geliefden |
| hiyokunotori-比翼の鳥 | een mythische vogelpaar uit het Oude China met ieder één vleugel en één oog; ook gebruikt als metafoor voor een gelukkig liefdespaar |
| hiyokurenri-比翼連理 | huwelijksgelofte |
| hiyokuzuka-比翼塚 | dubbel graf van twee geliefden |
| hiyomeki-顋門 | fontanel (van de schedel) |
| hiyorimi-日和見 | opportunisme; afwachtende houding; besluiteloosheid; de kat uit de boom kijken |
| hiyorimi-日和見 | weersvoorspelling |
| hiyowai-ひ弱い | zwak; broos; teer; ziekelijk |
| hiyu-比喩 | stijlfiguur; woordspeling; gelijkenis; metafoor |
| hizamazuku-跪く | knielen |
| hizara-火皿 | kruitpan (onderdeel antiek vuurwapen) |
| hizazume-膝詰め | face to face; vis-à-vis; direct [recht] tegenover elkaar; rechtstreeks [persoonlijk] contact |
| hizoku-匪賊 | bandiet; schurk; rebel |
| hō-俸 | salaris; loon; toelage |
| hō-朋 | (in kanji combinaties) vriend metgezel; kameraad |
| hō-法 | (wiskunde) deler |
| hō-法 | wet; recht; grondbeginsel; principe; (boeddhistische) doctrine; religie; rede; code |
| hō-豊 | veel; groot aantal; overvloedig |
| hō-鳳 | een mythische Chinese vuurvogel [feniks] |
| hōan-奉安 | (m.n. religieuze) kostbaarheden zorgvuldig en veilig bewaren [opslaan] |
| hōan-法案 | wetsvoorstel |
| hoanshobun- 保安処分 | maatregelen om de openbare orde te handhaven |
| hoanyōin-保安要員 | ordehandhavingspersoneel; beveiligingsmedewerker |
| hōbai-朋輩 | kameraad; metgezel; collega |
| hōben-方便 | een handige manier; geschikt middel; hulpmiddel |
| hōbi-褒美 | beloning; prijs |
| hobikibune-帆曳船 | (traditioneel) zeilschip met één groot zeil over de gehele bootlengte |
| hobikifune-帆引き船 | (Japanse) (vissers)boot, met één groot zeil over de gehele lengte van het zeilvaartuig |
| hobikisen-帆曳船 | (traditioneel) zeilschip met één groot zeil over de gehele bootlengte |
| hobo-保母 | een werkneemster bij een kinderopvang (zoals peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, etc.) |
| hobo-略 | bijna; grotendeels |
| hōdai-邦題 | Japanse titel (van buitenlandse films of muziekstukken) |
| hōdan-法談 | boeddhistische preek [verhandeling; dialoog] |
| hōdan-砲弾 | kanonskogel; granaat |
| hōden-ホーデン | testikels; zaadballen |
| hōden-放電 | elektrische ontlading |
| hodō-補導 | begeleiding; supervisie; raadgeving |
| hodohodo-程程 | gematigd [matig; gemiddeld; precies genoeg] zijn |
| hodokeru-解ける | zich ontspannen; tot rust komen; je opgelucht voelen |
| hodokosu-施す | uitdelen; overhandigen; schenken |
| hodoku-解く | losmaken; losknopen; ontwarren; ontrafelen; loslaten; uitpakken |
| hodoyoi-程好い | gematigd; middelmatig |
| hōe-法衣 | religieuze kleding; priestergewaad |
| hōei-放映 | televisieuitzending |
| hōetsu-法悦 | (boeddh.) religieuze extase |
| hōfu-豊富 | rijkdom; weelde; overvloed |
| hōfuku-報復 | vergelding; wraak(neming) |
| hōfukusochi-報復措置 | represailles; vergeldingsacties; wraak |
| hofumanhōshiki-ホフマン方式 | de Hoffmann methode (soort financiële berekeningsmethode) |
| hōfutsu-彷彿 | sterke gelijkenis |
| hōga-邦画 | traditionele Japanse schilderkunst |
| hōgaku-邦楽 | (traditionele) Japanse muziek |
| hōgakubu-法学部 | Faculteit der Rechtsgeleerdheid |
| hōgan-砲丸 | kanonskogel |
| hōgan-砲丸 | stootkogel (massieve metalen bol voor kogelstoten) |
| hōgannage-砲丸投げ | het kogelstoten |
| hogo-反故 | nutteloze dingen |
| hogobyō-保護猫 | (uit een dierenasiel) pleegkat; adoptiekat |
| hogoken-保護犬 | (uit een dierenasiel) pleeghond; adoptiehond |
| hōgyoku-宝玉 | edelsteen; kostbaar juweel |
| hōi-包囲 | (mil.) omsingeling; belegering; insluiting |
| hoihoi-ほいほい | gemakkelijk; zonder enige moeite; volgzaam |
| hoikuen-保育園 | crèche; kinderdagverblijf; peuterspeelzaal |
| hoikusho-保育所 | (formeel) crèche; kinderdagverblijf; peuterspeelzaal |
| hoīru-ホイール | wiel |
| hoīrubēsu-ホイールベース | wielbasis (afstand tussen voor-en achterwielen) |
| hoīru・bēsu-ホイール・ベース | wielbasis |
| hoīru・kyappu-ホイール・キャップ | wieldop |
| hōjinzei-法人税 | vennootschapsbelasting |
| hojisha-保持者 | houder (van een record, titel, vergunning, etc.) |
| hojō-捕縄 | bindtouw om bewegingsvrijheid van verdachten, criminelen, e.d., te beperken tijdens het vervoer van een locatie naar een andere (vgl. een hondenlijn) |
| hōjō-法帖 | lesboek voor (kanji) kalligrafie (met klassieke voorbeelden van oude (Chinese) meesters) |
| hojorin-補助輪 | zijwiel |
| hojosuru-補助する | helpen; assisteren; steun |
| hōjū-放獣 | het vangen van een dier (b.v. een beer) en elders (in een natuurgebied) uitzetten; het per ongeluk vangen van een dier en weer vrijlaten; bijvangst |
| hōjutsu-方術 | middel; manier; methode; wijze; techniek |
| hōka-法科 | juridische afdeling; opleiding Rechten; juridische opleiding |
| hōkai-崩壊 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| hōkai-法界 | het universum; heelal |
| hokan-補完 | aanvulling; toevoegsel; supplement |
| hōken-宝剣 | een kostbaar [belangrijk; eervol] zwaard. |
| hōkenseido-封建制度 | feodaal stelsel; feodalisme |
| hōkeru-呆ける | seniel [kinds] worden |
| hōkeru-呆ける | verstrooid [afgeleid; in gedachten verzonken] zijn |
| hōki-芳紀 | (een formele term voor vrouwen) huwbare [mooie; jeugdige; aantrekkelijke] leeftijd |
| hōki-蜂起 | opstand; oproer; rebellie |
| hokidasu-吐き出す | verspillen; in één keer uitgeven (geld) |
| hōkigusa-箒草 | (plant, Bassia scoparia) studentenkruid; studentenhaver; knuffelplant |
| hokkai-北海 | Noordelijke zee |
| hokkai-法界 | het universum; heelal |
| hokkaidō-北海道 | Hokkaido (noordelijkste hoofdeiland van Japan) |
| hokkigai-北寄貝 | surfmossel (Spisula sachalinensis) |
| hokkokuakaebi-北国赤海老 | zoete (noordelijke) garnaal (Pandalus borealis) |
| hokku-発句 | de eerste regel (van 5 lettergrepen) van een haiku of tanka gedicht |
| hokkyō-法橋 | (in de middeleeuwen) titel gegeven aan kunstenaars |
| hokkyokukai-北極海 | de Noordelijke IJszee |
| hokkyokuken-北極圏 | noordpoolcirkel |
| hōkō-方向 | doel; bestemming |
| hokō-歩行 | wandeling; het wandelen; lopen |
| hōkōkankaku-方向感覚 | richtingsgevoel; oriënteringsvermogen |
| hōkoku-報告 | melding; rapport; bericht; inlichting |
| hōkokusho-報告書 | (schriftelijk) verslag; rapport |
| hōkokusuru-報告する | melden; berichten; rapporteren |
| hōkōonchi-方向音痴 | geen richtingsgevoel hebben; iem. zonder richtingsgevoel |
| hokoraka-誇らか | trots [triomfantelijk] zijn |
| hokorashii-誇らしい | trots; triomfantelijk |
| hokori-埃 | rest; overblijfsel |
| hokosaki-矛先 | (fig.) speerpunt (leidend element) |
| hokōshatengoku-歩行者天国 | (lett. voetgangersparadijs) voetgangerszone; voetgangersgebied (ook een rijbaan die (tijdelijk) wordt gesloten voor autoverkeer) |
| hokōsuru-歩行する | wandelen; lopen; te voet gaan |
| hōkōtanchiki-方向探知機 | richtingbepaler; navigatiemiddel; radar |
| hokubu-北部 | het noordelijk deel; het noorden |
| hokuchi-火口 | tondel; tonder |
| hokuga-北画 | (afk. van) (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hokugen-北限 | het noordelijkste punt [gebied; grens] (van iets) |
| hokuhen-北辺 | het hoge noorden; noordelijk gebied; noordgrens |
| hokurikudō-北陸道 | Hokurikudō-snelweg die door die regio loopt |
| hokushuga-北宗画 | (landschap)schilderijen van de Noordelijke schildersschool (China), m.n. door professionele schilders met krachtige, scherpe lijnen |
| hokusoemu-ほくそ笑む | in zichzelf grinniken; gniffelen; een binnenpretje hebben |
| hokutan-北端 | noordpunt; noordelijkste punt |
| hokuteki-北狄 | noordelijke barbaren, naam die werd gegeven aan nomadische volkeren in het oude China |
| hokuto-北斗 | (afk. van) het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokutoshichisei-北斗七星 | het sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa Major) |
| hokuyō-北洋 | Noordelijke zee [oceaan; wateren]; Noordzee |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| hōkyō-豊頬 | volle, aantrekkelijke wangen |
| hokyū-補給 | aanvulling; bijvulling; bijvoegsel; supplement |
| hōman-放漫 | laks [losbandig; roekeloos; willekeurig] zijn |
| hōman-豊満 | weelderigheid; molligheid; wulpsheid |
| homāte-ホマーテ | pyroclastische kegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| hōmatsu-泡沫 | luchtbel; schuim |
| homechigiru-褒めちぎる | verheerlijken; (iemand de hemel in) prijzen; iemand overladen met lofbetuigingen |
| hōmen-方面 | vakgebied; veld |
| homeosutashisu-ホメオスタシス | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| homeru-褒める | prijzen; bewonderen; ophemelen; verheerlijken |
| hōmingu-ホーミング | geleiding (naar een doel) van moderne wapens (zoals raketten) |
| homo-ホモ | homosexueel; homo (kan als discriminerend of denigrerend ervaren worden) |
| homo-ホモ | (wetenschappelijke naam voor) mens |
| homogyūnyū-ホモ牛乳 | gehomogeniseerde melk |
| hōmon-法門 | boeddhistische leer; poort naar de boeddhistische [spirituele] verlichting |
| hōmongi-訪問着 | traditionele Japanse kimono (voor formele bezoeken) |
| homosekushuaru-ホモセクシュアル | homoseksueel |
| hōmotsu-宝物 | schat (kunst, cultuur); belangrijk [dierbaar] bezit; juweel |
| homo・ekonomikusu-ホモ・エコノミクス | homo economicus (de mens die zich laat leiden door economische en rationele overwegingen) |
| homo・habirisu-ホモ・ハビリス | Homo habilis (uitgestorven menssoort, die 2,3 tot 1,5 miljoen jaar geleden leefde in Oost-Afrika)) |
| homo・rūdensu-ホモ・ルーデンス | homo ludens (lett. de spelende mens) |
| homo・sapiensu-ホモ・サピエンス | (wetenschappelijke naam voor) de moderne mens; homo sapiens |
| hōmu-法務 | juridische [justitiële] zaken |
| hōmumēdo-ホームメード | eigengemaakt; zelf vervaardig [bereid] |
| hōmurūmu-ホームルーム | schoollokaal waar een groep leerlingen extra begeleiding krijgt van een vaste leraar (vaak voordat de reguliere lessen beginnen) |
| hōmusutoretchi-ホームストレッチ | het laatste gedeelte van een ovale renbaan voor de finish (parallel aan de backstretch) |
| hōmu・doresu-ホーム・ドレス | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| hōmu・guraundo-ホーム・グラウンド | (sport) op het eigen (speel)veld [terrein] |
| hōmu・sentā-ホーム・センター | doe-het-zelfzaak; bouwmarkt |
| hōmu・songu-ホーム・ソング | eenvoudige liedjes die zowel door kinderen als volwassenen gezongen worden |
| hōmu・suchīru-ホーム・スチール | (honkbal) het stelen van het thuishonk (d.w.z. dat de honkloper begint te rennen naar de thuisplaat al voordat de pitcher heeft gegooid) |
| hon-ホン | foon (eenheid die de luidheid van geluid uitdrukt) |
| hon-本 | boek; boekdeel; script |
| hon-本 | echte; belangrijke; hoofd- |
| hon-本 | dit; deze; dezelfde; huidige |
| hon-本 | (woord voor het tellen van lange cilindervormige voorwerpen, zoals pennen, flessen, etc.) |
| honami-穂並み | glooiende graanvelden; opstaande [wuivende] halmen [gewassen] |
| hōnan-法難 | godsdienstvervolging; religieuze vervolging |
| honba-本場 | (m.b.t. handelsbeurs) ochtendhandel |
| honban-本番 | (live) optreden (voor een publiek); tijdstip van handeling [actie e.d.]; filmopname |
| honbun-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| hondai-本題 | het hoofdonderwerp; de kwestie in behandeling; dit onderwerp; het eigenlijke onderwerp |
| honden-本殿 | woonhuis [dagelijks verblijf] van een keizer (voorheen de Seiryōden in Kyōto) |
| honden-本田 | (traditioneel) rijstveld |
| hondo-本土 | geboorteland; vaderland; thuisland |
| hondo-本土 | vasteland; hoofdland |
| hondō-本堂 | hoofdtempel (binnen een tempeldomein) |
| hondō-本道 | hoofdweg; snelweg |
| hone-骨 | overblijfselen; as; stoffelijk overschot |
| hone-骨 | skelet; geraamte; frame |
| honegumi-骨組み | frame; skelet (fig.); raamwerk; constructie |
| honegumi-骨組み | geraamte; skelet |
| honemi-骨身 | botten en vlees; het hele lichaam |
| hōnen-放念 | geruststelling; het iemand geruststellen; iets van je afzetten |
| honenashi-骨無し | rachitis; Engelse ziekte; iem. die lijdt aan rachitis |
| honeoshimi-骨惜しみ | het zichzelf ontzien [sparen] |
| honeppoi-骨っぽい | benig; knokig; met veel graten (vis) |
| hongi-本義 | grondbetekenis; fundamentele [ware; oorspronkelijke] betekenis |
| hongimari-本決まり | (formele) definitieve beslissing; vaststaand besluit |
| hongū-本宮 | hoofdschrijn (binnen een shinto heiligdom); oorspronkelijke schrijn |
| honji-本地 | oorspronkelijke vorm; (iemand's) ware aard; (iemand's) diepste gedachten |
| honji-本地 | oorspronkelijke verschijningsvorm van een Boeddha |
| honji-本寺 | hoofdtempel (van een boeddhistische school) |
| honji-本寺 | deze tempel |
| honjitsu-本日 | (schrijftaal, formeel) vandaag |
| honka-本歌 | het originele [oorspronkelijke] gedicht |
| honkaku-本格 | traditionele [formele] methode [regels] |
| honkakuteki-本格的 | volwaardig; volledig; totaal; volslagen; regelrecht; serieus |
| honmaru-本丸 | donjon; hoofdtoren (van een kasteel) |
| honmaru-本丸 | bolwerk; bastion; hoofdpunt (van iets); hoofdafdeling (van een instelling e.d.) |
| honmatsu-本末 | oorzaak en gevolg; begin en einde; de middelen en het doel; wortel en tak; hoofd- en bijzaak |
| honmatsutentō-本末転倒 | verkeerd beoordelen wat belangrijk en onbelangrijk is; het paard achter de wagen spannen |
| honmon-本文 | originele tekst; brontekst (in boek, document; brief, etc.) |
| honne-本音 | oprechte [eerlijke] (persoonlijke) mening [bedoeling] |
| honni-本に | echt; werkelijk; waarlijk; heus; feitelijk |
| honnomushi-本の虫 | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| honobono-仄仄 | warmte; vriendelijkheid |
| honoka-仄か | vaag; onduidelijk; zwak |
| honomekasu-仄めかす | zinspelen op; laten doorschemeren; een toespeling maken; een hint geven |
| honpō-本法 | (in juridische teksten een term die wordt gebruikt om naar de wet zelf te verwijzen) deze wet |
| honpō-本法 | de belangrijkste wet; hoofdwet |
| honrai-本来 | oorspronkelijk [intrinsiek; op zich zelf staand] zijn |
| honrai-本来 | in wezen; van nature; in hoofdzaak; in werkelijkheid |
| honrō-翻弄 | het slingeren; zwalken; (doen) dobberen; (doen) schommelen; een speelbal zijn; bespelen; voor de gek houden |
| honron-本論 | hoofdzaak; hoofdonderwerp; belangrijkste kwestie |
| honsaiyō-本採用 | vaste aanstelling; vast dienstverband |
| honsei-本姓 | oorspronkelijke achternaam [familienaam]; meisjesnaam |
| honseki-本籍 | (iemands) wettelijke [officiële] adres [woonplaats] |
| honsha-本社 | belangrijkste heiligdom [schrijn; tempel] |
| honshi-本志 | oorspronkelijke [ware] bedoeling |
| honshi-本旨 | oorspronkelijke bedoeling; oorspronkelijk doel |
| honshi-本紙 | hoofdsectie [belangrijkste deel] (van een krant of document) |
| honshin-本心 | ware [innerlijke] gevoelens; oprechte bedoeling [overtuiging] |
| honshitsuteki-本質的 | essentieel; noodzakelijk; belangrijk |
| honsho-本書 | officieel document; officiële tekst |
| honsho-本書 | het origineel; de brontekst |
| honshoku-本職 | (v.n.l. in geschriften gebruikt voor de eerste persoon enkelvoud in overheidsfunctie) ik, naam, in de functie van (politiebeambte)... |
| honsō-本葬 | officiële begrafenis- of crematieplechtigheid |
| honten-本店 | onze [deze] winkel; wij |
| hontōni-本当に | echt; waarlijk; heus; werkelijk; feitelijk |
| hōnyō-放尿 | urinelozing; het urineren |
| honzan-本山 | hoofdtempel (van een boeddhistische school) |
| honzan-本山 | deze tempel |
| honzon-本尊 | belangrijkste god [Boeddha; godenbeeld; Boeddhabeeld] in een tempel |
| honzu-本図 | de originele tekening [schildering; kaart; grafiek] |
| honzuki-本好き | boekenwurm; boekenworm (iemand die veel van lezen houdt) |
| hon'an-翻案 | bewerking (van een toneelstuk, e.d.) |
| hon'ei-本営 | hoofdkwartier (van de opperbevelhebber) |
| hon'i-本意 | oorspronkelijke [ware] bedoeling [drijfveer] |
| hon'in-本院 | hoofdtempel |
| hon'in-本院 | deze tempel; onze tempel |
| hon'ya-本屋 | boekenwinkel; uitgeverij |
| hōō-法王 | (eretitel voor) de zenpriester Dōkyō (overl. 772) |
| hōō-法王 | (eretitel voor) Boeddha |
| hōō-法皇 | (eretitel voor) de zenpriester Dōkyō (overl. 772) |
| hōō-鳳凰 | een mythische Chinese vuurvogel [feniks] |
| hoozuki-酸漿 | een kelkblad van de lampionplant dat fungeert als fluitje waar kinderen op blazen |
| hoozukiichi-酸漿市 | de lampionplant markt gehouden in de tempel Sensōji in Tokio op 9-10 juli |
| hoozuri-頬擦り | (uit affectie) de wangen tegen elkaar drukken [strijken] |
| hoppō-北方 | noordelijk gebied |
| hoppō-北方 | het noorden; noordelijke richting |
| hoppu-ホップ | sprongetje; hinkelen |
| hoppu-ホップ | hop (plant: Humulus lupus); vruchtkegels van de hop-plant |
| hoppyōyō-北氷洋 | de Noordelijke IJszee |
| horā-ホラー | horror; afschuw; verschrikking; gruwel; afgrijzen |
| horaana-洞穴 | grot; spelonk |
| horāeiga-ホラー映画 | griezelfilm; horrorfilm |
| horagai-法螺貝 | trompetschelp; tritonshoorn (Charonia tritonis) |
| hōraku-崩落 | in(een)storting; het in [uit] elkaar vallen |
| hōraku-崩落 | verval; plotselinge daling [val] |
| horāshōsetsu-ホラー小説 | griezelverhaal; griezelroman; horrorstory |
| horei-保冷 | het koel houden; koel bewaren |
| hōrei-法例 | wettelijke reglementen; regels voor de toepassing van wetten |
| horeizai-保冷剤 | koelmiddel; thermische [koude] gel; koud compres (cold pack; coolpack) |
| hōren-鳳輦 | een draagstoel (voor de keizer) met een vergulde bronzen feniks erop |
| hōretsu-放列 | batterij (van kanonnen); geschut; in een rij opgestelde artillerie-eenheid |
| hori-堀 | kasteelgracht; slotgracht |
| hori-捕吏 | (hist.) een ambtenaar die criminelen arresteert |
| horiage-彫上げ | reliëf; gravure (beeldhouwkunst; houtsnijwerk) |
| horibata-堀端 | de rand [oever] van een gracht [greppel] |
| horidashimono-掘り出し物 | een gelukkige vondst; mazzel; toevalstreffer |
| horigotatsu-掘り炬燵 | verzonken kotatsu (tafelverwarming) met beenruimte onder de vloerhoogte (zodat men makkelijker kan zitten) |
| horikaesu-掘り返す | opnieuw opgraven; (fig.) oprakelen |
| horikaesu-掘り返す | opgraven; (de grond) omspitten; omwoelen; omploegen |
| horimono-彫り物 | houtsnijwerk; beeldhouwwerk |
| hōrin-法輪 | (lett. wiel der wet) de dharmachakra; de leer van Boeddha |
| horisageru-掘り下げる | diep graven [spitten]; delven |
| hōritsuan-法律案 | wetsvoorstel |
| hōritsugaku-法律学 | rechtswetenschap(pen); rechtsgeleerdheid |
| horizonto-ホリゾント | (theater) cyclorama; rondhorizon; achterwand of achterdoek van het toneel (waar het decor op geprojecteerd wordt) |
| horo-幌 | een geweven strook stof, bevestigd aan de achterkant van een (samoerai) harnas of helm (als versiering of bescherming tegen verdwaalde pijlen) |
| horo-母衣 | beschermhoes (voor auto's, e.d.) luifel |
| hōrōheki-放浪癖 | neiging [instelling] tot zwerven (als levenswijze) |
| horohoro-ほろほろ | (onomatopee) geleidelijk; druppelsgewijs; zachtvallend; uit elkaar vallend; verspreid; afbrokkelend; gorgelend; sudderend |
| horohorochō-ほろほろ鳥 | helmparelhoen (Numida meleagris) |
| hōroku-俸禄 | salaris; toelage |
| hororito-ほろりと | (onomatopee) druppelend; stilletjes vallend (b.v. van tranen); uit elkaar vallend; tot tranen toe geroerd |
| hōru-ホール | heel; geheel |
| hōru-放る | nalaten; halverwege stoppen; op zijn beloop laten; opgeven |
| horudā-ホルダー | (iemand) bezitter; houder (van een record, titel, etc.) |
| hōrudo-ホールド | greep; klem; houdgreep (bij o.a. judo en worstelen) |
| hōrudoappu-ホールドアップ | handen omhoog (als teken van overgave, of het bevel daartoe) |
| horumiumu-ホルミウム | holmium (scheikundig element) |
| horunferusu-ホルンフェルス | (gesteente) hoornrots; hornfels |
| horyū-蒲柳 | zwakke gezondheid; zwak gestel; fragiele constitutie |
| horyūsuru-保留する | voorbehoud maken; bewaren (voor later); uitstellen (tot later); achterwege laten; achterhouden |
| hosa-保佐 | curatele |
| hōsai-報賽 | bezoek aan een tempel voor een (dank)gebed |
| hōsaku-方策 | plan; schema; maatregel; beleid |
| hōseki-宝石 | edelsteen |
| hōsekiten-宝石店 | juwelier; juwelierswinkel |
| hosen-保線 | onderhoud en herstel van spoorwegen (inclusief aanverwante bouwwerken) |
| hoshaku-保釈 | vrijlating tegen [onder] borgstelling; vrijstelling onder borgtocht |
| hōshareikyaku-放射冷却 | radiatiekoeling; stralingskoeling |
| hōshaseigenso-放射性元素 | een radioactief element |
| hoshi-星 | ster (hemellichaam) |
| hōshi-芳志 | (uw) vriendelijkheid [vrijgevigheid] |
| hoshii-糒 | rijst die eerst gaargestoomd is en daarna gedroogd (makkelijk mee te nemen op reis en klaar om te eten na het te weken in water) |
| hoshiimama-擅 | zelfzuchtig [eigenzinnig; koppig; eigenwijs] zijn |
| hoshika-干し鰯 | meststof op basis van gedroogde ontvette sardines en haring (werd gebruikt voor de katoen- en tabaksteelt van late Edo-periode tot de Meiji periode) |
| hōshiki-法式 | reglement; voorschrift; regel(s) |
| hoshikuzu-星屑 | sterrenwolk; kosmische stof; veel sterren (aan de nachtelijke hemel) |
| hoshimawari-星回り | een van de sterren aan de hand waarvan (via het geboortejaar) het lot [geluk] van iemand wordt bepaald |
| hoshin-保身 | zelfbescherming |
| hōshin-放心 | verstrooidheid; afgeleid zijn |
| hōshin-方針 | beleid; koers; aanpak |
| hōshin-芳信 | (beleefde term) uw (vriendelijke; gewaardeerde] brief |
| hōshin-芳心 | (uw) goede bedoelingen; vriendelijkheid |
| hoshitorihyō-星取り表 | een soort scorekaart bij Sumo, waarop de resultaten van een worstelaar worden bijgehouden met witte of zwarte sterren |
| hoshiuranai-星占い | astrologie; sterrenwichelarij |
| hoshizora-星空 | sterrenhemel |
| hoshizukiyo-星月夜 | een heldere [door de maan verlichte] sterrennacht |
| hōshō-報償 | compensatie; (schade)vergoeding; schadeloosstelling |
| hōshō-報奨 | bonus; beloning; compensatie |
| hōshō-奉唱 | eerbiedig zingen; religieuze gezangen |
| hoshō-補償 | compensatie; schadevergoeding; schadeloosheidstelling |
| hōshō-褒章 | eremedaille; medaille voor verdienstelijkheid |
| hōshō-褒賞 | prijs; beloning |
| hōshōkin-報奨金 | bonus; financiële vergoeding [beloning] |
| hōshoku-奉職 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| hōshokuhin-宝飾品 | sieraad; juwelen |
| hoshōnin-保証人 | garantsteller; borgsteller |
| hōshōseido-報奨制度 | bonussysteem; systeem van bonusregelingen |
| hoshōsuru-保障する | zekeren; veilig stellen |
| hoshōsuru-補償する | compenseren; schadeloosstellen; goedmaken; (schuld) vereffenen |
| hōshoyaki-奉書焼き | een gerecht waarbij vis [zeevruchten; paddenstoelen] in papier gewikkeld worden gestoomd op een open vuur |
| hōshū-報酬 | beloning; vergoeding; bezoldiging; honorering; betaling |
| hōso-硼素 | boor; borium (chem. element) |
| hōsōeisei-放送衛星 | omroepsatelliet |
| hosogiri-細切り | het in dunne reepjes snijden; in reepjes gesneden voedsel |
| hosomi-細み | een van de fundamentele principes van de shōfū- of Bashō-stijl in de Japanse poëzie, n.l. het streven naar verfijning en oprechtheid |
| hōson-法孫 | (directe) volgelingen van Boeddha; boeddhistische studenten |
| hosshin-発心 | (boeddh.) bekering; religieuze ontwaking; priester worden |
| hosu-干す | leegdrinken; (helemaal) opdrinken |
| hōsui-豊水 | hoge waterstand; veel water |
| hosūkei-歩数計 | pedometer; stappenteller |
| hosuru-補する | benoemen; aanstellen |
| hosuto-ホスト | (mannelijke) presentator (van tv-programma's, e.d.) |
| hotarubi-蛍火 | smeulende sintels [houtskool] |
| hotarugusa-蛍草 | (een andere naam voor) Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
| hotaruzoku-蛍族 | (een informele term voor) mensen die niet binnen mogen roken en daarom buiten gaan roken (en op vuurvliegjes lijken) |
| hotategai-帆立貝 | sint-jacobsschelp; kamschelp |
| hotei-布袋 | Hotei, god van overvloed en goede gezondheid (afgebeeld met dikke buik en zak op zijn rug), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| hōtei-法定 | legaliteit; wettelijkheid |
| hōteidensenbyō-法定伝染病 | meldingsplichtige infectieziekte (besmettelijke ziekte die men wettelijk verplicht moet melden aan de autoriteiten) |
| hōteishiki-方程式 | (wiskundige) vergelijking |
| hōteisokudo-法定速度 | wettelijk toegestane snelheid |
| hōteki-法的 | legaal; wettelijk |
| hoteru-ホテル | hotel |
| hōtō-放蕩 | losbandigheid; verkwisting; roekeloosheid |
| hōto-方途 | manier; middel; methode |
| hōtō-砲塔 | geschuttoren; geschutkoepel |
| hōtō-餺飥 | platte udon-noedels met groenten in miso-soep |
| hotobiru-潤びる | arrogant worden; opzwellen van trots |
| hotobiru-潤びる | opzwellen door vocht |
| hotobori-ほとぼり | het aanhouden [blijven voelen] van emoties [enthousiasme; opwinding] |
| hotoke-仏 | boeddhabeeld |
| hotondo-殆ど | bijna; vrijwel |
| hototogisu-杜鵑草 | paddenlelie; armeluisorchidee (Tricyrtis hirta) |
| hotsuku-ほつく | geld verspillen |
| hotsuku-ほつく | rondhangen; doelloos rondlopen; ronddwalen |
| hotto-ほっと | gevoel van opluchting; zucht van verlichting |
| hotto・manē-ホット・マネー | (Eng.: hot money) geld dat tussen financiële instellingen wordt uitgewisseld in een poging de rente of vermogenswinst te maximaliseren |
| hotto・rain-ホット・ライン | hotline (rechtstreekse [directe] communicatie- [telefoon] verbinding |
| hotto・wisukī-ホット・ウィスキー | (Eng.: hot whiskey) een drankje van whiskey met heet water, honing, citroen en specerijen (ook wel hot toddy genoemd) |
| hottsuku-ほっつく | geld verspillen |
| hottsuku-ほっつく | rondhangen; doelloos rondlopen; ronddwalen |
| hōwa-法話 | religieuze verhandeling; preek |
| howaitoanken-ホワイト案件 | regulier werk (d.w.z. geen criminele activiteiten) |
| howaito・gōrudo-ホワイト・ゴールド | (Eng.: white gold) witgoud (een legering van goud met tenminste één wit metaal (b.v. nikkel, zilver of palladium) |
| howaito・sōsu-ホワイト・ソース | (lett. witte saus) bechamelsaus |
| hoya-海鞘 | zakpijp (in zee levend manteldier, Ascidiacea) |
| hoya-火屋 | metalen deksel (met gaatjes) van wierookbrander |
| hoyō-保養 | herstel; recuperatie; ontspanning |
| hōyō-抱擁 | omhelzing |
| hoyōchi-保養地 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
| hōyoku-鵬翼 | de vleugel van een feniks |
| hōyoku-鵬翼 | de vleugel van een vliegtuig |
| hoyōsho-保養所 | kuuroord; herstellingsoord; sanatorium |
| hōzō-宝蔵 | het gebouw in een tempel waar de geschriften worden bewaard |
| hozo-臍 | navel |
| hozonoo-臍の緒 | navelstreng |
| hozoochi-蔕落ち | een vrucht die rijp is en van de steel [uit de boom] valt. |
| hōzuru-崩ずる | afbrokkelen; vervallen |
| hyakka-百家 | vele geleerden |
| hyakka-百科 | vele onderwerpen |
| hyakka-百花 | vele [allerlei (soorten)] bloemen |
| hyakka-百貨 | vele [allerlei] goederen [producten] |
| hyakkazensho-百科全書 | het samenstellen van een encyclopedie |
| hyakkiyakō-百鬼夜行 | een nachtelijke optocht van monsters, spoken, geesten, etc. |
| hyakkiyakō-百鬼夜行 | een hels spektakel; ware hel; verschrikkelijke chaos |
| hyakubai-百倍 | honderdmaal; honderd keer (zoveel) |
| hyakubun-百分 | honderdste deel; het in honderd stukken verdelen |
| hyakubunsuru-百分する | in honderd stukken verdelen |
| hyakudomairi-百度参り | het 100 keer bezoeken van een schrijn of tempel (om te bidden) |
| hyakugai-百害 | heel slecht; groot fiasco |
| hyakumonogatari-百物語 | 100 spookverhalen (gezelschapspel uit de Edo periode, van de 100 kaarsen doofde men er 1 na elk verhaal, na de laatste zou er een monster verschijnen) |
| hyakurai-百雷 | honderd donderslagen; hels lawaai |
| hyakushō-百姓 | boeren; plattelandsbewoners |
| hyappō-百方 | op alle mogelijke manieren |
| hyō-票 | badge; insigne; penning; label |
| hyō-雹 | hagel; hagelsteen; hagelkorrel; hagelbui; hagelstorm |
| hyōban-評判 | gerucht; roddel |
| hyōbyaku-表白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| hyōchaku-漂着 | het aanspoelen (op het strand) |
| hyōchakusuru-漂着する | aanspoelen (op het strand) |
| hyōchō-漂鳥 | zwerfvogel |
| hyōchū-氷柱 | ijspegel |
| hyōgai-雹害 | hagelschade; schade veroorzaakt door hagel |
| hyōgo-評語 | beoordeling; cijfer |
| hyōhakuzai-漂白剤 | bleekmiddel; bleek |
| hyōhen-豹変 | (verwijzing naar de vacht van een luipaard) plotselinge verandering van gedrag (en taalgebruik) |
| hyōjikakaku-表示価格 | de vermelde prijs; catalogusprijs |
| hyōjō-表情 | gevoelsuitdrukking; expressie; houding |
| hyōjō-表情 | gezichtsuitdrukking; gelaatsuitdrukking; blik |
| hyōka-評価 | evaluatie; waardering; erkenning; beoordeling |
| hyōketsu-表決 | resolutie (over een wetsvoorstel, b.v.); stemmingsbesluit (over het al dan niet goedkeuren van een in stemming gebracht voorstel, e.d.) |
| hyōketsu-評決 | uitspraak; vonnis; oordeel |
| hyōki-標記 | titel; onderwerp (brief, e-mail, etc.) |
| hyōkishōgun-驃騎将軍 | (Chin.) cavalerie generaal; legeraanvoerder; veldheer |
| hyokkori-ひょっこり | plotseling; onverwacht; opeens; toevallig |
| hyoronagai-ひょろ長い | lang en dun [smal; mager]; spichtig; slungelig |
| hyōshinuke-拍子抜け | anticlimax; tegenvaller; teleurstelling |
| hyōshitsu-氷室 | ijshuisje; ijshut; ijskelder (om ijs te bewaren in de zomer) |
| hyōshō-氷晶 | ijskristal; ijspegel |
| hyōshō-表彰 | eerbewijs; eervolle vermelding; publieke erkenning |
| hyōsuru-評する | evalueren; beoordelen; becommentariëren |
| hyōtan-氷炭 | contradictie; tegenstelling; onverenigbaarheid; strijdigheid |
| hyotto-ひょっと | mogelijk; misschien; toevallig; onbedoeld; per ongeluk |
| hyottoko-ひょっとこ | (gebruikt als scheldwoord voor een man) lelijkerd; grapjas; vlegel; rotzak |
| hyottoshitara-ひょっとしたら | mogelijk; misschien; toevallig |
| hyūman・asesumento-ヒューマン・アセスメント | (Eng.: human assessment) beoordeling van mensen (b.v. personeel) |
| hyūman・rirēshonzu-ヒューマン・リレーションズ | (Eng.: human relations) menselijke betrekkingen [relaties] |
| hyūzu-ヒューズ | Hughes (Engelse achternaam) |
| hyūzu-ヒューズ | (elektriciteit) zekering; stop |
| i-以 | (in kanji combinaties) tijds- of plaatsaanduiding; vanaf; sinds; t.o.v.; volgens; vanwege; door middel van |
| i-伊 | (afk. voor) de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| i-位 | woord gebruikt om geesten van overledenen te tellen |
| i-囲 | (in kanji combinaties) insluiten; omringen; omcirkelen; omheinen; omvatten; belegeren; omgeving; omtrek |
| i-慰 | (in kanji combinaties) troost; bemoediging; zorg; medeleven |
| i-易 | eenvoud; gemak; moeiteloosheid |
| i-移 | (arch.) een circulaire (uitwisseling van documenten tussen overheidsinstellingen ten tijde van het Ritsuryō-systeem) |
| i-縊 | (in kanji combinaties) verstikking; zichzelf ophangen; wurgen |
| iai-居合い | iai, in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iaijutsu-居合術 | de iai-krijgskunst, het in een soepele beweging het zwaard trekken, de tegenstander neermaaien, en daarna het zwaard terug in de schede doen |
| iatsukan-威圧感 | bedreigende sfeer; gevoel van intimidatie |
| ibarakidasshu-茨城ダッシュ | rijgedrag van automobilisten die zodra het stoplicht op groen springt, snel rechtsaf slaan voor het tegemoetkomend verkeer (genoemd naar Ibaraki Pref) |
| ibasho-居場所 | de eigen plek [plaats] van iemand; de plek waar men zich thuisvoelt |
| ibu-イブ | Eve (Engelse voornaam) |
| ībun-イーブン | (Eng.: even) gelijk; gelijkspel; remise |
| ībun・pā-イーブン・パー | (Eng.: even par) (golfterm), score waarbij het aantal slagen gelijk is aan de rating voor die baan |
| ibutsu-遺物 | overblijfsel |
| ibutsu-遺物 | relikwie |
| ichaicha-いちゃいちゃ | het flirten; het aaien [strelen] |
| ichaichasuru-いちゃいちゃする | flirten; aaien; strelen |
| icharibachōdē-いちゃりばちょーでー | (Okinawa dialect) zodra we elkaar ontmoeten zijn we broers [zusters] (m.a.w. wees vriendelijk voor vreemden) |
| ichibai-一倍 | vermenigvuldigen met één; oorspronkelijke bedrag [hoeveelheid] |
| ichiban'yari-一番槍 | de initiatiefnemer; degene die als eerste (een belangrijke) actie onderneemt; (lett. degene die de eerste speer gooit) |
| ichibu-一部 | eerstegraads lerarenopleiding voor het middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| ichibu-一部 | het gehele biwa muziekstuk van de Heike Monogatari |
| ichibu-一部 | een deel; gedeelte; sectie; fractie; onderdeel |
| ichibushijū-一部始終 | het hele verhaal, van begin tot eind; alle details [bijzonderheden] |
| ichidai-一大 | (als voorvoegsel) belangrijk; enorm; reusachtig |
| ichidan-一段 | nog (veel) meer; behoorlijk veel |
| ichidanraku-一段落 | tijdelijke afronding; tussendoel (bereikt); tussenstap |
| ichidanrakusuru-一段落する | iets tijdelijk afronden; een belangrijk doel [tussenstap] (in een groter proces) bereiken |
| ichidō-一堂 | verzamelplaats [ruimte] (voor een bijeenkomst, e.d.); onder één dak |
| ichidō-一堂 | hal; tempel; schrijn |
| ichidokini-一時に | tegelijkertijd; in een keer |
| ichidoku-一読 | het snel [een keer] doorlezen |
| ichidokusuru-一読する | snel [een keer] doorlezen |
| ichidoni-一度に | alles tegelijk; in één keer; tegelijkertijd |
| ichigaini-一概に | onvoorwaardelijk; zonder voorbehoud; zonder uitzondering |
| ichigan-一丸 | een groep; een stapel; een geheel |
| ichigen-一言 | één (enkel) woord; korte opmerking; een paar woorden |
| ichigoichie-一期一会 | een unieke belangrijke ontmoeting |
| ichigoichigo-一語一語 | woord voor woord; woordelijk; verbatim |
| ichigon-一言 | één (enkel) woord |
| ichigonhanku-一言半句 | slechts een paar woorden; (geen) enkel woord |
| ichigon'ikku-一言一句 | ieder [elk] woord; woord voor woord |
| ichii-一意 | één idee [gedachte; bedoeling]; dezelfde gedachte; gelijke ideeën |
| ichiichi-一一 | elke; ieder(een); alles |
| ichiji-一時 | voor een poosje [tijdje]; eventjes; tijdelijk |
| ichiji-一次 | de eerste (rang; keer); oorspronkelijke; primaire |
| ichijibarai-一時払い | volledige betaling in een keer; betaling van de lumpsum [het hele bedrag ineens] |
| ichijikaiko-一時解雇 | (tijdelijk) ontslag; afvloeiing (van personeel); non-actief |
| ichijikin-一時金 | lumpsum; (hele) bedrag ineens; hele [ronde] som |
| ichijirushii-著しい | opvallend; opmerkelijk; merkwaardig |
| ichijisenkin-一字千金 | woorden van waarde; belangrijke woorden |
| ichijishinogi-一時凌ぎ | noodoplossing; tijdelijke maatregel |
| ichijiteishi-一時停止 | tijdelijke onderbreking; pauze; schorsing; opschorting; stopzetting |
| ichijiteki-一時的 | tijdelijk; kortstondig |
| ichijitsu-一日 | één dag; de hele dag |
| ichijō-一場 | een woord om te tellen |
| ichijō-一定 | zeker; werkelijk; wis en waarachtig |
| ichijō-一条 | één regel [lijn; streep; straal] |
| ichiku-移築 | verplaatsing (ontmanteling en wederopbouw) van een gebouw |
| ichimai-一枚 | (een woord voor het tellen van een plat voorwerp) een vel, blad, biljet, e.d. |
| ichimaikanban-一枚看板 | coryfee; uitblinker; prima-donna; ster; het boegbeeld |
| ichimei-一命 | eerste (levens)taak; opdracht; aanstelling |
| ichimen-一面 | de oppervlakte; het hele vlak; overal |
| ichimi-一味 | (Boeddhisme) de eenheid van de veelheid van interpretatieverschillen, die afhankelijk van tijdperk, locatie en individuen ontstaan |
| ichimi-一味 | bende; groepering; samenzwering; kliek; kartel |
| ichimoku-一目 | een steen (in het GO spel) |
| ichimokuryōzen-一目瞭然 | het duidelijk [voor de hand liggend] zijn |
| ichimokusanni-一目散に | zo snel mogelijk; halsoverkop; als de bliksem |
| ichimon-一門 | (behorend tot) een (zelfde) familie [clan] |
| ichimon-一門 | (behorend tot) dezelfde boeddhistische orde [school; sekte] |
| ichimon-一門 | leerlingen van dezelfde meester (van een school der kunsten, vechtsporten, e.d.) |
| ichimonnashi-一文無し | blut; platzak; bankroet; berooid; arm; zonder geld |
| ichinenjū-一年中 | het hele jaar door; gedurende een jaar |
| ichinichi-一日 | één dag; de hele dag |
| ichinichijū-一日中 | de hele dag (door); gedurende de hele dag |
| ichininmae-一人前 | volwassene; zelfstandige |
| ichinotori-一の酉 | de eerste Dag van de Haan in de elfde maand; het festival van de Ōtori-schrijn gehouden op die dag |
| ichionichigisetsu-一音一義説 | de theorie die de unieke betekenis van elke klank van de Japanse taal erkent |
| ichiranbaraitegata-一覧払い手形 | zichtwissel |
| ichiranhyō-一覧表 | tabel; lijst; rooster; schema |
| ichiranseisōseiji-一卵性双生児 | eeneiige tweeling |
| ichirei-一例 | een voorbeeld |
| ichiren-一聯 | 1000 vellen [2 riemen] papier |
| ichiretsu-一列 | dezelfde rang [graad; reikwijdte] |
| ichiretsu-一列 | dezelfde vriendschapsband [vriendengroep] |
| ichiri-一利 | een voordeel |
| ichirinsha-一輪車 | eenwieler |
| ichiritsu-一律 | eenvormigheid; gelijkvormigheid; gelijkheid |
| ichiritsu-市立 | gemeentelijk; stedelijk |
| ichirokushōbu-一六勝負 | wedden op het gooien van een 1 of een 6 met een dobbelsteen; gokken |
| ichiyazuke-一夜漬け | de hele nacht door studeren [blokken] voor een examen] |
| ichiyazuke-一夜漬け | in één nacht ingemaakt [ingelegd; gepekeld] |
| ichiyō-一様 | eenvormigheid; gelijkheid |
| ichiyō-一葉 | een telwoord voor platte, dunne voorwerpen (zoals bladeren, vellen papier, etc.) |
| ichiyō-一葉 | een enkel blad |
| ichiyō-一葉 | een telwoord voor kleine boten |
| ichiyoku-一翼 | vleugel |
| ichiyūtashi-一雄多雌 | polygynie; veelwijverij |
| ichiza-一座 | de hele groep acteurs [artiesten] van een theatergezelschap |
| ichiza-一座 | het hele gezelschap; alle aanwezigen; iedereen aanwezig |
| ichiza-一座 | banket; feestelijk [officieel] diner |
| ichizon-一存 | zijn eigen [persoonlijke] oordeel [mening] |
| ichizu-一途 | toewijding; doelbewustheid; vastberadenheid; rechtlijnigheid |
| ichō・nomi-イチョウ・ノミ | beitel met een ronde bovenkant (stierenkop beitel) |
| idaku-抱く | koesteren (gevoelens, gedachtes, meningen) |
| idaku-抱く | in de armen houden [dragen]; omarmen; omhelzen |
| idē-イデー | idee; gedachte; denkbeeld |
| idea-イデア | (filosofie) denkbeeld; begrip |
| iden-遺伝 | erfelijkheid; (genetische) overerving |
| idengaku-遺伝学 | genetica; erfelijkheidsleer |
| idō-移動 | verplaatsing; beweging; kentering; migratie (vogels, e.d.) |
| idōtoshokan-移動図書館 | (stedelijke) bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek |
| iei-遺影 | afbeelding [portret] van een overledene |
| ienami-家並み | elk [ieder] huis |
| ienken-以遠権 | landingsrecht dat een luchtvaartmaatschappij toestaat om na aankomst in het land dat het reisdoel is, door te vliegen en te landen in een ander land |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ierō-イエロー | geel; gele kleur |
| ierōōkā-イエローオーカー | okergeel |
| ierō・bebī-イエロー・ベビー | een pasgeboren baby met geelzucht |
| ierō・kādo-イエロー・カード | (in sportwedstrijden) gele kaart |
| ierō・zōn-イエロー・ゾーン | zonemet verkeersverbod, aangegeven met een gele streep |
| ieru-癒える | genezen; herstellen; beter worden |
| iesu-イエス | ja (Engels: yes) |
| ifū-異風 | ongebruikelijke [afwijkende] gewoonte [situatie] |
| ifū-遺風 | overgeleverde traditie; lessen en kennis doorgegeven door vorige generaties |
| igai-遺骸 | stoffelijk overschot; lijk |
| igaiga-いがいが | kietelend gevoel (in de keel) |
| iganokuni-伊賀国 | de voormalige prefectuur Iga (nu onderdeel van de prefectuur Mie) |
| igenbyō-医原病 | iatrogene aandoening (veroorzaakt door medisch handelen) |
| igirisu-イギリス | Engeland; het Verenigd Koninkrijk (VK) |
| igirisujin-イギリス人 | Engelsman |
| igirisukokkyōkai-イギリス国教会 | Anglicaanse Kerk; Kerk van Engeland |
| igo-囲碁 | go (Japans bordspel) |
| igunisshonkī-イグニッションキー | contactsleutel |
| īguru-イーグル | adelaar; arend |
| igyō-易行 | (boeddh.) de eenvoudige [makkelijke] oefening [training] via de recitatie van Boeddha's naam (b.v. bij de Jodo secte) |
| igyōdō-易行道 | (boeddh.) de eenvoudige [makkelijke] oefening [training] via de recitatie van Boeddha's naam (b.v. bij de Jodo secte) |
| ihan-違反 | schending; overtreding; (contract)breuk; afwijking (van de regels) |
| ihan-違犯 | delict; misdaad |
| ihichiōru-イヒチオール | ichtyol (of ichthammol of ammoniumbituminosulfonaat, ontstekingremmend middel in zalf) |
| ihintōki-遺品登記 | boedelregister |
| ihitsu-遺筆 | nagelaten geschrift [kalligrafie] van een overledene; postuum werk |
| ihoku-以北 | ten noorden [noordelijk] van |
| iiai-言い合い | ruzie; discussie; twistgesprek; woordenwisseling |
| iibun-言い分 | bewering; stelling; verklaring; wat je te zeggen hebt |
| iidasu-言い出す | (iets) ter sprake brengen; voorstellen |
| iifurusu-言い古す | steeds hetzelfde zeggen; afgezaagde dingen zeggen; in clichés spreken |
| iigai-言い甲斐 | het vermelden waard (zijn) |
| iihanatsu-言い放つ | beweren; stellen; verklaren |
| iikagen-いい加減 | willekeur; onverantwoordelijkheid |
| iikagen-いい加減 | behoorlijk (wat); tamelijk; nogal; niet gering; niet weinig |
| iikaneru-言い兼ねる | (iets) niet kunnen zeggen; (iets) niet durven te zeggen; aarzelen [twijfelen] om te zeggen |
| iikawasu-言い交わす | een gesprek hebben met; gedachten wisselen met; beloftes uitwisselen |
| iikiru-言い切る | verklaren; mededelen; vaststellen; uiteenzetten |
| iimorasu-言い漏らす | vergeten te vermelden; niet zeggen; iets verzwijgen |
| iinasu-言い做す | bemiddelen (tussen); proberen (mensen) te verzoenen |
| iinayamu-言い悩む | aarzelen [het moeilijk vinden] om te zeggen |
| iinikui-言い難い | moeilijk om te zeggen; pijnlijk; delicaat; gênant |
| iiotosu-言い落とす | vergeten [nalaten] te vertellen [vermelden; zeggen] |
| iioyobu-言い及ぶ | verwijzen naar; refereren aan; zinspelen op; vermelden |
| iishiburu-言い渋る | aarzelen om te zeggen; met tegenzin spreken |
| iishirenu-言い知れぬ | onuitsprekelijk; onbeschrijflijk |
| iisugiru-言い過ぎる | teveel zeggen; overdrijven |
| iitateru-言い立てる | beweren; stellen; verklaren; volhouden |
| iitsukaru-言いつかる | geïnstrueerd [bevolen] worden; instructie [opdracht; bevel] krijgen |
| iitsuke-言いつけ | opdracht; voorschrift; instructie; bevel |
| iitsukusu-言い尽くす | alles [het hele verhaal] vertellen; niets ongezegd laten |
| iitsutaeru-言い伝える | (woord voor woord) doorvertellen; mondeling doorgeven |
| iiwasureru-言い忘れる | vergeten te zeggen [vermelden] |
| iizama-好い様 | (ironisch spraakgebruik) netelige [moeilijke; lastige; beschamende] omstandigheid [situatie] |
| ījī-イージー | (ge)makkelijk; eenvoudig |
| iji-意地 | wilskracht; zelfbewustzijn; koppigheid; halsstarrigheid |
| ījīgōingu-イージーゴーイング | relaxed; ontspannen; gemakkelijk (in de omgang) |
| ijimashii-いじましい | kleinzielig; gemeen; gierig; zielig |
| ijime-苛め | pesterij; het pesten; het kwellen |
| ijin-異人 | vreemdeling; buitenlander |
| ijiwarui-意地悪い | gemeen; hatelijk; boosaardig; wraakzuchtig; kwaadaardig |
| ījī・kea-イージー・ケア | (ge)makkelijk te onderhouden (meestal gebruikt voor stoffen van kleding) |
| ījī・risuningu-イージー・リスニング | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ījī・risuningu・myūjikku-イージー・リスニング・ミュージック | gemakkelijk in het gehoor liggende muziek |
| ijō-囲繞 | omsingeling; het omringen |
| ijō-移乗 | het overstappen van een vervoermiddel naar een andere (auto, boot, e.d.) |
| ijōfu-偉丈夫 | een groot man; held |
| ijōseiyoku-異常性欲 | hyperseksualiteit; abnormale seksuele drang |
| ijōsekkin-異常接近 | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
| ijōsuru-囲繞する | omringen; omsingelen |
| ikaga-如何 | (beleefder synoniem voor どう) hoe; op welke manier |
| ikamono-如何物 | nepartikel; vervalsing; imitatie; replica |
| ikamonogui-如何物食い | het eten van vreemd [ongewoon] voedsel |
| ikan-衣冠 | (afk. voor) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikan-遺憾 | teleurstelling; betreurenswaardig zijn |
| ikani-如何に | hoe; op welke manier |
| ikani-如何に | hoe (veel, etc.) ook; hoezeer (ook) |
| ikanokō-烏賊の甲 | inktvisschelp; zeeschuim |
| ikansokutai-衣冠束帯 | (Heian-periode) informele hofkleding (voor mannen) |
| ikareru-いかれる | geobsedeerd [geboeid; gefascineerd] worden; helemaal verliefd zijn [worden] |
| ikarisō-碇草 | elfenbloem (Epimedium grandiflorum) |
| ikaru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten; opspelen; (iem.) uitschelden |
| ikaru-斑鳩 | maskerdikbek (zangvogel, Eophona personata) |
| ike-いけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
| ikemen-いけ面 | (informeel) knappe kerel [vent]; bink; spetter; stuk |
| iken-意見 | mening; opvatting; oordeel; zienswijze |
| ikenkōkan-意見交換 | ideeënuitwisseling; het uitwisselen van meningen |
| ikenkōkoku-意見広告 | niet-commerciële reclame [advertentie] |
| ikenrippō-違憲立法 | ongrondwettelijke wetgeving |
| ikerukuchi-いける口 | drinker; iemand die veel drinkt; iemand die goed tegen alcohol kan |
| ikeshaashaato-いけしゃあしゃあと | heel erg schaamteloos; hondsbrutaal |
| ikesukanai-いけ好かない | gemeen; slecht; walgelijk; griezelig; eng |
| ikezūzūshii-いけ図図しい | schaamteloos |
| ikiataribattari-行き当たりばったり | willekeurig [lukraak] zijn; de dingen nemen zoals ze komen; een zorgeloze houding |
| ikichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| ikidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
| ikidooru-憤る | woedend [razend; ontstemd; verontwaardigd] zijn; zich beledigd voelen |
| ikigai-生き甲斐 | doel [zin] van het leven; bestaansgrond; raison d'être |
| ikigakari-行きがかり | reeks gebeurtenissen; omstandigheden; ontwikkelingen |
| ikigomu-意気込む | enthousiast [geestdriftig] zijn; gesteld zijn (op); vastbesloten zijn (om te) |
| ikiji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
| ikijibiki-生き字引 | wandelend woordenboek; wandelende encyclopedie |
| ikijigoku-生き地獄 | helse lijdensweg |
| ikikaeru-生き返る | weer bijkomen (na bewusteloosheid); weer tot leven komen |
| ikinari-行き成り | plotseling |
| ikinuki-息抜き | ventilatie; ventilator; ventiel |
| ikinuku-生き抜く | overleven; (ellende) doorstaan |
| ikioizuku-勢いづく | moed vatten; zich vermannen; kracht verzamelen |
| ikiru-生きる | functioneren; goed werken; effectief [doeltreffend] zijn |
| ikisatsu-経緯 | details; bijzonderheden; situatie; omstandigheden; toestand; ontwikkelingen |
| ikitōgōsuru-意気投合する | goed met elkaar overweg kunnen; op dezelfde golflengte zitten |
| ikiutsushi-生き写し | evenbeeld; sprekende gelijkenis |
| ikiwataru-行き渡る | rondgaan; verspreiden; uitdelen |
| ikiyōyō-意気揚揚 | dolgelukkig [triomfantelijk; trots; opgetogen] zijn |
| ikizukuri-生き作り | (lett. levend klaargemaakt) sashimi gesneden van een levende vis (een controversiële methode) |
| ikka-一家 | (academisch, kunststijl, etc.) onafhankelijke school |
| ikkan-一環 | schakel; verbinding; verbindingsstuk |
| ikkatsu-一括 | bundel; klontering; klont; klomp; bonk; brok |
| ikkatsubarai-一括払い | het alles in één keer betalen; het hele bedrag ineens betalen |
| ikke-いっけ | een voorvoegsel dat een (denigrerend) bijvoeglijk naamwoord versterkt |
| ikken-一件 | actueel onderwerp; het bekende geval |
| ikkiichiyū-一喜一憂 | afwisselend blij [vrolijk] en verdrietig [angstig]; tussen hoop en vrees |
| ikkini-一気に | direct; onmiddellijk |
| ikkiuchi-一騎討ち | tweegevecht; duel; man-tegen-man gevecht |
| ikkō-一向 | absoluut; totaal; geheel; compleet |
| ikkō-一行 | een groep (mensen); gevolg; begeleiders |
| ikkō-一行 | een handeling |
| ikkokusenkin-一刻千金 | elk moment is belangrijk [kostbaar;dierbaar]; tijd is geld |
| ikkyo-一挙 | eenmalige actie [handeling] |
| ikkyo-一挙 | alles tegelijk [in één keer] doen |
| ikkyoku -一局 | (go, shōgi, e.d.) speelbord; schaakbord |
| ikkyoku -一局 | (go, shōgi, e.d.) partij; schaakspel; wedstrijd |
| ikkyoni-一挙に | in één slag [klap]; in één keer; alles tegelijk |
| ikō-意向 | intentie; voornemen; bedoeling; opzet; instelling |
| ikō-遺功 | nagelaten werken [prestaties]; nalatenschap |
| ikō-遺稿 | nagelaten manuscript; postuum gepubliceerd werk |
| ikoboreru-居溢れる | (bom)vol [afgeladen] met mensen zijn |
| ikokujin-異国人 | (arch.) buitenlander; vreemdeling |
| ikokujin-異国人 | exentriekeling; zonderling |
| ikomu-イコム | International Council of Museums (een onafhankelijke niet-gouvernementele internationale organisatie voor musea) |
| ikoraizā-イコライザー | (voorversterker voor geluidsweergave) equalizer; toonregelaar |
| ikōru-イコール | isgelijkteken (=) |
| ikōru-イコール | gelijke; equivalent |
| ikōru-イコール | gelijk; overeenkomstig; gelijkwaardig |
| ikotsu-遺骨 | beenderen van gesneuvelde soldaten [overledenen] |
| iku-幾 | (voorvoegsel) een onbepaalde hoeveelheid; hoeveel |
| iku-幾 | (voorvoegsel) een grote hoeveelheid; veel; vele |
| ikuji-意気地 | wilskracht; doortastendheid; vasthoudendheid; zelfrespect |
| ikun-遺訓 | goede raad advies; [instructies] door een overledene achtergelaten voor nabestaanden |
| ikuraka-幾らか | tot op zekere hoogte; in zekere mate; deels |
| ikusa-戦 | oorlog; (veld)slag; gevecht; strijd; militaire campagne |
| ikutamōru-イクタモール | ichthammol (of ammoniumbituminosulfonaat of ichthyic, ontstekingremmend middel in zalf) |
| ikutsu-幾つ | hoeveel (stuks); sommige; een paar |
| ikutsumo-幾つも | (met ontkenning) nauwelijks; bijna niets |
| ikutsumo-幾つも | veel |
| ikyo-依拠 | afhankelijkheid; basis; steun; toeverlaat |
| ikyoku-医局 | dokterskamer; spreekkamer [werkkamer; kantoor] van een arts; medische afdeling |
| ikyosuru-依拠する | afhankelijk zijn van; gebaseerd zijn op; steunen op; zich toeverlaten op |
| imadani-未だに | nog (steeds); zelfs nu |
| imahitotsu-今一つ | niet genoeg; niet zo best; niet helemaal goed |
| imaimashii-忌ま忌ましい | irritant; ergerlijk; storend; vervelend; onaangenaam |
| imajinēshon-イマジネーション | verbeelding; fantasie; voorstellingsvermogen |
| imanimo-今にも | op elk [ieder] moment |
| imanotokoro-今の所 | op dit ogenblik; tegenwoordig; momenteel; vandaag de dag |
| imasara-今更 | nu het al zo laat is; nu het al zo lang geleden is; |
| imashigata-今し方 | zojuist; daarnet; een moment geleden |
| imawashii-忌まわしい | onaangenaam; verwerpelijk; onsmakelijk; walgelijk |
| imēji-イメージ | beeld; beeltenis; voorstelling; afbeelding |
| imēji-イメージ | denkbeeld |
| imējingu・tekunorojī-イメージング・テクノロジー | beeldvormingstechnieken |
| imēji・ado-イメージ・アド | reclame, die meer nadruk legt op het imago van het aangeprezen product dan op de voordelen of kenmerken ervan |
| imēji・sābei-イメージ・サーベイ | beeldonderzoek; imago onderzoek |
| imēji・sākuru-イメージ・サークル | beeldcirkel |
| imēji・sukyanā-イメージ・スキャナー | beeldscanner |
| imi-意味 | betekenis; inhoud; bedoeling; zin |
| imibukai-意味深い | (heel) betekenisvol |
| imo-芋 | aardappel; taro |
| imoban-芋版 | stempel gemaakt van een aardappel [taro] |
| imobō-芋棒 | een gerecht (uit Kyoto) van kabeljauw met ebiimo (taro wortel) |
| imochibyō-稲熱病 | (Magnaporthe grisea) rijstschimmel; rijstrothals; rijstzaailingziekte |
| imogai-芋貝 | kegelslak (Conidae) |
| imogara-芋茎 | stengel van een taro |
| imogayu-芋粥 | rijstepap met zoete aardappel |
| imohori-芋掘り | het aardappelrooien; aardappelrooier |
| imohori-芋掘り | (scherts, beledigend) plattelander; iemand die uit de klei is getrokken |
| imon-慰問 | bezoek (uit medeleven) aan een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft |
| imono-鋳物 | het gieten; gietsel; gietmetalen voorwerp |
| imonsuru-慰問する | (uit medeleven) een ongelukkig persoon of iemand die het moeilijk heeft bezoeken |
| imōraru-イモーラル | immoreel |
| imōtobun-妹分 | protegee; beschermelinge |
| in-淫 | wellust |
| in-淫 | mannelijk zaad; sperma |
| in-淫 | onmatig; overmatig; het zwelgen in |
| in-院 | achtervoegsel achter postume boeddhistische namen |
| in-院 | (achtervoegsel achter de naam van een teruggetreden keizer) ex-keizer |
| in-院 | (achtervoegsel achter de naam van) een boeddhistische tempel |
| inada-稲田 | rijstveld; sawa |
| inada-鰍 | jonge geelvinmakreel (ca. 40 cm lang; Seriola quinqueradiata) |
| inaka-田舎 | afgelegen gebied |
| inaka-田舎 | het platteland |
| inakajiruko-田舎汁粉 | (plattelandse) zoete rode bonensoep met (gebakken) rijst cakes |
| inakamono-田舎者 | plattelandsbewoner |
| inakamono-田舎者 | (schertsend) plattelander; provinciaal; boerenkinkel; boerenpummel |
| inamenai-否めない | niet te ontkennen; onmiskenbaar; onomstotelijk |
| inan-以南 | ten zuiden [zuidelijk] (van) |
| inaorigōtō-居直り強盗 | een inbreker die als hij betrapt wordt gewelddadig wordt |
| inaoru-居直る | plotseling agressief [vijandig] worden |
| inari-稲荷 | (afkorting voor) inarizushi, een buideltje van gefrituurde tofuvel gevuld met sushirijst |
| inasaku-稲作 | rijstteelt; rijstoogst |
| inasakunōgyōsha-稲作農業者 | rijstboer; rijstteler |
| inban-印判 | zegel; stempel |
| inbesutomento・anarisuto-インベストメント・アナリスト | beleggingsanalist |
| inbi-淫靡 | obsceniteit; wellust; wulpsheid; geilheid |
| inbi-隠微 | iets dat verborgen [ondoorgrondelijk] is |
| inbō-陰謀 | complot; intrige; heimelijk plan |
| inbun-韻文 | vers; versregel; dichtregel |
| inchi-印池 | houder voor stempelkussen |
| indakushon-インダクション | (elektrotechniek) inductie |
| indakutansu-インダクタンス | zelfinductie |
| indasutoriaru・dainamikkusu-インダストリアル・ダイナミックス | industriële dynamiek (het gebruik van computers om de economische activiteiten van een onderneming te simuleren) |
| indasutoriaru・dezain-インダストリアル・デザイン | industriële vormgeving |
| indasutoriaru・māketingu-インダストリアル・マーケティング | industriële marketing (marketing van technische en productiebedrijven) |
| indasutoriaru・pakkēji-インダストリアル・パッケージ | industriële verpakking |
| indasutoriaru・yunion-インダストリアル・ユニオン | industriële vakbond |
| indīzu-インディーズ | (independent film, music) onafhankelijk muzieklabel, film, etc. |
| indō-引導 | begeleiding (m.n. in de boeddhistische leer) |
| indō-引導 | boeddhistisch dodengebed; woorden bij boeddhistisch begrafenis ritueel |
| inemuri-居眠り | het (zittend) in slaap vallen; indutten; indommelen; knikkebollen |
| infaitingu-インファイティング | (verborgen) machtsstrijd; stammenstrijd; heimelijke concurentie |
| inferuno-インフェルノ | hel; inferno; vlammenzee |
| infīrudo・furai-インフィールド・フライ | (regel bij honkbal) de scheidsrechter kan bepalen dat de slagman uit is, ook al is er geen vangbal |
| infōmaru-インフォーマル | informeel; niet officieel; vrijblijvend; ongedwongen |
| infomēshon・burōkā-インフォメーション・ブローカー | datahandelaar; handelsinformatiebureau |
| infomēshon・demokurashī-インフォメーション・デモクラシー | informatie democratie (politiek-maatschappelijk concept met toegang tot vrije informatiestromen als kern van een goed functionerende democratie) |
| infure・tāgetto-インフレ・ターゲット | (Eng.: inflation target) inflatiedoelstelling |
| ingaidan-院外団 | leden van een politieke partij die geen zetel hebben in het parlement |
| ingakankei-因果関係 | oorzakelijk [causaal] verband |
| ingaōhō-因果応報 | straf; vergelding; karma; zijn verdiende loon (fig.); boontje komt om zijn loontje |
| ingaritsu-因果律 | de wet [het principe] van oorzaak en gevolg [van causaliteit; oorzakelijkheid] |
| ingin-慇懃 | vriendschap; (seksuele) intimiteit |
| ingin-慇懃 | beleefdheid; hoffelijkheid |
| inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
| ingō-因業 | hardvochtigheid; harteloosheid; genadeloosheid; meedogenloosheid |
| ingō-院号 | naam van een tempel die door een edelman, shogun, e.d. is gesticht |
| ingōru-インゴール | (Eng.: in-goal) in het doelgebied (rugby) |
| ingurando-イングランド | Engeland |
| ingurisshu・burekkufāsuto-イングリッシュ・ブレックファースト | (Eng.: English breakfast) Engels ontbijt |
| ingurisshu・horun-イングリッシュ・ホルン | Engelse hoorn |
| ingyō-印形 | zegel (in reliëf); zegelafdruk |
| ingyōyubiwa-印形指輪 | zegelring |
| ininjō-委任状 | (schriftelijke) volmacht [machtiging; autorisatie] |
| ininsuru-委任する | toevertrouwen (aan); machtigen; delegeren |
| inisharu・fī-イニシャル・フィー | (Eng.: initial fee) instapkosten; entreegeld |
| inji-印璽 | keizerlijk zegel; staatszegel |
| injikētā-インジケーター | controlelampje; wijzer; signaal |
| inkamu-インカム | koptelefoon met microfoon |
| inken-引見 | audiëntie; (officiële) ontvangst |
| inki-陰気 | treurigheid; zwaarmoedigheid; melancholie |
| inkō-淫行 | obsceniteit; onzedelijk gedrag |
| inkoku-印刻 | zegelsnijding; het uitsnijden van een zegelreliëf |
| inkurain-インクライン | (Eng.: incline) kanaal of spoorlijn over een hellend vlak [berghelling] |
| inkyubētā-インキュベーター | bedrijf dat startende ondernemers helpt |
| inmarusatto-インマルサット | (International Mobile Satellite Organization) een Brits telecommunicatiebedrijf |
| inmen-印面 | stempelvlak |
| inmyunitī-インミュニティー | immuniteit; onschendbaarheid; vrijstelling |
| innā・kyabinetto-インナー・キャビネット | kernkabinet (belangrijkste ministers en de premier) |
| innā・raifu-インナー・ライフ | gemoedsleven; gevoelsleven; zieleleven |
| innen-因縁 | eerdere [oude] relatie [band; verbinding]; oorsprong; oorzaak; karma |
| inochi-命 | essentie; kern; het belangrijkste |
| inochishirazu-命知らず | roekeloosheid; onstuimigheid |
| inochitori-命取り | fataal; dodelijk |
| inochizuna-命綱 | reddingslijn; lifeline |
| inoichiban-いの一番 | de allereerste (vanwege het eerste teken (い) van de Japanse kana-tabel, iroha) |
| inoshishimusha-猪武者 | waaghals; durfal; roekeloze persoon |
| inparusu-インパルス | drijfveer; prikkel; stimulans |
| inparusu-インパルス | (med.) impuls; zenuwprikkeling |
| inperiaru-インペリアル | keizerlijk; vorstelijk |
| inpi-隠避 | (jur.) het helpen ontsnappen [verborgen houden] van een voortvluchtige crimineel |
| inpon-院本 | (Edo-periode) een gedrukt boek met alle songteksten van Joruri toneel |
| inposhiburu-インポシブル | onmogelijk |
| inpotensu-インポテンス | impotentie; machteloosheid; onvermogen |
| inpurē-インプレー | het spel [de wedstrijd] is aan de gang (sport) |
| inraku-淫楽 | wellustig vermaak; zinnelijk genot |
| inran-淫乱 | losbandigheid; (zinnelijke) onmatigheid |
| inrē-インレー | (tandheelkunde) inlay; vulling; plombeersel |
| inrei-引例 | het aanhalen [citeren; geven] van een voorbeeld; het verwijzen naar een bron |
| inrei-引例 | aanhaling; citaat; het voorbeeld (waarnaar verwezen wordt) |
| inrō-印籠 | (Edo periode) traditioneel Japans doosje (voor het meenemen van kleine voorwerpen), gehangen aan de obi |
| inrō-印籠 | opbergdoosje voor stempels, e.d. |
| insaidā-インサイダー | insider; ingewijde; vertrouweling |
| insaidātorihiki-インサイダー取引 | (effecten)handel met voorkennis |
| insan-陰惨 | gruwelijkheid; afgrijselijkheid |
| insentibu・sēru-インセンティブ・セール | stimuleren van verkopen; verkoopprikkels |
| inshi-印紙 | fiscale zegel; fiscaalzegel; belastingzegel |
| inshijōrei-印紙条例 | (Stamp Act) zegelwet; zegelrecht |
| inshin-殷賑 | welvaart; welzijn; voorspoed |
| inshō-印章 | stempel; zegel; waarmerk |
| inshōteki-印象的 | veelzeggend [indrukwekkend] zijn |
| insō-印相 | mudra (symbolische handsymboliek bij beelden in verschillende godsdiensten, o.a. Boeddhisme) |
| insō-印相 | toekomstvoorspelling via de bestudering van iemand's persoonlijke zegel |
| insupirēshon-インスピレーション | inspiratie; bezieling; ingeving |
| insutantoshokuhin-インスタント食品 | instant voedsel; kant-en-klaargerechten |
| insutityūshonaru・ado-インスティテューショナル・アド | institutionele reclame (gericht op het vestigen van een naam van een instituut, i.p.v. een product) |
| intāfea-インターフェア | hinderen; in de weg staan; belemmeren |
| intāfearansu-インターフェアランス | belemmering; hindering; storing |
| intāfēsu-インターフェース | interface (waarmee twee of meer computersystemen met elkaar communiceren) |
| intāhai-インターハイ | sportwedstrijden tussen middelbare scholen |
| intai-引退 | het uit bedrijf nemen [ontmantelen] (van grote voertuigen, m.n. schepen, treinen, e.d.) |
| intākatto-インターカット | (film, televisie) een andere scène invoegen |
| intaku-隠宅 | toevluchtsoord; retraite; verblijf van iemand die zich heeft teruggetrokken uit het maatschappelijk leven |
| intākūrā・enjin-インタークーラー・エンジン | luchtgekoelde motor |
| intānashonaru・ofisharu・rekōdo-インターナショナル・オフィシャル・レコード | internationaal officieel record; officieel wereldrecord |
| intāoperabiritī-インターオペラビリティー | interoperabiliteit (onderlinge uitwisselbaarheid) |
| intāpuritā-インタープリター | interpreter (software), computerprogramma dat herhaaldelijk instructies leest en vertaalt naar machinecode |
| intāpuritā-インタープリター | tolk; (mondelinge) vertaler |
| intaresuto-インタレスト | interesse; belangstelling |
| intaresuto-インタレスト | belang; aandeel |
| intario-インタリオ | intaglio (gegraveerde edelsteen) |
| intāseputā-インターセプター | onderschepper; radartoestel |
| intāseputā-インターセプター | jachtvliegtuig (dat vijandelijke projectielen moet onderscheppen) |
| intenshibu-インテンシブ | intensief; sterk; krachtig; fel |
| interi-インテリ | intellectueel; geleerd person; intelligentsia |
| interigenchia-インテリゲンチア | intelligentsia; de intellectuelen |
| interijensu-インテリジェンス | intelligentie; verstand |
| interijento・biru-インテリジェント・ビル | intelligent gebouw (met computergestuurde functies) |
| interijento・tāminaru-インテリジェント・ターミナル | intelligent terminal (computer) |
| interu-インテル | interlinie (bij boekdrukkerij, metalen plaatje om regels te scheiden) |
| interu-インテル | Intel (chip fabrikant) |
| interuposuto-インテルポスト | (International Electronic Post) Internationale e-mail service |
| intō-咽頭 | keelholte; farynx |
| intō-淫蕩 | losbandigheid; ontucht; onzedelijkheid |
| intoro-イントロ | (muziekterm) introductie; intro (een inleidend gedeelte van een muziekstuk) |
| intorodakushon-イントロダクション | (muziekterm) introductie; intro (een inleidend gedeelte van een muziekstuk) |
| inu-戌 | de Hond (elfde van de twaalf tekens van de Chinese dierenriem) |
| inujini-犬死に | een zinloze [nutteloze] dood; tevergeefs sterven |
| inuki-居抜き | (het kopen of huren van) een woonpand of winkelpand met inboedel |
| inukoro-犬ころ | pup; puppy; jong hondje; welp |
| inwai-淫猥 | obsceniteit; onzedelijkheid |
| inyū-移入 | overbrenging (van gevoel); empathie |
| inyū-移入 | invoering; introductie; import (van goederen, maatregelen, ideeën, etc.) |
| inzai-印材 | materiaal voor het maken van zegels |
| in'ei-印影 | stempelafdruk; afdruk van een zegel |
| in'in-陰陰 | eenzaam; verlaten; troosteloos |
| in'ion-陰イオン | anion (negatief geladen ion) |
| in'utsu-陰鬱 | somberheid; troosteloosheid |
| in'yō-陰陽 | yin en yang (twee tegengestelde principes of krachten) |
| in'yoku-淫欲 | lust; seksueel verlangen; begeerte |
| in'yu-引喩 | allusie; toespeling; zinspeling |
| in'yu-隠喩 | een metafoor; beeldspraak |
| in・gōru-イン・ゴール | doelgebied (rugby) |
| in・hai-イン・ハイ | afk. voor Inter-high, nationaal atletiektoernooi voor middelbare scholen dat twee keer per jaar wordt gehouden |
| iō-硫黄 | zwavel |
| iori-庵 | hermitage; kluizenaarshut; kluizenaarscel |
| ippa-一波 | rimpeling; deining; sensatie |
| ippai-一杯 | (woord gebruikt voor het tellen, b.v.) 1 kop; 1 glas, etc. |
| ippaku-一泊 | een (hotel)overnachting |
| ippan-一半 | een helft; een half deel |
| ippan-一斑 | een klein deel (van het geheel) |
| ippan-一斑 | een vlek; spikkel |
| ippandō-一般道 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippandōro-一般道路 | algemene weg; openbare [plaatselijke] weg |
| ippanni-一般に | in het algemeen; doorgaans; gewoonlijk; in de regel |
| ippanteki-一般的 | algemeen; gewoon; gebruikelijk |
| ippashi-一端 | vrij [redelijk] goed [kundig; competent] |
| ippatsu-一発 | één pijl [kogel] |
| ippatsu-一発 | één aanval [actie; handeling] |
| ippatsu-一発 | één schot (met een pijl, kogel, e.d.) |
| ippin-逸品 | voortreffelijk voorwerp [object; product; artikel]; pronkjuweel; meesterstuk; meesterwerk |
| ippitsu-一筆 | het schrijven van een kanji zonder opnieuw de schrijfpenseel in inkt te dopen |
| ippitsu-一筆 | handschrift van één en dezelfde persoon |
| ippitsu-一筆 | één schrijfpenseel |
| ippitsugaki-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippitsusho-一筆書 | kalligrafie (werkstuk) in één keer, zonder het penseel opnieuw in de inkt te dopen |
| ippō-一方 | hoewel; intussen |
| ippo-一歩 | een kleine hoeveelheid; een beetje |
| ippon-一本 | wedstrijdpunt (m.n. in judo en kendo); een heel punt |
| ippon-一本 | één artikel [scriptie]; één film |
| ipponjime-一本締め | ritueel van het gezamenlijk handklappen (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) |
| ipputasai-一夫多妻 | polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| ipputasaisei-一夫多妻制 | (het gebruik) polygynie; veelwijverij (vorm van polygamie waarbij één man met meer dan één vrouw is getrouwd) |
| iradatashii-苛立たしい | irritant; frustrerend; vervelend |
| irakusa-刺草 | (Japanse) brandnetel (Urtica thunbergiana) |
| irasshaimase-いらっしゃいませ | (ter verwelkoming van gasten of klanten, in winkels, e.d.) (wees) welkom |
| irasshaimase-いらっしゃいませ | (bevel of dringend verzoek) kom [ga] alstublieft |
| irassharu-いらっしゃる | gaan; komen; langskomen [op visite komen]; zijn (beleefd voor het onderwerp van de handeling en met de -masu vorm, ook nog beleefd voor de toehoorder) |
| ireageru-入れ揚げる | (veel) geld spenderen aan. |
| irebun-イレブン | (sport) elftal |
| irebun-イレブン | elf; 11 |
| irebun・nain-イレブン・ナイン | elf-negen, verwijst naar een stof-zuiverheid van 99,999999999% |
| irechigai-入れ違い | het elkaar tegenkomen; elkaar tegen het lijf lopen |
| irechigau-入れ違う | op de verkeerde plek zijn; verwisseld [omgekeerd] zijn |
| iregyurā-イレギュラー | ongewoon; abnormaal; onregelmatig |
| irei-遺例 | voorbeeld [geval] van een nog bestaand voorwerp [overblijfsel] uit de oudheid |
| irekaeru-入れ替える | vervangen; (van plaats) verwisselen |
| irekawari-入れ替わり | vervanging; substitutie; wisseling |
| irekawaru-入れ替わる | (iem. of iets) vervangen; (van plaats) wisselen; ruilen |
| ireru-入れる | toelaten; aannemen; in dienst nemen |
| ireru-入れる | meedoen; deelnemen; lid worden |
| iribitaru-入り浸る | regelmatig [vaak] bezoeken (een bar, etc.) |
| irīgaru-イリーガル | illegaal; onwettig; wederrechtelijk |
| iriha-入端 | (Nō theater) een oude term die verwijst naar de tweede akte van een toneelstuk met twee bedrijven |
| iriha-入端 | (in dans-gerelateerde podiumkunsten) het deel waar dans, zang, muziek, etc. worden uitgevoerd bij het verlaten van het podium |
| irikumu-入り組む | gecompliceerd [ingewikkeld] worden |
| irimidareru-入り乱れる | door elkaar gehaald [gegooid] worden |
| iroha-伊呂波 | het ABC; de (eerste) beginselen; grondslagen; basis(principes) |
| iroha-伊呂波 | de kana-tabel, een verzameling van in het totaal 47 karakters, die allen voorkomen in het gedicht iroha-uta |
| irohagaruta-伊呂波ガルタ | iroha kaartspel |
| irojikake-色仕掛け | (vrouwelijke) verleidingskunst |
| iroke-色気 | sexappeal; seksuele aantrekkelijkheid |
| irome-色目 | verleidelijke blik; lonk |
| iromeku-色めく | wankelen; weifelen; onzeker worden |
| iromeku-色めく | verliefd [wellustig; zinnelijk] worden |
| iromeku-色めく | (helder) kleuren; opfleuren |
| ironaoshi-色直し | het wisselen van kleding [kostuum] tijdens gelegenheden zoals een huwelijk |
| iroyoi-色好い | helder [fel] gekleurd |
| iru-入る | ingaan; beginnen; instellen |
| iru-射る | (een pijl of kogels) raken (het doelwit); in het oog springen |
| iruminēshon-イルミネーション | (decoratieve) verlichting [lichtjes]; belichting |
| iryō-医療 | medische zorg [behandeling] |
| iryō-衣糧 | kleding en voedsel |
| iryōkikan-医療機関 | medische instelling; medisch instituut |
| iryūhin-遺留品 | (bij politieonderzoek) voorwerpen die zijn achtergelaten door de dader; eigendommen van het slachtoffer; gevonden voorwerpen |
| iryūjon-イリュージョン | illusie; hallucinatie; hersenschim; waandenkbeeld; droombeeld; fantasie; zinsbegoocheling |
| isakai-諍い | ruzie; onenigheid; woordenwisseling |
| isamiashi-勇み足 | bij sumo(worstelen) een tegenstander naar de rand van de ring brengen maar dan per ongeluk zelf uit de ring stappen |
| isamiashi-勇み足 | te ver gaan [teveel je best doen; overijverig zijn] (en daardoor falen) |
| isamitatsu-勇み立つ | gestimuleerd [bemoedigd; opgefleurd; geprikkeld] zijn [worden] |
| isansōzokuzei-遺産相続税 | erfbelasting |
| isao-勲 | (bijzondere) prestatie; verdienstelijke daad |
| isei-以西 | ten westen [westelijk] (van) |
| isen-緯線 | parallel van de breedtegraad |
| iseru-いせる | techniek om twee stukken stof van ongelijke grootte aan elkaar te naaien (met een krimpnaad, b.v. bij mouwinzetten) |
| isharyō-慰謝料 | schadevergoeding; smartengeld |
| ishi-意志 | wil; wens; voornemen; bedoeling |
| ishi-意思 | bedoeling; gedachte; mening; wens |
| ishi-縊死 | zelfmoord door ophanging |
| ishi-遺址 | ruïne; overblijfselen |
| ishi-頤使 | het de baas spelen; iemand onder controle houden |
| ishibotoke-石仏 | een stenen boeddhabeeld |
| ishidatami-石畳 | stenen bestrating; stoeptegels; tuintegels |
| ishigami-石神 | een heilige steen [rots] (waarvan men gelooft dat er een godheid in woont)) |
| ishikeri-石蹴り | hinkelen; hinkelspel (waarbij kinderen een steentje schoppen op vlakken die op de grond zijn getekend) |
| ishikifumei-意識不明 | bewusteloosheid; coma |
| ishikiteki-意識的 | bewust; opzettelijk; met opzet |
| ishindenshin-以心伝心 | [考えていることが、言葉を使わないでも互いにわかること] een stilzwijgende gedachtenoverbrenging; stilzwijgend begrip; telepathie |
| ishisuru-頤使する | de baas spelen; iemand onder controle [onder de duim] houden |
| ishitsu-遺失 | verlies; vergetelheid; het verliezen; vergeten; (per ongeluk) achterlaten (b.v. een paraplu in de bioscoop) |
| ishitsubutsu-遺失物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendom] |
| ishitsubutsutoriatsukaisho-遺失物取扱所 | afdeling gevonden voorwerpen |
| ishiyakiimo-石焼き芋 | zoete aardappel geroosterd [gepoft] op hete stenen |
| ishizuki-石突き | (metalen) dop om het uiteinde [de punt] van een stok (zwaardschede; wapenstok; paraplu, wandelstok, e.d.] |
| ishizuki-石突き | de harde basis(kluit] van een groepje paddenstoelen |
| ishō-衣装 | kostuum; toneelkleding |
| isho-遺書 | afscheidsbericht [afscheidbrief] van een overledene; zelfmoordbrief |
| isho-遺書 | nagelaten werken [boeken; manuscripten] |
| ishoku-衣食 | kleding en voedsel |
| ishoku-衣食 | levensonderhoud; middelen van bestaan |
| ishokujō-委嘱状 | aanstellingsbrief |
| ishu-意趣 | intentie; bedoeling |
| ishu-意趣 | wrok; wrevel; boosaardigheid |
| ishū-異臭 | stank; walgelijke [onaangename] geur |
| ishugaeshi-意趣返し | vergelding; wraak; represaille |
| ishuku-萎縮 | atrofie; verschrompeling; uitdroging |
| isochidori-磯千鳥 | strand plevier (vogel) |
| isogiashi-急ぎ足 | een snelle loop; snelle stappen |
| isoiso-いそいそ | (onomatopee) opgewekt; vrolijk; blij; luchthartig; opgewonden [huppelend] van blijdschap |
| isokando-イソ感度 | ISO-gevoeligheid (van een camera) |
| isome-磯目 | borstelworm |
| ison-依存 | afhankelijkheid |
| isondo-依存度 | mate [graad] van afhankelijkheid [vertrouwen] |
| issai-一切 | niets; helemaal niet; niet in het minst |
| issakusaku-一昨昨 | drie (dagen; maanden; jaren) geleden |
| issan-一山 | een heel tempelcomplex |
| issan-一山 | een berg; heuvel |
| issei-一斉 | gelijkheid; gelijkwaardigheid |
| issei-一斉 | gelijktijdigheid |
| isseki-一席 | banket; feestmaal; feestelijk diner; etentje |
| isseki-一石 | één steen; één partij go (bordspel) |
| isshi-一紙 | een blad [vel; stuk] papier [document] |
| isshi-一紙 | hetzelfde papier |
| isshi-一紙 | (telwoord) één krant |
| isshindōtai-一心同体 | hart en ziel zijn één; twee harten kloppen als één; twee zielen, één gedachte |
| isshinfuran-一心不乱 | met hart en ziel; doelbewust; vastberaden |
| isshinkyō-一神教 | monotheïsme (geloof in één god) |
| isshinni-一心に | van (ganser) harte; met heel het hart |
| isshitsu-一室 | dezelfde kamer |
| issho-一書 | een boekwerk; boekdeel |
| isshō-一生 | een leven; hele leven; levensduur; een bestaan |
| issho-一緒 | één (passend) geheel; bij elkaar; dezelfde categorie |
| isshōgai-一生涯 | levenslang; een leven lang; je hele leven |
| isshokenmei-一所懸命 | in de middeleeuwen de plaats die samoerai kregen als thuishaven om te leven en te werken |
| isshōkenmei-一生懸命 | met hart en ziel, intens; vol overgave; uit alle macht; met de volle inzet |
| isshoku-一色 | een gelijke kleur [stemming; tendens] |
| isshokuta-一緒くた | mengelmoes; warboel; ratjetoe |
| isshū-一周 | rotatie; omwenteling; rondgang; omvaart |
| isshu-一首 | een gedicht; telwoord voor traditionele Japanse gedichten |
| isshūnen-一周年 | een heel jaar |
| isso-いっそ | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| isso-いっそ | (arch.) werkelijk; helemaal; in ieder geval; hoe dan ook |
| issoku-一足 | (bij kemari, traditionele Japanse balsport) een schop |
| issonokoto-いっその事 | liever; bij voorkeur; eerder; nogal; vrij veel; des te meer (minder) |
| issunbōshi-一寸法師 | Issun Boshi, de titel van een Japans sprookje |
| isu-椅子 | stoel; zetel; positie |
| isū-異数 | bijzondere gunst; speciale behandeling |
| isuraeru-イスラエル | Israël |
| isuramukyō-イスラム教 | de Islam (religie) |
| īsutan・rīgu-イースタン・リーグ | (honkbal competitie) Oostelijke divisie |
| isuwaru-居座る | in eenzelfde positie [ambt] blijven; aanblijven (als); ongewijzigd blijven |
| ita-板 | paneel; plank; plaat |
| ita-板 | toneel |
| itabari-板張り | beplanking; lambrisering; met panelen bekleed |
| itachi-鼬 | marter; wezel (Mustela) |
| itachigokko-鼬ごっこ | ratrace; felle jacht op [streven naar] een positie [resultaat]; genadeloze concurrentie; kat-en-muisspel |
| itadaki-頂 | het iets zonder moeite doen; makkelijk winnen [voor elkaar krijgen] |
| itade-痛手 | ernstig letsel; ernstige wond [verwonding] |
| itai-異体 | afwijkende [ongebruikelijke] vorm |
| itai-遺体 | lijk; dode; dood lichaam; stoffelijk overschot |
| itaitashii-痛痛しい | meelijwekkend; zielig |
| itametsukeru-痛めつける | straffen; martelen; kwellen; in elkaar slaan |
| itami-痛み | (geestelijke) pijn; bezorgdheid; angst; verdriet |
| itami-痛み | (lichamelijke) pijn |
| itamiwake-痛み分け | gelijkspel in een sumo wedstrijd, omdat de tegenstander een verwonding heeft opgelopen |
| itasu-致す | doen [maken] (in nederig-beleefde vorm) |
| itawaru-労る | rekening houden (met); begrip tonen; meevoelen |
| itawashii-労しい | hartverscheurend; zielig; beklagenswaardig; meelijwekkend |
| itazura-悪戯 | kattenkwaad; ondeugendheid; schelmenstreken |
| itchō-一丁 | (woord gebruikt bij het tellen) één gerecht [portie; spel; wedstrijd; partij] |
| itchō-一朝 | plotseling |
| itchōittan-一長一短 | voor- en nadelen; sterke en zwakke punten; de voors en tegens van iets |
| iteza-射手座 | (sterrenbeeld) Boogschutter (Sagittarius) |
| itō-以東 | ten oosten [oostelijk] (van) |
| ito-意図 | bedoeling; voornemen; intentie |
| itodo-いとど | bovendien; daarnaast; temeer; zoveel te meer omdat |
| itoguruma-糸車 | spinnewiel |
| itoku-遺徳 | verdienstelijke nalatenschap door de deugd van een voorouder [stamvader] voor zijn nakomelingen |
| itoma-暇 | afscheid; vaarwel |
| itomaki-糸巻き | spoel; (garen)klos |
| itomo-いとも | uiterst; heel erg; extreem; buitengewoon |
| itonamu-営む | een (religieuze) ceremonie houden [leiden] |
| itosabaki-糸捌き | het bespelen van een snaarinstrument |
| itoshigo-愛し子 | dierbaar [geliefd] kind |
| itoshii-愛しい | zielig; meelijwekkend |
| itoshii-愛しい | lief; geliefd; dierbaar |
| itosuru-意図する | van plan zijn; als doel hebben |
| itoteki-意図的 | opzettelijk; met opzet; expres; bewust |
| itsu-一 | één (van het geheel); (het cijfer) 1; een eenheid |
| itsu-佚 | (in kanji combinaties) ontspannen; relaxen; genieten; verdwijnen; verloren gaan |
| itsubusu-鋳潰す | (om)smelten |
| itsuninaku-いつになく | ongewoon; ongebruikelijk; ongehoord; … dan ooit tevoren |
| itsunomani-いつの間に | wanneer; in hoeveel tijd |
| itsuraku-逸楽 | (ijdel) vermaak; het (alleen maar) genieten [plezier maken] |
| itsuzai-逸材 | een opmerkelijk talent; een uitzonderlijk getalenteerd persoon |
| itsuzoya-何時ぞや | onlangs; recent; pas geleden |
| ittai-一体 | (wat) in hemelsnaam; in vredesnaam; verdorie |
| ittai-一体 | één lichaam [standbeeld] |
| ittaigata-一体型 | gecombineerde unit; geïntegreerd model |
| ittaiichiro-一帯一路 | één gordel, één weg, een Chinees economisch concept over verbinding van regio's tot 1 invloedsgebied, b.v. langs de zijderoute tussen China en Europa |
| ittan-一端 | gedeelte; fragment; onderdeel |
| ittei-一定 | constant [vast; zeker; bepaald; gebruikelijk; uniform] zijn |
| itteiji-一丁字 | een (enkele) letter; een (enkel) teken [karakter] |
| itten-一点 | eerste deel in het oude tijdsysteem, dat een uur in vier delen verdeelt |
| itten-一転 | één ronde [beurt; omwenteling; draai; verandering] |
| itto-一途 | (één) pad [weg; richting; middel]; de enige weg |
| ittoki-一時 | (in de oude Japanse tijdverdeling) een periode van twee uren |
| ittoku-一得 | voordeel; verdienste; gunstig kenmerk |
| ittōryōdan-一刀両断 | resolute en snelle actie [maatregel; stap]; drastische maatregelen nemen |
| ittōsei- 一党制 | eenpartijstelsel |
| ittōshihaisei-一党支配制 | eenpartijstelsel; een stelsel waarbij één partij alle macht [controle] heeft |
| ittsui-一対 | paar; duo; stel; tweetal; een set van twee |
| iu-言う | vertellen; beweren; verklaren |
| iu-言う | noemen; betitelen |
| iwai-祝い | viering; feest; felicitatie; gelukwens |
| iwaibashi-祝い箸 | ronde eetstokjes met dunne uiteinden die men gebruikt bij feestelijke maaltijden |
| iwaigoto-祝い事 | een feestelijke gebeurtenis; viering |
| iwaizake-祝い酒 | feestdronk; drank(je) bij een feestelijke [officiële] gebeurtenis |
| iwakan-違和感 | gevoel van onbehagen, ongemakkelijk gevoel |
| iwana-岩魚 | (Japanse) zalmforel (Salvelinus) |
| iwan'ya-況んや | nog (veel) meer; laat staan dat, om maar niet te spreken van; om nog maar te zwijgen over |
| iwashimizu-岩清水 | water dat van rotsen druppelt [sijpelt] |
| iwatsubame-岩燕 | huiszwaluw (Delichon urbicum) |
| iwau-祝う | (iem.) feliciteren; (iets) vieren |
| iwaya-岩屋 | grot; spelonk |
| iwazumogana-言わずもがな | het spreekt vanzelf [hoeft niet gezegd te worden] |
| iya-否 | nee; oftewel; in tegendeel; sterker nog |
| iya-嫌 | vervelend; ongewenst; onaangenaam |
| iyademo-否でも | of je dat nu wilt of niet; onvermijdelijk; goedschiks of kwaadschiks |
| iyadoroppu-イヤドロップ | oorhanger; lange oorbel; oorbel met hanger |
| iyagarase-嫌がらせ | het treiteren; kwelling; intimidatie |
| iyagaru-嫌がる | een hekel [afkeer; tegenzin] hebben (om iets te doen) |
| iyahaya-いやはや | (uitroep) o jee; lieve hemel; goede genade |
| iyahon-イヤホン | oortelefoon |
| iyahōn-イヤホーン | oortelefoon |
| iyaiya-否否 | nee!; nee nee!; nee, helemaal niet |
| iyaiya-嫌嫌 | (uitroep) nee; nee nee!; helemaal niet |
| iyaki-嫌気 | hekel; afkeer |
| iyaku-医薬 | geneesmiddel; medicijn |
| iyaku-違約 | contractbreuk; schending van een belofte [verbintenis] |
| iyakuhin-医薬品 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| iyāmafu-イヤーマフ | oorbeschermer (geluidisolerend) |
| iyami-嫌み | sarcasme; beledigende opmerking |
| iyamitarashii-嫌みたらしい | onaangenaam; vervelend |
| iyani-嫌に | vreselijk; buitengewoon; onaangenaam; naar; vervelend |
| iyarashii-嫌らしい | obsceen; onzedelijk |
| iyarashii-嫌らしい | onaangenaam; vervelend |
| iyaringu-イヤリング | oorbel; oorring |
| iyasaka-弥栄 | voorspoed; geluk |
| iyasaka-弥栄 | (gelukwens:) veel geluk; hoera; het ga je goed |
| iyashi-癒やし | therapie; genezing; heling; rustgeving; kalmering |
| iyashii-卑しい | nederig; van lage afkomst; eenvoudig; arm; vulgair; sjofel |
| iyashii-卑しい | gemeen; vals; grof; verachtelijk; smerig |
| iyashinbō-卑しん坊 | een hebzuchtig [gulzig; vraatzuchtig] persoon; een veelvraat |
| iyasu-癒やす | genezen; helen; beter maken |
| iyōgazō-医用画像 | beeldvormend medisch onderzoek; medische beeldvorming |
| izakoza-いざこざ | complicaties; conflict(en); moeilijkheden; (geld) problemen |
| izanau-誘う | uitnodigen; verzoeken; aanbevelen |
| izenkei-已然形 | (taalkunde) izenkei (conditionele vorm) |
| īzeru-イーゼル | schildersezel |
| izon-依存 | afhankelijkheid |
| izonsei-依存性 | afhankelijkheid; afhankelijke aard |
| izuko-何処 | waar; welke plaats |
| izuminetsu-泉熱 | Izumi koorts (infectieziekte vergelijkbaar met roodvonk) |
| izumonokami-出雲の神 | godheid van het Izumo heiligdom (wordt gezien als god van het huwelijk) |
| izure-何れ | hoe dan ook, wat er ook van zijn mag; uiteindelijk; vroeg of laat |
| izurenishitemo-何れにしても | hoe dan ook; in elk geval; wat er ook gebeurt |
| ī・komāsu-イー・コマース | elektronische handel; webhandel |
| ī・kyū-イー・キュー | emotionele-intelligentiequotiënt |
| ī・kyū-イー・キュー | educatieve-intelligentiequotiënt |
| ī・mēru-イー・メール | e-mail; elektronische post |
| jabisen-蛇皮線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| jagaimo-じゃが芋 | aardappel |
| jain-邪淫 | ongeremdheid; wellustigheid; onzedelijkheid |
| jain-邪淫 | (boeddh.) overspel; het hebben van een buitenechtelijke relatie |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbaar [weerspannig] paard |
| jajauma-じゃじゃ馬 | een onhandelbare [eigenzinnige] persoon [vrouw] |
| jajji-ジャッジ | (be)oordelen |
| jajjimento-ジャッジメント | oordeel; vonnis |
| jaki-邪鬼 | duivel; boze geest |
| jakkan-若干 | een kleine hoeveelheid; een beetje; een weinig; een paar |
| jako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| jakuden-弱電 | zwakstroom (elektrische stroom met lage spanning) |
| jakuhai-若輩 | beginneling; onervaren persoon |
| jakuhai-若輩 | jong persoon; jongeling; jongmens |
| jakujō-寂静 | (boeddh.) geestelijke rust [kalmte]; zonder verlangens [lusten e.d.] |
| jakumetsu-寂滅 | (boeddh.) de spirituele toestand van geestelijke rust en uitblussing van alle wereldse verlangens |
| jakuon-弱音 | zacht [zwak] geluid |
| jakusha-弱者 | een zwakke [machteloze] persoon |
| jama-邪魔 | (over)last; hinder; obstakel; ongemak |
| jamadate-邪魔だて | (moedwillige) obstructie; hindering; tegenwerking; belemmering |
| jamamono-邪魔者 | iemand die [iets dat] een belemmering [obstakel; last] is |
| jamon-蛇紋 | gevlekt patroon (lijkend op een slangenvel) |
| jamu-ジャム | jam; gelei; confituur |
| janen-邪念 | slechte bedoeling(en) [gedachten]; kwade geest |
| janen-邪念 | zinloze [wereldse; profane; onzedelijke] gedachten [gevoelens] |
| janguru・jimu-ジャングル・ジム | klimrek (Engels: jungle gym) |
| janken-じゃん拳 | het steen-papier-schaar spelletje (gebruikt om te loten of om te bepalen wie er eerst aan de beurt is) |
| janome-蛇の目 | (lett.: slangenoog) symbool van een omcirkelde stip; roos (van een schietschijf) |
| janomegasa-蛇の目傘 | papieren parasol (met het omcirkelde punt patroon) |
| japonika-ジャポニカ | japonica, wetenschappelijke naam voor plant-variëteiten |
| jareru-戯れる | speels zijn; spelen; huppelen; kwispelen (hond) |
| jari-砂利 | grind; kiezel(s) |
| jashin-邪神 | een kwade godheid; boze geest; duivel |
| jasu・māku-ジャス・マーク | JAS (Japanese Agricultural Standard) keurmerk voor voedsel (landbouw en dierlijke producten) |
| jerī-ジェリー | gelei; gelatine |
| jerumediumu-ジェルメディウム | gel medium |
| jesso-ジェッソ | kalkonderlaag; kalkmortel |
| jiai-自愛 | egoïsme; eigenbelang |
| jiai-自愛 | het (goed) voor zichzelf zorgen |
| jiasutāze-ジアスターゼ | diastase; mengsel van amylasen |
| jiba-磁場 | magnetisch veld |
| jibaku-自爆 | het zichzelf opblazen; zelfmoordaanslag met een bom |
| jiban-地盤 | grond(laag); oppervlaktelaag; aardkorst |
| jibōjiki-自暴自棄 | wanhoop; vertwijfeling |
| jibun-自分 | (zich)zelf; ik |
| jibunjishin-自分自身 | (versterkende vorm met nadruk) ik; zelf; ikzelf; mijzelf |
| jibunkatte-自分勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| jibutsu-持仏 | een boeddhistisch beeld dat altijd wordt gedragen of in huis bewaard, als beschermgod |
| jichi-自治 | zelfbestuur; autonomie |
| jichiku-自治区 | autonoom [zelfbesturend] gebied; gebied [regio; wijk] met autonomie |
| jichin-自沈 | het tot zinken brengen van de eigen boot [de boot waar men zelf aan boord is) |
| jichiryō-自治領 | zelfbesturend [autonoom] gebied (binnen een staat) |
| jichitai-自治体 | gemeente; plaatselijke overheid |
| jichō-次長 | onderdirecteur; adjunct hoofd; plaatsvervangend afdelingshoofd |
| jichō-自嘲 | zelfspot; het zichzelf belachelijk maken |
| jichō-自重 | zelfrespect; zelfvertrouwen; eergevoel |
| jichō-自重 | het goed voor zichzelf zorgen; behoedzaamheid; bedachtzaamheid; voorzichtigheid |
| jida-耳朶 | oorlel |
| jidaigeki-時代劇 | (historisch) kostuumdrama (toneel; film) |
| jidaikankaku-時代感覚 | een gevoel voor de tijdgeest; begrip voor de kenmerken [trends] van de tijdsperiode |
| jidaimono-時代物 | een historisch drama [toneelstuk; kostuumstuk] (uit de Edo periode of daarvoor) |
| jidaishōsetsu-時代小説 | roman die zich afspeelt in de premoderne tijd (voor 1868) |
| jidan-示談 | (informele) overeenkomst buiten het gerecht om |
| jidōfukushishisetsu-児童福祉施設 | instituut [instelling] voor het kinderwelzijn [welzijn van kinderen] |
| jidōjiritsushienshisetsu-児童自立支援施設 | instelling voor jeugdzorg ter ondersteuning van de zelfredzaamheid van kinderen |
| jidoku-侍読 | hofgeleerde; hofleraar; onderwijzer aan het hof |
| jidori-地取り | de verdeling van percelen [kavels] voor huizenbouw |
| jidori-地取り | ("bij get go-spel) verovering van een groot gebied |
| jidorisōsa-地取り捜査 | politieonderzoek in de directe omgeving van de plaats delict |
| jidōshadenwa-自動車電話 | autotelefoon |
| jidōshasongaibaishōsekininhoken-自動車損害賠償責任保険 | wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor voertuigen |
| jidōshi-自動詞 | intransitief werkwoord; onovergankelijk werkwoord |
| jidōsokudoihankanshisōchi-自動速度違反監視装置 | snelheidsbewakingsapparatuur; snelheidsradar; radarkanon |
| jiei-自営 | zelfstandig een bedrijf runnen; eigen baas zijn |
| jiei-自衛 | zelfverdediging; zelfbescherming |
| jieiken-自衛権 | het recht op zelfverdediging |
| jieitai-自衛隊 | het Japanse Zelfverdedigingsleger; zelfverdedigingstroepen |
| jifu-自負 | trots; zelfverzekerdheid |
| jifun-自刎 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
| jifun-自噴 | het uit de grond omhoog spuiten [stromen; opwellen] van vloeistoffen [water, olie) of gas [stoom] |
| jiga-自我 | het ego; (zich)zelf |
| jigai-寺外 | buiten de tempel |
| jigai-自害 | zelfmoord; zelfdoding |
| jigajisan-自画自賛 | zijn eigen lof zingen; zichzelf ophemelen; opschepperij |
| jigakujishū-自学自習 | zelfstudie; autodidactisch leren |
| jigatame-地固め | het egaliseren van grond; grondnivellering |
| jigazō-自画像 | zelfportret |
| jigen-字源 | de regels voor het samenstellen van Chinees karakter [kanji] |
| jigen-字源 | het Chinese karakter [de kanji] waar een kana-teken van is afgeleid |
| jigen-時限 | tijdslimiet; (vooraf) vastgestelde tijd |
| jigensuto-時限スト | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jigensutoraiki-時限ストライキ | staking van beperkte duur; tijdelijke staking |
| jigi-児戯 | (slechts) kinderspel; (niets anders dan) een spelletje |
| jigi-時宜 | geschikt moment; juiste [passende] gelegenheid |
| jigō-寺号 | tempelnaam; de naam van een tempel |
| jigo-持碁 | gelijkspel; remise (m.n. bij het go-spel) |
| jigoku-地獄 | hel; inferno |
| jiguchi-地口 | straatkant van een bouwplaats [perceel] |
| jiguchi-地口 | woordspeling |
| jiguchi-地口 | (Muromachi periode) voorgevel-belasting (een tijdelijke belasting op huizen [percelen], in steden als Kyoto en Nara) |
| jiguchisen-地口銭 | (Muromachi periode) een tijdelijke belasting op huizen [percelen] (in steden als Kyoto en Nara) |
| jigusō・pazuru-ジグソー・パズル | legpuzzel |
| jigyōsai-事業債 | bedrijfsobligaties voor een specifiek project (uitgegeven door algemene ondernemingen die geen financiële instellingen zijn) |
| jihibiki-地響き | aardtrilling; ondergrondse trilling [beving]; ondergronds gerommel |
| jihishuppan-自費出版 | zelfpublicatie; publicatie op eigen kosten |
| jii-自慰 | masturbatie; zelfbevrediging |
| jiin-寺院 | boeddhistische tempel |
| jiishiki-自意識 | zelfbewustzijn |
| jiito-地糸 | draad die niet fabrieksmatig wordt gesponnen (traditioneel vaak gedaan als nevenactiviteit in o.a. het boerenbedrijf) |
| jijii-爺 | (geringschattend) oude vent [kerel; gozer] |
| jijimusai-爺むさい | ouwelijk; slonzig |
| jijin-自刃 | zelfdoding met een zwaard [mes] |
| jijin-自尽 | zelfdoding; zelfmoord |
| jijin-自陣 | (voetbal) de eigen helft (van het veld) |
| jijitsujō-事実上 | in feite; feitelijk; werkelijk |
| jijo-次序 | volgorde; systeem; regeling; bestel |
| jijō-磁場 | magnetisch veld |
| jijōnomajiwari-爾汝の交わり | goed bekend [bevriend] met elkaar zijn (zodat men elkaar met jij en jouw aanspreekt); familiair omgaan met elkaar |
| jika-磁化 | de hoeveelheid magnetisch moment per volume-eenheid |
| jika-自家 | jezelf |
| jikadanpan-直談判 | directe onderhandeling [bespreking]; persoonlijk gesprek [interview] |
| jikaku-字画 | (het aantal) penseelstreken van een kanji |
| jikaku-磁覚 | magnetoceptie; magnetoreceptie (het kunnen waarnemen van magnetische velden) |
| jikaku-耳殻 | oorschelp (concha) |
| jikaku-自覚 | zelfbewustzijn; zelfbewustwording; zelfrealisatie; zelfbesef |
| jikamaki-直播き | directe bezaaiing (het zaaien direct in het veld) |
| jikanwari-時間割 | rooster; tijdschema; dienstregeling |
| jikasei-自家製 | eigengemaakt; zelf vervaardigd [bereid] zijn |
| jikasōgaku-時価総額 | totale actuele marktwaarde |
| jikatsu-自活 | zelfstandig levensonderhoud; het voorzien in eigen levensonderhoud |
| jike-寺家 | boeddhistische tempel |
| jike-寺家 | boeddistische monnik (die in een tempel woont) |
| jikei-自剄 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
| jiketsu-自決 | zelfbeschikking |
| jiketsu-自決 | zelfdoding (bij het op zich nemen van verantwoordelijkheid) |
| jiki-時機 | (goede) gelegenheid; kans; goede [geschikte] tijd (om iets te doen) |
| jiki-磁器 | Japans porselein (Arita, Kutani, Seto, etc.) |
| jikideshi-直弟子 | directe [persoonlijke] leerling [volgeling] (van een meester) |
| jikidō-直堂 | (zen-boedddh.) de persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de gewaden en hoofddeksels van de monniken |
| jikini-直に | onmiddellijk; meteen; op zeer korte termijn |
| jikini-直に | makkelijk; snel |
| jikisho-直書 | zelf geschreven verklaring met ondertekening [handtekening] |
| jikkei-実刑 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkeihanketsu-実刑判決 | gevangenisstraf zonder uitstel uitgevoerd; onvoorwaardelijke gevangenisstraf |
| jikkendai-実験台 | laboratoriumtafel; een tafel waarop experimenten [proeven] worden uitgevoerd |
| jikkenteki-実験的 | experimenteel |
| jikkyō-実況 | echte [feitelijke] situatie; omstandigheid |
| jikkyōkenbun-実況見分 | politieonderzoek op de plaats van een misdrijf met instemming van de betrokkenen (zonder een gerechtelijke of wettige machtiging) |
| jiko-事故 | (verkeers)ongeluk |
| jikō-事項 | zaak; aangelegenheid; kwestie; item; categorie |
| jiko-自己 | (zich)zelf; ego |
| jikoanji-自己暗示 | (psychologie) autosuggestie; zelfsuggestie |
| jikobengo-自己弁護 | zelfrechtvaardiging, zelfverdediging; excuus |
| jikobōei-自己防衛 | zelfbescherming |
| jikogisei-自己犠牲 | zelfopoffering |
| jikohakai-自己破壊 | zelfdestructie |
| jikohihan-自己批判 | zelfkritiek |
| jikohoden-自己放電 | zelfontlading |
| jikohōki-自己放棄 | zelfverloochening; zelfovergave |
| jikohozon-自己保存 | zelfbehoud |
| jikokabushiki-自己株式 | eigen aandelen die zijn teruggekocht door een bedrijf |
| jikokenji-自己顕示 | het de aandacht trekken; aandacht op zichzelf vestigen; proberen op te vallen |
| jikoken'etsu-自己検閲 | zelfcensuur |
| jikoken'o-自己嫌悪 | zelfhaat; zelfverachting |
| jikoku-時刻 | goed tijdstip; gelegenheid; kans |
| jikokuhyō-時刻表 | dienstregeling; tijdschema |
| jikomanzoku-自己満足 | zelfgenoegzaamheid; eigendunk; zelfbehagen; zelfingenomenheid |
| jikonōshuku-自己濃縮 | zelfverrijking |
| jikoru-事故る | (informele term voor) het veroorzaken van een ongeval (m.n. een verkeersongeval) |
| jikoshōkai-自己紹介 | zelfintroductie; het zichzelf (aan iemand) voorstellen |
| jikoshuchō-自己主張 | zelfbewustheid; aanmatiging |
| jikosogai-自己疎外 | zelfvervreemding |
| jiku-次句 | volgende versdeel |
| jiku-軸 | stengel; steel |
| jiku-軸 | (wiskunde) as; middellijn |
| jikuashi-軸足 | (honkbal) pivotvoet; steunvoet (het standbeen wanneer een speler draait) |
| jikubari-字配り | letterindeling; letterverdeling; positionering van letters [karakters] |
| jikuro-舳艫 | (van een schip) voorsteven [boeg] en achtersteven [spiegel] |
| jikyū-自給 | zelfstandigheid; zelfvoorziening |
| jikyūjisoku-自給自足 | zelfvoorzienigheid |
| jikyūsuru-自給する | in zijn eigen onderhoud voorzien; zelfstandig iets uitvoeren; zelfvoorzienend zijn |
| jimaku-字幕 | ondertiteling |
| jiman-自慢 | trots; zelfwaardering; verwaandheid; arrogantie |
| jimawari-地回り | lokale handelaar |
| jimei-自明 | vanzelfsprekendheid; duidelijkheid |
| jimejime-じめじめ | (onomatopee) terneergeslagen; somber; gedeprimeerd; melancholisch |
| jimenshi-地面師 | zwendelaar [oplichter] in grondverkoop (niet in eigen bezit) |
| jimetsu-自滅 | natuurlijk verval; zelfvernietiging; je eigen graf graven; je eigen nederlaag over jezelf afroepen |
| jimichi-地道 | stabiel [gestaag; oprecht; eerlijk] zijn |
| jimichi-地道 | normale loopsnelheid (van een paard e.d.) |
| jimon-寺門 | hoofdtempel van de Tendai-secte in de stad Ōtsu |
| jimon-寺門 | tempelpoort; hoofdingang van een (boeddhistische) tempel |
| jimon-自問 | vragen aan zichzelf; het zich afvragen |
| jimono-地物 | traditioneel zangstuk met shamisen begeleiding |
| jimu-寺務 | tempeladministratie |
| jimu-寺務 | administrateur van tempelzaken |
| jimuteki-事務的 | zakelijk |
| jin-陣 | slagorde; gevechtsopstelling |
| jinaki-地鳴き | (buiten de broedtijd) vogelgezang; getjilp (van vogels) |
| jinaoshi-地直し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinbotsu-陣没 | het sterven [doodgaan; gedood worden] in een oorlog (op het slagveld; aan het front) |
| jinchi-陣地 | (militair) kamp(ement); veldverblijf; legerplaats; stelling |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan soldaten aan het front |
| jinchūmimai-陣中見舞い | een helpend [aanmoedigend] bezoek aan mensen die hard moeten werken |
| jingai-人外 | een plek buiten de door mensen bewoonde wereld |
| jingai-人外 | onmenselijk zijn |
| jingai-塵外 | (de gemoedstoestand van) een plek ver weg van de problemen van de alledaagse [stoffelijke; seculiere] wereld |
| jingasa-陣笠 | strohoeden die vroeger door gewone voetsoldaten werden gedragen i.p.v. helmen |
| jingi-神器 | heilige schat (m.n. de drie heilige schatten van de keizerlijke troon, het zwaard, het juweel, de spiegel) |
| jingi-神祇 | de goden van de hemel en de goden van de aarde |
| jingū-神宮 | de officiële naam van de Ise-schrijn (Ise Jingū) |
| jinja-神社 | Shinto-tempel |
| jinjifusei-人事不省 | bewusteloosheid; onderbewustzijn |
| jinjiidō-人事異動 | (veranderingen in de positie, rechten of lokatie van werknemers) personeelsreorganisatie; personeelsherstructurering |
| jinjiin-人事院 | Nationale Personeelsautoriteit; Nationaal Personeelsbureau |
| jinjin-じんじん | tintelend [pijnlijk; verdoofd; stekend] gevoel |
| jinjō-尋常 | gewoon [normaal; alledaags; middelmatig; gemiddeld] zijn |
| jinjō-尋常 | goed [voortreffelijk] zijn |
| jinkai-人海 | (lett.: zee van mensen) overmacht aan mensen [personeel, soldaten, e.d.] |
| jinkai-人界 | de menselijke wereld; mensenwereld |
| jinkai-塵界 | de gewone [alledaagse; aardse] wereld |
| jinkan-人間 | de wereld; de mensheid |
| jinkei-陣形 | slagorde; legeropstelling; gevechtsformatie |
| jinken-人件 | personeel |
| jinkenhi-人件費 | personeelskosten; arbeidsloon |
| jinkenseisaku-人権政策 | mensenrechtenbeleid |
| jinketsu-人傑 | een intelligent [getalenteerd] persoon; een groot mens |
| jinkōchinō-人工知能 | kunstmatige intelligentie |
| jinkōchishiki-人工知識 | kunstmatige intelligentie (AI: artificial intelligence) |
| jinkōchōsa-人口調査 | volkstelling; census |
| jinkōchūzetsu-人工中絶 | abortus provocatus (het opzettelijk afbreken van een zwangerschap) |
| jinkōeisei-人工衛星 | (kunstmatige) satelliet; spoetnik; kunstmaan |
| jinkōgenso-人工元素 | synthetisch [kunstmatig] element |
| jinkokki-人国記 | een register met biografieën van belangrijke mensen (gerangschikt per geboorteplaats) |
| jinkōninshinchūzetsu-人工妊娠中絶 | abortus provocatus (het opzettelijk afbreken van een zwangerschap) |
| jinkun-仁君 | een welwillende [genadige] vorst [heerser] |
| jinkusu-ジンクス | vloek; ongeluksbode |
| jinma-蕁麻 | (Japanse) brandnetel (Urtica thunbergiana) |
| jinmashin-蕁麻疹 | netelroos; urticaria |
| jinmei-人命 | het (menselijk) leven |
| jinmeiyōkanji-人名用漢字 | lijst van officieel toegelaten karakters om eigennamen weer te geven in de familieregisters |
| jinmenjūshin-人面獣心 | een monster [beest] in menselijke gedaante; een bruut; meedogenloos [wreed] mens |
| jinmyaku-人脈 | persoonlijke [zakelijke] contacten; netwerk |
| jinoshi-地伸し | het voorbehandelen van stoffen om krimp of rek te voorkomen |
| jinpi-靭皮 | (plantkunde) bastweefsel; floëem |
| jinpun-人糞 | menselijke uitwerpselen |
| jinrin-人倫 | menselijke betrekkingen [relaties]; moraliteit, |
| jinrui-人類 | menselijk wezen; de mens (Homo sapiens); de mensheid |
| jinryoku-人力 | mankracht; menselijke kracht |
| jinsei-人世 | de mensenwereld; deze wereld; het (menselijk) bestaan; de maatschappij |
| jinsha-仁者 | een welwillende [liefdadige] persoon; weldoener; filantroop |
| jinshin-人心 | het menselijk hart; de harten van de mensen; de menselijke natuur; de publieke opinie |
| jinshin-人臣 | onderdaan; vazal; volgeling |
| jinshin-人身 | menselijk lichaam |
| jinshinbaibai-人身売買 | slavenhandel; mensenhandel |
| jinshinjiko-人身事故 | een (verkeers)ongeval met letsel of de dood tot gevolg |
| jintai-人体 | het menselijk lichaam |
| jintai-靱帯 | ligament; bindweefselband |
| jintaijikken-人体実験 | experimenteren op mensen; onderzoek met menselijke proefpersonen |
| jintaikaibō-人体解剖 | menselijke anatomie |
| jintaikaibōgaku-人体解剖学 | de studie van de menselijke anatomie |
| jintaimokei-人体模型 | anatomisch model van het menselijk lichaam |
| jintōzei-人頭税 | hoofdelijke omslag; hoofdelijke belasting |
| jinzaihaken-人材派遣 | uitzendwerk; tijdelijk werk |
| jin'ei-陣営 | opstelling (van legers) |
| jin'en-人煙 | menselijke bewoners (te zien door rook uit hun huizen) |
| jin'in-人員 | personeel; mankracht; werknemers |
| jin'ishuku-腎萎縮 | nieratrofie; schrompelnier |
| jin'ya-陣屋 | (Edo periode) residentie van de daimyo van een klein domein zonder kasteel |
| jiomanshī-ジオマンシー | geomatiek (waarzegkunst uitgaande van verschijnselen op aarde) |
| jiorama-ジオラマ | diorama opstelling met achtergrond schildering op ware grootte |
| jipangu-ジパング | Zipangu, de naam waarmee naar Japan wordt verwezen in Marco Polo's Reizen (het Engelse woord Japan is daarvan afgeleid) |
| jippahitokarage-十把一絡げ | alles bij elkaar genomen; alles tegelijk; samenvattend geheel; generalisering |
| jippi-実費 | werkelijke [huidige] kosten [uitgaven]; onkosten |
| jirettai-焦れったい | irritant; frustrerend; ergerlijk; vervelend |
| jiridaka-じり高 | geleidelijke stijging (van prijzen, koersen, e.d.) |
| jirijiri-じりじり | beetje bij beetje; stap voor stap; langzaam maar zeker; langzamerhand; geleidelijk |
| jirijiri-じりじり | geknetter; gesis; sissend [knetterend] geluid |
| jirijiri-じりじり | (constant) gerinkel van een bel |
| jiritsu-自律 | autonomie; onafhankelijkheid; zelfbeschikking |
| jiritsu-自立 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; zelfvoorziening |
| jiritsushinkei-自律神経 | het autonome zenuwstelsel |
| jiritsusuru-自立する | zelfstandig [onafhankelijk] worden |
| jiriyasu-じり安 | geleidelijke daling (van prijzen, koersen, e.d.) |
| jirō-痔瘻 | anale fistel |
| jirukoniumu-ジルコニウム | zirkonium (chem. element) |
| jiryō-寺領 | tempeldomein; tempelterrein |
| jiryō-寺領 | bijdrage [vergoeding] voor een tempel |
| jiryokusen-磁力線 | magnetische veldlijn(en) |
| jisaku-自作 | (iemands) eigen werk; iets dat men zelf maakte |
| jisashukkin-時差出勤 | variabele [flexibele] werktijden [arbeidstijden] |
| jisatsu-自殺 | zelfmoord; suïcide; zelfdoding |
| jisatsuhōjo-自殺幇助 | hulp bij zelfdoding [zelfmoord] |
| jisatsukōgeki-自殺攻撃 | zelfmoordaanslag |
| jisatsumisui-自殺未遂 | zelfmoordpoging |
| jisatsusha-自殺者 | zelfmoordenaar |
| jisatsusuru-自殺する | zelfmoord plegen |
| jisatsuten-自殺点 | eigen doelpunt; doelpunt in eigen doel |
| jisei-自制 | zelfbeheersing |
| jisei-自生 | autogenese; abiogenese; zelfwording |
| jisei-自省 | zelfreflectie; zelfbeoordeling |
| jisei-自製 | het (iets) zelf maken |
| jisei-自製 | een zelfgemaakt [eigengemaakt] voorwerp [artikel] |
| jiseki-事績 | prestatie; wapenfeit; heldendaad |
| jiseki-事跡 | (voet)sporen; overblijfsel; bewijs(stuk) |
| jiseki-次席 | de tweede [volgende] zetel [positie; rang] |
| jiseki-自責 | zelfverwijt |
| jisen-耳栓 | traditionele oorbellen uit de Japanse Jomon periode |
| jisen-自薦 | het zichzelf aanbevelen [nomineren; voordragen] (b.v. voor een bepaalde positie of functie) |
| jisensuru-自薦する | zichzelf aanbevelen [nomineren; voordragen] (b.v. voor een bepaalde positie of functie) |
| jisha-侍者 | monnik die de hoofdpriester van een tempel bijstaat bij allerlei zaken |
| jisha-侍者 | dienaar (bij vooraanstaande [adellijke] families) |
| jisha-寺社 | (boeddhistische) tempel en (shintō) heiligdom [schrijn] |
| jishakabushikishutokuken-自社株式取得権 | het recht hebben om eigen aandelen te verwerven |
| jishin-自信 | zelfvertrouwen |
| jishin-自身 | (zich)zelf; ik |
| jishinkajō-自信過剰 | overmoedigheid; zelfoverschatting; arrogantie |
| jishitsu-地質 | stof; (weefsel)structuur; textuur |
| jishō-事象 | fenomeen; verschijnsel; gebeurtenis |
| jisho-地所 | kavel; perceel (grond); landgoed |
| jishō-自称 | zelfbenoemde; zelfverklaarde; zelf beschrevene |
| jishohenshū-辞書編集 | lexicografie; het samenstellen van een woordenboek |
| jishohenshūsha-辞書編集者 | lexicograaf; samensteller van een woordenboek |
| jishoku-辞色 | iemands taalgebruik en uiterlijke verschijning [gelaatstrekken; gelaatsuitdrukking] |
| jishu-自主 | autonomie; onafhankelijkheid; zelfbeschikking |
| jishu-自首 | zelf-aangifte (bij de politie); jezelf aangeven |
| jishuteki-自主的 | zelftstandig; autonoom; onafhankelijk |
| JISkikaku-JIS規格 | Japanse Industriële Standaarden |
| jisoku-時速 | snelheid per uur |
| jisoku-自足 | zelfstandigheid; onafhankelijkheid; op eigen benen kunnen staan; autarkie |
| jison-自尊 | zelfrespect; eigenwaarde; zelfachting |
| jisonshin-自尊心 | (gevoel van) eigenwaarde; zelfrespect; trots |
| jissai-実際 | werkelijkheid; realiteit; stand van zaken |
| jisseikatsu-実生活 | realiteit; dagelijkse werkelijkheid; (in) het echte leven |
| jissen-実戦 | gevechtsactie; gevechtshandeling |
| jissenrei-実践例 | praktijkvoorbeeld |
| jissha-実車 | auto(model) op ware grootte |
| jisshakai-実社会 | de echte [werkelijke] maatschappij [wereld]; het echte [werkelijke] leven |
| jisshi-十指 | de tien vingers [tenen]; tien (opmerkelijke) zaken |
| jisshinhō-十進法 | decimale [tientallige] talstelsel |
| jisshitsuteki-実質的 | substantieel; inhoudelijk; essentieel; werkelijk; wezenlijk |
| jisshō-実性 | (boeddh.) absolute realiteit [werkelijkheid] |
| jisshō-実正 | (vastgesteld) feit; zekerheid; waarheid |
| jisshō-実証 | feitelijk [op feiten gebaseerd] bewijs; solide [door feiten ondersteund; aangetoond] bewijs |
| jisshō-実証 | (in de traditionele Chinese (kruiden)geneeskunde) een constitutie met een fysieke kracht en sterke weerstand tegen ziekte |
| jissō-実相 | de feiten; de werkelijkheid; feitelijke omstandigheden; realiteit |
| jissō-実相 | (boeddh.) de echte werkelijkheid (van alle fysieke verschijnselen) |
| jissōkannyū-実相観入 | (poëzietheorie van Mokichi Saito) de werkelijkheid achter de waarneming [perceptie] beschrijven in tanka |
| jissū-実数 | een reëel getal |
| jisu-ジス | (Japanese Industrial Standard) Japanese industriële standaard |
| jita-自他 | zichzelf en anderen; (filosofie) subject en object |
| jitai-自体 | zelf; zichzelf; het eigen lichaam |
| jitai-自体 | zelf; op zich; alleen dat al; van nature |
| jitai-辞退 | het (beleefd) weigeren [afzien} van (een aanbod, uitnodiging, prijs, e.d.) |
| jitankaibōzu-人体解剖図 | anatomische kaart (afbeelding) |
| jiteki-自適 | zorgeloos leven; een rustig leventje leiden |
| jiten-自転 | omwenteling; aswenteling; rotatie (van een hemellichaam om de eigen as) |
| jiten-辞典 | (vanaf de Meiji periode en in titels) woordenboek |
| jitenjūki-自転周期 | rotatieperiode; omwentelingstijd |
| jitensha-自転車 | fiets; rijwiel |
| jitenshakyōgi-自転車競技 | wielrennen (sport) |
| jitsudan-実弾 | contant geld; duiten |
| jitsudan-実弾 | een echte [geladen] patroon [kogel] |
| jitsugensuru-実現する | realiseren; verwezenlijken; bewerkstelligen |
| jitsugyōka-実業家 | ondernemer; zakenman; handelaar |
| jitsujō-実状 | de feitelijke [actuele] situatie [toestand]; de huidige stand van zaken; de werkelijkheid |
| jitsuni-実に | werkelijk; echt; feitelijk; zeker |
| jitsurei-実例 | een actueel voorbeeld; illustratie; toelichting |
| jitsuri-実理 | praktische theorie (gebaseerd op de werkelijkheid); feitelijke logica |
| jitsuroku-実録 | feitelijke [waarheidsgetrouwe] beschrijving |
| jitsurokumono-実録物 | een feitelijk [waarheidsgetrouw] verslag |
| jitsuryoku-実力 | (werkelijke) kracht; vermogen; competentie; talent; vaardigheid |
| jitsuwa-実は | in feite; feitelijk; trouwens; om de waarheid te zeggen |
| jitsuzai-実在 | (filosofie) objectieve werkelijkheid |
| jitsuzō-実像 | echte [waarheidsgetrouwe] afbeelding [beeltenis] (van iets of iemand) |
| jitsuzō-実像 | echt beeld (een beeld dat ontstaat wanneer gereflecteerde en gebroken lichtstralen elkaar op elk punt kruisen) |
| jittai-実態 | feitelijke situatie; realiteit |
| jiu-寺宇 | (arch. Tang-periode) boeddhistische tempel |
| jiyaku-寺役 | werk(taken) in een tempel |
| jiyūbōeki-自由貿易 | vrijhandel |
| jiyūgyō-自由業 | zelfstandig [vrij; onafhankelijk] beroep |
| jiyūhōnin-自由放任 | anderen (b.v. kinderen) vrij hun gang laten gaan zonder ingrijpen; de dingen op zijn beloop laten |
| jiyūhōnin-自由放任 | laisser faire (economische beleidsprincipe zonder overheidsinterventie) |
| jiyūhōninshugi-自由放任主義 | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| jiyūhonpō-自由奔放 | freewheelen; het kalm aandoen; zich niet druk maken |
| jiyūjizai-自由自在 | vrij [onbelemmerd; onbeperkt] zijn; de controle hebben (over) |
| jiyūka-自由化 | liberalisering; liberalisatie; versoepeling; deregulering; vrijmaking |
| jiyūkeiyakusenshu-自由契約選手 | transfervrije speler [atleet] |
| jiyūkenkyū-自由研究 | onafhankelijk onderzoek (in de vrije keuzeruimte) |
| jizai-自在 | (afk. voor) een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jizaikagi-自在鉤 | een haak boven een haard of fornuis om een pot of ketel aan te hangen |
| jizakai-地境 | grens; grenslijn (tussen gebieden, percelen, e.d.) |
| jizendantai-慈善団体 | goed doel; charitatieve [filantropische] organisatie |
| jīzeru-ジーゼル | diesel |
| jī・kōdo-ジー・コード | G-code (Gemstar Development) |
| jī・pī・esu-ジー・ピー・エス | gps (wereldwijd plaatsbepalingssysteem) |
| jō-上 | (respectvolle term op een cadeau t.a.v. de ontvanger) aangeboden door; met de hartelijke groeten |
| jō-上 | bovenste; bovendeel |
| jō-乗 | woord om voertuigen te tellen |
| jō-剰 | (in kanji combinaties) overschot; talrijk zijn; teveel zijn |
| jō-城 | kasteel; burcht; fort |
| jō-定 | (boeddh.) spirituele concentratie op één object; rust en contemplatie |
| jō-定 | besluit; beslissing; vaststelling |
| jō-定 | (contrast) hoewel |
| jō-情 | gevoel(ens); sentiment; emotie; compassie; medeleven |
| jō-譲 | (in samenstellingen) geven; overhandigen; toekennen; doorgeven; verkopen |
| jō-錠 | slot; vergrendeling; hangslot |
| joban-序盤 | openingszet (bij een spel zoals go, schaken, etc.) |
| jobiraki-序開き | (toneel, in de Edo-periode) een eenakter, als voorprogramma voor een groot toneelstuk |
| jōbitaki-尉鶲 | spiegelroodstaart (zangvogel, Phoenicurus auroreus) |
| jōbun-条文 | artikel; clausule; voorwaarde |
| jobu・rōtēshon-ジョブ・ローテーション | functiewisseling; jobrotation |
| jochō-助長 | goedbedoelde maar onnodige hulp die resulteert in iets negatiefs |
| jōcho-情緒 | emotie; gevoel; stemming; sfeer |
| jōdo-浄土 | (boeddh.) het pure [zuivere] land; het boeddhistisch paradijs; Sukhāvatī; het Westelijke paradijs (van Amida Boeddha) |
| jōdōshisū-情動指数 | emotionele-intelligentiequotiënt (index) |
| joen-助演 | bijrol; medespeler |
| jōfu-丈夫 | held; heldhaftige man |
| jōgai-城外 | buiten een kasteel; buiten de kasteelmuren |
| jogai-除外 | verwijdering; eliminatie |
| jogaijōkō-除外条項 | uitsluitingsclausule; uitsluitingsartikel |
| jōgen-上弦 | het eerste kwartier van de maanstand; maansikkel |
| jōgo-上戸 | iemand die graag [veel] alcohol drinkt (en dan emotioneel wordt) |
| jōgo-上戸 | zuipschuit; drankorgel; (zware) drinker |
| jōha-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| jōhei-城兵 | garnizoen (ter verdediging) in een kasteel |
| jōhin-上品 | elegantie |
| jōhō-上方 | boeddhistische tempel bovenop een berg |
| jōhō-上方 | het bovenste gedeelte |
| johō-叙法 | wijze van (schriftelijk) uitdrukken |
| jōhō-定法 | een conventie; gebruikelijke methode [manier] |
| johō-除法 | deling (rekenkunde) |
| jōhoan-譲歩案 | compromisvoorstel |
| jōhōshūsei-上方修正 | opwaartse aanpassing [herziening; waardering] (van aandelen of kapitaal) |
| joi-女医 | een vrouwelijke arts [dokter] |
| jōi-攘夷 | afkeer [uitsluiting] van vreemdelingen [buitenlanders] (in Japan m.n. in de Bakumatsu periode, 1853-1868) |
| joji-助辞 | (grammatica) partikel |
| jōji-畳字 | herhaling van dezelfde kanji of kana (in combinaties) |
| jōjin-常人 | een gewone [middelmatige] persoon; iemand met middelmatige talenten of bekwaamheden |
| jōjō-上上 | de beste; allerbeste; heel goed |
| jōjō-上場 | (theater) voorstelling; opvoering |
| jojoni-徐徐に | stap voor stap; beetje bij beetje; geleidelijk |
| jōjūzaga-常住坐臥 | altijd; constant; de hele tijd; dag in dag uit |
| jōkā-ジョーカー | joker (in kaartspel) |
| jōka-城下 | (zich bevindend) beneden [bij] een kasteel |
| jōka-城下 | kasteelstad (stad onder de bescherming van een kasteel) |
| jōkaku-城郭 | kasteelmuur; omheining van een kasteel |
| jōkaku-城郭 | kasteel met verdedigingswerk (slotgracht, etc.) en/of versterkingen; citadel |
| jōkamachi-城下町 | kasteelstad (stad onder de bescherming van een kasteel) |
| jōkan-条款 | artikel; voorwaarde; clausule |
| jokei-女系 | de vrouwelijke familielijn; de afstammingslijn van moederskant |
| jōkei-情景 | gevoel; emotie |
| jōkei-情景 | tafereel; uitzicht; aanblik |
| jōkenhansha-条件反射 | een geconditioneerde [voorwaardelijke] reflex |
| jōkenzukenatsuinshōsho-条件付捺印証書 | borg [zekerheidstelling] in handen van derden (tot de voorwaarde is voldaan) |
| jōki-上気 | teveel worden; controle verliezen over jezelf |
| jōkisuru-上気する | controle verliezen over jezelf |
| jōkō-条項 | clausule; artikel; bepaling; voorwaarde |
| jōkon-上根 | (boeddh.) iemand met heel veel spiritueel talent [vermogen] om het Boeddhisme optimaal te kunnen bestuderen [volgen] |
| jōkū-上空 | lucht; luchtstreek; hemel; firmament |
| jokuse-濁世 | (boeddh.) de (bezoedelde) wereld; de stoffelijke [zintuiglijke] wereld |
| jōkyō-上京 | van het platteland naar de hoofdstad [naar Tokio] gaan |
| jokyo-除去 | verwijdering; eliminatie; uitroeiing |
| jokyoku-序曲 | ouverture; prelude; proloog |
| jōmae-錠前 | (deur)slot; grendel |
| jomaku-序幕 | de openingsakte [eerste akte] van een toneelstuk. |
| jomaku-除幕 | onthulling (van een standbeeld, monument, e.d.) |
| jomakushiki-除幕式 | (officiële) onthulling (van een kunstwerk e.d.) |
| jōmoku-条目 | artikel; clausule; bepaling; beding |
| jōmon-城門 | kasteelpoort |
| jōmu-常務 | dagelijks werk; dagelijkse routine |
| jōmukai-常務会 | directiecomité (met als taak het uitvoeren van het door de Raad van Bestuur vastgestelde beleid) |
| jōnai-城内 | binnenin een kasteel; binnen de kasteelmuren |
| jōnen-情念 | emotie; hartstocht; gevoelens |
| jōnetsu-情熱 | passie; enthousiasme; bezieling; gedrevenheid |
| jonidan-序二段 | de op 1 na laagste rang bij het sumo worstelen |
| jōnō-上納 | het betalen (van geld of goederen) aan de overheid\ |
| jōnōkin-上納金 | monetaire betaling van burgers aan de vorst, overheid, overkoepelende organisaties (soms crimineel), e.d. |
| jon・buru-ジョン・ブル | een John Bull (een typische Engelsman) |
| jōrei-条令 | regelgeving; statuten; verordening |
| joren-鋤簾 | soort schoffel met bamboesteel |
| jōri-場裏 | arena; toneel |
| jōri-情理 | emotie en ratio; gevoel en verstand |
| jōrō-上﨟 | een adellijke dame; edelvrouw |
| jōrō-上﨟 | een priester met een hoge rang (en veel ervaring) |
| jōrō-上﨟 | een hooggeplaatste persoon (met veel status en ervaring) |
| jorōgumo-女郎蜘蛛 | Aziatische wielwebspin (Trichonephila clavata) |
| jorunāta-ジョルナータ | hoeveelheid fresco verf die in 1 dag kan worden opgebracht (van Italiaans: giornata, een dag werk) |
| jōruri-浄瑠璃 | (m.n. bij bunraku poppentheater) traditionele Japanse verhalende muziek (waarbij de verteller (tayū) zingt o.b.v. een shamisen) |
| jōryūkaikyū-上流階級 | de hogere klasse; elite |
| jōryūki-蒸留器 | distilleerketel |
| josei-女声 | vrouwenstem; vrouwelijke stem |
| joseiteki-女性的 | vrouwelijk, verwijfd |
| jōseki-城跡 | ruïne [overblijfselen] van een kasteel |
| jōseki-定席 | vaste [reguliere] plek [stoel; plaats; ruimte] |
| joshi-助詞 | (grammatica) partikel |
| jōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| joshō-叙唱 | recitatief (verhalend deel in opera, oratorium, e.d.); het zingend spreken |
| jōshō-常勝 | onoverwinnelijkheid; onverslaanbaar zijn; voortdurende overwinningen |
| jōshu-城主 | kasteelheer; burchtheer; slotheer |
| jōshu-城主 | daimyō met een kasteel in bezit (Tokugawa periode) |
| joshū-女囚 | vrouwelijke gevangene |
| jōshu-情趣 | (goede) stemming; sfeer; gevoel; (schilderachtig; romantisch) effect |
| jōshūhan-常習犯 | veelpleger; recidivist; iemand die steeds dezelfde fouten maakt |
| jōshūhan-常習犯 | recidive; herhaling van strafbare feiten; het opnieuw vervallen in dezelfde zonde [fouten] |
| jōshūsei-常習性 | handeling [drang; neiging] uit gewoonte; recidivisme |
| joshuseki-助手席 | (voertuigen) passagiersstoel; passagierplaats (naast de bestuurdersplaats) |
| josō-序奏 | (muziekterm) introductie; intro (een inleidend gedeelte van een muziekstuk) |
| josondanpi-女尊男卑 | vrouwelijk chauvinisme; (het geloof in) de superioriteit van vrouwen over mannen (lett. de vrouw is geëerd, de man nederig) |
| josōzai-除草剤 | onkruidverdelger; herbicide |
| josuru-除する | verwijderen; elimineren; uitsluiten |
| josuru-除する | delen (door) |
| josūshi-助数詞 | counter: een woord of suffix dat wordt gekoppeld aan een telwoord (de verschillende counters geven de soorten van het getelde object aan) |
| josūshi-序数詞 | ordinaalgetal; rangtelwoord |
| jōtai-常体 | (taalkunde) een informele [directe] stijl (da-de aru) |
| jōtatsu-上達 | (het doorgeven van de wensen [meningen]) van ondergeschikten naar superieuren (bottom-up beleidsstructuur, met inspraak) |
| jōtatsu-上達 | vooruitgang; verbetering; ontwikkeling |
| jōtatsusuru-上達する | vooruitgaan; (zich) verbeteren [ontwikkelen] |
| jōten-上天 | één van de vier hemelen; n.l. de winterhemel |
| jōten-上天 | de schepper (in religieuze betekenis); God in de hemel |
| jōten-上天 | de hemel (die boven de wereld is) |
| jōten-上天 | Hemelvaart |
| jōtō-上等 | hoge [uitstekende] kwaliteit; excellentie |
| jōto-譲渡 | overdracht; levering; inbezitstelling |
| jōwa-情話 | een emotioneel verhaal; liefdesverhaal; liefdesgeschiedenis |
| jōyōkanji-常用漢字 | de officiële lijst van kanji die elke Japanse student tenminste moet kennen bij het afleggen van het examen voor het voortgezet onderwijs in Japan |
| jōyoku-情欲 | lust; (seksueel) verlangen; passie |
| joyū-女優 | actrice; toneelspeelster |
| jōza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| jōzōshu-醸造酒 | brouwsel |
| ju-寿 | felicitaties; gelukwensen; kado ter felicitatie |
| jūaku-十悪 | (boeddh.) tien slechte daden (die gedrag, taalgebruik en instelling omvatten) |
| jūbako-重箱 | een doos met meerdere lagen; stapeldoos |
| jūbunjōken-十分条件 | voldoende woordwaarden (relatie tussen stellingen) |
| juchū-受注 | het in ontvangst nemen van een levering [bestelling] |
| jūdai-重大 | belangrijk [serieus; aanzienlijk; ernstig] zijn |
| jūdan-縦断 | verticale splitsing [verdeling] |
| jūdan-銃弾 | (geweer)kogel; patroon |
| jūdansuru-縦断する | verticaal doorsnijden [splitsen; verdelen] |
| jūdansuru-縦断する | door het hele land [gebied] gaan [lopen; reizen] |
| jūden-充電 | het (elektrisch) opladen |
| jūden-充電 | (fig.) (mentale, spirituele) oplading (door een rusttijd in te lassen) |
| jūdenjikan-充電時間 | oplaadtijd (van een batterij, accu of telefoon) |
| jūdenkikan-充電期間 | oplaadtijd (van een batterij, accu of telefoon) |
| jūdensuru-充電する | (elektrisch) opladen |
| juerī-ジュエリー | juwelen; sieraden |
| jūgen-重言 | kanji-combinatie waarin hetzelfde teken wordt herhaald |
| jugyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook iemand van adel) de binnenkomst; het binnengaan |
| jūgyōinmochikabuseido-従業員持ち株制度 | het systeem dat werknemers aandelen in de zaak (waar ze werken) kunnen hebben |
| jugyōryō-授業料 | schoolgeld; leergeld |
| jūichi-じゅういち | 11 (elf) |
| jūjaku-柔弱 | zwakte (van lichaam en geest); vrouwelijkheid; verwijfdheid |
| jūjika-十字架 | een (christelijk) kruis; kruisvorm |
| jūjishoku-住持職 | hoofdpriester van een boeddhistische tempel |
| juju-授受 | geven en nemen; overdracht; overhandiging; uitwisseling |
| jūjū-重重 | herhaaldelijk |
| jūjū-重重 | genoeg; erg goed; heel veel; volledig |
| jūjutsu-柔術 | jiujitsu (Japans worstelen) |
| jūkasanzei-重加算税 | hoge fiscale boete; extra belasting |
| jukasekijō-樹下石上 | (slapen) onder een boom of op een steen (zoals een Boeddhistische monnik op pelgrimage) |
| jukei-受刑 | bestraffing; het gestraft [veroordeeld] worden |
| jūkei-銃刑 | executie door een vuurpeloton |
| jukeisha-受刑者 | veroordeelde; gedetineerde |
| jukeisuru-受刑する | bestraft [veroordeeld] worden; straf krijgen |
| jukensensō-受験戦争 | examenoorlog, de felle competitie bij toelatingsexamen(s) (voor scholen of universiteiten) |
| juku-塾 | privéschool; stoomcursus (ter voorbereiding op toelatingsexamen voor middelbare scholen en universiteiten) |
| jukugo-熟語 | een samenstelling (samengesteld woord); kanji combinaite |
| jukunen-熟年 | middelbare leeftijd |
| jukusei-塾生 | student aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jukushi-熟思 | zorgvuldige overweging; weloverwogen gedachte |
| jukusu-熟す | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukusuru-熟する | rijpen (fig.); goed ontwikkeld zijn [worden] (b.v. gedachte, plan, gelegenheid, vaardigheid) |
| jukutatsu-熟達 | hoog ontwikkelde vakkundigheid; bekwaamheid |
| jukutō-塾頭 | directeur van privéschool-instelling |
| jukutō-塾頭 | hoofdonderwijzer [docent; leraar] aan een privéschool (voor extra onderwijsdoeleinden ter voorbereiding van toelatingsexamens aan middelbare scholen) |
| jūmintōhyō-住民投票 | plaatselijk referendum (d.w.z. een politiek referendum onder de inwoners van een lokale overheid) |
| jūminzei-住民税 | ingezetenenbelasting |
| jun-旬 | een periode van 10 dagen (een derde deel van een maand) |
| jūnan-柔軟 | flexibel [veerkrachtig; soepel; buigzaam] zijn |
| junangeki-受難劇 | passiespel |
| junansha-受難者 | martelaar |
| jūnantaisō-柔軟体操 | rek- en strekoefeningen om het lichaam soepel te maken, meestal als warming-up voor een sport |
| junanzō-受難像 | kruisbeeld (Christus) |
| junbungaku-純文学 | bellettrie; (schone) letteren |
| jūnen'ichijitsu-十年一日 | jarenlang hetzelfde; zonder verandering [onderbreking] |
| jungyō-巡業 | tournee (van een theatergezelschap, sumo-groep, e.d., op verschillende locaties) |
| jūnintoiro-十人十色 | (spreekwoord) zoveel hoofden zoveel zinnen; smaken verschillen; over smaak valt niet te twisten |
| junjiru-準じる | iets behandelen volgens de standaard ervan; gelijk behandelen |
| junjiru-準じる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| junjitsu-閏日 | schrikkeldag; tussendag (b.v. 29 februari) |
| junkaibunko-巡回文庫 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (gedateerd, tevens ver-afgelegen plaatsen) |
| junkaitoshokan-巡回図書館 | bibliobus; bibliotheekbus; kleine rijdende bibliotheek (m.n. voor ver-afgelegen plaatsen) |
| junkanki-循環器 | hart- en bloedvatenstelsel |
| junkatsu-潤滑 | gesmeerd [soepel] zijn |
| junkō-巡行 | (doelgerichte) patrouille [patrouillering] (van stadsdelen of kwartieren e.d.); inspectieronde |
| junkōseijōtenkai-準恒星状天体 | quasar (quasi-stellar radio source); QSO (Quasi Stelar Object) |
| junkyō-殉教 | martelaarschap |
| junkyo-準拠 | conformiteit; aanpassing; gelijkvormigheid; overeenstemming; navolging |
| junkyō-順境 | gunstige omstandigheden; voorspoed; welvaart |
| junkyohō-準拠法 | geldend recht; toepasselijke wetgeving (bij Internationale transacties, geschillen, e.d.) |
| junkyōsha-殉教者 | martelaar |
| junkyū-準急 | semi-sneltrein; regionale sneltrein |
| junnan-殉難 | zichzelf opofferen voor land of religie; martelaarschap |
| junnō-順応 | aanpassing; conformatie; inschikkelijkheid; acclimatisatie |
| junpitsu-潤筆 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpitsu-順筆 | (kalligrafie) schrijftechniek van beginpunt tot eindpunt in volgorde zonder tegengestelde schrijfrichting |
| junpitsuryō-潤筆料 | de vergoeding [beloning] voor het maken van een kalligrafie of tekening |
| junpō-旬報 | publicatie [rapport; tijdschrift] dat elke 10 dagen wordt uitgebracht; tiendaagse uitgave |
| junpō-遵奉 | gehoorzaamheid; inachtneming [naleving] van voorschriften [regels] |
| junrei-巡礼 | bedevaart; pelgrimage |
| junreisha-巡礼者 | pelgrim; bedevaartganger |
| junsei-準星 | quasar (quasi-stellar radio source); QSO (Quasi Stelar Object) |
| junsoku-準則 | regel; voorschrift; reglement |
| junzuru-準ずる | iets behandelen volgens de standaard ervan; gelijk behandelen |
| junzuru-準ずる | zich conformeren [houden] aan; (een regel, wet etc.) volgen |
| jun'yō-準用 | het toepassen van (bepalingen van) regelgeving [wetgeving] |
| jūōmujin-縦横無尽 | zonder remmingen; onbelemmerd [onbeperkt] zijn; naar hartenlust |
| jūrai-従来 | voorheen; vroeger; tot nu toe; conventioneel; traditioneel |
| jūretsu-縦列 | (mil.) colonne; gelid |
| jūrī-ジューリー | juwelen; sieraden |
| jurōjin-寿老人 | Jurōjin, god van een lang leven (vaak afgebeeld met lange baard en staf), 1 van de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie |
| jūrokumiri-十六ミリ | 16mm-film of een camera gebruikmakend van hetzelfde filmformaat |
| jūryokuba-重力場 | gravitatieveld; zwaartekrachtveld; zwaarteveld |
| jūryokusenkō-重力選鉱 | zwaartekrachtscheiding (een industriële methode om twee componenten te scheiden) |
| jūryōsei-従量制 | betaling naar gebruik (een methode waarbij diensten en voorzieningen in rekening worden gebracht gebaseerd op werkelijk gebruikte gegevens en tijd) |
| jūsatsu-重殺 | (honkbal) dubbelspel |
| jusei-儒生 | een confucianistische geleerde |
| jūseki-重責 | zware [grote] verantwoordelijkheid |
| jūshi-重視 | belang; benadrukking; beklemtoning; accentuering |
| jushinryō-受信料 | kijk- en luistergeld; (tv en radio) abonnementsgeld |
| jūshisuru-重視する | belang hechten aan; benadrukken |
| jūshō-重傷 | zware verwonding; zwaar letsel |
| jūshoku-住職 | hoofdpriester van een boeddhistische tempel |
| jushōshiki-受賞式 | plechtigheid bij het uitreiken van een prijs; officiële [ceremoniële] prijsuitreiking |
| jūsō-住僧 | hoofdpriester van een boeddhistische tempel |
| jusui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
| jūsuiso-重水素 | deuterium (een isotoop van waterstof, ook wel waterstof-2 genoemd) |
| jūtai-縦隊 | colonne; formatie [opstelling] achter elkaar |
| jūtai-重態 | kritieke [levensbedreigende] toestand (letsel, ziekte, e.d.) |
| jūtanbakugeki-絨緞爆撃 | tapijtbombardement (waarbij een groot aantal bommen over een heel gebied worden uitgestrooid, in plaats van bepaalde doelen te raken) |
| jūtenseisaku-重点政策 | belangrijkste beleidslijn; voorrangsbeleid |
| jūtenshugi-重点主義 | prioriteitssysteem; beleid [principe] van het zich richten op essentiële zaken |
| jūtō-重盗 | dubbele gestolen honk (bij honkbal, de situatie waarbij twee honklopers in één slagbeurt tegelijkertijd een honk stelen) |
| jutsu-術 | manier; middel |
| jutsu-述 | (in kanji combinaties) verklaren; mededelen; vertellen |
| juwaki-受話器 | hoorn (v.e. telefoontoestel); telefoonhoorn |
| jūya-十夜 | (boeddh. Jōdo-school) het ritueel van het zingen van Nembutsu gedurende 10 dagen en nachten (van de 6de tot 15de dag van de 10de maand (maankalender) |
| jūyaku-重役 | belangrijke bestuursfunctie |
| jūyaku-重役 | belangrijke rol; hoofdrol |
| jūyō-充用 | het iets reserveren [toewijzen; aanwenden] (voor een bepaald doel) |
| jūyō-重要 | belangrijkheid; belang; essentie |
| jūyōanken-重要案件 | belangrijke [essentiële] items [punten op de agenda] |
| jūyōbunkazai-重要文化財 | belangrijk cultureel bezit [erfgoed] |
| juyōkoku-主要国 | de grote mogendheden; wereldmachten |
| juzō-受像 | ontvangst van (televisie)beeld |
| juzō-寿像 | standbeeld (van een persoon, gemaakt tijdens zijn leven) |
| jūzoku-従属 | ondergeschiktheid; afhankelijkheid; gehoorzaamheid |
| jūzume-重詰め | het inpakken van gerechten in een stapeldoos |
| ka-か | een slotpartikel (geeft een vraag of twijfel aan) |
| ka-火 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) vuur |
| ka-火 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) vuur |
| ka-科 | departement; afdeling; faculteit; specialisatie; afdeling; onderverdeling |
| ka-菓 | wordt samen met telwoord gebruikt om aantal vruchten te tellen |
| ka-課 | afdeling; sectie; departement |
| ka-顆 | korrel |
| kabadi-カバディ | (Hindi: kabaḍḍī) kabaddi, een nationale sport in India (waarbij 2 teams van 7 spelers tegen elkaar strijden) |
| kabane-姓 | (arch.) erfelijke eretitel voor het hoofd van een clan (in het oude Japan) |
| kabā・gāru-カバー・ガール | covergirl; fotomodel op de cover van een tijdschrift |
| kabe-壁 | hindernis; obstakel; barrière |
| kabegami-壁紙 | behangpapier; behangselpapier |
| kabi-黴 | schimmel (organisme) |
| kabin-過敏 | (over)gevoeligheid; nervositeit |
| kābon-カーボン | koolstof (chem. element) |
| kābu-カーブ | effectbal (Engels: curve ball) |
| kabu-株 | handelsrechten; goodwill (zakenrelaties) |
| kabu-株 | aandeel (effectenbeurs) |
| kabu-株 | boomstronk; stam; wortelstok |
| kabubaikyakueki-株売却益 | winst op verkoop van aandelen |
| kabuka-株価 | aandelenkoers |
| kabukashihyō-株価指標 | beursindex; (aandelen) koersindex |
| kabuken-株券 | aandeelbewijs; effecten certificaat |
| kabuki-歌舞伎 | Kabuki (traditioneel Japans theater) |
| kabukimon-冠木門 | een traditionele poort met twee pilaren en een brede, zware dwarsbalk aan de bovenkant |
| kabunushi-株主 | aandeelhouder |
| kabunushisōkai-株主総会 | (algemene) aandeelhoudersvergadering |
| kabura-鏑 | (afk. voor) een pijl met een fluitje aan de pijlpunt, dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan |
| kaburaya-鏑矢 | een pijl waar aan de punt een fluitje is bevestigd (dat geluid maakt als de pijl wordt afgeschoten; werd gebruikt door samoerai in het feodale Japan) |
| kaburimono-被り物 | hoofddeksel; hoofdbedekking |
| kaburitsuki-齧り付き | stoelen op de eerste [voorste] rij (in theater) |
| kaburo-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kabushiki-株式 | (beurs) aandeel |
| kabushikiginkō-株式銀行 | aandelenbank (een bank die eigendom is van en wordt gecontroleerd door aandeelhouders) |
| kabushikihaitō-株式配当 | dividend op aandelen |
| kabushikihikiuke-株式引受 | onderschreven aandelen (beleggers verbinden zich om nieuwe aandelen te kopen tijdens een emissie) |
| kabushikijōto-株式譲渡 | aandelen overdracht |
| kabushikikaitenritsu-株式回転率 | omloopsnelheid van aandelen |
| kabushikikōkai-株式公開 | primaire emissie; beursgang; het openbaar [publiek] maken van aandelen |
| kabushikikōkaigaisha-株式公開会社 | onderneming die haar aandelen openbaar heeft uitgegeven; beursgenoteerde onderneming |
| kabushikimeigara-株式銘柄 | naamregister van aandeelhouders |
| kabushikisanka-株式参加 | het nemen van een aandelenbelang |
| kabushikishijō-株式市場 | aandelenmarkt |
| kabushikishōkyaku-株式消却 | terugkoop en eliminatie van de uitgegeven aandelen van een bedrijf |
| kabuto-兜 | helm (van een soldaat; krijger; ridder) |
| kabuwake-株分け | (vermeerderingswijze van planten) scheuring (van de wortels, e.d.) |
| kachihandan-価値判断 | waardeoordeel |
| kachiikusa-勝ち戦 | overwinning; gewonnen veldslag [strijd; oorlog] |
| kachikoshi-勝ち越し | bij sumo worstelen, 8 overwinningen (van de 15) in een toernooi |
| kachikushō-家畜商 | veehandelaar |
| kachō-花鳥 | bloemen en [of] vogels (voorbeelden van natuurschoon) |
| kachō-花鳥 | de stemming [het gevoel] wanneer je geniet van het zien van bloemen en het horen van het gezang van vogels |
| kachō-課長 | hoofd van een (kleinere) afdeling |
| kachōga-花鳥画 | vogel- en bloemschilderingen (m.n. in de Chinese en Japanse schilderkunst) |
| kachū-家中 | alle familieleden; de hele familie |
| kadai-仮題 | voorlopige [tijdelijke] titel |
| kadai-架台 | (bouw)steiger; stellage; podium |
| kadai-架台 | steunbeer; draagbalk; bruggenhoofd; spoorbiels |
| kadai-歌題 | de titel van een (Japans) gedicht |
| kadai-過大 | te veel [excessief; buitensporig; extravagant] zijn |
| kaden-家電 | huishoudelijke (elektrische) apparaten |
| kaden-荷電 | elektrische lading |
| kadenseihin-家電製品 | huishoudelijke (elektrische) apparaten |
| kadenshi-価電子 | valentie-elektron |
| kado-廉 | (vermoedelijke) reden; aantijging; verdenking |
| kadō-稼働 | het werken (en geld verdienen); aan het werk zijn |
| kadobaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kadobi-門火 | vuur dat brand bij de ingang van huizen tijdens het Bon festival, bij begrafenissen of huwelijken |
| kadomise-角店 | hoekwinkel; buurtwinkel; winkel op de hoek van de straat |
| kadomiumierō-カドミウムイエロー | cadmium geel |
| kadomiumu-カドミウム | cadmium (scheikundig element) |
| kaerizaki-返り咲き | comeback; herstel; herinstallatie |
| kaeru-代える | (uit)wisselen |
| kaeru-換える | (om)ruilen; (ver)wisselen |
| kaeru-替える | ruilen; (in)wisselen |
| kaeru-返る | teruggebracht [hersteld] worden; terugkeren |
| kaeshi-返し | wisselgeld |
| kaesugaesu-返す返す | werkelijk; echt |
| kaesugaesu-返す返す | herhaaldelijk; steeds opnieuw |
| kaette-却って | integendeel; veeleer; in plaats (daar)van |
| kafeore-カフェオレ | koffie verkeerd; (sterke) koffie met (veel) melk |
| kafu-下付 | uitgifte; toelage; verstrekking |
| kafu-花譜 | een boek met afbeeldingen van bloemen (gerangschikt naar bloeiseizoen) |
| kafuku-禍福 | geluk en ongeluk; voor- en tegenspoed; goed en kwaad; wel en wee |
| kafun-花粉 | stuifmeel; pollen |
| kagai-加害 | mishandeling; geweld; agressie |
| kagai-花街 | rosse buurt; wijk met restaurants, geisha's en bordelen |
| kagaisha-加害者 | dader; pleger van een misdaad; misdadiger; crimineel |
| kagakugenso-化学元素 | chemisch element |
| kagakuteki-科学的 | wetenschappelijk |
| kagakutekikanrihō-科学的管理法 | systeem van wetenschappelijke bedrijfsvoering |
| kagami-鏡 | spiegel |
| kagami-鏡 | deksel van een sake-vat |
| kagamibiraki-鏡開き | (lett. spiegel opening) Nieuwjaarsritueel van het snijden, eten en offeren van ronde mochi (rijst cakes) |
| kagamimochi-鏡餅 | rijstcakes in de vorm van een spiegel (gebruikt als nieuwjaarsdecoratie) |
| kagamimoji-鏡文字 | spiegelschrift |
| kagaminoma-鏡の間 | spiegelkamer; spiegelzaal (Versailles) |
| kagebōshi-影法師 | silhouet; schaduwbeeld |
| kagefumi-影踏み | (kinderspel) schaduwtikkertje; schaduwtrappen |
| kageguchi-陰口 | kwaadsprekerij; boosaardige roddel [laster]; achterklap; geroddel achter iemand's rug |
| kagekibunshi-過激分子 | radicaal element (chem.) |
| kagemusha-影武者 | (hist. bij legerleiders) dubbelganger; plaatsvervanger (om de vijand te verwarren) |
| kagemusha-影武者 | iemand (het brein, de feitelijke leider) die achter de schermen werkt en anderen als marionetten bespeelt of gebruikt |
| kagen-加減 | aanpassing; verbetering; matiging; de juiste hoeveelheid gebruiken (b.v. van kruiden) |
| kagen-加減 | (wiskunde) optellen en aftrekken |
| kagerō-陽炎 | warmtenevel; mist boven de grond (door de warmte) |
| kagi-鍵 | sleutel (bij een slot) |
| kagiana-鍵穴 | sleutelgat |
| kagikko-鍵っ子 | sleutelkind |
| kago-加護 | goddelijke bescherming; zegen |
| kago-歌語 | woorden of uitdrukkingen die hoofdzakelijk in traditionele (Japanse) poëzie worden gebruikt; poëtische woorden |
| kago-駕籠 | draagstoel |
| kagōbutsu-化合物 | chemische samenstelling [verbinding] |
| kagonuke-籠抜け | iemand oplichten en dan met geld of goederen (via de achterdeur) ervandoor gaan [wegglippen] |
| kagosō-夏枯草 | gewone brunel (plant, Prunella vulgaris) |
| kagū-仮寓 | tijdelijke woning; tijdelijk verblijf |
| kagu-嗅ぐ | ruiken; snuffelen; snuiven |
| kagu-家具 | huisraad; meubilair; meubels |
| kagura-神楽 | ceremoniële dans in het Shinto ritueel |
| kagurauta-神楽歌 | kagura-lied (lied gezongen bij de ceremoniële dans in het Shinto ritueel |
| kagyō-課業 | hoeveelheid werk; werk quotum |
| kahaku-仮泊 | (scheepvaart) het tijdelijk voor anker gaan |
| kahan-過半 | het grootste deel; de meerderheid; meer dan de helft |
| kahan-過般 | zojuist; onlangs; recent; een tijdje geleden |
| kahanshin-下半身 | geslachtsdelen; intieme delen; schaamstreek |
| kahei-貨幣 | geld; valuta; munt |
| kahen-花片 | elk van de bloemblaadjes; kroonblad |
| kahenhiyō-可変費用 | variabele kosten |
| kahenkondensā-可変コンデンサー | variabele condensator |
| kahenshihon-可変資本 | variabel kapitaal (concept van Karl Marx) |
| kahin-佳品 | goed artikel; goed werk; kwaliteitsprodukt |
| kahō-下方 | het onderste gedeelte |
| kahō-加法 | optelling; som |
| kahō-家法 | huisregels; regels die binnen een familie gelden |
| kahō-果報 | geluk; voorspoed |
| kahodo-斯程 | zoals dit; in deze mate; zoveel |
| kahōmono-果報者 | een geluksvogel; iemand die veel geluk heeft |
| kai-下意 | gedachten [mening; gevoelens; wens] van de gewone mensen |
| kai-回 | gyrus; kronkeling [winding] (in hersenen) |
| kai-怪 | raadsel; mysterie; mirakel |
| kai-櫂 | peddel; paddel; roeispaan |
| kai-甲斐 | gevolg; resultaat; voordeel; de moeite waard |
| kai-界 | rijk; wereld; kring(en) |
| kai-貝 | schelpdier |
| kaibun-灰分 | mineraal; minerale stof (in voedsel)) |
| kaibunsho-怪文書 | een anoniem document met twijfelachtige [lasterlijke] inhoud |
| kaibyaku-開白 | (boeddh.) het begin [de eerste dag] van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
| kaibyaku-開闢 | de schepping; het begin van de wereld |
| kaichō-回腸 | ileum; kronkeldarm |
| kaichō-海鳥 | zeevogel |
| kaichō-開帳 | het openen (op bepaalde dagen) van de gordijnen of deuren van een heiligdom, zodat het publiek het verborgen Boeddhabeeld kan zien |
| kaichō-開張 | vleugelspanwijdte van insecten, vogels e.d.; het openspreiden van vleugels |
| kaichū-回虫 | spoelworm; rondworm (Ascaris lumbricoides) |
| kaidai-海内 | binnen de grenzen van de vier zeeën; het hele land; de (hele) wereld |
| kaidame-買い溜め | het hamsteren; veel (op)kopen [inslaan] |
| kaidamesuru-買い溜めする | hamsteren; veel opkopen [inslaan] |
| kaidan-怪談 | spookverhaal; griezelverhaal |
| kaidashi-買い出し | groothandel; grossierderij |
| kaidō-海棠 | sierappel boom (Malus) |
| kaidoku-会読 | bijeenkomst om een gelezen boek te bespreken |
| kaidoku-回読 | het om de beurt [beurtelings] lezen |
| kaidoku-解読 | decodering; ontcijfering; ontsleuteling |
| kaidokusuru-解読する | decoderen; ontcijferen; ontsleutelen; kraken |
| kaidori-飼い鳥 | kooivogel |
| kaieki-改易 | (hist.) het wegnemen van grondgebied, ambt of positie (op basis van strafrechtelijke vervolging, e.d.) |
| kaien-開演 | het begin van een voorstelling [optreden] |
| kaifuku-回復 | herstel; beterschap; restoratie; rehabilitatie |
| kaifukusuru-回復する | herstellen; beter worden; restaureren; rehabiliteren |
| kaigaishinshutsu-海外進出 | handel expansie [uitbreiding] overzee; uitbreiding van handel naar het buitenland |
| kaigara-貝殻 | (zee)schelp |
| kaigen-戒厳 | krijgswet (in tijden van oorlog worden bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheden overgedragen aan het leger) |
| kaigen-開眼 | (boeddh.) het geven van ogen aan beelden en figuren op schilderingen |
| kaigenrei-戒厳令 | krijgswet (in tijden van oorlog worden bestuurlijke en gerechtelijke bevoegdheden overgedragen aan het leger); staat van beleg |
| kaigi-懐疑 | twijfel; scepsis |
| kaigoken-介護犬 | assistentiehond; ADL-hond (om mensen met een handicap te helpen met Activiteiten van het Dagelijks Leven) |
| kaigyō-改行 | een nieuwe regel [paragraaf] |
| kaigyōsuru-改行する | met een nieuwe regel [paragraaf] beginnen |
| kaihatsu-開発 | ontwikkeling; ontginning; exploitatie; cultivering |
| kaihatsusuru-開発する | ontwikkelen; ontginnen; exploiteren |
| kaihatsutojōkoku-開発途上国 | ontwikkelingsland; de groeilanden; de opkomende naties |
| kaiheiki-開閉器 | schakelaar |
| kaihi-回避 | (jur.) onthouding; ontwijking (in de uitoefening van gerechtelijke plichten en taken van een rechter of griffier vanwege persoonlijke redenen) |
| kaihō-懐抱 | omhelzing; omarming |
| kaihō-解放 | vrijlating; invrijheidstelling; bevrijding; verlossing |
| kaihō-開放 | opening; openstellen (voor publiek) |
| kaihōsuru-解放する | vrijlaten; in vrijheid stellen |
| kaihōsuru-開放する | openen; openstellen (voor publiek) |
| kaihyō-開票 | het tellen van de (uitgebrachte) stemmen |
| kaijō-開場 | het opengaan van de deuren van een zaal [theater] (voor een voorstelling) |
| kaijō-開錠 | ontgrendeling; ontsluiting |
| kaijosha-介助者 | assistent; verzorg(st)er; helper |
| kaijosuru-介助する | helpen; hulp [assistentie; zorg] verlenen |
| kaijōsuru-開錠する | ontgrendelen; van het slot doen |
| kaikakekin-買掛金 | handelsschulden |
| kaikan-快感 | een fijn [goed; aangenaam] gevoel |
| kaikata-買い方 | koopwijze; manier van kopen (b.v. in een winkel, online, e.d.) |
| kaikei-会計 | boekhouding; financiële administratie |
| kaiki-会規 | sociale [maatschappelijke] regels [voorschriften] |
| kaiki-回帰 | terugkeer; ommekeer; comeback; herstel; revival (weer in de mode komen) |
| kaikoku-回国 | pelgrimstocht; pelgrimage |
| kaikoku-回国 | wandelen [reizen] door het land |
| kaikoku-開国 | de openstelling van een land [van Japan] (voor de rest van de wereld) |
| kaikokujunrei-回国巡礼 | pelgrimstocht; pelgrimage |
| kaikomu-買い込む | (veel) inkopen; een grote aankoop doen |
| kaikon-塊根 | knolgewas; knolwortel |
| kaikyo-快挙 | een geweldige prestatie |
| kaikyoku-開局 | opening van een gebouw [instelling; kantoor] |
| kaimaku-開幕 | opening; start (van een evenement, tentoonstelling, e.d.) |
| kaimaku-開幕 | het opgaan van het doek (van toneel) |
| kaimei-解明 | verduidelijking; opheldering; uitleg |
| kaimei-開明 | civilisatie; (menselijke) beschaving; culturele verlichting |
| kaimeisuru-解明する | ophelderen; verduidelijken; uitleggen |
| kaimenjōshō-海面上昇 | zeespiegelstijging |
| kaimoku-皆目 | volledig; helemaal; totaal |
| kaimonokago-買い物籠 | boodschappenmand; winkelmandje |
| kaimu-皆無 | nihil; (helemaal) niets; geen |
| kainarasu-飼い馴らす | (iemand) aan zich onderwerpen; beteugelen; in toom [onder controle] houden |
| kaion-快音 | een specifiek [herkenbaar] geluid (zoals van een honkbakslag of een brullende motor) |
| kairanban-回覧板 | een mededelingenbord [circulaire; bulletin] (in Japan gebruikt door buurtverenigingen als communicatiemiddel binnen de gemeenschap) |
| kairi-乖離 | vervreemding; het uit elkaar groeien; het verwateren van een contact |
| kairitsu-戒律 | religieuze voorschriften [geboden] |
| kairitsu-戒律 | Boeddhistisch voorschrift [gebod]; Boeddhistische regel [richtlijn] |
| kairo-回路 | stroomcircuit; stroombaan (elektriciteit) |
| kairo-回路 | cyclus (van stofwisseling) |
| kairo-開炉 | (in Zen tempels, op de eerste dag van de 10de maand van de maankalender) het aansteken van de vuurhaard [open haard] |
| kairui-貝類 | schelpdier(en) |
| kaisai-開催 | het houden [organiseren] van een evenement [conferentie; organisatie; tentoonstelling; opening] |
| kaisaichi-開催地 | plaats [locatie] van een evenement [tentoonstelling, e.d.] |
| kaisan-開山 | constructie van een boeddhistische tempel |
| kaisanbutsu-海産物 | voedsel uit de zee (zeevruchten, zeewier e.d.) |
| kaisei-回生 | (elektriciteit) regeneratie (versterking door terugkoppeling) |
| kaisei-快晴 | mooi [helder] weer; een wolkenloze hemel |
| kaiseki-懐石 | traditioneel Japans banket |
| kaiseki-解析 | analyse; ontleding (van b.v. bewijsmateriaal, videobeelden, e.d.) |
| kaisekiryōri-懐石料理 | traditioneel Japans banket |
| kaisen-回線 | netwerklijn; netwerkverbinding (telefoon, telegraaf, e.d.) |
| kaisenjiyū-開戦事由 | casus belli (een geval van oorlog; aanleiding tot oorlog) |
| kaisha-膾炙 | iets dat algemeen bekend [geliefd; gewaardeerd] is |
| kaishain-会社員 | kantooremployé; kantoorpersoneel |
| kaishakōseihō-会社更生法 | Wet op de Bedrijfsreorganisatie (om bedrijven die op de rand van een faillissement staan te helpen reorganiseren) |
| kaishime-買い占め | speculatie (op de beurs); het massaal opkopen van aandelen |
| kaishimeru-買い占める | speculeren (op de beurs); aandelen massaal opkopen |
| kaishō-会商 | onderhandeling; bespreking; vergadering |
| kaishō-快勝 | makkelijke [dikke; ruime] overwinning |
| kaishōsuru-解消する | oplossen; opgelost worden; annuleren; ontbinden; uiteenvallen |
| kaishū-回収 | inning; inzameling; opname (van geld); terugwinning; recuperatie |
| kaishū-改修 | herstel; reparatie; renovatie |
| kaishūsuru-回収する | intrekken; terugtrekken; inzamelen; recyclen; opnemen (van geld) |
| kaisu-介す | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaisuru-介する | bemiddelen; helpen; als tussenpersoon fungeren |
| kaisuru-会する | ontmoeten; onverwacht tegenkomen; elkaar treffen |
| kaisuru-会する | samenkomen; bij elkaar komen; bijeenkomen; verzamelen |
| kaitai-解体 | ontmanteling; dissectie; ontleding; demontage |
| kaitaisuru-解体する | ontmantelen; ontleden; demonteren; uit elkaar halen |
| kaitaku-開拓 | ontwikkeling; ontginning; exploitatie |
| kaitakusuru-開拓する | ontwikkelen; ontginnen; exploiteren |
| kaiten-回天 | bemande (kamikaze) torpedo in gebruik bij de Japanse Marine tijdens de 2de wereldoorlog |
| kaiten-回天 | herwinning [hervinding] van een verloren (ziels)kracht |
| kaiten-回転 | rotatie; omwenteling; draai |
| kaiten-開店 | (winkel)opening; het openen van een winkel |
| kaitenjiku-回転軸 | omwentelingsas; rotatieas |
| kaitenkei-回転計 | tachometer; toerenteller |
| kaitenkyūgyō-開店休業 | (van een winkel) open zijn maar bijna geen klandizie [klanten] hebben |
| kaitenmokuba-回転木馬 | draaimolen; carrousel |
| kaitenritsu-回転率 | omloopsnelheid (goederen, kapitaal) |
| kaitenzushi-回転寿司 | restaurant waar sushi op kleine bordjes op een lopende band langs de klanten gaan (de klanten nemen dan de sushi die ze willen eten zelf van de band) |
| kaitsuburi-かいつぶり | (watervogel) dodaars; fuut |
| kaitsuke-買い付け | (de locatie) waar je meestal de inkopen doet; artikelen die je gewoonlijk koopt |
| kaitsuke-買い付け | groothandel; in grote hoeveelheden inkopen [in voorraad nemen] |
| kaitsumamu-搔い摘む | samenvatten; een overzicht geven van de belangrijkste punten |
| kaiyū-会友 | medelid |
| kaiyu-快癒 | volledig herstel (van ziekte) |
| kaizai-介在 | interventie; tussenkomst; bemiddeling |
| kaizen-快然 | aangenaam [prettig] gevoel |
| kaizen-快然 | herstel na een ziekte |
| kaizeruhige-カイゼル髭 | een snor met omhoog gekrulde punten zoals die van de Duitse Keizer Wilhelm II |
| kaizōdo-解像度 | resolutie (van beeldmateriaal, beeldscherm, etc.) |
| kaizoe-介添え | helper; hulp; assistent; secondant; bruidsmeisje; bruidsjonker |
| kaizoenin-介添人 | getuige bij een huwelijk; bruidsjonker; bruidsmeisje |
| kaizoenin-介添人 | secondant (bij een duel) |
| kaizoesuru-介添えする | helpen; assisteren |
| kaji-家事 | huishoudelijke zaken [taken] |
| kaji-舵 | (van een schip) roer; stuurwiel |
| kajiki-梶木 | (verzamelnaam voor makreelachtige zeevissen zoals) zwaardvis; zeilvis; marlijn |
| kajin-家人 | iem. die binnenshuis blijft (met name de echtgenote en de hulp); familielid |
| kajiru-齧る | het tokkelen; een snaarinstrument bespelen |
| kajiru-齧る | knagen; knabbelen; bijten |
| kajōheikin-加重平均 | gemiddelde zwaarte; gemiddeld gewicht |
| kajōkazei-加重課税 | zwaardere belastingen |
| kajū-加重 | (med.) herhaalde stimulatie [prikkeling] |
| kajū-過重 | te zwaar [te veel; overbelast] zijn; te zware last |
| kajuaru-カジュアル | informeel; ontspannen; ongedwongen |
| kajuaru・uea-カジュアル・ウエア | informele kleding; vrijetijdskleding |
| kajūrōdō-過重労働 | overwerk; het te hard [veel] werken |
| kakakuhyō-価格表 | prijstabel; prijslijst |
| kakarijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| kakaru-掛かる | omwikkelen; inpakken; bedekken |
| kakaru-掛かる | opgebeld worden |
| kakaru-斯かる | zoiets; iets dergelijks; zoals dit [dat] |
| kakashi-案山子 | iem. die iets [iemand] lijkt te zijn, maar dat in werkelijkheid niet is |
| kakashi-案山子 | een vogelverschrikker |
| kakato-踵 | de hiel (van een voet; van een sok) |
| kakawarazu-拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| kakawaru-関わる | betrokken worden bij; verwikkeld raken in |
| kakazuriau-拘り合う | verwikkeld zijn in; te maken hebben met |
| kakeagaru-駆け上がる | snel omhoog gaan [rijden]; oprennen; omhoog rennen (trap, heuvel, etc.) |
| kakeai-掛け合い | onderhandelingen |
| kakeau-掛け合う | onderhandelen |
| kakebanareru-掛け離れる | ver verwijderd raken [worden]; uit elkaar raken [groeien] |
| kakedashi-駆け出し | beginneling; nieuweling; groentje |
| kakegami-掛け紙 | inpakpapier; wikkel |
| kakehashi-懸け橋 | een tijdelijke [geïmproviseerde] brug; noodbrug; hangbrug |
| kakehiki-駆け引き | de opmars of terugtrekking van troepen (op het slagveld) |
| kakehiki-駆け引き | het onderhandelen (over de prijs van iets); afdingen |
| kakei-家系 | familielijn; afkomst; stamboom |
| kakei-火刑 | dood door verbranding (op de brandstapel); (levend) verbrand worden (als straf) |
| kakei-花茎 | bloemstengel; bloemsteel |
| kakekotoba-掛け詞 | een woordspeling; dubbelzinnigheid; woorden met dezelfde uitspraak maar verschillende betekenissen |
| kakera-欠けら | zeer kleine hoeveelheid |
| kakeru-欠ける | afbreken; afbrokkelen |
| kaketsukeru-駆けつける | ergens haastig heen gaan [heensnellen]; uitrukken met spoed (van politie, brandweer, ambulance e.d.) |
| kakeudon-掛け饂飩 | udon-noedels met dashi-bouillon (zonder garnering) |
| kakiarawasu-書き表す | beschrijven; opschrijven; schriftelijk onder woorden brengen [uitdrukken] |
| kakichirasu-書き散らす | slordig [snel] schrijven; krabbelen |
| kakigorin-夏季五輪 | Olympische Zomerspelen |
| kakihan-書き判 | geschreven zegel; monogram; handtekening |
| kākiiro-カーキ色 | kaki (grauwgele kleur) |
| kakiiro-柿色 | perzikkleur; geelbruin; roodbruin |
| kakikesu-掻き消す | uitvegen; uitwissen; overstemmen (geluid) |
| kakikomibashi-かき込み箸 | eetstokjes gebruikt om (met de kom tegen de mond gedrukt) eten in de mond te schuiven [lepelen] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| kakimawasu-掻き回す | roeren; karnen (melk); doorzoeken |
| kakimazeru-掻き混ぜる | door elkaar roeren [mengen] |
| kakimidasu-掻き乱す | verstoren; verwarren; door elkaar gooien; rommelen |
| kakin-家禽 | tamme vogels; pluimvee |
| kakin-課金 | het betalen voor virtuele goederen of premium functies (b.v. in een videogame) |
| kakin-課金 | belastinggeld; overheidssubsidie |
| kakinaderu-掻き撫でる | tokkelen (op een snaarinstrument) |
| kakinagasu-書き流す | (iets) snel [vlot; vloeiend] (op)schrijven |
| kakinarasu-掻き鳴らす | tokkelen; trommelen; pingelen |
| kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
| kakiorinpikku-夏季オリンピック | Olympische Zomerspelen |
| kakka-閣下 | uwe [zijne; hare] excellentie |
| kakkiri-かっきり | precies, exact; punctueel; stipt |
| kakkiri-かっきり | duidelijk |
| kakko-各個 | ieder [elk] afzonderlijk |
| kakko-各戸 | (lett. elke deur) elk huis |
| kakkoii-かっこ好い | stijlvol; elegant; modieus |
| kakkoku-各国 | elk land |
| kakkowarui-かっこ悪い | onaantrekkelijk; er slecht uitzien; onelegant; niet modieus; niet cool; sullig |
| kakō-加工 | bewerking; verwerking; behandeling |
| kakō-花梗 | bloemstengel; bloemsteel |
| kakōbōeki-加工貿易 | verwerkingshandel (handel waarbij producten worden geëxporteerd die zijn vervaardigd van ingevoerde materialen) |
| kakomi-囲み | belegering; omsingeling |
| kakomu-囲む | belegeren; omsingelen |
| kakomu-囲む | (Go, Shogi, Mahjong, e.d.) spelen |
| kakomu-囲む | insluiten; omringen; omcirkelen; omheinen; omvatten |
| kakon-禍根 | wortel [bron; oorsprong] van het kwaad [van rampspoed; onheil; tegenspoed] |
| kakōshokuhin-加工食品 | voorbewerkt voedsel |
| kakōsuru-加工する | bewerken; verwerken; behandelen |
| kaku-各 | (in kanji combinaties) elk; ieder |
| kaku-掻く | paddelen; harken |
| kakū-架空 | imaginair [denkbeeldig; fictief; irreëel; onwezenlijk; onwerkelijk] zijn |
| kaku-核 | (cel of atoom) kern; middelpunt; pit |
| kaku-確 | juist; correct; feitelijk |
| kaku-隔 | (voorvoegsel) afwisselend; om de [het] |
| kakubaru-角張る | formeel [stijf] zijn |
| kakuchi-各地 | elk gebied; elke locatie [plaats] |
| kakudan-格段 | bijzonder; opmerkelijk; opvallend; compleet anders |
| kakudochōsetsuneji-角度調節ねじ | hoek afstelsleutel |
| kakudosokutei-角度測定 | goniometrie; hoekmeetkunde (deel van de trigonometrie) |
| kakuekiteisha-各駅停車 | stoptrein; boemeltrein |
| kakugetsu-各月 | elke maand |
| kakugo-覚悟 | berusting; gelatenheid; overgave |
| kakuhansuru-攪拌する | roeren; (op)kloppen; karnen (melk); mengen |
| kakuhitsu-擱筆 | de pen [het penseel] neerleggen en stoppen met schrijven |
| kakuho-確保 | het veiligstellen [waarborgen] |
| kakuin-客員 | buitengewoon lid (van tijdelijke aard) |
| kakujitsu-確実 | deugdelijk [absoluut; zeker; positief; betrouwbaar; degelijk; solide] zijn |
| kakujoshi-格助詞 | naamvalspartikel (ka, no, o, ni, e, to, de, kara, yori) |
| kakujū-拡充 | uitbreiding [expansie; vergroting] (van een werkplek, productielijn, e.d.) |
| kakumakuginkō-角膜銀行 | oogbank (voor donor oogweefsel) |
| kakumei-革命 | revolutie; revolutionaire omwenteling |
| kakumon-郭門 | kasteelpoort; stadspoort |
| kakurekirishitan-隠れキリシタン | geheime [ondergedoken] christelijke kerkgemeenschap (tijdens de onderdrukking van het christendom door het Tokugawa shogunaat in de Edo periode) |
| kakureru-隠れる | zich terugtrekken (uit alledaagse wereld); in retraite gaan |
| kakuritsu-確立 | vaststelling; bepaling; vestiging; instelling; opstelling |
| kakuritsubunpu-確率分布 | waarschijnlijkheidsverdeling |
| kakusa-格差 | verschil; onderscheid; ongelijkheid |
| kakuseizai-覚醒剤 | stimulans; stimulerend middel |
| kakusha-各社 | elk bedrijf |
| kakushiki-格式 | formaliteit; (persoonlijke, familie, etc.) gedragsregels; gedragscode |
| kakushin-確信 | overtuiging; vertrouwen; vast geloof |
| kakushū-隔週 | om de twee weken; tweewekelijks |
| kakutan-喀痰 | sputum; slijm; fluim; spuwsel |
| kakutaru-確たる | eker; vaststaand; duidelijk; overtuigend |
| kakutei-各停 | stoptrein; boemeltrein |
| kakutei-確定 | besluit; beslissing; bepaling; vastlegging; vaststelling |
| kakuteikyoshutsunenkin-確定拠出年金 | pensioenregeling met vastgestelde bijdragen |
| kakuteishinkoku-確定申告 | definitieve belastingaangifte |
| kakuteisuru-確定する | besloten [bepaald; vastgesteld] worden; besluiten; vastleggen; ratificeren |
| kakuteru・pātī-カクテル・パーティー | cocktailpartij; middagborrel |
| kakuyaku-確約 | expliciete [zekere; definitieve] toezegging [belofte] |
| kakuzuke-格付け | beoordeling; waardering; classificatie |
| kakyō-佳境 | het sleutelmoment [de climax; het hoogtepunt] (van een verhaal, discussie, etc.) |
| kama-釜 | kookpot; (hemelwater) ketel; rijstkoker |
| kama-鎌 | sikkel; zeis |
| kamābando-カマーバンド | sjerp; maagband (onderdeel van een smoking) |
| kamado-竈 | traditioneel Japans fornuis [kooktoestel] (gestookt op hout of houtskool) |
| kamaeru-構える | bouwen; vestigen; maken; in elkaar zetten |
| kamaitachi-鎌鼬 | wezel-snede, een snijwond zonder aanraking ontstaan door blootstelling aan een koud atmosferisch vacuüm; vroeger dacht men dat het van een wezel kwam |
| kamaite-構い手 | verzorger; weldoener; helper; metgezel |
| kamakura-かまくら | sneeuw-festival, waarbij kinderen in iglo's of sneeuwhutten spelen (in Noord-Japan, m.n. de prefectuur Akita) |
| kamakura-かまくら | Japanse traditionele sneeuwkoepel [iglo] |
| kamau-構う | rekening houden met; aandacht hebben voor; (iets kunnen) schelen |
| kamawanai-構わない | niets uitmaken; niet (kunnen) schelen |
| kamayude-釜茹で | het koken in een ketel [pot] |
| kamayude-釜茹で | (arch,; straf) levend gekookt worden in een ketel [pot] |
| kamei-下命 | bevel; opdracht; bestelling |
| kamei-加盟 | deelname; toetreding; het lid worden van een organisatie of groep |
| kamenokō-亀の甲 | (chemie) de structuurformule van benzeen (verticaal en horizontaal op elkaar geplaatste zeshoeken) |
| kameo-カメオ | camee (iin reliëf uitgesneden steen) |
| kamereon-カメレオン | kameleon (ook fig.) |
| kami-髪 | (hoofd)haar; kapsel |
| kamiau-噛み合う | elkaar bijten; vechten met elkaar |
| kamiau-噛み合う | in elkaar grijpen (tandwielen etc.) |
| kamiawase-噛み合わせ | het tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamiawaseru-噛み合わせる | tanden [kaken] op elkaar klemmen |
| kamideppō-紙鉄砲 | proppenschieter (kinderspeelgoed) |
| kamigakari-神懸かり | goddelijke verschijning [bezetenheid]; goddelijke geest in het lichaam van een persoon |
| kamihanki-上半期 | het eerste halfjaar; de eerste helft van het (fiscale) jaar |
| kamikazari-髪飾り | haar sieraad; versiering (speld etc.) voor in het haar |
| kamikaze-神風 | roekeloosheid; waaghalzerij |
| kamikaze-神風 | de bijnaam van het speciale luchtmacht-aanvalskorps tijdens de Tweede Wereldoorlog |
| kamikaze-神風 | goddelijke wind [storm]; wind gestuurd door goddelijk ingrijpen |
| kaminarioyaji-雷親父 | een slechtgehumeurde [prikkelbare] oude man; een oude brompot [mopperkont] |
| kaminoku-上の句 | de eerste drie versregels van een waka [tanka; renga] gedicht |
| kaminokuni-神の国 | (Christendom) het Koninkrijk van God; het Koninkrijk Gods; Hemel |
| kamioroshi-神降ろし | aanroeping (in een shinto heiligdom) van een medium aan een god om (tijdelijk) bezit van haar te nemen om voorspellende uitspraken te kunnen doen |
| kamioroshi-神降ろし | formele beloftes in schrift met de naam van de god |
| kamishibai-紙芝居 | kamishibai, een oude vorm van Japans verteltheater met prenten |
| kamishimo-裃 | samoeraikostuum (oude ceremoniële dracht) |
| kamite-上手 | de linkerkant van het toneel [podium] (vanuit het podium gezien) |
| kamite-上手 | bovenste deel; stroomopwaarts (rivier) |
| kamiwaza-神業 | het werk van god; wonder; bovenmenselijke prestatie |
| kamiza-上座 | ereplaats; zitplaats voor een hooggeplaatst persoon of gast (aan het hoofd van de tafel) |
| kamizaiku-紙細工 | producten [artikelen] gemaakt van papier |
| kamo-かも | misschien; wellicht; zou kunnen; is mogelijk |
| kamoku-科目 | onderdeel; onderwerp |
| kamoku-課目 | item; onderwerp; onderdeel |
| kamon-下問 | (het stellen van) een vraag aan een ondergeschikte [lager geplaatste persoon] |
| kamon-渦紋 | werveling [draaikolk] patroon; voluut patroon |
| kamonanban-鴨南蛮 | een Japans gerecht van soep met soba of udon noedels, eendenvlees, en uien |
| kamoru-鴨る | een tegenstander makkelijk [listig] verslaan |
| kamoshidasu-醸し出す | een bepaalde stemming [sfeer] creëren [teweegbrengen]; een bepaald gevoel geven |
| kamoshirenai-かも知れない | het kan; zou kunnen; misschien; mogelijk |
| kamu-カム | nok (een mechanisch element dat de richting van de beweging verandert) |
| kamu-噛む | iem. uitschelden [berispen] |
| kamu-噛む | in elkaar grijpen (tandwielen, etc.) |
| kamu-噛む | zich verspreken; stamelen |
| kamuro-禿 | kortgeknipt meisjeskapsel |
| kan-幹 | (boom)stam; steel; schacht (van een pijl) |
| kan-款 | welwillendheid; goedheid; vriendelijkheid; oprechtheid |
| kan-款 | letters [karakters] in reliëf graveren; gegraveerde letters [karakters] |
| kan-款 | wetsartikelen; artikel [voorwaarde; paragraaf] in een overeenkomst |
| kan-款 | een behoorlijke som geld |
| kan-監 | (China) administratieve gebiedsindeling |
| kan-管 | de steel van een penseel |
| kan-管 | een woord om voorwerpen zoals fluiten en penselen te tellen |
| kanabutsu-金仏 | metalen [bronzen] Boeddhabeeld |
| kanae-鼎 | driepotig bronzen vat [ketel] |
| kanagu-金具 | metalen hulpstuk [montagestuk; onderdeel] |
| kanakana-かなかな | avondcicade (naar het geluid dat die maakt) |
| kanakirigoe-金切り声 | schelle stem; doordringende schreeuw [kreet; uitroep] |
| kanakugi-金釘 | lelijk [onduidelijk] handschrift (afkorting voor kanakugiryū) |
| kanakugi-金釘 | ijzeren spijker; ijzeren nagel |
| kanakuso-金屎 | (metaal)slak; sintel; onzuiverheden in gesmolten metaal |
| kaname-要 | het essentiële [belangrijkste] punt (waar alles om draait); fundament; hoeksteen |
| kanappe-カナッペ | canapé (borrelhapje) |
| kanarazu-必ず | beslist; zeker; ongetwijfeld; altijd |
| kanarazushimo-必ずしも | (niet) altijd; (niet) geheel; (niet) alle |
| kanari-可成 | nogal; tamelijk; behoorlijk; aanzienlijk |
| kanashibari-金縛り | (fig.) vastzitten [gebonden] zijn aan; door de macht van het geld beperkt zijn |
| kanashiki-金敷き | aambeeld (smeedblok) |
| kanatoko-金床 | aambeeld |
| kanau-適う | vergelijkbaar zijn; tegen elkaar op kunnen; tegen elkaar opgewassen zijn |
| kanazōshi-仮名草子 | Japans literair proza (uit de vroege Edo-periode), vrijwel geheel geschreven in kana |
| kanazukai-仮名遣い | syllabische spelling; kana-schrijfwijze |
| kanba-悍馬 | een onstuimig [onhandelbaar; weerbarstig] paard |
| kanban-看板 | het sluiten (van een winkel, restaurant, e.d.); sluitingstijd |
| kanban-看板 | woordvoerder; aanspreekpunt; boegbeeld (fig.) |
| kanbanmusume-看板娘 | aantrekkelijke (jonge) vrouw die voor een winkel staat om klanten te trekken |
| kanbase-顔 | gezicht; gelaatstrekken |
| kanbatsu-簡抜 | selectie; uittreksel; fragment |
| kanben-冠冕 | aanduiding voor de officiële taken van overheidsambtenaren |
| kanben-冠冕 | kroon (hoofddeksel voorgeschreven en gedragen aan het hof) |
| kanben-簡便 | eenvoudig [simpel; makkelijk; handig] zijn |
| kanbō-監房 | gevangeniscel |
| kanbu-患部 | het aangetaste deel (van een wond); ziektehaard |
| kanburi-寒鰤 | koude geelvinmakreel, d.w.z. die gevangen is midden in de winter |
| kanbutsu-乾物 | gedroogd voedsel; gedroogde voedingsmiddelen |
| kanbutsu-奸物 | een sluwe persoon; iemand met slechte bedoelingen |
| kanbutsu-換物 | omzetting van geld in goederen |
| kanbutsu-灌仏 | parfum over een boeddhabeeld gieten |
| kanbyō-看病 | verzorging [verpleging; medische behandeling] (van een zieke) |
| kanchi-完治 | volledig herstel (van een ziekte of blessure) |
| kanchi-感知 | waarneming; bewustwording; herkenning; het aanvoelen |
| kanchi-換地 | herverkaveling; grondruil |
| kanchō-浣腸 | klysma; darmspoeling |
| kanchō-貫長 | (Tendai-boeddhisme) hoofdpriester [hoofdabt] van een tempel |
| kanchō-館長 | directeur (van instellingen zoals een museum, bibliotheek, etc.) |
| kandan-款談 | vertrouwelijk [prettig] gesprek |
| kanden-感電 | het een elektrische schok krijgen; geëlektrocuteerd worden |
| kandenshi-感電死 | (dood door) electrocutie |
| kandera-カンデラ | candela (eenheid van lichtsterkte) |
| kandōshi-感動詞 | tussenwerpsel |
| kane-金 | geld (meestal お金) |
| kane-鐘 | bel; klok; carillon |
| kanebanare-金離れ | manier van geld besteden [met geld omgaan] |
| kanebukuro-金袋 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kanegane-兼ね兼ね | reeds; al lang; al een hele tijd |
| kaneguri-金繰り | financiering; geldinzameling; fondsenwerving |
| kanemawari-金回り | geldsomloop; geldcirculatie; financiële situatie [omstandigheden] |
| kaneme-金目 | waarde (in geld) |
| kanemōke-金儲け | het geld verdienen; winst maken |
| kanetataki-鉦叩き | een bedelende monnik (die rondgaat en daarbij op een bel slaat) |
| kanetataki-鉦叩き | het slaan met een stok [hamertje] op een kleine metalen bel [gong] (bij boeddhistische rituelen, zoals het reciteren van soetra's) |
| kanetataki-鉦叩き | een soort krekel (Ornebius kanetataki, zo genoemd omdat het geluid ervan lijkt op het tikken op een metalen bel) |
| kanezukai-金遣い | manier van geld besteden |
| kanezumari-金詰まり | geldgebrek; (te) weinig geld hebben |
| kangaechigai-考え違い | misverstand; misvatting; vergissing; verkeerde veronderstelling |
| kangai-感慨 | diepe emoties; sterke gevoelens; zeer geëmotioneerd zijn |
| kange-勧化 | fondsenwerving; verzoek om donaties (voor religieuze instellingen) |
| kangei-歓迎 | receptie; ontvangst; verwelkoming |
| kangeikai-歓迎会 | welkomstfeest; welkomsbijeenkomst |
| kangeishikiten-歓迎式典 | welkomstceremonie |
| kangeki-観劇 | theaterbezoek; het naar een theater(voorstelling) gaan |
| kangen-寛厳 | soepelheid en strengheid |
| kangen-還元 | restoratie; herstel |
| kango-款語 | informeel [amicaal; intiem] gesprek |
| kango-閑語 | nutteloos [zinloos] gesprek; kletspraat |
| kangoku-監獄 | (heden) huis van bewaring (voor kort verblijf en soms tijdelijk verblijf voor gedetineerden die op overplaatsing wachten) |
| kangori-寒垢離 | ritueel koudwaterbad in de winter |
| kangyō-寒行 | ascese in de kou; spirituele oefening in koude omstandigheden |
| kanitama-蟹玉 | een Chinees gerecht van ei (omelet) met krab en groenten |
| kaniza-蟹座 | (sterrenbeeld) Kreeft (Cancer) |
| kanja-冠者 | (hist.) een persoon van de zesde rang, zonder enige officiële positie |
| kanja-冠者 | jongeman; jongeling |
| kanji-感じ | gevoel |
| kanji-莞爾 | gelach; glimlach |
| kanjidashō-カンジダ症 | candidiasis; candidose; candida (schimmelinfectie) |
| kanjiku-巻軸 | gedeelte met de handtekeningen in een verdrag, e.d. |
| kanjin-勧進 | het inzamelen van donaties voor de bouw en reparatie van heiligdommen, tempels, e.d. |
| kanjin-勧進 | het bedelen (als monnik) |
| kanjin-寛仁 | grootmoedigheid; edelmoedigheid; barmhartigheid |
| kanjin-肝心 | belang; essentie |
| kanjin-閑人 | iemand die alleen ver weg [teruggetrokken van de wereld] leeft |
| kanjin-閑人 | iemand die veel vrije tijd [niets te doen] heeft; een luilak |
| kanjinmoto-勧進元 | een persoon die verantwoordelijk is voor fondsenverwerving voor optredens en uitvoeringen |
| kanjiru-感じる | voelen; ervaren; beseffen |
| kanjishōken-幹事証券 | de leidende effectenmakelaar [underwriter; risicobeoordelaar] bij een effectenuitgifte |
| kanjitoru-感じ取る | (fig.) iets aanvoelen; opvangen; intuïtief begrijpen |
| kanjiyasui-感じ易い | gevoelig; kwetsbaar; ontvankelijk; vatbaar; beïnvloedbaar |
| kanjiyasui-感じ易い | sentimenteel; emotioneel |
| kanjō-感情 | gevoelens; emotie; stemming |
| kanjō-感状 | eervolle vermelding; aanbevelingsbrief |
| kanjō-灌頂 | esoterisch-boeddhistisch ritueel (het gieten van geparfumeerd water over iemands hoofd tijdens de overdracht van de Dharma) |
| kanjō-灌頂 | het ritueel van water over een graf gieten |
| kanjō-環状 | ringvorm; cirkelvorm |
| kanjōdakai-勘定高い | berekenend; uitgerekend; uitgekookt; geldbelust |
| kanjōresseki-環状列石 | steencirkel |
| kanjōteki-感情的 | sentimenteel; emotioneel |
| kanju-貫首 | (andere naam voor 天台座主) de hoofdpriester van de Enryaku-ji-tempel op de berg Hiei (van de Tendai-sekte) |
| kanju-貫首 | de hoofdabt van een tempel (Tentai-boeddhisme) |
| kanjusei-感受性 | gevoeligheid; sensibiliteit |
| kanka-換価 | (jur.) in beslag genomen eigendommen omrekenen in geld |
| kankaku-感覚 | gevoel; tast (zintuig) |
| kankangakugaku-侃侃諤諤 | verhit debat; fel betoog |
| kankei-関係 | relatie(s); betrekkingen |
| kankeisuru-関係する | gerelateerd zijn aan; betrekkingen hebben; verwant zijn |
| kanken-管見 | bekrompen visie; tunnelvisie |
| kanki-勘気 | wrevel; ergernis; wrok; ongenade; ongenoegen |
| kanki-官紀 | ambtelijke discipline; regels die ambtenaren moeten volgen |
| kanki-寒気 | kou; koud weer; koud aanvoelen |
| kankibinran-官紀紊乱 | nalatigheid [corruptie] van de ambtelijke discipline |
| kankishinjuku-官紀振粛 | strikte handhaving van ambtelijke discipline |
| kankō-敢行 | zelfverzekerde [vastberaden] actie |
| kankō-緩行 | traag tempo; lage snelheid; langzame vooruitgang |
| kankō-還幸 | terugkeer van een heilig voorwerp (shintai) naar een shinto tempel |
| kankōba-勧工場 | In de Meiji- en Taisho-periode een plek (markt, bazaar) waar vele winkels onder één dak allerlei goederen verkochten |
| kankōchi-観光地 | trekpleister; toeristische bestemming (met historische, culturele, religieuze of natuurlijke bezienswaardigheden) |
| kankōchō-官公庁 | overheidsinstanties; overheidsgebouwen; publieke instellingen; openbare instanties |
| kankoku-勧告 | advies; raad; aanbeveling |
| kankōmokusetsu-款項目節 | begrotingsposten van de oude Japanse belastingwet |
| kankonsōsai-冠婚葬祭 | belangrijke ceremoniële gelegenheden in het leven (zoals bruiloften, begrafenissen en andere rituelen) |
| kankyo-官許 | officiële goedkeuring [vergunning] (van de overheid) |
| kankyō-感興 | belangstelling; interesse |
| kankyū-官給 | levering [geld; goederen] van de overheid |
| kanmei-官命 | overheidsbevel; opdracht [verordening] van de regering |
| kanmen-乾麺 | gedroogde noedels |
| kannenteki-観念的 | conceptueel, denkbeeldig; ideologisch; theoretisch; onrealistisch |
| kannin-寛仁 | Kannin (periode in Japanse jaartelling (april 1017 - februari 1021) |
| kannō-感応 | goddelijke inspiratie; goddelijk teken [antwoord] |
| kannō-感応 | (elektromagnetische) inductie |
| kannō-感応 | gevoeligheid; sympathie; toewijding |
| kannomodori-寒の戻り | koude dag(en) in de lente; een (tijdelijke) terugkeer van de winterkou in de lente |
| kannōshugi-官能主義 | sensualisme; zinnelijkheid |
| kannuki-閂 | spijl; staaf; grendel |
| kannuki-閂 | (worstelen) dubbele armklem |
| kannyūsō-陥入爪 | ingegroeide nagel |
| kanō-可能 | mogelijkheid |
| kanoe-庚 | het zevende teken van decaden (de tien hemelstammen) van de Chinese lunisolaire kalender |
| kanokoshibori-鹿の子絞り | knoopverven, een tie-dyetechniek (waarmee men op textiel een gevlekt patroon aanbrengt) |
| kanon-カノン | canon, (christelijke) kerkelijke leerstelling |
| kanōsei-可能性 | mogelijkheid; waarschijnlijkheid; kans |
| kanoto-辛 | het achtste teken van de decaden (de tien hemelstammen) van de Chinese lunisolaire kalender |
| kanpa-カンパ | campagne (publieke actie); geldinzamelingsactie |
| kanpachi-間八 | grote geelstaart (makreel); barnsteenmakreel (Seriola dumerili) |
| kanpanī-カンパニー | gezelschap |
| kanpeichūsha-官幣中社 | kanpei-chūsha (middelste klassering van een Shintō heiligdom) |
| kanpeki-癇癖 | heetgebakerdheid; opvliegendheid; een kort lontje; prikkelbaarheid |
| kanpō-官報 | Staatsblad; Staatscourant; officieel telegram |
| kanpōi-漢方医 | kampo-arts (een dokter in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| kanpon-完本 | volledig werk (van een auteur, e.d.); oeuvre; complete set van boekdelen |
| kanpu-姦夫 | overspelige man; vreemdganger |
| kanpu-姦婦 | overspelige vrouw; vreemdgangster |
| kanraku-陥落 | val; onderwerping; overgave; verovering (kasteel, stad, e.d.) |
| kanraku-陥落 | instorting (grot, tunnel, e.d.); bezwijking; inzinking |
| kanranryō-観覧料 | toegangsprijs; entreegeld (museum e.d.) |
| kanren-関連 | verbinding; relatie; associatie |
| kanrenbun'ya-関連分野 | aan elkaar grenzende gebieden |
| kanrikakaku-管理価格 | (door de fabrikant of verkoper) vastgestelde prijs; vaste prijs |
| kanryōshudō-官僚主導 | bureaucratisch leiderschap; initiatief van bureaucraten bij overheidsbeleid |
| kansaibō-幹細胞 | stamcel |
| kansaiheri-艦載ヘリ | marinehelikopter; vliegdek(schip) helikopter |
| kansaku-間作 | tussencultuur; tussenbouw (teeltsysteem waarbij kortetermijngewassen tussen rijen andere gewassen worden geplant) |
| kansatsuka-監察課 | afdeling inspectie politieambtenaren (politiegedrag) |
| kansei-官制 | regelgeving voor nationale bestuursorganen |
| kansei-感性 | gevoeligheid |
| kanseitō-管制塔 | verkeerstoren (vliegveld) |
| kanseiyu-乾性油 | drogende olie (met siccatief behandeld om de droogsnelheid van olieverf te verhogen) |
| kansen-官撰 | selectie en redactie van de overheid (van een gedichtenbundel, e.d.) |
| kansen-観戦 | observatie van oorlogshandelingen of krijgsverrichtingen |
| kansendōro-幹線道路 | hoofdweg; verkeersader; verbindingsweg; snelweg |
| kansendōrobangō-幹線道路番号 | snelwegnummer; nummer van een snelweg |
| kansenshō-感染症 | besmettelijke ziekte; infectieziekte |
| kansentaisaku-感染対策 | infectiebestrijdingsmaatregelen |
| kansetsu-官設 | opgericht [gevestigd; ingesteld] door de regering [staat] |
| kansetsu-環節 | segment van het lichaam van een ringworm of geleedpotige |
| kanshi-漢詩 | poëzie in klassieke Chinese stijl (op rijm en vaak volgens dichtregels) |
| kanshiki-鑑識 | evaluatie; beoordeling; vaststelling; (waarde)schatting; taxatie |
| kanshiki-鑑識 | identificatie bij een misdrijf (door middel van vingerafdrukken) |
| kanshin-関心 | belangstelling; interesse |
| kanshitsu-乾漆 | droge lak techniek (voorwerpen worden gevormd met lagen hennepdoek gedrenkt in lak, en de oppervlaktedetails gemodelleerd met lak, zaagsel, e.d.) |
| kansho-官署 | overheidskantoor; overheidsinstelling |
| kanshō-感傷 | sentimentaliteit; (grote) gevoeligheid |
| kanshō-癇性 | geïrriteerdheid; lichtgeraaktheid; prikkelbaarheid; slechtgehumeurd zijn |
| kanshoku-感触 | tastgevoel |
| kanshoku-感触 | indruk; gevoel; stemming |
| kanshu-巻首 | begindeel [titelpagina; eerste pagina] van een boek(rol) |
| kanshū-監修 | (redactionele) supervisie; toezicht |
| kansō-完走 | (bij een hardlooprace) het afleggen van de gehele afstand (van startplaats tot finish); een race helemaal uitlopen |
| kansō-感想 | iemands mening [indruk; gedachten; gevoelens] |
| kansō-観相 | Japanse gedicht over menselijke (sociale) omstandigheden en het leven |
| kansō-観相 | fysionomie; iemands gezicht of uiterlijk beschouwd als spiegel van zijn aard en karakter |
| kansonminpi-官尊民卑 | het plaatsen van bureaucraten en ambtenaren boven het volk; het aannemen dat de bestuurders [de staat] belangrijker zijn dan het volk |
| kansōshokuhin-乾燥食品 | gedroogd voedsel |
| kansu-鑵子 | (water)ketel |
| kansui-冠水 | overstroming; overspoeld zijn door water; ondergelopen zijn |
| kansui-灌水 | besprenkeling (bij de doop) |
| kansuisuru-冠水する | overstromen; overspoelen door water; onderlopen |
| kansuru-冠する | benoemen; een naam [titel] toevoegen aan |
| kantai-寒帯 | de poolgebieden (extreem koude zones op breedtegraden hoger dan de poolcirkel) |
| kantai-款待 | vriendelijke bejegening; gastvrijheid; hartelijkheid |
| kantaiheiyōgōdōenshū-環太平洋合同演習 | RIMPAC, the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| kantanfuku-簡単服 | gemakkelijk zittende (informele) kleding; lichte [luchtige] (zomer)kleding |
| kantarōpu-カンタロープ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kantarūpu-カンタループ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kantei-官邸 | officiële residentie; ambtswoning (b.v. van de premier) |
| kantei-鑑定 | taxatie; beoordeling; deskundig [expertise] rapport |
| kanteki-かんてき | (Kansai dialect voor) aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| kanteki-監的 | de persoon die dicht bij het doel [de schietschijf] staat en kijkt of er raak geschoten is |
| kanteki-監的 | (bij schietwedstrijden) dicht bij het doel [de schietschijf] staan en kijken of er raak geschoten is |
| kanten-寒天 | agar; agaragar (bindmiddel in voedsel) |
| kanten-寒天 | koude lucht; winterhemel |
| kantō-完投 | (honkbal) dezelfde werper gedurende de hele wedstrijd |
| kantō-巻頭 | begindeel [titelpagina; eerste pagina] van een boek(rol) |
| kantōjoshi-間投助詞 | partikel als tussenwerpsel [interjectie] (sa, yo, ne) |
| kantokumeirei-監督命令 | ondertoezichtstelling |
| kantorī-カントリー | land; platteland |
| kantorī・risuku-カントリー・リスク | land risico (vastgesteld voor internationale handelstransacties en investeringen) |
| kantorī・uea-カントリー・ウエア | kleding die geschikt is om op het platteland te dragen |
| kantsubaki-寒椿 | winter camellia |
| kanwa-緩和 | versoepeling; verlichting; verzachting; ontspanning |
| kanwa-閑話 | rustig (informeel) gesprek; zacht gepraat |
| kanwa-閑話 | geroddel; kletspraat |
| kanzashi-簪 | sierspeld voor in het haar |
| kanzenkoyō-完全雇用 | volledige werkgelegenheid [tewerkstelling] |
| kanzeyori-観世縒り | (een slinger van) in elkaar gedraaide dunne stroken Japans papier |
| kanzō-萱草 | daglelie (Hemerocallis) |
| kanzukasa-主神 | overheidsfunctionaris die verantwoordelijk is voor Shintō-rituelen (ritsuryō-systeem) |
| kanzume-缶詰め | ingeblikt voedsel; conserven |
| kanzuru-感ずる | voelen; gewaarworden; ervaren |
| kan'en-肝炎 | hepatitis; geelzucht |
| kan'in-姦淫 | overspel; overspelige affaire [relatie] |
| kan'in-官印 | stempel van een overheidsambtenaar |
| kan'in-官印 | overheidsstempel |
| kan'yō-肝要 | belangrijkheid; essentie |
| kan'yo-関与 | deelname; betrokkenheid |
| kaō-花押 | geschreven zegel; monogram; handtekening |
| kao-顔 | gezicht; gelaat |
| kao-顔 | gelaatstrekken; gezichtsuitdrukking |
| kaobure-顔ぶれ | leden; personeel; bezetting; cast (toneel, film) |
| kaodachi-顔立ち | gezicht; gelaatstrekken; uiterlijk; uiterlijke kenmerken |
| kaoiro-顔色 | gelaatskleur |
| kaokatachi-顔形 | uiterlijk; gezichtskenmerken; gelaatstrekken; gelaatsuitdrukking |
| kaotsuki-顔つき | gelaatstrekken; gezicht; gezichtsuitdrukking; uiterlijk |
| kaotsunagi-顔繋ぎ | het (regelmatig) contact houden [bij elkaar komen] |
| kapitan-カピタン | opperhoofd van de Nederlandse handelspost in Nagasaki tijdens de Edo-periode |
| kappuku-割腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| kappuringu-カップリング | verbinding; koppeling; het verbinden [koppelen] |
| kappuringu-カップリング | verbindingsstuk; koppelstuk; koppeling |
| kappuru-カップル | paar; stel; koppel |
| kapuseru・hoteru-カプセル・ホテル | capsulehotel (waar de hotelgasten slapen in een soort capsule van ongeveer 2 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog) |
| kārā-カーラー | krulspeld |
| kara-殻 | schaal; schil; schelp; peul |
| karaaya-唐綾 | Chinees brokaat; satijn met een reliëfpatroon in Chinese stijl |
| karadeppō-空鉄砲 | een ongeladen geweer |
| karaguruma-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
| karakami-唐紙 | kleurcombinatie in een kledingstuk (wit aan de buitenzIjde, geel aan de binnenzijde) |
| karakami-唐紙 | kleurbenaming in de weefkunst, bij de schering en inslag (horizontaal geel, verticaal wit) |
| karakaru-カラカル | caracal (woestijn- of steppelynx) |
| karakau-からかう | plagen; sarren; bespotten; belachelijk maken |
| karakishi-からきし | totaal; volledig; volkomen; geheel en al; geheel |
| karako-唐子 | een kind gekleed in traditioneel Chinees gewaad |
| karamaru-絡まる | slingeren; zich verstrikken [wikkelen om] |
| karamawari-空回り | vergeefse moeite; ondoelmatig [ondoeltreffend] zijn |
| karamawarisuru-空回りする | ondoelmatig [ondoeltreffend] zijn |
| karameru-カラメル | karamel |
| karameru-絡める | wikkelen in [om]; bedekken met; glaceren |
| karameru-絡める | verwikkelen; verbinden; betrekken; vermengen; in verband brengen met |
| karami-絡み | verstrengeling; verbintenis; interactie; betrokkenheid |
| karamiai-絡み合い | verstrengeling |
| karamiau-絡み合う | verstrengeld raken; (samen) betrokken verwikkeld] raken (in) |
| karamitsuku-絡みつく | (om)strengelen; omvatten; omsluiten |
| karamu-絡む | (in iets) verstrikt [verwikkeld] raken |
| karamu-絡む | omwikkelen; verstrikken; verwikkelen |
| karan-禍乱 | chaos [wanorde] in de wereld |
| karanenbutsu-空念仏 | (alleen voor de vorm) een boeddhistisch gebed opzeggen zonder oprecht gevoel |
| karanishiki-唐錦 | Chinees brokaat; brokaat in Chinese stijl (gekenmerkt door patronen met rode tinten waardoor het vaak wordt vergeleken met herfstbladeren) |
| karaoke-カラオケ | karaoke (iemand zingt live mee met muziek die wordt afgespeeld) |
| karaori-唐織り | brokaat met een vogel- en bloemenpatronen |
| karasawagi-空騒ぎ | veel gedoe [drukte; ophef] om niets |
| karasawagisuru-空騒ぎする | veel drukte maken om niets; nodeloos ophef veroorzaken |
| karasubishaku-烏柄杓 | driebladige pinellia (plant, Pinellia ternata) |
| karasugane-烏金 | geld uitgeleend voor één etmaal; lening die direct de volgende ochtend moet worden terugbetaald (lett. kraaien-geld; kraaien krijsen bij zonsopgang) |
| karatō-辛党 | een drinker; iemand die wel een glaasje lust |
| karatoitte-からと言って | (alleen) omdat; zelfs al; ook al; ondanks |
| karatote-からとて | (alleen) omdat; zelfs al; ook al; ondanks |
| karatte-からって | (alleen) omdat; zelfs al; ook al; ondanks |
| karatto-カラット | karaat (eenheid die de zuiverheid van goud en edelstenen aangeeft) |
| karauri-空売り | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| karausu-唐臼 | stenen mortel (om graan, rijst, e.d. te malen) die met de voeten wordt bediend |
| karaza-カラザ | chalaza; hagelsnoer (band tussen dooier en binnenste vlies van een ei) |
| karazao-殻竿 | dorsvlegel |
| karā・rinsu-カラー・リンス | kleurspoeling |
| karei-家例 | voorbeeld |
| karekore-彼此 | iets dergelijks; dit en [of] dat; ongeveer; bijna |
| karen-可憐 | zieligheid; beklagenswaardigheid |
| karenchūkyū-苛斂誅求 | afzetterij; knevelarij; te zware belastingen heffen |
| kareno-枯れ野 | verlaten [verdroogd] veld |
| karento・topikkusu-カレント・トピックス | actuele onderwerpen |
| kareru-枯れる | verwelken; verdorren; rijpen |
| kari-仮 | tijdelijk [vluchtig; van voorbijgaande aard] zijn |
| karibaraikin-仮払い金 | voorlopige [tijdelijke] betaling |
| karichin-借り賃 | huur; huurgeld; huursom |
| karidasu-駆り出す | (iem.) pressen [pushen; aansporen] om iets te doen; ronselen; rekruteren |
| karigane-雁が音 | roep [geluid] van een wilde gans |
| karigi-借り着 | geleende [gehuurde] kleding |
| kariginu-狩衣 | informele kleding van de hofadel in de Heian periode (oorspronkelijk gedragen tijdens de jacht) |
| kariire-借り入れ | het lenen (van geld) |
| kariirekin-借り入れ金 | geleend geld; lening |
| karikoshi-借り越し | het teveel lenen; te zware lening (in verhouding met het onderpand) |
| karimen-仮免 | tijdelijke vergunning |
| karimiya-仮宮 | een tijdelijk heiligdom [paleis] |
| karimono-借り物 | iets dat geleend [gehuurd] is; geleend artikel |
| karin-花梨 | Chinese kweepeer (Chaenomeles sinensis) |
| karinoyo-仮の世 | de vergankelijke [vluchtige] wereld |
| karishakuhō-仮釈放 | voorwaardelijke vrijlating [invrijheidstelling] |
| karishobun-仮処分 | tijdelijke beschikking; tijdelijke beperking |
| karitoji-仮綴じ | tijdelijke inbinding (van boek, e.d.) |
| kariue-仮植え | tijdelijke aanplanting; tijdelijk beplanting |
| karō-過労 | veel overwerk; het buitensporig hard werken; het zich teveel inspannen |
| karōjite-辛うじて | nauwelijks; amper; nog maar net; met moeite |
| karon-歌論 | een essay [verhandeling] over waka-poëzie |
| karōshi-過労死 | dood door overwerk; dood te veel [te zwaar] werk(en) |
| karotōsen-夏炉冬扇 | iets dat nutteloos is, zoals een haard in de zomer of een waaier in de winter |
| karoyaka-軽やか | luchtigheid; elegantie; lichtheid |
| kāru-カール | krulspeld |
| karu-狩る | verzamelen; (wild)plukken |
| karu-駆る | zich haasten; ergens heen snellen |
| karubunkeru-カルブンケル | karbonkel; steenpuist; negenoog |
| karuchā・sentā-カルチャー・センター | cultureel centrum |
| karui-軽い | makkelijk; luchthartig; ongedwongen |
| karukaya-刈萱 | de fictionele hoofdpersoon Karukaya Dōshin van de Buddhistische legende Karukaya. |
| karuta-カルタ | karuta (traditioneel Japans kaartspel) |
| karuteru-カルテル | (bedrijven) kartel |
| karuterukyōtei-カルテル協定 | kartelafspraak |
| karuyaka-軽やか | luchtigheid; elegantie; lichtheid |
| karyō-加療 | medische behandeling |
| karyō-過料 | (geld)boete voor een licht vergrijp [overtreding] |
| karyōbinga-迦陵頻伽 | (in het (Boeddhisme) Kalaviṅka, onsterfelijk wezen met een menselijk hoofd en het lichaam van een vogel |
| karyokuhatsudensho-火力発電所 | kolencentrale; elektriciteitscentrale met stoomturbine |
| karyū-顆粒 | korrel(s); granulaat |
| karyū-顆粒 | minuscule intracellulaire deeltjes |
| kasa-枷鎖 | (zenboeddhisme) mentale boeien; immateriële beperkingen |
| kasa-枷鎖 | boei en ketting; een keten [ketting] om gevangenen aan elkaar te klinken |
| kasa-笠 | beschermhuls van een schrijfpenseel |
| kasa-笠 | hoofddeksel (voor bescherming tegen sneeuw, regen, sterk zonlicht, e.d.) |
| kasa-笠 | deksel van een (houten) rijstkom |
| kasa-笠 | lampenkap; kap van een lantaarn; hoed van een paddenstoel |
| kasaikyū-火砕丘 | pyroclastische kegel' scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| kasakasa-かさかさ | (onomatopee) ritselend (geluid) |
| kasan-加算 | toevoeging van een vastgesteld bedrag aan een ander bedrag |
| kasan-加算 | optelling; vermeerdering |
| kasanaru-重なる | tegelijkertijd gebeuren; elkaar overlappen |
| kasanaru-重なる | bij elkaar passen; overeenkomen met |
| kasanaru-重なる | opnieuw gebeuren; na elkaar plaatsvinden; zich herhalen |
| kasanaru-重なる | (zich) opstapelen; opgestapeld zijn; op elkaar liggen |
| kasanebashi-重ね箸 | eetstokjes waarmee men één gerecht achterelkaar opeet zonder af te wisselen met andere gerechten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| kasanegasane-重ね重ね | herhaaldelijk; vaak; regelmatig; steeds weer |
| kasanegi-重ね着 | kleding in lagen over elkaar; gelaagde kleding |
| kasaneru-重ねる | opstapelen; ophopen; bovenop elkaar leggen [zetten] |
| kasasagi-鵲 | ekster (vogel) |
| kasegu-稼ぐ | iets voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; verkrijgen |
| kasegu-稼ぐ | werken; de kost verdienen; geld verdienen |
| kasei-化成 | chemische synthese [samenstelling] |
| kasei-河清 | (het helder worden van de (altijd troebele) Gele Rivier (China), een analogie voor:) hopen op iets dat niet verwezenlijkt zal worden |
| kasei-苛政 | tirannie; dwingelandij |
| kaseihin-化成品 | chemisch samengestelde producten [goederen] |
| kaseihiryō-化成肥料 | samengestelde kunstmest |
| kaseki-化石 | fossiel |
| kasekinenryō-化石燃料 | fossiele brandstof |
| kasen-化繊 | synthetische vezels |
| kasen-寡占 | oligopolie (monopolievorm op de markt van slechts enkele bedrijven) |
| kasen-架線 | bovengrondse bedrading; (elektrische) bovenleiding; stroomleiding |
| kasen-歌仙 | een vorm van renga [haikai], bestaande uit 36 afwisselend lange en korte gedichten |
| kasetsu-仮設 | veronderstelling; aanname; hypothese |
| kasetsu-仮設 | tijdelijke constructie [voorziening; vestiging] |
| kasetsu-仮説 | hypothese; veronderstelling; aanname |
| kasha-火車 | (boeddh.) vuurwagen (vervoert dode mensen die tijdens hun leven slechte daden hebben begaan naar de hel) |
| kasha-火車 | vuur in de vorm van een wiel |
| kasha-火車 | een Japans mythisch monster (waarvan wordt vertelt dat het lijken eet) |
| kashaku-呵責 | beschuldiging; blaam; verwijt; kwelling |
| kashi-かし | eindpartikel, benadrukt en versterkt de betekenis |
| kashidashikinsendaka-貸し出し金銭高 | het volledige bedrag uitgeleend aan een individu of instantie door een bank |
| kashidori-樫鳥 | (een bijnaam, vanwege het eikeltjes eten, voor カケス) Japanse gaai (Garrulus glandarius) |
| kashikinko-貸金庫 | safeloket; kluis(je) |
| kashikoi-賢い | intelligent; slim; knap; wijs; sluw |
| kashikomarimashita-畏まりました | (beleefd antwoord op een verzoek) jazeker; heel goed; begrepen; graag gedaan; met plezier |
| kashin-花心 | het hart van een bloem (waar de stamper en meeldraden zitten) |
| kashin-過信 | teveel vertrouwen; te groot vertrouwen |
| kashinsuru-過信する | teveel vertrouwen (op); teveel vertrouwen stellen (in) |
| kashinushi-貸し主 | geldschieter; verhuurder; huisbaas |
| kashira-頭 | topgedeelte van kanji als hoofdelement in het classificatie systeem van kanji |
| kashira-頭 | topdeel aan het eind van de zwaardgreep |
| kashite-貸し手 | geldschieter; verhuurder; huisbaas |
| kashitsukeshintaku-貸付信託 | geldtrust (beheert het geld bij een trustbank) |
| kashizashiki-貸座敷 | tatamikamer die verhuurd wordt voor geheime ontmoetingen tussen mannen en vrouwen; bordeel |
| kashō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Tendai boeddhisme) |
| kashō-寡少 | een klein beetje; bijzonder kleine hoeveelheid |
| kasho-歌書 | Japanse poëziebundel; bundel (over) Japanse (waka) poëzie |
| kasho-箇所 | plaats; plek; punt; onderdeel |
| kashō-過少 | te kleine hoeveelheid |
| kashoku-仮植 | tijdelijke aanplanting; tijdelijk beplanting |
| kashoku-家職 | een familielid (van samoerai, van adel, of van een rijke familie), dat verantwoordelijk is voor huishoudelijke zaken |
| kashoku-火食 | (het eten van) gekookt [gebakken] voedsel |
| kashoku-華燭 | helder [schitterend] licht; prachtige lantaarn |
| kashoku-貨殖 | het verdienen [vergaren] van geld; geldmakerij |
| kashū-家集 | de verzamelde waka-gedichten (van één dichter) |
| kashū-歌集 | verzameling [anthologie] van (waka) gedichten |
| kashū-歌集 | liedboek; verzameling liederen |
| kashuhi-仮種皮 | zaadmantel; zaadrok |
| kasō-仮想 | veronderstelling; hypothese; verbeelding |
| kasō-仮装 | (tijdelijke) conversie; camouflage |
| kasō-家相 | de (gunstige of ongunstige) ligging, windrichting, plattegrond, etc. van een huis (in verband gebracht met geluk of pech) |
| kasōgenjitsu-仮想現実 | (computer) virtuele werkelijkheid ( virtual reality, VR) |
| kasokeshi-幽けし | (arch.) vaag; zwak; bleek; onduidelijk |
| kasōkioku-仮想記憶 | (computer) virtueel geheugen |
| kasoku-加速 | acceleratie; versnelling |
| kasokudo-加速度 | versnelling; acceleratie |
| kasōkūkan-仮想空間 | (computer) virtuele ruimte; cyberspace |
| kasokushugi-加速主義 | accelerationisme |
| kasōmemorī-仮想メモリー | virtueel geheugen |
| kasōsuru-仮想する | veronderstellen; aannemen |
| kasōtekikoku-仮想敵国 | een denkbeeldige vijand |
| kasseika-活性化 | activering; inschakeling; inwerkingstelling |
| kasseikasuru-活性化する | activeren; stimuleren; in werking stellen |
| kasseki-滑石 | (delfstof) talk |
| kassen-合戦 | veldslag; militair treffen |
| kassha-滑車 | katrol; hijsblok; takel |
| kasu-滓 | minderwaardig [waardeloos] overschot [restant]; rotzooi; uitschot; waardeloze mensen |
| kasu-滓 | droesem; drab; bezinksel; sediment |
| kasui-下垂 | het hangen; bungelen |
| kasuka-微か | vaag; wazig; onduidelijk |
| kasukani-微かに | vaag(jes); ietwat; wazig; onduidelijk; subtiel |
| kasukasu-かすかす | droog; uitgedroogd; smakeloos |
| kasukasu-かすかす | amper; maar net; met moeite; nauwelijks |
| kasumeru-掠める | rakelings [snel] langs [voorbij] gaan; bijna aanraken |
| kasumeru-掠める | stelen; wegnemen; roven; plunderen |
| kasumi-霞 | nevel; mist |
| kasuru-嫁する | trouwen; huwen; uitgehuwelijkt worden |
| kasutamu-カスタム | klandizie; op bestelling gemaakt |
| kasutamu・meido-カスタム・メイド | op maat gemaakt; op bestelling gebouwd |
| kasutera-カステラ | castella (honing-biscuitcake) |
| kata-方 | achtervoegsel achter persoonsnamen (erend) |
| katabō-片棒 | deelname |
| katadori-型取り | het een afdruk [afgietsel; moulage] maken |
| katae-片方 | één kant; gedeelte; helft |
| katae-片方 | regio; platteland |
| katagaki-肩書き | functietitel; positie |
| katagaki-肩書き | titel (b.v. doctor, professor, e.d.) |
| katagata-旁 | af en toe; tegelijkertijd; voordien; voordat; en |
| kataharaitai-片腹痛い | belachelijk; absurd; ridicuul; lachwekkend |
| katahiji-片肘 | één elleboog |
| katahiji-肩肘 | schouders en ellebogen |
| kataho-片帆 | het kantelen van het zeil, bij het varen met zijwind |
| katahotori-片辺 | uithoek; afgelegen platteland [stuk grond] |
| katai-固い | strak; stijf; stabiel; solide |
| katai-過怠 | (feodaal Japan) bestraffing van een fout of misdaad via geldelijke vergoeding of verplichte arbeid te voldoen |
| katai-難い | moeilijk; niet makkelijk |
| katai-難い | zeldzaam |
| katainaka-片田舎 | een afgelegen plek; in de binnenlanden; in de rimboe [bushbush] |
| kataire-肩入れ | het schoudergedeelte van een kimono, dat is gemaakt van een apart stuk stof |
| kataire-肩入れ | het bescherming [hulp] bieden (aan iemand); het iemand bevoordelen [voortrekken] |
| katakata-かたかた | (onomatopee) gekletter; geratel; ratelend |
| katakata-片方 | zijkant; hoek; afgelegen plek |
| katakata-片方 | één kant; gedeelte; helft |
| katakiuchi-敵討ち | wraak; vergelding; represaille |
| katakiyaku-敵役 | een acteur die de rol van de schurk speelt; schurkenrol; gehaat personage |
| katakoto-片言 | een enkel woord; een korte opmerking; een deel van een zin [woord] |
| katakoto-片言 | (kinderlijk) gebrabbel; haperende [gebrekkige] spraak |
| kataku-家宅 | (formeel]) (woon)huis |
| kataku-火宅 | (lett. een brandend huis) deze wereld (van kwellingen en bekommeringen) |
| kataku-花托 | torus; bloembodem (de bovenkant van de bloemsteel waar bloemblaadjes, stampers, etc. aan vastzitten) |
| katakuriko-片栗粉 | zetmeel; verdikkingsmiddel (tegenwoordig aardappelmeel, oorspronkelijk gemaakt van katakuriwortel: Erythronium japonicum, hondstand lelie) |
| katakurushii-堅苦しい | stijf; ongemakkelijk; formeel; gespannen; onbuigzaam; streng |
| katakusōsaku-家宅捜索 | (officiële term voor) huiszoeking door de politie |
| katame-固め | belofte; eed; afspraak |
| katamen-片面 | de helft van het gezicht |
| katamewaza-固め技 | worstel [controle] techniek |
| katami-片身 | één kant [de helft] van een lichaam (b.v. van een vis) |
| katami-片身 | één kant [de helft] van een kledingstuk |
| katamichi-片道 | enkele reis |
| katamiwake-形見分け | het verdelen [uitdelen] van aandenkens (aan een overledene) |
| katamukeru-傾ける | overhellen; leunen; kantelen |
| katan-荷担 | deelname; participatie; medewerking |
| katanagare-片流れ | (afk. voor) een structuur met een dak dat slechts aan één kant helt |
| kataoshisuru-型押しする | ponsen; stempelen |
| katari-語り | vertelling; verhaal |
| katarite-語り手 | verteller |
| kataru-語る | vertellen; verhalen |
| kataru-騙る | zichzelf verkeerd voorstellen |
| katarushisu-カタルシス | catharsis (emotionele ontlading) |
| katashiki-型式 | type; model (vliegtuig, auto, machine, e.d.) |
| katashiro-形代 | een papieren pop die in Shinto rituelen wordt gebruikt voor zuivering |
| katasukashi-肩透かし | (techniek in sumo worstelen) onder-schouderzwaai naar beneden |
| katasumi-片隅 | hoek(je); afgelegen locatie |
| katatsu-下達 | (het doorgeven van instructies) van superieuren naar ondergeschikten (top-down beleidsstructuur, zonder inspraak) |
| kataude-片腕 | iemands meest capabele en betrouwbare assistent |
| katawa-片端 | (alleen 片輪) wiel(en) aan de zijkant van een wagen |
| katawa-片端 | onbetamelijkheid; ongepastheid |
| katayaburi-型破り | anders; origineel; nieuw |
| katayaburi-型破り | niet conform aan [afwijkend van] de conventie (van vorm, stijl, e.d.); ongewoon; ongebruikelijk; excentriek |
| katazuku-片付く | afgehandeld [opgelost] zijn |
| katchirisuru-かっちりする | iets heel precies [secuur] doen |
| katchū-甲冑 | harnas en helm |
| katei-仮定 | hypothese; aanname; veronderstelling |
| kateidenkiseihin-家庭電気製品 | elektrisch huishoudapparaat; elektrisch apparaat voor in huis |
| kateigi-家庭着 | makkelijk zittende kleding voor thuis |
| kateikei-仮定形 | (werkwoordsvorm) conditionalis; voorwaardelijke wijs |
| kateikyōshi-家庭教師 | privéleraar; huisonderwijzer |
| kateinaibōryoku-家庭内暴力 | huiselijk geweld |
| kateiran-家庭欄 | (in krant of tijdschrift) sectie met artikelen over familiezaken (zoals huishouden, tuinieren, kinderopvang, etc.) |
| kateisuru-仮定する | veronderstellen; aannemen; vermoeden |
| katen-加点 | de optelling en notering van scores en punten van testen, examens, wedstrijden, etc. |
| kāten・kōru-カーテン・コール | terugroeping (van acteurs na een voorstelling, voor applaus) |
| kāten・wōru-カーテン・ウォール | gordijngevel; vliesgevel |
| katō-過当 | buitensporig [overdreven; onredelijk; excessief; exorbitant] zijn |
| kāton-カートン | een slof sigaretten of sigaren; kartonnen grootverpakking met een aantal doosjes of pakjes bij elkaar |
| kāton-カートン | een schaal [schaaltje; dienblad] (waar geld op wordt gelegd bij betaling) |
| katōrennyū-加糖練乳 | (gezoete) gecondenseerde melk |
| katsu-カツ | kotelet; schnitzel |
| katsu-且つ | tegelijkertijd; bovendien |
| katsu-喝 | (zen boeddhisme) uitroep om iemand uit een spirituele impasse [fixatie] te halen |
| katsubushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsudō-活動 | bewegende beelden [film] |
| katsudon-カツ丼 | Japans gerecht, een varkensschnitzel geserveerd op een kom rijst |
| katsudōshashin-活動写真 | bewegende beelden [flim] |
| katsuo-鰹 | (echte) bonito; gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) |
| katsuobushi-鰹節 | bonitovlokken (geschaafde vlokken van de gedroogde, gefermenteerde en gerookte tonijnsoort Katsuwonus pelamis) |
| katsuraku-滑落 | het uitglijden [afglijden] (van een helling, e.d.) |
| katsurakusuru-滑落する | uitglijden; afglijden (van een helling, e.d.) |
| katsuro-活路 | levensonderhoud; middelen van bestaan |
| katsuyakusuru-活躍する | bezig zijn met; actief zijn [een actieve rol spelen] in |
| katsuzai-滑剤 | smeermiddel |
| katte-勝手 | handelwijze; weten hoe zich te gedragen; iets gebruiken naar eigen inzicht |
| katte-勝手 | financiële omstandigheden [situatie] |
| kattingu-カッティング | (uit)snijden; knippen; het aanbrengen van groeven in langspeelplaat |
| katto-カット | couperen (bij kaartspel) |
| katto-カット | snit; coupe; model |
| kattoin-カットイン | het invoegen van een korte scène in een bij film of televisie |
| katto・auto-カット・アウト | (bij rugby, e.d.) plotselinge uitwijkmanoeuvre naar de zijlijn |
| katto・auto-カット・アウト | (in de montage van films, e.d.) uit-monteren, het wegsnijden van delen van de opname |
| katto・auto-カット・アウト | (elektriciteit) zekering; stop |
| katto・in-カット・イン | (bij basketbal) snel door de verdedigingslinie breken |
| kaunseringu-カウンセリング | counseling; advisering; hulpverlening; begeleiding |
| kauntā-カウンター | telmachine; rekenmachine |
| kaunto-カウント | tellen; telling; getal; tel; score |
| kaunto-カウント | het uittellen (van een bokser) |
| kauntoauto-カウントアウト | uittellen (bij boksen) |
| kawa-側 | omhulsel; verpakking; behuizing; kast (van een horloge); dek; cover |
| kawa-皮 | vel; huid; leer; schil |
| kawagoromo-皮衣 | bontjas; kleding gemaakt van bont [dierenvel] |
| kawagu-革具 | lederwaren; lederen goederen [artikelen] |
| kawahagi-皮剥ぎ | het villen (van een dier); ontvellen; ontschorsen |
| kawaii-可愛い | schattig; geliefd |
| kawaisō-かわいそう | zielig [meelijwekkend] zijn |
| kawaita-乾いた | schril; scherp (geluid, e.d.) |
| kawanagare-川流れ | drenkeling; iemand die verdronken is (in de rivier) |
| kawaoto-川音 | het geruis [gekabbel] van een rivier; geluid van stromend (rivier) water |
| kawarakojiki-河原乞食 | (in de Edo-periode een denigrerende term voor) acteur; toneelspeler |
| kawariau-代わり合う | om de beurt gaan; elkaar aflossen |
| kawaribanko-代り番こ | afwisselend; beurtelings; om de beurt |
| kawarihateru-変わり果てる | geheel (in het nadeel) veranderd zijn; achteruit gegaan [verlopen] zijn |
| kawarimi-変わり身 | (snelle) verandering van positie [houding; standpunt] |
| kawaru-換わる | (om)geruild [gewisseld; verwisseld] worden |
| kawaru-替わる | geruild [(in)gewisseld] worden |
| kawarugawaru-代わる代わる | (af)wisselend; om beurten; om de beurt; een voor een; na elkaar |
| kawase-川瀬 | ondiep gedeelte van een rivier met snelle stroming |
| kawase-為替 | (valuta) wisselkoers |
| kawasehendō-為替変動 | koersschommelingen; het schommelen van de wisselkoers |
| kawasemi-翡翠 | ijsvogel (Alcedo atthis) |
| kawaserēto-為替レート | wisselkoers [valutakoers] tarief |
| kawasesaeki-為替差益 | valutawinsten; (wissel)koerswinsten |
| kawasesaitei-為替裁定 | winst maken door verschillen in wisselkoersen |
| kawasesason-為替差損 | valutaverliezen; (wissel)koersverliezen |
| kawasesōba-為替相場 | wisselkoers; valutakoers |
| kayaku-加薬 | kruiden; specerijen; additiva (vaak bijgevoegd bij instantvoedsel) |
| kayaku-加薬 | ingrediënten (groenten en vlees) voor rijst- en noedelgerechten |
| kayoi-通い | het bedienen [serveren; brengen] van eten (door kelners, e.d.) |
| kayoiji-通い路 | route naar het huis van een geliefde |
| kayou-通う | elkaar begrijpen; overbrengen [uitdrukken; mededelen] (van een gedachte, e.d.) |
| kayou-通う | heen- en weer gaan [reizen]; pendelen; forenzen |
| kayou-通う | gelijkenis tonen; overeenkomen; lijken op |
| kayou-通う | (elkaar) kruisen; doorkruisen |
| kayubara-粥腹 | het (zwakke) gevoel in de maag na het eten van (rijst)pap (i.p.v. stevig voedsel) |
| kazabana-風花 | (in de wind) warrelende sneeuwvlokken |
| kazaguruma-風車 | molentje (kinderspeelgoed) |
| kazaihoken-家財保険 | inboedelverzekering |
| kazaore-風折れ | door de wind geveld [afgebroken] (van bomen e.d.) |
| kazarike-飾り気 | aanstellerij; vertoon; gekunsteldheid |
| kazeatari-風当たり | blootstellen aan de wind |
| kazei-課税 | belastingheffing |
| kazeishotoku-課税所得 | belastbaar inkomen |
| kazeitaishō-課税対象 | belastbaar object |
| kazeitan'i-課税単位 | fiscale eenheid; belastingeenheid; eenheid van belasting |
| kazō-加増 | toename; uitbreiding (van toelage, bezit, domein, e.d.) |
| kazoe-数え | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoeageru-数え上げる | tellen; (bij elkaar) optellen; opsommen; opnoemen |
| kazoechigaeru-数え違える | zich verrekenen [vertellen]; verkeerd berekenen |
| kazoedoshi-数え年 | leeftijd berekend volgens traditioneel Japans systeem (van één jaar oud bij de geboorte, met één jaar toegevoegd bij elk nieuwjaar) |
| kazoekirenai-数え切れない | ontelbaar; talloos; oneindig veel |
| kazoenaosu-数え直す | hertellen; opnieuw tellen |
| kazoeru-数える | tellen; optellen; berekenen |
| kazoeuta-数え歌 | zingend tellen; tel rijmpjes |
| kazoku-華族 | adel; aristocratie |
| kazoku-華族 | edelman; aristocraat |
| kazokuawase-家族合わせ | kaartspel (Engels: Happy families) |
| kazokuseido-家族制度 | systeem waarin familieleden onder sterke controle staan van het familiehoofd |
| kazokuseido-家族制度 | systeem van erfgoed, familie-zijtakken [afstammelingen] en aftredingen van familiehoofden ter voortzetting en behoud van de familie |
| kazokuseido-家族制度 | toonbeeld [normen] voor het familieleven |
| kazu-数 | hoeveelheid; aantal; getal (taalkunde) |
| kazu-数 | het (op)tellen |
| kazukeru-被ける | iemand de schuld [verantwoordelijkheid] geven |
| kā・terefon-カー・テレフォン | autotelefoon |
| kē-ケー | K, symbool voor kelvin (eenheid van temperatuur) |
| kē-ケー | k, afk. voor karaat (gehalte voor goud en edelstenen) |
| kē-ケー | k, afk. voor Korea (in samenstellingen, zoals k-pop) |
| kea-ケア | kea (Nieuw-Zeelandse papegaai, Nestor notabilis) |
| kēbingu-ケービング | speleologie |
| kēburu-ケーブル | kabel |
| kēburu-ケーブル | (afk. voor) kabelbaan |
| kēburukā-ケーブルカー | kabelbaan; kabelspoorweg; funiculaire |
| kēburuterebi-ケーブルテレビ | kabeltelevisie; kabel-tv |
| kecchaku-決着 | conclusie; schikking; akkoord; regeling |
| kechigan-結願 | (boeddh.) het einde [de laatste dag] van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
| kechigannichi-結願日 | (boeddh.) de laatste dag van de rituelen van bidden tot [het doen van geloften aan] Boeddha |
| kechijū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| kedarui-気怠い | lui; lusteloos |
| kedo-けど | maar; echter; hoewel; alhoewel; toch; niettemin; niettegenstaande |
| kedo-けど | toch? (een partikel aan het eind van een elliptische zin waarmee de reactie van de gesprekspartner gepeild wordt) |
| kega-怪我 | ongeval; ongeluk; fout |
| kegare-汚れ | (spirituele) verontreiniging [onreinheid] |
| kegare-汚れ | (schand)vlek; bezoedeling; blaam |
| kegasu-汚す | onteren; ontheiligen; bezoedelen; aantasten |
| kegawa-毛皮 | huid; vel; vacht; bont |
| kegirai-毛嫌い | een (instinctive) hekel [afkeer] hebben; bevooroordeeld zijn |
| kehaegusuri-毛生え薬 | haargroeimiddel |
| kehheru-ケッヘル | Ludwig von Köchel (1800-1877), Oostenrijkse jurist en musicoloog (bekend van de catalogus van de werken van Mozart die hij samenstelde) |
| kehherubangō-ケッヘル番号 | KV-nummer, indexnummer in de Mozart catalogus van Ludwig von Köchel |
| kei-桂 | kaneel |
| kei-桂 | kaneelboom |
| kei-桂 | het paard in het Japans schaakspel shōgi |
| kei-罫 | lijn op papier; regel |
| keibatsu-刑罰 | (volgens de wet vastgestelde) straf; bestraffing |
| keibyaku-啓白 | het lezen van een gedeelte van een soetra |
| keibyaku-啓白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| keidai-境内 | binnen het terrein [complex] van een tempel [heiligdom] |
| keidenki-継電器 | (elektriciteit) relais |
| keifu-系譜 | verbinding [relatie] tussen groepen (mensen of dingen); tak |
| keigaiwakusei-系外惑星 | exoplaneet (planeet in een ander sterrenstelsel) |
| keigo-敬語 | beleefd taalgebruik; eerbiedige uitdrukkingen |
| keigu-敬具 | Hoogachtend (formele standaarduitdrukking om een brief af te sluiten) |
| keihaku-軽薄 | wispelturigheid; frivoliteit; oppervlakkigheid; lichtzinnigheid; onoprechtheid |
| keihatsu-啓発 | (geestelijke) verlichting; inspiratie; inzicht |
| keihi-桂皮 | kaneel (kruid van de bast van de kaneelboom) |
| keihōgakusha-刑法学者 | strafrechtwetenschapper; geleerde in het strafrecht |
| keii-敬意 | (gevoel van) eerbied; hoogachting; respect |
| keii-軽易 | eenvoudig [licht; gemakkelijk] zijn |
| keiin-契印 | een contractzegel (stempel) dat over twee bladzijden wordt gedrukt om aan te tonen dat ze één document vormen |
| keiji-啓示 | (goddelijke) openbaring |
| keiji-慶事 | een gelukkige gebeurtenis (huwelijk, geboorte, e.d.); een viering; feest |
| keiji-掲示 | een mededeling [bulletin; aankondiging; proclamatie] aanplakken |
| keiji-繋辞 | (taalkunde) koppelwerkwoord; copula |
| keijiban-掲示板 | prikbord; mededelingenbord |
| keijisaiban-刑事裁判 | strafrechtelijk proces; strafproces; strafzaak |
| keijisekinin-刑事責任 | strafrechtelijke aansprakelijkheid |
| keijishisetsu-刑事施設 | penitentiaire instelling |
| keijishūkyō-啓示宗教 | (door God aan de mensen) geopenbaarde religie |
| keijō-経常 | gewoon [normaal; regulier; actueel; huidig] zijn |
| keijoshi-係助詞 | verbindend partikel (waarmee een specificatie verderop in de zin wordt gekoppeld aan hetgeen ervoor staat (wa, mo, koso, demo, shika, sae, dani) |
| keikai-軽快 | licht [lichtvoetig, kwiek; levendig; veerkrachtig; dartel; vrolijk] zijn |
| keikai-軽快 | (van ziekte, pijn, e.d.) verlichting; verbetering; herstel |
| keikaku-圭角 | hoek; scherpe rand (b.v. van een edelsteen) |
| keikakukeizai-計画経済 | planeconomie; geleide economie |
| keikasochi-経過措置 | overgangsmaatregel |
| keikeini-軽軽に | luchtig; achteloos; onvoorzichtig; gedachteloos |
| keiki-契機 | gelegenheid; kans |
| keiki-景気 | zakelijke activiteit; (goede) financiële markt [economie] |
| keikifuyōseisaku-景気浮揚政策 | economisch herstelbeleid |
| keikihendō-景気変動 | economische fluctuaties [schommelingen] |
| keikikōtai-景気後退 | (financiële) recessie; laagconjunctuur |
| keikishigekisaku-景気刺激策 | maatregelen om de economie te stimuleren |
| keikitaisaku-景気対策 | (economie) stimulerende maatregelen |
| keikiyosoku-景気予測 | zakelijke [economische] prognoses |
| keikōtō-蛍光灯 | fluorescerend licht [lamp]; fluorescentielamp |
| keikotsu-頸骨 | nekwervels |
| keikyo-軽挙 | overhaaste actie [handeling] |
| keikyoku-荊棘 | obstakel; bron van moeilijkheden; doorn (in het oog) |
| keimu-警務 | politie zaken [aangelegenheden] |
| keimukan-刑務官 | cipier; gevangenisbewaarder; detentiebegeleider |
| keimushisetsu-刑務施設 | penitentiaire instelling [inrichting]; strafinrichting |
| keiretsu-系列 | conglomeraat; samengestelde onderneming |
| keiretsu-系列 | serie; (samen)stelsel; opeenvolging |
| keiretsugaisha-系列会社 | gelieerd bedrijf; moeder-, dochter-, of zustermaatschappij |
| keiri-経理 | boekhouding; financiële administratie |
| keiribu-経理部 | boekhoudafdeling |
| keirin-競輪 | Keirin (discipline in het baanwielrennen) |
| keirishi-計理士 | boekhouder (zonder de formele certificering van registeraccountant) |
| keirui-係累 | familieleden (m.n. die afhankelijk zijn en onderhouden moeten worden, zoals echtgenoten en kinderen) |
| keiryaku-経略 | regeren [heersen] over de wereld (in alle vier windrichtingen) |
| keisan-計算 | berekening; telling |
| keisatsuchō-警察庁 | korps landelijke politiediensten; rijkspolitiekorps |
| keisei-傾城 | beeldschone vrouw; schoonheid |
| keisei-形勢 | situatie; stand van zaken; ontwikkelingen; vooruitzichten |
| keisei-形声 | een kanji (karakter) met een semantisch en een fonetisch element |
| keisen-経線 | parallel van de lengtegraad [meridiaan] |
| keishi-刑死 | dood door terechtstelling [executie] |
| keishichō-警視庁 | hoofdstedelijke politie; politiekorps van Tokio (MPD, Metropolitan Police Department) |
| keishiki-形式 | (fil.) de structuur van de verschillende elementen tesamen; de essentiële vorm van iets; het essentiële kenm |
| keishikibaru-形式張る | (te) formeel [stijf; ceremonieel] zijn |
| keishikishugi-形式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| keishikiteki-形式的 | formeel; uiterlijk; oppervlakkig |
| keishitsu-形質 | allel; allelomorf; morfologisch kenmerk |
| keishitsuen-憩室炎 | diverticulitis (divertikel-ontsteking) |
| keishō-形勝 | voordelige positie; gunstige ligging; geschikt uitkijkpunt |
| keishō-形象 | vorm; beeld; afbeelding |
| keishō-形象 | uitbeelding [voorstelling] (van een denkbeeld, idee, e.d.) |
| keishō-敬称 | erenaam; betiteling; respectvolle benaming |
| keishō-軽傷 | lichte verwonding; licht letsel |
| keishoku-軽食 | een lichte [kleine] maaltijd; snelle hap; tussendoortje |
| keisuiro-軽水炉 | lichtwaterreactor (lichtwatergekoelde kernreactor) |
| keisuru-刑する | het uitvoeren van een doodstraf; executeren; terechtstellen |
| keisuru-刑する | (iem.) veroordelen tot [een vonnis opleggen van] een gevangenisstraf [doodstraf] |
| keitai-携帯 | (afk.voor) mobiele telefoon; mobiel(tje) |
| keitai-敬体 | (taalkunde) beleefde [respectvolle; formele] stijl (desu-masu) |
| keitaidenwa-携帯電話 | mobiele telefoon; mobiel(tje) |
| keitei-径庭 | (groot) verschil; kloof; discrepantie; ongelijkheid |
| keiten-経典 | heilige geschriften in een religie (zoals de Bijbel, de Koran, e.d.) |
| keitō-系統 | familielijn; stamboom |
| keitō-系統 | systeem; stelsel |
| keitō-鶏頭 | zilveren hanenkam (plant, Celosia argentea) |
| keitōdateru-系統立てる | systematiseren; (ideeën, kennis, informatie. etc.) ordenen volgens een bepaald principe of bepaalde regel |
| keitsui-頸椎 | halswervel; nekwervel |
| keiyakusaki-契約先 | bedrijf of persoon die een contract met een zakelijke partner heeft |
| keiyakusho-契約書 | contract; schriftelijke overeenkomst |
| keiyōdōshi-形容動詞 | zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord; Japans na-adjectief |
| keizaidantairengōkai-経済団体連合会 | Nippon Keidanren, een Japanse organisatie die tot doel heeft de economische groei in en buiten Japan duurzaam te stimuleren |
| keizaienjo-経済援助 | financiële steun; economische bijstand [hulp] |
| keizaikai-経済界 | zakenwereld; economische kringen |
| keizainanmin-経済難民 | economische vluchteling |
| keizaisangyōshō-経済産業省 | (sinds 2001) Ministerie van Economie, Handel en Industrie (METI) |
| keizoku-係属 | het in behandeling [hangende; onbeslist] zijn |
| keizoku-係属 | connectie; relatie |
| keizu-系図 | een (andere benaming voor) jonge zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
| kekkaron-結果論 | oordeel [mening; advies] achteraf geformuleerd, nadat de feiten [resultaten] bekend zijn |
| kekkōchi-血糖値 | bloedsuikergehalte; bloedsuikerspiegel |
| kekkon-結婚 | huwelijk; echtverbintenis |
| kekkonaite-結婚相手 | huwelijkspartner; echtgenoot [echtgenote] |
| kekkonkinenbi-結婚記念日 | (de verjaardag van een bruiloft) trouwdag; huwelijksdag; bruiloftsdag |
| kekkonshiki-結婚式 | huwelijk; huwelijksceremonie; bruiloft |
| kekkonsuru-結婚する | trouwen; in het huwelijk treden |
| kekku-結句 | uiteindelijk; tenslotte |
| kekkyoku-結局 | uiteindelijk; op den duur; tenslotte |
| kemari-蹴鞠 | een balsport, waarbij de bal de grond niet mag raken, gespeeld door Japanse hovelingen aan het keizerlijk hof (Heian periode) |
| kemikaru・shūzu-ケミカル・シューズ | schoeisel vervaardigd van synthetische materialen; kunstleren schoenen |
| ken-兼 | (in kanji combinaties) en; daarbij; daarnaast; tegelijkertijd |
| ken-剣 | zwaard; bajonet; sabel |
| ken-間 | telwoord voor de ruimte tussen pilaren in de Japanse architectuur |
| ken-間 | de lijnen op het speelbord van go of shogi (Japans schaken) |
| ken-間 | telwoord voor gebouwen |
| kēna-ケーナ | quena (de traditionele fluit van de Andes) |
| kenage-健気 | dapperheid; edelmoedigheid |
| kenba-犬馬 | (bescheiden term om naar zichzelf te verwijzen) ik; (uw) dienaar |
| kenban-検番 | bemiddelingsbureau [kantoor] voor geisha's |
| kenchi-見地 | beoordeling [inspectie] van een grondstuk [perceel] |
| kenchiikichi-検知閾値 | meetdrempel; minimale te meten waarde |
| kenchin-巻繊 | gehakte groenten (zoals daikon, wortels en shiitake) gebakken en samen met verkruimelde tofu gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gefrituurd |
| kenchin-巻繊 | (arch.) zwarte sojascheuten gebakken in sesamolie, gewikkeld in gedroogde tofuvellen en gestoofd |
| kendakueki-懸濁液 | (chemie) suspensie; mengsel |
| kendo-けんど | (Kansai-dialect) maar; echter; hoewel |
| kendon-慳貪 | (Edo periode) een kom [1 portie] noedels (of rijst) |
| kendon-慳貪 | (afk. voor) een doos [kist] voor her vervoer van gerechten (noedels) |
| kendon-慳貪 | gebrek aan mededogen; wreedheid; onvriendelijkheid; kwaadaardigheid |
| kendonbako-倹飩箱 | een doos [kist] voor her vervoer van gerechten (noedels) |
| kenga-懸河 | snelle stroom; snel stromende rivier; stroomversnelling |
| kengaku-兼学 | het tegelijkertijd bestuderen van de leer van verschillende scholen of sekten |
| kengamine-剣ヶ峰 | penibele situatie; in het nauw (zitten) |
| kengamine-剣ヶ峰 | het hoogste gedeelte [het bovenvlak] van een sumo-ring (m.n. de rand ervan) |
| kengeki-剣劇 | een toneelstuk [film] waarin zwaardgevechten voorkomen |
| kengen-建言 | een petitie [voorstel; suggestie; mening] geven aan een hogere ambtenaar [overheidsinstantie] |
| kengen-献言 | het advies [voorstel] (gegeven aan een meerdere) |
| kengen-献言 | het geven van een mening [voorstel; advies] (aan een meerdere) |
| kengensuru-献言する | een mening [voorstel; advies] geven (aan een meerdere) |
| kengi-建議 | voorstel; petitie; verzoekschrift; memorandum |
| kengo-堅固 | standvastig [gelijkmatig] zijn (van gemoed) |
| kengyō-検校 | toezichthouder bij administratieve zaken van een heiligdom of tempel |
| kengyō-検校 | (hist.) hoogste officiële rang van een blinde |
| kengyū-牽牛 | Altair (alpha Aquilae, de helderste ster in het sterrenbeeld Arend) |
| kengyūsei-牽牛星 | Altair (alpha Aquilae, de helderste ster in het sterrenbeeld Arend) |
| kenji-検字 | index in kanji woordenboeken gebaseerd op het totale aantal penseelstreken |
| kenjinkai-県人会 | prefectuur-vereniging; vereniging [bijeenkomst] van mensen die uit dezelfde prefectuur afkomstig zijn |
| kenjitsu-堅実 | stabiel [betrouwbaar; degelijk] zijn |
| kenkan-顕官 | (onder het Ritsuryo-systeem) lagere regeringsposities [functies] die als belangrijk werden beschouwd |
| kenkei-賢兄 | beleefde aanspreekvorm gebruikt door mannen voor hun leeftijdsgenoten, in brieven, e.d.) beste broer |
| kenki-嫌忌 | hevige afkeer; aversie; hekel |
| kenkō-兼行 | dubbel zo snel [lang] (doorgaan) |
| kenkō-兼行 | het meerdere dingen tegelijkertijd doen |
| kenkōjōtai-健康状態 | lichamelijke conditie; staat van gezondheid; gezondheidstoestand |
| kenkoku-圏谷 | keteldal |
| kenkon-乾坤 | iets dat uit twee delen bestaat, m.n. boekwerken |
| kenkon-乾坤 | twee van de acht elementen in de I-ching voorspelling |
| kenkon-乾坤 | hemel en aarde; het heelal; universum |
| kenkyaku-健脚 | sterke [goede; gezonde] loper [wandelaar] |
| kenkyūkaihatsu-研究開発 | Onderzoek en Ontwikkeling (Research and development, R&D) |
| kenmei-件名 | onderwerp; onderwerpregel (b.v. van een e-mail); naam of trefwoord (voor index of classificatie) |
| kenmei-賢明 | wijsheid; scherpzinnigheid; oordeelkundigheid; intelligentie |
| kenmen-券面 | de voorzijde van een obligatie, certificaat, e.d. (waar het geldbedrag op staat) |
| kenmon-検問 | politie ondervraging [inspectie] van voorbijgangers op straat, bij een tijdelijke wegversperring e.d. |
| kenmu-兼務 | het twee functies tegelijkertijd bekleden; twee taken [opdrachten] tegelijk uitvoeren |
| kennin-兼任 | het tegelijkertijd dienen; twee posten tegelijk bekleden |
| kenninjigaki-建仁寺垣 | omheining van bamboe (zoals voor het eerst gebruikt bij de Kenninji-tempel) |
| kenpa-検波 | (elektro)golf detectie |
| kenpo-兼補 | benoeming [aanstelling] van iemand in een nevenfunctie naast zijn hoofdfunctie |
| kenpōihan-憲法違反 | handelen in strijd met de grondwet; ongrondwettig [inconstitutioneel] handelen |
| kenpōseiteikaigi-憲法制定会議 | constitutionele vergadering [conferentie] |
| kenrikin-権利金 | sleutelgeld |
| kenriochi-権利落ち | (ex rights) ex-dividenddatum (bij een aandeel dat wordt verkocht zonder bijbehorende rechten om extra aandelen te kopen) |
| kenro-険路 | steile [hellende] weg [straat]; steil pad |
| kenryo-賢慮 | (beleefde verwijzing naar) de overwegingen [gedachten; mening] van een ander |
| kensaku-献策 | suggestie; voorstel (aan een meerdere; hogere in rang) |
| kensei-牽制 | bedwang; beteugeling; inperking; controlering; onderdrukking |
| kensha-検車 | autokeuring; automobielinspectie; voertuiginspectie |
| kenshiki-見識 | scherpzinnigheid; oordeelkundigheid; inzicht |
| kenshiki-見識 | ijdelheid; verwaandheid |
| kenshikibaru-見識張る | zich wijs [belangrijk; waardig] voordoen; doen alsof je wijs [slim] bent |
| kenshin-検針 | opname van de (gas-, water-. elektriciteits-)meterstand |
| kenshin-献身 | toewijding; overgave; zelfopoffering |
| kenshin-見神 | mystiek godsbesef (het voelen van de aanwezigheid van God) |
| kenshinsuru-検針する | de (gas-, water-. elektriciteits-)meterstand opnemen |
| kenshō-乾象 | hemel; astronomisch verschijnsel; weersomstandigheden (over tijdsduur en plaats) |
| kenshō-懸賞 | prijs; beloning |
| kenshōkin-懸賞金 | prijzengeld; beloning |
| kensui-建水 | een spoelbak waarin het water wordt opgevangen van het wassen van theekopjes na de theeceremonie |
| kensui-懸垂 | een fitnessoefening waarbij men zichzelf optrekt aan een stang |
| kensui-懸垂 | het hangen; bungelen |
| kentai-倦怠 | vermoeidheid; lusteloosheid |
| kentai-倦怠 | verveling; ergernis |
| kentai-兼帯 | veelzijdige bruikbaarheid; dubbele functie; tweeledig doel |
| kentai-献体 | lichaamsdonatie; terbeschikkingstelling van het lichaam na de dood (voor medisch onderzoek) |
| kentei-賢弟 | beleefde uitdrukking om de jongere broer van iemand anders aan te duiden |
| kentei-賢弟 | beleefde uitdrukking om een jonger iemand aan te spreken in (bijv. een brief) |
| kenukiawase-毛抜き合わせ | het perfect [precies] in [aan] elkaar passend zijn (van stukken stof; patronen, e.d.) |
| kenwanchokuhitsu-懸腕直筆 | kalligrafietechniek met een bepaalde lhouding (penseel rechtop en elleboog opzij) |
| kenzai-顕在 | duidelijke zichtbaarheid [aanwezigheid]; onmiskenbaarheid; gemanifesteerd [geopenbaard] zijn |
| kenzei-犬税 | hondenbelasting |
| kenzen-顕然 | duidelijkheid; opvallendheid |
| kenzoku-眷属 | de hele familie; bloedverwanten; volgelingen |
| ken'aku-険悪 | gevaarlijk [hard; zwaar; ernstig; hachelijk; kritiek; dreigend] zijn |
| ken'an-懸案 | lopende kwestie; onopgeloste [onbeantwoorde] vraag |
| ken'anjikō-懸案事項 | nog lopende [niet afgehandelde] zaak |
| ken'in-検印 | keurstempel; waarmerk; goedkeuringsstempel |
| ken'yō-兼用 | het gebruik van iets voor verschillende doeleinden |
| keosareru-気圧される | geïmponeerd [geintimiteerd] worden; zich (door iemand) overweldigd [overrompeld voelen] |
| keotosu-蹴落とす | met ellenbogenwerk hogerop komen; carrière maken ten koste van anderen |
| keppan-血判 | met bloed bezegelen (om trouw en saamhorigheid te zweren) |
| keppatsu-結髪 | het haar op een traditionele stijl arrangeren [kappen] |
| keppeki-潔癖 | nauwgezet; kieskeurig; kraakhelder |
| keppitsu-欠筆 | weglating van een gedeelte van een karakter (ter vermijding van taboeonderwerpen, of om personen niet bij naam te noemen) |
| keppō-月報 | maandelijks verslag [rapport] |
| kēpu-ケープ | cape; schoudermantel |
| kera-螻蛄 | blut [platzak; zonder geld; bankroet] zijn |
| kera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| keroido-ケロイド | keloïd (verdikking op de huid door overmatige groei van littekenweefsel) |
| kerorito-けろりと | nonchalant; achteloos; alsof er niets was gebeurd |
| kerun-ケルン | kegelvormige steen; pre-Keltisch gedenkteken |
| kerupu-ケルプ | kelp |
| keruto-ケルト | Kelt (inwoner van Ierland, Wales, Cornwall, Schotland, Bretagne; ook van oude etnische groep in de geschiedenis) |
| keshiin-消印 | poststempel; afstempeling |
| keshikaran-怪しからん | schandalig; onvergeeflijk; schaamteloos; grof |
| keshiki-気色 | stemming; humeur; gevoel |
| keshin-化身 | incarnatie; manifestatie; het verschijning van goden, Boeddha's, demonen, e.d, in menselijke vorm |
| keshitobu-消し飛ぶ | wegvliegen; (plotseling) spoorloos verdwijnen |
| keshizumi-消し炭 | (houtskool) slak; sintel |
| keshōmawashi-化粧回し | een lange, rijkelijk versierde, lendendoek die sumoworstelaars bij ceremoniële gelegenheden dragen |
| kessai-決済 | (van schulden, e.d.) vereffening; kwijtschelding; kwijting |
| kessen-血栓 | bloedstolsel; bloedprop; trombus |
| kesshūsuru-結集する | verzamelen; bijeenbrengen; mobiliseren |
| kessō-傑僧 | een uitmuntende [zeer verdienstelijke] monnik |
| kēsu-ケース | koffer; tas; doos; kist; omhulsel; houder; etui |
| kesuta-ケスタ | (geologie) cuesta (steilwandige reliëfvorm, asymmetrische berg of heuvel) |
| kēsuwākā-ケースワーカー | maatschappelijk werker |
| ketachigai-桁違い | hoger; groter; sneller |
| ketachigai-桁違い | buitengewoon; ongelooflijk; onvergelijkbaar |
| ketoru-ケトル | ketel; waterketel; fluitketel; waterkoker |
| ketsuban-欠番 | ontbrekend [weggelaten; overgeslagen] nummer [getal] |
| ketsuen-血縁 | bloedverwantschap; bloedband; familierelatie |
| ketsugian-決議案 | resolutie; motie; voorstel |
| ketsugō-結合 | vereniging; verbinding; koppeling |
| ketsui-決意 | besluit; (vast) voornemen; bedoeling; vastberadenheid |
| ketsuji-欠字 | weggelaten woord; omissie (in tekst); leemte |
| ketsujin-傑人 | een voortreffelijke [uitmuntende; eminente] persoon |
| ketsujū-結集 | (boeddh.) concilie; samenkomst; vergadering (voor de samenstelling van soetra's op schrift) |
| ketsumei-血盟 | bloedeed; bloedbelofte |
| ketsumyaku-血脈 | lijn van instructie van leraar naar leerling [discipel] |
| ketsurei-欠礼 | het nalaten iemand te begroeten [te complimenteren]; gebrek aan respect [beleefdheid; manieren] |
| kettei-決定 | beslissing; besluit; vaststelling |
| ketteisuru-決定する | beslissen; besluiten; vaststellen |
| ketten-欠点 | nadeel; minpunt |
| kettō-決闘 | duel; tweegevecht |
| keu-稀有 | zeldzaamheid |
| kewashii-険しい | streng; scherp; onverbiddelijk |
| kewashii-険しい | steil (van een helling, e.d.); moeilijk; zwaar |
| keyaki-欅 | Japanse zelkova boom (Zelkova serrata) |
| kezukuroi-毛繕い | het gedrag van dieren waarbij zij hun (of elkaars) vacht, huid, veren, e.d. verzorgen (door parasieten en vuil te verwijderen) |
| kē・ō-ケーオー | (afk. voor) knock-out (een klap die iemand buiten gevecht stelt) |
| ki- 軌 | wagenspoor; wielspoor; wagenpad; wagenweg; karrenweg |
| kī-キー | sleutel (van een slot); sleutel (fig.: aanwijzing; oplossing) |
| ki-寄 | afhankelijk zijn (van); vertrouwen (op) |
| ki-希 | zeldzaamheid |
| ki-希 | verdund; aangelengd |
| ki-旗 | (in kanji combinaties) vlag; banier; vaandel |
| ki-机 | (in kanji combinaties) bureau; schrijftafel; lessenaar |
| ki-棋 | (in kanji combinaties) bordspel go of (Japans) schaken |
| ki-機 | kans; gelegenheid |
| ki-毀 | (in kanji combinaties) breken; vernieling; beschadiging; schade |
| ki-気 | geest; humeur; gevoel |
| ki-騎 | woord gebruikt om ruiters te tellen |
| kiaji-気味 | tendens op de markt [aandelenbeurs] |
| kian-起案 | het opstellen van een plan [contract] |
| kiansha-起案者 | opsteller van een plan [contract] |
| kiba-木場 | houthandel; hout opslagterrein |
| kibakuzai-起爆剤 | ontstekingsmiddel; ontstekingslading |
| kibamu-黄ばむ | vergelen; geel worden |
| kibansofuto-基盤ソフト | infrastructurele software (bedrijfssoftware specifiek ontworpen voor het uitvoeren van basistaken, zoals interne diensten en processen) |
| kibaru-気張る | zichzelf trakteren |
| kibataraki-気働き | tact; meelevendheid; (snel van) begrip; inzicht |
| kibera-木べら | houten modelleergereedschap voor klei; modelleerhoutje |
| kibidango-黍団子 | noedels gemaakt van gierstmeel |
| kibidango-黍団子 | zoete deegballetjes gemaakt van gierstmeel |
| kibo-規模 | schaalmodel; voorbeeld |
| kibotoke-木仏 | houten boeddhabeeld |
| kibun-気分 | gevoelens; stemming; humeur |
| kibutsu-キブツ | kibboets (landbouwkolonie van pioniers in Israël) |
| kibutsu-木仏 | houten boeddhabeeld |
| kibyō-奇病 | zeldzame ziekte (waarvan oorzaak en geneesbaarheid niet bekend zijn) |
| kichi-貴地 | (beleefd) plaats [stad; land] van de gesprekspartner |
| kichijitsu-吉日 | geluksdag |
| kichinichi-吉日 | een geluksdag; een goede dag; een dag met goede voortekenen |
| kichinto-きちんと | nauwkeurig; nauwgezet; precies; netjes; overzichtelijk; ordelijk |
| kidaore-着倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor kleren |
| kidaore-着倒れ | geldverspilling aan kleren; al je geld uitgeven voor kleren |
| kidate-気立て | geestelijke instelling; aard; karakter |
| kidō-軌道 | baan; orbit (van een hemellichaam); traject |
| kido-輝度 | (mate van) helderheid [licht] |
| kidoairaku-喜怒哀楽 | de 4 menselijke emoties: vreugde, woede, verdriet en plezier |
| kidoru-気取る | gemaakt [gekunsteld; geaffecteerd] zijn; zich aanstellen; zich een houding geven |
| kidōsha-気動車 | een dieseltrein; een trein met een verbrandingsmotor |
| kidōtai-機動隊 | oproerpolitie; mobiele eenheid |
| kie-帰衣 | aanvaarding van een geloof (shinto, boeddhisme, e.d.) |
| kieiru-消え入る | zich zwakker voelen (vanwege schaamte, pijn, e.d.) |
| kieiru-消え入る | geleidelijk vervagen [verdwijnen; afnemen]; wegsterven |
| kieru-消える | uitgaan (vuur, etc.); verdwijnen; smelten |
| kifu-寄付 | schenking; donatie (aan tempels, heiligdommen, kerken, scholen, etc.) |
| kifujin-貴婦人 | een adellijke vrouw; edelvrouw |
| kifukin-寄付金 | donatie; schenking in geld |
| kigai-危害 | verwonding; wond; letsel |
| kigami-生紙 | ongelijmd [ongegomd] papier |
| kigaru-気軽 | luchthartigheid; zorgeloosheid |
| kigata-木型 | houten from [model; patroon] |
| kigeki-喜劇 | een komedie; blijspel |
| kigen-記言 | woordelijke beschrijving |
| kigenso-希元素 | een zeldzaam element |
| kigenzen-紀元前 | (jaartelling) voor Christus (v.Chr.) |
| kigiku-黄菊 | gele chrysant |
| kigo-綺語 | (boedddh., een van de tien kwaden) loze woorden die indruisen tegen de waarheid; iets mooier voorstellen dat het is |
| kigumi-気組み | mentale houding; denkwijze; instelling; bedoeling |
| kigyō-機業 | weefnijverheid; textielindustrie |
| kigyōhimitsu-企業秘密 | bedrijfsgeheim; handelsgeheim; fabrieksgeheim |
| kigyōka-企業家 | ondernemer; industrieel |
| kigyōrengō-企業連合 | bedrijvenkartel |
| kigyōsekinin-企業責任 | maatschappelijk verantwoord ondernemen; collectieve verantwoordelijkheid |
| kihai-気配 | attentie; hartelijkheid |
| kihai-気配 | stemming; gevoel |
| kihai-跪拝 | kniebuiging; teraardewerping; prosternatie; knielend aanbidden [vereren] |
| kihaku-気迫 | levenskracht; vitaliteit; geestelijke energie; moed; durf |
| kihankeikaku-基本計画 | masterplan; groot plan; veelomvattend plan; plan in grote lijnen |
| kihatsuyuzei-揮発油税 | benzineaccijns; benzinetax; benzinebelasting |
| kihen-机辺 | vlakbij [in de buurt van] een (schrijf)bureau, werktafel, e.d. |
| kihin-気品 | elegantie; gratie; (goede) stijl |
| kihitsu-起筆 | beginpunt van een penseelstreek (bij het kalligraferen) |
| kihō-気泡 | bubbel; bel (lucht, gas, etc.) |
| kihonhōshin-基本方針 | basis richtlijn; standaard beleid |
| kihonteki-基本的 | fundamenteel; basaal; standaard |
| kiiro-黄色 | geel; gele kleur |
| kiiroi-黄色い | geel (kleur) |
| kiiroobi-黄色帯 | (judo) gele band |
| kiiui-キーウィ | kiwi (vogel, Apteryx) |
| kiji-記事 | verslag; nieuws; artikel (in krant, tijdschrift, e.d.) |
| kijibato-雉鳩 | Oosterse tortel(duif) (Streptopelia orientalis) |
| kijiku-機軸 | het middelpunt [centrum] van activiteit |
| kijiku-機軸 | as (van wiel of motor) |
| kijikutsūka-基軸通貨 | sleutelvaluta; belangrijke valuta; basisvaluta |
| kijin-奇人 | een excentriek [vreemd] persoon, excentriekeling |
| kijin-貴人 | iemand met een hoge sociale status; iemand uit een hoogstaande familie; edelman |
| kijin-鬼神 | demon; boze geest; duivel |
| kijitsu-期日 | vastgestelde datum (voor betaling, houdbaarheid, e.d.)\ |
| kijō-机上 | iets dat op tafel ligt; iets dat ter discussie staat; een plan dat nog niet uitgevoerd [toegepast] is |
| kijō-机上 | op de tafel |
| kijo-貴女 | vrouw met hoge sociale status; edelvrouw; dame |
| kijo-鬼女 | duivelin |
| kijutsu-奇術 | toverkunst; goochelarij; goocheltruc; vingervlugheid |
| kijutsushi-奇術師 | goochelaar; illusionist |
| kikai-機会 | gelegenheid; kans |
| kikaitaisō-器械体操 | toestelturnen; het turnen [gymnastiek] met gebruik van toestellen |
| kikan-基幹 | kern; basis; sleutel; steunpilaar |
| kikan-機関 | stelsel; organisatie; instelling |
| kikan-気管 | tracheae (ademhalingsorgaan van insecten, bestaande uit buisvormige structuren door het hele lichaam) |
| kikan-貴官 | respectvolle term voor het persoonlijk voornaamwoord in de tweede persoon, wordt gebruikt voor overheidsfunctionarissen, militair personeel, e.d. |
| kikanhō-機関砲 | snelvuurkanon |
| kikantōshika-機関投資家 | institutionele investeerder [belegger] |
| kikaseru-聞かせる | laten weten [horen]; (iemand over iets) informeren; (iemand iets) vertellen |
| kikenshinshi-貴顕紳士 | edele en vooraanstaande heren; personen met een hoge status, met aanzien en invloed |
| kiketsu-既決 | besloten [bepaald; vastgesteld] zijn |
| kiketsu-既決 | veroordeeld [gevonnist] zijn |
| kiketsu-既決 | (afk. voor) een veroordeelde (gevangene) |
| kiketsushū-既決囚 | een veroordeelde (gevangene) |
| kikidokoro-聞き所 | (van een speech) een belangrijk punt; het belangrijkste deel; de belangrijkste passage |
| kikigaki-聞き書き | woordelijk (opgeschreven) verslag; het opschrijven van wat je hoort |
| kikikaesu-聞き返す | een tegenvraag stellen; een vraag met een wedervraag beantwoorden |
| kikikaesu-聞き返す | iets opnieuw beluisteren |
| kikikaikai-奇奇怪怪 | heel vreemd [bizar, raar, mysterieus] zijn |
| kikikan-危機感 | gevoel van dreigend gevaar [onheil] |
| kikimono-聞き物 | iets dat de moeite waard [belangrijk] is om te horen |
| kikin-飢饉 | droogte; mislukte oogst; voedseltekort; watertekort |
| kikinzoku-貴金属 | edelmetaal |
| kikite-聞き手 | interviewer; vragensteller |
| kikitogameru-聞き咎める | terechtwijzen; berispen; aanmerkingen hebben (op); in twijfel trekken (wat iemand zegt) |
| kikitsugu-聞き継ぐ | mondeling doorgeven |
| kikitsukeru-聞きつける | horen; (geluid; woorden) opvangen |
| kikiwake-聞き分け | het goed luisteren; redelijkheid; volgzaamheid |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen horen; geluiden goed kunnen onderscheiden |
| kikiwakeru-聞き分ける | goed kunnen [willen] luisteren; redelijk [volgzaam] zijn |
| kikka-菊花 | wierook (van kruidnagel, agarhout en muskus) met een geur die doet denken aan chrysanten |
| kikkake-切っ掛け | signaal [teken; aanwijzing; gelegenheid] om iets te beginnen; oorzaak; motief |
| kikkake-切っ掛け | bezieling; ijver; vitaliteit; wilskracht |
| kikkin-喫緊 | iets dat belangrijk [dringend; essentieel] is |
| kikkyō-吉凶 | geluk of ongeluk; het (nood)lot |
| kikoku-貴国 | (beleefde term) uw land; jouw land |
| kikoku-鬼哭 | (arch.) het gejammer en geweeklaag van een rusteloze geest of dode ziel |
| kikomu-着込む | zich extra kleden; verschillende lagen kleding over elkaar dragen; formele kleding dragen |
| kikon-気根 | luchtwortel |
| kikonasu-着こなす | zich smaakvol [elegant] kleden; kleding stijvol [flatterend] dragen |
| kikōshi-貴公子 | jonge edelman [aristocraat] |
| kikōshi-貴公子 | een jongeman met een adellijk [edel; nobel] voorkomen [gelaat] |
| kikotsu-気骨 | innerlijke kracht; morele ruggengraat; standvastigheid; onverzettelijkheid; sterke persoonlijkheid; sterk karakter |
| kiku-規矩 | standaard; criterium; regel; norm |
| kiku-起句 | de eerste regel van een Chinees gedicht |
| kikubiyori-菊日和 | (lett. chrysanten-weer) (helder) herfstweer (wanneer de chrysanten bloeien) |
| kikuimo-菊芋 | aardpeer, topinamboer, knolzonnebloem; jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) |
| kikun-貴君 | (m.n. in brieven e.d. gebruikt voor de tweede persoon enkelvoud) jij; u |
| kikurage-木耳 | judasoor (paddenstoel: Auricularia auricula-judae) |
| kikusuru-掬する | iemand begrijpen; zich inleven; meeleven; empathie tonen |
| kikuzu-木屑 | (hout)zaagsel; zaagmeel; houtpulp |
| kikuzure-気崩れ | (handelsmarkt) tijdelijke inzinking [daling] van de marktprijs |
| kikuzure-着崩れ | verfomfaaid [vormeloos; versleten; afgedragen] zijn |
| kikuzusu-着崩す | formele kleding losser [stijlvoller] dragen |
| kikyō-奇矯 | excentriek zijn; excentriek gedrag; onvoorspelbaarheid; onberekenbaarheid |
| kikyō-棄教 | apostasie; afvalligheid van het geloof; geloofsverzaking |
| kikyo-起居 | iemands houding en gedrag [handelingen]; iemands bewegingen [staan of zitten]; iemands dagelijkse leven |
| kīkyoku-キー局 | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| kikyū-企及 | poging [inspanning] (om iets te bereiken, je achterstand in te halen, of gelijk te komen) |
| kimagure-気紛れ | gril; wispelturigheid; grilligheid; impulsiviteit |
| kimagure-気紛れ | veranderlijkheid; wisselende omstandigheden |
| kimajime-生真面目 | heel erg serieus [ernstig; gewetensvol] zijn |
| kimama-気儘 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| kimama-気儘 | koppigheid; egoïsme; eigenbelang |
| kīman-キーマン | sleutelfiguur; spil; centrale figuur |
| kimari-決まり | regel; voorschrift |
| kimarikitta-決まり切った | vastgesteld; definitief; overeengekomen |
| kimaru-決まる | beslist [vastgesteld] worden |
| kimayoi-気迷い | twijfel; aarzeling |
| kimayoi-気迷い | besluiteloosheid |
| kimazui-気不味い | onaangenaam; gênant; ongemakkelijk; pijnlijk |
| kimedokoro-決め所 | het belangrijkste [cruciale] punt, het punt dat de doorslag kan geven; de perfecte gelegenheid [kans] |
| kimeifutsūkabu-記名普通株 | geregistreerde aandelen |
| kimeikabu-記名株 | geregistreerde aandelen |
| kimeishikikogitte-記名式小切手 | op naam gestelde cheque |
| kimeiyūsenkabu-記名優先株 | geregistreerd preferente aandelen |
| kimekomi-木目込み | geperste reliëf afbeelding (collage van lagen washi papier) |
| kimekomi-木目込み | techniek om traditionele Japanse houten poppen te maken (waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekominingyō-木目込み人形 | traditionele Japanse houten pop (gemaakt met een techniek waarbij in smalle groeven stof wordt gelijmd om de pop aan te kleden) |
| kimekomu-決め込む | zich inbeelden; een hoge dunk van zichzelf hebben; doen alsof |
| kimekomu-決め込む | veronderstellen; zonder meer aannemen; overtuigd zijn van; voorbarige conclusies trekken |
| kimen-鬼面 | het gezicht van een duivel [demon] |
| kimen-鬼面 | het masker van een duivel [demon]; duivelsmasker |
| kimeru-決める | beslissen; vaststellen; besluiten |
| kimi-君 | jij (familiair, informeel) |
| kimi-気味 | gevoel; gewaarwording |
| kimi-鬼魅 | duivel en spook |
| kimi-黄み | gelig (van kleur) |
| kimi-黄身 | dooier; eigeel |
| kimidori-黄緑 | geelgroen (van kleur) |
| kimigayo-君が代 | keizerlijke heerschappij via een familielijn voortgezet in een voortdurende tijdsperiode |
| kimitsubunsho-機密文書 | vertrouwelijke [geheime] documenten |
| kimitsuhoji-機密保持 | geheimhouding; vertrouwelijkheid |
| kimitsujikō-機密事項 | vertrouwelijke [geheime] zaken |
| kimitsushorui-機密書類 | vertrouwelijke [geheime] documenten |
| kimiwarugi-気味悪気 | een slecht [onheilspellend] gevoel |
| kimō-起毛 | (van weefsel) het ruwen; opborstelen |
| kimochi-気持ち | gevoelens; gemoedstoestand; stemming |
| kimuzukashii-気難しい | kieskeurig; veeleisend; moeilijk (van karakter) |
| kimyō-帰命 | (Sanskriet: namas) (buigen voor) aanbidding [verering] van Boeddha; je lichaam en ziel toevertrouwen aan Boeddha |
| kimyōkiteretsu-奇妙きてれつ | heel vreemd [bizar; zonderling; wonderlijk] zijn |
| kin-僅 | (in kanji combinaties) kleine hoeveelheid; een beetje; gering; weinig |
| kin-均 | (in kanji combinaties) gelijkwaardig; uniform |
| kin-菌 | schimmel (organisme) |
| kin-金 | (één van de vijf elementen van de Chinese filosofie) metaal |
| kin-金 | geld |
| kinaga-気長 | geduldig [relaxed; ontspannen] zijn |
| kinakusai-きな臭い | er zit een luchtje aan; verdacht; dubieus; twijfelachtig; duister |
| kinboshi-金星 | (sumo) overwinning van een laaggeplaatste worstelaar op een yokuzuna (hoogste rang) |
| kinchi-錦地 | (beleefde wijze van aanduiden van de woon- of verblijfplaats van de gesprekspartner) uw woonplaats [adres] |
| kinchō-金打 | een plechtige belofte [eed] (afgelegd door samoerai met hun zwaarden tegen elkaar gedrukt, en door vrouwen met spiegels) |
| kindaigeki-近代劇 | modern toneelstuk [theater] |
| kindaka-金高 | geldbedrag |
| kindan-金談 | discussie over geld [een lening] |
| kindanshōjō-禁断症状 | ontwenningsverschijnselen (alcohol, drugs, nicotine) |
| kindenkei-筋電計 | elektromyograaf (instrument voor spierkrachtmetingen) |
| kindenzu-筋電図 | elektromyogram (weergave van de elektrische stromen in spieren door een elektromyograaf) |
| kinenbutsu-記念物 | souvenir; aandenken; relikwie |
| kinga-謹賀 | beste wensen; gelukwensen |
| kingaku-菌学 | mycologie (studie van schimmels en paddenstoelen) |
| kingaku-金額 | geldbedrag |
| kingashinnen-謹賀新年 | beste wensen voor het nieuwe jaar; Gelukkig Nieuwjaar (schrijftaal) |
| kingō-近郷 | aangrenzende districten; nabijgelegen dorpen; omringend platteland |
| kingu-キング | koning (vorst); koning (speelkaart); koning (schaakstuk) |
| kinguzu・ingurisshu-キングズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kingyoku-金玉 | juweel; goud en edelstenen |
| kinhangen-禁反言 | estoppel (juridisch principe dat voorkomt dat iemand recht kan doen gelden dat in strijd is met zijn eerdere handelingen of uitspraken) |
| kinhin-経行 | (zen-boeddh.) loopmeditatie (m.n. als afwisseling met zitmeditatie (zazen) om slaperigheid te voorkomen) |
| kinichi-忌日 | sterfdag; verjaardag van het overlijden van een persoon (waarop boeddhistische herdenkingsrituelen worden uitgevoerd) |
| kinin-帰任 | (na een tijdelijke afwezigheid) het terugkeren naar [opnieuw opnemen van] een functie [betrekking; dienst] |
| kinisuru-気にする | onnnodig veel aandacht aan iets besteden; ergens teveel mee bezig zijn |
| kinji-矜持 | zelfrespect; trots; waardigheid |
| kinji-近似 | sterke gelijkenis |
| kinjiru-禁じる | (met negatie) niet te bedwingen; (zichzelf) niet in bedwang kunnen houden: |
| kinjitsu-近日 | weldra; binnenkort; over [binnen] enkele dagen |
| kinjō-金城 | sterk [onneembaar] kasteel |
| kinjū-禽獣 | vogels en dieren; beesten |
| kinjū-禽獣 | (als scheldwoord tegen een persoon) beest |
| kinkagyokujō-金科玉条 | gouden regel; belangrijkste voorschrift |
| kinkan-金環 | gouden ring [cirkel; krans] |
| kinkei-謹啓 | (beleefde aanhef van een brief) geachte (heer, mevrouw, etc.) |
| kinken-金権 | financiële macht [invloed]; de macht van het geld |
| kinketsu-金欠 | geldgebrek |
| kinketsu-金穴 | sponsor; geldschieter |
| kinki-錦旗 | keizerlijke standaard [vaandel] |
| kinkinzen-欣欣然 | erg blij [gelukkig; vrolijk] zijn; er blij uitzien |
| kinkoku-謹告 | beleefde [eerbiedige] aankondiging [mededeling] |
| kinkonshiki-金婚式 | gouden bruiloft (50 jarig huwelijk) |
| kinkotsu-筋骨 | spieren en beenderen [botten; skelet]; lichaamsbouw |
| kinkyō-禁教 | verboden religie [godsdienst] (met name de christelijke godsdienst) |
| kinkyoku-琴曲 | muziek gespeeld op de koto (Japans snaarinstrument); kotomuziek |
| kinkyūteishi-緊急停止 | noodstop; nooduitschakeling |
| kinmedai-金目鯛 | rode beryx (vis, Beryx spelenden) |
| kinmyaku-金脈 | sponsor; geldschieter |
| kinnen-近年 | de laatste [afgelopen] jaren |
| kinnō-金嚢 | (arch.) geldbuidel; stoffen zak voor het bewaren van geld of kostbare spulletjes |
| kinnō-金納 | contant betaling; afrekening in contant geld |
| kinō-機能 | werking; functie(s); applicaties (op mobiele telefoons e.d.) |
| kinohorumu-キノホルム | chinoform (antischimmel middel) |
| kinoko-茸 | paddenstoel |
| kinokogari-茸狩り | het (eetbare) paddenstoelen plukken [verzamelen] |
| kinokogumo-きのこ雲 | paddenstoelwolk |
| kinpa-金波 | oplichtende [schitterende] golven (door weerspiegeling van zon of maan) |
| kinpin-金品 | geld en sieraden; waardevolle spullen |
| kinridōkō-金利動向 | rente ontwikkeling |
| kinriseisaku-金利政策 | rentebeleid |
| kinrō-勤労 | werkaanstelling voor een vastgestelde periode |
| kinrui-菌類 | schimmel; zwam; fungus |
| kinryoku-金力 | financiële macht [kracht] |
| kinsaku-金策 | geld bij elkaar brengen; fondsen werven |
| kinseki-金石 | metalen en edelstenen; metalen en stenen gereedschappen |
| kinsen-琴線 | gevoelige snaar; sentiment; emotie |
| kinsen-金銭 | (contant) geld |
| kinsensaiken-金銭債権 | geldvordering; financiële vordering |
| kinshigyokuyō-金枝玉葉 | keizerlijke familie [nakomelingen] |
| kinshin-謹慎 | zelfdiscipline; zelfbeheersing |
| kinshin-近親 | naast familielid; naaste bloedverwant |
| kinshinsha-近親者 | bloedverwant; familielid |
| kinshitai-菌糸体 | (schimmel) zwamvlok; mycelium |
| kinshō-僅少 | een klein aantal; kleine hoeveelheid; slechts een paar |
| kinshu-禁酒 | geheelonthouding (van alcohol) |
| kinshukuseisaku-緊縮政策 | bezuinigingsbeleid; bezuinigingsmaatregelen |
| kinsoku-禁足 | opsluiting; huisarrest; bewegingsbeperkende maatregel; disciplinaire straf (b.v. waarbij politie-ambtenaren alleen kantoorwerk mogen doen) |
| kintōwari-均等割 | ratio per capita; ratio per hoofd (van de bevolking); gelijke verdeling |
| kinu-絹 | zijde (vezel, draad, stof) |
| kinutakotsu-砧骨 | incus; aambeeld (gehoorbeentje) |
| kinzanjimiso-金山寺味噌 | Kanzanji-miso (vernoemd naar de bereidingswijze in de Kinzanji, een tempel in China) |
| kinzoku-勤続 | lange termijn dienstverlening; lang op dezelfde werkplek werken |
| kinzokugenso-金属元素 | een metaal (element; bijv. ijzer, cobalt, titanium etc.) |
| kin'atsu-禁圧 | onderdrukking; beteugeling; verbod; ban |
| kin'en-金円 | geld |
| kin'in-金員 | (hoeveelheid) geld; geldbedrag |
| kin'ippū-金一封 | donatie [schenking; prijzengeld] (in een envelop of in papier gewikkeld) |
| kin'itsu-均一 | uniformiteit; eenvormigheid; gelijkheid |
| kin'un-金運 | economische voorspoed; geluk [succes] met geld |
| kin'yō-緊要 | (van) vitaal belang |
| kin'yoku-禁欲 | onthouding; ascese; celibaat |
| kin'yū-金融 | financiën; financiering; geldtransacties |
| kin'yūchō-金融庁 | FSA (Eng. Financial Services Agency), Financieel Advies Bureau van Japan |
| kin'yūenjo-金融援助 | financiële hulp |
| kin'yūgyō-金融業 | financiële industrie [sector; diensten] |
| kin'yūhaseishōhin-金融派生商品 | financieel derivaat |
| kin'yūjiyūka-金融自由化 | financiële liberalisatie (de opheffing van voorschriften en beperkingen op financiële transacties) |
| kin'yūkai-金融界 | financiële wereld; financiële kringen |
| kin'yūkanjō-金融勘定 | financiële rekening(en) |
| kin'yūkanwa-金融緩和 | monetaire versoepeling |
| kin'yūkikan-金融機関 | financiële instelling |
| kin'yūkyōkō-金融恐慌 | financiële paniek [crisis] |
| kin'yūsakimonoshijō-金融先物市場 | financiële termijnmarkt |
| kin'yūsakimonotorihiki-金融先物取引 | financiële termijntransactie; transactie op de financiële termijnmarkt |
| kin'yūseido-金融制度 | monetair stelsel [systeem] |
| kin'yūseisaku-金融政策 | financieel [monetair] beleid |
| kin'yūseisakukōchokuka-金融政策硬直化 | de onbuigzaamheid [verstarring] van het monetair beleid |
| kin'yūshihon-金融資本 | financieel kapitaal |
| kin'yūshijō-金融市場 | financiële markt; geldmarkt |
| kin'yūshisan-金融資産 | financiële vaste activa |
| kin'yūshisannokumiawase-金融資産の組み合わせ | combinatie van financiële activa |
| kin'yūshōhin-金融商品 | financiële producten |
| kin'yūshōhinka-金融商品化 | commercialisering van een financieel product |
| kin'yūshōhintorihikihō-金融商品取引法 | (Financial Instruments and Exchange Act) Wet op de Financiële Instrumenten en Markten |
| kin'yūshōsha-金融商社 | financiële handelsonderneming |
| kin'yūshūshi-金融収支 | financieel saldo; het saldo van een financiële rekening |
| kin'yūsōba-金融相場 | financiële marktprijs |
| kin'yūsōsa-金融操作 | financiële operatie (m.n. een specifiek pakket van maatregelen van een centrale bank om de liquiditeit in het bankverkeer te vergroten of verkleinen) |
| kiochi-気落ち | ontmoediging; teleurstelling |
| kioitatsu-気負い立つ | staan te popelen; staan te trappelen (om iets te doen) |
| kiokure-気後れ | verlegenheid; gêne; schroom; gebrek aan zelfvertrouwen |
| kiomo-気重 | inactiviteit op de aandelenmarkt; stagnerende handel |
| kīpā-キーパー | keeper; doelman [doelvrouw] |
| kīpaddo-キーパッド | toetsenbord; toetsenpaneel |
| kīpāson-キー・パーソン | sleutelfiguur; spil; centrale figuur |
| kippari-きっぱり | resoluut; beslist; botweg; direct; eerlijk; duidelijk |
| kippunosōchi-キップの装置 | het toestel van Kipp (voor laboratorium) |
| kirabiyaka-煌びやか | prachtig [oogverblindend; sprankelend; schitterend] zijn |
| kirai-嫌い | hekel hebben; tegenstaan; vies vinden (van eten) |
| kiraku-気楽 | relaxed [zorgeloos; luchthartig] zijn |
| kirau-嫌う | iemand [iets] haten; een hekel hebben aan iemand [iets] |
| kirazu-雪花菜 | okara; sojapulp; tofu-bezinksel |
| kireigoto-奇麗事 | het verdoezelen; verbloemen; iets mooier maken [voorstellen] dan het is |
| kireisappari-奇麗さっぱり | brandschoon; smetteloos |
| kireisappari-奇麗さっぱり | volledig verdwenen; niets achtergelaten |
| kireji-切れ字 | slotwoord aan het einde van een Japans gedicht (haiku, renga, e.a.) om een bepaald gevoel uit te drukken (b.v. 'kana') |
| kiri-きり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kiri-霧 | mist; nevel |
| kiridooshi-切り通し | een weg een door bergachtig [heuvelachtig] terrein [landschap] |
| kirie-切り絵 | papierknipkunst; geknipte afbeelding van papier |
| kirifuki-霧吹き | sproeier; verstuiver; vernevelaar |
| kirifuki-霧吹き | het sproeien; verstuiven; vernevelen |
| kirifuseru-切り伏せる | (vijand) verslaan; vellen; afmaken |
| kirigirisu-螽斯 | sabelsprinkhaan |
| kirihanasu-切り放す | (in gedachten) scheiden [uit elkaar houden]; als twee aparte dingen beschouwen |
| kiriishi-切り石 | uitgebeitelde [uitgehakte] steen; flagstone |
| kirikabu-切り株 | (boom)stronk; stoppels (van graan, etc.) |
| kirikaeru-切り替える | veranderen; verwisselen; omzetten; vernieuwen |
| kirikaeshi-切り返し | terugschakelen |
| kirikōjō-切り口上 | stijf [formeel] taalgebruik [spreken] |
| kirikomu-切り込む | aanvallen; door de vijandelijke linies vechten |
| kirikorosu-切り殺す | (iem.) doodsteken; neersabelen; doden met een zwaard of mes |
| kirikumu-切り組む | stukken aan elkaar maken; (twee delen) verbinden (met verstek, zwaluwstaartje, e.d.) |
| kirikuzu-切り屑 | (etens)resten; kliekjes; spaanders; houtkrullen; (metaal) slijpsel |
| kirikyōgen-切り狂言 | het laatste (Kyōgen) stuk van een Kabuki voorstelling |
| kirimusubu-切り結ぶ | duelleren; de degens kruisen (met); strijden |
| kirinashi-限無し | eindeloos; grenzeloos; onbeperkt |
| kirinō-切り能 | vijfde en laatste (afsluitende) stuk van een dagvoorstelling in het Nō-theater |
| kirinuki-切抜き | het uitknippen; een knipsel |
| kirisageru-切り下げる | devalueren (geldkoers) |
| kirisainamu-切り苛む | kwellen; pijnigen; martelen; verscheurd worden |
| kiritsu-規律 | tucht; discipline; tuchtregel |
| kiritsugi-切り継ぎ | het knippen en plakken (textiel, film, etc.) |
| kiritsugisuru-切り継ぎする | knippen en plakken (textiel, film, etc.) |
| kiritsusuru-規律する | regelen; toezicht houden op |
| kiriuri-切り売り | het stap voor stap delen [presenteren] (van talenten, vaardigheden. e.d.) |
| kirowatto-キロワット | kilowatt (kW, eenheid van elektrisch arbeidsvermogen) |
| kīru-キール | kiel (van een schip) |
| kiru-切る | (snel) (om)draaien; van richting veranderen; (een bal) met effect slaan [gooien] |
| kirutingu-キルティング | het quilten (verschillende lapjes aan elkaar naaien) |
| kiruto-キルト | quilt (lap stof van aan elkaar genaaide stukjes); doorgestikte deken |
| kiryō-器量 | iemands uiterlijk [gelaatstrekken] |
| kiryo-羈旅 | een term in Japanse gedichten (wake, haiku) die verwijst naar de gevoelens van reizen |
| kiryūsan-希硫酸 | verdund zwavelzuur |
| kisai-奇祭 | festival met bijzondere [unieke] onderdelen [gebruiken; rituelen] |
| kisai-既済 | (reeds) afgehandeld [afbetaald; voldaan] zijn |
| kisai-記載 | vermelding; beschrijving; inschrijving; invoer |
| kisaku-気さく | spontaan; hartelijk; vriendelijk; oprecht zijn |
| kisama-貴様 | (denigrerende, vaak uitscheldende, term gebruikt door mannen, om iemand aan te spreken die zijn mindere of gelijke is) jij; jij schoft [klootzak] |
| kisan-帰山 | de terugkeer van een monnik naar zijn tempel |
| kisan-起算 | het tellen [(be)rekenen] vanaf een datum |
| kisasage-木豇豆 | gele trompetboom (Catalpa ovata) |
| kisei-希世 | zeldzaamheid; bijzonderheid |
| kisei-祈誓 | een eed; gelofte; (plechtige) belofte |
| kisei-規制 | regulering; regel; voorschrift; reglement |
| kiseihin-既製品 | een kant-en-klaar artikel [product] (klaar voor gebruik) |
| kiseikanwa-規制緩和 | deregulatie; deregulering; versoepeling van regelgeving |
| kiseki-奇跡 | wonder; mirakel |
| kiseki-軌跡 | locus; plaats; (wiskunde) meetkundige plaats; puntenverzameling |
| kisenyado-汽船宿 | (haven)hotel voor stoomboot passagiers (en tijdelijke opslag van hun particuliere baggage) |
| kiseru-キセル | traditionele Japanse tabakspijp |
| kisha-喜捨 | een (charitatieve) donatie (m.n. aan een tempel of heiligdom); aalmoes |
| kishadan-記者団 | persgroep; persafdeling; persdienst |
| kishi-旗幟 | vlag; vaandel |
| kishi-棋士 | een go [shōgi] speler van beroep |
| kishikaisei-起死回生 | wederopstanding; uit de dood herrezen; herstel na een hopeloze situatie |
| kishin-寄進 | donatie [schenking; gift] aan een tempel of heiligdom |
| kishin-貴紳 | een edelman; een hooggeplaatste [rijke] persoon; iemand met een hoge status |
| kishin-鬼神 | demon; boze geest; duivel |
| kishina-来しな | (shina is een achtervoegsel aan de werkwoordsvorm ki- van kuru (komen)) als je komt; op weg; onderweg |
| kisho-奇書 | zeldzaam [waardevol] boek [document]; zeldzame [waardevolle] brief [uitgave] |
| kisho-寄書 | inzending; bijdrage (een artikel voor een krant, tijdschrift, e.d.) |
| kishō-希少 | zeldzaam zijn |
| kishōbu-黄菖蒲 | gele lis (Iris pseudacorus) |
| kishōeisei-気象衛星 | weersatelliet |
| kishōkachi-希少価値 | een hoge waarde van iets doordat het zeldzaam is |
| kishōkansokujinkōeisei-気象観測人口衛星 | weersatelliet |
| kishōkinzoku-希少金属 | zeldzaam metaal |
| kishokumanmen-喜色満面 | stralen van geluk; er stralend [gelukkig] uitzien |
| kishōsei-希少性 | zeldzaamheid |
| kishōshippeiyōiyakuhin-希少疾病用医薬品 | weesgeneesmiddel (een geneesmiddel voor een zeldzame ziekte) |
| kishōtenketsu-起承転結 | structuur van klassieke (Chinese) poëzie met introductie (ki), ontwikkeling (shō), wending (ten) en ontknoping (ketsu) |
| kishōtenketsu-起承転結 | compositie en ontwikkeling van een tekst |
| kishōyohōshi-気象予報士 | weersvoorspeller; weerprofeet |
| kishu-旗手 | vaandeldrager; vlaggendrager |
| kishukusha-寄宿舎 | kosthuis; pension; hostel |
| kiso-基礎 | fundering; basis; sokkel |
| kisō-起草 | het maken [opstellen] van een (eerste) ontwerp [voorstel; plan; wet, etc.] |
| kisokōjo-基礎控除 | basisinhouding [standaardinhouding] op (belastbaar) inkomen |
| kisoku-規則 | voorschrift; regelgeving |
| kisokukanwa-規則緩和 | deregulering (vermindering van officiële regelingen) |
| kisōtengai-奇想天外 | fantastisch [bizar; ongelooflijk; uitzonderlijk] zijn; niet van deze wereld zijn |
| kisou-競う | wedijveren; strijden (om een titel, trofee, etc.) |
| kisshoku-喫食 | het eten [nuttigen] van voedsel |
| kisshokusuru-喫食する | voedsel eten [nuttigen] |
| kisū-基数 | kardinaalgetal kardinale; hoofdtelwoord |
| kisui-既遂 | volledige [daadwerkelijke] uitvoering [pleging] van een misdrijf |
| kisuru-期する | beloven; een belofte doen |
| kisuru-期する | verwachten; hopen; uitkijken naar; rekenen op; voorzien; een voorgevoel hebben; aan zien komen |
| kisuru-期する | een tijdslimiet [deadline] instellen |
| kitahankyū-北半球 | het noordelijk halfrond |
| kitai-希代 | zeldzaamheid; bijzonderheid |
| kitamaebune-北前船 | handelsschepen op de Japanse Zee (Edo periode) |
| kitamakura-北枕 | ligging met het hoofd naar het noorden gericht (traditionele positie voor dode lichamen; maar taboe voor het gewone slapen) |
| kitanai-汚い | vies; smerig; vuil; rommelig |
| kitchiri-きっちり | punctueel [stipt; precies] zijn |
| kitei-既定 | iets dat standaard [vastgesteld; beslist] is |
| kitei-規定 | voorschrift; regel; bepaling; regelgeving |
| kitei-規程 | voorschrift; regelgeving |
| kiteiengi-規定演技 | (sport) een verplicht onderdeel; verplichte oefening |
| kiteki-汽笛 | het geluid van een stoomfluit |
| kitō-亀頭 | (lett. schildpaddenkop) glans; eikel (van de penis) |
| kitsu-詰 | (in kanji combinaties) kritisch [scherp] ondervragen; uitschelden; een standje geven |
| kitsuneken-狐拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| kittahatta-切った張った | gewelddadig |
| kitte-切手 | postzegel |
| kittearubumu-切手アルバム | postzegelalbum |
| kittechō-切手帳 | postzegelalbum |
| kitteshūshūka-切手収集家 | postzegelverzamelaar |
| kitto-屹度 | zeker; beslist; ongetwijfeld; vastberaden |
| kiui-キウイ | kiwi (vogel, Apteryx) |
| kīwādo-キーワード | sleutelwoord; trefwoord; zoekterm |
| kiwamete-極めて | zeer (veel); uiterst; in hoge mate; buitengewoon; buitensporig |
| kiyaku-規約 | overeenkomst; regel; statuten |
| kiyō-紀要 | door universiteiten of onderzoeksinstellingen gepubliceerde uitgave (met artikelen, onderzoeksverslagen, etc.) |
| kiyō-起用 | aanstelling; benoeming; tewerkstelling; promotie; bevordering |
| kiyomasaninjin-清正人参 | bleekselderij; bladselderie (Apium graveolens) |
| kiyomizunobutai-清水の舞台 | het (hooggelegen) platform van de Kiyomizu tempel in Kyoto |
| kiza-気障 | uitsloverij; aanstellerij |
| kizai-器材 | gereedschap [machines] en materiaal; materialen [onderdelen] voor het maken van machines |
| kizai-器財 | gereedschap; werktuigen; (huishoudelijke) apparaten |
| kizai-機材 | machines [apparatuur] en materiaal; machineonderdelen |
| kizake-生酒 | pure [niet aangelengde] sake |
| kizamu-刻む | graveren; kerven; beitelen; uitsnijden |
| kizawari-気障り | irritatie [onprettig gevoel] (door het gedrag van iemand anders) |
| kizewashii-気忙しい | woelig; onrustig; rusteloos; nerveus |
| kizoku-貴族 | de adel; edelen; de adelstand; de aristocratie |
| kizokuseiji-貴族政治 | aristocratie; de adel |
| kizu-傷 | (emotionele) verwonding; gekwetste gevoelens |
| kizuku-築く | bouwen; oprichten; optrekken; opzetten; aanleggen; in elkaar zetten |
| kizumono-傷物 | een beschadigd [defect] artikel [product] |
| kizuna-絆 | band; relatie |
| kizutsuku-傷つく | (emotioneel) gekrenkt worden |
| kizuyoi-気強い | geruststellend; bemoedigend |
| kizuyoi-気強い | wilskrachtig; vastberaden; standvastig; volhardend; zelfverzekerd; koppig |
| kī・horudā-キー・ホルダー | sleutelhanger; sleutelring |
| kī・kantorīzu・shisutemu-キー・カントリーズ・システム | systeem van de belangrijkste landen |
| kī・karenshī-キー・カレンシー | sleutelvaluta; belangrijke valuta; basisvaluta |
| kī・pointo-キー・ポイント | belangrijkste punt; sleutelstelling |
| kī・sutēshon-キー・ステーション | belangrijkste radio [tv] zender; het (belangrijkste) station dat de kern vormt in een omroepnetwerk |
| kkiri-っきり | (achtervoegsel) slechts; (alleen) maar; sindsdien; vanaf nu; nog steeds |
| kko-っこ | (achtervoegsel) net zoals; met elkaar; gezamenlijk |
| kkya-っきゃ | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| ko-個 | stuk (woord voor het tellen van allerlei voorwerpen, zoals zeep, cake, fruit) |
| kō-公 | (adelijke) titel |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van zwaarden, gereedschappen etc. |
| kō-口 | woord gebruikt voor het tellen van personen, instrumenten, apparaten, etc. |
| ko-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| ko-弧 | (wiskunde) cirkelboog; gradenboog |
| kō-校 | (in kanji combinaties) drukproef; revisie; gecorrigeerde proef (van een boek, document, etc.); telwoord voor het aantal revisies |
| kō-考 | (als achtervoegsel) (van een onderzoek) verslag; overzicht; studie |
| ko-鼓 | traditionele Japanse handdrum |
| koa-コア | wezen; essentie; hart; ziel |
| koa-コア | kern; middelpunt; binnenste; centrum; klokhuis (van een appel, etc.) |
| koagari-小上がり | verhoogde zitruimte met tatami-matten (gebruikelijk in Japanse traditionele restaurants) |
| koaji-小味 | kleine prijsschommelingen op de handelsmarkt |
| koaji-小味 | subtiele [delicate] smaak [aroma] |
| kōan-公案 | een officieel document (oorspronkelijk Chinees) |
| kōan-公案 | (Zen Boeddhisme) kōan, een schijnbaar onoplosbaar vraagstuk (voorgelegd door een meester aan een leerling) |
| kōanbu-公安部 | politie (Afdeling Openbare Veiligheid) |
| kōanchōsachō-公安調査庁 | (Public Security Intelligence Agency; PSIA) Agentschap voor onderzoek openbare veiligheid |
| koara-コアラ | koala (buidelbeer) |
| kōatsu-光圧 | lichtdruk (druk die door licht of elektromagnetische golven wordt uitgeoefend op objecten die deze absorberen of reflecteren) |
| kōatsu-高圧 | (elektriciteit) hoogspanning |
| kōatsusen-高圧線 | hoogspanningsleiding; hoogspanningskabel; hoogspanningslijn |
| kōatsuzai-降圧剤 | medicijn om de bloeddruk te verlagen; bloeddrukverlagend middel |
| koaza-小字 | kleine bestuurlijke eenheid [klein administratief onderdeel] van een dorp, gemeente, etc |
| koa・shisutemu-コア・システム | bouwconstructiesysteem, waarbij gemeenschappelijke voorzieningen (machinekamers, trappen, toiletten, liften) middenin een gebouw worden geïnstalleerd |
| koa・taimu-コア・タイム | bloktijd (tijd waarin alle werknemers met variabele werktijden aanwezig moeten zijn) |
| kōbai-勾配 | helling; glooiing; hellend vlak |
| kōbai-勾配 | hellingspercentage; hellingshoek; gradiënt |
| kobai-故買 | heling van gestolen goederen |
| kōbaisankakujōgi-勾配三角定規 | verstelbare tekendriehoek |
| kōbaisū-公倍数 | (wiskunde) gemene [gemeenschappelijke] veelvoud |
| kōbakabu-公募株 | openbare verkoop van aandelen |
| kōbaku-広漠 | onmetelijke uitgestrektheid |
| kobamu-拒む | verhinderen; versperren; beletten; belemmeren |
| kōban-交番 | afwisseling; wissel (stroom) |
| kōban-交番 | politiepost (vanaf 1994 de officiële benaming; voorheen 巡査派出所 en 警察派出所) |
| koban-小判 | ovaal; ellips (vorm) |
| kōban-降板 | (honkbal) de werper [pitcher] van de werpheuvel wegsturen en vervangen door een andere werper |
| kobana-小鼻 | neusvleugels |
| kobaruto-コバルト | kobalt (chem. element) |
| kōbasai-公募債 | publieke aandelen [obligaties; effecten] |
| kōbashī-香ばしい | aromatisch; prettig ruikend; geurend; welriekend |
| kōbaten-公募展 | openbare tentoonstelling |
| kobetsu-個別 | individueel; persoonlijk |
| kobetsu-戸別 | elk huis |
| kōbin-幸便 | een uitgelezen kans; goede gelegenheid [mogelijkheid] |
| kōbō-工房 | atelier; werkplaats (van een kunstenaar, ambachtsman, e.d.) |
| kōbō-弘法 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kōbōdaishi-弘法大師 | Kobodaishi, aanspreektitel voor Kukai (stichter van het Shingon Boeddhisme en beroemd om zijn calligrafeerkunst) |
| kobonnō-子煩悩 | het erg veel van je kind(eren) houden |
| kobonnō-子煩悩 | iemand die erg veel van zijn kind(eren) houdt |
| koboreru-零れる | lekken; uitlekken; doorsijpelen |
| kobotoke-木仏 | houten boeddhabeeld |
| kobotsu-毀つ | breken; vernielen; beschadigen |
| kōbu-公武 | edelen [edelmannen] en soldaten; keizerlijk hof en shogunaat; aristocratie en samurai |
| kobu-瘤 | obstakel; hindernis |
| kobu-瘤 | bult; knobbel; uitsteeksel; zwelling; bobbel |
| kobukusha-子福者 | een persoon die gezegend is met veel kinderen |
| kobun-子分 | volgeling; aanhanger; protegé; handlanger; ondergeschikte |
| kōbutsu-鉱物 | delfstof; mineraal |
| kōbutsugaku-鉱物学 | mineralogie; delfstofkunde |
| kōchi-巧緻 | kunstig [verfijnd; delicaat; uitmuntend] zijn |
| kochi-故知 | oude [overgeleverde] wijsheid [kennis] |
| kochi-東風 | oostelijke wind; oostenwind |
| kōchingu-コーチング | coaching; begeleiding |
| kōchiseiri-耕地整理 | ruilverkaveling |
| kōchisho-拘置所 | huis van bewaring (voor gedaagden in hechtenis; en veroordeelden in afwachting van de hoogste strafvoltrekking in Japan) |
| kōchōdōbutsu-腔腸動物 | coelenterata; holtedieren; diblastische organismen |
| kōda-コーダ | deel van een muzikale compositie dat zich na de climax van het stuk afspeelt; eindsectie van een compositie |
| kōdai-高大 | verheven [nobel; edel; indrukwekkend] zijn |
| kodaiko-小太鼓 | kleine trom [trommel] |
| kodakusan-子だくさん | veel kinderen hebben |
| kōdan-巷談 | gerucht; (ge)roddel |
| kōdan-講壇 | spreekgestoelte; spreekstoel; katheder |
| kōdan-降壇 | het podium afstappen; het spreekgestoelte verlaten |
| kōdanshi-講談師 | (in theatervormen, zoals rakugo e.d.) de verteller |
| kodashi-小出し | een beetje; kleine hoeveelheid (tegelijk) |
| kōden-光電 | foto-elektriciteit |
| kōden-公電 | officieel telegram |
| kōden-香典 | geschenk bij condoleance op een begrafenis (meestal geld); begrafenisoffer |
| kōdenchi-光電池 | fotovoltaïsche cel |
| kōdenkan-光電管 | fotocel (elektronenbuis voor stralingsdetectie) |
| kōdenshi-光電子 | foto-elektron |
| kōdinētosuru-コーディネートする | coördineren; rangschikken; in harmonie brengen [bij elkaar zoeken] (van kleding en accessoires |
| kodō-古道 | oude spirituele weg [moraal] van Japan voorafgaand aan de introductie van het boeddhisme en confucianisme |
| kōdō-坑道 | mijngang; ondergrondse weg; tunnel |
| kōdō-行動 | handeling; daad; actie; gedrag; handelwijze |
| kōdō-高堂 | (een respectvolle term om te verwijzen naar de familie of familieleden van een ander) uw familie |
| kōdō-高堂 | hoge tempeltoren; een mooi huis |
| kōdo-高度 | elevatiehoek; hoekafstand vanaf de horizon |
| kōdo-黄土 | Hades; de onderwereld |
| kōdo-黄土 | löss (gele aarde) |
| kōdoban-コードバン | hoogwaardig gelooide leersoort |
| kodōgu-古道具 | tweedehands artikel [goederen]; oude meubels; snuisterijen |
| kodōgu-小道具 | accessoires voor het haar van vrouwen (zoals kam, haarspelden, e.d.) |
| kodōgu-小道具 | (afk. voor) rekwisiteur; toneelknecht |
| kodōgu-小道具 | (theater) rekwisieten; meubels, gereedschap, etc. gebruikt op het podium |
| kodōgukata-小道具方 | rekwisiteur; toneelknecht |
| kodoku-孤独 | eenzelvig mens; iemand die zijn eigen weg gaat [zich afzondert] |
| kōdoku-講読 | leescollege (met tekstverklaring en discussie als onderdelen); het gezamenlijk een tekst lezen en bespreken |
| kodomogokoro-子供心 | kinderziel; het (onschuldige) gemoed [hart; gevoel] (als) van een kind |
| kōdoresudenwa-コードレス電話 | draadloze telefoon |
| kōdoresu・fon-コードレス・フォン | draadloze telefoon |
| kōdoresu・hon-コードレス・ホン | draadloze telefoon |
| kōdōsuru-行動する | handelen; actie ondernemen; zich gedragen |
| kōdyuroi-コーデュロイ | corduroy; ribfluweel; ribcord |
| koe-声 | (menselijke) stem |
| koe-声 | dierengeluid (van een vogel, insect, e.d.) |
| koegoe-声声 | (pratende) stemmen (van vele mensen) |
| kōei-後衛 | (sport) achterspeler; verdediger |
| kōei-後裔 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
| kōeki-交易 | handel; handelsverkeer; het zaken doen {met) |
| kōeki-交易 | ruilhandel; uitwisseling |
| kōeki-公益 | algemeen (publiek) belang |
| kōekihin-交易品 | handelsproduct |
| kōekihōjin-公益法人 | (jur.) een rechtspersoon [stichting; instelling] van algemeen nut [openbaar belang]; een stichting zonder winstoogmerk |
| kōekijigyō-公益事業 | maatschappelijk nuttige activiteit; non-profitactiviteit; publieke dienstverlening |
| kōen-公演 | optreden; voorstelling; uitvoering |
| kōen-口演 | mondelinge verklaring; het dicteren (van een brief e.d.) |
| kōen-後援 | ondersteuning; financiering; sponsoring; (financiële) hulp; (financiële) steun |
| kōen-高遠 | verheven [nobel; edel] zijn |
| kōenkai-講演会 | (publieke) lezing (over een vastgesteld onderwerp, thema, e.d.) |
| kōensuru-後援する | (financieel) steunen; ondersteunen; helpen; bijstaan; financieren; sponsoren; begunstigen |
| koeru-肥える | ervaren [rijp] worden; een kenner [expert] worden; een verfijnde smaak ontwikkelen |
| kōfuan'yaku-抗不安薬 | kalmeringsmiddel; angstwerend middel; anxiolyticum |
| kofude-小筆 | smalle [dunne] schrijfpenseel, om in klein handschrift te schrijven |
| kōfuku-幸福 | geluk |
| kofun-古墳 | oude grafheuvel; tumulus |
| koga-個我 | het ik; het zelf; het ego |
| kōgai-口蓋 | verhemelte; gehemelte; palatum |
| kōgai-笄 | een lange haarspeld (sierspeld) |
| kōgaikotsu-口蓋骨 | verhemeltebeen (os palatinum) |
| kogaki-小書き | toneelaanwijzing (in No theater e.d. en opgenomen in het script of scenario) |
| kōgaku-高額 | een grote som geld; een groot bedrag |
| kōgakusen'i-光学繊維 | optische vezel |
| kōgan-睾丸 | testikel; zaadbal |
| kogane-小金 | weinig geld; kleingeld |
| kogane-小金 | een klein fortuin; redelijke som geld; aardig bedrag |
| kogane-黄金 | (geel)goud |
| kōgan'en-睾丸炎 | orchitis (ontsteking van de testikel) |
| kōgasha-恒河沙 | oneindige [ontelbare] hoeveelheid |
| kogashi-焦がし | rijstemeel; gerstemeel (van geroosterd en gemalen rijst of gerst) |
| kogatana-小刀 | klein mes dat als onderdeel aan een zwaardschede is toegevoegd |
| kōgeihin-工芸品 | (traditionele) kunstvoorwerpen voor dagelijks gebruik; kunst- en ambachtswerk |
| kōgen-公言 | publieke [officiële] aankondiging [proclamatie; verklaring; bekendmaking] |
| kōgen-高原 | plateau; tafelland; hoogvlakte |
| kōgengaku-考現学 | studie van (sociale verschijnselen in) moderne samenlevingen |
| kogi-古義 | oorspronkelijke [klassieke; oude] betekenis of interpretatie |
| kogitanai-小汚い | een beetje vies; groezelig |
| kogitsuku-漕ぎ着く | (een doel) bereiken (door persoonlijke inzet) |
| kōgo-交互 | (af)wisseling; beurtwisseling; alternatie |
| kogō-古豪 | veteraan; iemand met veel ervaring |
| kōgōshii-神神しい | goddelijk; hemels; verheven; plechtig; subliem |
| kōgotai-口語体 | informele schrijfstijl (geschreven als spreektaal) |
| kōgū-厚遇 | vriendelijke bejegening; gastvrijheid |
| kogu-漕ぐ | schommelen |
| koguchi-小口 | opening; gat; gedeelte; sectie |
| koguchi-小口 | kleine hoeveelheid (geld) |
| koguchisunpō-木口寸法 | houtprofiel; houtdoorsnede [afmeting] |
| kōgyōdezain-工業デザイン | industriële vormgeving; industrieel ontwerp |
| kōgyōdezainā-工業デザイナー | industrieel ontwerper |
| kōgyōgijutsu-工業技術 | industriële technologie |
| kōgyōhaisui-工業廃水 | industrieel afvalwater |
| kōgyōishō-工業意匠 | industriële vormgeving |
| kōgyōkagaku-工業化学 | industriële chemie |
| kōgyōkai-工業界 | de industriële [geïndustrialiseerde] wereld |
| kōgyōkoku-工業国 | industrieland |
| kōgyoku-紅玉 | Jonathan (appelsoort) |
| kōgyōritchi-工業立地 | industriële locatie |
| kōgyōseihin-工業製品 | industriële goederen |
| kōgyōseisan-工業生産 | industriële productie |
| kōgyōshoyūken-工業所有権 | industrieel eigendomsrecht |
| kōgyōyōsui-工業用水 | industrieel water (water gebruikt door de industrie) |
| kohada-小鰭 | middelgrote vis (m.n. de middelgrote konoshiro) |
| kōhaichi-後背地 | achterland; hinterland (gebied dat deel uitmaakt van de economische zone van een stad) |
| kōhaku-紅白 | (traditionele indeling in twee teams) het rode team en het witte team |
| kōhaku-黄白 | geel en wit |
| kōhan-後半 | tweede helft; laatste deel (van twee) |
| kōhansei-後半生 | tweede helft [laatste deel] van iemand's leven |
| kōhansen-後半戦 | tweede helft van een wedstrijd [gevecht] |
| kōhatsu-後発 | het later vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; volgen |
| kōhatsu'iyakuhin-後発医薬品 | generiek geneesmiddel |
| kōheimushi-公平無私 | onpartijdigheid; eerlijk spel |
| kohheru-コッヘル | klein draagbaar kooktoestel |
| kōhi-公費 | publieke uitgaven [middelen]; overheidsgelden [uitgaven] |
| kōhi-高批 | (beleefd ontvangen) kritiek van anderen; uw gewaardeerde kritiek |
| kōhō-公報 | een officiële bekendmaking; communiqué; nieuwsbulletin |
| kōhochi-候補地 | geselecteerde [gekozen] landstreek [gebied; terrein] (om iets op te bouwen) |
| kōhone-河骨 | Japanse gele waterlelie (Nuphar japonica) |
| kōhontadō-好本多同 | goed voorbeeld doet goed volgen (zowel geestelijk, gedragsmatig als ook in bekwaamheden) |
| kōhōto-コーホート | cohort (een groep mensen met een gemeenschappelijk kenmerk, in een demografisch onderzoek) |
| kōi-厚意 | goedwillendheid; vriendelijkheid |
| koi-古意 | nostalgisch gevoel (voor het verleden) |
| kōi-好意 | vriendelijkheid; welwillendheid; tegemoetkoming |
| koi-故意 | bedoeling; voornemen |
| koi-故意 | beraming; criminele bedoeling; kwade opzet |
| kōi-行為 | daad; handeling; verrichting; gedrag |
| koibana-恋ばな | gesprekjes (m.n. van meisjes) over elkaars liefdes(avonturen) |
| koiguchi-鯉口 | kledingstuk (met lange mouwen) dat ter bescherming over de kimono gedragen wordt bij huishoudelijk werk |
| koiji-恋路 | liefdesverhouding; romance; liefdesrelatie |
| koikaze-恋風 | Koi kaze, titel van een bekende Japanse manga serie |
| koikaze-恋風 | (lett. liefdeswind) een woord dat wordt gebruikt om uit te drukken een ongelukkige liefde (liefde die bekoeld wordt door de wind) |
| koin-コイン | munt(geld); munt(stuk) |
| kōin-後胤 | afstammeling; telg; nazaat; nakomeling |
| kōin-荒淫 | bandeloosheid; losbandigheid; seksuele ongeremdheid |
| koinaka-恋仲 | wederzijdse liefde; verliefd zijn op elkaar |
| koinegau-希う | (hartstochtelijk) verlangen; wensen; hopen; smeken; verzoeken |
| koinobori-鯉幟 | traditionele karpervormige wimpels [windzakken] (worden in Japan opgehangen tijdens het Jongensfestival op 5 mei) |
| koinoyokan-恋の予感 | voorgevoel van liefde; onvermijdelijke verliefdheid; al direct [van te voren] weten dat je verliefd gaat worden op iemand |
| koinyōbō-恋女房 | zijn (innig) geliefde vrouw; dierbare vrouw |
| koiru-コイル | spoel; spiraal |
| kōji-公事 | publieke zaak; overheidsaangelegenheid |
| kōji-公示 | publieke [officiële] bekendmaking [aankondiging] |
| koji-古寺 | oude tempel |
| koji-居士 | (erend) volgeling van het (Zen)boeddhisme |
| koji-居士 | een achtervoegsel aan de postume naam van mannen |
| kōji-講師 | (boeddh.) een priester [monnik] die sutra's reciteert tijdens een boeddhistische ceremonie (m.n. met een onderwijzende taak in de tempel) |
| kōji-麹 | gemoute rijst, een schimmel die gekweekt wordt op rijst en bonen (en gebruikt wordt als starter-cultuur voor het maken van sake, miso, sojasaus e.d.) |
| kōjichika-公示地価 | officiële grondprijs |
| kōjikakaku-公示価格 | geregistreerde [officieel vastgestelde] prijs [waarde] |
| kojiki-乞食 | bedelaar |
| kojiki-古事記 | Kojiki; Kroniek van oude zaken (het oudste overgeleverde boek met mythen en sagen over de antieke geschiedenis van Japan) |
| kōjin-後人 | nageslacht; nakomeling(en) |
| kōjin-行人 | de titel van een roman van Natsume Soseki |
| kojinkabunushi-個人株主 | particuliere aandeelhouder |
| kojinmari-こぢんまり | klein en knus [gezellig] |
| kojinmedorē-個人メドレー | individuele wisselslag (zwemmen) |
| kojinsa-個人差 | individuele verschillen; verschillen tussen individuen op basis van hun mentale en fysieke kenmerken |
| kojinshugi-個人主義 | individualisme; zelfzuchtigheid; egotisme |
| kojinteki-個人的 | persoonlijk; individueel; particulier; privaat |
| kojintenrankai-個人展覧会 | solovoorstelling |
| kojireru-拗れる | ingewikkeld [lastig; gecompliceerd] worden |
| kōjisuru-公示する | publiekelijk [officieel] bekendmaken [aankondigen] |
| kōjitsu-口実 | excuus; voorwendsel; smoes |
| kojiwa-小皺 | fijne [kleine] rimpels; kraaienpootjes |
| kōjō-口上 | (verbale) mededeling [boodschap] |
| kojō-古城 | een oud kasteel |
| kojō-孤城 | een eenzaam [geïsoleerd gelegen] kasteel [vesting] |
| kojō-孤城 | een belegerd kasteel (omringd door vijanden) |
| kōjō-工場 | werkplaats (in gevangenissen, sociale instellingen e.d.) |
| kōjō-攻城 | belegering; beleg |
| kōjō-皇城 | keizerlijk paleis [kasteel] |
| kojōrakujitsu-孤城落日 | het zich helemaal [hopeloos] alleen en verlaten voelen |
| kōjōsei-恒常性 | (fysiologie) homeostase; zelfregulering (van organismen) |
| kōjōsen-攻城戦 | belegeringsoorlog; beleg; belegering |
| kōjōsho-口上書 | een niet-ondertekend diplomatiek memorandum (dat dient als informele herinnering aan een onbeantwoorde vraag of verzoek) |
| kōju-口授 | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kōjuku-黄熟 | (geel) rijping |
| kōjukusuru-黄熟する | (geel) rijpen |
| kōjutsu-後述 | het later genoemde [vermelde] |
| kōka-公課 | (publieksrechtelijke) heffingen |
| kōka-効果 | effect; uitwerking; (goed) resultaat; effectiviteit; doeltreffendheid |
| kōka-硬貨 | munt(geld); munt(stuk) |
| kōka-考課 | evaluatie; prestatiebeoordeling |
| kokabu-子株 | (beurshandel) nieuw uitgegeven aandelen |
| kōkai-公開 | opening (voor het publiek); het openbaar maken; tentoonstelling |
| kōkaikabu-公開株 | beursgenoteerd aandeel |
| kōkaisuru-公開する | openstellen voor publiek; tentoonstellen; openbaar maken |
| kōkan-交換 | (uit)wisseling; ruil; verwisseling; wederkerigheid |
| kōkan-交歓 | uitwisseling van beleefdheden; verbroedering |
| kōkan-好感 | een goed gevoel; welwillendheid; goede indruk |
| kōkandai-交換台 | schakelbord |
| kōkanjōken-交換条件 | uitwisselingsvoorwaarden; (uit)ruilvoorwaarden |
| kōkankanōtsūka-交換可能通貨 | verhandelbare valuta |
| kōkanpuroguramu-交換プログラム | uitwisselingsprogramma (voor studie) |
| kōkanryūgaku-交換留学 | uitwisseling van internationale studenten |
| kōkanryūgakusei-交換留学生 | uitwisselingsstudent |
| kōkanshinkei-交感神経 | sympathisch senuwstelsel |
| kōkanshu-交換手 | telefonist(e) |
| kōkansuru-交換する | (uit)wisselen; omwisselen; ruilen |
| kōkansuru-交歓する | beleefdheden uitwisselen; verbroederen; vriendschap sluiten |
| kōkei-光景 | tafereel; schouwspel; aanblik |
| kokekokkō-コケコッコー | (onomatopee) kukeleku (het kraaien van een haan) |
| kōken-後見 | (theater) assistent; toneelknecht |
| kōken-貢献 | schenking; gift; uitdeling |
| kokeshi-こけし | kokeshi-pop (traditionele houten pop zonder ledematen) |
| kōki-光輝 | schittering; glans; helder licht; pracht |
| kōki-公器 | openbare [publieke] instelling; overheidsinstelling |
| kōki-後期 | tweede termijn [laatste periode] (van een wisseltentoonstelling) |
| kōki-高貴 | hoge rang [klasse]; adel |
| kokin-古今 | (afk. voor) Kokin Wakashū (oude dichtbundel) |
| kōkin-抗菌 | antibacterieel; tegen bacteriën |
| kokinwakashū-古今和歌集 | Kokin Wakashū (dichtbundel uit de Heian periode) |
| kokīru-コキール | schelp; jakobsschelp |
| kokīru-コキール | in een schelp opgediend voorgerecht |
| kokīyu-コキーユ | schelp; jakobsschelp |
| kokīyu-コキーユ | in een schelp opgediend voorgerecht |
| kokkakeisatsu-国家警察 | rijkspolitie (met landelijke jurisdictie) |
| kokkaku-骨格 | raamwerk; skelet; geraamte |
| kokkan-骨幹 | basis; grondbeginsel; bron |
| kokkarieki-国家利益 | nationaal belang |
| kokken-黒鍵 | zwarte toets (op piano, orgel, etc.) |
| kokkokin-国庫金 | gelden [fondsen] van de nationale schatkist [staatskas] |
| kokkoku-刻刻 | elk moment; elk uur; uur na uur |
| kokkun-国訓 | Japanse lezing van een Chinees karakter (waarbij soms de oorspronkelijke betekenis van de kanji wordt gewijzigd) |
| kokkusu-コックス | stuurman (vnl. van een roeiboot) (Engels: cox) |
| kokkyō-国教 | staatsgodsdienst; staatsreligie |
| koko-個個 | individueel, afzonderlijk, één voor één; stuk voor stuk |
| kōko-公庫 | gemeentelijke kas; gemeentekas; financieringsmaatschappij |
| kōkō-孝行 | (Confucianisme) trouw en gehoorzaamheid (van kinderen) aan hun ouders (of andere oudere familieleden) |
| kōkō-後攻 | (honkbalterm) eerst als veldploeg spelen en als tweede slagploeg |
| kokō-枯槁 | het verwelken; verdrogen; verdorren |
| kōkō-皓皓 | helder [stralend] zijn |
| kōkō-膏肓 | ongeneeslijk zijn (onbehandelbaar omdat het te diep in het lichaam zit) |
| kōkō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kōkō-高校 | (laatste 4 jaar van) de middelbare school |
| kokoa-ココア | chocolademelk |
| kokochi-心地 | gevoel; stemming; gemoedstoestand |
| kokochi-心地 | zich ziek voelen; ziekte |
| kokoku-故国 | oude natie; land dat al heel lang bestaat |
| kokomai-古古米 | twee jaar geleden geproduceerde rijst (rijst die na de oogst meer dan twee jaar opgeslagen is geweest) |
| kōkon-後昆 | nageslacht; nakomeling(en); afstammeling(en) |
| kokonattsu・miruku-ココナッツ・ミルク | kokosmelk |
| kokoro-心 | hart; ziel; geest; gevoelens; mentaliteit; karakter; aard; persoonlijkheid |
| kokorodanomi-心頼み | vertrouwen; afhankelijkheid |
| kokoroe-心得 | een belangrijk punt; regel; richtlijn |
| kokoroe-心得 | (tijdelijk} een positie bekleden [als plaatsvervanger optreden] |
| kokoroegao-心得顔 | een veelbetekenende blik |
| kokorogake-心がけ | geesteshouding; denkwijze; zienswijze; standpunt; benadering; streven; doel |
| kokorogamae-心構え | mentale voorbereiding; (geestelijke) houding [instelling] |
| kokorogamae-心構え | bedoeling; intentie |
| kokorogumi-心組み | bedoeling; intentie |
| kokorogurushii-心苦しい | meelevend; medelijdend; pijnlijk; spijtig |
| kokorojōbu-心丈夫 | gevoel van veiligheid [zekerheid; gerustheid] |
| kokoromochi-心持ち | gevoel; stemming; humeur |
| kokoronai-心ない | harteloos; gevoelloos; wreed; hardvochtig |
| kokoronai-心ない | achteloos; onoplettend; gedachteloos |
| kokoronikui-心憎い | (wordt gezegd van iets dat juist heel goed is) irritant; verschrikkelijk |
| kokorookinaku-心置きなく | zonder terughoudendheid [schroom; voorbehoud; aarzelen; reserve]; onbevreesd |
| kokoroyasudate-心安だて | openheid; toegankelijkheid; ongereserveerdheid |
| kokoroyasui-心安い | open; vrijuit; ongeremd; vriendelijk; informeel; vertrouwd |
| kokorozashi-志 | intentie; voornemen; streven; ambitie; doel |
| kokorozashi-志 | welwillendheid; goedheid; vriendelijkheid |
| kokorozoe-心添え | advies; raad; aanwijzing; voorstel |
| kokorozukushi-心尽くし | vriendelijkheid; attentheid; voorkomendheid |
| kōkōsei- 高校生 | scholier van (de laatste 4 jaar van) de middelbare school |
| kōkōsei-高校生 | leerling (in de hoogste klassen) van de middelbare school |
| kōkotsumoji-甲骨文字 | orakelbotten-schrift (inscripties op beenderen van dieren en plastrons van schildpadden om voorspellingen te noteren) |
| kokozotobakarini-ここぞとばかりに | de kans benutten [aangrijpen]; van de gelegenheid gebruik maken |
| koku-古句 | oude uitdrukking; oud gezegde; versregel van een dichter (uit een ver verleden) |
| koku-穀 | graan; graankorrels |
| kokū-虚空 | de lucht; hemel; de (kosmische) ruimte |
| kōkū-高空 | hoge lucht [hemel]; hoog boven de grond; hoog in de lucht |
| koku-黒 | (in samenstellingen) zwart |
| kokubetsu-告別 | afscheid; vaarwel |
| kokubetsushiki-告別式 | afscheidsceremonie van (de ziel van) een overledene door familieleden en kennissen |
| kokubunji-国分寺 | door de keizer gestichte boeddhistische tempels (Nara-periode) |
| kokubunpō-国文法 | Japanse grammatica (m.n. de tradtionele) |
| kokuchō-国鳥 | nationale vogel (in Japan de groene fazant) |
| kokudachi-穀断ち | het niet eten van granen gedurende een periode (als vorm van ascese of vanwege een gelofte) |
| kokudaka-石高 | (Edo-periode) officiële rijstoogst als maatstaf voor de oppervlakte van iemands land en als basis voor het heffen van jaarlijkse belastingen |
| kokuden-国電 | elektrische treindienst (van de Nationale Spoorwegen van Japan) |
| kokudo-国帑 | staatseigendom; nationale rijkdom [middelen] |
| kokueki-国益 | nationaal belang; landsbelang |
| kokufuku-克復 | herstel; restauratie |
| kokufukusuru-克復する | herstellen; restaureren |
| kokufun-穀粉 | meel (gemalen graan) |
| kokugū-酷遇 | mishandeling; slechte [gemene; wrede] behandeling |
| kokugūsuru-酷遇する | (iem.) slecht [wreed; gemeen] behandelen; mishandelen |
| kokuhaku-酷薄 | onmenselijkheid; wreedheid |
| kokuhanbyō-黒斑病 | sterroetdauw (een schimmelziekte op planten) |
| kokuheichūsha-国幣中社 | kokuhei-chūsha (middelste klassering van een Shintō heiligdom in een prefectuur) |
| kokuheisha-国幣社 | een (door de overheden gesubsidieerde) regionale tempel |
| kokuin-刻印 | een gesneden [gegraveerd] zegel [stempel] |
| kokuinsuru-刻印する | graveren; insnijden; uitsnijden; stempelen |
| kokuji-国事 | staatszaken; staatsaangelegenheden |
| kokuji-国字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
| kokuji-国璽 | het grootzegel (van een land) |
| kokuji-酷似 | het hebben van een sterke gelijkenis; het veel op elkaar lijken |
| kokujikōi-国事行為 | bepaalde staatszaken (formele en ceremoniële handelingen) die de keizer verricht volgens de Japanse grondwet |
| kokukoku-刻刻 | elk moment; elk uur; uur na uur |
| kokumei-克明 | nauwgezet [nauwkeurig; precies; punctueel; gedetailleerd] zijn |
| kokumintekigōi-国民的合意 | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
| kokumintōhyō-国民投票 | landelijk referendum |
| kokumotsubatake-穀物畑 | graanveld |
| kokumotsushō-穀物商 | graanhandelaar |
| kokumu-国務 | staatsaangelegenheid; staatszaken |
| kokunaika-口腔内科 | mondheelkunde; stomatologie |
| kokuri-国利 | nationaal belang |
| kokuru-こくる | (gekoppeld aan andere werkwoorden) blijven doen; doorgaan met |
| kokusaibungyō-国際分業 | internationale arbeidsverdeling |
| kokusaidenshindenwa-国際電信電話 | KDD, Japanse internationale telecommunicatie |
| kokusaidenwa-国際電話 | internationaal gesprek; telefoongesprek uit het buitenland |
| kokusaijin-国際人 | internationaal ingestelde persoon; kosmopoliet; wereldburger |
| kokusaijōsei-国際情勢 | de internationale situatie; de toestand in de wereld |
| kokusaikaruteru-国際カルテル | internationaal kartel |
| kokusaikekkon-国際結婚 | internationaal huwelijk |
| kokusaikōryū-国際交流 | internationale uitwisseling |
| kokusaikōryūkikin-国際交流基金 | the Japan Foundation (fonds ter bevordering van internationale uitwisseling) |
| kokusaikūkō-国際空港 | internationaal vliegveld; internationale luchthaven |
| kokusaishōgyōkaigisho-国際商業会議所 | de Internationale Kamer van koophandel |
| kokusaitoshi-国際都市 | wereldstad; kosmopolis |
| kokusaitōshishintaku-国際投資信託 | internationale beleggingsfonds |
| kokusaitsūka-国際通貨 | wereldvaluta; internationale valuta |
| kokusaitsūkaseido-国際通貨制度 | Internationaal Monetair Stelsel |
| kokusaku-国策 | nationaal beleid; beleid van een natie [land] |
| kokusei-国政 | nationale politiek; nationaal beleid [beheer] |
| kokuseichōsa-国勢調査 | volkstelling; census |
| kokushi-国士 | patriot; belangrijke [patriottische] staatsman [staatsburger] |
| kokushi-酷使 | overbelasting; overmatig gebruik; overmatige inspanning |
| kokushu-国手 | meester go-speler |
| kōkusu-コークス | cokes (behandelde steenkool) |
| kokutai-国体 | staatsbestel; staatssysteem; regeringsvorm |
| kokuyu-告諭 | officiële kennisgeving; vermaning |
| kokuze-国是 | nationaal beleid |
| kokuzei-国税 | door de nationale overheid geheven belasting |
| kokuzeichō-国税庁 | nationale belastingdienst |
| kokuzoku-国賊 | (land)verrader; rebel |
| kōkyō-公共 | openbare [publieke] status; openbaar [publiek; gemeenschappelijk] belang |
| kōkyōkōtsūkikan-公共交通機関 | openbaar vervoer(middel) (bus, tram, trein) |
| kōkyōshokugyōanteijo-公共職業安定所 | het Japanse Rijksarbeidsbureau (Japans-Engelse bijnaam: Hello Work) |
| kokyu-コキュ | echtgenoot van een overspelige vrouw |
| kōkyū-公休 | officiële feestdag; nationale feestdag |
| kōkyū-恒久 | permanentie; bestendigheid; duurzaamheid; eeuwigheid; eindeloosheid |
| kokyū-胡弓 | kokyū (traditioneel Japans snaarinstrument) |
| kōkyūhin-高級品 | luxegoederen; luxeartikel |
| koma-駒 | klos (garen); haspel; spoel |
| koma-駒 | zwenkwieltje (voor de poten van piano, meubilair, e.d.) |
| komaami-細編み | vaste [enkele] haaksteek |
| komagiri-細切り | het fijnsnijden; fijngesneden voedsel [stukjes] |
| komainu-狛犬 | twee standbeelden van leeuwachtige honden bij heiligdommen of tempels (om kwade krachten en invloeden af te weren) |
| komakai-細かい | onbelangrijk; onbeduidend |
| komakai-細かい | klein; minuscuul; fijn (uit kleine deeltjes bestaand) |
| komaku-鼓膜 | trommelvlies |
| komakuen-鼓膜炎 | myringitis; trommelvliesontsteking |
| komamusubi-小間結び | een strakke, platte knoop (om twee lijnen (of twee uiteinden van eenzelfde lijn) met elkaar te verbinden) |
| komando-コマンド | opdracht; bevel; command (computer term) |
| komaru-困る | in de problemen komen; in verlegenheid gebracht zijn; geen raad met iets weten; vervelend zijn |
| komāsharizumu-コマーシャリズム | commercialisme; handelsgeest; marktdenken |
| komāsharu・pēpā-コマーシャル・ペーパー | een verhandelbare schuldbekentenis; handelspapier; toonderpapier |
| komāsharu・songu-コマーシャル・ソング | reclametune; reclameliedje; commercieel muzieknummer |
| komata-小股 | korte [snelle; gehaaste] stappen [pas] |
| komayaka-細やか | fijn [delicaat; subtiel; gedetailleerd] zijn |
| komayaka-細やか | zacht [mild; gevoelig; bedachtzaam] zijn |
| komazukai-小間使い | dienstmaagd; dienstmeid; dienstmeisje; vrouwelijke bediende |
| komemono-込め物 | vulmateriaal; vulling; opvulsel |
| komento-コメント | commentaar; toelichting; kanttekening; verklaring |
| komenuka-米糠 | rijstzemelen |
| komeru-込める | (zich) concentreren op; betrekken (bij); invoegen; bijvoegen; bijtellen; meetellen |
| kometsubu-米粒 | rijstkorrel |
| kometsuki-米搗き | het rijst pellen |
| kometsuki-米搗き | rijstpeller |
| kometsukibatta-米搗き飛蝗 | veldsprinkhaan (Acrida cinerea) |
| kometsukimushi-米搗き虫 | kniptor (Elateroidea) |
| komi-込み | handicap van extra punten (voor de eerste speler in het go-spel) |
| komiageru-込み上げる | zich misselijk voelen; overgeven; braken |
| komidashi-小見出し | ondertitel; onderkop; tussenkop; deeltitel |
| komiiru-込み入る | verstrikt [verstrengeld; verwikkeld] zijn |
| komiiru-込み入る | ingewikkeld [moeilijk; complex] zijn |
| kominka-古民家 | traditioneel Japans huis; oud huis in Japanse stijl |
| komittosuru-コミットする | zich inzetten; toegewijd zijn; zich toeleggen (op) |
| kōmō-膏肓 | een plek diep in (het binnenste deel) van het (menselijk) lichaam |
| kōmō-膏肓 | ongeneeslijk zijn (onbehandelbaar omdat het te diep in het lichaam zit) |
| kōmoku-項目 | onderdeel; categorie |
| komoru-籠る | zichzelf opsluiten [afzonderen]; binnen blijven |
| kōmu-公務 | overheidszaak; staatszaken; openbare aangelegenheden |
| komugiko-小麦粉 | tarwebloem; tarwemeel |
| kōmuru-被る | ontvangen (van een gunst; vriendelijkheid; rechtvaardige bejegening) |
| kōmushikkōbōgaizai-公務執行妨害罪 | (als strafbaar feit) de belemmering van een overheidsambtenaar (politie, e.d.) in de uitoefening van diens werktaken en plichten |
| komusō-虚無僧 | rondreizende en bedelende Zen priester van de Fuke sekte |
| komusubi-小結 | vierde rang bij sumo worstelen |
| kōmyō-功名 | grote prestatie; wapenfeit; heldendaad |
| komyunike-コミュニケ | (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin; declaratie |
| komyunikēshon-コミュニケーション | communicatie; kennisgeving; mededeling; overdracht |
| kōn-コーン | kegel; hoorntje |
| kon-昆 | (in kanji combinaties) oudere broer; afstammeling; later; na; veel |
| kōnā-コーナー | afdeling (in een warenhuis, e.d.) |
| kona-粉 | poeder; meel; gruis |
| konagona-粉粉 | verpulverd; vergruisd; in kleine stukjes [scherven]; verkruimeld |
| konamiruku-粉ミルク | melkpoeder; poedermelk; gedroogde melk |
| konashi-熟し | het acteren [spelen] (van een rol) |
| konbājon-コンバージョン | (rugby) conversie (na een try mag het team proberen de bal tussen de palen en boven de lat van het doel te schoppen) |
| konbāto-コンバート | omzetten; omschakelen; ombouwen; bekeren |
| konbi-コンビ | (afk. voor) combinatie; stel; paar |
| konbināto・kyanpēn-コンビナート・キャンペーン | industriële campagne |
| konbinēshon-コンビネーション | combinatie; samenstelling; verbinding |
| konbinēshon-コンビネーション | het combineren; samenspel |
| konbini-コンビニ | (convenience store) gemakswinkel; buurtwinkel |
| konbiniensu・sutoa-コンビニエンス・ストア | gemakswinkel; buurtwinkel |
| konbo-コンボ | combo (term bij computerspellen, reeks acties die uitgevoerd moeten worden in een specifieke volgorde) |
| konbo-コンボ | combo (klein muziekgezelschap) |
| konbō-棍棒 | knuppel; knots |
| konbō-混紡 | gemengd weefsel; mengsel van met verschillende vezels (zoals katoen met kunstvezels) |
| konbucha-昆布茶 | kelpthee (thee van zeewier) |
| konchinentaru・puran-コンチネンタル・プラン | hotelovernachting inclusief eenvoudig (continentaal) ontbijt |
| kondaku-混濁 | ondoorzichtigheid; troebelheid |
| kondakusuru-混濁する | troebel worden |
| kondan-懇談 | een informeel gesprek |
| kondankai-懇談会 | rondetafelconferentie; forum |
| kondankai-懇談会 | een informele [gezellige] bijeenkomst |
| kondensā-コンデンサー | (elektriciteit) condensator |
| kondensu・miruku-コンデンス・ミルク | gecondenseerde melk |
| kondō-金堂 | (in een boeddhistisch tempel-complex) het hoofdgebouw waar het Boeddhabeeld is ondergebracht |
| kone-コネ | (persoonlijke) contacten; connectie(s); relatie(s) |
| konekushon-コネクション | relatie(s); (persoonlijke) contacten |
| konekushon-コネクション | verbinding; connectie; koppeling |
| konemawasu-捏ね回す | kneden en vermengen; door elkaar kneden |
| kōnenreishakoyōanteihō-高年齢者雇用安定法 | Wet stabilisering werkgelegenheid voor oudere werknemers (Eng,: Elderly Persons Employment Stabilization Law) |
| konfesshon-コンフェッション | biecht; belijdenis der zonden |
| konga-コンガ | langwerpige trommel (gebruikt in Cubaanse volksmuziek) |
| kongen-根元 | basis; wortel(s); grondslag |
| kongi-婚儀 | huwelijksceremonie |
| kongō-混合 | mengsel; mengeling; melange |
| kongōbutsu-混合物 | mengsel; vermenging |
| kongōjō-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| kongōzue-金剛杖 | pelgrimsstaf; houten staf van berg-priesters (yamabushi) of bergbeklimmers |
| konguromāchanto-コングロマーチャント | conglomeraat handelaar; complex retailbedrijf |
| kōnin-公認 | officiële [wettelijke] erkenning (door de staat [overheid]) |
| kōninkiroku-公認記録 | officieel verslag [rapport; document] |
| kōninsekaikiroku-公認世界記録 | officieel wereldrecord |
| konji-今次 | deze keer; ditmaal; bij deze gelegenheid |
| konji-恨事 | een betreurenswaardige aangelegenheid [zaak]; wrok; spijt; berouw |
| konjō-懇情 | vriendelijkheid; genegenheid |
| konjuhōshō-紺綬褒章 | medaille met donkerblauw lint (een prestigieuze Japanse eremedaille voor weldoeners die grote sommen geld hebben gedoneerd voor het algemeen welzijn) |
| konkan-根幹 | wortels en stam (van een boom) |
| konkei-根茎 | wortelstok; rizoom |
| konki-今季 | (sport) het speelseizoen |
| konkō-混交 | mengsel; vermenging; mengeling; samenstelling |
| konkyū-困窮 | het in de problemen zitten; armoede; financiële nood |
| konmō-根毛 | (plantkunde) wortelhaar; rizoïde |
| konmori-こんもり | (onomatopee) dicht (op elkaar) |
| konmori-こんもり | (onomatopee) opgehoopt; opgestapeld |
| konnyaku-蒟蒻 | konnyaku-gelei |
| konnyū-混入 | mengsel; het (ver)mengen (met) |
| kōnō-後納 | uitgestelde [opgeschorte] betaling |
| konoaida-此の間 | onlangs; kort geleden; intussen |
| konokan-此の間 | onlangs; kort geleden; intussen |
| konomae-この前 | recent; laatst; een tijdje geleden |
| konosai-此の際 | op dit moment; bij deze gelegenheid; in deze omstandigheden |
| konoshitayami-木の下闇 | de donkere schaduw onder de bomen (in de zomer als er veel bladeren zijn) |
| konotokoro-此の所 | de laatste tijd; recentelijk; onlangs |
| konoyo-此の世 | deze (huidige) wereld; de wereld van de levenden |
| konoyō-此の様 | op deze manier; zoals dit; zoiets (dergelijks) |
| konpa-コンパ | (studenten)bijeenkomst; borrel; feest (m.n. waarbij de kosten worden gedeeld) |
| konpairu-コンパイル | samenstellen |
| konpan-今般 | (formeel) nu; heden; recentelijk; onlangs |
| konpanion-コンパニオン | metgezel; partner; vriend; begeleider |
| konpanion-コンパニオン | gezelschapsdame; gastvrouw |
| konparusorī-コンパルソリー | (sport) een verplicht onderdeel; verplichte oefening |
| konpaundo-コンパウンド | samenstelling; mengsel |
| konpirēshon-コンピレーション | compilatie; verzamelalbum |
| konpojishon-コンポジション | compositie; samenstelling |
| konpon-根本 | bron; oorsprong; wortel |
| konpōnento-コンポーネント | een enkel apparaat in een stereo-installatie |
| konpōnento-コンポーネント | bestanddeel; onderdeel |
| konponteki-根本的 | fundamenteel; essentieel; elementair; wezenlijk |
| konrei-婚礼 | huwelijk; huwlijksceremonie |
| konryū-建立 | (op)bouw; constructie; het bouwen (van een tempel, stoepa, e.d.) |
| konsai-根菜 | eetbare plantenwortels; wortelgroente (wortelen; radijs, etc.) |
| konsairui-根菜類 | eetbare plantenwortels; wortelgroente (wortelen; radijs, etc.) |
| konsei-懇請 | dringend (maar beleefd) verzoek |
| konsei-混成 | mengeling; vermenging; mengsel; samenstelling |
| konseki-痕跡 | overblijfsel; spoor; voetspoor |
| konsen-混戦 | onoverzichtelijke [verwarrende] strijd; gevecht met een onvoorspelbare afloop |
| konsen-混線 | verkeerde verbindingen; interferentie [door elkaar lopende signalen] (vooral bij telefoon- of radiosignalen) |
| konsen-混線 | door elkaar lopende verhaal- of gesprekslijnen |
| konshi-懇志 | oprechtheid; goede bedoelingen |
| konshi-懇志 | (boeddh.) donatie [gift] aan een tempel |
| konshin-懇親 | vriendelijkheid; hartelijke omgang; hechte vriendschappelijke band |
| konsho-懇書 | een [uw] vriendelijke [hartelijke] brief |
| konsome-コンソメ | consommé (heldere soep [bouillon]) |
| konsōru-コンソール | bedieningspaneel; schakelbord; console |
| konsutāchi-コンスターチ | maismeel; maiszetmeel; maizena |
| kontan-魂胆 | complot; intrige; geheime bedoeling; bijbedoeling; achterliggend motief |
| kontei-根底 | basis; fundament; oorsprong; grondslag; grondbeginsel |
| kontenarizēshon-コンテナリゼーション | containerisatie; technologie om softwareapplicaties en hun afhankelijkheden in een enkel, geïsoleerd pakket te verpakken |
| kontoku-懇篤 | vriendelijkheid; hartelijkheid |
| kontorasuto-コントラスト | contrast; tegenstelling |
| kontorasuto-コントラスト | (fotografie) contrast; tegenbeeld |
| konuka-小糠 | rijstzemelen; restprodukt bij het polijsten van rijst |
| konwa-懇話 | een informeel gesprek |
| konwa-混和 | mengsel; vermenging; menging |
| konwaku-困惑 | verbijstering; verwarring; ontsteltenis |
| konzai-混在 | het naast elkaar bestaan; samengaan; vermengen |
| konzatsu-混雑 | verwarring; complicatie; verwikkeling |
| konzatsu-混雑 | vermenging; samensmelting |
| konzetsu-根絶 | uitroeiing; ontworteling; verdelging |
| konzetsusuru-根絶する | uitroeien; ontwortelen; met wortel en al uittrekken; verdelgen |
| konzuru-混ずる | (door elkaar) mengen; vermengen; mixen |
| kon'i-懇意 | vriendelijkheid |
| kon'in-婚姻 | huwelijk; huwelijkse staat |
| koorimakura-氷枕 | verkoelend kussen (kussen gevuld met ijs of koud water, om het hoofd te koelen) |
| koorogi-蟋蟀 | krekel |
| kōpasu-コーパス | corpus; verzamelwerk; materiaalverzameling; woordarchief |
| koperunikusutekitenkai-コペルニクス的転回 | Copernicaanse revolutie [omwenteling] (een radicale heroriëntatie van een wetenschap of filosofie) |
| kopīshokuhin-コピー食品 | namaak-voedsel (voedingsmiddel dat lijkt op een (duurder) ingrediënt, maar van een andere substantie nagemaakt is; zoals b.v. crab sticks) |
| kōporēto・gabanansu-コーポレート・ガバナンス | deugdelijk [goed] ondernemingsbestuur |
| koppa-木っ端 | Iets onbelangrijks [triviaals] |
| koppai-骨牌 | speelkaart |
| koppamijin-木っ端微塵 | het in kleine stukjes breken; aan diggelen slaan; iets aan gort slaan; verpulveren |
| koppen-骨片 | spicule (in sponzen); scleriet (een verhard deel van het geleedpotige exoskelet) |
| koppidoi-こっ酷い | verschrikkelijk; vreselijk; heel slecht |
| koppō-骨法 | fundamenten; basisregels; principes |
| koppō-骨法 | skelet (van een lichaam) |
| koppun-骨粉 | beendermeel; beenpoeder |
| kōpu-コープ | (afk. voor) coöperatieve onderneming [winkel] |
| kopura-コプラ | koppelwerkwoord |
| kora-コラ | kora, traditioneel West-Afrikaans strijkinstrument |
| kōra-甲羅 | anciënniteit; veel dienstjaren; veel ervaring |
| korāju-コラージュ | (beeldende kunst) collage |
| kōraku-攻落 | verovering; inname (b.v. van een kasteel) |
| koramu-コラム | column; kolom; artikel; rubriek (in krant) |
| kōran-高欄 | reling; leuning; balustrade |
| kōran-高欄 | armleuningen voor stoelen |
| kōran-高覧 | (een beleefd woord voor) wat anderen zien; inzage; uw waarneming |
| korehodo-此れ程 | zoals dit; in deze mate; zoveel |
| kōrei-好例 | goed voorbeeld |
| kōreika-高齢化 | vergrijzing; veroudering (hoger worden van de gemiddelde leeftijd) |
| kōreikasuru-高齢化する | vergrijzen; verouderen; hoger worden van de gemiddelde leeftijd |
| korekushon-コレクション | collectie; verzameling |
| korekutā-コレクター | collector (deel van een transistor) |
| korekutā-コレクター | verzamelaar |
| korekutā-コレクター | (elektriciteit) collector; stroomafnemer |
| koreppotchi-これっぽっち | heel klein beetje; uiterst kleine [geringe] hoeveelheid |
| koreshiki-此れしき | kleinigheid; onbelangrijk iets |
| koresupondensu-コレスポンデンス | correspondentie; briefwisseling |
| koresupondento-コレスポンデント | handelsrelatie |
| korewashitari-これはしたり | o jeetje; hemeltjelief; lieve hemel; mijn god! |
| kōri-公理 | (wiskunde) axioma, dient als grondslag voor het bewijs van andere wiskundige stellingen |
| kōri-功利 | verdienste [prestatie] en profijt [voordeel] |
| kori-垢離 | zuivering door ablutie (rituele [ceremoniële] wassing met koud water) |
| kori-梱 | (omwikkelde) baal; pakket; bagage; tenen mand |
| kōri-行李 | (mil.) legereenheid die munitie, voedsel, uitrusting etc. vervoert |
| kōri-行李 | reiskoffer [mand met deksel] (van gevlochten bamboe of wilgenhout); reisbagage |
| kōrikakaku-小売り価格 | detailhandelsprijs; winkelprijs; verkoopprijs; consumentenprijs |
| kōrin-後輪 | achterwiel |
| kōrin-降臨 | neerdaling (naar aarde van een godheid); verschijning; (goddelijke) openbaring |
| kōrishugi-功利主義 | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
| kōritsu-公立 | publiekelijke sector |
| kōritsu-効率 | doelmatigheid; efficiëntie |
| koritsu-孤立 | geïsoleerdheid; alleen(staand) zijn; op zichzelf aangewezen zijn; eenzaamheid |
| korō-虎狼 | een genadeloze en wrede bruut [woesteling; onmens] |
| korobasu-転ばす | (laten) struikelen [vallen; draaien] |
| korobu-転ぶ | vallen; struikelen |
| korogaki-枯露柿 | gedroogde dadelpruim |
| korokoro-ころころ | (onomatopee) rollend; klaterend (geluid) |
| koromo-衣 | laagje over voedsel (b.v. glazuur, tempura, e.d.) |
| koromogae-衣替え | het wisselen van (soort) kleren per seizoen |
| koron-コロン | (leesteken) dubbelepunt |
| kōron-口論 | woordenwisseling; woordentwist; ruzie; woordenstrijd |
| korona-コロナ | (elektriciteit) corona (wit licht bij wisselstroomspanning) |
| koronban-コロンバン | (informeel) drol; stront |
| koroshiau-殺し合う | elkaar vermoorden |
| koroshimonku-殺し文句 | veelzeggende [beslissende] uitspraak; doorslaggevend argument |
| kōrōshō-厚労相 | Minister van Gezondheid, Arbeid en Welzijn (in Japan) |
| koru-コル | zadel (lager gedeelte van een bergrug); pas ; col |
| kōru-コール | telefoontje; telefoongesprek |
| kōru-コール | (bij kaartspel) bod; bieding |
| koru-凝る | opgaan in; bezeten zijn van; toegewijd zijn aan; gek zijn van, zich helemaal storten op |
| kōrubakku-コールバック | terugroeping (van artikelen vanwege productiefouten) |
| kōrubakku-コールバック | het terugbellen (telefoon) |
| kōrudo・chēn-コールド・チェーン | koelketen (doorlopend systeem van koeling bij transporten) |
| kōrudo・karā-コールド・カラー | koele kleur |
| kōrudo・kurīmu-コールド・クリーム | koelzalf; huidzalf; nachtcrème; coldcream |
| kōrudo・pāma-コールド・パーマ | (kapsel) koude permanent (techniek met lotion zonder verhitting) |
| koruhichin-コルヒチン | colchicine (geneesmiddel) |
| koruresu-コルレス | (afk. voor) correspondentie; briefwisseling |
| kōrurōn-コールローン | call-lening (dagelijks opzegbare lening) |
| korusetto-コルセット | korset (medisch hulpmiddel) |
| kōrushijō-コール市場 | call (money) markt (waar kortlopende, direct opzegbare, leningen worden verstrekt tussen banken en andere financiële instellingen) |
| kōruten-コールてん | corduroy; ribfluweel; ribcord |
| kōru・gāru-コール・ガール | callgirl; luxe prostituee die zich telefonisch of via het internet laat bestellen |
| kōru・manē-コール・マネー | daggeld; callgeld (geld van een lening die elke dag opgezegd kan worden) |
| kōru・sain-コール・サイン | roepletters (om zich in de radiotelegrafie en radiotelefonie te kunnen identificeren) |
| kōryaku-後略 | inkorting van een citaat aan het eind; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen aan het einde weggelaten worden |
| kōryō-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
| kōryō-蛟竜 | Chinese mythische draak (die zich het water verbergt als een soort krokodil, en naar de hemel opstijgt bij regen) |
| kōryoku-効力 | (jur.) geldigheid |
| kōryū-亢竜 | hemelse [vliegende] draak |
| kōryū-交流 | sociale [culturele] betrekkingen [relaties; uitwisseling] |
| kōryū-交流 | wisselstroom; wisselspanning |
| kōsa-交差 | kruising; het (elkaar) kruisen; samenkomen |
| kōsa-黄砂 | geel zand (dat door de wind tussen maart en mei vanuit China over Japan wordt verspreid) |
| kōsa-黄砂 | gele aarde; löss |
| kōsai-鉱滓 | [metaal) slak; sintel(s) |
| kōsaku-工作 | snood plan; slinkse handelwijze; list; intrige |
| kōsakubutsu-工作物 | industrieel vervaardigde producten |
| kōsakushitsu-工作室 | werkplaats; atelier |
| kōsan-降参 | het verstomd doen staan; sprakeloosheid |
| kosatsu-古刹 | oude [antieke; klassieke] tempel |
| kōsei-恒星 | een vaste ster (Latijn: stellae fixae) |
| kōseikanō-構成可能 | configureerbaar; instelbaar |
| kōseirōdōshō-厚生労働省 | Ministerie van Volksgezondheid, Arbeid en Welzijn |
| kōseishi-構成子 | component; onderdeel |
| kōseitai-構成体 | component; bestanddeel |
| kōseitan'i-構成単位 | element; component; factor; eenheid |
| koseiteki-個性的 | individueel |
| kōseitorihikiiinkai-公正取引委員会 | Japanse Commissie voor Eerlijke Handel (Japan Fair Trade Commission) |
| kōseki-鉱石 | erts; delfstof; mineraal |
| kosekigenpon-戸籍原本 | origineel familieregister (zoals het in de burgerlijke stand is opgenomen) |
| kosekishōhon-戸籍抄本 | uittreksel van het familieregister (m.b.t. gegevens van één familielid daarin) |
| kosekitōhon-戸籍謄本 | officiële kopie van het originele familieregister (van alle gegevens) |
| kōsen-高専 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| kosenjō-古戦場 | een oud slagveld; de plek waar vroeger een slag heeft plaatsgevonden |
| koshahon-古写本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshaku-侯爵 | (adellijke titel) markies; markiezin |
| kōshaku-講釈 | lezing; voordracht; toelichting |
| kōshaku-講釈 | vertelling [recitatie] van een epische legende [geschiedenis] |
| kōshasaitōshishintaku-公社債投資信託 | obligatiebeleggingsfonds |
| kōshi-公私 | openbaar en privé; overheid en bevolking; officieel en persoonlijk |
| koshi-枯死 | het verwelken [verdorren; afsterven] |
| kōshi-格子 | traliewerk; rooster; trellis |
| kōshi-皓歯 | stralend witte [parelwitte; hagelwitte] tanden |
| koshi-腰 | middel; taille |
| koshiginchaku-腰巾着 | geldbeurs [buideltasje] (gedragen om je middel) |
| koshiginchaku-腰巾着 | hielenlikker; slaafse volgeling |
| koshiire-輿入れ | (arch.) de verhuizing van een vrouw (op de huwelijksdag, direct na het huwelijk) naar het huis van haar man |
| koshikake-腰掛け | stoel; bank; zetel |
| koshikake-腰掛け | tijdelijke baan |
| koshiki-古式 | oude ceremonie; oud [traditioneel] ritueel |
| koshiki-轂 | naaf; middenstuk van een wiel |
| kōshikihappyō-公式発表 | een officiële bekendmaking; communiqué |
| kōshikihōmon-公式訪問 | een officieel (staats)bezoek |
| kōshikiseimei-公式声明 | communiqué; (formele) mededeling; bekendmaking; aankondiging; bulletin |
| kōshikishugi-公式主義 | formalisme (vasthouden aan vorm, principes en regels, meer dan aan betekenis of inhoud) |
| koshimino-腰蓑 | traditionele Japanse kilt [rok] van stro of gras (vroeger gedragen door jagers en vissers) |
| kōshin-功臣 | verdienstelijke [uitmuntende] vazal |
| koshinawa-腰縄 | touw rond de middel (m.n. van een gevangene) |
| kōshinkoku-後進国 | onderontwikkeld land; derdewereldland |
| koshio-小潮 | doodtij (getijdekrachten heffen elkaar op, zodat de getijdenverschillen minimaal zijn) |
| koshirae-拵え | (toneel) zich aankleden; kostuum aantrekken; make-up aanbrengen, e.d. |
| koshirae-拵え | (een algemene term voor) zwaard-onderdelen (greep, stootplaat, zwaardschede e.d.) |
| kōshita-斯うした | dergelijke; zulke |
| kōshō-交渉 | onderhandeling(en); discussie; gesprekken |
| kōshō-公傷 | beroepsletsel; blessure opgelopen tijdens het werk |
| kōshō-公称 | officiële [algemene] naam [benaming] |
| kōshō-口承 | mondelinge overlevering |
| koshōhon-古抄本 | oud (handgeschreven) manuscript; codex; samengebonden bundel perkamenten |
| kōshōken-交渉権 | onderhandelingsrecht; het recht tot onderhandelen |
| kōshoku-黄色 | geel; gele kleur |
| kōshōsuru-交渉する | onderhandelen; discussiëren |
| koshoten-古書店 | antiquariaat (handel in oude boeken) |
| kōshu-攻守 | aanval en verdediging; (honkbal) slagbeurt en veldverdediging |
| kōshūdenwa-公衆電話 | publieke telefoon; telefooncel |
| kōshūdōtoku-公衆道徳 | sociale etiquette; welvoeglijkheid; fatsoen; moraal |
| koso-こそ | (achtervoegsel, benadrukt het voorgaande) precies; juist; daarom |
| kosodoro-こそ泥 | insluiper; kruimeldief |
| kosoguru-擽る | kietelen |
| kosoguru-擽る | prikkelen (iemands nieuwsgierigheid, ijdelheid, etc.); opwekken |
| kosokoso-こそこそ | (onomatopee) stiekem; fluisterend; steels |
| kōsoku-拘束 | inperking; beteugeling; beperking |
| kōsoku-校則 | schoolreglement; schoolregels |
| kōsoku-高足 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōsokubasu-高速バス | expresbus (tussen steden, meestal via snelwegen) |
| kōsokudokō-高速度鋼 | sneldraaistaal; snelstaal |
| kōsokudōro-高速道路 | snelweg; autoweg; autosnelweg |
| kōsokudōrosaimingenshō-高速道路催眠現象 | polderblindheid (verminderde opmerkzaamheid in het verkeer veroorzaakt door een afwezigheid van externe prikkels) |
| kōsokujikan-拘束時間 | werkelijke [feitelijke] gewerkte uren [arbeidsuren; werktijd] |
| kōsokuzōshokuro-高速増殖炉 | snelle kweekreactor |
| kōsotsu-高卒 | afstuderen aan [het behalen van het diploma van] de middelbare school |
| kossori-こっそり | (onomatopee) in het geheim; heimelijk; stiekem; verborgen; sluipend |
| kosuchūmu・purē-コスチューム・プレー | kostuumstuk (toneel) |
| kōsui-香水 | parfum; reukwater; welriekend water |
| kōsuiryō-降水量 | hoeveelheid neerslag |
| kosumechikku-コスメチック | pommade; haarplakmiddel |
| kosumoporisu-コスモポリス | kosmopolis; wereldstad |
| kosumoporitan-コスモポリタン | kosmopoliet; wereldburger |
| kosupure-コスプレ | kostuumstuk (toneel) |
| kosuru-鼓する | ophalen; bijeenrapen; verzamelen |
| kosuru-鼓する | een muziekinstrument bespelen; luiden; bellen |
| kotaerarenai-堪えられない | onweerstaanbaar; geweldig; fantastisch (goed) |
| kōtai-交代 | vervanging; (plaats)vervanger; wisseling (van macht, regering, etc.) |
| kōtaisuru-交代する | vervangen; (van plaats) wisselen |
| kotatsu-炬燵 | Japanse tafelkachel (een laag tafeltje met verwarming eronder om de benen te warm te houden, vaak met een deken erover om de warmte te bewaren) |
| kote-こて | troffel |
| kōtei-公定 | beste [vooraanstaande] student [leerling; discipel] |
| kōtei-公邸 | (officiële) residentie |
| kōtei-工程 | voortgang [stadium; proces] van werk [handelingen] |
| koteidenwa-固定電話 | vaste telefoon |
| kōteisōba-公定相場 | beursnotering; officiële koers |
| koteisōba-固定相場 | vaste wisselkoers |
| kotēji-コテージ | arbeidershuisje; plattelandshuis; vakantiehuisje; zomerhuis |
| kōteki-公的 | openbaar; publiekelijk; officieel |
| koteki-鼓笛 | (drum en fife) trommel en fluit |
| kōtekishikin-公的資金 | publieke middelen; publiek geld |
| koten-個展 | (afk. voor) solotentoonstelling |
| kōten-公転 | omwenteling; baan; rotatie (van een hemellichaam om een ander hemellichaam) |
| kōten-好転 | verbetering; gunstige ontwikkeling; verandering ten goede |
| kotenage-小手投げ | (sumo-worstelen) onderarm-worp |
| kotō-孤島 | een afgelegen eiland |
| koto-糊塗 | het verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
| kotoatarashii-事新しい | gekunsteld; onnatuurlijk |
| kotobajichi-言葉質 | belofte |
| kotobazukuna-言葉少な | zwijgzaam; stil; onmededeelzaam; van weinig woorden |
| kotoba'asobi-言葉遊び | woordspeling; woordspelletje; woordenraadsel |
| kotobuki-寿 | gelukwensen; felicitaties; beste wensen |
| kotodama-言霊 | de (spirituele) kracht [bezieling] van taal |
| kotogadekiru-ことができる | (geeft een mogelijkheid weer) het zou kunnen (dat); het is mogelijk (dat) |
| kōtōgakkō-高等学校 | (de laatste 3 of 4 jaar van) de middelbare school |
| kotogotoku-悉く | helemaal; volledig; geheel en al; totaal |
| kotohogu-言祝ぐ | feliciteren; iemand succes wensen; de beste wensen doen |
| kōtōkeiyaku-口頭契約 | mondelinge overeenkomst [afspraak] |
| kotokoto-ことこと | (onomatopee) zacht rinkelend; kletterend; kloppend; pruttelend; sudderend |
| kotomonage-事も無げ | op achteloze [onzorgvuldige; zorgeloze] wijze |
| kotonakareshugi-事勿れ主義 | (houding van) de dingen op zijn beloop laten; geen slapende honden wakker maken (een passieve houding hebben t.o.v.problemen i.p.v. ze aan te pakken) |
| kotori-小鳥 | kleine vogel (zoals b.v. een mus) |
| kōtōsenmongakkō-高等専門学校 | technische school; middelbare school met een focus op techniek die gemiddeld vijf jaar duurt |
| kotosuru-糊塗する | verdoezelen; wegpoetsen; verhullen; verbloemen |
| kototoittaranai-ことといったらない | niet in woorden uit te drukken zijn (zowel in goede als slechte zin) |
| kotowari-理 | reden; logica; natuurlijke gang van zaken; redelijkheid |
| kotozuke-言付け | (mondeling) bericht; (doorgegeven) boodschap |
| kotozuke-言付け | gerucht; roddel; kwaadsprekerij |
| kōtsū-交通 | communicatie; uitwisseling (gegevens; ideeën) |
| kotsuage-骨上げ | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsuban-骨盤 | (anatomie) bekken; pelvis |
| kotsuhiroi-骨拾い | de ceremonie waarbij de familieleden na de crematie gezamenlijk uit de as van de overledene de overgebleven botjes zoeken en in een urn doen |
| kotsujiki-乞食 | bedelaar; het bedelen |
| kōtsūjiko-交通事故 | verkeersongeluk |
| kōtsūkikan-交通機関 | verkeersmiddelen; transportmiddelen |
| kōtsūkisei-交通規制 | verkeersbeperkende maatregelen; verkeersregelingen |
| kotsukotsu-こつこつ | (geluid van) kloppen; tikken |
| kōtsūsensō-交通戦争 | (het maatschappelijke probleem van) het groeiend aantal verkeersslachtoffers |
| kotsuzumi-小鼓 | kleine handtrommel |
| koudaimuhen-広大無辺 | grenzeloosheid; oneindigheid; uitgestrektheid |
| kouganmuchi-厚顔無恥 | schaamteloosheid; gewetenloosheid |
| kōun-幸運 | geluk; succes; mazzel |
| kouri-小売 | detailhandel; kleinhandel |
| kouribukka-小売り物価 | kleinhandelsprijzen |
| kouriten-小売り店 | detailhandel; kleinhandelszaak; verkooppunt |
| kōwa-講話 | lezing; verhandeling; betoog |
| kowake-小分け | onderverdeling; uitsplitsing; specificatie |
| kowaki-小脇 | onder de arm [oksel] |
| kowameshi-強飯 | gestoomde kleefrijst met rode bonen (gegeten bij feestelijke gelegenheden) |
| kowane-声音 | stemgeluid; toon; timbre |
| kowasu-壊す | kapotmaken; stukmaken; vernielen; breken |
| kōyadōfu-高野豆腐 | bevroren gedroogde tofu (oorspronkelijk gemaakt in de boeddhistische tempel op de berg Koya) |
| koyagake-小屋掛け | de opbouw van een tijdelijke hut [huisje] of (circus)tent; de opbouw van een decor |
| kōyahijiri-高野聖 | bedelmonnik |
| kōyahijiri-高野聖 | monnik die vanuit de berg Koya wordt uitgezonden om de leer te verspreiden en donaties te verzamelen |
| kōyaku-公約 | publieke [openbare] belofte (b.v. verkiezingsbelofte) |
| kōyaku-口約 | mondelijke overeenkomst [afspraak] |
| kōyakusū-公約数 | (wiskunde) gemene [gemeenschappelijke] deler |
| kōyō-効用 | werkzaamheid; doeltreffendheid; werking |
| koyō-古謡 | oude traditionele (volks)liederen |
| koyō-雇用 | werkgelegenheid; dienstverband |
| kōyōgo-公用語 | officiële taal van een land [natie]; formeel erkende taal van een land [natie] (om verordeningen, e.d. bekend te maken) |
| koyōkikaikintōhō-雇用機会均等法 | Wet inzake gelijke kansen voor iedereen |
| kōyū-公有 | openbaar bezit; gemeengoed; gemeenschappelijk bezit; staatseigendom; staatsbezit |
| kōza-講座 | leerstoel |
| kōzen-昂然 | opgewekte stemming; uitgelatenheid; triomfantelijkheid; trots |
| kozeni-小銭 | kleingeld |
| kozō-小僧 | jonge winkelbediende |
| kōzōfukyō-構造不況 | structurele recessie (economie) |
| kōzogami-楮紙 | een soort Japans papier (washi) gemaakt van de vezels uit de schors van de papiermoerbeiboom |
| kozokku-小僧っ子 | jongen; joch(ie); groentje; kereltje; snotaap |
| kōzui-香水 | (boeddh.) water vermengd met wierook (voor reiniging van tempel, altaar, of lichaam); geurend water geofferd aan Boeddha |
| kozukai-小遣い | zakgeld; geld voor kleine uitgaven |
| kozukaisen-小遣い銭 | zakgeld; geld voor kleine uitgaven |
| ku-句 | woord dat wordt gebruikt voor het tellen van korte Japanse gedichten (zoals haiku) |
| ku-句 | uitdrukking; frase; zin; zinsdeel |
| ku-句 | regel of ander onderdeel van een gedicht |
| kū-空 | leegte; lucht; hemel |
| kū-空 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) leegte |
| kuahausu-クアハウス | kuuroord; herstellingsoord; badplaats |
| kubaru-配る | uitdelen |
| kubetsu-区別 | verschil; onderscheid; tegenstelling |
| kubigari-首狩り | het koppensnellen |
| kubihiki-首引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kubihiki-首引き | het met elkaar wedijveren [strijden] |
| kubihiki-首引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubikase-首枷 | belemmering; obstakel (iets die je vrijheid beperkt) |
| kubikukuri-首縊り | het zich(zelf) ophangen [verhangen; opknopen] |
| kubinage-首投げ | (bij sumo worstelen) hoofdgreep-worp |
| kubinekko-首根っこ | nekvel |
| kubippiki-首っ引き | het voortdurend zinspelen (op) [verwijzen (naar); naslaan; opzoeken] |
| kubippiki-首っ引き | een traditioneel Japans nek-trek spel, (een soort touwtrekken, waarbij twee mensen tegenover elkaar op de grond zitten met een touw rond hun nek) |
| kubisuji-首筋 | achterkant van de nek; nekvel |
| kubitsuka-首塚 | begraafplaats [grafheuvel] voor de hoofden van gevallen strijders of veroordeelden |
| kubitsuri-首吊り | het zich(zelf) ophangen [verhangen; opknopen] |
| kubittama-首っ玉 | (achterkant van) de nek; nekvel |
| kubun-区分 | verdeling; classificatie |
| kūbun-空文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| kuchiatari-口当たり | mondgevoel; smaak |
| kuchibashi-嘴 | snavel |
| kuchibashiru-口走る | achteloos [onopzettelijk; zonder er bij na te denken] iets zeggen; eruit flappen |
| kuchibaya-口早 | het snel spreken [kletsen]; ratelen |
| kuchibeta-口下手 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchibuchōhō-口不調法 | ongearticuleerd [onwelsprekend] zijn; het slecht spreken |
| kuchibyōshi-口拍子 | het hardop tellen; de maat aangeven |
| kuchidassha-口達者 | welbespraakt [praatgraag] zijn |
| kuchidomeryō-口止め料 | zwijggeld |
| kuchie-口絵 | titelplaat; titelprent (illustratie voorin een boek, tijdschrift, e.d.) |
| kuchigaru-口軽 | loslippigheid; babbelziek [praatgraag] zijn |
| kuchigatame-口固め | mondelinge belofte |
| kuchigenka-口喧嘩 | ruzie; woordenwisseling; discussie |
| kuchigomoru-口籠る | stotteren; stamelen; mompelen |
| kuchigōsha-口巧者 | welbespraaktheid |
| kuchiguchi-口口 | elke ingang [deur] |
| kuchiguchi-口口 | iedereen; elke persoon; allemaal |
| kuchiguse-口癖 | (door iemand) veel gebruikte uitdrukking [zegswijze]; iets dat iemand graag zegt |
| kuchihatchō-口八丁 | welsprekendheid; welbespraaktheid |
| kuchiire-口入れ | bemiddeling |
| kuchiire-口入れ | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchiirenin-口入れ人 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| kuchijamisen-口三味線 | het neuriën van een shamisen melodie |
| kuchijōzu-口上手 | welbespraaktheid |
| kuchikazu-口数 | aantal artikelen [onderdelen; aandelen] |
| kuchikiki-口利き | bemiddeling; hulp; bijstand |
| kuchikiki-口利き | bemiddelaar; invloedrijk persoon |
| kuchikomi-口コミ | mondelinge overlevering; mondeling commentaar |
| kuchikura-クチクラ | nagelriem |
| kuchimame-口忠実 | veel woorden; spraakwaterval |
| kuchinoha-口の端 | (ge)roddel; kletspraat |
| kuchiomo-口重 | zwijgzaamheid; onmededeelzaamheid; geslotenheid |
| kuchioshii-口惜しい | ergerlijk; irritant; vervelend; spijtig; betreurenswaardig; jammerlijk |
| kuchisaganai-口さがない | praatziek; indiscreet; vol roddels; op sensatie [schandaaltjes] belust |
| kuchisugi-口過ぎ | levensonderhoud; middelen van bestaan |
| kuchisusugu-漱ぐ | gorgelen; de mond spoelen |
| kuchitori-口取り | een paard (bij de teugels) leiden |
| kuchiyakusoku-口約束 | mondelinge belofte [afspraak]; zijn woord (geven) |
| kuchiyogoshi-口汚し | heel klein beetje eten; greintje; brokje |
| kuchiyose-口寄せ | een medium; (vrouwelijke) priester die boodschappen van de goden doorgeeft |
| kuchizawari-口触り | gevoel in de mond [op de tong]; smaak |
| kuchizoe-口添え | advies; aanbeveling; voorspraak; goed woordje |
| kuchizutae-口伝え | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kuchizute-口伝て | mondelinge overlevering |
| kūchō-空腸 | jejunum (middelste deel van de dunne darm) |
| kūchū-空中 | lucht; hemel |
| kuchū-苦衷 | geestelijk lijden; kwelling; ellende |
| kūchūrōkaku-空中楼閣 | luchtkasteel |
| kuda-管 | (afk. voor) (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudai-句題 | de titel van een Japans gedicht (haiku, waka, e.d.) |
| kudai-句題 | een regel uit een oud gedicht, als thema voor een haiku [waka] gebruikt |
| kudakeru-砕ける | breken; verbrijzelen; gebroken [verbrijzeld] worden |
| kudakeru-砕ける | ontspannen; vriendelijk [informeel; eenvoudiger] worden |
| kudakeru-砕ける | verzwakken; in elkaar storten; inzakken; tenondergaan |
| kudaku-砕く | breken (in stukken); verbrijzelen; verpletteren; fijnstampen; verpulveren |
| kudaku-砕く | (fig.) verbrijzelen (van iemands hoop, vertrouwen, etc.); dwarsbomen; pijnigen; kwellen |
| kudaku-砕く | vereenvoudigen; begrijpelijk maken; uitleggen |
| kudakudashii-くだくだしい | langdradig; vervelend lang; langdurig; omslachtig |
| kudanno-件の | eerder [hierboven] genoemd [vermeld]; ... in kwestie |
| kudanofue-管の笛 | (muziekinstrument) pijpfluit (kleine buisvormige fluit die op het slagveld wordt gebruikt) |
| kudaranai-下らない | waardeloos; onbeduidend |
| kudari-下り | het (vanuit de stad) naar het platteland gaan |
| kudari-下り | treinen en bussen die vanaf het startpunt van de route (m.n. Tokio) naar het platteland rijden |
| kuden-口伝 | mondelinge overlevering; orale traditie; mondeling onderricht |
| kudoku-功徳 | een verdienstelijke [goede; deugdzame] daad; barmhartigheid |
| kue-九絵 | tandbaars (Epinephelus, een zeebrasem) |
| kuēkā-クエーカー | quaker (lid van de Quakers, een religieus genootschap) |
| kuēsā-クエーサー | quasar (quasi-stellar radio source); QSO (Quasi Stelar Object) |
| kuesuchon・taimu-クエスチョン・タイム | vragenuur(tje) (tijd waarin vragen gesteld kunnen worden in het Parlement) |
| kufūsuru-工夫する | iets uitvinden; een plan [middel] bedenken voor; op een goed idee komen |
| kugai-苦界 | (boeddh.) de (mensen)wereld van eindeloos lijden |
| kugaku-苦学 | het studeren en tevens (deeltijd) werken |
| kuge-公家 | hofadel; edele |
| kugen-苦言 | aanmaning; aansporing; dringend advies; onaangename mededeling |
| kugikakushi-釘隠し | houten of metalen decoratie om draadnagels [spijkerkoppen] te verbergen |
| kugokoro-句心 | aanleg [gevoel] voor poëzie [gedichten] (m.n. voor haiku) |
| kuhō-句法 | de conventies [regels] voor het componeren van (Japanse) poëzie |
| kūhō-空砲 | ongeladen vuurwapen |
| kuiakiru-食い飽きる | overeten; teveel gegeten hebben; vol zitten; niet meer lusten |
| kuiarasu-食い荒らす | voedsel [gerechten] verpesten door er happen uit te nemen; aanvreten |
| kuiau-食い合う | goed bij elkaar passen |
| kuiawase-食い合わせ | eten dat niet bij elkaar past [dat beter niet samen wordt gegeten]; ingrediënten die samen niet smaken |
| kuichigau-食い違う | niet bij elkaar passen; onverenigbaar [strijdig] zijn (met) |
| kuichigau-食い違う | elkaar kruisen; haaks staan op elkaar |
| kuichigiru-食いちぎる | afbijten; doorbijten; afknabbelen; met de tanden afscheuren |
| kuidame-食い溜め | het zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuidamesuru-食い溜めする | zich volproppen; heel veel eten (zodat je een tijd lang niet meer hoeft te eten |
| kuidaore-食い倒れ | geldverspilling aan eten; het al je geld uitgeven voor eten |
| kuidaore-食い倒れ | iemand die al zijn geld uitgeeft voor eten |
| kuihōdai-食い放題 | all-you-can-eat; het onbeperkt kunnen eten; zoveel eten als je wilt |
| kuikake-食い掛け | half opgegeten voedsel |
| kuikku-クイック | snel |
| kuikkusuteppu-クイックステップ | quickstep (ballroomdans); snelle pas |
| kuikku・mōshon-クイック・モーション | snelle (werp)beweging |
| kuikku・tān-クイック・ターン | (zwemmen) snel (rol of tuimel) keerpunt |
| kuikomi-食い込み | verlies; (geld) tekort |
| kuikomu-食い込む | wegstromen; (geld) verliezen |
| kuimono-食い物 | voedsel; levensmiddelen |
| kuina-水鶏 | waterral (een watervogel, Rallus aquaticus) |
| kuinabue-水鶏笛 | een fluit om watervogels te lokken |
| kuīnzu・ingurisshu-クイーンズ・イングリッシュ | standaard (correct) Engels in het Verenigd Koninkrijk |
| kuishibaru-食いしばる | tandenknarsen; de tanden op elkaar klemmen |
| kuishinbō-食いしん坊 | gulzigaard; veelvraat; slokop |
| kuisugi-食い過ぎ | het overeten; teveel eten; schrokken |
| kuisugiru-食い過ぎる | overeten; teveel eten; schrokken |
| kuitsubusu-食い潰す | (al je geld) opmaken [opsouperen]; iemand de oren van het hoofd eten |
| kuitsunagu-食い繋ぐ | (zo lang mogelijk) overleven; zo weinig mogelijk eten [uitgeven]; zo lang mogelijk het hoofd boven water houden |
| kuizu-クイズ | kwis; quiz; vraag-en-antwoordspel |
| kuji-公事 | (arch.) publieke [politieke] ceremonie [aangelegenheid] |
| kujo-駆除 | verdelging; uitroeiing; bestrijding |
| kuju-口授 | mondelinge kennisoverdracht |
| kukaku-区画 | kavel; perceel; afgebakend stuk land |
| kūken-空拳 | het iets op eigen kracht doen; iets zelf aanpakken (zonder hulp van anderen) |
| kuki-茎 | de stengel [steel] (van een plant of bloem) |
| kūkiben-空気弁 | ventiel; luchtklep |
| kūkō-空港 | vliegveld; luchthaven |
| kūkūbakubaku-空空漠漠 | uitgestrekt en leeg [eindeloos] zijn |
| kūmei-空名 | een valse [onterechte] reputatie [naam; titel]; een reputatie die niet in verhouding staat tot competentie |
| kumen-工面 | iemands financiële situatie |
| kumen-工面 | vindingrijkheid; het handig voor elkaar krijgen; het op een creative manier verzamelen van geld [goederen] |
| kumi-組み | groep; klas; gezelschap |
| kumiin-組員 | bendelid; gangster |
| kumijū-組み重 | een nest [set] van in elkaar passende dozen |
| kumikaeru-組み換える | herschikken; herindelen; opnieuw samenstellen |
| kumikawasu-酌み交わす | elkaar inschenken; elkaar's glazen vullen; samen iets drinken |
| kumiko-組子 | lid van een groep (geleid door een kumigashira) |
| kumisakazuki-組み杯 | een nest van (op elkaar passende) sake cups |
| kumishiyasui-与し易い | handelbaar; hanteerbaar |
| kumisuru-与する | meedoen; deelnemen; instemmen met; het eens zijn met; iemands kant kiezen |
| kumitateru-組み立てる | assembleren; monteren; samenvoegen; in elkaar zetten [passen] |
| kumiuchi-組み打ち | handgemeen; gevecht van man tegen man; het worstelen |
| kumiuta-組歌 | Japans volksliedje; Japanse traditionele melodie |
| kumon-苦悶 | kwelling; foltering; doodsangst |
| kumonoue-雲の上 | boven de wolken; hoog in de lucht [hemel] |
| kumosuke-雲助 | (Edo periode) zwervende arbeiders die werkten als draagstoeldragers, bagagedragers, etc. |
| kumu-汲む | attent [begripvol] zijn; iemands gevoelens begrijpen [aanvoelen] |
| kumu-汲む | (van water, e.d.) (op)scheppen; oplepelen; oppompen |
| kumu-組む | de benen [armen] kruisen [over elkaar slaan] |
| kumu-組む | vastmaken; aan elkaar maken |
| kumu-組む | worstelen; vechten |
| kumu-組む | in elkaar zetten; monteren |
| kumu-組む | samenstellen; (op)zetten |
| kun-君 | de heer; meneer (aanspreektitel, achtervoegsel achter persoonsnamen) |
| kunan-苦難 | kwelling; marteling; pijniging; foltering; het lijden; ontbering |
| kundō-訓導 | begeleiding; onderricht; onderwijs |
| kuniku-苦肉 | wanhopige poging [maatregel]; zichzelf kwellen om de vijand te misleiden |
| kunkoku-訓告 | reprimande; (mondelinge of schriftelijke) waarschuwing |
| kunkoku-訓告 | (bij overheidspersoneel) middelzware berisping [administratieve straf] |
| kunō-苦悩 | ondragelijke pijn; kwelling |
| kunrei-訓令 | (dienst)voorschrift; instructie; verorderning; opdracht; bevel; richtlijn |
| kunreishiki-訓令式 | het kunrei-systeem (ingesteld in 1937), de officiële richtlijnen voor de transcriptie van het Japans |
| kunshihyouhen-君子豹変 | de wijzen erkennen en corrigeren hun fouten snel |
| kunshihyouhen-君子豹変 | de wijzen passen zich gemakkelijk aan veranderde omstandigheden aan |
| kunshu-君主 | koning; keizer; heerser; vorst (die in familielijn heerst over een rijk) |
| kuōku-クオーク | quark (elementair deeltje) |
| kuōtā-クオーター | een kwart; vierde deel |
| kuōtābakku-クオーターバック | verdedigende spelverdeler (bij rugby) |
| kuōtarī-クオータリー | driemaandelijks; éénmaal per kwartaal; viermaal per jaar |
| kūpe-クーペ | coupé (afdeling in trein) |
| kūrā-クーラー | airconditioner; koeler |
| kūrā-クーラー | koelbox |
| kura-鞍 | zadel |
| kurabemono-比べ物 | vergelijking; iets om mee te vergelijken |
| kuraberu-比べる | vergelijken |
| kurabu-クラブ | klaveren; klaver (in kaartspel) |
| kurabusan-クラブサン | klavecimbel |
| kurafuto-クラフト | ambacht; handwerk; handgemaakt artikel [product] |
| kuragae-鞍替え | verandering van baan [positie; houding]; omschakeling |
| kurai-位 | klasse; rang(orde); (sociale) positie; titel |
| kurai-暗い | somber; treurig; melancholiek |
| kurai-暗い | donker (fig.); somber; hopeloos; wanhopig |
| kuraidaore-位倒れ | de situatie waarin iem. wel een hoge positie bezit, maar zonder de daarbij behorende inkomsten |
| kuraimake-位負け | het onwaardig zijn aan [niet de kwaliteiten hebben voor] zijn titel [positie]; tekort schieten |
| kuraimakesuru-位負けする | niet de kwaliteiten hebben voor zijn titel [positie]; tekort schieten |
| kurainuke-位抜け | een scheldwoord voor iem. die ten onrechte een hoge rang [positie] heeft (omdat hij die hij niet verdient of er niet de kwaliteiten voor heeft) |
| kurainusubito-位盗人 | een scheldwoord voor iem. die ten onrechte een hoge rang [positie] heeft (omdat hij die hij niet verdient of er niet de kwaliteiten voor heeft) |
| kuraitsuku-食らいつく | bijten; knabbelen; kauwen |
| kuraizuke-位付け | het indelen in klassen [rangorden] van Kabuki acteurs; de toegekende classificaties van Kabuki acteurs |
| kuraizuke-位付け | in de Edo-periode een indeling van de landerijen [velden] en het toekennen van een klasse daaraan |
| kurakkā-クラッカー | criminele hacker (in een computersysteem) |
| kurakuryūru-クラクリュール | craquelure (barstjes in verfoppervlak) |
| kuramise-蔵店 | winkelpand gebouwd in de pakhuis-stijl (met gepleisterde muren) |
| kuramono-暗者 | imitatie; namaak; vals(spelen) |
| kūran-空欄 | lege [nog niet ingevulde] regel (in een tekst of op een formulier) |
| kuranpu-クランプ | klem; beugel; (muur)anker |
| kuratchi-クラッチ | koppeling (auto, e.d.) |
| kurau-食らう | (veel eten) verslinden; opschrokken; vreten |
| kurau-食らう | krijgen; incasseren (iets vervelends) |
| kurauchingu・sutāto-クラウチング・スタート | (atletiek) geknielde start; (zwemmen) gehurkte start |
| kurawankabune-食らわんか舟 | de benaming van de handelsscheepjes die etenswaren verkochten (in de Edo periode) |
| kuraya-暗屋 | een bordeel in Edo periode |
| kurayado-暗宿 | een bordeel in Edo periode |
| kurayami-暗闇 | hopeloosheid; somber [wanhopig; moedeloos] zijn over de toekomst |
| kurayamimatsuri-暗闇祭 | het festival waarbij men de lichten dooft om in het donker de geesten van overledenen te kunnen verwelkomen |
| kurayamizaiku-暗闇細工 | spelletje waarbij men geblinddoekt de verschillende delen van een papieren gezicht op een plaat prikt (traditioneel gespeeld op Nieuwjaarsdag) |
| kureguremo-呉呉も | herhaaldelijk; keer op keer; telkens weer |
| kūrei-空冷 | luchtkoeling |
| kūreienjin-空冷エンジン | luchtgekoelde motor |
| kurenzā-クレンザー | reiniger; reinigingsmiddel |
| kureperinkensa-クレぺリン検査 | (psychiatrie) de Kraepelin test |
| kurēpu・deshin-クレープ・デシン | crêpe de Chine (licht zijden weefsel) |
| kurē・kōto-クレー・コート | gravelbaan (tennis) |
| kūrī-クーリー | koelie (ongeschoolde arbeider uit Azië) |
| kuri-庫裏 | de keuken van een (boeddhistische) tempel |
| kuri-庫裏 | de woonvertrekken van (boeddhistische) monniken in een tempel |
| kūri-空理 | lege [abstracte; onuitvoerbare] theorie; niet-feitelijke logica |
| kuria-クリア | helder; duidelijk |
| kuriawaseru-繰り合わせる | plannen; organiseren; regelen |
| kurigoto-繰り言 | klacht; (herhaaldelijk) geklaag [gemopper] |
| kurikaeru-繰り替える | ruilen; omwisselen; verwisselen |
| kurikettosenshu-クリケット選手 | cricketspeler; cricketer |
| kūringu・ofu-クーリング・オフ | afkoelingsperiode |
| kūringu・tawā-クーリング・タワー | koeltoren |
| kurinoberu-繰り延べる | uitstellen; schorsen (van een vergadering, etc.); verzetten |
| kurinsō-九輪草 | Japanse sleutelbloem (Primula japonica) |
| kuriokinōru-クリオキノール | clioquinol (antischinnem middel) |
| kurippu-クリップ | sierspeld; haarspeld; oorclip |
| kurisageru-繰り下げる | uitstellen; opschorten; verzetten; verplaatsen |
| kuritorisu-クリトリス | (anatomie) clitoris; kittelaar |
| kuriwata-繰り綿 | ontkorreld [geëgreneerd] katoen (waarbij de katoenvezels al van de zaden zijn ontdaan) |
| kuro-畔 | een voetpad [aarden richel] tussen de rijstvelden |
| kurōbu-クローブ | kruidnagel |
| kurodai-黒鯛 | zwarte zeebrasem (Acanthopagrus schlegelii) |
| kurohae-黒南風 | een zuidelijke wind die aan het begin van het regenseizoen waait |
| kuroitsuferuto・yakobubyō-クロイツフェルト・ヤコブ病 | Ziekte van Creutzfeldt-Jakob |
| kurokabi-黒黴 | zwarte schimmel (Aspergillus niger) |
| kurokkī-クロッキー | ruwe [snelle] schets |
| kuroko-黒子 | toneelassistent die helemaal in het zwart is gekleed (om niet op te vallen) |
| kuroko-黒子 | iemand die achter de schermen [uit het zicht] werkt (aan essentiële zaken in een organisatie e.d.) |
| kurōku-クローク | mantel; jas; dekmantel |
| kuromaku-黒幕 | belangrijke figuur op de achtergrond; iemand die achter de schermen aan de touwtjes trekt |
| kurome-黒目 | de pupil (het donkere deel van het oog) |
| kuromizuhiki-黒水引 | zwarte en witte koordjes (op rouwenveloppen) |
| kuromoji-黒文字 | (heester) Lindera umbellata |
| kuromu-クロム | chroom (chem. element) |
| kūron-クーロン | coulomb (elektrische eenheid, ampèreseconde) |
| kuronbō-黒ん坊 | toneelknecht bij Kabuki |
| kurōnningen-クローン人間 | een menselijke kloon; gekloonde mens |
| kuronuri-黒塗り | zwartgelakt [zwartgeverfd; zwartgemaakt] zijn |
| kurorera-クロレラ | Chlorella (een zoetwateralge) |
| kurosoido-クロソイド | clothoïde; spiraal van Cornu (term uit de civiele techniek) |
| kurosoidokyokusen-クロソイド曲線 | clothoïde; spiraal van Cornu (term uit de civiele techniek) |
| kurōsu-クロース | stof; textiel; doek; (tafel)kleed |
| kurosufaia-クロスファイア | kruisvuur (beschietingen die elkaar kruisen) |
| kurosukantorī-クロスカントリー | crosscountry; veldlopen |
| kurosukantorī・rēsu-クロスカントリー・レース | veldloopwedstrijd |
| kurosuōbā-クロスオーバー | kruising; oversteekplaats;, overstap; dwarslijn; baanwisseling |
| kurosuwādo・pazuru-クロスワード・パズル | kruiswoordpuzzel |
| kurosu・gēmu-クロス・ゲーム | spannende wedstrijd (waarbij de tegenstanders gelijk opgaan); nek-aan-nek race |
| kurosu・kantorī・rēsu-クロス・カントリー・レース | veldloop wedstrijd; langlauf wedstrijd |
| kurosu・pure-クロス・プレー | nek-aan-nekrace; wedstrijd die zo gelijk opgaat datj een scheidsrechter moeilijk kan bepalen wie er wint |
| kurosu・rēto-クロス・レート | kruiselingse wisselkoers |
| kuroten-黒貂 | sabelmarter (Martes zibellina) |
| kurōzudo・sutansu-クローズド・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten naast elkaar |
| kūru-クール | koel; koud |
| kuru-繰る | spoelen; (op)winden |
| kuru-繰る | tellen |
| kuru-繰る | spinnen (draad); ontkorrelen (katoen) |
| kurubushi-踝 | enkel (van de voet) |
| kurui-狂い | afwijking; misvorming; ernaast (zitten); (ver) naast het doel |
| kurui-狂い | onregelmatigheid; wanorde; ongeregeldheid |
| kurukuru-くるくる | (onomatopee) in de rondte; alsmaar ronddraaiend; wervelend |
| kuruma-車 | wiel |
| kurumaisu-車椅子 | rolstoel |
| kurumaru-包まる | bedekt zijn met; gewikkeld zijn in (b.v. een deken) |
| kurumegasuri-久留米絣 | Kasuri-textiel (katoen) uit Kurume (Kyushu) |
| kurumeku-眩く | duizelig zijn; duizelen |
| kurumeru-包める | samenklonteren; samenvoegen; opstapelen; optellen |
| kurūpu-クループ | kroep (het achterste deel van de romp van het paard) |
| kurushimeru-苦しめる | angst [stress] veroorzaken; kwellen; lastig vallen |
| kurushimu-苦しむ | lijden; gebukt gaan onder; doorstaan; verduren; gekweld worden door |
| kuruwa-廓 | stenen omheining [muren] rondom (oude) kastelen |
| kusabōki-草箒 | bezem gemaakt van gedroogde bladstengels |
| kusachi-草地 | grasland; grasveld; weide |
| kusagame-臭亀 | Chinese driekielschildpad (Mauremys reevesii) |
| kusagare-草枯れ | verdroogd [verwelkt] gras [onkruid] |
| kusahara-草原 | grasveld; grasland; weide |
| kusahibari-草雲雀 | soort (veld)krekel (Paratrigonidium bifasciatum) |
| kūsai-空際 | horizon (het punt waar hemel en aarde elkaar raken) |
| kusai-臭い | klunzig; stuntelig; onbeholpen |
| kusai-臭い | stinkend; vies ruikend; onwelriekend |
| kusakeiba-草競馬 | lokale paardenrace (op het platteland) |
| kusanaginotsuruki-草薙の剣 | Kusanagi no Tsurugi (andere naam voor) het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| kusanone-草の根 | grassroots (Engelse term voor politieke processen die aan de basis worden ontwikkeld) |
| kusanone-草の根 | graswortel(s) |
| kusareen-腐れ縁 | een slechte [rottende] relatie (die niet verbroken kan worden) |
| kusarigama-鎖鎌 | traditioneel Japans wapen bestaande uit een ketting met een sikkel (kama) eraan |
| kusaru-腐る | depressief [moedeloos; neerslachtig] zijn [worden] |
| kusawara-草原 | grasveld; grasland; weide |
| kusaya-くさや | gedroogde en gezouten [gepekelde] vis |
| kusayakyū-草野球 | amateur honkbal (op een veldje) |
| kusazumō-草相撲 | amateur sumo (worstelen) |
| kuse-曲 | centraal muziekgedeelte van een Nō-voorstelling |
| kuse-癖 | kreukel; kronkel; knik; kink |
| kūseki-空席 | lege [onbezette] stoel [plek]; vacature; vrije positie |
| kuseni-癖に | (grammaticale constructie die een gevoel van ontevredenheid of beschuldiging insinueert) ondanks; hoewel |
| kusetsu-苦節 | onwankelbare trouw; het iemand door dik en dun blijven steunen |
| kūsha-空車 | leeg [veel beschikbare parkeerplekken] ( van een parkeerplaats) |
| kushibanomi-櫛歯ノミ (claw) | getande beitel |
| kushinsantansuru-苦心惨憺する | veel moeite [inspanningen] doen; zijn uiterste best doen |
| kūsō-空想 | fantasie; verbeelding; dagdroom |
| kusodokyō-糞度胸 | roekeloosheid; waaghalzerij; overmoed |
| kusuburu-燻る | ongewijzigd [op hetzelfde niveau] blijven (status, omstandigheden, etc.) |
| kusuguttai-擽ったい | kietelend; kriebelend |
| kusukusu-くすくす | (onomatopee) giechelend |
| kusuri-薬 | medicijn; geneesmiddel |
| kutakuta-くたくた | (onomatopee) uitgeput; op; doodmoe; dodelijk vermoeid |
| kutsu-窟 | (in kanji combinaties) grot; spelonk; hol |
| kutsu-靴 | schoen(en); schoeisel |
| kutsubako-靴箱 | (op)bergmeubel voor schoenen (vaak direct bij de ingang van Japanse huizen en gebouwen) |
| kutsubera-靴箆 | schoenlepel |
| kutsurogu-寛ぐ | luieren; zich ontspannen; relaxen; doen alsof men thuis is |
| kutsuwamushi-轡虫 | Mecopoda niponensis (een sabelsprinkhaan) |
| kutsuya-靴屋 | schoenenwinkel |
| kutsuzuri-靴摺り | drempel |
| kuttaku-屈託 | verveling |
| kūtū-クートゥー | #KuToo (een woordspeling van kutsu = schoenen en kutsū = pijn), protest van Japanse vrouwen tegen het moeten dragen van hoge hakken op het werk |
| kuwaeru-加える | toebrengen; geven; uitdelen |
| kuwaeru-加える | omvatten; bevatten; meetellen |
| kuwaeru-加える | (bij elkaar) optellen; toevoegen |
| kuwaire-鍬入れ | baanbrekende handeling (oorspronkelijk de eerste keer in het nieuwe jaar dat de boeren een spade in de grond staken) |
| kuwashii-詳しい | goed geïnformeerd [ingevoerd] zijn, veel kennis hebben |
| kuwasu-クワス | kvas, een traditioneel Russische drank op basis van gefermenteerde roggemeel en mout |
| kuwazugirai-食わず嫌い | iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben; een instinctieve afkeer [vooroordeel] hebben; niet bereid zijn iets (eerst) te proberen |
| kūya-空也 | Kūya (ook wel Kōya of Kōshō genoemd), een Tendai monnik (903 - 972) |
| kuyami-悔やみ | condoleance; deelneming; rouwbeklag |
| kūyanenbutsu-空也念仏 | invocatie van Amida Boeddha volgens de leer van Kūya (een Tendai monnik, 903 - 972) met behulp van instrumentale begeleiding (kalebas of bel) en dans |
| kuyō-九曜 | afkorting van kuyōmon, een afbeelding van een centrale bol die omgeven is door acht andere bollen |
| kūzenzetsugo-空前絶後 | zeer zeldzaam; de enige in zijn soort; eens maar nooit meer; de eerste en laatste keer |
| kuzu-屑 | afval; rommel; vuilnis; schroot |
| kuzukiri-葛切り | een traditionele Japanse zoete lekkernij (gemaakt van het zetmeel uit de wortels van de kudzu plant, geserveerd in repen, bedekt met suikerstroop) |
| kuzuko-葛粉 | kudzu-poeder (zetmeel uit de wortels van de kudzu-plant) |
| kuzumai-屑米 | gebroken [beschadigde] rijstkorrels |
| kuzumono-屑物 | rommel; afval; rotzooi; troep; schroot |
| kuzure-崩れ | instorting; afbrokkeling |
| kuzureru- 崩れる | in elkaar storten; afbrokkelen; uit elkaar vallen |
| kuzushi-崩し | (worstelen, judo, etc.) het uit balans brengen van een tegenstander |
| kuzusu-崩す | in kleinere stukken verdelen; klein maken (groot geld wisselen voor klein geld) |
| kū・kurakkusu・kuran-クー・クラックス・クラン | Ku Klux Klan (geheime blanke organisatie in de Verenigde Staten vooral bekend vanwege hun racistisch geweld) |
| kyadī-キャディー | (golf) degene die de golftas van een speler draagt |
| kyakkan-客観 | object; buitenwereld; het niet-ik |
| kyaku-客 | (informeel) menstruatie; ongesteldheid |
| kyaku-客 | woord voor het tellen van spullen die gebruikt worden bij het ontvangen van gasten (b.v. serviesgoed voor recepties e.d.) |
| kyaku-脚 | (achtervoegsel) gebruikt voor het tellen van meubels, e.d. |
| kyakuatsukai-客扱い | manier van omgaan met gasten [klanten]; klankvriendelijkheid |
| kyakubun-客分 | als een gast behandeld worden |
| kyakudane-客種 | clientèle; klantenkring |
| kyakudo-客土 | aarde van een andere plek die wordt toegevoegd om de bodemgesteldheid te verbeteren |
| kyakuin-客員 | gastlid; buitengewoon lid; erelid |
| kyakumachi-客待ち | (eufemisme) in de tippelzone, het wachten op klanten |
| kyakuseki-客席 | stoel (in theater, etc.); passagiersstoel |
| kyakusha-客舎 | hotel; herberg; pension |
| kyakushoku-脚色 | een toneel [film] bewerking [scenario] |
| kyakusuji-客筋 | clientèle; klantenkring |
| kyakutanka-客単価 | bestedingen per klant; gemiddelde uitgaven per klant |
| kyakuzen-客膳 | laag serveertafeltje; dienblad met pootjes |
| kyanbasuuke-キャンバス受け | schildersezel |
| kyandoru・sābisu-キャンドル・サービス | het aansteken van kaarsen door de bruid en de bruidegom bij een huwelijksreceptie |
| kyanpēn-キャンペーン | campagne; actie; promotie; veldtocht (militair) |
| kyantarōpu-キャンタロープ | kanteloep; kantaloep (meloen) |
| kyapashitī-キャパシティー | capaciteit; hoeveelheid; bekwaamheid; vaardigheid; vermogen |
| kyapitaru-キャピタル | kapitaal (geld) |
| kyappurain-キャップライン | (typografie) een denkbeeldige lijn langs de bovenkant van hoofdletters |
| kyappusū-キャップ数 | aantal interlandwedstrijden (Eng.: caps) van een speler |
| kyapushon-キャプション | titel; hoofd; koptekst; onderschrift (bij een foto, e.d.) |
| kyaputen・shisutemu-キャプテン・システム | (Character and Pattern Telephone Access Information Network) een VIDEOTEX-systeem |
| kyarameru-キャラメル | karamel |
| kyasha-華奢 | tenger [sierlijk; delicaat; slank; fragiel] zijn |
| kyassaba-キャッサバ | cassave; maniok (eetbare wortelknol van Manihot esculenta) |
| kyasshu-キャッシュ | contant geld; contanten; cash |
| kyasshuresu-キャッシュレス | zonder contant geld; niet betalen met contant geld (dus betalen met creditkaart of betaalkaart) |
| kyasshu・furō-キャッシュ・フロー | geldstroom; kasstroom (verschil tussen inkomsten en uitgaven) |
| kyassuru-キャッスル | kasteel |
| kyasutā-キャスター | zwenkwiel(tje) |
| kyasutingu-キャスティング | (bij film en toneel) het casten (acteurs kiezen) |
| kyasutingu・bōto-キャスティング・ボート | een beslissende [doorslaggevende] stem (bij gelijk aantal stemmen) |
| kyasuto-キャスト | (film en toneel) rolverdeling; bezetting; cast |
| kyatchifon-キャッチフォン | wisselgesprek (signaal waarschuwt voor tweede binnenkomend gesprek) |
| kyatchi・bā-キャッチ・バー | een bar die ronselaars inzet om klanten naar binnen te lokken (en vervolgens extreem hoge prijzen berekent) |
| kyattsuai-キャッツアイ | kattenoog; katoog (halfedelsteen) |
| kyō-狂 | (achtervoegsel) -manie |
| kyō-経 | heilig geschrift; bijbel |
| kyōaku-凶悪 | wreedheid; gruwelijkheid |
| kyōasu-今日明日 | vandaag en morgen; vandaag of morgen; (binnen) een paar dagen; spoedig; weldra |
| kyōbō-強暴 | het gewelddadig [wreed] zijn; mishandeling |
| kyōchōshiau-強調し合う | elkaar versterken |
| kyōchū-胸中 | zijn hart [gemoed; gevoelens; binnenste] |
| kyochūchōtei-居中調停 | bemiddeling; mediatie |
| kyodai-巨大 | macro- mega-; [enorm; heel groot; gigantisch] zijn |
| kyōdai-鏡台 | kaptafel; toilettafel |
| kyodan-巨弾 | grote bom [granaat]; enorm projectiel |
| kyōdan-教団 | religieuze orde [organisatie; sekte] |
| kyōdan-教壇 | podium of spreekgestoelte (in een klaslokaal) |
| kyōdō-経堂 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōdōkunren-共同訓練 | (van strijdkrachten) gemeenschappelijke training [oefening] |
| kyōdōshijō-共同市場 | gemeenschappelijke markt |
| kyōdōshuken-共同主権 | condominium; gemeenschappelijk bestuurd gebied; gemeenschappelijke soevereiniteit |
| kyōdōshusshi-共同出資 | gemeenschappelijke [gezamenlijke] investering |
| kyoeishin-虚栄心 | ijdelheid |
| kyōen-共演 | (film, toneelstuk, muziek) samenspelen; samen de hoofdrol delen |
| kyōfu-教父 | kerkvader; vroegchristelijke theoloog |
| kyōga-恭賀 | respectvolle gelukwens |
| kyōgaku-共学 | co-educatie; gemeenschappelijke opleiding [opvoeding] voor jongens en meisjes |
| kyogaku-巨額 | een groot bedrag; een enorme som geld |
| kyōgashinnen-恭賀新年 | Gelukkig Nieuwjaar (groet op nieuwjaarskaart) |
| kyōgeki-矯激 | radicaal [extreem; buitengewoon gewelddadig; excentriek] zijn |
| kyōgen-狂言 | Kyōgen, traditioneel komisch Japans theater (vormt samen met Nō het Nōgaku theater) |
| kyōgenkigo-狂言綺語 | woorden die nergens op slaan, denigrerende term voor romans, verhalen, toneelstukken, e.d. |
| kyōgenmawashi-狂言回し | (Kabuki theater) belangrijke bijrol |
| kyogetsu-去月 | afgelopen [vorige] maand |
| kyōgi-協議 | overleg; beraadslaging; onderhandeling; discussie |
| kyōgi-経木 | flinterdunne houtvellen (m.n. gebruikt als verpakkingsmateriaal) |
| kyōgoin-教護院 | opvoedingsgesticht; instelling voor kinderen die ontspoord zijn |
| kyōgu-教具 | leermiddelen; onderwijsmiddelen |
| kyōha-教派 | een (religieuze) sekte; denominatie |
| kyōho-競歩 | het snelwandelen |
| kyōi-驚異 | wonder; mirakel |
| kyōikukihonhō-教育基本法 | de (Japanse) Fundamentele Onderwijswet |
| kyōikumama-教育ママ | (een moeder die haar kind(eren) streng opvoedt om ze zo goed mogelijk te laten presteren) tijgermoeder; tijgermama |
| kyōikushisū-教育指数 | emotionele-intelligentiequotiënt (index) |
| kyōji-矜持 | zelfrespect; trots; waardigheid |
| kyōji-驕児 | een verwend [onhandelbaar] kind |
| kyōjitsu-凶日 | een ongeluksdag; een kwade [slechte] dag; een dag met slechte voortekenen |
| kyojō-居城 | woonkasteel van een kasteelheer [domeinvorst; daimyō] |
| kyōjō-教場 | oefenterrein [oefenveld, exercitieterrein] voor oude (Japanse) krijgskunsten |
| kyojōseki-居城跡 | ruïne [overblijfselen] van een (woon)kasteel |
| kyōka-教化 | onderricht; onderwijs; indoctrinatie; evangelisatie |
| kyoka-炬火 | fakkel; toorts |
| kyōkai-教会 | (Christelijke) kerk; kerkgenootschap; parochie; (kerk)gemeente |
| kyōkai-胸懐 | gevoelens; gedachten; (in je) hart; van binnen |
| kyōkaidō-教会堂 | (Christelijke) kerk (gebouw); kathedraal; kapel |
| kyokan-巨漢 | zeer grote [lange] man; enorme kerel; reus |
| kyōkashokuhin-強化食品 | verrijkt voedsel (met mineralen, vitaminen, etc.) |
| kyōkasuigetsu-鏡花水月 | iets dat mooi en zichtbaar is maar niet aangeraakt kan worden, zoals de reflectie van bloemen in een spiegel of die van de maan in het water |
| kyōkatsu-恐喝 | (formeel) afpersing; chantage |
| kyōkei-恭敬 | gedrag met zelfbeheersing en aandacht; respectvol gedrag |
| kyokin-拠金 | (financiële) bijdrage [donatie] |
| kyokinsuru-拠金する | doneren; financiële bijdrage geven |
| kyōkō-強硬 | (positief) onverzettelijk [drastisch; standvastig; onwrikbaar; onbuigzaam] zijn |
| kyokō-虚構 | verzinsel; fictie; imitatie; namaaksel |
| kyōkoku-郷国 | iemands geboorteland |
| kyoku-局 | bureau; departement; afdeling |
| kyoku-局 | bord (voor spel, zoals go, shogi, etc.); spel |
| kyokuban-局番 | netnummer (telefoon) |
| kyokubu-局部 | deel; sectie; lokaal; plaatselijk |
| kyokubu-局部 | geslachtsdelen; schaamstreek |
| kyokuhidōbutsu-棘皮動物 | stekelhuidigen (Echinodermata, ongewervelde zeedieren, zoals zeesterren, zee-egels, zeekomkommers) |
| kyokuhitsu-曲筆 | eigenzinnige [speelse] schrijfstijl van kanji |
| kyokuhō-局方 | (afk. voor) de officiële Japanse farmacopee (handboek van geneesmiddelen) |
| kyokumen-局面 | spelsituatie [positie] bij go of shogi; speelbord van go of shogi |
| kyokuroku-曲彔 | een stoel waarop Zen-monniken zitten tijdens boeddhistische ceremonies (met cirkelvormige rugleuning + armleuningen) |
| kyokuseki-跼蹐 | (afk. voor) het (nederig) voorovergebogen lopen; het in angst voor de wereld leven; bang [terughoudend] zijn |
| kyokusetsu-曲節 | een melodie; deuntje |
| kyokusho-局所 | deel; sectie; lokaal; plaatselijk |
| kyokusui-曲水 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokusuinoen-曲水の宴 | een traditioneel gedicht geschreven tijdens een bijeenkomst waarbij de deelnemers een kettinggedicht schrijven wanneer de (wijn)beker voor hen staat |
| kyokutensekichi-跼天蹐地 | het (nederig) voorovergebogen lopen; het in angst voor de wereld leven; bang [terughoudend] zijn |
| kyokutō-曲刀 | gebogen beitel |
| kyokyojitsujitsu-虚虚実実 | kracht, mogelijke strategieën, trucs, geheime kneepjes en listen |
| kyōmai-京舞 | traditionele dans uit Kyoto |
| kyōmai-供米 | aan de overheid geleverde [afgedragen] rijst (quotum) |
| kyoman-巨万 | zeer groot aantal; enorme som [hoeveelheid] |
| kyōmei-共鳴 | (fig.) emotionele meebeleving; geestelijke verbinding; instemming |
| kyōmi-興味 | interesse; belangstelling |
| kyōmishinshin-興味津々 | heel interessant [boeiend; fascinerend] |
| kyōmon-経文 | religieus geschrift |
| kyōmon-経文 | (geschreven) tekstdeel van een soetra |
| kyōnokidaore-京の着倒れ | zichzelf financieel ruïneren door te veel kleding te kopen (wordt gezegd over mensen in Kyoto) |
| kyōon-跫音 | het geluid van voetstappen |
| kyori-巨利 | enorme winst; veel profijt |
| kyōri-胸裏 | in het hart; gevoelens |
| kyorikei-距離計 | afstandmeter; telemeter |
| kyorokyoro-きょろきょろ | rusteloos; onwennig |
| kyōryoku-強力 | grote kracht; veel macht [invloed] |
| kyōsai-恐妻 | onderdanigheid van een man aan zijn bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyōsaibentō-恐妻弁当 | (semi-humoristisch) de lunchbox (al dan niet met vergif) klaargemaakt door een bazige [genadeloze) vrouw [echtgenote] |
| kyosatsu-巨刹 | een grote (boeddhistische) tempel |
| kyōsei-匡正 | correctie; verbetering; herstel |
| kyosei-挙世 | de hele wereld; iedereen |
| kyōseikyoku-矯正局 | reclasseringsinstelling; reclasseringsinrichting |
| kyōshokuin-教職員 | onderwijzend personeel; school personeel; docenten en medewerkers van een school |
| kyōshū-強襲 | bestorming; felle aanval |
| kyōshūsuru-強襲する | bestormen; iem. of iets fel aanvallen; stormenderhand veroveren |
| kyoshutsusuru-拠出する | een contributie betalen (aan een organisatie); bijdragen; (geld) doneren [schenken] |
| kyōsōzai-強壮剤 | stimulans; opwekkend [versterkend] middel |
| kyōsuru-供する | aanbieden; opdienen; indienen; ter beschikking stellen |
| kyōtai-狂態 | wild [krankzinnig; schandelijk] gedrag |
| kyōtei-胸底 | het diepste van iemands hart [ziel] |
| kyōten-経典 | heilige geschriften van een religie (zoals de bijbel, de koran, e.d.) |
| kyōtsū-共通 | (iets) gemeen [gemeenschappelijk] hebben |
| kyōtsūgo-共通語 | gemeenschappelijke taal; standaardtaal |
| kyōtsūten-共通点 | gemeenschappelijk punt; punt van overeenkomst |
| kyōyō-教養 | onderwijs; opleiding; ontwikkeling |
| kyōyō-教養 | cultuur; educatie; (algemene) ontwikkeling |
| kyōyōbangumi-教養番組 | een educatief [cultureel] programma (op radio of tv) |
| kyoyōryō-許容量 | maximaal toelaatbare waarde [hoeveelheid] |
| kyoyōsenryō-許容線量 | maximaal toelaatbare dosis |
| kyoyōsuru-許容する | toestaan; toelaten; tolereren; veroorloven; permitteren |
| kyōyū-共有 | gemeenschappelijk bezit [eigendom] |
| kyōyū-梟雄 | gewetenloze [wrede; gewelddadige] schurk; bendeleider |
| kyozai-巨財 | fortuin; rijkdom; grote hoeveelheid geld |
| kyōzame-興醒め | een saai [oninteressant; vervelend] iets |
| kyozetsuhannō-拒絶反応 | het direct verwerpen [afwijzen] van iets (zonder een duidelijke reden) |
| kyōzō-経蔵 | opslagplaats [zaal; bibliotheek] in een tempelcomplex waar boeddhistische soetra's worden bewaard |
| kyōzō-経蔵 | soetra-pitaka (verzameling van soetra's, die samen met de voorschriften en de verhandelingen de Tripitaka (drie manden) van het boeddhisme vormen) |
| kyōzō-胸像 | buste; borstbeeld |
| kyozō-虚像 | virtueel beeld |
| kyozō-虚像 | vals beeld [valse voorstelling] (van iemand) |
| kyōzon-共存 | co-existentie; het vreedzaam naast elkaar bestaan [leven] |
| kyū-キュー | toneelaanwijzing; seintje; signaalwoord |
| kyū-宮 | sterrenbeeld |
| kyū-弓 | afstandseenheid tot het doel bij boogschieten (ca. twee meter) |
| kyūaku-旧悪 | (Edo-periode) misdaad [misdrijf] waarop verjaring geldt (met uitzondering van moord e.d.) |
| kyūbyō-急病 | plotseling ziek worden; plotselinge ziekte-aanval |
| kyūchō-急潮 | plotseling hoog water (doordat oceaanwater plotseling een baai instroomt door drukverschil op zee); plotselinge snelle stroming |
| kyūchō-窮鳥 | een in het nauw gedreven vogel |
| kyūden-強電 | sterkstroom (de (normale) elektrische stroom met hoge spanning) |
| kyūden-給電 | lichtnet; stroomvoorziening; voeding [toevoer] van elektriciteit |
| kyūen-休演 | annulering [afgelasting] van een toneelstuk of optreden |
| kyūgeki-急激 | plotseling [abrupt] zijn |
| kyūgeki-旧劇 | klassiek [historisch] drama [toneelstuk] (Kabuki, Noh e.d.) |
| kyūgi-球技 | balsport; balspel |
| kyūha-旧派 | ouderwetse stijl; (van de) oude stempel |
| kyūhai-九拝 | herhaaldelijk diep buigen |
| kyūhan-急坂 | een steile helling |
| kyūhen-急変 | een (plotseling optredend) voorval [ongeval]; noodgeval |
| kyūhen-急変 | een plotselinge wending [verandering] |
| kyūhō-旧法 | (inmiddels niet meer geldende) oude wetgeving [bepaling; verordening] |
| kyūji-球児 | honkbal spelende tiener [scholier] |
| kyūjin-求人 | rekrutering; werving (voor een baan); vacature; het zoeken naar personeel |
| kyūjitai-旧字体 | oude traditionele Japanse kanji schriftstijl (voor de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| kyūjō-球場 | honkbalveld; honkbalstadion |
| kyūjosuru-救助する | redden; helpen; (onder)steunen; bijstaan |
| kyūkai-球界 | de honkbalwereld |
| kyūkeijo-休憩所 | lobby; recreatiehal; recreatievleugel; restauratie |
| kyūkeijo-休憩所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
| kyūkeisha-急傾斜 | stijle [scherpe] helling |
| kyūkin-球菌 | (bolvormige bacterie) coccus; kok; kogelbacterie |
| kyūkinzumō-給金相撲 | (in een sumo toernooi) de beslissende partij die bepaalt of de worstelaar meer winst of meer [8] verliespartijen heeft |
| kyūkō-休校 | (tijdelijke) schoolsluiting |
| kyūkō-休航 | opschorting [uitstel] van een veerdienst [vliegdienst] |
| kyūkō-休講 | afgelasting van een college [lezing]; (er is) geen college |
| kyūkō-急行 | (afk. voor) sneltrein; intercity |
| kyūkōden-休耕田 | braakliggend veld [terrein] |
| kyūkōkikan-休耕期間 | de periode dat een veld [terrein] braak ligt |
| kyūkoku-急告 | urgente [dringende] aankondiging [mededeling]; spoedbericht |
| kyūkon-求婚 | huwelijksaanzoek |
| kyūkonsuru-求婚する | een huwelijksaanzoek doen |
| kyūkōressha-急行列車 | sneltrein; intercity |
| kyūkōsuru-休講する | een college [lezing] afzeggen [afgelasten] |
| kyūkyūiryōshitsu-救急医療室 | eerste hulpafdeling; EHBO-post; spoedeisende hulppost |
| kyūkyūkyūmeishi-救急救命士 | ambulancepersoneel met een medische basistraining |
| kyūkyūtaiin-救急隊員 | ambulancepersoneel; reddingswerkers |
| kyūmei-旧名 | oorspronkelijke naam; oude naam; meisjesnaam |
| kyūmei-究明 | onderzoek; het verzamelen van feiten; ontdekken; uitzoeken; aan het licht brengen |
| kyūmeigu-救命具 | reddingsboei; reddingsvest; reddingsgordel |
| kyūmenshūsa-球面収差 | sferische abberatie (afbeeldingsfout van een lens) |
| kyūmon-糾問 | (gerechtelijk) onderzoek; ondervraging |
| kyūmu-急務 | dringende [urgente] zaak [kwestie; aangelegenheid] |
| kyūni-急に | direct; meteen; plotseling; onverwacht; versneld; scherp (bocht) |
| kyūpora-キューポラ | koepel; koepeldak; gewelf; koepeloven |
| kyūsai-休載 | tijdelijke onderbreking van de publicatie van een artikelenreeks (in een krant of tijdschrift) |
| kyūsaisuru-休載する | publicatie(s) (tijdelijk) uitstellen [opschorten] |
| kyūsei-九星 | de 9 traditionele astrologische tekens (worden gebruikt bij het maken van horoscopen) |
| kyūsei-急逝 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
| kyūsei-旧姓 | oorspronkelijke familienaam (voor het huwelijk); meisjesnaam |
| kyūseki-休戚 | vreugde en verdriet; geluk en ongeluk |
| kyūseki-旧跡 | historische plek; oude ruïnes [overblijfselen] |
| kyūsetsu-急設 | het snel [haastig] aanleggen [installeren] |
| kyūshi-急使 | ijlbode; snelle koerier |
| kyūshi-急死 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
| kyūshi-旧址 | oude ruïnes [overblijfselen]; historische plek |
| kyūshi-窮死 | sterven onder erbarmelijke omstandigheden |
| kyūshiki-旧式 | oude stijl; oud ritueel |
| kyūshin-急進 | snelle vooruitgang [ontwikkeling] |
| kyūshin-救心 | de merknaam van een (kruiden)geneesmiddel |
| kyūshin-求心 | centripetaal [middelpuntzoekend] zijn |
| kyūshinryoku-求心力 | middelpuntzoekende [centripetale] kracht |
| kyūshitsuzai-吸湿剤 | ontwateringsmiddel; dehydratiemiddel; vocht absorberend middel |
| kyūsho-急所 | vitaal [essentieel] punt; gevoelige [zwakke] plek |
| kyūshoku-休職 | tijdelijk verlof; tijdelijke uittreding; tijdelijke opschorting van werkzaamheden |
| kyūshū-九州 | Kyushu (het zuidelijkste hoofdeiland van Japan) |
| kyūshu-球趣 | belangstelling voor honkbal |
| kyūshu-鳩首 | het samenkomen; bij elkaar komen |
| kyūsodai-窮措大 | een arme student [geleerde] |
| kyūsoku-急速 | snel [vlug; gezwind] zijn |
| kyūsoku-球速 | (honkbal) balsnelheid |
| kyūsokujo-休息所 | lobby; recreatiehal; recreatievleugel; restauratie |
| kyūsokujo-休息所 | rustplaats; parkeerplaats (langs de snelweg) |
| kyūsokureitō-急速冷凍 | het snelvriezen; snelbevriezing |
| kyūsuru-窮する | arm worden; tot armoede vervallen; geldgebrek hebben |
| kyūtenchokka-急転直下 | plotseling; onverwacht; ineens |
| kyūtikuru・rimūbā-キューティクル・リムーバー | nagelriemverwijderaar |
| kyūtō-急騰 | plotselinge toename [stijging] |
| kyūyō-休養 | rust; ontspanning; herstel(periode) |
| kyūyo-給与 | loon; toelage; salaris |
| kyūyōsuru-休養する | uitrusten; ontspannen; herstellen |
| kyūzō-急増 | snelle [plotselinge] toename [stijging] |
| kyūzōsuru-急増する | in rap tempo toenemen; snel [plotseling] stijgen |
| maai-間合い | gelegenheid; kans; het juiste moment |
| maamaa-まあまあ | zozo; gaat wel; matig; niet slecht |
| mabataki-瞬き | het knipperen (met de ogen; van het licht); het twinkelen (van een ster) |
| mabisashi-目庇 | vizier (van een helm) |
| mabisashi-目庇 | een smalle luifel boven een raam |
| mabu-間夫 | liefdesaffaire buiten het huwelijk (van een getrouwde vrouw met een minnaar of van een getrouwde man met een minnares) |
| mabushii-眩しい | fel (van licht); verblindend; schitterend; stralend; glanzend |
| māchanto・banku-マーチャント・バンク | handelsbank |
| machiai-待合 | de plek waar men elkaar ontmoet [op elkaar wacht]; wachtkamer |
| machiakasu-待ち明かす | (voor iemand) de hele nacht wachten [opblijven] |
| machibari-待ち針 | markeerspeld |
| machidōjō-町道場 | plaatselijke school voor vechtporten (judo, kendo, etc.) |
| machidōjō-町道場 | plaatselijke Boeddhistische tempel |
| machigaisagashi-間違い探し | (puzzel) zoek de verschillen (tussen twee afbeeldingen) |
| machijū-町中 | (in) de hele stad |
| machikaneru-待ち兼ねる | ongeduldig wachten (op); in afwachting zijn (van); staan te popelen (om) |
| machinē-マチネー | matinee; middagvoorstelling |
| machiyakuba-町役場 | gemeentehuis; gemeentesecretarie; stadhuis; stadsdeelkantoor |
| madaki-未だき | heel kort geleden; (in) een vroeg stadium; (op) een vroeg moment |
| madamu・tassō-マダム・タッソー | Madame Tussauds (wassenbeelden museum) |
| madara-斑 | spikkel; stip; vlek |
| madarukkoi-間怠っこい | irritant; ergelijk; vervelend |
| madarukkoshii-間怠っこしい | irritant; ergelijk; vervelend |
| made-まで | ook: zelfs; slechts |
| madō-魔道 | (boeddh.) de wereld waar de duivel leeft |
| madogiwazoku-窓際族 | een onproductieve werknemer; een incompetente werknemer van middelbare leeftijd (die een zitplaats bij het raam krijgt zodat hij niet in de weg loopt) |
| madoguchihanbai-窓口販売 | balieverkoop (verkoop rechtstreeks aan de balie, met name van verzekeringsproducten, beleggingsfondsen, staatsobligaties, etc. in bank of postkantoor) |
| madomoazeru-マドモアゼル | mademoiselle; een jonge vrouw; mejuffrouw |
| madonna-マドンナ | Madonnabeeld; Mariabeeld(je) |
| madori-間取り | kamerindeling [plattegrond] van een huis |
| madoromu-微睡む | in slaap vallen; wegdoezelen |
| madorosu・paipu-マドロス・パイプ | matrozenpijp, een (tabaks)pijp met een grote kop en gebogen steel (werd vaak door zeelui gebruikt) |
| madotsukifūtō-窓付き封筒 | vensterenveloppe |
| maebike-前引け | sluiting van de ochtendsessie (handel) |
| maedate-前立て | veer; (helm)pluim |
| maegari-前借り | het krijgen van een voorschot (op salaris, zakgeld, e.d.) |
| maegashira-前頭 | een sumo worstelaar van de 5de rang |
| maeku-前句 | in Japanse (renga) poëzie de zin tussen twee opvolgende delen |
| maekuzuke-前句付け | in Japanse (renga) poëzie de zin tussen twee opvolgende delen |
| maemae-前前 | langgeleden; lang van tevoren; ruim voorafgaand |
| maesetsu-前説 | het inspelen (voor een voorstelling) |
| maeukeshūeki-前受収益 | uitgesteld inkomen |
| maewatashi-前渡し | vooruitbetaling; vooruit bezorging [overhandiging] van goederen [bestelling] |
| maewatashikin-前渡し金 | vooruitbetaald geld |
| maeyaku-前厄 | het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| mafurā-マフラー | geluiddemper; knaldemper; knalpot (voor de uitlaat van een voertuig) |
| magagoto-禍言 | onheilspellende [ongeluk brengende] woorden |
| magai-紛い | (goedgelijkende) namaak, imitatie; vervalsing |
| magaibutsu-磨崖仏 | Boeddhabeelden die uit natuurlijke rotswanden of rotsblokken gehouwen zijn |
| magaru-曲がる | krom [gebogen] zijn; kronkelen; een bocht maken |
| magirawashii-紛らわしい | verwarrend; misleidend; dubbelzinnig; gemakkelijk door elkaar te halen |
| magireru-紛れる | afgeleid [verleid] worden; jezelf verliezen in; geobsedeerd raken door |
| magoko-孫子 | kinderen en kleinkinderen; nageslacht; afstammelingen |
| maguchi-間口 | de breedte van de voorkant (van een huis, terrein, land, etc.); voorgevel |
| maguna・karuta-マグナ・カルタ | Magna Charta (oorkonde uit 1215, die de grondslag is van de Engelse staatsinrichting) |
| maguneshiumu-マグネシウム | magnesium (chem. element) |
| magure-紛れ | geluk; mazzel; toevalstreffer |
| magureatari-紛れ当たり | een toevalstreffer [gelukstreffer] |
| mahha-マッハ | mach (verhouding tussen stromingssnelheid (b.v. bij het vliegen) en de snelheid van het geluid; vernoemd naar Ernst Mach) |
| mahishōjō-麻痺症状 | verlammingsverschijnselen |
| mahiwa-真鶸 | sijs (vogel: Carduelis spinus) |
| mai-まい | (negatieve veronderstelling) (dat) zal (waarschijnlijk) niet |
| mai-枚 | vel [reep, etc.] (woord voor het tellen van platte, dunne voorwerpen) |
| mai-毎 | (als voorvoegsel in kanji combinaties) elk; ieder; elke keer; ...per... |
| maiban-毎晩 | elke avond; elke nacht |
| maido-毎度 | (zeer) vaak; regelmatig |
| maido-毎度 | elke keer; altijd; constant |
| maigetsu-毎月 | elke maand; maandelijks |
| maigo-迷子 | een bepaalde variant van begeleidende kabuki muziek [geluidseffecten] |
| maiji-毎時 | elk [ieder] uur; per uur |
| maikai-毎回 | elke keer; elke ronde; (honkbal) elke inning |
| mainā-マイナー | klein; onbelangrijk; onbeduidend |
| maindo・kontorōru-マインド・コントロール | zelfbeheersing; controle over de geest van iemand anders; hersenspoeling |
| mainen-毎年 | elk jaar |
| mainichi-毎日 | elke dag; dagelijks |
| maishoku-毎食 | (bij) elke maaltijd |
| maishū-毎週 | iedere [elke] week; wekenlang; week in, week uit |
| maisō-埋葬 | begrafenis; teraardebestelling |
| maisū-枚数 | het aantal vellen [bladen, kaarten, e.d.] |
| maitake-舞茸 | (lett. dansende paddestoel) eikhaas (paddestoel, Grifola frondosa) |
| maite-舞い手 | danser (traditioneel Japans) |
| maitoshi-毎年 | elk jaar |
| maitsuki-毎月 | elke maand; maandelijks |
| maiya-毎夜 | elke nacht; elke avond |
| maiyo-毎夜 | elke nacht; elke avond |
| mājan-マージャン | mahjong (Chinees spel) |
| maji-まじ | serieus; werkelijk; echt waar |
| majieru-交える | uitwisselen; wisselen |
| majikku-マジック | goocheltruc |
| majikku・mirā-マジック・ミラー | eenrichtingsspiegel (die het licht aan een kant doorlaat en aan de andere kant reflecteert; zo kan men iem. observeren zonder die de waarnemer ziet) |
| majin-魔神 | kwade geest; duivel |
| majishan-マジシャン | tovenaar; magiër; goochelaar; illusionist |
| majo-魔女 | heks; duivelin; tovenares |
| mākā-マーカー | teken; merk; label |
| mākā-マーカー | teller; optekenaar; iemand die de stand [score] bijhoudt |
| makanaifu-賄い婦 | kokkin; vrouwelijke kok |
| makashikan-摩訶止観 | Mohe Zhiguan, een belangrijke Chinese boeddhistische tekst |
| makegirai-負け嫌い | een hekel hebben aan verliezen; altijd willen winnen; competitief zijn |
| makeikusa-負け戦 | nederlaag; verloren veldslag [strijd; oorlog] |
| makeinu-負け犬 | een duidelijke verliezer (als een hond die met zijn staart tussen de benen afdruipt); underdog |
| makejidamashii-負けじ魂 | onverzettelijke [onbuigzame; onverschrokken] geest [ziel] |
| makenki-負けん気 | een onverzettelijke [vechtlustige] geest |
| maketto-マケット | maquette; schaalmodel |
| māketto・segumentēshon-マーケット・セグメンテーション | marktsegmentatie (onderverdeling van de doelmarkt in subgroepen van consumenten) |
| māketto・shea-マーケット・シェア | marktaandeel |
| makeuchirikishi-幕内力士 | hoogste [senioren] divisie sumoworstelen |
| makezugirai-負けず嫌い | een hekel hebben aan verliezen; altijd willen winnen; competitief zijn |
| makezuotorazu-負けず劣らず | aan elkaar gewaagd; tegen elkaar opgewassen |
| maki-巻き | boekdeel |
| makiaberizumu-マキアベリズム | machiavellisme |
| makiageru-巻き上げる | wegnemen; afpakken; stelen |
| makiageru-巻き上げる | oprollen; optakelen; ophijsen |
| makie-蒔絵 | een techniek om lakwerk te decoreren met goud- en zilverstofdeeltjes |
| makigai-巻き貝 | huisjesslak; spiraalvormig schelpdier |
| makikaeshi-巻き返し | zich herstellen (van tegenslag); zich vermannen; het terugdraaien; terugspoelen |
| makikomu-巻き込む | meegesleurd [ondergedompeld] worden; verstrengeld [betrokken] raken |
| makishimu-マキシム | grondregel; stelregel; principe |
| makitoru-巻き取る | winden; spoelen; (iets) ergens omheen wikkelen |
| makitsuku-巻き付く | (iets) ergens omheen wikkelen |
| makizoe-巻き添え | het betrokken [verstrikt; verwikkeld] zijn (in) |
| makkōkusai-抹香臭い | (fig.) het ruiken naar religie; erg religieus [vroom] zijn |
| makotoni-誠に | echt; werkelijk; inderdaad |
| makotoshiyaka-真しやか | aannemelijk (maar niet waar) zijn; geloofwaardig zijn (b.v. van een leugen) |
| māku-マーク | (merk)teken; merk; etiket; label; embleem |
| maku-巻く | (op)winden; oprollen; omwikkelen; omstrengelen |
| maku-幕 | gordijn; doek (toneel) |
| maku-撒く | (be)strooien; verspreiden; sproeien; besprenkelen |
| makuake-幕開け | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makuaki-幕開き | toneelgordijn; het ophalen van het toneeldoek; de aanvang van een theatervoorstelling |
| makurae-枕絵 | erotische [pornografische] afbeelding |
| makuragi-枕木 | dwarsligger; biels (van spoorwegen) |
| makurasen-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makurazeni-枕銭 | tip [fooi] die in hotelkamers wordt achtergelaten voor de schoonmaker [schoonmaakster] |
| makuro-マクロ | macro; heel groot |
| makushita-幕下 | derde klasse van sumo worstelaars |
| makushitateru-捲し立てる | snel [veel] praten [kletsen]; ratelen; spuien |
| makuuchi-幕内 | het deel van het theaterpodium dat zich achter het gordijn bevindt; backstage; achter het toneel; in de coulissen |
| makuuchi-幕内 | sumoworstelaar met een rang hoger of gelijk aan maegashira; hoogste [senioren] divisie |
| makuuchi-幕内 | het personeel achter de schermen |
| makuwauri-真桑瓜 | (andere naam voor) Chinese [oosterse] meloen (Cucumis melo) |
| makyō-魔境 | een plaats [plek] vol demonen; een onheilspellende en angstaanjagende plek |
| māmā-まあまあ | matig; redelijk; zozo; middelmatig |
| mama-ママ | de vrouwelijke eigenaar [uitbaatster; gastvrouw] van een bar |
| mamagoto-飯事 | (kinderspel) vadertje en moedertje spelen; theepartijtje, e.d. houden met speelgoedservies |
| mamemaki-豆蒔き | het gooien van (geroosterde) sojabonen om boze geesten, duivels, e.d. te verdrijven (tijdens de setsubun ceremonie) |
| mamoru-守る | houden; bewaren (vrede; belofte; woord) |
| man-万 | tienduizend; een heel groot aantal |
| man-漫 | (in kanji combinaties) grap; humor; wijdverspreid; doelloos; zorgeloos; dwalend |
| mana-愛 | (in kanji combinaties) geliefd; dierbaar |
| manadeshi-愛弟子 | lieveling van de juf [meester; docent]; favoriete leerling |
| manako-眼 | blik; oogopslag; zicht; gezichtsveld |
| manamusuko-愛息子 | geliefde zoon |
| manamusume-愛娘 | geliefde dochter; lievelingsdochter (van iemand anders) |
| manba-漫罵 | belediging; beschimping; minachting; hoon |
| manbennaku-満遍なく | gelijkmatig; zonder uitzondering; overal |
| manbiki-万引き | winkeldief (m); winkeldievegge (v) |
| manbiki-万引き | winkeldiefstal |
| manchaku-瞞着 | fraude; bedrog; zwendel; oplichterij |
| mandara-曼荼羅 | mandala (geometrische afbeelding die metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt in Oosterse religies) |
| mandokoro-政所 | de vrouw van een edelman |
| manē-マネー | geld |
| manekin-マネキン | etalagepop; mannequin; model |
| manekineko-招き猫 | gelukskatje (beeldje van een kat die met een bewegende voorpoot klanten binnen wenkt (li-poot) of voorspoed en rijkdom binnenhaalt (re-poot)) |
| maneku-招く | veroorzaken; (onheil, etc.) over zichzelf afroepen |
| manē・biru-マネー・ビル | geldverwerving; kapitaalverwerving; het verdienen [vergaren] van geld |
| manē・furōhyō-マネー・フロー表 | geldstroom overzicht |
| manē・māketto-マネー・マーケット | geldmarkt |
| manē・ōdā-マネー・オーダー | postwissel |
| manē・rondaringu-マネー・ロンダリング | het witwassen (van geld) |
| manē・sapurai-マネー・サプライ | geldvoorraad |
| mangaichi-万が一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| mangaku-満額 | het volle bedrag; de volledige hoeveelheid |
| mangan-マンガン | mangaan (chem. element) |
| mangan-万巻 | een groot aantal [veel] boeken |
| mangen-万言 | veel woorden |
| manimani-随に | ad libitum; naar eigen inzicht [keuze; believen] |
| manisshu・rukku-マニッシュ・ルック | mannelijk uiterlijk; mannelijke uitstraling |
| manjirito-まんじりと | met heel weinig slaap |
| manjō-満場 | alle aanwezigen; de hele ruimte [zaal] |
| manjushage-曼珠沙華 | rode spinlelie (Lycoris radiata) |
| mankimaehensaihoshōryō-満期前返済保償料 | obligatielening met vervroegde aflossing |
| mankin-万金 | 10.000 yen; een grote som geld; heel veel geld |
| mankitsu-満喫 | met volle teugen genieten; met veel plezier |
| mankitsu-満喫 | voldoende [genoeg; veel] eten en drinken |
| manman-漫漫 | uitgestrekt [grenzeloos; onmetelijk groot] zijn |
| manmaru-真ん丸 | een perfecte [perfect ronde] cirkel |
| manmen-満面 | het hele gezicht |
| manmoku-満目 | zover het oog reikt; het hele gezichtsveld |
| manmon-マンモン | (Bijbel) Mammon (geldgod; god van de rijkdom) |
| manmonisuto-マンモニスト | mammonist (iemand die de geldgod Mammon aanbidt, en streeft naar rijkdom) |
| mannentake-万年茸 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
| mannen'yuki-万年雪 | eeuwige sneeuw; sneeuw (boven de sneeuwgrens) die niet smelt, maar altijd blijft liggen |
| mannerizumu-マンネリズム | maniërisme; gekunstelde stijlfiguur |
| manpai-満杯 | iets dat vol [geheel gevuld] is |
| manpokei-万歩計 | pedometer; stappenteller |
| mansai-満載 | volle lading; volledig [tot volledige capaciteit] geladen |
| mansaku-万作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| mansaku-満作 | Japanse toverhazelaar (Hamamelis japonica) |
| manseki-満席 | vol(geboekt) zijn; alle stoelen bezet (in theater, trein, vliegtuig, e.d.) |
| manshin-満身 | het hele lichaam |
| manshitsu-満室 | volgeboekt zijn (hotel, pension, e.d.) |
| mansui-満水 | volledige waterstand; hoogste waterpeil; geheel gevuld met water |
| mansurī-マンスリー | maandelijks |
| mantenka-満天下 | de hele wereld |
| manto-マント | mantel; jas |
| manto-満都 | heel Tokio |
| mantohihi-マント狒狒 | mantelbaviaan |
| mantoru-マントル | (geologie) mantel (laag tussen aardkorst en kern) |
| mantorupīsu-マントルピース | schoorsteenmantel |
| manukan-マヌカン | etalagepop; mannequin; model |
| manza-満座 | het hele gezelschap; alle aanwezigen |
| manzai-漫才 | een komische dialoog (op het toneel) |
| manzan-満山 | de hele berg; alle bergen |
| manzara-満更 | (niet) helemaal; (niet) geheel; (niet) in alle opzichten |
| manzen-漫然 | doelloos [willekeurig; lukraak; achteloos; gedachteloos] zijn |
| manzoku-満足 | toereikendheid; voldoende hoeveelheid |
| man'ichi-万一 | bij toeval; in het zeldzame [onwaarschijnlijke] geval; in geval van nood; in het ergste geval |
| man'in-満員 | (bijna) volledig bezet zijn; vol [stampvol; overvol; afgeladen] zijn; volle bak |
| maō-魔王 | satan; duivel |
| maotoko-間男 | een overspelige man; (geheime) minaar |
| mappira-真っ平 | helemaal; in ieder geval |
| mappira-真っ平 | (met ontkenning) helemaal niet; geenszins |
| mapputatsu-真っ二つ | twee gelijke delen; doormidden gedeeld |
| mare-稀 | zeldzaamheid |
| maria-マリア | Maria Magdalena (Bijbel) |
| mariashi-鞠足 | (top) kemari-speler; kemari-voetballer |
| marīnsunō-マリーンスノー | zeesneeuw (bezinksel in de diepzee bestaande uit organisch materiaal) |
| māru-マール | maar; mare (cirkelvormige krater) |
| maru-丸 | nul (bij het tellen) |
| maru-丸 | cirkel; bol |
| maru-丸 | geheel; helemaal |
| maruarai-丸洗い | het wassen van een kimono in zijn geheel (zonder eerst uit elkaar te halen) |
| maruāru-まるアール | (cirkel met een R erin; Ⓡ) het symbool voor een geregistreerd handelsmerk |
| maruboshi-丸干し | in zijn geheel gedroogde vis of rettich |
| maruchianpuhōshiki-マルチアンプ方式 | systeem met meerdere versterkers; multi-channel versterker |
| maruchichanneru-マルチチャンネル | multichannel; via meerdere kanalen |
| maruchipurukōkoku-マルチプル広告 | multi-advertising (adverteren voor meerdere vestigingen tegelijk) |
| maruchishōhō-マルチ商法 | multilevel marketing; netwerkmarketing |
| marudashi-丸出し | gehele zichtbaarheid; openheid; niets verhullend |
| marude-丸で | geheel; compleet; totaal |
| marude-丸で | (precies) zoals; bijna hetzelfde als; zo goed als; bij wijze van spreken |
| marufude-丸筆 | ronde penseel [kwast] |
| marugari-丸刈り | kort geknipt kapsel [haar] |
| marugoto-丸ごと | heel; in het geheel; compleet |
| maruhi-マル秘 | geheim; vertrouwelijk |
| marui-丸い | rond; cirkelvormig |
| marukiri-丸きり | geheel; compleet |
| marukkiri-丸っきり | geheel; compleet |
| marumado-丸窓 | een rond [cirkelvormig] raam |
| marumero-マルメロ | (uit het Portugees: marmelo) kweepeer; kweeappel; kwee (Cydonia oblonga) |
| marumi-丸み | blij [gelukkig; vredig; tevreden] zijn |
| marumōke-丸儲け | een duidelijke [afgetekende] winst |
| marunoko-丸鋸 | cirkelzaag |
| marunomi-丸ノミ | een holle beitel; guts |
| marunomi-丸呑み | iets heel doorslikken (zonder te kauwen) |
| marushī-まるシー | (cirkel met een C erin: ©) symbool van auteursrecht; copyrightteken |
| marutenjō-丸天井 | koepel; gewelfd plafond |
| maruyaki-丸焼き | voedsel in z'n geheel braden [roosteren] |
| maruyaki-丸焼き | vlees dat in z'n geheel gebraden [geroosterd] is (b.v. een hele varken of kalkoen) |
| maruzome-丸染め | een complete kimono verven (zonder hem eerst uit elkaar te halen) |
| masaguru-弄る | friemelen; spelen [rommelen; knoeien] (met); sleutelen [prutsen] (aan) |
| masashiku-正しく | precies; zeker; ongetwijfeld |
| masatsukuratchi-摩擦クラッチ | frictiekoppeling; wrijvingskoppeling |
| masatsuon-摩擦音 | een fricatief (medeklinker met wrijvend of sissend geluid, zoals f, s, ch) |
| masatsutekishitsugyō-摩擦的失業 | frictiewerkloosheid; wrijvingswerkeloosheid |
| masayume-正夢 | een droom die uitkomt; voorspellende droom |
| masen-ません | suffix dat gebruikt wordt voor ontkenning van werkwoorden in de beleefdheidsvorm (masu) |
| mashijimi-真蜆 | Corbicula leana, zoetwaterschelpdier |
| mashimasu-在す | (beleefde, erende vorm van) zijn; aanwezig zijn; verblijven |
| massaichū-真っ最中 | het midden [middelpunt] zijn; (op) het hoogtepunt zijn |
| massao-真っ青 | diepblauw; helderblauw |
| massatsu-抹殺 | eliminatie; liquidatie; uitwissing |
| massatsusuru-抹殺する | elimineren; liquideren; vermoorden; uitwissen; uitvegen; ontkennen; negeren |
| masse-末世 | een gedegenereerde wereld; tijdperk zonder moraal |
| masseki-末席 | zitplaats aan het eind van de tafel (het verst verwijderd van de eregast) |
| massetsu-末節 | kleine [onbelangrijke] details; niet-essentiële [triviale] zaken |
| massha-末社 | aan een hoofdtempel verbonden (kleinere) tempel |
| masshō-末梢 | kleine details; onbelangrijke dingen [zaken] |
| masshu・poteto-マッシュ・ポテト | aardappelpuree |
| masson-末孫 | afstammeling; nakomeling; nazaat; telg |
| masu-マス | massa; grote hoeveelheid; groot aantal |
| masu-増す | groeien; toenemen; opzwellen; vermeerderen; aankomen (in gewicht) |
| masu-鱒 | forel |
| masukumeron-マスクメロン | suikermeloen (Cucumis melo) |
| masutā-マスター | de originele geluidsopname; master-opname |
| masutābēshon-マスターベーション | masturbatie; zelfbevrediging |
| masutā・puran-マスター・プラン | masterplan; groot plan; veelomvattend plan; plan in grote lijnen |
| matagari-又借り | het uitlenen van iets dat je zelf geleend had |
| mataiden-マタイ伝 | het Evangelie volgens Matteüs (Bijbel) |
| mataifukuinsho-マタイ福音書 | het Evangelie volgens Matteüs (Bijbel) |
| matataku-瞬く | (met de ogen) knipperen; twinkelen (van sterren, e.d. |
| matawa-又は | of (wel) |
| matchi・pointo-マッチ・ポイント | (sport) matchpoint (een speler of team heeft nog 1 punt nodig voor de overwinning) |
| matchi・purē-マッチ・プレー | (golf) matchplay (wedstrijd tussen twee spelers of twee teams) |
| matehan・robotto-マテハン・ロボット | (material handling robot) industriële robot, die wordt gebruikt voor het transporteren van materialen, onderdelen, etc. |
| materiaru-マテリアル | stoffelijk; materieel; lichamelijk |
| māto-マート | markt; marktplein; handelscentrum |
| matomaru-纏まる | ordelijk gemaakt worden; samenkomen; verzameld worden |
| matomeru-纏める | verzamelen; bij elkaar brengen |
| matorikkusu-マトリックス | (wiskunde) matrix (systeem van waarden voor toepassing van rekenkundige regels) |
| matsubi-末尾 | (van documenten, e.d.) het einde; het laatste stuk [deel]; de afsluiting |
| matsubokkuri-松毬 | dennenappel; pijnappel |
| matsudai-末代 | eeuwigheid; het einde der tijden; de wereld na de dood |
| matsuei-末裔 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| matsufuguri-松陰嚢 | dennenappel; pijnappel |
| matsugaku-末学 | bijvak; studie van onbelangrijke vakken (van een lager niveau) |
| matsugaku-末学 | (bescheiden zelf-aanduiding van een) wetenschapper [geleerde] |
| matsuji-末寺 | plaatselijke tempel (onder controle van een hoofdtempel) |
| matsukasa-松毬 | dennenappel; pijnappel |
| matsukasakai-松毬貝 | zoetwatermossel (Pronodularia japanensis) |
| matsukasatokage-松毬蜥蜴 | pijnappelskink; dennenappelskink (hagedissoort: Tiliqua rugosa) |
| matsukasauo-松毬魚 | denappelvis (Monocentris japonica) |
| matsukaze-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| matsumushi-松虫 | een (den)krekel (Xenogryllus marmoratus) |
| matsuryū-末流 | nakomeling(en) |
| matsutake-松茸 | matsutake, eetbare bospaddenstoel (Tricholoma matsutake) |
| matsuyō-末葉 | nakomeling |
| mattaku-全く | helemaal; geheel; compleet; helemaal niet; niet in het minst |
| mattaku-全く | inderdaad; werkelijk; waarlijk |
| mattankakaku-末端価格 | verkoopprijs; kleinhandelsprijs; straatprijs |
| mattei-末弟 | jongste discipel [leerling; volgeling] |
| matto-マット | voerkleed; mat; canvas (boksen, worstelen) |
| mattō-全う | geheel; totaal; compleet |
| mattōsuru-全うする | ten uitvoer brengen; verrichten; bereiken (doel); volbrengen; voltooien |
| mau-眩う | duizelig zijn |
| mau-舞う | dwarrelen; ronddraaien; rondvliegen |
| maundo-マウンド | (op golfbaan) heuvel |
| maundo-マウンド | (honkbal) werpheuvel |
| mawari-回り | omwenteling; rotatie |
| mawariawase-回り合わせ | toeval; lot; geluk; lotswisseling; lotsverandering |
| mawaributai-回り舞台 | draaiend toneel; draaitoneel |
| mawaridōrō-回り灯籠 | een lantaarn waarvan de binnenste cilinder (met uitgesneden afbeeldingen) draait en schaduwen werpt op het buitenste scherm |
| mawarimochi-回り持ち | om de beurt; afwisselend; roterend |
| mawashi-回し | een lendendoek (m.n. zoals sumoworstelaars dragen) |
| mawashi-回し | mantel; omslagdoek; cape |
| mawashi-回し | groepsseks; van een prostituee het in één nacht seks met meerdere klanten achter elkaar hebben |
| mayakukaruteru-麻薬カルテル | drugskartel |
| mayakumitsubai-麻薬密売 | drugshandel |
| mayakumitsubainin-麻薬密売人 | drugshandelaar; drugsdealer |
| mayakushōnin-麻薬商人 | drugshandelaar; drugsdealer |
| mayoibashi-迷い箸 | eetstokjes die men besluiteloos van gerecht naar gerecht beweegt zonder iets te nemen (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mayoko-真横 | zijdelings; dwars; direct van de zijkant [opzij] |
| mayou-迷う | twijfelen; aarzelen |
| mazamaza-まざまざ | duidelijk [levendig] voor je (zien) |
| mazaringu・sandē-マザリング・サンデー | (Eng.: mothering sunday) Moeders Zondag (van oorsprong Christelijke feestdag op de vierde zondag van de vastentijd) |
| mazeawaseru-混ぜ合わせる | samenvoegen; bij elkaar voegen; (ver)mengen |
| mazegaki-交ぜ書き | het in kana schrijven van sommige kanji in samengestelde woorden |
| mazekoze-まぜこぜ | wirwar; mengelmoes |
| mazu-先ず | bijna; (met ontkenning) bijna niet; nauwelijks |
| mazui-不味い | onhandig; onbeholpen; stuntelig |
| mazui-不味い | lelijk; onaantrekkelijk |
| mazui-不味い | vies; onsmakelijk |
| mazumazu-先ず先ず | toelaatbaar; aanvaardbaar; acceptabel; afdoende |
| me-目 | gezichtsvermogen; gezichtsveld |
| me-目 | achtervoegsel voor de vorming van rangtelwoorden |
| me-目 | ervaring; belevenis |
| me-目 | korrel; textuur (weefsel); (brei)steek |
| me-雌 | vrouw; vrouwelijk; wijfje |
| meatarashii-目新しい | nieuw; oorspronkelijk; origineel |
| meate-目当て | doel; bedoeling |
| meawaseru-妻合わせる | uithuwelijken |
| mebana-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| meboshi-目星 | schatting; doel; oogmerk |
| meboshii-めぼしい | opvallend; opmerkelijk; belangrijk |
| mecha-滅茶 | het absurd [onredelijk; roekeloos; onmatig; buitensporig] zijn |
| mechakucha-滅茶苦茶 | onsamenhangendheid; onredelijkheid; ongerijmdheid |
| mechamecha-滅茶滅茶 | wanorde; warboel; chaos |
| mechigai-目違い | verkeerde [foute] beoordeling |
| medake-雌竹 | (lett. vrouwelijke bamboe) Pleioblastus simonie (laaggroeiende bamboe) |
| medaki-雌滝 | de kleinste (lett. vrouwelijke) van twee watervallen |
| medama-目玉 | pronkstuk; hoofdattractie; paradepaardje (fig.); meest belangrijke item; kernpunt |
| medama-目玉 | spiegelei (met hele dooier) |
| medamayaki-目玉焼き | spiegelei (met hele dooier) |
| medatta-目立った | opvallend; opmerkelijk; zichtbaar; waarneembaar |
| medetashimedetashi-めでたしめでたし | happy end; goede afloop; 'en ze leefden nog lang en gelukkig' |
| media・mikkusu-メディア・ミックス | productie- [advertentie] middelen bij meerdere soorten media |
| media・riterashī-メディア・リテラシー | mediageletterdheid; mediawijsheid |
| medium-メディウム | medium; gemiddelde |
| medo-目処 | doel; bedoeling; oogmerk |
| medorē・rirē-メドレー・リレー | (Eng.: medley relay) wisselslag estafette (zwemmen) |
| megaroporisu-メガロポリス | megalopolis (een groot stedelijk gebied van aan elkaar gegroeide steden) |
| megaton-メガトン | megaton (eenheid van massa, gelijk aan 1 miljoen ton |
| meguōmu-メグオーム | megohm, 1 miljoen ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| meguraseru-巡らせる | laten rondgaan; laten omcirkelen [ronddraaien} |
| meguriawase-巡り合わせ | toeval; lot; geluk; lotswisseling; lotsverandering |
| meguru-巡る | rondgaan; omcirkelen |
| megusuri-目薬 | oogdruppels |
| mehana-目鼻 | ogen en neus; gelaatstrekken |
| mehanadachi-目鼻立ち | gelaatstrekken |
| mei-名 | (wordt ook gebruikt voor het tellen van mensen) mens; persoon |
| meian-名案 | een goed [geweldig; briljant; fantastisch] plan [idee] |
| meibun-名文 | een mooi (geschreven) tekst; mooie literaire passage; proza in een voortreffelijke stijl |
| meibunka-明文化 | schriftelijke vaststelling [bepaling]; schriftelijke overeenkomst; voorwaarde |
| meichi-明知 | (grote) wijsheid; allesomvattend inzicht; helder inzicht; scherpzinnigheid |
| meidan-明断 | een duidelijk oordeel; duidelijke [definitieve] uitspraak |
| meido-冥土 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| meido-明度 | helderheid; lichtsterkte |
| meidō-鳴動 | gerommel; rommelend geluid; gedreun |
| meifu-冥府 | het dodenrijk; de onderwereld (Hades) |
| meifuku-冥福 | hemelse zaligheid; geluk in het hiernamaals |
| meigi-名義 | (officiële) naam |
| meigikakikae-名義書き換え | registratie van overdracht van aandelen |
| meigikakikaedairinin-名義書き換え代理人 | beheerder van het aandeelhoudersregister |
| meigin-名吟 | uitmuntend gedicht (tanka; haiku); excellente poëzie |
| meiginin-名義人 | houder (van aandelen, effecten, pacht, etc.) |
| meihaku-明白 | (over)duidelijk; onmiskenbaar; zonneklaar; klinkklaar; onomstotelijk; ondubbelzinnig; onweerlegbaar |
| meihaku-明白 | (logica) helder [duidelijk] (Fr. clair ( René Descartes) |
| meihin-名品 | beroemd voorwerp; uitstekend artikel; meesterstuk |
| meijiru-命じる | bevelen; opdragen |
| meijiru-命じる | benoemen; aanwijzen; aanstellen |
| meijitsu-名実 | in naam en in werkelijkheid |
| meika-名家 | een adelijke familie |
| meikai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| meikai-明快 | helderheid; duidelijkheid; eenduidigheid; ondubbelzinnigheid |
| meikai-明解 | heldere [duidelijke] uitleg [verklaring] |
| meikaku-明確 | duidelijk [helder] zijn |
| meikashū-名歌集 | een bijzonder goede dichtbundel |
| meiki-明記 | duidelijke omschrijving [beschrijving]; specificatie |
| meikyō-明鏡 | een heldere [goed reflecterende] spiegel |
| meikyoku-名曲 | beroemd [voortreffelijk] muziekstuk; meesterwerk |
| meikyōshisui-明鏡止水 | serene [vredige] gemoedsgesteldheid (zonder slechte gedachten) |
| meimei-冥冥 | onduidelijk; moeilijk te begrijpen |
| meimei-銘銘 | elk; ieder; iedereen; elk afzonderlijk |
| meimeinouchi-冥冥の裡 | onbewust; onopzettelijk; onverwacht; zonder erbij na te denken |
| meimoku-名目 | naam; benaming; titel |
| meimoku-名目 | voorwendsel; pretentie |
| mein-メイン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
| mein・disshu-メイン・ディッシュ | hoofdgerecht; hoofdschotel |
| mein・ibento-メイン・イベント | belangrijkste gebeurtenis [optreden]; hoofdwedstrijd; hoofdfilm; hoofdnummer |
| meirei-命令 | bevel; opdracht |
| meireisuru-命令する | bevelen |
| meirō-明朗 | helder [duidelijk; vrolijk; opgewekt; opgeruimd] zijn |
| meiryō-明瞭 | duidelijkheid; helderheid |
| meiryū-名流 | beroemdheden; notabelen; voorname personen |
| meisatsu-名刹 | beroemde tempel; tempel van naam |
| meiseki-明晰 | helderheid; duidelijkheid |
| meishi-名詞 | zelfstandig naamwoord |
| meishi-明視 | duidelijk zichtbaar zijn |
| meishin-迷信 | bijgeloof; bijgelovigheid |
| meishō-名称 | naam; benaming; titel |
| meisō-名僧 | een eminente [bekende; geleerde] priester |
| meisū-名数 | een bepaald [precies] aantal; bepaalde hoeveelheid; numerieke waarde |
| meisū-命数 | telwoord |
| meiten-名店 | een bekende [beroemde] winkel [handelszaak] |
| meitō-明答 | een duidelijk antwoord |
| meiyokaiin-名誉会員 | erelid |
| meiyokison-名誉棄損 | laster; belastering; smaad; eerroof |
| meizuru-命ずる | benoemen; aanwijzen; aanstellen |
| meizuru-命ずる | bevelen; opdragen |
| mejā-メジャー | voornaamste; belangrijkste |
| meji-目路 | gezichtsveld; gezichtsafstand |
| mejiro-目白 | Japanse brilvogel (Zosterops japonicus) |
| mejirooshi-目白押し | gedrang; gewoel |
| mekakushi-目隠し | (kinderspel) blindemannetje |
| mekatoronikusu-メカトロニクス | mechatronica (combinatie van mechanica, elektrotechniek en informatica) |
| mekiki-目利き | beoordelaar; kenner; connaisseur |
| mekiki-目利き | beoordeling |
| mekimeki-めきめき | opvallend; duidelijk zichtbaar; steeds meer |
| mekka-メッカ | (fig.) mekka; paradijs; eldorado |
| mekkemono-目っけ物 | veel geluk; mazzel |
| mekkiri-めっきり | aanzienlijk; merkbaar; opmerkelijk; behoorlijk |
| meku-めく | (als achtervoegsel) tekenen vertonen van; eruit zien als |
| mekugi-目釘 | pin [angel] (van een zwaard) |
| mēkuin-メークイン | een aardappelsoort, May Queen |
| mekuraban-盲判 | ondertekening [verzegeling; afstempeling] van een document zonder de inhoud ervan te kennen |
| mekurameppō-盲滅法 | roekeloosheid |
| memagurushii-目まぐるしい | duizelingwekkend; wervelend; draaierig; duizelig |
| memai-目眩 | duizeligheid; draaierigheid |
| memori-目盛り | schaalverdeling; maatstreep; graadverdeling |
| mēn-メーン | hoofd-; voornaamste; belangrijkste |
| men-免 | vrijstelling (van belastingen, e.d.) |
| men-麺 | noedels; mie |
| menbā-メンバー | lid (van een groep, club, etc.); deelnemer |
| menba-面罵 | het iemand openlijk [ronduit; in zijn gezicht] beledigen |
| menchi-メンチ | gehakt voedsel |
| menchō-面疔 | een karbonkel [steenpuist] in het gezicht |
| mendōkusai-面倒臭い | lastig; vervelend; te veel moeite kostend |
| mendōmi-面倒見 | zorgzaam; vriendelijk |
| menfuranneru-綿フランネル | katoenen flanel (stof) |
| menjiru-免じる | vergeven; excuseren; vrijstellen |
| menmon-面門 | filtrum; glabella |
| menōbō-めのう棒 | polijster; polijstborstel |
| mēnrebā-メーンレバー | hoofdhendel |
| menseki-免責 | aansprakelijkheidsvrijstelling; vrijstelling van aansprakelijkheid; vrijwaring; exoneratie |
| menshoku-免職 | ontheffing van een taak; ontslag; verlof [bevel] om weg te gaan (van een officiële positie) |
| menshū-免囚 | vrijgelaten gevangene; gevangene die van rechtsvervolging ontslagen is |
| menso-免租 | vrijstelling [ontheffing] van belasting(plicht) |
| menso-免訴 | verklaring van onontvankelijkheid; afwijzing; vrijspraak |
| mensō-面相 | (afk. voor) een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mensō-面相 | gelaatstrekken; gelaatsvorm; gezichtsvorm |
| mensōfude-面相筆 | een penseel met een smalle lange punt voor het schilderen van details in het gezicht, e.d. |
| mentaru-メンタル | mentaal; geestelijk; psychisch |
| mentooshi-面通し | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
| menuki-目抜き | wat het belangrijkste is; hoofd- |
| menuri-目塗り | bepleistering; verzegeling |
| menwari-面割り | osloconfrontatie; opstelling [parade] van verdachten voor identificatie door de ooggetuige(n) |
| menzai-免罪 | (religieuze) vergeving van een zonde; vergiffenis; (pauselijke) aflaat |
| menzei-免税 | belastingvrij; vrijgesteld van belastingen |
| menzeisai-免税債 | belastingvrije obligatie |
| menzeiten-免税店 | belastingvrije winkel |
| menzuru-免ずる | vergeven; excuseren; vrijstellen |
| men'orimono-綿織物 | katoen; katoenen stof [weefsel] |
| mēn・ibento-メーン・イベント | belangrijkste gebeurtenis [optreden]; hoofdwedstrijd; hoofdfilm; hoofdnummer |
| mēn・tēburu-メーン・テーブル | hoofdtafel; tafel met de belangrijkste gasten en/of gastheer [gastvrouw] |
| meppō-滅法 | buitengewoon [onredelijk; absurd] zijn; te ver gaan |
| meranin-メラニン | melanine (biologisch pigment) |
| merankorī-メランコリー | melancholie; weemoed |
| merīgōraundo-メリーゴーラウンド | carrousel; draaimolen |
| merikenko-メリケン粉 | tarwebloem; tarwemeel (m.n. van Amerikaanse tarwe) |
| merodī-メロディー | melodie |
| merodorama-メロドラマ | melodrama |
| meromero-めろめろ | een zacht ei(tje); een slappeling; een zwak hebben voor iemand |
| meron-メロン | meloen |
| meruki-メルキ | melk |
| merushī-メルシー | bedankt; dank je [u] (wel) |
| meruton-メルトン | melton (dikke wollen stof) |
| mēru・magajin-メール・マガジン | elektronisch tijdschrift; email tijdschrift; e-magazine |
| mesaki-目先 | direct; onmiddellijk |
| mesen-目線 | blikveld; kijkrichting |
| meshiyoseru-召し寄せる | iets bestellen [laten komen] |
| meson-メソン | meson (elementair deeltje) |
| mesotoron-メソトロン | meson (subatomair deeltje) |
| messe-メッセ | beurs; vakbeurs; handelsbeurs |
| mesu-雌 | vrouwelijk (van plant, dier); vrouwtje |
| mētā-メーター | meettoestel; meetinstrument; meter (b.v. taximeter) |
| mete-馬手 | de rechterhand (waarmee men de teugels van een paard vasthield) |
| metoroporisu-メトロポリス | metropool; wereldstad; hoofdstad |
| mētoruhō-メートル法 | metriek stelsel (meetmethode) |
| mētorusei-メートル制 | systeem gebaseerd op het metrieke stelsel |
| metsukeyaku-目付役 | waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
| mettana-滅多な | onbezonnen; onbesuisd; roekeloos |
| mettana-滅多な | zeldzaam; zelden (voorkomend) |
| mettani-滅多に | roekeloos; onbesuisd |
| mettani-滅多に | zelden; zeldzaam |
| meutsuri-目移り | afgeleid zijn; gebrek aan concentratie; besluiteloosheid |
| mezamashi-目覚し | (middel voor) het wakker worden [blijven] |
| mezawari-目障り | een doorn in het oog; een belediging voor het oog |
| mezo・sopurano-メゾ・ソプラノ | mezzosopraan (een middelhoge vrouwelijke zangstem tussen de sopraan en alt) |
| mezu-馬頭 | (boeddh.) demoon (beeld) met het hoofd van een paard en het lichaam van een mens |
| mezuraka-珍か | zeldzaam; ongewoon; vreemd |
| mezurashii-珍しい | zeldzaam; ongewoon; vreemd; curieus |
| mi-身 | gevoel; hart |
| mi-身 | hoofdonderdeel (bv. vlees zonder de botten, vat zonder de deksel) |
| mi-身 | (zich)zelf |
| mi-身 | (maatschappelijke) status; positie |
| mi-身 | (menselijk) lichaam |
| miai-見合い | een ontmoeting om een toekomstig huwelijk te bespreken |
| miau-見合う | elkaar aankijken |
| miawaseru-見合わせる | elkaar aankijken |
| miayamaru-見誤る | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mibae-見栄え | er goed uitzien; arrogante houding; ijdelheid |
| michakuhin-未着品 | goederen die nog geleverd moeten worden |
| michibiku-導く | leiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen |
| michiito-道糸 | vislijn (met name het eerste stuk dat aan de hengel zit) |
| michikusa-道草 | getreuzel; het nietsdoend rondhangen |
| michinaranu-道ならぬ | immoreel; onzedelijk |
| michishirube-道標 | Japanse tijgerkever (Cicindela japonica) |
| michisū-未知数 | onbekend aantal; onbekende hoeveelheid [kwantiteit; kwaliteit]; onbekend gegeven |
| michizure-道連れ | reisgenoot; reisgezel |
| midai-御台 | hofbestek (artikelen in gebruik aan het keizerlijk hof en bij de adel) |
| midai-御台 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaibandokoro-御台盤所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midaidokoro-御台所 | de vrouw van een shogun of een edelman van de hoogste rang |
| midareru-乱れる | ontregeld [verstoord] zijn; in de war [chaotisch] zijn |
| midarigawashii-濫りがわしい | ongepast; onbetamelijk; onbeleefd; onverzorgd |
| midarigawashii-濫りがわしい | wellustig; obsceen |
| midashi-見出し | krantenkop; kop; titel (v.e. artikel, hoofdstuk, etc.) |
| midashigo-見出し語 | trefwoord; hoofdwoord; lemma; titelwoord |
| midasu-乱す | verstoren; ontregelen |
| middofirudā-ミッドフィルダー | (sport) middenvelder; middenveldspeler |
| midi-ミディ | musical instrument digital interface, een digitaal systeem voor elektronische muziekinstrumenten |
| midiamu-ミディアム | midden; gemiddelde |
| midiamu-ミディアム | medium; communicatiemiddel |
| midokoro-見所 | goede eigenschap; goed punt [gedeelte]; goede scène (in film) |
| midoku-味読 | het met veel plezier [waardering] lezen (van een boek) |
| midokusuru-味読する | (een boek) met veel plezier [waardering] lezen |
| midoro-みどろ | (achtervoegsel) bedekt; besmeurd |
| midoru-ミドル | midden; middelpunt |
| midorueiji・shindorōmu-ミドルエイジ・シンドローム | midlifecrisis; middelbare leeftijdssyndroom |
| mie-見栄 | uiterlijk; ijdelheid; vertoning; vertoon |
| miebō-見栄坊 | een arrogante persoon; ijdeltuit; verwaande kwast |
| miemie-見え見え | duidelijk; helder |
| mieru-見える | (beleefd) komen; arriveren |
| miesuku-見え透く | transparant zijn; helder [duidelijk] zijn. |
| migaku-磨く | poetsen; borstelen; schrobben; polijsten |
| migaku-磨く | verbeteren; ontwikkelen; verfijnen |
| migatte-身勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| migiuchi-右打ち | (bij honkbal) een slag naar het rechtsveld; rechtshandige slagman |
| migiyotsu-右四つ | (van sumoworstelaars) greep met de rechterhand onder de linkerarm van de tegenstander |
| migoroshi-見殺し | het iemand aan zijn lot overlaten; iemand laten sterven zonder te helpen |
| migurushii-見苦しい | lelijk; onfatsoenlijk; pijnlijk [onaangenaam] om te zien |
| mihakarau-見計らう | zelf de tijd inschatten [indelen] |
| mihakarau-見計らう | iets naar eigen inzicht doen; naar eigen goeddunken iets doen; zelf beslissen over iets |
| miharairisoku-未払い利息 | opgelopen [opgebouwde] rente |
| mihariyaku-見張り役 | verspieder; uitkijk; wacht (tijdens criminele ondernemingen) |
| mihattatsu-未発達 | onontwikkeld(heid), nog niet ontwikkeld zijn |
| mihitsunokoi-未必の故意 | bewuste [opzettelijke] verwaarlozing; nalatigheid; onachtzaamheid |
| mihon'ichi-見本市 | beurs; vakbeurs; handelsbeurs |
| miihaa-みいはあ | iemand die met alle winden meedraait; aansteller; navolger |
| mīizumu-ミーイズム | zelfzuchtigheid; egoïsme |
| mijika-身近 | een hechte relatie (met iets of iemand) |
| mijime-惨め | ellendig [triest, zielig; meelijwekkend] zijn |
| mijin-微塵 | een (uiterst) klein deeltje; greintje; een klein beetje; stukje |
| mijinko-微塵粉 | tot meel vermalen kleefrijst |
| mijukumono-未熟者 | nieuweling; beginner; beginneling |
| mikaeri-見返り | beloning |
| mikai-未開 | onontwikkeld [onontgonnen] zijn |
| mikaiketsu-未解決 | iets dat nog niet opgelost [nog niet geregeld] is |
| mikajimeryō -みかじめ料 | protectiegeld |
| mikawasu-見交わす | blikken uitwisselen; elkaar aankijken |
| mikazuki-三日月 | wassende maan (3de dag na nieuwe maan); Halbe [sikkelvormige] maan |
| mikazuki-三日月 | maansikkel |
| mikazukigata-三日月形 | de vorm van een halve maan; sikkelvorm |
| miken-眉間 | ruimte tussen de wenkbrauwen; glabella (midden van het voorhoofd vlak boven de neus) |
| miketsu-未決 | onbeslistheid; onzekerheid; het hangende [in behandeling; nog niet besloten] zijn |
| miketsu-未決 | het nog niet veroordeeld [gevonnist] zijn |
| miketsu-未決 | (afk. voor) verdachte die in hechtenis is genomen (en nog niet is veroordeeld) |
| miketsushū-未決囚 | verdachte die in hechtenis is genomen (maar nog niet is veroordeeld) |
| miki-幹 | hoofdbestanddeel; het belangrijkste onderdeel van iets |
| mikirihin-見切り品 | aanbieding; koopje; artikel dat in prijs is verlaagd |
| mikiru-見切る | duidelijk [goed] (kunnen) zien [opmerken; onderscheiden] |
| mikisā-ミキサー | mixer (groente- of fruitmixer; cementmixer; geluidsmixer) |
| mikishingu-ミキシング | het combineren [mengen] van audio- en videobeelden |
| mikiwameru-見極める | doorzien; doorgronden; helemaal begrijpen |
| mikkabōzu-三日坊主 | (lett. een boeddhistische priester voor drie dagen) een uitdrukking voor iemand die snel ergens mee ophoudt [het bijltje erbij neergooit] |
| mikkō-密航 | het als verstekeling [clandestien] reizen [aan boord gaan] (van een schip of vliegtuig) |
| mikkusu-ミックス | mengsel; vermenging; mix |
| miko-巫女 | tempelmaagd, dienares (en medium) bij een Shinto-schrijn |
| mikōkaikabu-未公開株 | niet-genoteerde aandelen (die aan particulieren worden aangeboden); een particulier verhandeld aandeel |
| mikomi-見込み | voorspelling; verwachting; berekening; (in)schatting |
| mikomu-見込む | verwachten; voorspellen; berekenen; (in)schatten |
| mikoshi-神輿 | (shinto) palankijn [draagbare schrijn] die voor een religieuze viering door een groot aantal buurtbewoners in een parade gedragen wordt |
| mikosu-見越す | verwachten; voorspellen; vooruitkijken |
| mikoto-尊 | (een eretitel voor ) een god; edelman |
| mikudarihan-三下り半 | echtscheidingsbrief (in de Edo periode geschreven in drie en een halve regel) |
| mikuraberu-見比べる | (dingen bekijken en) met elkaar vergelijken; |
| mikuro-ミクロ | micro; heel klein |
| mikusuto・daburusu-ミクスト・ダブルス | gemengd dubbelspel (bij tennis, e.d.) |
| mikuzu-水屑 | afval (drijvend) in het water; ook gebruikt als metafoor voor saaie [nutteloze; vluchtige] dingen |
| mimachieru-見間違える | verkeerd zien [begrijpen; beoordelen]; niet herkennen |
| mimagau-見紛う | verkeerd beoordelen [zien; interpreteren] |
| mimai-見舞い | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| miman-未満 | minder dan; nog niet bereikte hoeveelheid |
| mimau-見舞う | het iemand beterschap [sterkte] wensen; het uiten van bezorgdheid [medeleven] (per kaart, brief, pakje, etc.) |
| mime-見目 | uiterlijk; voorkomen; gezicht; gelaatstrekken |
| mimekatachi-見目形 | (iemand's) voorkomen; verschijning; (gelaat en) gestalte |
| mimigakumon-耳学問 | het improviseren; afgaan op wat je hebt gehoord; op z'n gevoel afgaan |
| mimikazari-耳飾り | oorbel; oorring |
| mimitabu-耳朶 | oorlel |
| mimiyori-耳寄り | welkom [bemoedigend] zijn |
| mimizunaku-蚯蚓鳴く | het geluid van de regenwormen (in de (regenachtige) herfstnacht; wordt gebruikt als uitdrukking voor eenzaamheid) |
| mimodae-身悶え | het kronkelen; krimpen (van pijn; angst, e.d.) |
| minage-身投げ | zelfmoord door (van hoogte) in water, of van een gebouw of steile rots, te springen |
| minakuchi-水口 | inlaatsluis voor rijstvelden |
| minamihankyū-南半球 | het zuidelijk halfrond |
| minamijūjisei-南十字星 | (sterrenbeeld astronomie) Zuiderkruis; Crux |
| minamijūjiza-南十字座 | (sterrenbeeld astronomie) Zuiderkruis; Crux |
| minamikaze-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind |
| minasama-皆様 | (formeel) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minasu-見做す | overwegen; beschouwen; vergelijken |
| minasugen'yu-ミナス原油 | Minas-olieveld (in centraal Sumatra, Indonesië) |
| minawa-水泡 | (vloeistof) schuim; belletjes; bruis |
| minazuki-水無月 | zoete driehoekjes van rijst gelatine met een laagje adukibonen erop |
| mindo-民度 | culturele [economische; maatschappelijke] standaard (van een volk); levensstandaard |
| mineraru-ミネラル | mineraal; delfstof; erts |
| minikui-見難い | onduidelijk; onleesbaar |
| minikui-醜い | lelijk; onooglijk; onaantrekkelijk; afzichtelijk |
| minion-ミニオン | lieveling; volgeling; hielenlikker |
| minjisoshō-民事訴訟 | civiel proces |
| minkan-民間 | privé; burgerlijk; civiel; niet openbaar; niet publiek |
| minkanhōsō-民間放送 | commerciële omroep |
| minkanhōsōkyoku-民間放送局 | commercieel tv [radio] station |
| minkanryōhō-民間療法 | oude huismiddeltjes; geneesmiddeltjes uit grootmoeders tijd |
| minkanshinkō-民間信仰 | volksgeloof |
| minku-ミンク | minkmantel; nertsmantel |
| mino-蓑 | traditioneel Japans regenjasje [cape] gemaakt van stro |
| minofurikata-身の振り方 | (je eigen) (toekomstige) handelwijze [gedrag]; hoe je je zal (gaan) gedragen |
| minoshirokin-身代金 | losgeld |
| minoue-身の上 | menselijk lot; lotsbestemming |
| minpō-民放 | commerciële omroep |
| minpō-民法 | burgelijk wetboek |
| minso-民訴 | civiel proces |
| min'yō-民謡 | (traditioneel) volksliedje |
| miokuri-見送り | afscheid; uitgeleide |
| miokuru-見送る | iemand uitgeleide doen [uitzwaaien; wegbrengen] |
| miosame-見納め | een laatste blik; vaarwel |
| miotori-見劣り | ongunstige vergelijking |
| mioyoseru-身を寄せる | onder andermans dak leven; afhankelijk zijn [worden] van iemand; hulp [bescherming] zoeken |
| mirā-ミラー | spiegel |
| mirāju-ミラージュ | luchtspiegeling; fata morgana |
| mirāju-ミラージュ | hallucinatie; zinsbegoocheling; illusie |
| mirakuru-ミラクル | wonder; mirakel |
| mirareru-見られる | (beleefdheidsvorm) zien |
| mirā・bōru-ミラー・ボール | spiegelbol; discobal |
| miri-ミリ | milli- (1000ste deel) |
| mirin-味醂 | mirin, een zoete rijstwijn die voornamelijk gebruikt wordt als ingrediënt bij het koken |
| mīru-ミール | mir (Russische plattelandsgemeenschap, voor 1917) |
| mirugai-海松貝 | paardenschelp; gaperschelp (Tresus keenae) |
| miruku-ミルク | melk; koemelk; gecondenseerde melk |
| mirumiru-見る見る | in een oogwenk; heel snel; gestaag |
| miryokuteki-魅力的 | charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk |
| misanga-ミサンガ | een geluksarmbandje (van geknoopt koord) |
| misao-操 | kuisheid; maagdelijkheid |
| mise-店 | winkel; zaak; restaurant |
| miseba-見せ場 | belangrijkste [beste] scène (van een toneelstuk of film) |
| miseban-店番 | winkelier; winkelbediende |
| miseban-店番 | het exploiteren [uitbaten] van een winkel |
| misebiraki-店開き | het openen van een nieuwe winkel [zaak; bedrijf] |
| misebiraki-店開き | het openen van een winkel (op een bepaalde tijd van de dag) |
| misedokoro-見せ所 | plek [gelegenheid] waar je laat zien wat je kunt |
| misegamae-店構え | de vormgeving [het uiterlijk] van een winkelpui |
| misegane-見せ金 | geld om te laten zien (dat je echt geld hebt) |
| miseguchi-店口 | winkelpui; winkelgevel |
| misejimai-店仕舞い | het voorgoed sluiten van [stoppen met] een winkel [zaak; bedrijf] |
| misejimai-店仕舞い | het sluiten van een winkel (op een bepaalde tijd van de dag) |
| misemono-見世物 | tentoonstelling; show; uitstalling |
| miseshime-見せしめ | les; waarschuwing; voorbeeld |
| mishō-未詳 | onbekend; [niet vastgesteld; niet geïdentificeerd] zijn |
| mishūkin-未収金 | (geld) vordering |
| mishuran・gaido-ミシュラン・ガイド | Michelingids |
| miso-味噌 | een belangrijk punt; goede eigenschap |
| misokonau-見損なう | over het hoofd zien; verkeerd inschatten [beoordelen] |
| misoppa-味噌っ歯 | rotte melktand |
| misosazai-鷦鷯 | winterkoning; winterkoninkje (vogel: Troglodytes troglodytes) |
| misosuri-味噌擂り | het stampen van miso in een vijzel |
| misosuri-味噌擂り | (afk. voor) een monnik die eenvoudige taken uitvoert in een tempel; denigrerende term voor een monnik |
| misosuribōzu-味噌擂り坊主 | een monnik die eenvoudige taken uitvoert in een tempel |
| missei-密生 | dichtbegroeid zijn; dicht op elkaar groeien; bossig zijn |
| missen-密栓 | het afdoppen [hermetisch afsluiten; verzegelen]; luchtdichte stop |
| missensuru-密栓する | afdoppen; (hermetisch) afsluiten; verzegelen |
| missetsu-密接 | nauwe verbondenheid; dicht bij elkaar zijn |
| misshingu・rinku-ミッシング・リンク | ontbrekende schakel (in de evolutietheorie, een fossiele overgangsvorm) |
| missho-密書 | vertrouwelijk [geheim] bericht [document] |
| misshon-ミッション | missie; zending; evangelisatie |
| misshon-ミッション | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
| missō-密送 | heimelijke verzending |
| misui-未遂 | (mislukte) poging (tot een misdaad, zelfmoord, e.d.) |
| misuterī-ミステリー | mysterie; raadsel; geheim |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitarashi-御手洗 | een plaats waar pelgrims voorafgaand aan het bezoek van een heiligdom hun handen en mond reinigen. |
| mitarashi-御手洗 | (afk. voor) een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| mitarashigawa-御手洗川 | een rivier die vlakbij een heiligdom stroomt (en ook door pelgrims wordt gebruikt om hun mond met water te spoelen) |
| mitarashimatsuri-御手洗祭 | een festival dat (oorspronkelijk) op 7 juli wordt gehouden in het Kitano Tenmangu-heiligdom in Kyoto |
| mitate-見立て | keuze; selectie |
| mitateru-見立てる | kiezen; selecteren |
| mitatsuyokin-未達預金 | niet op tijd aangeleverd [verwerkt] deposito |
| mitchaku-密着 | nauwe verbinding; sterke relevantie |
| mitei-未定 | iets dat nog niet is vastgesteld [besloten; beslist] |
| mitogameru-見咎める | betwijfelen; in twijfel trekken; iets aan te merken hebben |
| mitome-認め | (afk. voor) persoonlijk [privé] zegel |
| mitomein-認め印 | persoonlijk [privé] zegel |
| mitomeru-認める | zien; waarnemen; onderscheiden; herkennen; (be)merken; vaststellen |
| mitooshi-見通し | verwachting; voorspelling |
| mitorizan-見取り算 | een berekening maken op een abacus (houten telraam) |
| mitsuba-三つ葉 | Japanse peterselie (Cryptotaenia japonica) |
| mitsubai-密売 | een illegale [clandestiene] verkoop [handel]; smokkelarij |
| mitsuga-密画 | gedetailleerde tekening [afbeelding] |
| mitsugi-密儀 | geheime rituelen |
| mitsugi-密議 | geheim overleg; conclaaf; vertrouwelijk gesprek |
| mitsuke-見付 | toegangsweg [oprit] (naar een kasteel) |
| mitsumorisho-見積り書 | schriftelijke schatting [berekening; citaat] |
| mitsunyūkoku-密入国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land binnenkomen |
| mitsushukkoku-密出国 | heimelijk [stiekem; illegaal] het land verlaten |
| mitsuyu-密輸 | smokkel; smokkelarij |
| mitsuyubi-三つ指 | een beleefde buiging met drie vingers op de grond (duim, wijsvinger en middelvinger.) |
| mitsuyunyū-密輸入 | het (land) in smokkelen; naar binnen smokkelen |
| mitsuyunyūsuru-密輸入する | binnensmokkelen |
| mitsuyushutsu-密輸出 | het (land) uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| mitsuyushutsusuru-密輸出する | uit smokkelen; naar buiten smokkelen |
| mittomonai-みっともない | schandelijk; beschamend; ongepast; onbehoorlijk; onfatsoenlijk; onbetamelijk |
| miuchi-身内 | familielid |
| miuchi-身内 | het gehele lichaam |
| miuchi-身内 | (gokwereld) bendelid |
| miuke-身請け | losgeld; losprijs |
| miwake-見分け | het onderscheiden [onderscheid maken; uit elkaar houden] |
| miwakeru-見分ける | onderscheiden; onderscheid maken; uit elkaar houden |
| miya-宮 | (shinto) tempel |
| miyabi-雅 | elegant [verfijnd; gracieus] zijn |
| miyadaiku-宮大工 | timmerman die gespecialiseerd is in oude architectuur (zoals heiligdommen, tempels en paleizen) |
| miyakoochi-都落ち | op het platteland gaan leven; buiten gaan wonen |
| miyamagarasu-深山烏 | roek (vogel, Corvus frugilegus) |
| miyasui-見易い | duidelijk; helder; makkelijk te zien [begrijpen] |
| miyoi-見好い | makkelijk [goed] te zien |
| mizeraburu-ミゼラブル | ellendig; armzalig; beroerd; miserabel |
| mizorenabe-霙鍋 | een hotpot schotel met geraspte daikon |
| mizuashi-水足 | de snelheid van stromend water |
| mizuasobi-水遊び | gespartel (in water); waterpret |
| mizuasobisuru-水遊びする | spartelen [spelen] in het water; pootjebaden |
| mizuatari-水中り | waterintoxicatie; watervergiftiging (door teveel water drinken) |
| mizubara-水腹 | een volle buik door teveel water gedronken te hebben |
| mizubari-水張り | natte stof [papier] uitspreiden zodat het zonder kreukels opdroogt |
| mizubashō-水芭蕉 | Moerasaronskelk (Lysichiton camtschatcensis) |
| mizubitashi-水浸し | overstroming; onderdompeling |
| mizubōsō-水疱瘡 | waterpokken; varizellen |
| mizudori-水鳥 | watervogel |
| mizue-水絵 | aquarel; waterverfschilderij |
| mizugameza-水瓶座 | (sterrenbeeld) Waterman (Aquarius) |
| mizugashi-水菓子 | gelatinepudding |
| mizugei-水芸 | het goochelen [jongleren] met water |
| mizugori-水垢離 | rituele [ceremoniële] reiniging met (koud) water |
| mizuguki-水茎 | schrijfpenseel; penseelstreek |
| mizuhamigaki-水歯磨き | mondspoelling |
| mizuirazu-水入らず | alleen; onder elkaar |
| mizuiri-水入り | korte tussenpauze voor (sumo)worstelaars als een partij lang duurt |
| mizuiro-水色 | lichtblauw; hemel(s)blauw; azuur; turkoois |
| mizukagami-水鏡 | waterspiegel; spiegelend wateroppervlak |
| mizukagen-水加減 | de juiste hoeveelheid water om een gerecht klaar te maken (b.v. rijst te koken) |
| mizukakeron-水掛け論 | een eindeloze [zinloze] discussie |
| mizukasa-水嵩 | watervolume; hoeveelheid water |
| mizukemuri-水煙 | mist [nevel] die boven het water hangt |
| mizuki-水木 | tafelkornoelje (Cornus controversa) |
| mizukoboshi-水翻し | spoelkom (voor omspoelen van theekommen b.v. bij theeceremonie) |
| mizuku-水漬く | doorweekt [ondergedompeld; doordrenkt] worden (in water) |
| mizukusai-水臭い | afstandelijk; gereserveerd |
| mizumashishihon-水増し資本 | het verwateren van kapitaal (d.w.z. nieuwe aandelen uitgeven op de bestaande activa) |
| mizumushi-水虫 | voetschimmel |
| mizusakazuki-水杯 | het ritueel van het gezamenlijk inschenken en drinken van water waarbij men voorgoed afscheid neemt van elkaar |
| mizushigoto-水仕事 | huishoudelijk werk, zoals schrobben, boenen en wassen |
| mizushōbai-水商売 | onzekere [risicovolle] handel [zaken]; het werken in het uitgaansleven |
| mizuta-水田 | (waterig) rijstveld; sawa |
| mizutama-水玉 | waterdruppel; dauwdruppel |
| mizutamari-水溜り | waterplas; poel; plas water |
| mizutori-水鳥 | watervogel |
| mizuyōkan-水羊羹 | zachte (aduki)bonen jelly |
| mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) inundatie; het onder water zetten (van een kasteel bij een belegering) |
| mizuzeme-水攻め | (de tactiek van) het afsnijden van de watertoevoer (van een kasteel bij een belegering) |
| mizuzeme-水責め | waterbehandeling; watermarteling |
| mo-も | ook; evenals; evenzo; reeds; zelfs |
| mō-もう | spoedig; weldra |
| mō-妄 | (in kanji combinaties) roekeloos; wild; gedachteloos; excessief; vals; leugen; onzin |
| mo-模 | (in kanji combinaties) voorbeeld; imitatoren; namaken; (uit)proberen; vorm |
| mō-猛 | (in kanji combinaties) hevig [intens; fel; eind; energiek; extreem] zijn |
| mo-茂 | (in kanji combinaties) dichtbegroeid; welige groei; overwoekerd |
| moare-モアレ | (textiel) stof [weefsel] met een moirépatroon |
| mobairu-モバイル | mobiel; mobiele telefoon |
| mobbu-モッブ | menigte; meute; gepeupel |
| mobīru-モビール | mobiel; mobile (decoratief hangend, bewegend voorwerp) |
| mobo-モボ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| mōbosansennooshie-孟母三遷の教え | het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind (naar een oud verhaal over Mencius' moeder die 3 keer verhuisde daarvoor) |
| mochi-望 | 15e dag van elke maand in de maankalender |
| mochi-黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| mochiai-持ち合い | wederzijdse hulp; onderlinge afhankelijkheid |
| mochiawase-持ち合わせ | (geld) bij zich (hebben); in voorraad |
| mochibun-持ち分 | iemand's deel [percentage; rente]; quotum |
| mochigoma-持ち駒 | reserve personeel [mensen] |
| mochihada-餅肌 | een (fluweel)zachte huid |
| mochikabu-持ち株 | iemand's aandelen [effecten] |
| mochikakeru-持ちかける | voorstellen; een voorstel [plan] indienen |
| mochikiri-持ち切り | een veelbesproken kwestie |
| mochikomu-持ち込む | voorstellen; iem. benaderen; aanspreken |
| mochikosu-持ち越す | uitstellen; vooruitschuiven |
| mochinaosu-持ち直す | herstellen; verbeteren; doen herleven [opbloeien] |
| mochinige-持ち逃げ | weglopen; (met iets) ervandoor gaan; stelen |
| mochinoki-黐の木 | een hulstboom (Ilex integra, ook wel mochi-boom genoemd) |
| mochiron-勿論 | natuurlijk; zeker; vanzelfsprekend |
| mochiya-餅屋 | winkel waar men mochi (rijst cakes) verkoopt; verkoper van mochi |
| mochiyoru-持ち寄る | (lasten; kosten) bundelen; samenvoegen; verdelen |
| mōchō-猛鳥 | roofvogel |
| modaeru-悶える | gekweld [angstig; ongerust] zijn [worden] |
| modaeru-悶える | kronkelen (van de pijn) |
| modan・boi-モダン・ボイ | Japanse man die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en levensstijl volgde |
| modan・gāru-モダン・ガール | Japanse vrouwen die na de 1e Wereldoorlog de Westerse mode en leefstijl volgden |
| mōde-詣で | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| moderingu-モデリング | modellering; het vorm geven |
| moderu-モデル | model; fotomodel; type; vorm; toonbeeld; sjabloon; voorbeeld |
| mōderu-詣でる | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| moderuiyā-モデルイヤー | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| moderu・chenji-モデル・チェンジ | verandering [aanpassing] van een model; restyling; facelift |
| moderu・gan-モデル・ガン | modelgeweer; model van een pistool [geweer] |
| moderu・kēsu-モデル・ケース | een (typisch) voorbeeld [geval; model] |
| mōdō-妄動 | onbezonnen [roekeloze] daad |
| mōdōken-盲導犬 | blindengeleidehond |
| modoki-擬き | (als achtervoegsel bij een zelfst. naamwoord) -achtig; pseudo-; imitatie-; nep- |
| mōdoku-猛毒 | dodelijk gif |
| modore-モドレ | het modelleren; boetseren |
| modori-戻り | terugkeer; herstel; reactie; opleving (van een markt) |
| modoriuri-戻り売り | verkoop (van aandelen) op het moment dat een lagere marktwaarde weer omhoog gaat |
| moegara-燃え殻 | sintel; verbrande steenkool; verbrandingsoverblijfsel |
| moegi-萌葱 | geelgroen |
| moegiiro-萌黄色 | geelgroene kleur |
| moenokori-燃え残り | verkoold stuk hout; as; verbrandingsresten; sintels; overgebleven stompje van een kaars |
| moesakaru-燃え盛る | oplaaien van een brand [vuur]; fel [hevig] branden |
| moetatsu-燃え立つ | het aanwakkeren van gevoelens |
| moetatsu-燃え立つ | het doen oplaaien van een brand; hevig branden; fel kleuren |
| moga-モガ | Japanse vrouw die na de 1e Wereldoorlog de westerse mode en leefstijl volgde |
| mogaribue-虎落笛 | het fluitende geluid van een winterse wind die door een bamboe hek waait |
| mōgen-妄言 | onbezonnen [gedachteloze] opmerking [woorden] |
| mogibashi-もぎ箸 | eetstokjes waarvan restjes eten afgelikt worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| mogidō-没義道 | onmenselijkheid; wreedheid; meedogenloosheid |
| mogomogo-もごもご | (onomatopee) mompelend; prevelend; binnensmonds pratend; kauwend; knagend; knabbelend; kronkelend; wriemelend |
| mogumogu-もぐもぐ | (onomatopee) mompelend; kauwend; knabbelend; kronkelend |
| mogumogusuru-もぐもぐする | (onomatopee) mompelen; kauwen; knabbelen; kronkelen |
| mogurauchi-土竜打ち | ceremonie voor een goede oogst op 14 januari waarbij kinderen met stokken of bundels van strooi op de grond slaan om mollen te verjagen |
| mōguru-モーグル | mogul, een soort freestyle skiën (op bobbelige hellingen) |
| mogusa-艾 | moxa; bijvoetwol (brandmiddel gebruikt in geneeskunde) |
| mohan-模範 | voorbeeld; model |
| mōhitsu-毛筆 | penseel (vervaardigd met natuurlijke materialen, zoals diereharen); kwast |
| mōhitsu-毛筆 | het schrijven [schrijfwerk; kalligrafie] met een dergelijk penseel |
| mōi-猛威 | woestheid; woede; heftigheid; geweld; enorme kracht |
| mōjiki-もうじき | weldra; binnenkort; bijna |
| mojimoji-もじもじ | (onomatopee) terughoudend; aarzelend; friemelend; rusteloos |
| mojiru-捩る | draaien; wikkelen; verdraaien |
| mojūru-モジュール | module (deel van een ruimtevaartuig of machine dat afzonderlijk kan functioneren) |
| mōkaru-儲かる | winstgevend zijn; rendabel zijn |
| mokashin-モカシン | mocassin (traditioneel schoeisel van inheemse volkeren in Noord-Amerika) |
| mōkeguchi-儲け口 | manier om geld te verdienen; bron van inkomsten |
| mokei-模型 | model; maquette |
| mōkeru-儲ける | verkrijgen; (geld) verdienen; winst maken; inkomsten genereren |
| mōkeru-設ける | voorzien; voorbereiden; vaststellen; regelen |
| mōkin-猛禽 | roofvogel |
| mōkinrui-猛禽類 | roofvogels |
| mokkan-木簡 | een smalle strook hout waarop officiële stukken tekst werden geschreven (in het oude China en Japan) |
| mokkō-黙考 | overdenking; overpeinzing; bespiegeling |
| mōko-猛虎 | (een metafoor voor) iets dat sterk en gewelddadig is |
| mōkohan-蒙古斑 | mongolenvlek; archipelvlek (aangeboren blauw-grijze pigmentvlek) |
| moku-木 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) hout |
| mokuba-木馬 | paard (turntoestel) |
| mokuba-木馬 | houten paard; hobbelpaard |
| mokubu-木部 | (plantkunde) xyleem (houtachtig weefsel) |
| mokuhyō-目標 | doel; doelwit |
| mokuhyō-目標 | doelstelling; iets waar je naar streeft |
| mokushi-黙示 | (Bijbel) Openbaring; Apocalyps |
| mokushi-黙示 | onthulling; revelatie; bekendmaking; openbaarmaking |
| mokushiroku-黙示録 | (Bijbel) de Openbaring |
| mokushitsusen'i-木質繊維 | houtvezel |
| mokushō-目睫 | heel dichtbij; vlak voor je ogen |
| mokusu-目す | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| mokusuru-目する | beschouwen [zien; beoordelen] als |
| mokuteki-目的 | bedoeling; doel; streven; oogmerk; intentie |
| mokutekichi-目的地 | plaats van bestemming; reisdoel; eindpunt |
| momiai-揉み合い | schermutseling; worsteling; geduw en getrek |
| momiai-揉み合い | schommelingen in aandelenkoersen |
| momijioroshi-紅葉下ろし | samen geraspte daikon (rettich) en togarashi (rode peper); geraspte daikon en geraspte wortel |
| momikesu-揉み消す | (fig.) n de doofpot stoppen; verdoezelen |
| momizumu-モミズム | buitensporige aandacht van een overbezorgde of aanhankelijke moeders voor haar kind |
| momochidori-百千鳥 | plevier (vogelsoort) |
| momochidori-百千鳥 | vele verschillende vogels |
| mōmokuteki-盲目的 | blindelings; blind (fig.) |
| momu-揉む | (handel) een klein bod (hoog of laag) doen op de beurs (vaak in herhaling) |
| momu-揉む | irriteren; ergeren; fel debateren |
| mon-悶 | zielenpijn; (ondraaglijke) pijn; kwelling |
| mon-門 | telwoord voor kanonnen |
| mon-門 | volgeling; discipel; leerling |
| monaka-最中 | met azuki-bonenpasta gevulde mochi-wafel |
| monaka-最中 | middelpunt; centrum |
| mondo-モンド | Mondo (wereld), een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mondoeiga-モンド映画 | Mondo, een filmgenre met een sensationele weergave van vreemde culturen, vaak over taboeonderwerpen zoals seks en dood |
| mōnen-妄念 | aanhoudende [voortdurende] betwijfeling; (boeddh.) verkeerde ideeën [gedachten] |
| mongaifushutsu-門外不出 | verbod op het meenemen van waardevolle boeken of artikelen uit een collectie |
| mōningu・kōru-モーニング・コール | wake-upcall; telefoontje om iemand (b.v. een hotelgast) op verzoek te wekken 's morgens |
| monitā-モニター | monitor; beeldscherm |
| monjin-門人 | leerling; pupil; discipel; volgeling |
| monju-文殊 | Manjushri, bodhisattva die helpt onwetendheid te overwinnen en wijsheid te bereiken |
| monka-もんか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
| monka-門下 | onder begeleiding van |
| monka-門下 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
| monkasei-門下生 | leerling; pupil; volgeling; discipel |
| monkī-モンキー | verstelbare moersleutel |
| monkī・renchi-モンキー・レンチ | verstelbare moersleutel |
| monkī・supana-モンキー・スパナ | verstelbare moersleutel |
| monkokaihō-門戸開放 | opendeurpolitiek; opendeurbeleid |
| monkokaihōseisaku-門戸開放政策 | opendeurpolitiek; opendeurbeleid |
| monkon-門閫 | hoge drempel [dorpel] bij een poort (bij Japanse kastelen, boeddhistische tempels, e.d.) |
| mono-モノ | mono; enkel |
| mono-物 | voorwerp; object; ding; artikel; goederen |
| monoganashii-物悲しい | droevig; melancholisch |
| monogatari-物語 | verhaal; vertelling |
| monogataru-物語る | vertellen; verhalen |
| monogoi-物乞い | gebedel; bedelaar |
| monogoisuru-物乞いする | bedelen |
| monogurafu-モノグラフ | monografie (verhandeling, artikel of onderzoeksrapport over één onderwerp) |
| monoka-ものか | ik vraag me af; is dat zo; alsof; hoe (in hemelsnaam) |
| monomochi-物持ち | een rijke (persoon); iemand met veel geld |
| monomorai-物貰い | bedelaar |
| mononoaware-物の哀れ | een sterk (ethisch) gevoel [waardering] voor schoonheid (van de natuur) |
| mononokazu-物の数 | iets belangrijks; iets dat de moeite waard is |
| mononomigotoni-物の見事に | duidelijk; vanzelfsprekend; levendig |
| monoo-ものを | hoewel |
| monoosoroshii-物恐ろしい | spookachtig; griezelig; angstaanjagend |
| monooto-物音 | een geluid; klank |
| monosabiru-物寂びる | zich verlaten [eenzaam; verwaarloosd; troosteloos] voelen |
| monosabishii-物寂しい | eenzaam; verlaten; troosteloos |
| monoshiri-物知り | iemand met veel kennis [informatie]; een goed geïnformeerde [erudiete] persoon |
| monoshirigao-物知り顔 | een veelbetekenende [veelwetende] blik [houding] |
| monosugoi-物凄い | geweldig; fantastisch; prachtig |
| monosugoi-物凄い | verschrikkelijk; vreselijk; afschuwelijk |
| monoui-物憂い | lusteloos; futloos; apathisch; melancholisch |
| monowakare-物別れ | onenigheid; breuk (in onderhandelingen) |
| monowakari-物分り | begrip; medeleven; sympathie |
| monoyawaraka-物柔らか | mildheid; zachtheid; vriendelijkheid; rustig voorkomen |
| monpe-もんぺ | (wijde) werkbroek (met touwtjes om de enkels, m.n. gedragen door vrouwen op het platteland en in fabrieken) |
| monrōshugi-モンロー主義 | monroeleer (genoemd naar de Amerikaanse president James Monroe) |
| monshu-門主 | hoofdpriester van een boeddhistische sekte [tempel] |
| monshu-門主 | hoofdpriester van de Hoganji tempel |
| monsutera-モンステラ | gatenplant; monstera (deliciosa) |
| montoshū-門徒宗 | (informele naam voor Jōdoshinshū) Japanse Boeddhistische stroming |
| monukenokara-蛻の殻 | (lett.) het (lege) afgeworpen vel van een reptiel of insect |
| monukenokara-蛻の殻 | lijk; dood lichaam (waaruit de ziel verdwenen is) |
| monzeki-門跡 | (de priester die verantwoordelijk is voor) een tempel waar de leerstellingen van de stichter van de sekte zijn overgeleverd |
| monzeki-門跡 | (informeel) hoofdpriester van de Hōganji tempel (van de Pure Land sekte) |
| monzenbarai-門前払い | afwijzing van aanvragen [verzoeken; klachten; deelnames] |
| monzenbarai-門前払い | (Edo periode) wegsturing van criminelen [veroordeelden] bij de poort van een magistraat |
| monzenmachi-門前町 | tempelstad (een stad gebouwd voor de poorten van heiligdommen en tempels) |
| monzetsu-悶絶 | het kronkelen [flauwvallen] van de pijn |
| mon'an-問安 | informeren naar de veiligheid [het welzijn] van een hogere in rang |
| mon'yō-文様 | patroon; model; ontwerp |
| moraijichi-貰い乳 | een zuigeling; baby die gezoogd wordt |
| morainaki-貰い泣き | (uit sympathie) met iemand mee huilen; tranen van medeleven |
| morāru-モラール | moreel; mentale veerkracht |
| morarusensu-モラルセンス | moreel besef |
| morāru・sābei-モラール・サーベイ | moreel onderzoek naar tevredenheid van werknemers over arbeidscondities |
| moraru・sapōto-モラル・サポート | morele steun [bijstand] |
| moratoriamu-モラトリアム | tijdelijke opschorting (van uitvoering) |
| moratoriamu-モラトリアム | moratorium; uitstel van betaling |
| morau-貰う | een gunst [handeling] ontvangen; iemand iets laten doen voor je |
| moreru-漏れる | lekken; doorsijpelen; doorschijnen; doorkomen |
| moriagari-盛り上がり | opzwelling; climax |
| moriagaru-盛り上がる | opzwellen; opkomen |
| moriageru-盛り上げる | opstapelen; ophopen |
| moribana-盛り花 | (bakje) zout bij een ingang als geluksbrenger |
| moribuden-モリブデン | molybdeen (chem. element) |
| morigashi-盛り菓子 | een stapeltje [bakje] met snoep(jes) |
| morijio-盛り塩 | een hoopje zout bij de voordeur (van restaurants, etc.) als gelukaanbrenger |
| morikaesu-盛り返す | terugkrijgen; (zich) herstellen; herwinnen |
| morikiri-盛り切り | een (enkele) portie rijst |
| morishio-盛り塩 | (bakje) zout bij een ingang als geluksbrenger |
| morisoba-盛り蕎麦 | soba (boekweitnoedels) op een rieten schaal |
| moritateru-守り立てる | ondersteunen; helpen om iets te bereiken |
| mōrō-朦朧 | vaag [wazig; onduidelijk; bewolkt; nevelig] zijn |
| morobito-諸人 | veel mensen; iedereen; allerlei mensen |
| morozashi-両差し | (sumo) dubbele onderarm greep |
| mōru-モール | winkelcentrum; winkelgalerij |
| moru-盛る | opstapelen |
| morutaru-モルタル | mortel; metselspecie |
| mosa-猛者 | een dappere [sterke] man; een heldhaftige strijder |
| mōshide-申し出 | voorstel; aanbieding; aanbod; verzoek; aanvraag |
| mōshideru-申し出る | voorstellen; suggereren; een suggestie doen; aanbieden; een aanbod doen; aanvragen; verzoeken |
| mōshiide-申し出で | voorstel; aanbieding; aanbod; verzoek; aanvraag |
| mōshiire-申し入れ | voorstel; aanbod; kennisgeving |
| mōshiireru-申し入れる | voorstellen; aanbieden; een voorstel [aanbod] doen; opmerkingen maken (over); (iets) laten weten |
| moshika-若しか | mogelijk; waneer; in [voor] het geval |
| mōshikaneru-申し兼ねる | aarzelen [het moeilijk vinden] om iets te zeggen |
| moshikashitara-若しかしたら | misschien; mogelijk |
| moshikashite-若しかして | als, in het geval dat; misschien; mogelijk |
| moshikasuruto-若しかすると | misschien; waarschijnlijk; mogelijk; eventueel |
| mōshikomi-申し込み | inschrijving; aanmelding |
| mōshikomi-申し込み | aanbod; offerte; voorstel; verzoek; aanvraag |
| mōshikomiyōshi-申込用紙 | aanmeldformulier; aanvraagformulier; inschrijfformulier |
| mōshikomu-申し込む | verzoeken; aanvragen; een aanzoek doen (van huwelijk); uitdagen |
| moshimoshi-もしもし | hallo (bij het beantwoorden van de telefoon) |
| mōshin-盲進 | roekeloosheid; onbesuisdheid; onbezonnenheid |
| mōshiwakenai-申し訳ない | het spijt mij zeer; ik voel mij bezwaard; verontschuldiging; dank voor uw hulp |
| mōsō-妄想 | fantasie; verbeelding; waanvoorstelling; waanidee |
| mossō-物相 | keukengerei [kom] om het eten in gelijke porties te verdelen |
| mosurin-モスリン | mousseline (los geweven stof van katoen, wol of zijde) |
| mōsuto・baryuaburu・purēyā-モースト・バリュアブル・プレーヤー | meest waardevolle speler |
| motamota-もたもた | traag en onhandig; treuzelend |
| mōtā・in-モーター・イン | motel |
| mōten-盲点 | (med.) een blinde vlek (in het gezichtsveld); een scotoom |
| mōteru-モーテル | motel |
| motoru-悖る | ergens tegenin gaan; handelen in strijd met; in tegengestelde richting gaan; afwijken van |
| mottai-勿体 | waarde; belang (hechten aan) |
| mottainai-勿体ない | verspillend; verkwistend; zonde (van geld of tijd) |
| mottainai-勿体ない | oneerbiedig; respectloos; goddeloos |
| motte-以て | door; door middel van; via; per |
| motto-もっと | (nog) meer; -er (vergelijkende trap) |
| mottomorashii-尤もらしい | geloofwaardig; serieus |
| moya-靄 | mist; nevel |
| moyamoya-もやもや | mistig; nevelig; troebel; vaag; onduidelijk |
| moyamoya-もやもや | (van gevoelens) somber; onzeker; wazig; opgekropt |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) lijken; eruitzien als |
| moyoi-催い | (in combinatie met een zelfst. n.w.) voorbereiding |
| mōze-モーゼ | Mozes (Bijbelse persoon) |
| mozu-鵙 | buffelkopklauwier (een vogel, Lanius bucephalus) |
| mu-霧 | (in kanji combinaties) mist; nevel |
| mubō-無謀 | roekeloosheid; ondoordachtheid; onvoorzichtigheid |
| mubōunten-無謀運転 | het onvoorzichtig [roekeloos] autorijden |
| mucha-無茶 | onredelijkheid; dwaasheid; ongerijmdheid |
| muchiuchi-鞭打ち | zweepslag; stokslag (soms lijfstraf of zelfkastijding) |
| muchiuchi-鞭打ち | deel van het lichaam van paarden waar de ruiter op slaat met zijn zweep |
| muchiuchi-鞭打ち | (afk. voor) whiplash; zweepslag (t.g.v. een auto-ongeluk e.d.) |
| muchiuchishō-鞭打ち症 | whiplash; zweepslag (t.g.v. een auto-ongeluk e.d.) |
| muchiutsu-鞭打つ | afranselen; ranselen; geselen; met de zweep slaan; een pak slaag geven |
| muda-無駄 | nutteloosheid; zinloosheid |
| mudabanashi-無駄話 | (dom) geklets; geroddel |
| mudaguchi-無駄口 | geklets; kletspraatje; gebabbel |
| mudazukai-無駄遣い | (geld) verspilling; verkwisting |
| muden-無電 | radiotelegrafie; draadloze telefonie; radiotelefoon |
| muen-無縁 | geen [zonder] relatie; geen [zonder] verbindenis; niet verwant; onverschillig; ongeïnteresseerd |
| muenshakai-無縁社会 | een samenleving waarin persoonlijke relaties vrijwel geen rol spelen |
| muga-無我 | zelfopoffering; onbaatzuchtigheid; onzelfzuchtigheid; altruïsme |
| mugai-無害 | onschadelijkheid; onschuld |
| mugaku-無学 | ongeletterdheid; analfabetisme; onwettendheid; onontwikkeldheid |
| mugaku-無学 | (boeddh.) spiritueel niveau waarbij men bevrijd is van aardse verlangens en studie niet langer nodig is om dat te bereiken |
| mugamuchū-無我夢中 | zichzelf verliezen [helemaal opgaan] in; totaal in beslag genomen door |
| mugen-無限 | onbegrensdheid; grenzeloosheid; onbeperktheid; oneindigheid |
| mugendai-無限大 | oneindigheid; onmetelijkheid |
| mugifumi-麦踏み | het vertrappen van tarweplanten in de winter (om de koudebestendigheid te vergroten en de stengelvoeten van het gewas sterker te maken) |
| mugikō-無技巧 | ongekunsteld [natuurlijk; niet kunstmatig] zijn |
| mugiko-麦粉 | tarwebloem; tarwemeel |
| mugisaku-麦作 | tarweteelt |
| mugiwaratonbo-麦藁蜻蛉 | (vrouwelijke) witpuntoeverlibel (libelle-soort, Orthetrum albistylum, met een strokleurige buik) |
| mugoi-惨い | tragisch; afschuwelijk |
| mugoi-惨い | wreed; genadeloos; meedogenloos; gruwelijk |
| mugon-無言 | (afk. van mugonnogyō) religieuze [ascetische] training zonder woorden [in stilte] |
| mugonnogyō-無言の行 | religieuze [ascetische] training zonder woorden [in stilte] |
| muhaikabu-無配株 | aandeel zonder dividenduitkering |
| muhen-無辺 | oneindigheid; grenzeloosheid |
| muhitsu-無筆 | analfabetisme; ongeletterdheid |
| muhō-無法 | onwettigheid; wetteloosheid; onrecht |
| muhōchitai-無法地帯 | wetteloos [rechtenloos] gebied, wetteloze zone |
| muhon-謀反 | rebellie; opstand; verraad |
| muhōnnin-謀反人 | rebel; verrader; muiter; samenzweerder |
| muhōsha-無法者 | bandiet; vogelvrijverklaarde misdadiger |
| muhyō-霧氷 | rijp; bevroren dauw; ijzel |
| muhyōjō-無表情 | uiterlijke onbewogenheid; expressieloos [strak] gezicht; uitdrukkingsloosheid |
| muichimon-無一文 | blut; platzak; bankroet; berooid; arm; zonder geld |
| muigi-無意義 | zinloos [onbetekenend; onbelangrijk] zijn |
| muimukan-無位無官 | (persoon) zonder enige rang of titel; gewone burger; de gewoneman |
| muishiki-無意識 | bewusteloosheid; onderbewustzijn |
| mujihi-無慈悲 | genadeloosheid; meedogenloosheid; wreedheid |
| mujikaku-無自覚 | apathie; onbewust [onwetend; ongevoelig] zijn |
| mujin-無人 | onbemand zijn; onderbezetting; met te weinig personeel |
| mujin-無尽 | onuitputtelijkheid; onbegrensdheid; onbeperktheid |
| mujinhansōsha-無人搬送車 | automatische geleid voertuig; onbemand (robot)voertuig |
| mujinki-無人機 | ombemand luchtvaartuig (voor militaire of burger doeleinden) |
| mujinzō-無尽蔵 | onuitputtelijke [ongelimiteerde] hoeveelheid [voorraad] |
| mujin'eisei-無人衛星 | onbemande satelliet |
| mujirushi-無印 | merkloos [zonder label] zijn |
| mujirushishōhin-無印商品 | merkloze [generieke] artikelen [goederen] |
| mujō-無常 | veranderlijkheid; onzekerheid; vergankelijkheid |
| mujō-無情 | gevoelloosheid |
| mujō-無情 | harteloosheid; hardvochtigheid; wreedheid\ |
| mujōken-無条件 | onvoorwaardelijkheid |
| mujū-無住 | boeddhistische tempel zonder priester |
| mujun-矛盾 | tegenstelling; discrepantie; tegenstrijdigheid; inconsistentie |
| mukaebi-迎え火 | ceremonieel vuur [fakkels] om de zielen van de overledenen bij hun aankomst te begroeten |
| mukaeru-迎える | ontmoeten; (iem.) afhalen; tegemoetkomen; verwelkomen; groeten |
| mukagoirakusa-零余子蕁麻 | een plant: Laportea bulbifera (van de plantenfamilie (brand)netels, Urticaceae) |
| mukaiau-向かい合う | tegenover elkaar staan |
| mukaiawase-向かい合わせ | het tegenover elkaar [oog in oog} staan; van aangezicht tot aangezicht |
| mukamuka-むかむか | (onomatopee) misselijk; beroerd; geïrriteerd |
| mukan-無官 | iemand die geen officiële functie [positie; rang] bij de overheid heeft |
| mukangae-無考え | ondoordachtheid; achteloosheid; onbezonnenheid; roekeloosheid |
| mukankaku-無感覚 | ongevoeligheid; gevoelloosheid; lusteloosheid; apathie |
| mukankei-無関係 | irrelevantie; impertinentie; het niet terzake zijn |
| mukansa-無鑑査 | niet geselecteerd zijn |
| mukashimukashi-昔昔 | heel lang geleden; ooit; er was eens |
| mukashinagara-昔ながら | traditioneel; onveranderd; net als vroeger |
| mukashitsusekinin-無過失責任 | aansprakelijkheid zonder schuld [zonder nalatigheid] |
| mukatsuku-むかつく | zich ziek [misselijk] voelen |
| mukatsuku-むかつく | geïrriteerd [boos] zijn; zich beledigd voelen |
| muke-向け | gericht op; bedoeld voor |
| mukei-無形 | geest; spiritueel [abstract; vormloos; ontastbaar] zijn |
| mukeibunkazai-無形文化財 | immaterieel cultureel erfgoed |
| mukeishisan-無形資産 | immateriële activa [goederen] |
| muketsu-無血 | bloedeloos; zonder bloedvergieten |
| mukiau-向き合う | tegenover elkaar [oog in oog] (komen te) staan |
| mukimeiyūsenkabu-無記名優先株 | niet-geregistreerde preferente aandelen |
| mukishitsu-無機質 | anorganisch materiaal; mineraal; delfstof |
| mukiteki-無機的 | levenloos; geesteloos; futloos; saai |
| mukō-無効 | ongeldigheid; nulliteit |
| mukokuseki-無国籍 | stateloos (zonder nationaliteit) |
| mukōmizu-向こう見ず | onbezonnen; halsoverkop; roekeloos; overhaast |
| muku-剥く | pellen; schillen |
| mukui-報い | karma; straf; vergelding; wraak; (verdiende) loon |
| mukui-報い | compensatie; vergoeding; beloning |
| mukuiru-報いる | belonen; teruggeven; terugbetalen; wraak nemen |
| mukumu-浮腫む | vocht vasthouden; opzwellen |
| mukumuku-むくむく | (onomatopee) opkomend; opwellend (van gedachten, etc.) |
| mukuu-報う | belonen; terugbetalen; wraak nemen |
| mukuwareru-報われる | beloond [terugbetaald] worden |
| mukyū-無休 | (van winkels, bedrijven, etc) het hele jaar geopend zijn (geen sluitingsdagen) |
| mukyū-無窮 | oneindigheid; onsterfelijkheid; eeuwigheid |
| muma-夢魔 | een duivelsverschijning die in een droom verschijnt (incubus, een mannelijke demon, of succubus, een vrouwelijke demon) |
| mumyō-無明 | (boeddh.) spirituele duisternis; onwetendheid; het onvermogen om de waarheid te begrijpen |
| munagurushii-胸苦しい | beklemd [benauwd] gevoel op de borst |
| munashii-空しい | zinloos; nutteloos; vruchteloos; tevergeefs |
| munashii-空しい | leeg; inhoudsloos; ijdel |
| mune-旨 | betekenis; strekking; bedoeling; instructie; bevel |
| mune-旨 | principe; kern; het belangrijkste |
| munenmusō-無念無想 | vrijheid [bevrijd] van alle wereldse gedachten |
| munieru-ムニエル | (voor het bakken) in bloem gewenteld ingrediënt (zoals vis b.v.) |
| munimusan-無二無三 | in alle ernst; gefocust; doelgericht; gemeend |
| munin-無人 | onbemand; onderbezetting; met te weinig personeel |
| munōyaku-無農薬 | pesticidenvrij; (landbouw) zonder bestrijdingsmiddelen |
| mūnraitokeikaku-ムーンライト計画 | Moonlight Programma (onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor energiebesparende technologie in Japan) |
| muon-無音 | geluidloosheid |
| murabito-村人 | dorpeling; dorpsbewoner |
| murasaki-紫 | de plant Lithospermum erythrorhizon, paars parelzaad |
| murashibai-村芝居 | dorpstheater; dorpstoneel |
| murashibai-村芝居 | rondreizend (dorps)toneelgezelschap |
| murashibai-村芝居 | amateurtheater; amateurtoneel |
| muri-無理 | onredelijkheid |
| murikaranu-無理からぬ | redelijk; begrijpelijk |
| murimutai-無理無体 | onredelijke, dwangmatige daad |
| murinandai-無理難題 | onredelijke [moeilijke] eis |
| murioshi-無理押し | met geweld [dwang] |
| murisandan-無理算段 | het de eindjes aan elkaar knopen; het bij elkaar scharrelen (van geld) |
| murisandansuru-無理算段する | de eindjes aan elkaar knopen; geld bij elkaar scharrelen [schrapen] |
| murishinjū-無理心中 | moord-zelfmoord; gedwongen zelfmoordpact |
| murisū-無理数 | een onmeetbaar [irrationeel] getal |
| muro-室 | kelder; grot |
| muron-無論 | zeker; natuurlijk; ongetwijfeld; vanzelfsprekend |
| murozaki-室咲き | kasbloem(en); in kassen geteelde bloemen |
| murozaki-室咲き | de teelt [het kweken] van bloemen in de kas |
| mūrugai-ムール貝 | mossel |
| muryō-無料 | gratis; kosteloos; voor niets |
| muryō-無量 | onmetelijkheid; oneindigheid |
| muryoku-無力 | machteloosheid |
| musabetsu-無差別 | zonder onderscheid; gelijkwaardigheid; onpartijdigheid |
| musabetsukyū-無差別級 | open gewichtsklasse (inofficiële gewichtsklasse in vechtsporten, zonder gewichtslimiet) |
| musai-むさい | vulgair; sjofel; armzalig |
| musaku-無策 | zonder plan [maatregelen; middelen] |
| musakui-無作為 | het niet handelen; het laten gebeuren |
| musakuichūshutsuhō-無作為抽出法 | (statistiek) aselecte steekproef methode; methode van willekeurige selectie |
| musakurushii-むさくるしい | slordig; rommelig; niet netjes |
| musasabi-鼯鼠 | witkelige vliegende eekhoorn (Petaurista leucogenys) |
| musekinin-無責任 | onverantwoordelijkheid |
| musen-無銭 | zonder geld; geen geld hebben; geen geld nodig hebben |
| musendenshin-無線電信 | radiotelegrafie |
| musendenwa-無線電話 | draadloze telefonie; radiotelefoon |
| mushashugyō-武者修行 | naar andere delen van het land reizen om bijzondere vaardigheden te leren (b.v. in de muziek of de krijgskunst) |
| mushi-無私 | onbaatzuchtigheid; onzelfzuchtigheid |
| mushi-無視 | veronachtzaming; onverschilligheid; het negeren (van regels, etc.); minachting |
| mushi-虫 | insect; krekel; mot; worm; rups |
| mushiatsui-蒸し暑い | broeierig warm; zwoel |
| mushibamu-蝕む | (fig.) knagen aan; kwellen; ondermijnen; schrijnen |
| mushiboshi-虫干し | het luchten [buiten hangen] van kleren [kleden, e.d.] (om te voorkomen dat er insecten of schimmel in komen) |
| mushimono-蒸し物 | gestoomd eten [voedsel] |
| mushin-無心 | onschuld; zonder kwade bedoelingen |
| mushinabe-蒸し鍋 | een stoomkoker; stomer (voor voedsel) |
| mushinkei-無神経 | ongevoeligheid; onverschilligheid; apathie |
| mushinoshirase-虫の知らせ | voorgevoel; vermoeden |
| mushiokuri-虫送り | een nachtelijk ritueel van dorpelingen met fakkels, trommels en bellen om ongedierte van de rijstvelden te verjagen |
| mushiosae-虫押さえ | (medicijn voor) het voorkomen en behandelen van insectenbeten bij kinderen |
| mushiryoku-無資力 | gebrek aan kapitaal [vermogen]; zonder geld [vermogen] |
| mushoku-無職 | zonder vaste aanstelling af en toe werken |
| mushoku-無職 | werkeloos [zonder werk] zijn; geen baan [beroep] hebben |
| mushozoku-無所属 | onafhankelijk [onpartijdig; ongebonden] zijn (niet behorend tot een bepaalde geloofsrichting of politieke partij) |
| mushūkyō-無宗教 | irreligieus [niet-religieus] zijn |
| musō-夢想 | droom; droombeeld |
| mūsu-ムース | eland |
| musu-蒸す | (voedsel) stomen |
| musu-蒸す | warm [zwoel; drukkend] (weer) zijn |
| musubitsukeru-結びつける | vastbinden; aan elkaar knopen |
| musutangu-ムスタング | Mustang (automodel van Ford) |
| mutaibutsu-無体物 | immateriële [onstoffelijke] dingen |
| mūtairiku-ムー大陸 | het continent Mu, dat volgens een hypothese duizenden jaren geleden gezonken zou zijn in de Stille Oceaan) |
| mutaishisan-無体資産 | immateriële activa [goederen] |
| muteki-無敵 | onoverwinnelijkheid |
| mutsukashii-難しい | moeilijk; ingewikkeld; lastig; netelig |
| muyami-無闇 | gedachteloos; zonder na te denken; roekeloos |
| muyamiyatara-無闇矢鱈 | buitensporig [onredelijk; mateloos] zijn |
| muyamiyatara-無闇矢鱈 | roekeloos [onbezonnen] zijn |
| muyō-無用 | nutteloos [onbruikbaar; onnodig; overbodig; onbevoegd] zijn |
| muyoku-無欲 | geen verlangens hebben; onzelfzuchtig zijn; vrij van hebzucht zijn |
| muzamuza-むざむざ | gemakkelijk; zomaar; zonder weerwerk |
| muzei-無税 | belastingvrij; gevrijwaard zijn van belastingheffing |
| muzōsa-無造作 | achteloosheid; zorgeloosheid |
| muzukashii-難しい | moeilijk; ingewikkeld; lastig; netelig |
| muzumuzu-むずむず | jeukend [kriebelend] gevoel |
| muzumuzusuru-むずむずする | jeuken; kriebelen |
| myakumyaku-脈脈 | continu; onophoudelijk |
| myōdō-冥道 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| myōgakin-冥加金 | geldoffer (bv. aan een tempel) |
| myōgakin-冥加金 | zakelijke belasting tijdens de Edo periode |
| myōkai-冥界 | (boeddh.) dodenrijk; hiernamaals; Hades; onderwereld; hel |
| myōkai-冥界 | 3 van de 6 boeddhistische paden, van de beesten, de hongerige geesten en de hel |
| myōkan-冥官 | (boeddh.) opperrechter in het dodenrijk [in de hel] |
| myōmoku-名目 | naam; titel; benaming |
| myōmoku-名目 | voorwendsel; pretentie |
| myōshiki-名色 | (boeddh., Sanskriet nāma-rūpa) naam (spirituele kwaliteit) en vorm (fysieke kwaliteit) |
| myōyaku-妙薬 | wondermiddel; wondermedicijn |
| myūru-ミュール | muilezel |
| myūryūshi-ミュー粒子 | muon (elementair deeltje) |
| n-ん | afkorting van un (tussenwerpsel, met de betekenis: bevestigend) |
| n-ん | vorm van de werkwoordsuitgang -mu, drukt uit een veronderstelling of voorspelling |
| n-ん | vorm van het partikel ni (naar; in) |
| n-ん | vorm van de nominalisatie [substantivering] van het partikel no |
| na-名 | (slechts) in naam ; uiterlijk; uiterlijke schijn; voorwendsel; excuus; (in) naam (van); op titel van; namens |
| na-名 | een reputatie; naam; een goede naam; faam; beroemdheid; eer; glorie; een slechte reputatie; gerucht; roddel; kletspraatjes |
| nabebugyō-鍋奉行 | kookchef (de opzichter bij het opdienen van de gerechten; m.n. bij de eettafel thuis, in een eetcafé, eethuis, e.d.) |
| nabete-並べて | gewoon; gemiddeld |
| nabezumi-鍋墨 | zwarte roet op de bodem van een pan [ketel] |
| nabirome-名広め | aankondiging [bekendmaking] van een nieuwe naam (van een artiest, winkel, e.d.) |
| nachuraru・fūzu-ナチュラル・フーズ | natuurlijk voedsel (Eng.: Natural Foods) |
| nachuraru・serekushon-ナチュラル・セレクション | natuurlijke selectie |
| nadakai-名高い | welbekend; beroemd; vermaard; gevierd; berucht |
| nadaraka-なだらか | gelijkmatigheid; zachtheid; glooiend zijn; geleidelijk (oplopend) |
| nadareru-雪崩れる | hellen; aflopen; neigen |
| nadegiri-撫で切り | het verslaan [vernietigen] van vele tegenstanders tegelijk |
| nadegiri-撫で切り | iets langzaam en soepel doorsnijden (zoals b.v. vis voor sashimi) |
| nadeorosu-撫で下ろす | opgelucht zijn |
| naderu-撫でる | aaien; strelen; strijken (over); gladstrijken |
| nado-など | zoals; net als; en dergelijke; zulke; of zoiets (dergelijks) |
| nafuda-名札 | badge; naamspeldje |
| nagaami-長編み | stokje (dubbele haaksteek) |
| nagakari-根掛かり | het (ergens achter) blijven haken van het haakje van een vishengel |
| naganen-長年 | lange tijd; vele jaren |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een zn., bijw. of adj. geeft het aan een tegenstelling) hoewel; ondanks; niettegenstaande |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een zn. of bijw.) alles; allen; allebei (tegelijk); geheel; totaal; compleet |
| nagara-ながら | (gevoegd achter een ww. geeft het aan een gelijktijdigheid van meerdere handelingen) terwijl; onder het...; al ...nde |
| nagaraunten -ながら運転 | (wetsovertreding) autorijden gelijktijdig met een andere nevenactiviteit (telefoneren, sms-en e.d) |
| nagare-流れ | schuin aflopen; afglijding; helling |
| nagare-流れ | familielijn; afstamming; (het behoren tot) een school [richting] |
| nagare-流れ | uitstel; staking |
| nagarebotoke-流れ仏 | verdronken lijk dat in de zee drijft (vissers behandelen dit met grote zorg als een teken voor een grote vangst) |
| nagaredama-流れ弾 | een verdwaalde kogel |
| nagarezukuri-片流れ造り | een structuur met een dak dat slechts aan één kant helt |
| nagashi-流し | gootsteen; spoelbak |
| nagashiba-流し場 | douchehoek of wasgelegenheid (zoals in Japan voorafgaand aan het baden) |
| nagashikomu-流し込む | (iets ergens) ingieten; iets wegspoelen [doorspoelen] |
| nagashime-流し目 | flirterige [wulpse; wellustige] blik |
| nagashime-流し目 | zijwaartse blik; het (iem.) zijdelings aankijken |
| nagashiuchi-流し打ち | (bij honkbal) een slag van een rechtshandige slagman naar het rechtsveld, of een linkshandige slagman naar het linksveld |
| nagashiuchisuru-流し打ちする | (bij honkbal) naar het tegenovergelegen veld slaan |
| nagasu-流す | stromen; golven (geluid; elektriciteit) |
| nagasu-流す | afspoelen; wegspoelen; lozen |
| nagatachō-永田町 | de wijk Nagata in het Chiyoda district van Tokio (met o.a. het parlementsgebouw en de officiële residentie van de Minister-President) |
| nagauta-長唄 | nagauta, een (lange) ballade gezongen met begeleiding van een shamisen (Japans snaarinstrument) |
| nage-投げ | zich overgeven (bij wedstrijd of spel) |
| nage-投げ | verkoop van aandelen voor een extreem lage prijs |
| nage-投げ | (werp)techniek bij sumoworstelen |
| nage-無げ | achteloos; willekeurig; zomaar |
| nagekawashii-嘆かわしい | betreurenswaardig; triest; beklagenswaardig; ellendig |
| nageshi-長押 | (decoratieve) dwarsbalk (op de muur of tussen pilaren, in traditionele Japanse architectuur) |
| naginata-長刀 | (Japanse) hellebaard; lang zwaard |
| nagori-名残 | rest(en); overblijfsel(en); nasleep; wat over [achter] gebleven is; tastbare herinnering |
| nagori-名残 | gevoel van wanhoop [verdriet] bij een afscheid |
| nagori-名残 | het einde; vaarwel |
| nagorinoyuki-名残の雪 | sneeuw die zelfs in de lente blijft liggen |
| nagura-名倉 | (hist.) familie van osteopaten (m.n. voor de behandeling van botbreuken) |
| nagurigaki-殴り書き | gekrabbel; kattebelletje |
| nagusamimono-慰み者 | speelbal (een persoon); iemand waarmee gespeeld wordt (fig.) |
| nahen-那辺 | waar; (op) welke plaats |
| nai-ない | (achtervoegsel dat het werkwoord vervoegt naar de korte ontkennende vorm) niet |
| nai-無い | in combinatie met koto: (lett.: het feit is er niet dat...) het is niet zo dat...; niet nodig zijn; niet hoeven; niet mogelijk zijn |
| naību-ナイーブ | naïef; eenvoudig; onnozel; ongecompliceerd |
| naichingēru-ナイチンゲール | nachtegaal (zangvogel, Luscinia megarhynchos) |
| naidaku-内諾 | interne [informele] goedkeuring [instemming] |
| naien-内縁 | (huwelijk zonder wettelijke registratie) de facto huwelijk; gewoonterecht huwelijk |
| naien-内苑 | binnentuin (van tempel of paleis) |
| naifu-ナイフ | mes; scalpel |
| naifukuyaku-内服薬 | geneesmiddel voor inwendig gebruik |
| naihō-内報 | tip; heimelijke [vertrouwelijke] informatie |
| naiin-内院 | oefenplaats binnenin een tempelcomplex |
| naijin-内陣 | binnenste [heiligste] hal [gebedsplaats] van een tempel [schrijn; heiligdom] |
| naijin-内陣 | (in kerken) kansel |
| naijūgaigō-内柔外剛 | uiterlijk hard lijken, maar van binnen zacht [vriendelijk; mild] zijn |
| naikagaku-内科学 | studie [afdeling] interne geneeskunde |
| naikai-内界 | de innerlijke wereld; binnenwereld; het innerlijk; het geestelijke |
| naiki-内規 | huisregel; (intern) voorschrift |
| naiki・hākyurīzu-ナイキ・ハーキュリーズ | Nike Hercules, een Amerikaanse luchtdoelraket |
| naimaze-綯い交ぜ | mix; menging; verstrengeling; vlecht |
| naimazeru-綯い交ぜる | verweven; mengen; verstrengelen; vlechten |
| naimitsu-内密 | geheimhouding; vertrouwelijkheid |
| naimononedari-無い物ねだり | te veel vragen [verlangen]; het onmogelijke willen |
| naimu-内務 | (bij militaire instellingen) de dagelijkse zaken in kazernes of kampementen |
| nain-ナイン | een team (van 9) honkbalspelers |
| nainai-内内 | innerlijke gevoelens; ware intentie |
| nainai-内内 | vertrouwelijk; in het geheim; privé; informeel |
| naiō-内奥 | diep van binnen; diep in je hart [ziel] |
| nairan-内乱 | burgeroorlog; opstand; rebellie |
| nairanzai-内乱罪 | opstand; oproer; rebellie |
| naisaikin-内済金 | schikkingsbedrag; zwijggeld |
| naisen-内線 | binnenlijn; binnenbedrading (elektra of elektronica) |
| naisen-内線 | interne (telefoon)lijn; telefoontoestel(nummer) |
| naisenbangō-内線番号 | een (telefoon)toestelnummer |
| naishin-内心 | (geometrie) middelpunt |
| naishin-内心 | innerlijke gedachten; ware bedoeling; hart en ziel; diep vanbinnen |
| naisho-内緒 | financiële privé [familie] omstandigheden; huishoudgeld; gezinsbudget |
| naisho-内緒 | een bordeelhouder; de huiskamer in een bordeel |
| naisu・gai-ナイス・ガイ | aardige vent [kerel] |
| naisu・midi-ナイス・ミディ | leuke [aardige; aantrekkelijke] vrouw van middelbare leeftijd |
| naisu・midoru-ナイス・ミドル | leuke [aardige; aantrekkelijke] man van middelbare leeftijd |
| naitei-内定 | informeel [inofficieel] [aanbod; besluit]; voorlopige beslissing |
| naiteisuru-内定する | informeel [inofficieel] beslissen |
| naiteki-内的 | geestelijk; mentaal |
| naiya-内野 | (honkbal) binnenveld |
| naiyashu-内野手 | (honkbal) binnenvelder; infielder |
| naiyō-内容 | inhoudelijke betekenis [waarde]; diepte; kwaliteit |
| naiyō-内用 | privé [particuliere; interne] zaken [aangelegenheid] |
| naiyōgo-内容語 | (taalkunde) woorden, zoals zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden, die de semantische betekenis in een zin aanduiden |
| naiyōmihon-内容見本 | een prospectus; een proefversie; voorbeeldbladzijden |
| najiru-詰る | uitschelden; een standje geven; kritisch aanspreken [ondervragen] |
| naka-中 | (van)uit; onder; in het midden; de middelste; temidden; tussen; in; inclusief |
| naka-中 | middelpunt; centrum |
| naka-仲 | relatie; vriendschap |
| nakaai-中間 | relatie tussen mensen (met name tussen familieleden). |
| nakaban-中番 | tussendienst; middelste werkschema |
| nakabi-中日 | de middelste dag van een meerdaags evenement of sporttoernooi |
| nakabi-中日 | de middelste dag van de equinox |
| nakadachi-仲立ち | bemiddeling; tussenkomst; vertegenwoordiging |
| nakadachi-仲立ち | bemiddelaar; tussenpersoon; medium; vertegenwoordiger |
| nakadaka-中高 | de onderbouw [middenschool] en bovenbouw van middelbare scholen |
| nakadarumi-中弛み | (tijdelijke) inzinking; verzwakking; verslapping; vertraging |
| nakadarumi-中弛み | stagnatie in de (handels)markt |
| nakagai-仲買 | tussenhandel |
| nakagai-仲買 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakagainin-仲買人 | tussenhandelaar; makelaar |
| nakai-仲居 | [将軍・大名などの奥向きに仕える女性; また、その詰めている部屋; おすえ; (仲居)] de vrouwelijke bediende van de vrouw [familie] van een shōgun of daimyō |
| nakama-仲間 | kameraad; vriend; metgezel; collega; partner |
| nakamutsumajii-仲睦まじい | intiem; hartelijk; harmonieus |
| nakanaka-中中 | erg; behoorlijk (veel); heel wat; nogal; meer dan verwacht; boven verwachting |
| nakanaka-中中 | niet makkelijk; niet eenvoudig |
| nakanaka-中中 | jazeker; precies; inderdaad; (je hebt gelijk) dat is zo; Nee, toch? (bij ontkenning van iets dat niet gedacht of ver |
| nakanaka-中中 | liever; eerder; veeleer; bij voorkeur |
| nakanaori-仲直り | verzoening; herstel van de relatie; het (weer) goed maken |
| nakane-中値 | gemiddelde prijs |
| nakaomote-中表 | (vellen) papier, stof, etc. binnenstebuiten vouwen (zodat dan de voorkant (buitenkant) aan de binnenkant zit) |
| nakayoshi-仲良し | vriendschap; goede relatie |
| nakayubi-中指 | middelvinger |
| nakenashi-なけなし | geringe hoeveelheid; het kleine beetje (weinige) dat men heeft |
| nakiakasu-泣き明かす | de nacht huilend doorbrengen; de hele nacht huilen |
| nakibokuro-泣き黒子 | een moedervlek onder een oog (volgens een Japans volksgeloof een teken dat iemand gevoelig is voor huilen) |
| nakidokoro-泣き所 | zwakke plek; zwakke eigenschap, achilleshiel |
| nakigoe-鳴き声 | dierengeluiden (geblaf, gehinnik, gekwaak, gefluit, gemiauw, etc.) |
| nakigoto-泣き言 | geklaag; gejammer; gedrein; gejengel |
| nakijōgo-泣き上戸 | huilerige dronkelap; iemand die huilt als hij dronken is |
| nakineiri-泣き寝入り | zich neerleggen bij; iets zonder protest accepteren; stilzwijgend verdragen; slikken (een belediging) |
| nakishikiru-鳴き頻る | onophoudelijk tjilpen [zoemen] (van volgels of insecten) |
| nakiwakare-泣き別れ | een afscheid in tranen; het huilend afscheid nemen [uit elkaar gaan] |
| nakiwarai-泣き笑い | huilen en lachen tegelijk; lachen terwijl je huilt; glimlach door de tranen heen |
| nakkuru-ナックル | knokkel; vingergewricht |
| naku-泣く | onredelijke eisen accepteren |
| naku-鳴く | (het geluid maken van dieren) piepen; zingen; tjilpen; huilen; krijsen |
| nakuhanai-なくはない | (uitdrukking met een dubbele ontkenning) het is niet zo dat het er (helemaal) niet is; niet zonder zijn; wel zo moeten zijn; er zijn veel |
| nakumushi-鳴く虫 | een krekel; sprinkhaan |
| namagusai-生臭い | werelds; verdorven (een monnik die zich niet aan de Boeddhistische voorschriften houdt) |
| namahenji-生返事 | een vaag [onduidelijk] antwoord |
| namaji-なまじ | onnadenkendheid; roekeloosheid; onbedachtzaamheid |
| namakawa-生皮 | ongeleide huid [pels] |
| namakeru-怠ける | spijbelen; wegblijven van werk [school] |
| namameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| namamono-生物 | rauw [ongekookt] voedsel |
| namanie-生煮え | vaag [besluiteloos; halfbakken] zijn |
| namari-鉛 | lood (metaal element) |
| namarigōkin-鉛合金 | een metaalmengsel dat [een legering die] lood bevat |
| namatsuba-生唾 | speeksel; spuug |
| namayasashii-生易しい | heel eenvoudig; gemakkelijk |
| namazu-癜 | tinea versicolor; pityriasis versicolor (schimmelinfectie) |
| nameko-滑子 | nameko; goudkopje (paddenstoel, Pholiota microspora) |
| nameraka-滑らか | glad; soepel; vloeiend |
| nameshigawa-鞣し革 | gelooid leer |
| nami-並 | gewoon; doorsnee; gemiddeld |
| namiashi-並足 | normaal [gemiddeld] looptempo; wandelpas |
| namida-涙 | (menselijke) gevoelens (zoals medeleven en verdriet) |
| namida-涙 | (in combinatie met een zelfstandig naamwoord) een kleine hoeveelheid; een beetje; licht(elijk) |
| namidabashi-涙箸 | eetstokjes waar druppels afvallen (b.v. soep of saus) tijdens het eten (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| namidagachi-涙勝ち | vaak in tranen zijn; vol tranen; veel huilend |
| namidagumashii-涙ぐましい | (lit.) pathetisch; aandoenlijk; ontroerend; deerniswekkend; erbarmelijk |
| namidakin-涙金 | smartegeld; vergoeding [compensatie]; een kleine som geld gegeven uit medelijden [als troost] (b.v. na een breuk in een relatie) |
| namidamoroi-涙脆い | sentimenteel; overgevoelig; emotioneel |
| namimakura-波枕 | het geluid van de golven bij nacht (als je in bed ligt) |
| namitaitei-並大抵 | gewoon [middelmatig; doorsnee] zijn |
| namu-なむ | (arch.) emfatisch partikel, geeft nadruk aan of een retorische vraag |
| namusan-南無三 | (uitroep) O mijn hemel!; sakkerloot! |
| namusanbō-南無三宝 | geprezen zij de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| namusanbō-南無三宝 | (uitroep) O mijn hemel!; sakkerloot! |
| nan-何 | sommige; enkele |
| nan-何 | elke; iedere |
| nan-軟 | (in samenstellingen) zachtheid; zacht zijn |
| nan-難 | onvolkomenheid; fout; gebrek; nadeel |
| nan-難 | ongeluk; ongeval |
| nana-七 | veel |
| nanae-七重 | veelvoudig (beeldmerkend) |
| nanafushigi-七不思議 | zeven wonderen (binnen een bepaalde regio, in Japan m.n. religieus relevante natuurverschijnselen) |
| nanafushigi-七不思議 | groot mysterie; mysterieuze verschijnselen |
| nanairotōgarashi-七色唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| nanako-魚子 | (afk. voor) keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanako-魚子 | een metaalgraveertechniek (met korrels die op viseieren lijken) |
| nanakoori-魚子織り | keperbinding (weeftechniek, waarbij het oppervlak van de stof korrelig als een visei wordt) |
| nanakusagayu-七草粥 | rijstepap, traditioneel gekookt met 7 kruiden (op de zevende dag van het nieuwe jaar) |
| nanamagari-七曲がり | kronkelig (bochtig] zijn |
| naname-斜め | schuin; hellend; scheef; diagonaal |
| nanba-難場 | een moeilijke [hachelijke; riskante] situatie; (in) een lastig parket |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (van de Muromachi-periode tot de Edo-periode een Japanse benaming voor (ei)landen in de Stille Zuidzee) |
| nanban-南蛮 | Zuidelijke Barbaren (in de 16de en 17de eeuw een Japanse benaming voor de Europeanen (m.n. de Portugezen en Spanjaarden) die toen naar Japan kwamen) |
| nanbanni-南蛮煮 | Japanse gerechten met Europese of Chinese invloeden [ingrediënten]; een schotel [gerecht] van gekookte groente met vis, vlees of gevogelte |
| nanbaringu-ナンバリング | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nanbaringu・mashīn-ナンバリング・マシーン | numeroteur (machine die nummers stempelt) |
| nanbā・disupurē-ナンバー・ディスプレー | nummerweergave (telefoon) |
| nanbā・sukūru-ナンバー・スクール | (een van) de acht oudste en meest prestigieuze middelbare scholen in Japan (in de Meiji periode) |
| nanbā・wan-ナンバー・ワン | ik; mijzelf |
| nanbu-南部 | het zuidelijk deel; het zuiden |
| nanbyō-難病 | ziekten die door het Japanse Ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn zijn aangeduid als zeldzame en hardnekkige ziekten |
| nanbyō-難病 | een ernstige [hardnekkige; moeilijk te behandelen] ziekte; een ongeneeslijke ziekte |
| nandemo-何でも | alles (wat dan ook); elk |
| nandemoya-何でも屋 | een alleskunner; een veelzijdig iemand; een allround persoon; een duizendpoot |
| nando-何度 | hoe vaak; vele keren |
| nando-何度 | hoeveel graden? |
| nanga-南画 | (afk. voor) zuidelijke schilderstijl |
| nangyōdō-難行道 | (boeddh.) via zelfdiscipline de verlichting bereiken |
| naniganandemo-何が何でも | tegen elke prijs; hoe dan ook; wat er ook gebeurt; op alle mogelijke manieren |
| naniganashi-何がなし | vaag; zonder duidelijke oorzaak [reden] |
| nanigashi-某 | een bepaalde hoeveelheid [som] |
| nanikanashi-何彼無し | vaag; zonder duidelijke oorzaak [reden]; op de één of andere manier |
| nanimono-何者 | wie; welke persoon |
| nanisama-何様 | een belangrijk iemand; een persoon van belang |
| nanji-何時 | hoe laat; op welke tijd? |
| nanjō-何じょう | (lit.) Waarom...?; Hoezo...? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanjō-何じょう | (lit.) wat? (bij retorische vraag of uiting van twijfel) |
| nanka-何か | (negatief bedoeld) dit soort; zulke |
| nanka-何か | bijvoorbeeld |
| nankagetsu-何か月 | hoeveel maanden? |
| nankai-何回 | hoe vaak; hoeveel keer? |
| nankai-何回 | vele keren; vaak |
| nankan-難関 | een (onoverkomelijke) barrière [obstakel; hindernis]; een moeilijke situatie; patstelling; impasse |
| nankyokuken-南極圏 | zuidpoolcirkel |
| nanmaidabu-なんまいだぶ | een informele korte vorm van ’Namu Amidabutsu’ (aanroeping van Amida Boeddha) |
| nanmin-難民 | vluchteling; ontheemde |
| nanminkiki-難民危機 | vluchtelingencrisis |
| nanminkyūsai-難民救済 | vluchtelingenhulp; vluchtelingenopvang |
| nanminshinseisha-難民申請者 | asielzoeker(s) |
| nanminshūyōjo-難民収容所 | vluchtelingen opvangcentrum |
| nanmōhitsu-軟毛筆 | zachtharige penseel |
| nannaku-難なく | makkelijk; eenvoudig; zonder moeite [probleem] |
| nannen-何年 | hoeveel jaar; hoelang |
| nannen-何年 | (in) welk jaar |
| nannichi-何日 | (op) welke dag |
| nannichi-何日 | hoeveel dagen |
| nanori-名乗り | (publieke) aankondiging van de koopwaar [handelswaar)]met de naam van het product of de producent, e.d. |
| nanori-名乗り | naam na het bereiken van volwassenheid bij adelijke en samoerai families |
| nanoru-名乗る | in de derde persoon (met naam) spreken over zichzelf |
| nanoru-名乗る | een (andere) naam aannemen (b.v. na een huwelijk) |
| nanoru-名乗る | namen geven aan vogels en insecten naar het geluid dat ze maken |
| nanoru-名乗る | zichzelf introduceren [voorstellen] (met naam); zichzelf identificeren [aankondigen; bekendmaken] als (met titel, beroep, etc.) |
| nanpa-軟派 | mensen die speculeren op de handelsmarkt |
| nanpa-軟派 | verslaggever die schrijft over sociale en culturele kwesties |
| nanpū-南風 | zuidenwind; zuidelijke wind; zomerwind |
| nanshoku-男色 | (mannelijke) homoseksualiteit; seks tussen mannen |
| nanshūga-南宗画 | schilderwerk in zuidelijke (nanga) stijl |
| nanshūkan-何週間 | hoeveel weken |
| nantan-南端 | zuidpunt; zuidelijkste punt |
| nanteki-難敵 | een machtige [formidabele] vijand; een sterke tegenstander |
| nanten-南天 | de zuidelijke hemel |
| nanten-南天 | Nandina domestica (een plant, ook wel hemelse bamboe genoemd) |
| nanto-南都 | (en andere naam voor) de Kōfuku-ji, een boeddhistische tempel in Nara |
| nanushi-名主 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| nan'yōbi-何曜日 | welke dag? |
| naoru-治る | herstellen; genezen; beter worden |
| naoru-直る | (op de oorspronkelijke positie) terugkomen |
| naoru-直る | hersteld [gerepareerd; verbeterd] worden |
| naosu-直す | herstellen; repareren; verbeteren |
| naporitan-ナポリタン | (Napels-stijl) pastagerecht in Japan |
| naraberu-並べる | (met elkaar) vergelijken |
| naraberu-並べる | opnoemen; opsommen; optellen |
| naraberu-並べる | naast elkaar zetten |
| narabu-並ぶ | naast elkaar staan; parallel lopen |
| narabu-並ぶ | gelijk zijn; evenredig zijn; opgewassen zijn (tegen) |
| narai-習い | (persoonlijke) gewoonte; aanwensel |
| naraseru-生らせる | vrucht laten dragen; ervoor zorgen dat er veel vruchten komen (aan een boom) |
| narasu-鳴らす | laten klinken (rinkelen; bellen; fluiten; klappen; rammelen, etc.) |
| naratāju-ナラタージュ | narratage (Frans porte-manteau woord van: narration en montage); verteltechniek in film en theater waarbij de hoofdpersoon terugkijkt op zijn verleden |
| narawasu-習わす | (als achtervoegsel aan werkwoorden) gewend [gewoon; gebruikelijk] zijn; altijd doen |
| nareau-馴れ合う | vriendschap sluiten; goed kunnen opschieten met elkaar; intiem worden; een geheime relatie aangaan |
| naredomo-なれども | hoewel; maar; echter |
| nareru-慣れる | vertrouwd raken met; eigen zijn [worden]; vertrouwd [gemakkelijk; comfortabel] zijn [worden] |
| nareru-馴れる | (te) intiem [vertrouwd; informeel] |
| narēshon-ナレーション | het vertellen; verteltrant |
| narēshon-ナレーション | vertelling; verhaal |
| nari-なり | (achtervoegsel) of; en; met; op de manier van |
| nari-鳴り | het klinken; de klank; het gerinkel; geluid; resonantie |
| naridoshi-生り年 | mastjaar (bij bosbouw en natuurbeheer een benaming voor een jaar waarin bomen en planten veel meer vrucht dragen dan normaal) |
| naridoshigenshō-生り年現象 | mastjaar (een jaar waarin bomen veel vruchten geven) |
| narimono-生り物 | de oogst (van de velden) |
| naritatsu-成り立つ | bestaan uit; samengesteld zijn uit; gevormd worden door |
| naritatsu-成り立つ | geldig zijn; standhouden; aan de eisen voldoen |
| naritatsu-成り立つ | rendabel [haalbaar] zijn |
| nariyuki-成り行き | verloop van omstandigheden [gebeurtenissen]; ontwikkeling |
| narōdoniki-ナロードニキ | Russische revolutionaire beweging (uit de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw) |
| narōkyasutingu-ナローキャスティング | narrowcasting, een internetcommunicatie-model, gebaseerd op een verspreidingsmechanisme en een gefragmenteerd gebruik van de inhoud |
| naru-鳴る | klinken; luiden; bellen; rinkelen; slaan (van een klok bv.) |
| narubeku-成るべく | zo mogelijk; indien mogelijk (dit woord is de klassiek Japanse shūshikei-vorm van het ww. naru) |
| naruhodo-成る程 | (een uitroep ter instemming van wat een ander zegt) jazeker; inderdaad; vanzelfsprekend; natuurlijk |
| naruhodo-成る程 | inderdaad; werkelijk; zeker |
| naruhodo-成る程 | zo mogelijk; indien mogelijk |
| naruko-鳴子 | een ratel (van bamboestokjes op een houten plank, en door eraan te trekken komt er geluid uit), wordt gebruikt om vogels weg te jagen van de velden |
| narukonawa-鳴子縄 | ratel-touw; klepper |
| narukoyuri-鳴子百合 | (lett. ratel-lelie) Salomonszegel (plant: Polygonatum falcatum) |
| nasakebukai-情け深い | meelevend; sympathiek; welwillend; goedhartig |
| nasakenai-情けない | schandelijk; jammerlijk; betreurenswaardig |
| nasakenai-情けない | erbarmelijk; miserabel; armzalig; zielig; meelijwekkend |
| nasakeshirazu-情け知らず | genadeloosheid; harteloosheid |
| nasakeshirazu-情け知らず | een genadeloos [harteloos] iemand |
| nasanunaka-生さぬ仲 | ouder-kind relatie zonder biologische verwantschap |
| nasaru-為さる | (gebruikt als hulp-ww. om beleefdheid uit te drukken; wordt niet vertaald of uitgedrukt door de toevoeging: alstublieft) |
| nasaru-為さる | (dit is een beleefdheidsvariant van het werkwoord suru) doen |
| nashikuzushi-済し崩し | (schulden) afbetalen in termijnen; aflossingsplan; afbetalingsregeling |
| nashikuzushi-済し崩し | geleidelijke ontmanteling [afbraak] |
| nashonaru・ado-ナショナル・アド | landelijke [nationale] advertentie |
| nashonaru・burando-ナショナル・ブランド | nationaal handelsmerk |
| nashonaru・intaresuto-ナショナル・インタレスト | nationaal belang; landsbelang |
| nashonaru・konsensasu-ナショナル・コンセンサス | nationale consensus; gemeenschappelijke mening [instemming] van een volk |
| nashonaru・sentā-ナショナル・センター | landelijke organisatie van vakbonden |
| nasuriai-擦り合い | tegenbeschuldiging, recriminatie; wederzijdse beschuldigingen; het elkaar de schuld geven |
| nata・de・koko-ナタ・デ・ココ | kokosgel (gelei uit gefermenteerd kokoswater) |
| natsubate-夏ばて | het afnemen [verlies] van lichamelijke krachten door de zomerhitte |
| natsubatesuru-夏ばてする | lichamelijke kracht verliezen door zomerhitte |
| natsudonari-夏隣 | het gevoel [besef] van de naderende zomer; seizoenwoord voor de late lente |
| natsudori-夏鳥 | zomervogels; trekvogels die in de zomer komen nestelen [zich voortplanten], en in de herfst wegtrekken naar warmere streken om te overwinteren |
| natsugare-夏枯れ | een tijdelijke terugval in de verkoop bij winkels, etc. in de zomer periode; komkommertijd |
| natsuge-夏毛 | de (okergele) haren van een hertenvacht, die gebruikt worden voor het maken van penselen |
| natsuge-夏毛 | zomertooi; de vacht [pels] van dieren in de zomer |
| natsuimo-夏芋 | een andere benaming voor een (gewone) aardappel |
| natsuin-捺印 | verzegeling |
| natsuinsuru-捺印する | verzegelen |
| natsuku-懐く | emotioneel gehecht raken aan; genegenheid opvatten voor |
| natsumatsuri-夏祭り | festivals [plechtigheden] in Shintō tempels, die worden gehouden in de zomer |
| natsume-棗 | jujube (een vrucht, soort rode dadel) |
| natsumeyashi-棗椰子 | dadelpalm (Phoenix dactylifera) |
| natsumeyashi-棗椰子 | dadel (vrucht) |
| natsunari-夏成り | een landbouw-belasting over de opbrengsten van de zomer-oogst (stamt uit de Middeleeuwen) |
| natsuno-夏野 | een zomerveld; veld in de zomer |
| natsunotsuki-夏の月 | (koele) zomermaan |
| natsutsubaki-夏椿 | een zomercamellia [Stewartia pseudocamellia], een in de zomer bloeiende, bladverliezende boom (die vaak ten onrechte shara no ki [シャラノキ] wordt genoemd |
| natsuyama-夏山 | bergen met de weelderige begroeiing van de zomer |
| nawabariarasoi-縄張り争い | territoriumgevecht; strijd [oorlog] onder criminele groepen |
| nawame-縄目 | touwpatroon (in Japanse dakpannen of tegels) |
| nawashiro-苗代 | een kweekveld voor jonge rijstplantjes (zaailingen) |
| nayamashii-悩ましい | prikkelend; opwindend; verleidelijk |
| nayamashii-悩ましい | zorgelijk; verontrustend; moeilijk; lastig; netelig; angstig; pijnlijk |
| nayami-悩み | smart; leed; angst; kwelling; (ziele)pijn |
| nayuta-那由他 | (oorspronkelijk boeddh.) extreem grote hoeveelheid; een enorm groot getal |
| nazo-謎 | raadsel; puzzel; mysterie |
| nazuna-薺 | herderstasje (plant, Capsella) |
| nda-んだ | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| ndesu-んです | aan het eind van een zin, geeft nadruk [mening; verklaring; conclusie; aanwijzing; aanbeveling] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| ne-子 | de rat (Chinees sterrenbeeld) |
| ne-根 | wortel (fig.); bron, oorsprong |
| ne-根 | wortel (van een plant, haar, tand, etc.) |
| ne-音 | (in kanji combinaties) geluid; toon; klank |
| neagari-根上がり | wortels van een boom die boven de grond zichtbaar zijn |
| nebosuke-寝坊助 | iemand die veel slaapt [zich verslaapt]; slaapkop |
| nebukai-根深い | diepgeworteld |
| neburibashi-ねぶり箸 | eetstokjes waaraan wordt gelikt of die in de mond gehouden worden (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| nedame-寝溜め | het inhalen van slaap; extra veel slapen |
| nedayashi-根絶やし | uitroeiing; ontworteling; verdelging |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men beleefd een oudere zus aanspreekt:) zus(ter) |
| neesan-姉さん | (een woord waarmee men aanspreekt) een serveerster in een restaurant of hotel |
| neesankaburi-姉さん被り | handdoek om het hoofd gewikkeld |
| nefuda-値札 | prijskaartje; prijslabel |
| negake-根掛 | een sieraad voor een traditioneel Japans vrouwenkapsel |
| negao-寝顔 | gelaatsuitdrukking van een slaper [iemand die slaapt] |
| negasakabu-値嵩株 | aandelen met een hoge (aandelen)koers |
| negatibu-ネガティブ | negatief (elektrische polariteit) |
| negawashii-願わしい | wenselijk; gewenst; begeerd |
| negi-葱 | prei; (stengel)ui |
| negimanabe-葱鮪鍋 | een stoofschotel met tonijn en prei |
| negiru-値切る | afdingen; pingelen; marchanderen |
| negokochi-寝心地 | gevoel bij het slapen; slaapcomfort |
| negoro-値頃 | een redelijke [schappelijke; betaalbare] prijs |
| negura-塒 | vogelnest; nest |
| negurushii-寝苦しい | niet goed kunnen slapen; slapeloos zijn |
| neguse-寝癖 | slaapgedrag; slaapgewoonte; veel bewegingen tijdens de slaap |
| neguse-寝癖 | (na het slapen) warrig [weerbarstig] haar; weerborstel |
| nehaba-値幅 | (handel) prijsverschil; prijsfluctuatie |
| nehan-涅槃 | nirwana; verlichting; (geestelijke) bevrijding van slechte hartstochten en de kringloop van wedergeboortes |
| neishin-佞臣 | een verraderlijke hoveling [vazal]; verrader; bedrieger |
| neitibu-ネイティブ | oorspronkelijk; inheems; autochtoon; aangeboren |
| neitibu-ネイティブ | oorspronkelijke bewoner; autochtoon |
| nejikugi-螺子釘 | schroef,; schroefnagel |
| nejireru-捩れる | (van relaties, e.d.) gespannen zijn [worden] |
| nejiro-根城 | vesting; fort; bolwerk; citadel |
| nekkara-根っから | (met ontkenning) niet in het minst; helemaal niet(s) |
| nekkara-根っから | vanaf het begin; oorspronkelijk |
| nekko-根っこ | wortels (van planten en bomen) |
| neko-猫 | bijnaam van een geisha of musicus die een shamisen bespeelt |
| nekojita-猫舌 | afkeer van heet voedsel of drank |
| nekojita-猫舌 | niet tegen heet voedsel kunnen |
| nekokaburi-猫被り | hypocrisie; huichelarij; schijnheiligheid; |
| nekokaburi-猫被り | een hypocriet; een huichelaar |
| nekokawaigari-猫可愛がり | het iemand verwennen [vertroetelen] (als een kat) |
| nekomeishi-猫目石 | kattenoog (halfedelsteen) |
| nekosogi-根刮ぎ | ontworteling; het met wortel en al uit de grond trekken |
| nekosogi-根刮ぎ | geheel en al; met wortel en tak |
| nekoze-猫背 | een ronde rug; een bochel; iem. die krom loopt |
| nekutaipin-ネクタイピン | dasspeld |
| nekuzure-値崩れ | een plotselinge daling van prijzen; het kelderen van prijzen |
| nemimi-寝耳 | geluiden die je hoort terwijl je slaapt |
| nemoto-根元 | basis; wortel(s) |
| nemurigusuri-眠り薬 | slaapmiddel |
| nen-念 | gedachte; gevoel |
| nenbyakunenjū-年百年中 | het hele jaar door; altijd |
| nendai-年代 | jaartelling |
| nendo-年度 | fiscaal jaar; belastingjaar; boekjaar |
| nendogata-粘土型 | klei model |
| nengaranenjū-年がら年中 | het hele jaar door; altijd |
| nenjū-年中 | het hele jaar (door) |
| nenjūmukyū-年中無休 | elke dag van het jaar geopend; 24/7 geopend |
| nenkinseido-年金制度 | pensioenstelsel |
| nenmatsuchōsei-年末調整 | belastingcorrectie [belastingaanpassing] aan het einde van het jaar |
| nennen-年年 | jaar na jaar; jaarlijks; elk jaar; van jaar tot jaar |
| nennensaisai-年年歳歳 | jaarlijks; elk jaar,; jaar in jaar uit |
| nenpyō-年表 | chronologische tabel |
| nenrai-年来 | (enkele) jaren (geleden); (al) jarenlang |
| nenshiki-年式 | modeljaar (jaar waarin een nieuw model auto (e.d.) op de markt komt) |
| nensho-念書 | schriftelijke belofte [verklaring; garantie] |
| neoki-寝起き | het dagelijkse bestaan [leven] |
| neon-ネオン | neon (chem. element) |
| neriawaseru-練り合わせる | kneden; samenkneden; iets tot één geheel kneden |
| neribei-練り塀 | (traditionele Japanse) pleistermuur (een muur opgebouwd uit afwisselende lagen stenen en gestampte klei, met leistenen [dakpannen] erbovenop) |
| nerikō-練り香 | een ronde plak wierook (gemaakt van een mengsel van verschillende geurpoeders) |
| neru-寝る | slapen met; het bed delen met |
| neru-練る | stof [weefsel] zacht maken door het te koken |
| neshōga-根生姜 | gemberwortel |
| nessen-熱戦 | een felle strijd; hevig gevecht |
| nesshō-熱唱 | het hartstochtelijk [enthousiast; uit volle borst] zingen |
| neta-ねた | (voedsel) ingrediënten |
| netabare-ネタバレ | spoiler; bederver; informatie die (een deel van) de plot van een film of boek verklapt |
| netsudendō-熱伝導 | warmtegeleiding; thermische geleiding |
| netsukan-熱感 | gevoel van warmte [temperatuur; koorts] |
| netsuke-根付け | een traditionele Japanse (met de hand gesneden) gordelknoop |
| netsukigu-熱器具 | verwarmingstoestel (zoals kachel, fornuis, e.d.) |
| netsukikyū-熱気球 | heteluchtballon |
| netsuryō-熱量 | hoeveelheid warmte; calorische waarde |
| netsusamashi-熱冷まし | koortsverlagend geneesmiddel; koortswerend middel |
| netsushori-熱処理 | warmtebehandeling |
| netsuzō-捏造 | verzinsel; onwaarheid; bedenksel; bedrog; vervalsing |
| nettaiteikiatsu-熱帯低気圧 | tropische cycloon [wervelstorm] |
| nettaiya-熱帯夜 | zwoele [broeierige; tropische] avond [nacht] |
| nettō-熱闘 | felle strijd; fel bevochten wedstrijd |
| nettoshoppingu-ネットショッピング | online winkelen; online shoppen; winkelen op internet |
| nettotatchi-ネットタッチ | het aanraken van het net door een speler (tennis, volleybal, etc.) |
| netto・purē-ネット・プレー | (tennis) dichtbij het net spelen |
| nezuku-根付く | wortel schieten |
| nezumi-鼠 | schelm; ondeugd |
| nezumitori-ネズミ捕り | (politieterm) autoval (voor het registreren van snelheidsovertredingen) |
| nezumizan-鼠算 | snelle vermenigvuldiging; snelle toename (in aantal); snelle verspreiding |
| nezuyoi-根強い | diepgeworteld; bestendig |
| ni-に | (in combinatie met wa en ...ga, geeft aan dat iets wel zo is [gebeurt] maar met voorwaarde of restrictie) weliswaar |
| ni-に | (geeft richting, doel of plan aan) naar; aan; in; iets gaan doen |
| ni-に | (bij een vergelijking) op; dan |
| ni-に | (meestal in combinatie met wa of mo achter aanspreektitels, geeft respect aan voor de toegesprokene) |
| ni-尼 | (boeddhistische) non; achtervoegsel achter de naam van een non |
| ni-荷 | last; moeite; verantwoordelijkheid; verplichting |
| niamisu-ニアミス | een bijna-botsing van vliegtuigen die elkaar rakelings passeren in de lucht |
| niatsukai-荷扱い | vrachtafhandeling |
| nibu-二部 | twee delen; twee categorieën |
| nibu-二部 | twee delen [boeken]; het tweede deel (van een boek) |
| nibu-二部 | tweedegraads lerarenopleiding voor een middelbaar onderwijsprogramma (in het oude onderwijsprogramma van Japan) |
| nibui-鈍い | bot (fig.); gevoelloos; traag van begrip |
| nibui-鈍い | dof; vaag; kleurloos; onduidelijk; vaag |
| niburu-鈍る | minder goed worden; verzwakken; wankelen |
| nichibeichiikyōtei-日米地位協定 | Japans-Amerikaanse "Status-of-Forces" Overeenkomst (hierbij zijn in 1960 de condities vastgesteld voor het Amerikaanse leger gestationeerd in Japan) |
| nichibeikan-日米間 | (relaties, etc.) tussen Japan en Amerika |
| nichibu-日舞 | traditionele [klassieke] Japanse dans |
| nichijō-日常 | gewoonlijk; dagelijks; alledaags |
| nichijōsahan-日常茶飯 | dagelijkse gebeurtenissen [beslommeringen] |
| nichijōsahanji-日常茶飯事 | schering en inslag; de gewone [alledaagse] zaken (afgeleid van het dagelijks eten); een alledaagse gebeurtenis |
| nichijōseikatsu-日常生活 | het dagelijkse leven |
| nichinichi-日日 | dagelijks; elke dag |
| nichiōkan-日欧間 | (relaties, etc.) tussen Japan en Europa |
| nichirinsō-日輪草 | zonnebloem (Helianthus annuus) |
| nichiyōdaiku-日曜大工 | doe-het-zelver; (weekend) klusser |
| nichiyōhin-日用品 | dagelijkse benodigdheden; voorwerpen voor dagelijks gebruik |
| nidanbeddo-二段ベッド | stapelbed |
| nifuda-荷札 | label; etiket |
| niganrefu-二眼レフ | spiegelreflexcamera met dubbele lens |
| nigauri-苦瓜 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| nigeashi-逃げ足 | het snel wegrennen; te voet wegvluchten [ontsnappen] |
| nigenai-似気無い | ongebruikelijk; ongewoon; niet passend bij; onwaardig |
| nigera-ニゲラ | Nigelle (plant, Ranonkelfamilie) |
| nigiri-握り | handvat; heft; hendel; steel; handgreep |
| nigiributo-握り太 | de handgreep van een boog dat met leer omwikkeld is om het dikker te maken |
| nigirikawa-握り革 | het leer dat om het heft van een zwaard of de handgreep van een boog gewikkeld is |
| nigirikobushi-握り拳 | met lege handen staan; geen geld op zak hebben; met blote handen [ongewapend] zijn |
| nigiritsubusu-握り潰す | een plan [project] niet in behandeling nemen |
| nigirizushi-握り鮨 | een soort sushi waarbij een reepje vis (omelet, e.d.) op een samengeknepen blokje sushirijst wordt gelegd |
| nigiru-握る | belangrijke zaken goed bewaren [stevig in handen houden] |
| nigiyaka-賑やか | lawaaiig; kleurig; druk; vrolijk; welvarend |
| nigori-濁り | ongefilterde [troebele] sake |
| nigori-濁り | troebel [modderig; ondoorzichtig; wazig] zijn |
| nigorizake-濁り酒 | ongefilterde [troebele] sake |
| nigoru-濁る | troebel [modderig; bezoedeld; vies] worden |
| nigoru-濁る | wazig [onduidelijk; vaag] worden |
| nigosu-濁す | (van een vloeistof) troebel maken, vertroebelen, ondoorzichtig maken |
| nigotta-濁った | troebel; onzuiver |
| nihaizu-二杯酢 | een mengsel van azijn en sojasaus |
| nihon-二本 | twee stuks (本 wordt gebruikt voor het tellen van lange dingen, boeken, etc.) |
| nihonbōekishinkōkikō-日本貿易振興機構 | Japanse organisatie voor de bevordering van de handel met het buitenland (Japan External Trade Organization; JETRO, ジェトロ) |
| nihonbuyō-日本舞踊 | traditionele [klassieke] Japanse dans |
| nihondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
| nihongami-日本髪 | traditioneel Japans vrouwenkapsel |
| nihonjidōshayunyūkumiai-日本自動車輸入組合 | JAIA, Japanse Automobiel Importeurs Associatie |
| nihonkaihatsuginkō-日本開発銀行 | Japanse ontwikkelingsbank; Ontwikkelingsbank van Japan |
| nihonkōgyōkikaku-日本工業規格 | Japanse industriële standaarden (JIS) |
| nihonkoyō-日本古謡 | Japans traditioneel lied |
| nihonsangyōkikaku-日本産業規格 | Japanese industriële standaard |
| nihonsei-日本製 | van Japanse makelij; gemaakt in Japan |
| nihonshōkōkaigisho-日本商工会議所 | de Japanse Kamer van Koophandel en Industrie |
| nihonyakkyokuhō-日本薬局方 | de officiële Japanse farmacopee (handboek van geneesmiddelen) |
| niishimamori-新島守 | nieuwe eilandbewaker (personage in de klassieke Japanse gedichtenbundel Man'yōshū) |
| nijimasu-虹鱒 | regenboogforel (Oncorhynchus mykiss) |
| nijimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
| nijimu-滲む | doorsijpelen; lekken; uitstromen; opwellen |
| nijū-二重 | verdubbeling; verdubbeling |
| nijūago-二重顎 | onderkin; dubbele kin |
| nijūhitei-二重否定 | dubbele ontkenning |
| nijūjinkaku-二重人格 | dubbele persoonlijkheidsstoornis |
| nijūseikatsu-二重生活 | dubbelleven |
| nikawa-膠 | (dierlijke) lijm (hoofdbestanddeel gelatine) |
| nikayou-似通う | erg veel lijken op; veel overeenkomsten hebben met |
| nikisaku-二期作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van hetzelfde gewas (m.n. rijst) op dezelfde (landbouw)grond |
| nikkan-日刊 | dagelijkse publicatie [uitgave] |
| nikkei-肉桂 | kaneel |
| nikkei-肉桂 | kaneelboom (Cinnamomum sieboldii) |
| nikkeru-ニッケル | nikkel (chem. element) |
| nikkin-日勤 | dagdienst; dagelijks werk |
| niku-肉 | zegel-inkt; stempelkussen |
| niku-肉 | lichaam; sexueel verlangen; passie |
| nikuchi-肉池 | een stempelkussen [zegel-inkt] houder |
| nikui-憎い | hatelijk; gehaat; verachtelijk; afschuwelijk; bitter; verschrikkelijk |
| nikui-憎い | iets dat zo goed is dat je er jaloers van wordt; verschrikkelijk mooi [prachtig; uitmuntend] |
| nikujaga-肉じゃが | Japans stoofgerecht (met vlees, aardappelen en soms ook groenten ) |
| nikukan-肉感 | lichamelijk genot; seksuele passie |
| nikukoppun-肉骨粉 | diermeel (van vlees en botten) |
| nikumareguchi-憎まれ口 | beledigende [kwetsende; hatelijke] opmerkingen; grof taakgebruik |
| nikumarekko-憎まれっ子 | een stout [vervelend] kind |
| nikunikushii-憎憎しい | afschuwelijk; walgelijk; verachtelijk |
| nikunikushii-憎憎しい | kwaadaardig; hatelijk; wraakzuchtig |
| nikurashii-憎らしい | hatelijk; verwerpelijk; verachtelijk; afschuwelijk; vreselijk |
| nikuromu-ニクロム | nichroom (mengsel van nikkel en chroom) |
| nikushin-肉親 | familielid; bloedverwant |
| nikutairōdō-肉体労働 | fysieke [lichamelijke] arbeid |
| nikutaiteki-肉体的 | fysiek; lichamelijk |
| nikutarashii-憎たらしい | walgelijk; hatelijk; gemeen; afschuwelijk |
| nikuyoku-肉欲 | vleselijke [dierlijke] lusten; zinnelijke begeerte |
| nikuzure-煮崩れ | het inkoken [zacht koken] van voedsel; het uit elkaar vallen van voedsel tijdens het koken |
| nikyokuka-二極化 | polarisatie; tweedeling; wij-zij denken (politiek) |
| nimokakawarazu-にも拘わらず | ongeacht; hoewel; ondanks; maar toch; niettegenstaande |
| nimono-煮物 | het koken van voedsel; gekookt voedsel |
| nimōsaku-二毛作 | dubbele oogst [twee oogsten per jaar] van twee verschillende gewassen op dezelfde (landbouw)grond |
| nin-人 | wordt gebruikt voor het tellen van mensen |
| nin-仁 | sympathie; welwillendheid; liefdadigheid |
| ninaite-担い手 | hoofdverantwoordelijke; (fig.) steunpilaar |
| ninchi-認知 | wettelijke erkenning (van kind door vader) |
| ninchihattatsu-認知発達 | cognitieve [verstandelijke] ontwikkeling |
| nindō-忍冬 | kamperfoelie (Lonicera japonica) |
| ninga-人我 | (boeddh.) zelfzuchtigheid; egoïsme |
| ningai-人界 | (boeddh.) (een van de tien rijken) de wereld waarin mensen leven; de menselijke wereld |
| ningendokku-人間ドック | algeheel [uitgebreid] medisch (lichamelijk) onderzoek |
| ningenkankei-人間関係 | (inter)menselijke relaties [betrekkingen] |
| ningenkokuhō-人間国宝 | levend nationale kunstschat (titel gegeven aan kunstenaars of traditionele ambachtslieden met een zeer hoge technische bekwaamheid) |
| ningenmi-人間味 | menselijkheid; menslievendheid; zachtaardigheid |
| ningenmorumotto-人間モルモット | menselijk proefkonijn |
| ningenmoyō-人間模様 | (complexe) betrekkingen [relaties] tussen mensen |
| ningennami-人間並み | (net) als een mens; met menselijke eigenschappen [intelligentie] |
| ningensei-人間性 | de menselijke natuur [aard]; menselijkheid |
| ningensogai-人間疎外 | ontmenselijking; dehumanisering |
| ningenteki-人間的 | menselijk |
| ningenwaza-人間業 | mensenwerk; wat mensen kunnen doen; waar mensen toe in staat zijn; wat menselijkerwijs mogelijk is |
| ningenzō-人間像 | (toon)beeld van een mens |
| ningyōgeki-人形劇 | poppenspel; poppentheater; marionettentheater(voorstelling) |
| ningyōtsukai-人形遣い | poppenspeler; marionettenspeler |
| nininsankyaku-二人三脚 | tijdelijke samenwerking (voor een bepaalde taak) |
| nininsankyaku-二人三脚 | driebeenswedloop (waarbij de deelnemers met een been aan dat van een ander zijn vastgebonden) |
| ninjin-人参 | wortel; peen |
| ninjiru-任じる | zich verbeelden; zich voordoen als |
| ninjiru-任じる | benoemen; aanstellen |
| ninjō-人情 | menselijk gevoel; menselijkheid; vriendelijkheid; menselijke aard |
| ninjōbon-人情本 | (Japans literaar genre uit het begin van de 19de eeuw)) sociale roman die het liefdes- en familieleven van de burgers van Edo beschrijft |
| ninjōmi-人情味 | medemenselijkheid; warme menselijke gevoelens; vriendelijkheid |
| ninkan-任官 | aanstelling; benoeming |
| ninkikabu-人気株 | populaire [gewilde] aandelen |
| ninkyō-任侠 | ridderlijkheid; hoffelijkheid |
| ninmari-にんまり | zelfvoldane [zelfingenomen] glimlach |
| ninmei-任命 | benoeming; aanstelling |
| ninmeisuru-任命する | benoemen; aanstellen |
| ninmenjūshin-人面獣心 | bruut; monster; wreed [harteloos; beestachtig] persoon |
| ninoashi-二の足 | aarzeling; heroverweging; bedenking |
| ninomai-二の舞 | in klassiek Japans theater dezelfde dans van een andere acteur imiteren [nadoen] |
| ninomaru-二の丸 | de tweede [buitenste] omheining van een kasteel |
| ninotsugi-二の次 | secundair; van ondergeschikt belang |
| ninshō-認証 | certificatie; geldigverklaring |
| ninsō-人相 | gelaatstrekken; gezichtsuitdrukking; fysionomie |
| ninsōmi-人相見 | fysionomist; gelaatkundige |
| nintōzei-人頭税 | hoofdelijke omslag; hoofdelijke belasting |
| ninzū-人数 | veel mensen; een grote groep mensen |
| nin'yō-認容 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| niō-仁王 | twee beelden van (boeddhistische) beschermgoden (links en rechts van een tempelpoort) |
| nio-鳰 | dodaars (een watervogel: Tachybaptus ruficollis) |
| nippō-日報 | dagelijks verslag [rapport] |
| nippondaihyō-日本代表 | Japanse vertegenwoordiging [delegatie] |
| nippondenshindenwakōsha-日本電信電話公社 | NTT, Nippon Telegraph and Telephone Public Corporation |
| niranseisōseiji-二卵性双生児 | twee-eiige tweeling |
| niru-似る | lijken (op); gelijkenis hebben (met); eruit zien (als) |
| nīrusenchōsa-ニールセン調査 | kijkcijferonderzoek uitgevoerd door de Nielsen Company (waarvan de Japanse tak werd opgericht in 1961) |
| nisankaiō-二酸化硫黄 | zwaveldioxide |
| nisegane-偽金 | vals geld |
| nisei-二世 | de Tweede; II (titel van koningen en keizers) |
| nisetaijūtaku-二世帯住宅 | één huis dat opgedeeld is in twee huishoudens (zodat twee generaties, ouders en kinderen, apart kunnen wonen) |
| niseyo-にせよ | zelfs al; ook al; hoewel |
| nishi-西 | (boeddh.) het Westelijk Paradijs |
| nishihankyū-西半球 | het westelijk halfrond; het Westen |
| nishiiwatsubame-西岩燕 | (gewone) huiszwaluw (Delichon urbicum) |
| nishikie-錦絵 | een kleurenafdruk; een veelkleurige afdruk van een houtsnede |
| nishinhō-二進法 | binaire talstelsel; tweetallig stelsel |
| nishisahara-西サハラ | Westelijke Sahara |
| nissan-日参 | dagelijks bezoek aan een instelling, e.d. (voor praktische doeleinden) |
| nissan-日参 | dagelijks bezoek aan een heiligdom of tempel (voor religieuze doeleinden) |
| nissha-日射 | zonnestraling; insolatie; blootstellen aan zonnestralen |
| nissha-日車 | omwenteling (in een dag van de aarde) |
| nisshabyō-日射病 | zonnesteek; heliosis |
| nissharyō-日射量 | hoeveelheid zonnestraling; insolatie; blootstellen aan zonnestralen |
| nisshingeppo-日進月歩 | snelle [gestage; dagelijkse] vooruitgang |
| nisshō-日商 | de Japanse Kamer van Koophandel en Industrie |
| nisshō-日商 | dagelijkse verkopen |
| nitchisangyō-ニッチ産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| niten'ichiryū-二天一流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten |
| nitoroserurōsu-ニトロセルロース | schietkatoen; nitrocellulose |
| nitōryū-二刀流 | goed zijn in twee tegengestelde disciplines (b.v. in honkbal zowel goed kunnen slaan als werpen) |
| nitōryū-二刀流 | een school voor zwaardvechten [kendo] waarbij met één zwaard in elke hand wordt gevochten (opgericht door Miyamoto Musashi, 1584-1645) |
| nittei-日程 | agenda; dagplanning; rooster; tijdschema; dagelijkse routine |
| niuribune-煮売り船 | een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| niwaka-俄 | plotseling [onverwacht] zijn |
| niwakaame-俄雨 | plotselinge [heftige] regenbui |
| niwakakyōgen-俄狂言 | (korte) klucht [komisch toneelstuk]; korte grappige sketch |
| niyō-二葉 | twee bladen [vellen; platte dingen] |
| niyori-により | volgens; door (middel); vanwege |
| no-の | als slotpartikel, drukt uit een conclusie [beslissing] of bevel (niet beleefd) |
| no-の | (dit partikel geeft aan het verband tussen 2 woorden, waarbij het eerste woord een (bijv.) bepaling is van het woord dat na no staat) |
| no-の | als vraagpartikel aan het eind van de zin |
| nō-能 | het Nō-theater, onderdeel van Nōgaku |
| noa-ノア | Noach (Bijbelfiguur) |
| noarashi-野荒らし | het vernietigen [stelen] van gewassen op de velden |
| noarashi-野荒らし | de mens die [het dier dat} de gewassen vernielt of steelt |
| nobana-野花 | wilde bloemen; veldbloemen |
| nobanashi-野放し | iemand zijn gang laten gaan; (iets) op zijn beloop laten; zich ergens niet mee bemoeien |
| nobasu-延ばす | uitstellen |
| nobe-野辺 | (op; rond) het veld |
| nobebarai-延べ払い | uitgestelde betaling |
| nobebaraishin'yō-延べ払い信用 | krediet voor uitgestelde betaling |
| nobeita-延べ板 | brede plank die wordt gebruikt om dingen op uit te rekken (b.v. voor het uitrollen van noedels) |
| nōben-能弁 | welsprekendheid; welbespraaktheid |
| noberu-述べる | vertellen; zeggen; vermelden; uitdrukken; verklaren |
| nōberushō-ノーベル賞 | Nobelprijs |
| nobetsu-のべつ | onophoudelijk; voortdurend; continu |
| nobetsumakunashi-のべつ幕なし | onophoudelijk; voortdurend; continu |
| nobezao-延べ竿 | eenvoudige (bamboe) hengel met vastgemaakte lijn (zonder molen) |
| nobi-野火 | veldbrand; het afbranden van verdord gras op de velden (in het voorjaar) |
| nobichijimi-伸び縮み | uitzetting en krimp; elasticiteit |
| nobinobi-伸び伸び | comfortabel; op je gemak; ontspannen |
| nobinobi-延び延び | (herhaaldelijk) uitgesteld zijn |
| nobiru-延びる | uitgesteld worden |
| nobiyaka-伸びやか | comfortabel; rustig; ontspannen |
| nobori-上り | klim; beklimming; bestijging; opstijgen; opgang; opkomst; het oprijzen; het omhooggaan; opvaart; opwaartse [oplopende] helling |
| noboriayu-上り鮎 | jonge ayu (vissen: Plecoglossus altivelis) die stroomopwaarts zwemmen (in de lente) |
| noboribō-登り棒 | klimpaal (speeltoestel) |
| noboribune-上り船 | een schip dat stroomopwaarts vaart; de boot die vaart van het platteland richting de streek van Kyoto-Osaka |
| noboriryū-昇り竜 | witte kluiszwam (de paddestoel Helvella crispa) |
| noborizaka-上り坂 | opwaartse [oplopende] helling; bergopwaarts; groeiend; herstellend (economie); verbetering (weer, gezondheid) |
| noboseru-逆上せる | duizelig zijn; het stijgen van het bloed naar het hoofd |
| nōburu-ノーブル | nobel; edel |
| nobushi-野武士 | (in de middeleeuwen) boeren die (in groepen) verslagen samoerai aanvielen en zich hun uitrustingen, etc. toeëigenden |
| nobushi-野武士 | helper van de topspeler (de mariashi) in de kemari balsport (gespeeld door hovelingen in het keizerlijk paleis) |
| noda-のだ | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| nodesu-のです | aan het eind van een zin, geeft eigen nadruk [mening; verklaring; conclusie] aan (b.v. het is zo dat; de reden is dat; namelijk) |
| nodo-喉 | de keel |
| nodobotoke-喉仏 | adamsappel |
| nodokubi-喉頸 | een belangrijke plaats [plek]; een essentieel [vitaal] onderdeel |
| nodomoto-喉元 | de keel; strot |
| nōfu-納付 | betaling (van belastingen, bekeuringen, e.d. aan overheidsinstellingen) |
| nogeshi-野芥子 | melkdistel (Sonchus oleraceus) |
| nogisu-ノギス | nonius; schuifmaat (hulpschaalverdeling) |
| nōgyō-農業 | boerenbedrijf; landbouw; veeteelt; bosbouw |
| nōha-脳波 | elektro-encefalografie (eeg) |
| nōhakei-脳波計 | elektro-encefalografie (eeg) |
| nōhanki-農繁期 | periode met veel landbouwactiviteit; drukke tijd voor landbouwers |
| nohara-野原 | veld; vlakte; wildernis |
| nohohonto-のほほんと | nonchalant; achteloos |
| nōhonshugi-農本主義 | agrarisme (een politieke stroming die de landbouw en het platteland voorop stellen) |
| noizu-ノイズ | (hard) geluid; lawaai; ruis |
| noji-野路 | weg [pad] door de velden; veldweg |
| nōka-農科 | landbouwafdeling; landbouwcursus |
| nokeru-退ける | (achter een ww. in de -te vorm) lukken; kans zien (om); (iets moeilijks) klaarspelen |
| nokkaru-乗っかる | (informele vorm van noru) instappen; opstappen |
| nokkingu-ノッキング | het kloppen of pingelen van een motor |
| nokkuauto-ノックアウト | knock-out (een klap die iem. buiten gevecht stelt) |
| nokkudaun-ノックダウン | (boksen) knockdown; (tijdelijk) neergaan |
| nōkō-濃厚 | gepassioneerd [vol passie; hartstochtelijk] zijn |
| nōkōgirei-農耕儀礼 | ritueel verzoek (of dankbetuiging) voor een goede oogst |
| nokonoko-のこのこ | onverschillig; schaamteloos |
| nokorazu-残らず | alles; volledig; helemaal; compleet; totaal; zonder uitzondering |
| nokori-残り | overblijfsel; restant; rest(en) |
| nokoribi-残り火 | sintels; smeulende resten van een vuur |
| nokoru-残る | (achter een ander ww. gevoegd:) niet (helemaal) gedaan, onafgemaakt |
| nōkyō-納経 | het offeren in een tempel van een handmatig gekopieerde soetra |
| nōkyō-納経 | het aanbieden van geld of rijst in een tempel in ruil voor soetra teksten |
| nōmāku-ノーマーク | (sport) speler die niet gedekt wordt [waar niet op gelet wordt] |
| nomenome-のめのめ | schaamteloos; onbeschaamd |
| nomeru-のめる | voorover vallen [buigen; leunen; struikelen] |
| nomi-ノミ | platte beitel; hoekbeitel |
| nomichi-野道 | weg [pad] door de velden; veldweg |
| nomide-飲みで | genoeg [veel] te drinken |
| nomihosu-飲み干す | achter elkaar [in één keer] opdrinken; helemaal opdrinken |
| nomikai-飲み会 | drinkpartij; borrel |
| nomikomu-飲み込む | opnemen; binnenhalen; verzwelgen |
| nomikui-飲み食い | eten en drinken; drank en voedsel |
| nominoichi-蚤の市 | vlooienmarkt; rommelmarkt |
| nōmiso-脳味噌 | hersenfunctie; intelligentie |
| nōmiso-脳味噌 | hersenen; hersenweefsel |
| nomitorimanako-蚤取り眼 | scherpe blik [ogen]; adelaarsblik; arendsblik; arendsogen |
| nomitsubusu-飲み潰す | al je geld opzuipen [verbrassen aan alcohol] |
| nomitsubusu-飲み潰す | zich bezatten; iemand onder de tafel drinken |
| nomu-飲む | opslokken; verzwelgen (vaak gebruikt in de passieve vorm: opgeslokt [verzwolgen] worden) |
| nomu-飲む | neerkijken op; verachten; overweldigen; onderschatten |
| nonbee-飲兵衛 | iemand die veel alcohol drinkt; een stevige [zware] drinker |
| nonbiri-のんびり | op zijn gemak; ontspannen; rustig; relaxed; zorgeloos |
| nonbirisuru-のんびりする | zich op zijn gemak voelen; rustig aan doen; zich ontspannen |
| noni-のに | (in vaste uitdrukkingen zoals to iu noni en ii noni) maar; hoewel |
| noni-のに | (drukt meestal een tegenstelling uit) hoewel; terwijl |
| nonki-呑気 | zorgeloosheid; nonchalance; onbezorgdheid |
| nonkyariagumi-ノンキャリア組 | niet-carriëre gebonden groep; personeel buiten de carriëre-rangen |
| nonoshiru-罵る | uitschelden; beledigen |
| nonpuro-ノンプロ | (nonprofessional) niet-professioneel; niet beroepsmatig |
| nonsekuto-ノンセクト | niet-sektarisch; niet gebonden aan een bepaalde religie of politieke partij |
| nonsharan-ノンシャラン | nonchalant; achteloos; onverschillig |
| noppikinaranai-退っ引きならない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onweerstaanbaar |
| nora-野良 | veld; akker |
| norarikurari- のらりくらり | (onomatopee) lui; doelloos; vaag, ontwijkend |
| noren-暖簾 | een traditioneel Japans gordijn, hangend in een deuropening (m.n. in winkels, restaurants, e.d.) |
| nori-海苔 | dunne vellen gedroogd zeewier |
| nori-糊 | lijm; plakmiddel; kleefstof; stijfsel |
| noriawaseru-乗り合わせる | (toevallig) met iemand samen reizen [in dezelfde auto, trein, boot, etc.) |
| norikae-乗り換え | overstap (wisselen van vervoermiddelen) |
| norikaeru-乗り換える | veranderen (van gedachten, e.d.); omschakelen; overgaan (op) |
| norikaeru-乗り換える | overstappen (vervoermiddelen) |
| norimaki-海苔巻き | rijst met andere ingrediënten gewikkeld in velletjes nori (gedroogde zeewier) |
| norimono-乗り物 | voertuig; transportmiddel |
| norisugosu-乗り過ごす | vergeten uit (de trein, tram, e.d.) te stappen; het station dat reisdoel is passeren |
| norokeru-惚気る | opscheppen over je liefdesrelatie; je relatie [partner] bewieroken |
| noroshi-狼煙 | rooksignaal; lichtbaken; lichtkogel |
| noru-乗る | (gaan) meedoen; deelnemen aan |
| noru-乗る | (zich) goed verdelen [uitspreiden; uitsmeren] |
| noru-載る | op een plank [podium] kunnen zetten; ergens ingeladen kunnen zijn |
| nosabaru-のさばる | zich wispelturig [arrogant; eigenzinnig] gedragen |
| nōsei-農政 | landbouwbeleid; landbouwpolitiek |
| noseru-乗せる | stemmen; op elkaar afstemmen |
| noseru-乗せる | laten meedoen [deelnemen] |
| noshibukuro-熨斗袋 | een mooi gedecoreerde enveloppe [omslag] om geld cadeau te doen |
| nōtatchi-ノータッチ | (honkbal) het niet aanraken met de bal van een honk of tegenstander door een veldspeler |
| notautsu-のた打つ | kronkelen; wriemelen; (ineen)krimpen (van de pijn) |
| nōtenki-脳天気 | geheel zonder zorgen; onbezorgdheid; lichtzinnigheid |
| notto-ノット | knoop (eenheid voor snelheid van schepen) |
| nowaki-野分き | (late) herfststorm (lett. veld-splitser) |
| nōyaku-農薬 | (chemische) bestrijdingsmiddelen; landbouwchemicaliën |
| nōyō-膿瘍 | een abces; ettergezwel; etterbuil |
| nōzei-納税 | belastingbetaling |
| nōzeisha-納税者 | belastingbetaler |
| nōzeishinkokusho-納税申告書 | belastingaangiftebiljet |
| nozokaseru-覗かせる | kort [snel] laten zien; deels zichtbaar zijn [worden]; in het oog springen |
| nozoki-覗き | een kijkje; vluchtige [steelse] blik |
| nozokimi-覗き見 | glurende [steelse] blik |
| nozoku-除く | verwijderen; wegnemen; weghalen; elimineren |
| nozomashii-望ましい | wenselijk; gewenst; begeerd |
| nozomu-臨む | bijwonen; aanwezig zijn (bij); meedoen; deelnemen |
| nozue-野末 | uithoeken van het platteland; verafgelegen velden |
| nō・kaunto-ノー・カウント | niet (mee)geteld (in de score) |
| nue-鵼 | mythische vogel met het hoofd van een aap, het lichaam van een wasbeer, de staart van een slang, en de poten van een tijger |
| nuhi-奴婢 | (mannelijke of vrouwelijke) huisbediende (van de laagste rang) |
| nuigurumi-縫い包み | een opgezet dier; een knuffel (gevuld voorwerp van stof, b.v. een teddybeer) |
| nuiyu-ヌイユ | noedels |
| nuka-糠 | rijstzemelen |
| nukaabura-糠油 | olie geperst uit rijstzemelen |
| nukaboshi-糠星 | ontelbare kleine sterren aan de nachtelijke hemel |
| nukabukuro-糠袋 | een stoffen zak gevuld met rijstzemelen om de huid mee te schrobben tijdens het baden |
| nukago-零余子 | broedknop (een vorm van ongeslachtelijke voortplanting bij planten) |
| nukamiso-糠味噌 | nuka-miso, een pasta van gezouten rijstzemelen (gebruikt voor het inmaken van groente) |
| nukazuke-糠漬け | groenten geconserveerd met gefermenteerde rijstzemelen |
| nukazuku-額ずく | en diepe buiging maken; knielen |
| nukederu-抜け出る | stilletjes [heimelijk] weggaan [wegglippen] |
| nukegake-抜け駆け | het onverwacht [heimelijk] behalen van een voordeel; voorsprong |
| nukeni-抜け荷 | het smokkelen; smokkelwaar |
| nukenuke-ぬけぬけ | brutaal; schaamteloos; vrijpostig |
| nuki-緯 | inslag (van textiel) |
| nukidasu-抜き出す | selecteren; uitzoeken |
| nukini-抜き荷 | kruimeldiefstal; gegap |
| nukishiro-緯白 | weefsel met witte inslag |
| nuku-抜く | pikken; stelen; wegnemen |
| nuku-抜く | selecteren; een uittreksel maken |
| nunchaku-ヌンチャク | (Okinawa) traditioneel wapen (gemaakt van twee korte houten stokken die met een touw of ketting zijn verbonden) |
| nurakura-ぬらくら | lui; gemakzuchtig; sloom; doelloos |
| nurakuraguchi-ぬらくら口 | een vlotte prater; iem. met een vlotte babbel; iem. die welbespraakt is |
| nurasu-濡らす | natmaken; bevochtigen; doordrenken; onderdompelen |
| nureba-濡れ場 | (film of toneel) liefdesscène; seksscène |
| nuregoto-濡れ事 | (toneel, film) lliefdesscène |
| nusumigui-盗み食い | het eten stelen; stiekem een hap nemen |
| nusumu-盗む | stelen; wegpakken; afpakken; wegnemen |
| nusumu-盗む | (bij honkbal) een honk stelen |
| nusumu-盗む | ideëen [gedachten] stelen en imiteren; zich iets toeëigenen; afkijken; plagiaat plegen; in het geheim iets van iem. leren |
| nutto-ぬっと | plotseling; abrupt; onverwacht |
| nyohitsu-女筆 | (hist.) vrouwelijke schrijfstijl in brieven e.d.; vrouwelijke penseelvoering |
| nyōin-女院 | aan het keizerlijk hof de titel 'in' voor de moeder van de keizer, de keizerin of de prinses |
| nyojitsu-如実 | werkelijkheid; realiteit; feit |
| nyokinyoki-にょきにょき | (onomatopee) het plotseling (de een na de ander) opkomen [ontstaan; ontspruiten]; oprijzen; omhoog groeien] |
| nyorai-如来 | (Sanskriet: tathāgata) de titel van Boeddha |
| nyoronyoro-にょろにょろ | (onomatopee) glibberend; kronkelend; glijdend |
| nyūbachi-乳鉢 | vijzel |
| nyūbōen-乳房炎 | mastitis; borstontsteking; melkklierontsteking; uierontsteking |
| nyūbu-入部 | (hist.) aankomst [betreding] van het aanstellingsgebied voor de eerste keer door een landvoogd [gouverneur e.d.] |
| nyūgaku-入学 | inschrijving; toelating (tot een school, opleiding, etc.) |
| nyūgakushiken-入学試験 | toelatingsexamen |
| nyūgyō-乳業 | melkindustrie; zuivelindustrie |
| nyūgyo-入御 | (respectvolle term voor de verplaatsing van een keizer, keizerin, mikoshi, en later ook emand van adel) de binnenkomst; het binnegaan |
| nyūgyū-乳牛 | melkkoe |
| nyūhakushoku-乳白色 | melkwit (kleur) |
| nyūhi-入費 | (geld) uitgaven |
| nyūin-入院 | in een tempel of klooster gaan (wonen) als monnik (en zijn huis verlaten) |
| nyūjaku-柔弱 | zwakte (van lichaam en geest); vrouwelijkheid; verwijfdheid |
| nyūji-乳児 | zuigeling; baby; (pasgeboren) kind |
| nyūjiin-乳児院 | kindertehuis; tehuis voor de opvang van kinderen; kinderbeschermingsinstelling |
| nyūjīrando-ニュージーランド | Nieuw-Zeeland |
| nyūjō-乳状 | melkachtig zijn |
| nyūjō-入城 | (triomfantelijke) binnenkomst [intocht] in een kasteel [burcht] |
| nyūjōryō-入場料 | toegangsprijs; entreegeld; entreeprijs |
| nyūjōsuru-入城する | (triomfantelijk) een kasteel [burcht] binnengaan [betreden] |
| nyūkai-入会 | aanmelding; inschrijving |
| nyūkin-入金 | het (geld) storten op eigen rekening |
| nyūkin-入金 | ontvangen geld [betaling]; tegoed; ontvangsten |
| nyūkindenpyō-入金伝票 | (geld) stortingsbewijs; stortingskaart |
| nyūkō-入寇 | invasie; vijandelijke inval |
| nyūkō-入校 | inschrijving [registratie; toelating] (bij een school, universiteit e.d.) |
| nyūmon-入門 | toelating tot een speciale opleiding; een leerling [discipel] worden (van een meester) |
| nyūnan-柔軟 | (boeddh.) kalmte; zachtheid; mild [soepel; flexibel] zijn (in ontwikkeling als spirituele kwaliteit in het trainingsproces) |
| nyūryoku-入力 | (elektr.) ingangsvermogen |
| nyūsan-乳酸 | melkzuur |
| nyūseihin-乳製品 | melkproducten; zuivelproducten |
| nyūseki-入籍 | inschrijving in het familieregister (b.v. bij huwelijk) |
| nyūsen-乳腺 | melkklier |
| nyūshi-乳歯 | melktand; melkgebit |
| nyūshi-入試 | toelatingsexamen |
| nyūshin-入信 | het zich bij een geloof aansluiten; zich bekeren; bekeerd worden |
| nyūshitsu-乳質 | melkkwaliteit |
| nyūsui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
| nyūtō-乳糖 | lactose; melksuiker |
| nyūtō-乳頭 | speen; tepel |
| nyūtora-ニュートラ | nieuw traditioneel (modestijl jaren 70/80) |
| nyūtoraru-ニュートラル | vrijloop (versnelling auto, in z'n vrij) |
| nyū・dīru-ニュー・ディール | reeks economische maatregelen van de Amerikaanse president F. Roosevelt om de Grote Depressie van 1929 te overwinnen |
| nyū・famirī-ニュー・ファミリー | kerngezin waarvan de ouders na de tweede wereldoorlog zijn geboren (dus meer consumptiegericht zijn dan traditionele Japanse gezinnen) |
| nyū・seramikkusu-ニュー・セラミックス | nieuw keramiek (dat nieuwe functies en eigenschappen heeft door de samenstelling, structuur, vorm) |
| o-小 | (voorvoegsel) klein; smal; weinig; een beetje |
| o-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| ō-翁 | (als erend achtervoegsel) meneer |
| o-雄 | man; mannelijk; mannetje |
| oainikusama-お生憎様 | jammer; helaas |
| oapekku-オアペック | Organisatie van Arabische olie-exporterende landen (Engels OAPEC: Organization of Arabian Petroleum Exporting Countries) |
| oazuke-お預け | voorlopig; in afwachting; in de wacht; uitstel; vast gereserveerd |
| ōbā-オーバー | overdreven; te veel; te hoog; overbelicht (fotografie); boven par (golf) |
| ōbāakushon-オーバーアクション | op een overdreven manier handelen [acteren] |
| ōbādoraibu-オーバードライブ | overdrive; overversnelling |
| obakeyashiki-御化け屋敷 | oud huis met een spook of (gekwelde) geest |
| ōbākiru-オーバーキル | overmatig streng economisch beleid |
| obana-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| ōbārappu-オーバーラップ | overlapping; gedeeltelijk samenvallen |
| ōbārōdo-オーバーロード | overbelasting; overlading |
| ōbārōn-オーバーローン | overtollige lening, het verschijnsel dat banken in Japan meer uitleenden dan de som van hun kapitaal en deposito's |
| obasan-小母さん | (aanspreektitel voor vrouw van middelbare leeftijd) mevrouw |
| oberisuku-オベリスク | obelisk |
| obibangumi-帯番組 | radio- of tv-programma dat op meerdere dagen per week op hetzelfde tijdstip wordt uitgezonden |
| obishin-帯芯 | een kledingstuk (m.n. van katoen) gedragen onder de obi (Japanse gordel) als opvulling bij een (dames)kimono |
| obitadashii-夥しい | grootschalig; veelvuldig; overvloedig |
| ōbo-応募 | inschrijving; aanmelding; inzending (van een werkstuk, e.d. voor een prijsvraag) |
| ōbō-王法 | wetten vastgesteld door de koning |
| oboe-覚え | zelfvertrouwen; zelfverzekerdheid |
| obon-御盆 | Obon (festival) (waarbij men graven van overleden familieleden bezoekt, en papieren lantaarns ophangt of op het water laat drijven) |
| oboreru-溺れる | totaal bezeten zijn; zwelgen in; zich ergens op storten (fig.) |
| oboroge-朧げ | vaagheid; onduidelijkheid |
| oborozuki-朧月 | nevelige [wazige] maan in de lentenacht |
| obujekuto-オブジェクト | doel; doelstelling |
| oburāto-オブラート | hostie; ouwel |
| obusutorakushon-オブストラクション | belemmering; versperring; hindernis |
| ōchaku-横着 | brutaal [verwaand; schaamteloos; lomp] zijn |
| ochanoko-お茶の子 | een makkelijk klusje; een makkie; een fluitje van een cent |
| ochasho-御茶所 | ruimte in tempels [heiligdommen] waar thee wordt geserveerd voor bezoekers |
| ochazuke-お茶漬け | Japans gerecht waarbij groene thee over gekookte rijst gesprenkeld wordt |
| ochiru-落ちる | in elkaar vallen; instorten |
| ochitsuita-落着いた | rustig; kalm; zelfverzekerd; beheerst |
| ochiyuku-落ち行く | wegvluchten (van een strijdperk, slagveld, etc.) |
| ochiyuku-落ち行く | in een benarde toestand belanden |
| ochō-御帳 | register [lijst] van de magistraat (m.b.t. de misdaden, verblijfplaats, e.d. van criminelen en ex-gevangenen) |
| ochōmechō-雄蝶雌蝶 | een mannelijke en een vrouwelijke vlinder, als versiering gebruikt bij bruiloften |
| ochōshimono-お調子者 | roekeloos [wispelturig; arrogant; opportunistisch] persoon |
| ōdā-オーダー | bestelling; reservering |
| ōda-殴打 | pak slaag; afranseling |
| odake-雄竹 | (lett. mannelijke bamboe) hooggroeiende bamboe (Phyllostachys) |
| odaki-雄滝 | de grootste (lett. mannelijke) van twee watervallen |
| odamaki-苧環 | akelei (Aquilegia flabellata) |
| ōdan-黄疸 | geelzucht; icterus |
| ōdarī・māketingu-オーダリー・マーケティング | het op ordelijke wijze exporteren van goederen zonder de markt van het andere land te verstoren |
| odawarahyōjō-小田原評定 | (hist. Odawara overleg) lang, nutteloos [vruchteloos] overleg [beraad] |
| ōdā・meido-オーダー・メイド | op bestelling gemaakt; op maat gemaakt |
| odeki-おでき | steenpuist; bult; puist; gezwel |
| ōdio-オーディオ | audio; geluid |
| ōdio・bijuaru-オーディオ・ビジュアル | audio-visueel |
| ōdō-王道 | gemakkelijke werkwijze; kortere weg (tot een doel) |
| ōdō-王道 | regering [koning; vorst] (die de natie op een een menselijke en rechtvaardige wijze bestuurt volgens de confucianistische leer) |
| ōdo-黄土 | löss; gele aarde |
| ōdō-黄銅 | messing; (geel)koper |
| ōdoiro-黄土色 | de kleur oker (geelbruin) |
| odoodo-おどおど | (onomatopee) timide; zenuwachtig; aarzelend; schuchter; angstig |
| odoriko-踊り子 | fontanel |
| ōensuru-応援する | helpen; steunen; aanmoedigen |
| oeraisan-お偉いさん | belangrijk persoon; vip |
| ofā-オファー | aanbod; voorstel; offerte |
| ofensu-オフェンス | overtreding; misdrijf; strafbaar feit; delict |
| ofisharu-オフィシャル | oficieel |
| ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel (erkend) record (b.v. wereldrecord) |
| ofisharu・rekōdo-オフィシャル・レコード | officieel rapport [register; document] |
| ofisu・gāru-オフィス・ガール | kantooremployee; vrouwelijke werknemer [kantoorbediende] |
| ofu-オフ | uit; uitgeschakeld; buiten dienst; buiten werking |
| ofuda-御札 | amulet of talisman die men kan kopen bij een heiligdom of tempel |
| ōfude-大筆 | grote [dikke] schrijfpenseel, om in groot handschrift te schrijven |
| ofukuro-お袋 | informele term voor (de eigen) moeder |
| ofukuwake-お福分け | het met anderen delen van een gift [iets dat je zelf hebt ontvangen] |
| ofumi-御文 | brieven aan volgelingen [studenten] van de Jōdoshin sekte om de leer daarvan in eenvoudige termen uit te leggen |
| ofuregaki-御触書 | (Edo periode) algemene kennisgeving aan de bevolking (van een regeling, besluit, bevel, e.d.) |
| ofureko-オフレコ | niet officieel; vertrouwelijk; informeel; onder vier ogen |
| ofusaido-オフサイド | buitenspel |
| ofu・burōdowē-オフ・ブロードウェー | experimenteel [niet commercieel] theater (Engels: off-Broadway) |
| ofu・ofu・burōdowē-オフ・オフ・ブロードウェー | avant-garde [zeer experimenteel] theater (Engels: off-off-Broadway) |
| ofu・reko-オフ・レコ | onofficieel; onder vier ogen; vertrouwelijk |
| ōga-枉駕 | uw bezoek (formele stijl) |
| ogakuzu-大鋸屑 | (hout) zaagsel |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ōgandī-オーガンディー | organdie; glasbatist (zeer dun Oost-Indisch weefsel) |
| ogasawararyū-小笠原流 | (traditioneel) een school die gespecialiseerd is in etiquette (en in de gedragsregels binnen de krijgselite van Japan) |
| ōgon-黄金 | (geel)goud |
| ōgonbunkatsu-黄金分割 | gulden snede; sectio aurea; sectio divina (de verdeling in uiterste en middelste reden) |
| ogura-小倉 | (afk. voor) zoete azukibonenpasta met met hele bonen |
| ogura-小倉 | (afk. voor) een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| oguraan-小倉餡 | zoete adzukibonenpasta (gemengd met met hele bonen) |
| ogurajiruko-小倉汁粉 | een soep gemaakt van zoete azukibonenpasta met hele bonen |
| ogushi-御髪 | (beleefd woord voor) het haar van iemand |
| ōgyoku-黄玉 | topaas (halfedelsteen) |
| oh-押っ | voorvoegsel ter versterking van de betekenis van het aangevoegde woord |
| ōha-横波 | zijdelingse golf (bij een schip) |
| ōha-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| ohanabatake-お花畑 | een veld met alpenbloemen |
| oharame-大原女 | vrouwelijke marskramer in Kyoto (uit Ohara) |
| ohirome-お披露目 | officiële aankondiging [bekendmaking] (b.v. van een huwelijk) |
| ohitsujiza-牡羊座 | (sterrenbeeld) Ram (Aries) |
| ōhō-応報 | vergelding |
| ohyakudo-お百度 | honderdvoudig gebed (honderd keer heen en weer lopen naar een schrijn en telkens een gebed doen) |
| ōi-王位 | de troon; de kroon; vorstelijke status |
| oi-笈 | draagmand; houten kistje (door pelgrims op de rug gedragen) |
| oibane-追い羽根 | een traditioneel Japans Nieuwjaarsspel, gespeeld met een houten peddel (hagoita) en een shuttle |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| oiboreru-老い耄れる | oud [afgetakeld; seniel; kinds] worden |
| oikiri-追い切り | (bij paarden) een trainingsrace; testrit (om de conditie van het paard vast te stellen voor de echte race) |
| oikirichōkyō-追い切り調教 | een snelheidstraining (van paarden) |
| ōin-押印 | het verzegelen; stempelen; aanbrengen van een zegel |
| oiru・fensu-オイル・フェンス | oliegiek (drijvende barrière om olielekkage op te vangen) |
| oishii-美味しい | lekker; smakelijk; heerlijk |
| oiwai-お祝い | viering; feest; felicitatie; gelukwens |
| oiwake-追分 | (afk. van oiwakebushi) een oud volksliedje (oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake) |
| oiwakebushi-追分節 | een oud volksliedje (dat werd gezongen door ruiters, oorspronkelijk uit het dorpje Oiwake, in de Nagano Prefectuur, in de Edo periode) |
| ōji-王事 | vorstelijke [keizerlijke; koninklijke] aangelegenheden [zaken] |
| ojigi-御辞儀 | een (beleefde) buiging (maken) |
| ojiya-おじや | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| ōjō-王城 | koninklijk [keizerlijk] paleis [kasteel] |
| ōjuhōshō-黄綬褒章 | Medaille met het gele lint, Japanse nationale onderscheiding (voor mensen die zich hebben onderscheiden in landbouw, handel, industrie, e.d.) |
| ōjuku-黄熟 | (geel) rijping (van granen) |
| ōjukusuru-黄熟する | (geel) rijpen |
| ōkā-オーカー | de kleur oker (geelbruin) |
| oka-丘 | heuvel; helling; terp; heuvelrug |
| ōka-王化 | de heilzame invloed in de wereld van een goede [rechtvaardige] koning |
| okaasan-お母さん | moeder (beleefd, ook aanspreektitel) |
| okaerinasai-お帰りなさい | welkom thuis; welkom terug (gezegd door degene die thuis is tegen degene die thuis komt) |
| okaeshi-お返し | vergelding; wraak; (fig.) terugbetaling (in gelijke munt); een quid pro quo |
| okaeshi-お返し | (beleefd, formeel) wisselgeld |
| okame-お亀 | soep met sobanoedels (en vis, groenten, paddestoelen, etc.) |
| okame-お亀 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| okamehachimoku-岡目八目 | het (gunstige) uitkijkpunt van omstanders; toeschouwers kunnen een wedstrijd beter overzien dan de spelers zelf |
| okami-御上 | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
| okami-御上 | aanspreektitel voor iemand van adel |
| ōkamiotoko-狼男 | (mannelijke) weerwolf |
| okamisan-お上さん | (aanspreektitel voor) de eigenares [bazin; gastvrouw] van een traditioneel eethuis, theehuis, hotel, e.d. |
| okashii-可笑しい | verdacht; twijfelachtig; geheimzinnig |
| okashii-可笑しい | grappig; leuk; dwaas; belachelijk |
| okashina-可笑しな | belachelijk; merkwaardig; vreemd; ongewoon |
| okashiratsuki-尾頭付き | een hele vis (compleet met kop en staart, geserveerd tijdens religieuze ceremonies) |
| okasu-侵す | kwellen; aantasten; schade toebrengen |
| okasu-冒す | kwellen; aantasten |
| okasu-犯す | regels [verordeningen] overtreden [schenden]; doorbreken |
| okata-御方 | (arch.) beleefd woord voor de vrouw van iemand anders |
| okata-御方 | eretitel voor de vrouw, concubine of kind van een edelman |
| okazari-御飾り | versieringen; versiersels; opsmuk |
| okazari-御飾り | alleen (voor) de vorm [het uiterlijk]; iets dat alleen in naam bestaat, maar (nog) geen inhoud heeft; boegbeeld |
| okera-螻蛄 | veenmol; aardkrekel (Gryllotalpa orientalis) |
| okera-螻蛄 | blut [platzak; zonder geld; bankroet] zijn |
| oki-熾 | sintels; roodgloeiend houtskool |
| oki-置き | (als achtervoegsel) om de; om en om; elke; met tussenpozen [tussenruimte] van |
| okiagarikoboshi-起き上がり小法師 | (lett. een kleine monnik die opstaat) traditioneel Japans poppetje (een tuimelaartje gemaakt van papier-mâché) |
| okiagaru-起き上がる | weer op [hersteld] zijn (na een ziekte) |
| okidokei-置き時計 | tafelklok |
| okidokoro-置き所 | plek waar men kan verblijven; plek waar men zich veilig voelt |
| okigo-置き碁 | go-spel gespeeld met een handicap |
| okigotatsu-置き炬燵 | een verplaatsbare kotatsu (tafelverwarming) |
| okiishi-置き石 | bij het go-spel een handicap-steen (extra zwarte steen voor de zwakkere speler) |
| okiishi-置き石 | een steen die met kwade opzet op een spoorrails wordt gelegd |
| okikaeru-置き換える | vervangen door; verwisselen; omwisselen; ruilen; verplaatsen; herschikken |
| okimari-お決まり | vaste gewoonte [regel]; standaardprocedure; stereotype |
| okinawakaihatsuchō-沖縄開発庁 | het Okinawa Ontwikkelingsbureau |
| okite-掟 | regel; voorschrift; regelgeving; verordening; wet |
| okite-掟 | instelling; aard; karakter |
| okitegami-置き手紙 | een achtergelaten brief |
| okiya-置屋 | geisha-huis; woonhuis van geisha's (of prostituees), die hun klanten niet thuis ontvingen maar daarvoor naar theehuizen (of bordelen) gingen |
| okkabuseru-押っ被せる | iemand anders de schuld geven; de verantwoordelijkheid afschuiven [bij iemand anders leggen] |
| okkabuseru-押っ被せる | iets direct [tegelijk] doen; overlappende handelingen uitvoeren |
| okkabuseru-押っ被せる | (iets) bedekken; toedekken; op elkaar leggen |
| okkake-追っかけ | (snelle) opeenvolging (van gebeurtenissen); achtervolging |
| okkanai-おっかない | eng; griezelig; angstaanjagend |
| okken-憶見 | op veronderstellingen [speculatie; vermoeden] gebaseerde mening |
| ōko-往古 | vroeger; lang geleden; oudheid |
| ōkō-横行 | het doelloos rondlopen [zich verplaatsen; zich voortbewegen]; het zijwaarts zich verplaatsen [voortbewegen] |
| ōkō-横行 | het woekeren; hoogtij vieren; wijdverspreid [veelvoorkomend] zijn |
| okoegakari-御声掛かり | aanbeveling; invloed |
| okogamashii-痴がましい | belachelijk; gênant |
| okojo-おこじょ | hermelijn |
| okonai-行い | daad; actie; handeling |
| okonai-行い | (moreel) gedrag; handelwijze; houding; optreden; manieren |
| okonawareru-行われる | gedaan worden; uitgevoerd worden; actueel zijn; van kracht zijn; in omloop zijn |
| okoshi-御越し | een beleefdheidsvorm voor: de komst; het komen; het gaan |
| okoshi-粔籹 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okoshigome-粔籹米 | traditioneel Japans snoepgoed dat wordt gemaakt gemaakt van gestoomde rijst, gestold met moutzetmeel, suiker, pinda's, e.a. |
| okosozukin-御高祖頭巾 | een (warme) vierkante doek, om hoofd en schouders gewikkeld (gebruikt door vrouwen als sjaal-hoofddoek [kap] in de Edo- tot de Meiji-periode) |
| okowa-お強 | gestoomde rijst met rode bonen, kastanjes, bamboescheuten, e.d. (traditioneel gegeten bij feestdagen, familiebijeenkomsten, e.d.) |
| okuchi-奥地 | afgelegen gebied (ver weg van de zee en steden); het achterland |
| okuchō-億兆 | de gehele bevolking [natie]; het hele land |
| okugaki-奥書 | getuigschrift van meesterschap (m.n. bij traditionele kunstscholing e.d.) |
| okugata-奥方 | bij krijgsadel het woongedeelte waar de vrouwen hun verblijf hebben |
| okugata-奥方 | (erend) de vrouw [echtgenote] van iemand hoog in rang binnen de hofadel, krijgsadel, e.d. |
| okugi-奥義 | geheime overlevering [kennis, leer] in de uitoefening van beeldende kunsten, traditionele vechtkunsten e.d. |
| okuin-奥印 | officieel stempel; stempelafdruk aan het eind van een tekst als goedkeuring [erkenning] van de inhoud |
| okuman-億万 | miljarden; enorme aantallen [hoeveelheden] |
| okumaru-奥まる | (diep) binnenin (een huis) gelegen zijn |
| okuni-御国 | (formeel) geboorteplaats |
| okuni-御国 | (formeel) het eigen land; het land van ander\ |
| okuni-御国 | platteland; regio |
| okunote-奥の手 | laatste redmiddel; (laatste) troefkaart |
| okura-お蔵 | het annuleren [sluiten; beëindigen] van een project, productie, toneelvoorstelling, etc. |
| okura-オクラ | okra (plant: Abelmoschus esculentus) |
| okuraseru-遅らせる | uitstellen; verzetten; opschorten |
| okurasu-遅らす | uitstellen; vertragen |
| okure-遅れ | vertraging; oponthoud; uitstel |
| okurebase-後れ馳せ | (fig.) te laat zijn; de kans [gelegenheid] missen |
| okuribi-送り火 | ceremonieel vuur [fakkels] om de zielen van de overledenen bij hun vertrek uit te zwaaien |
| okurina-贈り名 | postume naam [titel] |
| okuriookami-送り狼 | een man die vriendelijk aanbiedt om een vrouw naar huis te brengen, maar haar daarna plotseling aanvalt |
| okuriookami-送り狼 | een wolf die iemand die in de bergen of bossen loopt een tijd lang achtervolgt en dan plotseling aanvalt |
| okuru-贈る | verlenen (van een academische graad, titel, e.d.); toekennen |
| okuru-送る | (iem.) uitgeleide doen [uitzwaaien] |
| okusetsu-憶説 | hypothese; veronderstelling; speculatie; aanname |
| okuyami-お悔やみ | condoleantie; deelneming; rouwbeklag |
| okuyukashii-奥ゆかしい | mooi; gracieus; elegant; smaakvol; verfijnd; bescheiden; teruggetrokken |
| okuyuki-奥行き | diepte; lengte (van een huis, perceel, e.d.) |
| okuzuke-奥付 | colofon (mededelingen aan het slot van een uitgave) |
| okyan-お侠 | brutaal [schaamteloos; vrijpostig; baldadig] meisje |
| ōkyū-応急 | noodoplossing; tijdelijke oplossing; lapmiddel |
| ōkyūteate-応急手当 | eerste hulp (behandeling); eerstehulpverlening |
| omachikane-お待ちかね | (beleefde uitdrukking voor) langverwacht |
| omae-御前 | (informeel, soms onbeleefd, tussen gelijken) jij |
| omae-御前 | (arch. beleefdheidsaanduiding) zich onder de ogen van goden, boeddha's of hooggeplaatste personen bevinden |
| omairi-御参り | het bezoeken van een heiligdom [tempel; graf] |
| ome-御目 | (beleefd woord voor) oog; visie; zicht |
| omedetai-おめでたい | vreugdevol; verheugend; heugelijk; gelukkig |
| omedetō-おめでとう | Gefeliciteerd!; Goed gedaan! |
| omegane-御眼鏡 | oordeel; beoordeling |
| ōmenkyō-凹面鏡 | een concave [holle] spiegel |
| omeome(to)-おめおめ(と) | schaamteloos; onbeschaamd |
| ometsukeyaku-お目付役 | (beleefd) waakhond (ook fig.) bewaker; beschermer; begeleider |
| omikuji-御神籤 | (bij tempel getrokken) geluksbriefje |
| omizutori-御水取り | het putten van water, een ceremonie in het Nigatsudō-heiligdom van het Tōdaiji tempelcomplex in Nara (op 12 maart) |
| omo-主 | belangrijkste zijn |
| omocha-おもちゃ | speelgoed; speeltje |
| omodachi-面立ち | gezicht; gelaatstrekken; uiterlijk; uiterlijke kenmerken |
| omodaka-沢瀉 | omodaka wordt ook gebruikt als beeldmerk [patroon] |
| omoi-思い | gedachte; idee; gevoel |
| omoi-重い | ernstig; belangrijk |
| omoiagaru-思い上がる | verwaand zijn; een (te) hoge dunk van zichzelf hebben |
| omoiamaru-思い余る | niet meer weten wat te doen; besluiteloos zijn; iets niet meer kunnen volhouden |
| omoiataru-思い当たる | zich (plotseling) herinneren; in je opkomen; te binnen schieten; beseffen; zich voor de geest halen |
| omoiegaku-思い描く | zich voorstellen; zich inbeelden; iets voor zich zien |
| omoimono-思い者 | geliefde; minnares; bijvrouw |
| omoiomoi-思い思い | naar believen; zoals iemand zelf wil; naar eigen keuze |
| omokage-面影 | overblijfsel; spoor |
| omoni-重荷 | een zware vracht; lading; belasting |
| omoni-重荷 | zware last; druk; verplichting; taak; verantwoordelijkheid |
| ōmonkin-横紋筋 | dwarsgestreept spierweefsel; skeletspierweefsel (textus muscularis striatus) |
| omono-御物 | etenswaar van de keizer [de adel, e.d.] |
| omosa-重さ | belang; belangrijkheid |
| omotedatsu-表立つ | (publiekelijk) bekend worden; openbaar (gemaakt) worden |
| omoteguchi-表口 | voorzijde; voorkant; voorgevel; façade |
| omotekata-表方 | (in het theater) personeel dat in direct in contact staat met de bezoekers (kaartverkopers, begeleiders etc) |
| omotemuki-表向き | uiterlijke verschijning; officieel [openbaar] zijn |
| omotesaku-表作 | ((op het akker) hoofdgewas; belangrijkste gewas |
| omoto-万年青 | Japanse lelie (Rohdea japonica) |
| omousama-思うさま | naar hartelust |
| omouzonbun-思う存分 | naar hartelust; naar volle tevredenheid; volop; met volle teugen; tot het uiterste; zonder zich in te houden |
| omowa-面輪 | gezicht; gelaatstrekken |
| omowaku-思惑 | bedoeling; intentie; motivatie; doel |
| omowaku-思惑 | verwachting; anticipatie; vooruitzicht; voorspelling; prognose |
| omowazu-思わず | onbewust; onbedoeld; onwillekeurig; spontaan |
| omoya-主屋 | het centrale deel van een woonhuis |
| omozashi-面差し | uiterlijk; gezicht; gelaatstrekken |
| omozukai-主使い | (bunraku) de hoofdpoppenspeler die het hoofd en de rechterarm van een pop beweegt |
| ōmu-オーム | Ohm (eenheid van elektrische weerstand) |
| ōmugaeshi-鸚鵡返し | bijJapanse waka (gedichten) een versregel van een ander herhalen met een kleine wijziging daarin |
| omunibasu-オムニバス | (boek) omnibus; verzameluitgave |
| omuraisu-オムライス | (omelet-rijst) gebakken rijst in een omelet |
| omuretsu-オムレツ | omelet |
| on-オン | aan; ingeschakeld; in werking |
| on-御 | erend voorvoegsel, uit beleefdheid toegevoegd aan woorden m.b.t. mensen of waardevolle voorwerpen |
| on-音 | geluid; klank |
| onagare-お流れ | beleefde zegswijze waarbij de gastheer aan de eregast om diens sakekopje vraagt (om zelf uit te drinken) |
| onaidoshi-同い年 | (van) dezelfde leeftijd |
| onaji-同じ | hetzelfde; identiek; gelijk; gelijkwaardig |
| onajiku-同じく | op dezelfde manier; net zo; evenzo; evenzeer |
| onamidachōdai-お涙頂戴 | tranentrekker; smartlap; melodrama; sentimenteel verhaal [liedje; programma] |
| onanī-オナニー | masturbatie; zelfbevrediging; onanie |
| onara-おなら | iets dat waardeloos is |
| ōnatsu-押捺 | het verzegelen; stempelen |
| ōnā・shisutemu-オーナー・システム | een door werknemers geleide onderneming |
| onboro-おんぼろ | vervallen; bouwvallig; gammel; versleten |
| onbukigō-音部記号 | muzieksleutel |
| onbuzuman-オンブズマン | (uit het Zweeds: ombudsman) ombudsman (onafhankelijke ambtenaar voor klachten van burgers) |
| onchi-音痴 | geen gevoel hebben (voor); ergens slecht in zijn |
| onchō-恩寵 | gunst; vriendelijkheid; genade |
| onchō-音調 | melodie |
| ondoru-オンドル | ondol, traditionele Koreaanse vloerverwarming |
| ōnetsubyō-黄熱病 | gele koorts |
| onga-温雅 | warmte en sierlijkheid; sereniteit en elegantie |
| ongakusenmonten-音楽専門店 | (gespecialiseerde) muziekwinkel |
| ongan-温顔 | vriendelijk gezicht; vriendelijke uitdrukking (op het gezicht) |
| ongi-恩義 | (morele) verplichting; gunst; dankbaarheid |
| ongisetsu-音義説 | de theorie die de unieke betekenis van elke klank van de Japanse taal erkent |
| ongoku-遠国 | een verafgelegen; land [gebied] |
| ongyoku-音曲 | Japanse traditionele liedjes, begeleid door shamisen muziek |
| oni-鬼 | duivel; boze geest; monster |
| oni-鬼 | aardse geest [god] (i.t.t hemelse god) |
| oniazami-鬼薊 | Japanse distel (Cirsium borealinipponense) |
| onibaba-鬼婆 | een monster [duivel] in de gedaante van een oude vrouw; toverkol; heks |
| onigawara-鬼瓦 | een daktegel met een demonen-masker erop |
| onigawara-鬼瓦 | (ook figuurlijk gebruikt voor) een lelijk gezicht |
| onigo-鬼子 | een kind dat wild [onhandelbaar] is als een duivel [monster] |
| onigo-鬼子 | een kind geboren met reeds ontwikkelde tanden |
| onigokko-鬼ごっこ | (kinderspel) tikkertje; krijgertje |
| oniyarai-鬼遣らい | (het ritueel van) het uit het huis jagen van boze geesten op Oudejaarsavond |
| oniyuri-鬼百合 | tijgerlelie |
| onjin-恩人 | schenker; redder; begunstiger; weldoener |
| onjō-温情 | warme gevoelens; medeleven; genade; welwillendheid |
| onkeibi-恩恵日 | uitstel van betaling |
| onkō-温厚 | zachtaardig [vriendelijk] zijn |
| onkyō-音響 | geluid; echo; weerklank; weergalm; resonantie; akoestiek |
| onnabakama-女袴 | een traditionele Japanse rok voor vrouwen (vrouwen-bakama) |
| onnade-女手 | vrouwelijke hulpkracht; medewerkster; werkneemster |
| onnagata-女形 | acteur die een vrouwenrol speelt in Kabuki |
| onnamusubi-女結び | vrouwenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop elkaar kruisen (komt sneller los dan de mannenknoop) |
| onnarashii-女らしい | vrouwelijk; damesachtig |
| onnashū-女衆 | vrouwelijke bediende |
| ono-己 | (onbeleefd; tweede persoon enkelvoud) jij; je |
| ono-己 | zichzelf; zelf |
| ono-己 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| onoono-各 | elk(e); ieder(e) |
| onore-己 | zichzelf; zelf |
| onozuto-自ずと | (uit) zichzelf; vanzelf; spontaan |
| onpa-音波 | geluidsgolf |
| onreko-オンレコ | officieel vermeld; geregistreerd |
| onrī-オンリー | enkel; slechts; alleen maar |
| onrī-オンリー | (direct na de Tweede Wereldoorlog) een prostituee die één buitenlander (van de bezettingsmacht) als enige klant had |
| onrimitto-オンリミット | toegankelijk [toegestaan] voor bepaalde personen |
| onryō-音量 | (geluid)volume |
| onsei-音声 | stem(geluid); audio |
| onshū-温習 | repetitie; het repeteren; oefenen (b.v. voor voorstellingen, theater, e.d.) |
| onsoku-音速 | geluidssnelheid; de snelheid van het geluid |
| onsu-オンス | (gewichtseenheid) Engelse ons (=28,3 gram; in de goudhandel 31, 10 gram) |
| ōnusa-大幣 | een houten staf met meerdere slingers van stof of papier (shide), gebruikt bij Shinto-rituelen |
| onushi-御主 | jij, u (wanneer je verwijst naar gelijken of minderen) |
| ōō-往往 | vaak; af en toe; bij gelegenheid |
| ooamana-大甘菜 | gewone vogelmelk (plant, Ornithogalum umbellatum) |
| ooare-大荒れ | zware storm; heel slecht weer |
| ooari-大あり | talrijk; veel; zeker (zo zijn); beslist bestaand [aanwezig] zijn |
| ooatari-大当たり | de grote prijs winnen; veel succes hebben; een klapper maken; een grote hit scoren |
| ooaza-大字 | administratieve (onder)afdeling van een stad of dorp |
| oode-大手 | gehele armlengte van schouder tot de punten van de vingers |
| ōodori-大踊り | groepsdans; dans met een groot aantal deelnemers |
| ooe-大兄 | eretitel voor een prins |
| oogoto-大事 | ernstige [belangrijke; rampzalige] zaak |
| ooguchi-大口 | grote hoeveelheid |
| ooguchichūmon-大口注文 | bulkbestelling; grote bestelling |
| ooguchitorihiki-大口取引 | grootschalige transacties; handel in grote hoeveelheden |
| ooguchitōshika-大口投資家 | grote [belangrijke] investeerder |
| oogui-大食い | het veel [gulzig] eten |
| oogui-大食い | iem. die veel eet; een veelvraat; gulzigaard; smulpaap |
| ooguisuru-大食いする | veel [gulzig] eten; eten als een wolf |
| oogunkandori-大軍艦鳥 | grote fregatvogel (Fregata minor) |
| oohaba-大幅 | aanzienlijk [fors; substantieel; flink; significant] zijn |
| ooi-多い | veel; talrijk |
| ooichiban-大一番 | belangrijke [beslissende] wedstrijd |
| ooichō-大銀杏 | (sumo) mannenkapsel in de vorm van een ginkgoblad |
| ooikusa-大軍 | een grootschalige oorlog; grote veldslag |
| ooini-大いに | zeer (veel); aanzienlijk; in hoge mate |
| ooiri-大入り | grote opkomst; veel publiek |
| ookami-狼 | duivel; demon |
| ookamimōhitsu-オオカミ毛筆 | penseel van wolfshaar |
| ooku-多く | (als bijwoord) hoofdzakelijk; vooral |
| ooku-多く | de meerderheid; het grootste deel |
| ooku-多く | heel veel; een groot aantal |
| oomidashi-大見出し | grote kop(pen) (over de hele pagina) in kranten of tijdschriften |
| oomiya-大宮 | eretitel voor de keizerin-weduwe |
| oomiya-大宮 | (respectvol woord voor) een tempel of schrijn |
| oomon-大門 | poort van Shin Yoshiwara (een bordeel in Edo-periode) |
| oomon-大門 | hoofdpoort [ingang] van kasteel of tempel |
| oomono-大物 | een belangrijk [gewichtig; machtig] persoon; een zwaargewicht |
| oomono-大物 | een belangrijk [kostbaar] iets |
| oomori-大盛り | een (extra) grote hoeveelheid [portie] (voedsel) |
| oomoto-大本 | bron; oorsprong; (ware) wortel |
| oomukashi-大昔 | het verre verleden; de oudheid; heel lang geleden |
| oomukō-大向こう | (in theater e.d.) schellinkje; balkon; tribune |
| oomune-概ね | over [in] het algemeen; grotendeels; meestal |
| oone-大根 | wortel; oorsprong; bron; basis |
| oooku-大奥 | binnenruimte in (Edo-)kasteel waar vrouw en concubines van de Shogun verbleven |
| oosaji-大匙 | eetlepel |
| oosetsukaru-仰せつかる | een opdracht [bevel] ontvangen [krijgen] |
| oosetsukeru-仰せつける | opdracht [bevel] geven; commanderen |
| ooshii-雄雄しい | dapper; moedig; heldhaftig; mannelijk |
| oote-大手 | groot [belangrijk; invloedrijk] bedrijf |
| oote-大手 | hoofdpoort [hoofdingang] van een kasteel |
| ootono-大殿 | edelman; hoofd van een adellijke familie |
| ootori-大鳥 | peng, een grote vogel uit de Chinese mythologie |
| ootori-大鳥 | grote vogel(soort) |
| ootsuzumi-大鼓 | (Japanse) grote handtrom(mel) |
| oowarai-大笑い | schaterlach; bulderend gelach |
| ooyama-大山 | grote gok; veel; grote hoeveelheid |
| ooyō-大様 | ontspannen [kalm; gemakkelijk in de omgang] zijn |
| oozake-大酒 | veel alcohol [sake] |
| oozeki-大関 | een sumo worstelaar van de op één na hoogste rang |
| oozoko-大底 | (op de handelsmarkt) de laagste prijs; minimumprijs; bodemprijs |
| oozora-大空 | het zwerk; de wijde hemel, het hemelgewelf |
| oozukami-大掴み | een globaal (beeld hebben); ruwe [algemene] (details) |
| opera・gurasu-オペラ・グラス | toneelkijker |
| operēshonzu・risāchi-オペレーションズ・リサーチ | operationeel onderzoek; toegepaste bedrijfsresearch |
| operētā-オペレーター | iemand die een machine [toestel) bedient [bestuurt]; operateur; bedieningstechnicus; telegrafist |
| opinion・rīdā-オピニオン・リーダー | opinieleider; opiniemaker; opinievormer |
| oppai-おっぱい | melk; moedermelk; borst(en) |
| ōpun-オープン | open; geopend; vrij toegankelijk; openstaand; openbaar |
| ōpuningu-オープニング | kans; gelegenheid |
| ōpun・dētingu・shisutemu-オープン・デーティング・システム | het systeem van het labelen van producten met de houdbaarheidsdatum en de productiedatum |
| ōpun・doa-オープン・ドア | opendeur-; vrijhandel |
| ōpun・gēmu-オープン・ゲーム | open toernooi (toegankelijk voor professionals en amateurs); informele [demonstratie] wedstrijd |
| ōpun・kōsu-オープン・コース | open (toegankelijke) cursus |
| ōpun・rīru-オープン・リール | open spoel (opnameband op haspel) |
| ōpun・sando-オープン・サンド | open sandwich (belegde boterham) |
| ōpun・sandoitchi-オープン・サンドイッチ | open sandwich (belegde boterham) |
| ōpun・sukūru-オープン・スクール | open school (voor zowel jongeren als volwassenen) |
| ōpun・sutansu-オープン・スタンス | (golf, honkbal) stand bij het slaan met de voeten uit elkaar |
| opushon-オプション | keus; keuze; alternatief; mogelijkheid |
| opushonaru・tsuā-オプショナル・ツアー | optionele excursie; facultatieve rondleiding (bij een geboekte reis) |
| opushontorihiki-オプション取引 | optiehandel; optietransactie |
| oputoerekutoronikusu-オプトエレクトロニクス | Opto-electronica |
| ōrai-往来 | correspondentie; briefwisseling |
| ōrai-往来 | relatie; verkering; omgang; communicatie |
| ore-俺 | ik; mij (voornamelijk gebruikt door mannen) |
| orei-御礼 | etiquette; decorum; beleefdheid |
| orei-御礼 | beloning |
| oreimairi-御礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| orenji-オレンジ | sinaasappel |
| oresama-俺様 | (nogal pompeuze, arrogante duiding van zichzelf) ik |
| oresama-俺様 | (ook gebruikt als zelfstandig naamwoord voor) een egoïst; egocentrische [arrogante] man |
| oriai-折り合い | relatie; verstandhouding; wederzijdse betrekkingen |
| oriashiku-折悪しく | helaas; ongelegen; slecht uitkomend; op een ongelukkig moment; jammer genoeg |
| oriau-折り合う | goed overweg kunnen met (elkaar); goede relatie [verstandhouding] hebben met |
| orientēringu-オリエンテーリング | oriëntatiesport; oriëntatielopen |
| orifushi-折節 | (op) dat moment; (bij) die gelegenheid |
| origami-折り紙 | gekleurde velletjes papier voor origami |
| orihime-織り姫 | Wega (alpha Lyrae of Vega), een ster in het sterrenbeeld Lier |
| orihime-織り姫 | textielarbeidster; weefster |
| orijinaritī-オリジナリティー | originaliteit; oorspronkelijkheid |
| orijinaru-オリジナル | origineel; oorspronkelijk; authentiek |
| orikaeshi-折り返し | pendeldienst (bus, trein, etc.) |
| orikaesu-折り返す | omslaan; terugvouwen; dubbelvouwen |
| orikasanaru-折り重なる | op elkaar liggen; op een hoop liggen; opgestapeld zijn |
| orikomi-折り込み | tussenvoeging; inzetstuk; inlegvel |
| orikomikōkoku-折り込み広告 | bijgevoegde reclamefolder; inlegvel met reclame |
| orime-織り目 | ruimte tussen draden in een stof (bepalend voor de textuur [dichtheid] van een weefsel) |
| orimono-織物 | textiel; (geweven) stof |
| orimoto-織り元 | textielfabrikant; stoffenfabrikant |
| ōrin-黄燐 | gele fosfor |
| orinasu-織りなす | samenbrengen; samenvoegen (b.v. delen van een compositie van een kunstwerk); combineren |
| oriyoku-折好く | gelukkig; gelukkigerwijs |
| oroka-疎か | uiteraard; vanzelfsprekend |
| oroshi-卸 | groothandel |
| oroshiae-おろし和え | een dressing van gerapte daikon met sojasaus en azijn (meestal bij vis, groenten, paddenstoelen, e.d.) |
| oroshishō-卸商 | groothandelaar |
| oroshitate-下ろしたて | het voor het eerst gebruiken [dragen] van een nieuw artikel |
| oroshiuri-卸売り | groothandel; grossierderij |
| oroshiuribukka-卸売物価 | groothandelsprijs |
| oroshiurishijō-卸売市場 | groothandel |
| oroshiurishō-卸売商 | groothandelaar |
| ōrubakku-オールバック | (helemaal) naar achteren gekamd haar (zonder scheiding) |
| orugan-オルガン | orgel |
| orugōru-オルゴール | muziekdoos (van Duits [Nederlands]: Orgel) |
| ōrumaiti-オールマイティ | geweldig; enorm sterk |
| ōrumaitī-オールマイティー | de hoogste kaart in een kaartspel |
| ōrumaitī-オールマイティー | enorm; geweldig; allemachtig |
| ōrunaito-オールナイト | de hele nacht (door) |
| ōruraundo-オールラウンド | allround; veelzijdig |
| orutānatibu-オルターナティブ | alternatief; optie; keuze(mogelijkheid); uitweg |
| ōrutānatibu-オールターナティブ | alternatief; andere mogelijkheid [optie] |
| ōryō-横領 | (geld) verduistering |
| osagari-お下がり | verplaatsing (vanuit een stad) naar een rustieke [landelijke] omgeving [locatie] |
| osagari-お下がり | afdankertje; afleggertje (van kledingstukken, speelgoed, e.d.)\ |
| osanago-幼子 | een heel jong kind |
| osanai-幼い | heel jong; klein |
| ōse-逢瀬 | rendez-vous; (geheim) afspraakje; ontmoeting (van geliefden) |
| osechi-御節 | traditionele Japanse Nieuwjaarsgerechten |
| osechiryōri-お節料理 | traditionele Japanse Nieuwjaarsgerechten |
| ōseki-往昔 | lang geleden; een ver verleden |
| oshaberi-お喋り | gepraat; geklets; geroddel; geleuter |
| oshare-お洒落 | stijlvol [elegant; modieus] (gekleed) zijn |
| ōshi-横死 | onverwachte [onnatuurlijke; plotselinge; gewelddadige] dood |
| oshiau-押し合う | (elkaar) duwen; dringen; ellebogen (met de ellebogen werken) |
| oshie-教え | leer; leerstelling; doctrine; geloof; filosofie |
| oshiego-教え子 | iemands (oud-)leerling [(oud-)student; vroegere discipel] |
| oshieru-教える | iem. iets vertellen dat hij [zij] nog niet weet; mededelen |
| oshihakaru-推し量る | vermoeden; veronderstellen; raden; speculeren |
| oshii-惜しい | spijtig; betreurenswaardig; teleurstellend |
| oshii-惜しい | kostbaar; belangrijk; waardevol |
| oshikakeru-押しかける | (onuitgenodigd) binnenvallen; zichzelf uitnodigen |
| oshikakeru-押しかける | (van mensen) te hoop lopen; toestromen; met z'n allen tegelijk naar binnen gaan |
| oshiki-折敷 | (gelakt) houten dienblad |
| oshikiri-押し切り | het rietsnijden; hakselen |
| oshikiri-押し切り | rietsnijder; hakselaar |
| oshimondō-押し問答 | woordenwisseling; verbale strijd; heen en weer gepraat; een verbaal touwtrekken |
| oshinabete-押し並べて | in het algemeen; over het geheel genomen; globaal |
| oshirase-お知らせ | bericht; mededeling; melding; in kennis stelling |
| oshite-押し手 | stempel van een handafdruk |
| oshite-押し手 | bewijszegel |
| oshite-押し手 | de linkerhand bij het bespelen van snaarinstrumenten zoals luit, citer, e.d. |
| oshitsumaru-押し詰まる | urgent [dringend; penibel] worden; het naderen van een deadline |
| oshiwakeru-押し分ける | opzij drukken; uit elkaar duwen; zich een weg banen (door) |
| oshiyoseru-押し寄せる | overweldigen |
| oshō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Zen boeddhisme) |
| ōshō-王将 | de koning in het shogi schaakspel |
| ōshoku-黄色 | geel; gele kleur |
| ōshokushu-黄色種 | xanthoom (gele gezwelvorming in de huid) |
| ōshū-押収 | confiscatie; (gerechtelijke) inbeslagneming; beslaglegging |
| ōshūtsūkaseido-欧州通貨制度 | Europees Monetair Stelsel |
| oso-悪阻 | Zwangerschapsmisselijkheid (Hyperemesis gravidarum) |
| ōsō-押送 | escorte (gewapende begeleiding); overplaatsing (v.e. gevangene) |
| osoba-御側 | vazal; dienaar (van een edelman) |
| osoba-御側 | (beleefde term voor) entourage, de mensen om u heen [aan uw zijde] |
| osoraku-恐らく | waarschijnlijk; vermoedelijk; mogelijk; misschien |
| osoroshii-恐ろしい | vreselijk; verbijsterend; afschuwelijk; ontstellend; schrikwekkend |
| osoroshii-恐ろしい | verrassend; geweldig; verbazingwekkend |
| osorubeki-恐るべき | enorm; in hoge mate; verschrikkelijk (veel) |
| osorubeki-恐るべき | vreselijk; verschrikkelijk; afgrijselijk; afschuwelijk; angstaanjagend |
| ossan-おっさん | (informele term om voor) oude man; oude vent; oudje |
| ossharu-仰る | (beleefd werkwoord voor) zeggen; spreken |
| osu-雄 | mannelijk (van plant, dier); mannetje |
| ōsui-王水 | koningswater; aqua regia (mengsel van zoutzuur en salpeterzuur) |
| osumashi-お澄まし | heldere soep |
| osusowake-お裾分け | het delen van iets met anderen; het samen delen |
| osusowakesuru-お裾分けする | iets samen [met anderen] delen |
| osutoritchi・fezā-オストリッチ・フェザー | struisvogelveer; struisveer |
| otafuku-お多福 | een dikke alledaagse [niet mooie; niet aantrekkelijkuitziende] vrouw; (een masker of beeldje van) een vrouw met dikke wangen en een platte neus |
| ōtai-横隊 | rij; formatie [opstelling] naast elkaar |
| ōtai-黄体 | corpus luteum (in eierstokken van vrouwelijke zoogdieren) |
| otaiko-お太鼓 | afkorting van otaikomusubi, één van de manieren om een obi (traditionele Japanse sjerp voor kimono) vast te binden |
| otakara-御宝 | een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otakara-御宝 | een schildering van een schip volgeladen met kostbaarheden [schatten] |
| otakara-御宝 | geld |
| otaku-お宅 | (vaak in katakana schrift) zonderling; excentriekeling; fanaat; (fervent) aanhanger |
| otamajakushi-お玉杓子 | opscheplepel |
| otasshi-御達し | (officiële) mededeling; kennisgeving; aankondiging; proclamatie |
| otasshi-御達し | bevel |
| otasshisho-御達書 | wetgeving; (schriftelijk) bevel (afgegeven door een hoge overheidsinstantie) |
| otazunegaki-御尋書 | (schriftelijke) kennisgeving (m.b.t. de verdachte van een criminele zaak, bijzonderheden daaromtrent e.d.) |
| otchokochoi-おっちょこちょい | achteloos; onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel |
| otchokochoi-おっちょこちょい | een achteloos [onachtzaam; onzorgvuldig; suf; onnozel] persoon |
| ote-御手 | beleefdheidsvorm voor iemands handschrift |
| ote-御手 | beleefdheidsvorm voor hand |
| ōte-王手 | schaak (positie waarbij de koning van de tegenstander direct wordt aangevallen; bij schaakspel, shogi, e.d.) |
| otedama-お手玉 | kinderspelletje met (stoffen) zakjes met bonen |
| otemae-お手前 | de regels [handelingen] bij een theeceremonie |
| otemori-お手盛り | de dingen doen zoals jezelf het beste uitkomt; ten gunste van jezelf dingen regelen |
| ōten-横転 | rotatie; het omrollen [draaien; kantelen] (op een zijde) |
| otetsudaisan-お手伝いさん | huishoudelijke hulp (meestal in een particuliere huishouding) |
| ōto-オート | auto; automobiel; automatisch |
| ōtō-応答 | (directe) reactie (op prikkels, e.d.) |
| oto-音 | geluid; klank; lawaai |
| otoko-男 | man; kerel; vent |
| otokoburi-男振り | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokode-男手 | mannelijke hulpkracht; medewerker; werknemer |
| otokogokoro-男心 | de gevoelens van een man; mannelijk gedrag [instinct] |
| otokomusubi-男結び | mannenknoop, een platte knoop waarbij de eerste knoop en de tweede knoop evenwijdig lopen (is niet makkelijk los te trekken) |
| otokomusubi-男結び | een document waarin een vrouw haar liefde aan een man belooft |
| otokoonna-男女 | een hermafrodiet; intersekse persoon; vrouwelijke man; mannelijke vrouw |
| otokoppuri-男っぷり | het aantrekkelijke [knappe] voorkomen [uiterlijk] van een man |
| otokorashii-男らしい | mannelijk; macho; stoer; flink; dapper; moedig; betrouwbaar |
| otokozuki-男好き | aantrekkelijk voor mannen |
| ōtomachikkusha-オートマチック車 | automaat (auto met automatische versnellingsbak) |
| otomeza-乙女座 | (sterrenbeeld) Maagd (Virgo) |
| ōtomīru-オートミール | havermout; havermeel |
| ōtomōbiru-オートモービル | automobiel; auto |
| otonashii-大人しい | rustig; stil; gehoorzaam; volgzaam; braaf; beleefd; fatsoenlijk |
| otori-囮 | lokvogel; lokaas |
| ōtoribāsu-オートリバース | automatische omkering (van afspeelrichting) |
| ōtorokku-オートロック | automatische vergrendeling |
| otōsan-お父さん | vader (beleefd; ook aanspreektitel) |
| otoshi-落とし | een stuk hout dat in een gat in de drempel wordt gezet om te voorkomen dat de deur opengaat |
| otoshidama-御年玉 | (klein) geldgeschenk in het nieuwe jaar (aan kinderen, of aan personeel in familiebedrijven, e.d.) |
| otoshimono-落とし物 | verloren [kwijtgeraakte] artikelen [goederen; eigendommen] |
| ōtotsu-凹凸 | oneffenheid; onregelmatigheid; hobbeligheid; ongelijkmatigheid |
| otsumu-御頭 | brein; hersens; intelligentie; verstand |
| otsuri-お釣り | wisselgeld |
| otsutome-御勤め | koopje; voordelige aanbieding |
| otsutome-御勤め | (beleefde vorm van 勤め) plicht; verplichting; taak; opdracht |
| ottsukattsu-おっつかっつ | bijna hetzelfde; bijna gelijk; zo goed als |
| ottsuke-追っ付け | binnenkort; aanstonds; weldra; spoedig; een dezer dagen |
| ottsukeru-押っ付ける | bij Sumo de arm van de tegenstander vastklemmen zodat die de gordel niet kan pakken |
| ou-追う | opjagen; doen vliegen (van vogels e.d.) |
| oun・gōru-オウン・ゴール | eigen doelpunt; doelpunt in eigen doel |
| oushiza-牡牛座 | (sterrenbeeld) Stier (Taurus) |
| oyabune-親船 | moederschip (groot schip dat het middelpunt van een vloot vormt) |
| oyago-親御 | (een beleefd woord voor) de ouder(s) van iemand anders |
| oyaimo-親芋 | stengelknol van de taro (zoete aardappel) |
| oyaji-親父 | huisbaas; baas; eigenaar (van winkel, restaurant, e.d.) |
| oyajigyagu-オヤジぎやぐ | vadergrap; papagrap (een met opzet melige mop) |
| oyakabu-親株 | (beurshandel) oude [eerder uitgegeven] aandelen |
| oyakodenwa-親子電話 | extra telefoontoestel (op dezelfde lijn) |
| oyakodonburi-親子丼 | een kom rijst geserveerd met een soort dikke soep van kip, ei, ui en paddenstoelen erover |
| oyama-女形 | acteur die een vrouwenrol speelt (Kabuki) |
| oyasui-お安い | eenvoudig; simpel; geen moeite |
| oyasumi-お休み | (afk. voor) welterusten; goedenacht |
| oyasumi-お休み | (beleefd) rustpunt; schoolpauze; werkpauze; werkonderbreking |
| oyasumi-お休み | (beleefd) slapen; gaan slapen; naar bed gaan |
| oyasuminasai-お休みなさい | welterusten; goedenacht |
| ōyō-鷹揚 | ontspannen [kalm; gemakkelijk in de omgang] zijn |
| ozashiki-御座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ozashiki-御座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| ōzen-怏然 | onaangenaam [onprettig] gevoel |
| ozuozu-怖ず怖ず | verlegen; bedeesd; angstig; aarzelend |
| ō・dī・ē-オー・ディー・エー | Officiële Ontwikkelingshulp (Official Development Assistance) |
| ō・eru-オー・エル | (office lady) kantoormedewerkster; vrouwelijke beambte |
| ō・ī・shī・dī-オー・イー・シー・ディー | (Organization for Economic Cooperation and Development) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) |
| pā-パー | par (golfterm: score die gelijk is aan het standaard aantal slagen) |
| pā-パー | papier (in het steen-papier-schaar spelletje) |
| pā-パー | equivalent; van gelijke waarde; nominale waarde |
| paa-ぱあ | het gebaar (met wijdopen hand) van papier voor het spel steen-papier-schaar |
| pabirion-パビリオン | paviljoen; tentoonstellingsgebouw; bijgebouw; zomerhuis; tuinhuis |
| paburikku・inborubumento-パブリック・インボルブメント | burgerparticipatie in beleidsvoering |
| paburikku・rirēshonzu-パブリック・リレーションズ | public relations; zakelijke betrekkingen |
| pachipachi-ぱちぱち | geklik (het repeterende geluid van achter elkaar foto schieten) |
| pachipachi-ぱちぱち | geknetter; knappend geluid |
| padoringu-パドリング | peddelen |
| padoru-パドル | peddel; paddel |
| paeria-パエリア | paella (Spaans rijstgerecht) |
| paērya-パエーリャ | paella (Spaans rijstgerecht) |
| pāfekuto・gēmu-パーフェクト・ゲーム | perfecte wedstrijd (een honkbalwedstrijd waarin de tegenstander geen enkele run heeft gemaakt) |
| pafōmansu-パフォーマンス | optreden; voorstelling; artistieke uitvoering |
| pai-牌 | steen van het Mahjong spel |
| paichūkanshi-パイ中間子 | (natuurkunde) elementair deeltje pimeson |
| paipuorugan-パイプオルガン | pijporgel |
| paipu・orugan-パイプ・オルガン | pijporgel (muziekinstrument) |
| pairotto・ranpu-パイロット・ランプ | controlelampje; indicatielamp |
| pairotto・shoppu-パイロット・ショップ | een winkel waar producenten en lokale overheden nieuwe producten verkopen om uit te proberen hoe de trends zich ontwikkelen bij consumenten |
| paisen-パイセン | (slang voor senpai) senior (b.v. iemand met meer ervaring of kennis dan jijzelf op een bepaald vakgebied) |
| pajama・kōru-パジャマ・コール | nachtelijk telefoontje; een telefoongesprek 's avonds laat |
| pākingu-パーキング | het parkeren; parkeergelegenheid |
| pakkēji-パッケージ | assortiment; bundel |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) herhaaldelijk openend en sluitend (van de mond); naar lucht happend |
| pakupaku-ぱくぱく | (onomatopee) verorberend; naar hartelust etend; opslokkend; verslindend; |
| pakuru-ぱくる | stelen; wegpakken; afhandig maken (van geld of goederen); zwendelen |
| pan-パン | pan; panseksueel |
| pandane-パン種 | rijsmiddel voor brood (zoals gist, e.d.) |
| panerā-パネラー | panellid |
| panerā-パネラー | deelnemer aan een quizshow |
| panerisuto-パネリスト | panellid |
| paneru-パネル | paneel; (wand)plaat |
| paneru-パネル | panel; commissie; forum |
| paneru-パネル | controlepaneel; schakelbord |
| paneruseisaku-パネル制作 | schilderen op paneel |
| paneru・disukasshon-パネル・ディスカッション | panel discussie |
| paneru・hītingu-パネル・ヒーティング | paneelverwarming |
| paneru・sābei-パネル・サーベイ | panelonderzoek (doelgroep onderzoek) |
| panko-パン粉 | broodkruimel(s) |
| pankuchuaru-パンクチュアル | op tijd; punctueel |
| panorama-パノラマ | een panorama (schilderij op doek van halve of hele cirkel met realistische voorgrond, een uitvinding van Robert Barker |
| panoramabōenkyō-パノラマ望遠鏡 | panorama telescoop |
| panpan-ぱんぱん | (onomatopee) pang pang; geluid van geknal [schoten; vuurwerk, etc.) |
| panpan-パンパン | prostituee (in de jaren van de bezetting van Japan door Amerika na de Tweede Wereldoorlog) |
| pansekushuaru-パンセクシュアル | panseksueel |
| panteon-パンテオン | pantheon (geheel van goden van een bepaalde mythologie of religie) |
| panteon-パンテオン | pantheon (Grieke of Romeinse tempel gewijd aan alle goden) |
| panteon-パンテオン | Pantheon, antieke tempel in Rome |
| papiekore-パピエコレ | papier collé; collage (van stukken papier op een ondergrond gelijmd) |
| papiyon-パピヨン | (hondenras) dwergspaniël, épagneul |
| paradaisu-パラダイス | (Bijbels) Paradijs; Hof van Eden |
| paradaisu-パラダイス | het paradijs; de hemel |
| paradokkusu-パラドックス | paradox; schijnbare tegenstelling |
| parafurēzu-パラフレーズ | een parafrase; omschrijving; verduidelijking |
| parajiumu-パラジウム | palladium (chem. element) |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) in kleine hoeveelheden (druppels, e.d.) naar beneden vallend (het geluid daarbij): gedruppel; gekletter |
| parapara-ぱらぱら | (onomatopee) doorbladerend; geblader; geritsel (van papier) |
| parareru-パラレル | (elektrotechniek) parallelgeschakeld |
| parareru-パラレル | parallel; evenwijdig; gelijklopend |
| pararinpikku-パラリンピック | Paralympische Spelen |
| paratsuku-ぱらつく | druppelen; sijpelen; in druppels vallen |
| parechizēshon-パレチゼーション | palletisering; het op pallets stapelen en vervoeren |
| paripari-ぱりぱり | (onomatopee) knapperig; krokant; knisperend; ritselend; scheurend; fonkelnieuw [strak gesteven] (van kleding); levendig; energiek |
| paritī-パリティー | gelijkheid; equivalentie |
| paritto-ぱりっと | (onomatopee) stijlvol; zwierig; netjes gekleed; knapperig; krokant; krakend; gesteven; fonkelnieuw; scheurend |
| pāru-パール | parel |
| parusā-パルサー | pulsar (een hemellichaam dat regelmatig pulsen van radiogolven en röntgenstralen uitzendt) |
| parutenon-パルテノン | Parthenon, de tempel van Athena Parthenos (in Athene) |
| pāsā-パーサー | hoofd van het cabinepersoneel (in een vliegtuig) |
| pāseku-パーセク | parsec (eenheid voor afstand tussen sterren en hemellichamen; 1 parsec is ca. 3,26 lichtjaar) |
| paseri-パセリ | peterselie |
| pasetikku-パセティック | pathetisch; aandoenlijk; meelijwekkend; ontroerend |
| pasha-パシャ | pasja (titel van een officier in het Ottomaanse Rijk) |
| pashifikku-パシフィック | vreedzaam; vredelievend |
| pāsonaru・kōru-パーソナル・コール | een persoonlijk (internationaal) telefoongesprek |
| pasu-パス | (voetbal) toegespeelde bal |
| pasu-パス | passen; je beurt voorbij laten gaan (bij kaartspel, b.v.) |
| pasuterubōdo-パステルボード | pastel board (hardboard plaat voorzien van een laklaag aan één zijde) |
| pasuteru・karā-パステル・カラー | pastelkleur |
| patapata-ぱたぱた | (geluid van) gekletter (regen); getrippel (voeten); geklapper (doek, etc.); geflapper (vleugels) |
| pātonā-パートナー | (huwelijks)partner; echtgenoot (m); echtgenote (v) |
| pātonā-パートナー | (sport, spel, dans, e.d.) partner; medespeler |
| pātonā-パートナー | vriend; metgezel; medeplichtige |
| pātotaimā-パートタイマー | deeltijdwerker; parttimer |
| pāto・taimu-パート・タイム | deeltijd (part-time) |
| pattari-ぱったり | onverwacht; plotseling; abrupt |
| pazuru-パズル | puzzel |
| pechakucha-ぺちゃくちゃ | geklets; gekwebbel; gebabbel |
| pechanko-ぺちゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| pechika-ペチカ | Russisch (gemetseld) fornuis [open haard] |
| pedomētā-ペドメーター | pedometer; stappenteller |
| pegasasu-ペガサス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
| pegasosu-ペガソス | Pegasus (gevleugeld paard in de Griekse mythologie) |
| pei-ペイ | rendabel [winstgevend] zijn |
| pējento-ページェント | praalvertoning; pronkstoet; historisch schouwspel |
| peke-ペケ | niet goed; fout; niets; nutteloos; kan niet; mislukking |
| pekopeko-ぺこぺこ | (onomatopee) herhaaldelijk buigend |
| penanto-ペナント | wimpel; vaan; signaalvlag; kampioenschapsvlag |
| pendanto-ペンダント | hangertje; hangend versiersel (b.v. aan ketting of oorbel) |
| pendingu-ペンディング | in behandeling; hangende; nog niet afgehandeld [verwerkt] |
| penhorudā-ペンホルダー | (tafeltennis) penhouder greep |
| penhorudā・gurippu-ペンホルダー・グリップ | (tafeltennis) penhouder greep |
| penī-ペニー | penny (Engelse munt, 1/100 pond) |
| penisu-ペニス | penis; lid; mannelijk geslachtsdeel |
| penpengusa-ぺんぺん草 | (een andere naam voor) herderstasje (plant, Capsella) |
| pēpā・doraibā-ペーパー・ドライバー | iemand die wel een rijbewijs heeft, maar geen rijervaring |
| pēpā・kanpanī-ペーパー・カンパニー | papieren onderneming (een bedrijf dat is geregistreerd maar geen daadwerkelijke zakelijke activiteiten heeft); brievenbusfirma |
| perapera-ぺらぺら | (onomatopee) vloeiend (een taal spreken); veel [snel] pratend; welbespraakt |
| perikan-ペリカン | pelikaan |
| perorito-ぺろりと | (onomatopee) opslokkend; snel opetend; herhaaldelijk [snel] de tong uitstekend |
| perusona-ペルソナ | menselijke figuur (in de kunst) |
| perusona-ペルソナ | personage (in literatuur en toneel) |
| peshanko-ぺしゃんこ | (informeel) meisje met platte borsten |
| pēsu-ペース | stap; tred; loopsnelheid |
| pēsuto-ペースト | pasta; brij; puree; stijfsel |
| petapeta-ぺたぺた | (onomatopee) (geluid van) herhaaldelijk contact maken; getik; (zacht) geklop; het herhaaldeijk stempelend; beschilderend; besmeurend |
| peten-ぺてん | bedrog; zwendel; oplichting |
| petenshi-ペテン師 | (Chin.: bēngzi) zwendelaar; oplichter; bedrieger |
| pettingu-ペッティング | het strelen; aaien; liefkozen |
| petto-ペット | lieveling; favoriete [liefste] kind |
| petto-ペット | huisdier; troeteldier |
| pianisuto-ピアニスト | pianist; pianospeler |
| piano・nobīre-ピアノ・ノビーレ | bel-etage |
| piasu-ピアス | (afk. van pierced earings) oorbellen die door een gaatje in het oor worden gedragen |
| pichikāto-ピチカート | pizzicato; (snaren) tokkelend (muziekterm) |
| pichipichi-ぴちぴち | (onomatopee) levendig; energiek; springerig; spartelend; krakend; krinkelend |
| pieta-ピエタ | piëta (een voorstelling van Maria met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot) |
| piipii-ぴいぴい | beginner; nieuweling |
| pijin・ingurisshu-ピジン・イングリッシュ | Pidginengels (handelstaal op basis van het Engels) |
| pikaresukushōsetsu-ピカレスク小説 | schelmenroman |
| pikkeru-ピッケル | pikhouweel; ijsbijl |
| pikku-ピック | pikhouweel |
| pikku-ピック | keus; selectie |
| pikkuappu-ピックアップ | kleine vrachtauto [bestelauto] |
| pikkuappu-ピックアップ | toonopnemer (van een platenspeler) |
| piko-ピコ | biljoenste deel |
| pikotto-ピコット | picot (gekartelde band of gehandwerkte boogjes als versiering) |
| pikurusu-ピクルス | zoetzuur; tafelzuur |
| pikuseru-ピクセル | pixel; beeldpunt |
| pin-ピン | 1 (getal op dobbelsteen, kaart, etc.) |
| pinboke-ピンぼけ | (fotografie) onscherp; onduidelijk |
| pinchi-ピンチ | crisis; noodsituatie; noodgeval; hachelijke situatie |
| pinhane-ピン撥ね | het zich toe-eigenen van een deel van geld of goederen van anderen |
| pinhōru-ピンホール | (gaatje van) een speldenprik |
| pinnappu-ピンナップ | pin-up (foto aan de muur van een sexy model) |
| pinpointo-ピンポイント | (militair) precies omgeschreven doel |
| pinpointo-ピンポイント | speldenpunt; stipje |
| pinpon-ピンポン | pingpong; tafeltennis |
| pinto-ピント | kernpunt; (belangrijk) punt van discussie |
| pin・kāru-ピン・カール | het vastspelden van een haarkrul |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) fluitend (geluid) |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) prikkelend; stekend; brandend; scherp |
| piripiri-ぴりぴり | (onomatopee) scheurend (geluid) |
| pirugurimu・fāzāzu-ピルグリム・ファーザーズ | Pilgrim Fathers (groep Engelse puriteinen, die in 1620 naar Amerika gingen en daar een kolonie stichtten) |
| pīsu-ピース | deel; stuk; onderdeel |
| pisuton'yusō-ピストン輸送 | pendeldienst (steeds heen en weer gaande trein, bus of boot) |
| pītan-ピータン | duizendjarig ei (Chinese delicatesse) |
| pitchi-ピッチ | snelheid en frequentie waarmee een handeling wordt herhaald |
| pitchi-ピッチ | mate van hellen van een dak of andere structuur |
| pitchi-ピッチ | (sport) speelveld; sportterrein |
| pitchi-ピッチ | regelmatige afstand [verhouding] van omwentelingen [perforaties; steken van een tandwiel, etc.] |
| pitto-ピット | gat achter een bowlingbaan waar de omgevallen kegels in vallen |
| pittseria-ピッツェリア | pizzeria (restaurant waar voornamelijk pizza's worden geserveerd) |
| pī・āru-ピー・アール | (public relations) pr; zakelijke betrekkingen |
| pī・dī・ē-ピー・ディー・エー | (personal digit assistent) draagbare elektronische organiser met display (uit de jaren 1990) |
| pī・dī・efu-ピー・ディー・エフ | (portable document format) bestandsformaat voor elektronische documenten |
| pī・eruhō-ピー・エル法 | (Product Liability Law) productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| pī・etchi・esu-ピー・エッチ・エス | (personal handy-phone system) mobiel netwerksysteem met laag stroomverbruik (ontwikkeld in Japan) |
| pī・kōto-ピー・コート | (ook wel pea jacket genoemd) jopper; duffel; wambuis (van oorsprong een zeemansjas) |
| pī・pī・emu-ピー・ピー・エム | (parts per million) deeltjes per miljoen (eenheid die een miljoenste aanduidt) |
| pochapocha-ぽちゃぽちゃ | (onomatopee) het geluid van opspattend water |
| pōchi-ポーチ | zak(je); buidel; tas |
| pojitibu-ポジティブ | positief (elektrische polariteit) |
| pōkā-ポーカー | poker (kaartspel) |
| pokanto-ぽかんと | met een krak [klap; bons] (geluid) |
| poketto-ポケット | bij langeafstandslopers een situatie waarin iemand omringd is door andere lopers (en niet de mogelijkheid heeft om zelf het pad te kiezen) |
| poketto-ポケット | de zakken onder de gaten in een biljarttafel |
| poketto・manē-ポケット・マネー | zakgeld |
| pokkari-ぽっかり | plotseling verschijnend |
| pokkuri-ぽっくり | het geluid van de hoeven van een paard dat stapvoets loopt |
| pokkuri-ぽっくり | plotseling [onverwacht] overlijden |
| pomeranian-ポメラニアン | pomeriaan; dwergkeeshond (hondenras, oorspronkelijk afkomstig uit Pommeren) |
| ponbiki-ぽん引き | zwendelaar; oplichter |
| poppu・āto-ポップ・アート | popart (stijlrichting in beeldende kunst) |
| popuri-ポプリ | potpourri (geurig mengsel van gedroogde bloemen) |
| porigurotto-ポリグロット | polyglot (iem. die veel talen kent) |
| porikō-ポリ公 | (afgeleid van het Engels: police; informeel, ook beledigend) politieagent |
| porio-ポリオ | polio (poliomyelitis); kinderverlamming |
| porishī-ポリシー | beleid; politieke maatregelen |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van iets dat uit de handen glijdt |
| pororito-ぽろりと | (onomatopee) geluid van het vallen van een druppel [traan] |
| pororito-ぽろりと | per ongeluk [onbedoeld] (iets onthullen, laten vallen, b.v. een geheim) |
| posuto・hābesuto-ポスト・ハーベスト | behandeling [verwerking] van landbouwproducten na de oogst |
| pōtā-ポーター | valet (iemand belast met het parkeren en ophalen van auto's van gasten van restaurants, hotels, vliegvelden, etc.) |
| pōtā-ポーター | kruier; drager van bagage (station, hotel, vliegveld, etc.) |
| potapota-ぽたぽた | (onomatopee) druppelend; druppel na druppel vallend |
| potarito-ぽたりと | (onomatopee) (geluid van) gedruppel; druppelend; druipend |
| potchi-ぽっち | klein beetje; slechts; schamel; onbeduidend |
| potensharu-ポテンシャル | potentieel (in potentie aanwezig); mogelijk |
| potensharu-ポテンシャル | potentiaal; elektrisch vermogen (natuurkunde) |
| poteto-ポテト | aardappel |
| potsunto-ぽつんと | (onomatopee) druppelend; mompelend |
| pōtto-ぽうっと | scherp [schril] geluid |
| potto-ぽっと | plotseling (verschijnen; oplichten; flitsen] |
| potto-ポット | pot; ketel |
| pottode-ぽっと出 | iemand die voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaat |
| pottode-ぽっと出 | voor het eerst van het platteland nar de grote stad gaan |
| pūdoru-プードル | poedel (hondenras) |
| pūpū-ブーブー | (onomatopee) knor-knor (geluid van een varken) |
| purachina-プラチナ | platina (chem. element) |
| puraimarī・kea-プライマリー・ケア | eerstelijnsgezondheidszorg |
| puraimu・rēto-プライム・レート | meest preferentiële rentetarief |
| puramoderu-プラモデル | handelsmerknaam voor een plastic model |
| purasshu-プラッシュ | pluche (fluweelachtige stof) |
| purasu-プラス | winst; voordeel |
| purasuchikkumoderu-プラスチック・モデル | plastic model |
| purazuma-プラズマ | (natuurkunde) plasma (elektrisch neutrale gasmassa) |
| pure-プレ | pre- (voorvoegsel aan z.n.w, met de toegevoegde betekenis: voor) |
| purē-プレー | toneelstuk; drama |
| purē-プレー | spel; spelen |
| purehabu-プレハブ | (afk. van prefabricated building) bouw-constructiemethode waarbij componenten vooraf in een fabriek worden gemaakt en op locatie in elkaar gezet |
| purēingu・manējā-プレーイング・マネージャー | speler-coach |
| puremia・shō-プレミア・ショー | première voorstelling |
| pureryūdo-プレリュード | prelude; inleiding; voorspel |
| puresuto-プレスト | presto (muziekterm); snel |
| purēto-プレート | bord; schotel |
| purēyā-プレーヤー | speler (sport; muziek) |
| purēyā-プレーヤー | speler (afspeelapparaat) |
| pure・orinpikku-プレ・オリンピック | de pre-Olympische Spelen (gehouden een jaar voor de echte OS) |
| purimura-プリムラ | primula (sleutelbloem) |
| purinshipuru-プリンシプル | grondbeginsel; principe |
| puripeido・kādo-プリペイド・カード | prepaid kaart (telefoon) |
| puripuri-ぷりぷり | elastisch; veerkrachtig |
| puro-プロ | prof; professional; beroepsspeler |
| puroburematikku-プロブレマティック | problematisch; twijfelachtig |
| purodakushon・shearinguhōshiki-プロダクション・シェアリング方式 | methode gebruikt bij contracten voor olie- en aardgasexploratie in ontwikkelingslanden |
| purofesshonaru-プロフェッショナル | prof; professional; beroepsspeler |
| purofīru-プロフィール | profiel |
| puroguramu-プログラム | programma (televisie, theater, e.d.); programmaboekje |
| puromunādo-プロムナード | wandelweg; promenade; boulevard; wandelgang |
| puronputā-プロンプター | teleprompter; autocue |
| puropā-プロパー | origineel; uniek; karakteristiek; inheems; eigen |
| puropera-プロペラ | propeller |
| puropōshon-プロポーション | gedeelte; aandeel; maat; omvang |
| puropōshon-プロポーション | verhouding; evenredigheid; percentage; relatie; balans |
| puropōzu-プロポーズ | voorstellen; ten huwelijk vragen |
| puroresu-プロレス | professioneel worstelen; showworstelen |
| purosesu-プロセス | proces; ontwikkeling; voortgang |
| purosesu・chīzu-プロセス・チーズ | smeltkaas (kaas zachtgemaakt door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren) |
| pūru-プール | pot; gezamenlijke inzet (bij gokspelen) |
| pūru-プール | zwembad; poel; plas |
| pūru-プール | gemeenschappelijk fonds; kartel |
| purutoniumu-プルトニウム | plutonium (chem. element) |
| pusshuhon-プッシュホン | druktoestel (telefoon) |
| pusshu・fon-プッシュ・フォン | druktoetstelefoon |
| pusshu・hon-プッシュ・ホン | druktoetstelefoon |
| putsuputsu-ぷつぷつ | (huid)uitslag; hobbelig; knobbelig; rafelig |
| pyonpyon-ぴょんぴょん | (onomatopee voor) het (op-en-neer) springen; huppelen |
| pyūpyū-ぴゅうぴゅう | (onomatopee) scherp [schril] [hoog] fluitend geluid van wind of projectielen |
| ra-等 | (achtervoegsel dat meervoud aangeeft) |
| rabā-ラバー | minnaar; geliefde |
| raba-騾馬 | muilezel |
| rabendā-ラベンダー | lavendel |
| raberu-ラベル | label; etiket; (informatie)strookje; merkje; naamplaatje |
| rabu・afea-ラブ・アフェア | (Eng.: love affair) liefdesrelatie; liefdesverhouding |
| rachi-羅致 | het samenbrengen van personen met bepaalde vaardigheden (zoals het vangen van vogels in een net) |
| raden-螺鈿 | raden, de techniek van het inleggen van dunne lagen parelmoer (b.v. in lakwerk) |
| radon-ラドン | radon (chem. element) |
| ragā-ラガー | rugby speler |
| ragāman-ラガーマン | rugby speler |
| rai-癩 | lepra; melaatsheid |
| raibyō-癩病 | lepra; melaatsheid |
| raichō-来朝 | (hist. China, Japan) bezoek aan het hof van een buitenlandse delegatie |
| raichō-雷鳥 | lagopus; sneeuwhoen (fazantachtige vogel) |
| raidingu-ライディング | houding bij worstelen waarbij men boven op een tegenstander ligt en ervoor zorgt dat die niet kan bewegen |
| raidō-雷同 | volgzaamheid (zonder zelf na te denken blind navolgen wat anderen doen) |
| raifu-ライフ | het dagelijks [werkzame] leven; de carrière |
| raigō-来迎 | aanschouwing van een zonsopgang op een bergtop (wordt vergeleken met Amitabha Boeddha die op bezoek komt met een aureool) |
| raigō-来迎 | verwelkoming door een Boeddha of bodhisattva van de ziel van een overleden gelovige |
| raigyo-雷魚 | noordelijke slangenkopvis (Channa argus) |
| raihō-来報 | (boeddh.) straf; (toekomstige) vergelding |
| raihō-来報 | bezoek om iemand iets mede te delen; persoonlijk overgebracht bericht; boodschap; tijding |
| raii-来意 | doel [reden] van een brief |
| raii-来意 | het doel van het bezoek |
| raikō-雷公 | (in China oorspronkelijk de naam van een dondergod) bliksem |
| raikura-ライクラ | lycra (kunststof vezel) |
| rain・appu-ライン・アップ | line-up; opstelling; rangschikking; samenstelling |
| raionzu・kurabu-ライオンズ・クラブ | Lions Club (een charitatieve vereniging van zakenlieden, waarvan de leden op vriendschappelijke basis samenwerken) |
| raise-来世 | (lett.: de komende wereld) het hiernamaals; het leven na de dood |
| raiten-来店 | het komen naar [bezoeken van] een winkel [restaurant] |
| raito-ライト | (honkbal) rechtsvelder; rechterveld |
| raitoban-ライトバン | lichte bestelwagen; bestelauto; bestelbusje |
| raitomidorukyū-ライトミドル級 | (vechtsporten) licht middengewicht; superweltergewicht |
| raitonoberu-ライトノベル | light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| rajiētā-ラジエーター | radiateur (koelsysteem van een verbrandingsmotor) |
| rajikaru-ラジカル | fundamenteel |
| rajiumu-ラジウム | radium (chem. element) |
| rakkansuru-落款する | stempelen |
| rakkan'in-落款印 | stempel van de kunstenaar |
| rakkarōzeki-落花狼藉 | gewelddadige handelingen (m.n. tegen vrouwen of kinderen) |
| rakkei-落慶 | viering van de voltooiing van de bouw of verbouwing van tempels [heiligdommen] |
| rakkī-ラッキー | gelukkig; fortuinlijk |
| rakkī・sebun-ラッキー・セブン | (honkbal) de zevende inning van een wedstrijd van negen innings (wordt als gelukkig beschouwd) |
| rakkī・zōn-ラッキー・ゾーン | (honkbal) de gelukszone (tussen het gewone hek rond het veld en een hek dat daarbinnen is geplaatst om het slaan van homeruns makkelijker te maken) |
| raku-絡 | (in kanji combinaties) verbinding; verband; verstrengelen; bij elkaar blijven; aansluiten |
| rakubaku-落莫 | (gevoel van) eenzaamheid; verlatenheid; droefgeestigheid |
| rakubi-楽日 | de laatste dag van een (sumo) toernooi; de laatste dag van een show; slotvoorstelling |
| rakuchaku-落着 | overeenkomst; akkoord; regeling; schikking; afwikkeling |
| rakuchū-洛中 | in de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakuda-駱駝 | kameel |
| rakuen-楽園 | paradijs; eldorado |
| rakugai-洛外 | buiten de hoofdstad (meestal wordt hiermee Kyoto bedoeld) |
| rakugaki-落書き | graffiti; gekrabbel (op muren, deuren, omheiningen, schuttingen, e.d.) |
| rakugan-落雁 | een wilde gans die komt aanvliegen en neerstrijkt op een veld |
| rakugan-落雁 | traditioneel Japans snoepgoed (gemaakt van kleefrijstmeel, graanmeel, suiker en zoete siroop) |
| rakugo-落語 | rakugo, de kunst van het vertellen van (komische) verhalen |
| rakuhaku-落魄 | verval tot armoede; in behoeftige omstandigheden geraakt; verarming; teloorgang |
| rakujin-楽人 | een zorgeloos persoon; iemand die een zorgeloos leventje leidt |
| rakujō-落城 | val [overgave] van een kasteel (aan de vijand) |
| rakuraku-楽楽 | comfortabel; gerieflijk |
| rakuraku-楽楽 | makkelijk; met gemak |
| rakusei-洛西 | ten westen van de hoofdstad (Kyoto); de westelijke wijken van Kyoto |
| rakuseki-落籍 | een voorschot betaald aan de baas van een prostitué of geisha (met het doel haar vrij te kopen) |
| rakusenundō-落選運動 | het campagne voeren met het doel een of meer specifieke kandidaten te laten verliezen |
| rakushō-楽勝 | een gemakkelijke [eenvoudige] overwinning; een walk-over |
| rakusho-落書 | schotschrift; hekeldicht |
| rakushu-落手 | een slechte zet bij shogi (Japans schaakspel) |
| rakushu-落首 | satirisch gedicht; hekeldicht |
| rakushusuru-落手する | een slechte zet doen bij shogi (Japans schaakspel) |
| rakutan-落胆 | ontmoediging; neerslachtigheid; teleurstelling |
| rakutenka-楽天家 | een optimist; een relaxed [zorgeloos] persoon |
| rakutenteki-楽天的 | optimistisch; zorgeloos; vrolijk |
| rāmen-ラーメン (拉麺) | ramen (Chinese stijl noedels en noedelsoep) |
| ramu-ラム | ram (mannelijk schaap) |
| ramune-ラムネ | Ramune, Schots-Japanse koolzuurhoudende frisdrank in een glazen flesje, verzegeld met een knikker |
| ran-乱 | rebellie; opstand; oorlog |
| ran-卵 | eicel |
| ran-爛 | (in kanji combinaties) rotten; ontsteken; etteren; glinsteren; fonkelen |
| ran-覧 | (gebruikt als erende vorm in samenstellingen voor 見る) zien; kijken |
| ranbatsu-濫伐 | roekeloze [overmatige] ontbossing |
| ranbō-乱暴 | geweld(pleging); mishandeling |
| ranbōmono-乱暴者 | een gewelddadig iemand; schurk; agressieveling; ruige kerel |
| ranchō-乱調 | grote schommelingen (in de handelsmarkt) |
| randa-乱打 | (de bal) het herhaaldelijk slaan; heen en weer slaan |
| randa-乱打 | het wild [hevig] slaan; veel klappen geven |
| randamu・sanpuringu-ランダム・サンプリング | aselecte steekproef; willekeurige selectie |
| randosatto-ランドサット | Landsat (satellietfotografieprogramma) |
| randoseru-ランドセル | ransel; rugzak |
| rangoku-乱国 | een land in chaos [wanorde; wetteloze toestand] |
| rangu-ラング | (uit het Engels: lung) long |
| rangun-乱軍 | strijdgewoel; krijgsgewoel; mêlee |
| rangyō-乱行 | gewelddadig gedrag; wangedrag; losbandigheid |
| ranjuku-爛熟 | volledige wasdom; complete rijpheid; volledig ontwikkeld zijn |
| rankaku-濫獲 | excessief [teveel] jagen [vissen]; overbevissing; overbejaging |
| rankan-欄干 | reling; leuning; balustrade |
| ranki-嵐気 | vochtige [nevelachtige] berglucht |
| rankōge-乱高下 | grote prijsschommelingen |
| ranma-欄間 | een traliewerk of opengewerkt paneel (voor licht of ventilatie, boven schuifdeuren) |
| rannāzu・hai-ランナーズ・ハイ | runner's high ( een toestand tijdens het hardlopen waarbij ademhaling en snelheid voor het gevoel perfect op elkaar zijn afgestemd) |
| rannyū-乱入 | (plotselinge) binnendringing; inval |
| ranobe-ラノベ | (afk. voor) light novel (een specifiek soort romans in Japan) |
| ranpitsu-乱筆 | slecht [lelijk] handschrift |
| ranpon-藍本 | oorspronkelijk geschrift |
| ranpu-ランプ | achterdeel (dieren); lende (vlees, b.v. biefstuk) |
| ranpu-ランプ | helling, talud, schans; oprit naar snelweg |
| ranritsu-乱立 | teveel [een overschot aan] (mensen, kandidaten, etc.) |
| ranritsu-乱立 | het (ongeordend) naast [op] elkaar staan |
| ransen-乱戦 | strijdgewoel; krijgsgewoel; mêlee |
| ranshi-乱視 | astigmatisme (onscherp netvliesbeeld) |
| ranshi-卵子 | eicel; ovum |
| ransōninshin-卵巣妊娠 | ovariële zwangerschap; eierstok zwangerschap (een buitenbaarmoederlijke zwangerschap) |
| ransui-乱酔 | stomdronken [laveloos; ladderzat] zijn |
| rantan-ランタン | lanthaan (chemisch element, symbool La) |
| rantana-ランタナ | wisselbloem (Lantana camara) |
| ranzatsu-乱雑 | wanorde; verwarring; puinhoop; warboel |
| ran'ō-卵黄 | eierdooier; eidooier; eigeel |
| rao-ラオ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| rappa-喇叭 | hoorn; bugel; trompet |
| rappu-ラップ | wrap; inpakken; inwikkelen |
| rarī-ラリー | slagenwisseling (tennis, e.d.) |
| rasenkaidan-螺旋階段 | wenteltrap |
| rashii-らしい | schijnbaar; kennelijk; ogenschijnlijk |
| rashinzō-裸身像 | naakt standbeeld |
| rashonaru-ラショナル | rationeel |
| rasseru-ラッセル | gerochel |
| rasseru-ラッセル | Bertrand Russell (filosoof en wetenschapper, 1872-1970) |
| rasseru-ラッセル | Russell sneeuwruimer (machine) |
| ratekase-ラテカセ | ratecase is een samengesteld woord voor een audioapparaat dat de drie functies van radio, televisie en cassettedeck combineert |
| rau-ラウ | bamboebuisje dat de ganzenhals van een kiseru (tabakspijp) verbindt met het mondstuk (oorspronkelijk werd hiervoor bamboe uit Laos gebruikt) |
| raundo-ラウンド | rond; cirkelvormig |
| raundo-ラウンド | ronde (van wedstrijd, onderhandelingen, e.d.) |
| razō-裸像 | een naaktfiguur (schilderij of beeld) |
| razuberī・zerī-ラズベリー・ゼリー | frambozengelei |
| rea-レア | zeldzaam; ongewoon |
| rea・metaru-レア・メタル | zeldzaam metaal |
| rebā-レバー | hendel; hefboom |
| rebā-レバー | lever (voedsel) |
| rēberu-レーベル | label; sticker |
| reboryūshon-レボリューション | revolutie; revolutionaire omwenteling |
| refarensu-レファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| refu-レフ | (afk. voor) (spiegel)reflexcamera |
| refurekkusu-レフレックス | reflectie; weerkaatsing; weerspiegeling |
| refurekkusu・kamera-レフレックス・カメラ | (spiegel)reflexcamera |
| refuto-レフト | (honkbal) linksvelder; linksveld |
| refutouingu-レフトウイング | linkervleugel (van een vogel, vliegtuig, e.d.) |
| refutouingu-レフトウイング | (voetbal) linkervleugelspeler; linksbuiten; (honkbal) linksvelder |
| refutouingu-レフトウイング | linkervleugel van een politieke partij [van een leger] |
| refutouingu-レフトウイング | linkervleugel van een gebouw |
| rēganomikkusu-レーガノミックス | Reaganomics, het economische beleid van de Amerikaanse president Ronald Reagan in de jaren 1980 |
| regyurā-レギュラー | (afk. voor) vast lid; vaste speler (in een team); vaste gast (in een tv-programma) |
| regyurā-レギュラー | normaal; gewoon; regelmatig; algemeen |
| regyurā・chēn-レギュラー・チェーン | winkelketen; netwerk van winkelfilialen |
| regyurā・menbā-レギュラー・メンバー | vast lid; vaste speler (in een team); vaste gast (in een tv-programma) |
| regyurēshon-レギュレーション | reglement; regels; voorschriften |
| rei-例 | voorbeeld; precedent |
| rei-例 | standaard; gewoon; altijd hetzelfde |
| rei-礼 | beloning; gift; vergoeding; honorarium |
| rei-礼 | beleefdheid; etiquette; respect; fatsoen |
| rei-礼 | ritueel; ceremonie |
| rei-隷 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reiba-冷罵 | minachting; belediging; bespotting |
| reibai-霊媒 | een (spiritueel) medium |
| reibaishi-霊媒師 | medium (iemand met een veronderstelde gave om te kunnen communiceren met geesten) |
| reibō-冷房 | airconditioning; koeling |
| reibun-例文 | voorbeeldzin |
| reichō-霊鳥 | heilige (mythische) vogel |
| reigan-冷眼 | een afstandelijke [objectieve] blik [kijk] |
| reigen-例言 | toelichting |
| reigen-霊験 | wonder; wonderbaarlijke werkzaamheid [doeltreffendheid] |
| reigetsu-例月 | elke maand; maandelijks |
| reigi-礼儀 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reigū-冷遇 | kille bejegening; onvriendelijk behandeling; onverschillige benadering |
| reigū-礼遇 | vriendelijke [respectvolle; hoffelijke] bejegening [behandeling] |
| reihaidō-礼拝堂 | kapel |
| reihitsu-麗筆 | erenaam ter aanduiding van een (schrijf)penseel |
| reihō-礼法 | hoffelijkheid; beleefdheidsvormen; etiquette; goede manieren |
| reihon-零本 | overgebleven fragmenten [overblijfselen] (van boeken die verloren zijn gegaan) |
| reihyō-冷評 | sarcastische [bijtende] opmerking [kritiek]; hoongelach |
| reiji-例示 | illustratie; voorbeeld |
| reijō-令嬢 | (beleefd woord voor) de dochter van iemand anders |
| reijō-令状 | bevelschrift |
| reijō-礼譲 | hoffelijkheid; beleefdheid |
| reika-隷下 | volgeling; ondergeschikte; aanhanger |
| reikai-例会 | reguliere vergadering; regelmatige ontmoeting [bijeenkomst] |
| reikai-例解 | illustratie; toelichting; uitleg (met voorbeelden) |
| reikai-霊界 | geestenwereld; geestenrijk |
| reikan-冷寒 | kou; koelte |
| reikan-霊感 | inspiratie; bezieling |
| reikei-令兄 | (beleefd) uw oudere broer |
| reikei-令閨 | (beleefd) uw vrouw [echtgenote] |
| reiketsu-冷血 | harteloosheid; ongevoeligheid |
| reiki-例規 | vastgestelde regel; conventie; statuut; precedentregel |
| reiki-霊気 | spirituele [heilige; mysterieuze] sfeer |
| reikin-礼金 | sleutelgeld; vergoeding betaald voor huurrechten |
| reikin-礼金 | beloning (geld); honorarium; vergoeding; gratificatie |
| reikō-励行 | strikte naleving [nauwgezette uitvoering] van regels |
| reikoku-例刻 | de gebruikelijke [reguliere; vaste] tijd |
| reikoku-冷酷 | wreedheid; meedogenloosheid; harteloosheid |
| reikon-霊魂 | ziel; geest |
| reikyaku-冷却 | koeling |
| reikyakukikan-冷却期間 | afkoelingsperiode |
| reimairi-礼参り | tempelbezoek om een godheid of Boeddha te bedanken voor de vervulling van een wens |
| reinen-例年 | een normaal jaar; elk jaar |
| reiniku-霊肉 | lichaam en ziel [geest] |
| reinōsha-霊能者 | (spiritueel) medium |
| rein・shūzu-レイン・シューズ | regenschoenen; waterbestendig schoeisel; regenlaarzen |
| reiofu-レイオフ | (tijdelijk) ontslag; afvloeiing (van personeel); non-actief |
| reisen-冷戦 | de Koude Oorlog; een koude oorlog (oorlog zonder wapengeweld) |
| reisetsu-礼節 | etiquette; beleefdheid; goede manieren |
| reishi-霊芝 | gesteelde lakzwam (Ganoderma lucidum) |
| reishō-例証 | illustratie; voorbeeld |
| reisho-隷書 | (afkorting van reisho) kalligrafie stijl voor kanji (ontwikkeld volgens traditie voor een algemene leesbaarheid; ook wel kopiist-schrift genoemd) |
| reison-令孫 | (beleefd) uw kleinkind (kleinzoon of kleindochter); het kleinkind van een ander |
| reisui-冷水 | (fig.) een domper; een koude douche; het bekoelen [dempen] (van iemand's enthousiasme) |
| reitei-令弟 | (beleefd woord voor de (jongere) broer van iemand) uw [zijn] broer |
| reiteki-霊的 | spiritueel; geestelijk; immaterieel |
| reiten-礼典 | etiquette; ceremonie; ritueel; sacramenten |
| reitetsu-冷徹 | koelbloedigheid |
| reitōshokuhin-冷凍食品 | ingevroren voedsel; diepvriesproducten; diepvriesmaaltijd |
| reito・shō-レイト・ショー | (Eng.: late show) televisie (praat)programma op de late avond uitgezonden |
| reiwa-例話 | verklarende uitleg; illustratief voorbeeld |
| reiyaku-霊薬 | wondermiddel (medicijn) |
| reizen-冷然 | koude; stijfheid; een koele [kille; afstandelijke; onverschillige] houding |
| reizō-冷蔵 | koeling; koude [gekoelde] opslag |
| reizō-霊像 | standbeeld [afbeelding] van een God of een Boeddha |
| reizōko-冷蔵庫 | koelkast; ijskast |
| reizōsuru-冷蔵する | koelen; in de koeling doen [opslaan] |
| rejā・sutokku-レジャー・ストック | aandelen in de vrijetijds- en toeristenindustrie |
| rekihō-歴訪 | rondgang; het bezoeken van verschillende locaties (landen, e.d.) na elkaar |
| rekimon-歴問 | rondgang; het bezoeken van verschillende locaties (landen, e.d.) na elkaar |
| rekisen-歴戦 | vele (militaire) dienstjaren |
| rekishō-暦象 | hemellichamen |
| rekishō-暦象 | astronomische almanak met de omlooptijd van hemellichamen (planeten, manen sterren, e.d.) |
| rekizen-歴然 | duidelijk [evident; onmiskenbaar] zijn |
| rekkā-レッカー | takelwagen |
| rekkitoshita-歴とした | echt; onmiskenbaar; duidelijk; onweerlegbaar; wettelijk |
| rekkitoshita-歴とした | gerespecteerd; respectabel |
| rekkyō-列強 | de grote mogendheden; wereldmachten |
| rekōdo・purēyā-レコード・プレーヤー | platenspeler |
| remonierō-レモンイエロー | citroengeel (Eng; lemon-yellow) |
| remu-レム | rem (snelle beweging van de oogbollen tijdens de remslaap) |
| rēn-レーン | rijstrook; baan (auto, bus, etc.; ook bij sport: zwemmen, kegelen, etc.) |
| ren-憐 | (in kanji combinaties) medelijden; compassie |
| ren-聯 | twee bij elkaar horende regels in een lüshi, een klassiek-Chinese dichtvorm; stanza; strofe |
| ren-連 | metgezel; gezelschap |
| ren-連 | telwoord voor aaneengeregen dingen (kralen, etc.) |
| ren-連 | een riem (hoeveelheid papier) |
| renbo-恋慕 | liefde; tedere gevoelens; genegenheid |
| renchishin-廉恥心 | eergevoel |
| renchū-連中 | groep; (vrienden)kring; gezelschap; vereniging; kliek; (boeven)bende |
| renchū-連中 | (toneel, theater) groep; gezelschap |
| rendō-連動 | aaneenkoppeling; verbonden [gekoppeld] zijn; gekoppelde functionering |
| renge-蓮華 | een Chinese porseleinen lepel |
| renji-レンジ | fornuis; kooktoestel; oven |
| renjitsu-連日 | opeenvolgende dagen; elke dag; dag in, dag uit |
| renketsu-連結 | verbinding; koppeling |
| renki-連記 | meerdere vermeldingen [namen; onderwerpen] |
| renko-連呼 | herhaaldelijk geroep [geschreeuw] |
| renkō-連行 | begeleiding naar een politiebureau (niet geheel op vrijwillige basis) |
| renkon-蓮根 | lotuswortel |
| rennen-連年 | jaar na jaar; elk jaar |
| renpatsu-連発 | snelle opeenvolging |
| renrakumō-連絡網 | telefoonboom; telefoonketen; telefooncirkel |
| rensa-連鎖 | keten; ketting; schakel; verbinding |
| rensai-連載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
| rensaimanga-連載漫画 | dagelijks in kranten [tijdschriften] verschijnend feuilleton [stripverhaal; manga] |
| rensaku-連作 | herhaalde teelt van dezelfde gewassen op dezelfde grond |
| rensaku-連作 | gezamenlijk auteurschap (met meerdere auteurs die ieder een deel van het boek schrijven) |
| rensei-連星 | dubbelster (twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt bewegen) |
| rensetsu-連接 | connectie; verbinding; koppeling; verband |
| renshu-連取 | het punten of sets achter elkaar scoren (in een sportwedstrijd) |
| renshūjō-練習場 | oefenplaats; trainingsveld |
| rensō-連奏 | optreden van twee of meer muzikanten die hetzelfde type instrument bespelen |
| rentaihoshōnin-連帯保証人 | een gezamenlijke borgsteller [garantsteller]; borgsteller die hoofdelijk aansprakelijk is; medeondertekenaar |
| rentaiishiki-連帯意識 | solidariteitsgevoel; solidariteitsbesef |
| renzokuwaza-連続技 | (judo) combinatietechnieken (in dezelfde richting) |
| ren'aikankei-恋愛関係 | liefdesrelatie |
| ren'aikekkon-恋愛結婚 | huwelijk uit liefde |
| ren'on-連音 | (taalkunde) sandhi (gelijkwording van eind- en beginklank van opeenvolgende delen) |
| ren'ya-連夜 | avond na avond; elke avond [nacht] |
| reopon-レオポン | leopon (kruising tussen een leeuwin en een mannelijke luipaard) |
| reppaku-裂帛 | (het geluid van) scheuren of knippen van een stuk stof |
| reppan-列藩 | vele feodale clans |
| reppu-烈婦 | kuise [deugdzame; sterke; dappere] vrouw; heldin |
| rēpukūhen-レープクーヘン | Lebkuchen (traditionele Duitse kerstkoeken) |
| repura-レプラ | lepra; melaatsheid |
| repurika-レプリカ | replica; kopie; model; nabootsing |
| rerikku-レリック | relikwie |
| rēru-レール | rail; roede; reling; rails |
| resepushon-レセプション | (hotel, etc.) receptie; balie |
| reshipiento-レシピエント | ontvanger (van orgaan, weefsel, bloed, e.d.) |
| ressei-劣勢 | minderwaardigheid; nadeel; ongunstige situatie |
| resse・fēru-レッセ・フェール | het laisser faire principe (ook economische term voor vrijheid van productie en (handels)verkeer zonder overheidsbemoeienis) |
| ressha-列車 | trein; treinstel |
| ressuru-列する | aanwezig zijn (bij); bijwonen; deelnemen |
| resu-レス | worstelen |
| resu-レス | (van Engels achtervoegsel) zonder; -loos |
| resuponshibiritī-レスポンシビリティー | verantwoordelijkheid |
| resurā-レスラー | worstelaar |
| resuringu-レスリング | worstelen |
| resuto'eria-レストエリア | rustplaats [parkeerplaats] langs de snelweg |
| retaringu-レタリング | belettering |
| retaringushotai-レタリング書体 | belettering stijl; fontstijl |
| reten-レ点 | vinkje (voor het aanmerken tekstregels) |
| rētingu-レーティング | (Eng.: rating) beoordeling; classificatie; notering |
| retorutoshokuhin-レトルト食品 | retort voedsel (kant-en-klaar voedsel dat vacuüm verpakt is) |
| retsu-列 | rij; regel; kolom |
| retsu-裂 | spleet; kloof; scheur; splijting; deling; scheuring |
| retteru-レッテル | etiket; label (op iemand als waardeoordeel) |
| retteru-レッテル | etiket; label (op een product) |
| rettō-列島 | archipel; eilandengroep; reeks eilanden |
| rezā-レザー | kunstleer; imitatieleer |
| rēzā-レーザー | laser (= light amplification by stimulated emission of radiation; een apparaat dat een smalle coherente bundel licht voortbrengt) |
| rezākurosu-レザークロス | leerdoek; imitatieleer |
| rēzā・disuku-レーザー・ディスク | laserdisk; Cd-video (een analoge optische schijf voor het bewaren van beeld en geluid) |
| rēzā・mesu-レーザー・メス | laser mes; laser scalpel (gebruikt in chirurgie) |
| ri-理 | principe; beginsel; wet |
| riabyūmirā-リアヴューミラー | achteruitkijkspiegel (auto) |
| riaritī-リアリティー | realiteit; werkelijkheid |
| riaru-リアル | echt; werkelijk; realistisch |
| riaru・poritikkusu-リアル・ポリティックス | realpolitik; realistisch beleid (gebaseerd op feiten en concrete resultaten) |
| riasushikikaigan-リアス式海岸 | riaskust (kustvorm met veel verdronken rivieren) |
| ria・doraibu-リア・ドライブ | achteraandrijving; achterwielaandrijving |
| ribaibaru-リバイバル | (religie) reveil; opwekking |
| ribanōru-リバノール | Rivanol (merknaam voor acrinol of ethacridinelactaat, een bacteriedodend ontsmettingsmiddel) |
| rībe-リーベ | (naar het Duits: Liebe) liefde; geliefde; minnaar [minnares] |
| ribensei-利便性 | gemak; gebruiksvriendelijkheid |
| ribēto-リベート | commissie; provisie; smeergeld |
| ribetto-リベット | klinknagel |
| richigi-律儀 | gezondheid; welzijn; kracht |
| rīdā-リーダー | leestoestel; leesapparaat |
| riekishakai-利益社会 | (sociologie) Gesellschaft; winstmaatschappij (een samenleving gebaseerd op eigenbelang) |
| riekisōhan-利益相反 | belangenverstrengeling; belangenvermenging |
| rifarensu-リファレンス | referentie; aanbeveling; verwijzing; raadpleging; raadgeving; informatie |
| rifujin-理不尽 | onredelijkheid; oneerlijkheid; onwettelijkheid |
| rifurekkusu-リフレックス | reflectie; weerkaatsing; weerspiegeling |
| rifuresshukyūka-リフレッシュ休暇 | een (welverdiende) vakantie om weer bij te tanken [fit te worden] |
| rigai-利害 | voordeel en nadeel; winst en verlies |
| rigai-利害 | belang |
| rigai-理外 | onredelijkheid |
| rigaikankei-利害関係 | belang; aandeel (in een project, b.v.) |
| rihāsaru-リハーサル | repetitie; oefenvoorstelling |
| rihatsu-理髪 | kapsel; coupe; haardracht |
| rijin-里人 | dorpsbewoner; dorpeling |
| rikai-理解 | sympathie; medeleven |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| riken-利権 | belang; aandeel; voorrecht |
| rikisen-力戦 | harde [felle] strijd; gevecht met volle kracht |
| rikisetsu-力説 | uitleg (met overtuiging); het zo goed mogelijk uitleggen; benadrukken |
| rikishi-力士 | een sumoworstelaar |
| rikiten-力点 | drukpunt (op een hendel, hefboom, etc.) |
| rikiten-力点 | belangrijk(ste) punt; nadruk |
| rikitō-力闘 | hard gevecht; felle strijd |
| rikken-立件 | rechtszaak; rechtsgeding; proces; gerechtelijke vervolging |
| rikkenkunshusei-立憲君主制 | constitutionele monarchie |
| rikkenseitai-立憲政体 | constitutionele regering; constitutioneel staatsbestel |
| rikkensuru-立件する | een rechtszaak aanspannen [beginnen]; procederen; een vervolging instellen |
| rikkōho-立候補 | bekendmaking van kandidatuur [kandidaatstelling] |
| riko-利己 | eigenbelang; zelfzucht; egoïsme |
| rikoteki-利己的 | zelfzuchtig; egoïstisch |
| rīku-リーク | lekkage (van electriciteit); stroomlekkage; kortsluiting |
| rikufū-陸封 | het fenomeen dat zoutwatervissen door topografische veranderingen opgesloten worden in geheel door land omgeven water, en in zoet water verder leven |
| rikusho-六書 | de zes categorieën van de samenstelling en het gebruik van Chinese karakters [kanji] |
| rikutsu-理屈 | geldinzameling |
| rimōto・senshingu-リモート・センシング | teledetectie; het op afstand detecteren |
| rimōto・suitchi-リモート・スイッチ | schakelaar op afstand; externe schakelaar; draadloze schakelaar |
| rimu-リム | (auto) velg; wielframe |
| rimujin-リムジン | pendelbus (b.v. van vliegveld of hotel) |
| rimupakku-リムパック | the Rim of the Pacific Exercise ('s werelds grootste internationale maritieme oorlogsoefening) |
| rin-林 | (in kanji combinaties) verzameling van gelijksoortige dingen of mensen |
| rin-燐 | fosfor; fosforus (chem. element) |
| rin-鈴 | belletje om begin of eind van iets aan te geven |
| rin-鈴 | bel; belgeluid |
| rindoku-輪読 | het om beurten lezen (verschillende mensen lezen om de beurt hetzelfde boek) |
| rinenteki-理念的 | conceptueel |
| ringisho-稟議書 | een voorstel dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de betrokken bestuurders |
| ringo-林檎 | appel (vrucht) |
| rinin-離任 | overplaatsing naar een andere werkplek [afdeling, bijkantoor] (binnen een bedrijf of instelling) |
| rinji-臨時 | tijdelijk [voorlopig; interim] zijn |
| rinjiidō-臨時異動 | tijdelijke overplaatsing |
| rinjiku-輪軸 | wiel en as (bij voertuigen) |
| rinjō-臨場 | bezoek; aanwezigheid; deelname; bijwoning |
| rinkai-臨界 | kritieke grens (toestand waarin de kettingreactie van kernsplijting met een constante snelheid wordt gehandhaafd in kernreactoren) |
| rinkaku-輪郭 | contour(en); gestalte; silhouet; profiel; omtrek; uiterlijk |
| rinkei-輪形 | ringvorm; cirkelvorm |
| rinkiōhen-臨機応変 | zich aanpassen aan de omstandigheden; improviseren; op het gevoel afgaan |
| rinne-輪廻 | (boeddh.) transmigratie; zielsverhuizing; reïncarnatie |
| rinpa-琳派 | Rinpa, een van de belangrijkste scholen van de Japanse schilderkunst (opgericht in de 17de eeuw) |
| rinpagakyū-リンパ芽球 | lymfoblast (een onrijpe witte bloedcel) |
| rinpakei-リンパ系 | lymfevatenstelsel |
| rinpasoshiki-リンパ組織 | lymfeweefsel |
| rinpun-鱗粉 | minuscuul kleine schubben op de vleugels van vlinders en motten |
| rinraku-淪落 | verval; ruïnering; aan lager wal zijn; vernietiging; verdorvenheid; losbandigheid; het zichzelf ruïneren |
| rinrin-凛凛 | energiek; moedig; heldhaftig |
| rinritsu-林立 | het (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinritsusuru-林立する | (als een woud van bomen) dicht op elkaar (recht overeind) staan |
| rinsaku-輪作 | wisselbouw (het telen van verschillende gewassen na elkaar op dezelfde grond, om bodemziekten te voorkomen) |
| rinsei-稟請 | formeel verzoek; (aan een hogergeplaatste); petitie |
| rinseki-隣席 | de stoel ernaast; de volgende stoel |
| rinsen-臨戦 | deelname aan de strijd [oorlog]; zich klaarmaken om te vechten [strijden]; het betreden van het slagveld |
| rinsetsu-隣接 | aangrenzend [naastgelegen] zijn; nabijheid |
| rinsho-臨書 | het nauwkeurig overschrijven van kanji naar een (klassiek) schrijfmodel (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| rinsu-リンス | het (uit)spoelen |
| rinsu-リンス | (haar) conditioner; crèmespoeling |
| rinten-輪転 | rotatie; omwenteling |
| rinto-凛と | (geluid) resonerend; weerklinkend; helder |
| rinyū-離乳 | het spenen; geleidelijk stoppen met borstvoeding (en overgaan op vast voedsel) |
| rin'ya-林野 | bossen en velden; bosgebied |
| rippa-立派 | pracht; grandeur; elegantie |
| rippōkon-立方根 | (wiskunde) derdemachtswortel; kubiekwortel |
| rippōkunshu-立法君主 | constitutionele monarchie |
| rippōtai-立方体 | kubus; regelmatig veelvlak [zesvlak] |
| rippu・sābisu-リップ・サービス | lippendienst (iets wel zeggen, maar niet menen) |
| risai-罹災 | kwelling; lijden; pijn; onheil |
| risaikuru・shoppu-リサイクル・ショップ | kringloopwinkel |
| risan-離散 | verspreiding; verdeling; verstrooiing |
| riseiteki-理性的 | rationeel |
| rishoku-利殖 | vermogensopbouw; rijkdom vergaren (d.m.v. aandelen etc.) |
| risō-理想 | een ideaal; ideaalbeeld |
| risutora-リストラ | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| risutorakucharingu-リストラクチャリング | reorganisatie; herstructurering van een bedrijf; inkrimping van het personeel |
| riten-利点 | voordeel; pluspunt |
| ritō-離島 | een afgelegen eiland |
| ritsuryō-律令 | oude Japanse wetgeving, (in de 8ste eeuw geschreven naar Chinese voorbeelden) |
| ritsuzō-立像 | staand beeld; standbeeld (ten voeten uit) |
| rō-ロー | laag; goedkoop; lage rang [positie]; laagste versnelling (auto) |
| ro-炉 | (open) haard; (smelt)oven |
| rō-牢 | politiecel; detentiecel |
| rō-狼 | (in kanji combinaties) wolf; genadeloos; wreed; gemeen |
| roaku-露悪 | opscheppen over eigen ondeugden; zelfspot |
| roba-驢馬 | ezel (een dier, Equus asinus) |
| rōbai-狼狽 | verbijstering; verwarring; consternatie; paniek; ontsteltenis |
| rōbai-蠟梅 | meloenboompje; winterzoet (Chimonanthus praecox) |
| roban-路盤 | wegverharding (basislaag en onderste oppervlaktelaag, onder het wegdek) |
| rōbashin-老婆心 | sterke [overdreven] bezorgdheid; grote aandacht voor iemands welzijn] |
| robatayaki-炉端焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een houtskoolvuur(tje) worden bereid |
| robī-ロビー | hal; lobby; (grote ruimte bij de ingang van een hotel, theater, etc.) |
| robī-ロビー | een bezoekersruimte [wandelgang] binnen het parlement |
| robu-ロブ | kapsel met halflang haar (nieuw woord dat onstaan is uit het woord voor lang haar ロング en kort haar ボブ) |
| rōdā-ローダー | (computer) onderdeel van een besturingssysteem voor het laden van programma's en bibliotheken |
| roddo-ロッド | stok; staaf; staf; roe; vishengel |
| rōdō-郎等 | volgeling; vazal |
| rōdōsaigai-労働災害 | arbeidsongeval; ongeluk op [tijdens] het werk |
| rōdōshō-労働省 | Ministerie van Arbeid (nu Ministerie van Volksgezondheid, Arbeid en Welzijn) |
| rōdo・mirā-ロード・ミラー | verkeersspiegel |
| rōgata-蠟型 | wasmodel; model in was |
| rogo-ロゴ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogosu-ロゴス | logos; (filosofie) de rede; (Bijbeltaal) het Woord |
| rogotaipu-ロゴタイプ | logo; beeldmerk; woordmerk |
| rogu-ログ | log (toestel om de snelheid van een schip te bepalen) |
| roguauto-ログアウト | het uitloggen; afmelden |
| roguin-ログイン | login; het inloggen; aanmelden |
| roguofu-ログオフ | het uitloggen; afmelden |
| roguon-ログオン | het inloggen; aanmelden |
| rōho-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| rohō-露鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel plat op het papier wordt gezet) |
| roitāshisū-ロイター指数 | Reuters-index (nternationale prijsindex voor primaire grondstoffen, samengesteld door Reuters) |
| roiyaritī-ロイヤリティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| roiyaru-ロイヤル | koninklijk; vorstelijk |
| roiyarutī-ロイヤルティー | royalty (winstaandeel voor patenten, handelsmerken, auteursrechten, e.d.) |
| roiyaruzerī-ロイヤルゼリー | koninginnengelei |
| rōjaku-老弱 | lichamelijke zwakheid op oudere leeftijd; ouderdomsklachten |
| roji-露地 | (open) veld; kweekgrond in de openlucht; onoverdekte binnentuin; tuin bij theehuis |
| rojin-ロジン | colofonium; spiegelhars; vioolhars; pijnhars (natuurlijke hars gewonnen uit naaldbomen, Pinus) |
| rōjinfukushihō-老人福祉法 | de welzijnswet voor ouderen; de wet ouderenzorg |
| rōjinseichihōshō-老人性痴呆症 | seniele dementie |
| rojiumu-ロジウム | rodium (chem. element) |
| rōjō-籠城 | het verdedigen van een kasteel (tijdens een belegering); verschansing |
| rojō-路上 | op weg (naar een bestemming, levensdoel, e.d.) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (decoratieve stijl met schelp- koraal- en steenmotieven, in rococo) |
| rokaiyu-ロカイユ | rocaille (kunstmatige grotten van cement met kiezels, schelpen, e.d.) |
| rōkaru-ローカル | lokaal; plaatselijk |
| rōkaru・karā-ローカル・カラー | lokale kleur [atmosfeer]; plaatselijke [karakteristieke] bijzonderheden |
| rōkaru・nyūsu-ローカル・ニュース | plaatselijk nieuws; regionaal nieuws |
| rokkingu・chea-ロッキング・チェア | schommelstoel |
| rokkingu・mōshon-ロッキング・モーション | schommelende beweging; (honkbal) zwaaiende beweging van een pitcher met zijn arm en bovenlichaam bij het gooien van de bal |
| rokkuauto-ロックアウト | lock-out (sluiting van de werkplek [het wegzenden van werknemers] als middel tegen stakingen) |
| rōko-牢固 | inflexibel [onbuigbaar] zijn |
| rokō-露光 | (fotografische) belichting |
| rōkosei-牢固性 | stevigheid; de mate waarin iets stevig of inflexibel is |
| roku-禄 | geschenk [geluk] uit de hemel |
| rokudōrinne-六道輪廻 | eindeloze transmigratie van de ziel door zes werelden [bestaansniveaus] (Boeddhistisch filosofie); cyclus van wedergeboorte; zielsverhuizing |
| rokujūrokubu-六十六部 | een boeddhistische monnik die 66 kopieën van de Lotus Soetra maakte, en bij zijn pelgrimreis door Japan aan elke heilige plaats een exemplaar schonk |
| rokumai-禄米 | toelage in rijst; rijstvergoeding (voor samoerai) |
| rokumentai-六面体 | (regelmatig) zesvlak; hexaëder |
| rokunusubito-禄盗人 | (beledigende term voor) iemand die zijn salaris niet waard is; (luie) mensen zonder talent [bekwaamheden] die toch een hoog salaris krijgen |
| rokuon-録音 | geluidsopname |
| rokuonsuru-録音する | opnemen (geluid) |
| rokuro-轆轤 | pottenbakkerswiel; draaischijf; draaibank |
| rokurokubi-轆轤首 | (in Japanse folklore) een vrouwelijk monster met een lange nek |
| rokusansei-六三制 | 6-3 onderwijssysteem (6 jaar basisschool gevolgd door 3 jaar middelbare school) |
| rokushaku-六尺 | stok om draagstoelen e.d. op de schouder te dragen |
| rokushaku-六尺 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| rokushakubō-六尺棒 | stok om draagstoelen e.d. op de schouder te dragen |
| rokushakufundoshi-六尺褌 | traditionele Japanse lendendoek voor mannen |
| rokuzai-肋材 | houten frame voor de kiel van een schip |
| rōkyū-老朽 | aftakeling; gebrekkigheid; seniliteit |
| roman-ロマン | romantische gevoelens; avontuurlijke geest |
| roman-ロマン | legendarisch [heldhaftig] verhaal |
| romansu-ロマンス | romance; liefdesverhaal; liefdesrelatie |
| rōmansu-ローマンス | romance; liefdesverhaal; liefdesrelatie |
| romansugurē-ロマンスグレー | romantisch grijs, een uitdrukking voor een aantrekkelijke man van middelbare leeftijd (met hier en daar wat grijs haar) |
| romansu・kā-ロマンス・カー | trein of bus die romantische zitplaatsen heeft (m.n. luxe sneltreindiensten ten zuidwesten van Tokio, van Odakyu Electric Railway.) |
| rōma・katorikkukyō-ローマ・カトリック教 | het Rooms-katholieke geloof |
| rōma・kurabu-ローマ・クラブ | de Club van Rome (internationale niet-gouvernementele organisatie) |
| romei-露命 | het vergankelijke leven |
| romen-路面 | wegdek; bestrating; plaveisel |
| romenten-路面店 | winkel aan de straatkant; winkel op straatniveau |
| ron-論 | verhandeling; traktaat; commentaar |
| ronbun-論文 | proefschrift; scriptie; wetenschappelijk artikel |
| rondan-論壇 | de pers; de media(wereld) |
| rondan-論壇 | het rostrum; spreekgestoelte |
| rondan-論断 | conclusie; oordeel |
| rongu・serā-ロング・セラー | langlopende bestseller |
| rongu・shotto-ロング・ショット | (film, televisie en fotografie) beeldopname van grote afstand; totaalopname |
| rōnin-浪人 | (in de oudheid) wereldreiziger; iemand die rondreiste zonder een direct einddoel |
| rōnin-浪人 | iemand die het toelatingsexamen voor de universiteit niet heeft gehaald (en moet wachten op een volgende kans) |
| ronjiru-論じる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| ronkō-論考 | onderzoeksartikel; academisch artikel |
| ronkō-論考 | studie; onderzoek; wetenschappelijke discussie |
| ronkōkōshō-論功行賞 | beloning naar [overeenkomstig] verdienste; het toekennen van beloningen op basis van de verdiensten |
| rōnō-老農 | boer [landbouwer; agrariër] met veel ervaring |
| ronpyō-論評 | commentaar; kritiek; recensie; beoordeling |
| ronsan-論纂 | een verzameling essays van verschillende auteurs |
| ronsen-論戦 | woordenwisseling; verbale strijd; controverse; (ge)ruzie |
| ronsetsu-論説 | toelichting; commentaar; redactioneel artikel |
| ronshū-論集 | een verzameling [bundel] essays [verhandelingen; scripties] |
| ronzuru-論ずる | (een thema, e.d.) behandelen; gaan (over); aan de orde stellen |
| rōn・tenisu-ローン・テニス | lawntennis (tennis gespeeld op grasbanen); grastennis |
| roppōzensho-六法全書 | compilatieuitgave van de 6 wetboeken (Grondwet, Burgerlijk Wetboek, Wetboeken van Koophandel, Strafrecht, Burgerlijke Rechtsvordering, Strafvordering) |
| roppu-六腑 | (traditionele Chinese geneeskunde) zes (holle) organen (dikke darm, dunne darm, galblaas, maag; blaas en sanjiao) |
| rōpuuē-ロープウエー | kabelbaan |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, een legendarische nimf die zeelui verleidde met haar mooie zangstem en ze schipbreuk liet lijden |
| rōrerai-ローレライ | Lorelei, hoge rots aan de oever van de Rijn bij de Duitse stad Sankt Goarshausen (vernoemd naar de nimf) |
| rōretsu-陋劣 | gemeenheid; ongemanierdheid; hatelijkheid |
| rorikon-ロリコン | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rorīta・konpurekkusu-ロリータ・コンプレックス | Lolita complex (van mannen die zich aangetrokken voelen tot jonge meisjes) |
| rōrō-朗朗 | resonantie; helder [duidelijk; sonoor] zijn |
| rōru・pureingu-ロール・プレイング | rollenspel |
| rōsei-老生 | (een nederig woord van een bejaarde voor zichzelf) ik oude man; deze oude man |
| rosen-路線 | route (voor autorit, treinrels, vliegbestemming e.d.) |
| rōshigun-娘子軍 | (arch.) leger dat geheel bestond uit (of werd geleid door) vrouwen (m.n. tijdens de T'ang periode in de Chin. geschiedenis) |
| rōshikyōtei-労使協定 | Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO); overkoepelende arbeidsovereenkomst |
| rōshōfujō-老少不定 | de onvoorspelbaarheid [onzekerheid] van het menselijk bestaan (ongeacht de leeftijd, oud of jong) |
| rōshon-ローション | lotion (huid- of haarverzorgingsmiddel) |
| rōshū-老醜 | de lelijkheid van ouderdom [oude mensen] |
| roshutsukyō-露出狂 | exhibitionist; potloodventer; vaandelzwaaier |
| rōsō-老僧 | (woord dat door een oude monnik werd gebruikt om naar zichzelf te verwijzen) ik |
| rosu-ロス | verlies; nadeel; schade |
| rōsuto-ロースト | braadstuk (vlees); brandsel (koffie) |
| rosu・rīdā-ロス・リーダー | lokartikel; lokkertje (product dat goedkoop wordt verkocht om klanten te trekken) |
| rōtaikoku-老大国 | een land dat vroeger heel machtig was, maar nu niet meer; een ooit machtige natie in verval |
| rōtarī・enjin-ロータリー・エンジン | rotatiemotor; wankelmotor |
| roten-露店 | stalletje; kraam; straathandel |
| rōtēshon-ローテーション | afwisseling; aflossing; toerbeurt |
| rōzeki-狼藉 | geweld; opstand |
| rō・gia-ロー・ギア | lage versnelling |
| rō・kī-ロー・キー | onderbelicht (foto, etc.); donker van tint |
| rūburu-ルーブル | roebel (munt) |
| ruien-類縁 | familierelatie; verwantschap; affiniteit |
| ruigetsu-累月 | maand na maand; een periode van maanden (achter elkaar) |
| ruihi-類比 | vergelijking |
| ruiji-類似 | gelijkenis; overeenkomst |
| ruiji-類字 | op elkaar lijkende kanji [Chinese karakters] |
| ruijitsu-累日 | dag na dag; vele dagen |
| ruiku-類句 | haiku met vergelijkbare inhoud [betekenis] |
| ruiku-類句 | frasen [uitdrukkingen] met vergelijkbare [synonieme] inhoud [betekenis] |
| ruirei-類例 | gelijkwaardig [vergelijkbaar] voorbeeld |
| ruiseki-累積 | opeenhoping; accumulatie; opstapeling |
| ruisui-類推 | evenredigheid; redenering bij analogie; het afleiden door te vergelijken |
| ruisuru-類する | lijken op; vergelijkbaar [gelijksoortig] zijn |
| rumin-流民 | vluchtelingen |
| rūmukūrā-ルームクーラー | kamer koeler; kamer koelinstallatie |
| runge・kuttahō-ルンゲ・クッタ法 | de Runge-Kuttamethode (een numerieke methode om differentiaalvergelijkingen op te lossen, van de Duitse wiskundigen Carl Runge en Martin Kutta) |
| runin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| rūpu-ループ | elektrisch circuit |
| rūpusen-ループ線 | spiraalvormige spoorlijn (b.v. om tegen een steile helling op te rijden) |
| rūraru-ルーラル | landelijk; plattelands |
| rūretto-ルーレット | roulette (kansspel) |
| rūretto-ルーレット | perforatiewieltje; stippelwieltje (voor papier of stoffen) |
| ruri-瑠璃 | lapis lazuli (edelsteen) |
| rūru-ルール | regel; voorschrift |
| rusubandenwa-留守番電話 | antwoordapparaat (telefoon) |
| rūto-ルート | wortel |
| rūtsu-ルーツ | wortel(s) (van een plant) |
| rutsubo-坩堝 | smeltkroes |
| ryakkai-略解 | korte toelichting [verklaring; uiteg] |
| ryakufuku-略服 | alledaagse [informele] kleding |
| ryakuhonreki-略本暦 | verkorte [vereenvoudigde] vorm van de Japanse traditionele kalender |
| ryakureki-略歴 | kort profieloverzicht; korte (beschrijving van de) persoonlijke geschiedenis (van iemand) |
| ryō-両 | een ryō [tael], een weeg-eenheid (voor goud, zilver, etc.) |
| ryō-両 | woord dat wordt gebruikt om wagens [wagons] te tellen |
| ryō-涼 | koele lucht |
| ryō-量 | hoeveelheid; kwantiteit |
| ryōbo-陵墓 | graf van een adelijke familie |
| ryōbu-両部 | twee delen; beide delen |
| ryōbu-両部 | de twee belangrijkste leerstellingen van het shingon (esoterische) boeddhisme |
| ryōfū-涼風 | koele [verfrissende] wind [bries] |
| ryōgae-両替 | het geld wisselen |
| ryōgaesuru-両替する | geld wisselen |
| ryogai-慮外 | onbeleefd zijn |
| ryōhō-療法 | (medische) therapie; behandeling; remedie |
| ryojō-旅情 | gevoelens [stemming] tijdens het reizen |
| ryōjō-領城 | districtskasteel (van een daimyo in de Edo periode), als zetel van het bestuur van een district (als een centrale overheid) |
| ryōka-良家 | goede [respectabele] familie; goede afkomst |
| ryōka-良貨 | goed geld; geld [munten] van goede kwaliteit |
| ryokan-旅館 | Japanse stijl hotel [herberg] |
| ryōke-良家 | goede [respectabele] familie; goede afkomst |
| ryōkei-量刑 | strafbepaling; vaststelling van de strafmaat |
| ryōken-了見 | idee; intentie; bedoeling |
| ryōki-涼気 | aangename koele lucht |
| ryōki-猟奇 | op zoek naar het vreemde [curieuze; bizarre; onwerkelijke] |
| ryokudo-緑土 | gebied met weelderige vegetatie |
| ryokuōshokuyasai-緑黄色野菜 | groenten die veel bètacaroteen bevatten |
| ryōmi-涼味 | koelte; frisheid |
| ryōsen-稜線 | bergkam; bergrichel |
| ryōshoku-糧食 | (voorraad) voedsel; proviand; rantsoen |
| ryoshū-旅愁 | weemoedigheid [melancholie] tijdens het reizen |
| ryōtei-料亭 | traditioneel Japans restaurant |
| ryōtekikin'yūkanwaseisaku-量的金融緩和政策 | kwantitatief versoepelingsbeleid; kwantitatieve versoepeling; kwantitatieve geldverruiming |
| ryōtō-両刀 | (afk. voor) het met twee zwaarden tegelijk vechten |
| ryōtō-両刀 | het houden van zowel alcohol als snoep |
| ryōtōzukai-両刀遣い | het houden van zowel alcohol als snoep; iemand die zowel van sake houdt als van zoetigheid |
| ryōtōzukai-両刀遣い | biseksualiteit; een biseksueel |
| ryōtōzukai-両刀遣い | met twee zwaarden tegelijk kunnen vechten; iemand die met twee zwaarden tegelijk vecht |
| ryōya-良夜 | avond met helder maanlicht; maanverlichte nacht (vooral van de oogstmaan in de herfst, op 13 sept.) |
| ryōyō-療養 | medische behandeling; herstel; recuperatie; revalidatie |
| ryōyū-両雄 | twee bijzondere personen; twee helden [grootheden; meesters] |
| ryū-留 | (in kanji combinaties) stoppen; stilstaan; verblijven; verblijf(plaats); (tijdelijke) standplaats; distilleren |
| ryūchijō-留置場 | detentie cel; arrestantenlokaal; arrestantenkamer (in o.a. politie bureaus) |
| ryūdan-流弾 | verdwaalde kogel |
| ryūdōsei-流動性 | liquiditeit (financieel) |
| ryūdōshoku-流動食 | vloeibaar voedsel |
| ryūdōteki-流動的 | instabiel; onzeker |
| ryūgen-流言 | (ongegrond) gerucht; verzonnen bericht [verhaal]; verzinsel; kletspraatje |
| ryūgi-流儀 | traditioneel doorgeven werkwijze in scholen van performance kunstvormen |
| ryūgi-流儀 | werkwijze; methode; handelwijze |
| ryūha-流派 | individueel opgerichte scholen in Japanse tradities in b.v. kunst, filosofie, religie, budō, e.d. |
| ryūjin-流人 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūjin-流人 | iemand die rondzwerft [rondtrekt] buiten het geboorteland; zwerver |
| ryūkeisha-流刑者 | iemand die tot ballingschap is veroordeeld; banneling; gedeporteerde |
| ryūki-隆起 | iets dat uitpuilt [uitsteekt]; uitsteeksel; bobbel; verhoging |
| ryūmin-流民 | vluchtelingen |
| ryūō-竜王 | (in shōgi, Japans schaakspel) een schaakstuk (toren) dat in het spel drakenkoning kan worden |
| ryūryō-嚠喨 | welluidendheid |
| ryūryō-流量 | stroomsnelheid; debiet |
| ryūryōkei-流量計 | stroomsnelheidmeter; debietmeter |
| ryūsan-硫酸 | zwavelzuur |
| ryūsei-隆盛 | welvaart; voorspoed |
| ryūshi-粒子 | korrel; (elementair) deeltje |
| ryūshitsu-流失 | weggespoeld [meegesleurd] worden |
| ryūtōdabi-竜頭蛇尾 | een veelbelovend begin dat uitloopt op een teleurstellend einde; een anticlimax |
| ryūzan-流産 | het niet realiseren [volledig uitvoeren] van een plan [idee, voorstel, e.d.] |
| ryūzō-立像 | staand beeld; standbeeld (ten voeten uit) |
| sa-鎖 | (in kanji combinaties) ketting; slot; vergrendeling; sluiting |
| sāba-サーバ | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
| sābā-サーバー | ober; kelner; kelnerin; serveerster |
| saba-鯖 | makreel |
| sabakeru-捌ける | wereldwijs zijn [worden] |
| sabaku-佐幕 | aanhankelijkheid [trouw] aan het shogunaat |
| sabaku-捌く | oordelen; een oordeel vellen |
| sabaku-捌く | ontwarren; ontrafelen |
| sabaku-捌く | behandelen; hanteren; manipuleren |
| sabaku-捌く | (problemen) oplossen; afhandelen |
| sabaku-裁く | rechtspreken; een oordeel [vonnis] vellen |
| sabannashimauma-サバンナ縞馬 | steppezebra (Equus burchelli) |
| sabayomi-鯖読み | smokkelen met cijfers (in eigen voordeel); met opzet verkeerd (op)tellen |
| sabazushi-鯖寿司 | makreel sushi |
| sābei・mētā-サーベイ・メーター | stralingsmeter; draagbare geigerteller |
| sāberu-サーベル | sabel |
| sabi-寂 | ingetogen verfijning; elegante eenvoud |
| sabiru-錆びる | vastroesten qua geestelijke en [of] lichamelijke bekwaamheden |
| sābisubumon-サービス部門 | dienstensector; service afdeling |
| sābisueria-サービスエリア | (lett.) service gebied (gewoonlijk plek met tankstation, parkeerplaats, winkeltjes en een restaurant) |
| sābisuhin-サービス品 | gratis [goedkoop] artikel [product] (als service aan de klant) |
| sābisu・kōto-サービス・コート | servicevak (gedeelte van de baan waar men moet serveren bij tennis, badminton, etc.) |
| sābisu・māku-サービス・マーク | servicemerk (op service gebaseerd handelsmerk) |
| sābisu・saizu-サービス・サイズ | het formaat van een foto [kleurendruk)] (die goedkoop kan worden aangeboden door in grote hoeveelheden machinaal af te drukken) |
| saboru-サボる | spijbelen; (werk) veronachtzamen; onproductief zijn |
| sābu-サーブ | het opdienen [serveren] (van voedsel) |
| sāburu-サーブル | sabel (schermen) |
| sabutaitoru-サブタイトル | ondertitel; deeltitel |
| sabutaitoru-サブタイトル | ondertiteling |
| sadaka-定か | zeker(heid); zonder twijfel |
| sadame-定め | oordeel; vonnis; uitspraak; beslissing |
| sadame-定め | wetgeving; regelgeving; bepaling; regulering |
| sadameru-定める | tot rust laten komen; kalmeren; stabiliseren; gesetteld raken |
| sadameru-定める | voorschrijven; regels [wetten] vaststellen [maken] |
| sadameru-定める | pacificeren; vrede stichten; rust en vrede herstellen |
| sadon・desu-サドン・デス | (bij sportwedstrijden) verlenging bij gelijke eindstand tot er door een van beiden partijen wordt gescoord |
| sadon・desu-サドン・デス | plotselinge dood |
| sadoru-サドル | zadel (voor paard, fiets, etc.) |
| sadōsōchi-差動装置 | differentieel |
| sae-さえ | zelfs |
| sae-冴え | helderheid; duidelijkheid; zuiverheid |
| saekaeru-冴え返る | helder en koud weer zijn |
| saen-茶園 | theewinkel |
| saezuri-囀り | getjirp (van vogels) |
| safaia-サファイア | saffier (edelsteen) |
| safaia-サファイア | saffier (blauwe kleur); hemelsblauw |
| sagarime-下がり目 | neerwaartse trend (handelsmarkt) |
| sagashimono-探し物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| sagefuda-下げ札 | etiket; strookje; label; (handel) prijskaartje |
| sagekaji-下げ舵 | het omlaag duwen van de stuurknuppel van een vliegtuig |
| sageru-下げる | opruimen; afruimen (de tafel b.v.) |
| sageru-下げる | (naar beneden) hangen; bungelen |
| sagi-詐欺 | fraude; bedrog; oplichting; zwendel |
| sagishi-詐欺師 | fraudeur; bedrieger; oplichter; zwendelaar |
| saguru-探る | (rond)tasten; zoeken [voelen] naar |
| sagyōba-作業場 | werkplaats; atelier |
| sagyōdai-作業台 | werkbank; werktafel |
| sagyōken-作業犬 | werkhond (zoals: een geleidehond, politiehond, e.d.) |
| sagyōyōin-作業要員 | aantal personeel; arbeiderskrachten |
| saha-左派 | (politiek) links zijn; linkervleugel |
| sahanji-茶飯事 | gewone [alledaagse; onbelangrijke; onbeduidende] dingen [zaken; gebeurtenis] |
| sai-彩 | (in kanji combinaties) kleur; kleurstelling; (mooie) kleurschakering; glans |
| sai-最 | (voorvoegsel) beste; meeste; maximum; belangrijkste |
| saiai-最愛 | het geliefd zijn |
| saibāhanzainin-サイバー犯罪人 | cybercrimineel; cybermisdadiger |
| saibāhanzaisha-サイバー犯罪者 | cybercrimineel; cybermisdadiger |
| saiban-裁判 | (gerechtelijk) proces; rechtszaak; terechtzitting |
| saibanhiyō-裁判費用 | rechtskosten; gerechtelijke kosten |
| saibankandangaisaibansho-裁判官弾劾裁判所 | (Japans) gerechtshof voor de veroordeling [afzetting] van rechters |
| saibantetsuzuki-裁判手続き | gerechtelijke procedure(s) |
| saibō-細胞 | (biologie) cel |
| saibōbunkai-細胞分解 | putrefactie; celdesintegratie; ontbinding |
| saibōbunretsu-細胞分裂 | celdeling |
| saibōgai-細胞外の | extracellulair (buiten de cel) |
| saibōgaku-細胞学 | cytologie; celbiologie |
| saibōheki-細胞壁 | celwand |
| saibōkaku-細胞核 | celkern |
| saibōmaku-細胞膜 | celmembraan |
| saibōnaino-細胞内の | intracellulair (binnen de cel) |
| saibōseibutsugaku-細胞生物学 | celbiologie |
| saibōsoshiki-細胞組織 | celweefsel |
| saibōyūgō-細胞融合 | celfusie; celsamensmelting |
| saibun-細分 | opsplitsing; onderverdeling |
| saibunka-細分化 | onderverdeling; segmentatie; fractionering; versnippering |
| saibunkasuru-細分化する | onderverdelen; segmenteren; fractioneren; versnipperen |
| saichi-才知 | verstand; intelligentie |
| saidā-サイダー | appelsap; appelwijn |
| saidaikōyakusū-最大公約数 | grootste gemene [gemeenschappelijke] deler (afk. ggd) |
| saidaiyaru-再ダイヤル | opnieuw bellen; nummerherhaling |
| saidan-祭壇 | altaar; offertafel |
| saido・bentsu-サイド・ベンツ | zijdelingse ventilatieopeningen |
| saifon-サイフォン | sifon; hevelfles (voor spuitwater) |
| saifon-サイフォン | sifon; hevel (buisleiding) |
| saigokusanjūsansho-西国三十三所 | Saikoku pelgrimage naar 33 tempels gewijd aan Kanon (in de Kansai regio van Japan) |
| saigoni-最後に | tenslotte; tot slot; als laatste; uiteindelijk |
| saigoppe-最後っ屁 | laatste wanhopige poging [toevlucht; tactiek; redmiddel] (zoals van een wezel in het nauw, die een vieze geur uitstoot om de vijand te verjagen) |
| saigu-祭具 | gebruiksvoorwerpen voor rituelen en erediensten |
| saihai-采配 | bevel; commando |
| saihate-最果て | de verste [meest afgelegen] (plek) |
| saihatsu-再発 | relaps; terugval; recidive |
| saihitsu-細筆 | smalle [dunne] (schrijf)penseel |
| saihō-西方 | (boeddh.) (afk. voor) het westelijke pure land van Amitabha |
| saihō-西方 | het westen; de westelijke richting |
| saihōjōdo-西方浄土 | (boeddh.) het westelijke pure land van Amitabha |
| saihon-サイホン | sifon; hevel (buisleiding) |
| saihon-サイホン | sifon; hevelfles (voor spuitwater) |
| saiiki-西域 | westelijke gebieden van China |
| saiiki-西域 | gebieden van het Midden-Oosten aan de westelijke grenzen van China |
| saiji-催事 | bijzondere viering [plechtigheid; feestelijkheid] |
| saiji-祭事 | (Shinto) ritueel; ceremonie; dienst |
| saiji-細事 | kleinigheid; bagatel; onbeduidendheid; triviale kwestie |
| saiji-細字 | namen van de sumo worstelaars onderaan de ranglijst in klein schrift |
| saijō-祭場 | de plek waar een ritueel [religieuze ceremonie] wordt gehouden |
| saijōden-祭場殿 | hal [tempel; paleis] waar een ceremonie wordt gehouden |
| saika-災禍 | (natuur)ramp; catastrofe; calamiteit; onheil; ongeluk |
| saika-裁可 | (onder de Meiji grondwet) officiële goedkeuring van de keizer voor wetsvoorstellen en begrotingen |
| saikan-彩管 | een verfkwast; penseel |
| saikederikku-サイケデリック | psychedelisch; bewustzijnsverruimend |
| saikeikoku-最恵国 | meest begunstigde natie (voor handel) |
| saiken-再建 | wederopbouw; herbouw(ing); reconstructie; herstel |
| saiketsu-裁決 | oordeel; veroordeling; vonnis; uitspraak |
| saiki-再起 | terugkeer; comeback; herstel |
| saikin-採金 | goudelving; goudwinning |
| saikin-最近 | de laatste tijd; recentelijk; dezer dagen |
| saikoku-催告 | kennisgeving, mededeling; melding; bericht; afkondiging |
| saikon-再婚 | hertrouw; tweede huwelijk |
| saikōsokudo-最高速度 | maximumsnelheid |
| saikosomatikku-サイコソマティック | psychosomatisch (van lichaam en ziel samen) |
| saikuringu-サイクリング | fietsen; wielrennen |
| saikurotoron-サイクロトロン | cyclotron; deeltjesversneller |
| saikuru-サイクル | (elektriciteit) trilling (per seconde); Herz |
| saimarukyasuto-サイマルキャスト | simulcasten (afk. van simultaneous broadcast; een uitzending tegelijk over meerdere media uitzenden) |
| saiminzai-催眠剤 | slaapmiddel; narcoticum; hypnoticum |
| sainan-災難 | ramp; ellende; onheil; ongeluk |
| sainome-賽の目 | de ogen [cijfers] op een dobbelsteen |
| sairei-祭礼 | religieus feest [festival] |
| sairen-サイレン | sirene (geluidssignaal) |
| sairensā-サイレンサー | geluiddemper; geluidsdemper |
| sairento-サイレント | stil; geluidloos; rustig |
| sairento-サイレント | een stomme film (beeld zonder geluid) |
| sairon-再論 | nogmaals een discussie [bespreking] houden (over dezelfde kwestie) |
| sairyaku-才略 | intelligentie en tactiek [strategie]; vindingrijkheid |
| sairyō-宰領 | het organiseren [verzorgen; begeleiden] van groepsreizen; reisleider; gids |
| sairyoku-才力 | talent; intelligentie |
| sairyōrōdōsei-裁量労働制 | discretionair arbeidssysteem (waarin lonen worden betaald op basis van vooraf bepaalde hoeveelheid gewerkte tijd i.p.v. van de werkelijke werkuren) |
| saisai-再再 | vaak; regelmatig; frequent |
| saisai-歳歳 | jaarlijks; elk jaar |
| saisan-再三 | telkens weer; twee of drie keer; vele malen |
| saisan-採算 | winst uit onderneming; handelswinst |
| saisankabu-採算株 | dividendrendement; hoogrenderende aandelen |
| saisansaishi-再三再四 | herhaaldelijk; keer op keer; steeds maar weer |
| saisansei-採算制 | systeem van aparte winstberekening (per afdeling of regio) |
| saisanware-採算割れ | onder de kostprijs verkopen; onrendabel zijn |
| saisei-再製 | herproductie; recycling (een product uit elkaar halen en de grondstoffen hergebruiken voor een nieuw product) |
| saisei-最盛 | hoogtepunt (van welvaart; voorspoed) |
| saiseki-採石 | steenhouwerij; het delven van steen |
| saisen-賽銭 | offergave; offergeld |
| saisenbako-賽銭箱 | donatiekist voor geldoffers (aan tempels, heiligdommen, e.d.) |
| saisetsukyū-噴石丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| saishi-祭祀 | (religieuze) dienst [ceremonie]; festival |
| saishiki-彩色 | het kleuren; polychroom [veelkleurig] zijn |
| saishiki-祭式 | ritueel; ceremonie (religieuze plechtigheid) |
| saishin-最新 | heel nieuw [nieuwste; laatste] zijn |
| saishō-最少 | de kleinste hoeveelheid; het kleinste aantal |
| saishōkōbaisū-最小公倍数 | kleinste gemene veelvoud |
| saishoku-菜食 | plantaardig voedsel; een groente-fruit dieet |
| saishokukenbi-才色兼備 | het zowel intelligent als mooi zijn (van vrouwen) |
| saishu-採取 | het verzamelen; plukken; oogsten |
| saishū-採集 | het verzamelen; verzameling |
| saishūbi-最終日 | slotdag; de laatste dag (van een voorstelling, tentoonstelling, e.d.) |
| saita-最多 | de grootste hoeveelheid; het grootste aantal |
| saitai-臍帯 | navelstreng |
| saitaku-採択 | aanneming; aanvaarding; selectie |
| saitakusuru-採択する | (een voorstel, wet, etc.) aannemen; aanvaarden; selecteren |
| saitanchō-歳旦帳 | saitan-chō, een gedichtenbundel uitgegeven ter gelegenheid van de saitan-biraki bijeenkomst |
| saitansai-歳旦祭 | nieuwjaarsfeest (een Shinto ritueel om het nieuwe jaar in te wijden, gevolgd door een sake (rijstwijn) ceremonie en mochi (gestampte rijst) ceremonie |
| saitaru-最たる | (bnw) beste; eerste; belangrijkste |
| saiten-再転 | richtingverandering; omschakeling; koerswijziging |
| saiten-採点 | waardering; beoordeling; cijfers |
| saitō-彩陶 | plateel keramiek (beschilderd Chinees aardewerk) |
| saitori-才取り | hulpje van de metselaar; opperman |
| saitori-才取り | makelaar; tussenpersoon; tussenhandelaar |
| saiuyoku-最右翼 | dominant persoon; sterkste mededinger [deelnemer]; degene met de meeste kans (om te winnen) |
| saiwa-再話 | het opnieuw vertellen (van een legende, oud verhaal, e.d.); een nieuwe [eigentijdse] versie van een oud verhaal |
| saiwai-幸い | geluk; vreugde; blijheid |
| saiyaku-災厄 | ramp; ellende; onheil; ongeluk |
| saiyūshūsenshu-最優秀選手 | meest waardevolle speler |
| sajesuchon-サジェスチョン | suggestie; hint; verwijzing; voorstel |
| sajesuto-サジェスト | een suggestie [voorstel] doen; suggereren; impliceren; aanraden |
| saji-些事 | een kleinigheid; iets dat onbelangrijk [onbeduidend; onbetekenend] is |
| saji-匙 | lepel |
| sajikagen-匙加減 | rekening houdend (met); overweging; beoordeling |
| sajutsu-詐術 | zwendel; bedrog; valsheid in geschrifte |
| saka-坂 | heuvel; helling |
| saka-坂 | hellingshoek; stijgingspercentage |
| sakadai-酒代 | drinkgeld |
| sakamuke-逆剝け | (de plaats waar de huid langs de nagel in ingescheurd) nijnagel; dwangnagel; stroopnagel |
| sakan-盛ん | bloeiend [florerend; bruisend; voorspoedig; welvarend] zijn |
| sakanami-逆波 | woelige, ruwe zee |
| sakarau-逆らう | niet gehoorzamen; rebelleren |
| sakate-酒手 | drinkgeld |
| sakaya-酒屋 | drankwinkel; slijterij |
| sakazuki-杯 | een drinkgelag; banket; huwelijksdronk (het drinken uit elkaars glazen door bruid en bruidegom op hun huwelijk) |
| sakazukigoto-杯事 | drinkgelag; drinkpartij |
| sakazukigoto-杯事 | met een drankje [een toost] een gelofte [afspraak] bezegelen |
| sakenomi-酒飲み | drinker; iem. die veel (alcohol) drinkt; dronkelap |
| sakibashiru-先走る | op de zaken vooruit lopen; te snel handelen; te vroeg starten; voor de troepen uitlopen (fig.) |
| sakibō-先棒 | de persoon die de voorkant van de draagstoel draagt |
| sakibosori-先細り | spits [smal] uitlopend [toelopend] |
| sakibosori-先細り | (geleidelijk) afnemend; aflopend; afbouwend; dalend |
| sakibutori-先太り | dikker uitlopend [toelopend] |
| sakibutori-先太り | (geleidelijk) toenemend; opbouwend; stijgend |
| sakihodo-先程 | (beleefder synoniem voor さっき) daarnet; zojuist |
| sakimaruchizeru-先丸チゼル | een beitel met een ronde kop |
| sakimonogai-先物買い | het speculeren (bij beleggen) |
| sakimonotorihiki-先物取引 | (beursterm) handel in futures |
| sākitto-サーキット | (elektrisch) circuit; stroomkring |
| sakkā-サッカー | gestreept of geruit dun weefsel met een bobbelige structuur |
| sakkājō-サッカー場 | voetbalveld |
| sakkaku-錯覚 | waanvoorstelling; zinsbegoocheling; hallucinatie |
| sakki-数奇 | ongeluk; tegenspoed; tegenslag; pech |
| sakkon-昨今 | tegenwoordig;; heden; momenteel |
| sakku・doresu-サック・ドレス | zak jurk (een rechte jurk zonder taillelijn) |
| sakkyū-早急 | snel; spoedig; urgent zijn |
| sakoku-鎖国 | afsluiting van het land (duidt op de periode dat Japan zich had afgesloten van de rest van de wereld, met uitzondering van Nederland en China) |
| sakotsu-鎖骨 | sleutelbeen |
| saku-策 | plan; strategie; maatregel; list; intrige |
| sakubun-作文 | (het schrijven van) een opstel; essay; verhandeling |
| sakujō-作条 | ploegsnede; geul; greppel |
| sakunyū-搾乳 | het melken (van dieren) |
| sakunyūsuru-搾乳する | melken (van dieren) |
| sakurafubuki-桜吹雪 | kersebloesem die door de wind (geblazen) dwarrelen in de lucht (als sneeuw) |
| sakuragai-桜貝 | (kleine) roze zeeschelp (Nitidotellina nitidula) |
| sakurasō-桜草 | sleutelbloem (Primula sieboldii) |
| sakurei-作例 | (lexicografie) voorbeeld in een woordenboek om het woordgebruik te tonen |
| sakurei-作例 | praktisch voorbeeld voor het schrijven van poëzie, essays, etc. |
| sakusei-作製 | fabricage; product; productieproces; makelij |
| sakusha-作者 | toneelauteur; dramaturg; schrijver; dichter |
| sakushi-策士 | intrigant; konkelaar |
| sakushusuru-搾取する | uitmelken; uitbuiten; uitpersen |
| sakusō-錯綜 | ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
| sakusōsuru-錯綜する | ingewikkeld [gecompliceerd] worden; verstrikt raken |
| sakusuru-策する | plannen; een plan opstellen [uitwerken] |
| sakutei-策定 | het opstellen van een plan [strategie; beleid] |
| sakuteisuru-策定する | een plan [strategie; beleid] opstellen |
| sakuzatsu-錯雑 | complexiteit; ingewikkeldheid; gecompliceerdheid |
| sakyū-砂丘 | duin; zandheuvel |
| sākyurā・sukāto-サーキュラー・スカート | cirkelrok |
| sama-様 | (beleefde vorm voor さん) meneer; mevrouw; juffrouw |
| samade-然まで | zoveel; zover |
| samasu-冷ます | afkoelen; koud laten worden |
| samatageru-妨げる | belemmeren; (ver)hinderen; verstoren |
| samazama-様様 | verschillend [veelzijdig; afwisselend] zijn |
| sameru-冷める | bekoelen (enthousiasme, etc.) |
| sameru-冷める | koud worden; afkoelen (b.v. koffie, soep) |
| sāmisutā-サーミスター | thermistor (een elektrische weerstand component) |
| samo-然も | klaarblijkelijk; werkelijk; schijnbaar; duidelijk; waarschijnlijk |
| samoarinan-然もありなん | begrijpelijk (zijn); niet meer dan logisch (zijn) |
| samoshii-さもしい | gemeen; laag; verachtelijk; egoïstisch; zelfzuchtig |
| samu-作務 | dagelijkse arbeid in een zen-tempel (zoals landbouw, schoonmaakwerk, e.d. als onderdeel van de boeddhistische training) |
| samugari-寒がり | het koud hebben; koukleumen; kouwelijk zijn |
| san-燦 | glinstering; fonkeling |
| san-算 | wichelroede |
| san-算 | het tellen; rekenen |
| san-纂 | (in kanji combinaties) verzamelen; samenstellen |
| sanaeda-早苗田 | rijstveld met net ontkiemde rijstplantjes |
| sanagara-宛ら | echter, hoewel |
| sanagara-宛ら | veel [vele]; geheel; totaal |
| sanagi-蛹 | pop (het ontwikkelingsstadium van een insect tussen larve en volwassen insect) |
| sanakidani-然なきだに | zelfs als dat niet zo is; zelfs als alleen |
| sanbagarasu-三羽烏 | (go-spel) een diagonale lijn van drie zwarte of drie witte stenen |
| sanbaizu-三杯酢 | een mengsel van azijn, sojasaus en suiker of zoete rijstwijn |
| sanbashi-桟橋 | (tijdelijke) loopbrug |
| sanbasō-三番叟 | de rollen en personages die Kyōgen spelen in het No-stuk Okina; de tweede helft van het No-stuk Okina |
| sanbasō-三番叟 | (Kabuki) een dans die aan het begin van een voorstelling wordt uitgevoerd |
| sanbi-賛美 | lofprijzing; aanprijzing; aanbeveling; recommandatie |
| sanbi-酸鼻 | gruwelijk [afschuwelijk; wreed; uiterst pijnlijk] zijn |
| sanbō-三宝 | de drie Juwelen [Schatten] van het boeddhisme (Boeddha, de Dharma (leer van de Boeddha) en de Sangha (de boeddhistische gemeenschap)) |
| sanbō-三方 | een tafeltje van cipressenhout (om offers op te plaatsen) |
| sanbonjime-三本締め | ritueel (aan het einde van een bijeenkomst, ceremonie, project, e.d.) waarbij het klappen in de handen drie keer wordt herhaald |
| sanbu-三部 | drie delen [secties; divisies; getallen] |
| sanbyakudaigen-三百代言 | (denigrerende term voor) een advocaat; (vroege Meiji-periode) iemand die niet gekwalificeerd was als advocaat, maar wel als zodanig optrad |
| sanbyōshi-三拍子 | het ritme dat wordt bepaald door drie instrumenten, de kleine trommel, grote trommel en de taiko-trommel |
| sanchichokketsu-産地直結 | handel via een directe verbinding met het productiegebied |
| sanchīmu-サンチーム | centiem; centime (oude munteenheid, een honderdste deel van een frank) |
| sandan-散弾 | schot met grove hagel; hagelschot |
| sandatsu-簒奪 | usurpatie; wederrechtelijke inbezitname (van de troon) |
| sandawara-桟俵 | ronde deksel van stro (werd gebruikt voor het afdichten van een baal rijst) |
| sandayū-三太夫 | hoofd van de huishouding en boekhouding van een welgesteld persoon |
| sandō-参堂 | bezoek aan een tempel of heiligdom |
| sandō-参道 | de toegangsweg naar een tempel [heiligdom] |
| sandō-桟道 | een pad van houten planken (langs een steile berghelling) |
| sandogasa-三度笠 | tradioneel Japanse hoofddeksel (van bamboe) |
| sangai-三界 | (boeddh.) de drie werelden van transmigratie (de wereld van wezens met begeerten, van wezens met vorm en van wezens zonder vorm) |
| sangaku-参学 | gezamelijk hoorcollege over de boeddhistische leer |
| sange-山家 | (andere naam voor) de Enryaku hoofdtempel op Hieizan |
| sangi-算木 | wichelroede |
| sangō-山号 | aanvullende naam van een boeddhistische tempel |
| sangō-山号 | (in Japan, in navolging van China) aanvullende naam van Zen-tempels |
| sangokujidai-三国時代 | (n Korea) de Drie Koninkrijken Goguryeo, Baekje en Silla, die met elkaar in oorlog waren (4de-7de eeuw) |
| sangokujidai-三国時代 | (in China na de val van de Latere Han-dynastie) de Drie Koninkrijken Wei, Wu en Shu-Han, die met elkaar in oorlog waren (220-280 n.Chr.) |
| sangun-三軍 | het gehele leger; de gezamenlijke strijdkrachten (landmacht, marine en luchtmacht) |
| sangyō-三業 | 3 soorten horeca gelegenheden (restaurants, geishahuizen en bordelen) |
| sangyō-蚕業 | zijdecultuur; zijde(rups)teelt; sericultuur |
| sangyōchōseiseisaku-産業調整政策 | industrieel aanpassingsbeleid |
| sangyōhaikibutsu-産業廃棄物 | industrieel afval; bedrijfsafval; industriële afvalstoffen |
| sangyōkai-産業界 | industriële wereld |
| sangyōkakumei-産業革命 | de Industriële Revolutie |
| sangyōkeizai-産業経済 | industriële economie |
| sangyōkōzō-産業構造 | (Japanse) industriële structuur |
| sangyōnokūdōkagenshō-産業の空洞化現象 | industriële uitholling |
| sangyōshakai-産業社会 | industriële maatschappij |
| sangyōshihon-産業資本 | industrieel kapitaal |
| sangyōyobigun-産業予備軍 | industrieel reserveleger (Marxistische term voor de grote groep werkelozen, die door kapitalisten gebruikt werden om werkenden onder druk te zetten) |
| sanjūsatsu-三重殺 | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| sanka-傘下 | onder de bescherming [hoede; paraplu; vleugels] van |
| sanka-参加 | deelname; deelneming; participatie; inschrijving |
| sanka-惨禍 | een verschrikkelijke [vreselijke] ramp [catastrofe] |
| sankahi-参加費 | deelnamekosten |
| sankakigyō-傘下企業 | bedrijven binnen een overkoepelend verband |
| sankaku-参画 | deelname aan de planning; een aandeel hebben in een plan |
| sankakukankei-三角関係 | driehoeksrelatie; driehoeksverhouding (in de relationele sfeer) |
| sankakusui-三角錐 | regelmatig viervlak; tetraëder; driezijdige piramide |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) het paard dat de drie belangrijkste paardenrennen in Japan wint |
| sankan-三冠 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankanba-三冠馬 | (Eng.: Triple Crown) het paard dat de drie belangrijkste paardenrennen in Japan wint |
| sankanshion-三寒四温 | (in de winter) een afwisseling van drie koude en vier warme dagen |
| sankan'ō-三冠王 | (Eng.: Triple Crown) bij honkbal, de speler met het beste slaggemiddelde, de meeste homeruns en de meeste punten gescoord met een goede hit |
| sankasha-参加者 | deelnemer; participant |
| sankasuru-参加する | deelnemen; meedoen; lid worden (van een groep); inschrijven (voor) |
| sankei-参詣 | bedevaart; pelgrimage; pelgrimstocht |
| sankeisha-参詣者 | bezoeker (pelgrim, bedevaartganger, gelovige, etc.) van een tempel [heiligdom] |
| sankeisuru-参詣する | een pelgrimstocht maken; op bedevaart [pelgrimage] gaan |
| sankinkōtai-参勤交代 | (Edo periode) politiek systeem waarbij feodale heren (daimyo) werden verplicht om elk tweede jaar in Edo te verblijven |
| sankō-三更 | de derde [middelste] periode [wacht] van de nacht |
| sanko-三顧 | drie keer bezoeken (verwijst naar een Chinese legende waarin Liu Bei drie keer Zhuge Liang bezocht m hem als militaire commandant te verwelkomen) |
| sankō-山行 | naar de bergen gaan (om te wandelen, klimmen, etc.) |
| sankokukanbōeki-三国間貿易 | tripartiete handel; handel tussen de drie landen |
| sankuchuari-サンクチュアリ | toevluchtsoord; asiel |
| sankushon-サンクション | sanctie; dwangmaatregel |
| sankyū-サンキュー | bedankt; dank u; dank je (wel) |
| sanma-秋刀魚 | Japanse makreelgeep (Coloabis saira) |
| sanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| sanmai-三枚 | drie dunne lagen [platen; vellen] |
| sanmai-三枚 | (afk. voor) het dragen van een draagstoel door drie dragers |
| sanmaigata-三枚肩 | het dragen van een draagstoel door drie dragers |
| sanmaime-三枚目 | komediant; acteur die een komische rol speelt; komiek; grappenmaker |
| sanmon-三門 | hoofdpoort in het hart van een boeddhistisch (Zen) tempelcomplex (meestal tussen de buitenpoort en de Hal van Boeddha) |
| sanmon-三門 | driedelige toegangspoort bij een tempel (m.n. een grote in het midden met twee kleine ernaast) |
| sanmon-山門 | tempelpoort; hoofdingang van een (boeddhistische) tempel |
| sanmon-山門 | (een andere naam voor) de Hieizan Enryakuji-tempel |
| sanpai-参拝 | bezoek aan een heiligdom of tempel |
| sanpaikyaku-参拝客 | bezoeker van een tempel [heiligdom] |
| sanpaikyūhai-三拝九拝 | herhaaldelijk (knielen en) diep buigen |
| sanpaisha-参拝者 | bezoeker van een tempel [heiligdom] |
| sanpatsudattōrei -散髪脱刀令 | (Meiji) proclamatie in 1871, ter afschaffing van de klassieke haardracht van de samoerai en een verbod op het publiekelijk dragen van zwaarden |
| sanpeijiru-三平汁 | gerecht uit Hokkaido, een soep met rijstzemelen, vis en ingelegde groenten |
| sanpin-産品 | product; voortbrengsel |
| sanpiryōron-賛否両論 | uiteenlopende [wisselende] meningen; zowel goede als slechte recensies] |
| sanpo-散歩 | wandeling |
| sanposuru-散歩する | wandelen |
| sanpu-散布 | verspreiding; verstrooiing; besprenkeling; besproeiing |
| sanpuku-山腹 | helling (heuvel); berghelling |
| sanpuringu-サンプリング | het hergebruiken van geluiden of fragmenten |
| sanpuringu-サンプリング | (het selecteren van) een steekproef; monsters nemen |
| sanpuzu-散布図 | verspreidingskaart; verstrooiingsdiagram; besprenkelingsschema |
| sanran-燦爛 | schitterend [glansrijk; luisterrijk; helder schijnend] zijn |
| sanretsu-参列 | het bijwonen van [het deelnemen] aan een ceremonie [plechtigheid e.d.] |
| sanretsusha-参列者 | deelnemer; aanwezige |
| sanriku-三陸 | (algemene term voor) de 3 oude gebiedsdelen Rikuzen, Rikuchu en Mutsu (in het noordoosten van Honshu, nu de prefecturen Aomori, Iwate en Miyagi) |
| sanrinsha-三輪車 | driewieler; voertuig met drie wielen |
| sanrō-参籠 | het zich terugtrekken in een tempel of schrijn (om zich te wijden aan gebed en contemplatie) |
| sanryō-山陵 | bergen en heuvels |
| sansagari-三下がり | (methode om de shamisen te stemmen) verlaging van de derde snaar met een hele toon |
| sansai-三才 | hemel, aarde en de mensen |
| sansaku-散策 | gewandel; gekuier; geslenter |
| sansakusuru-散策する | wandelen; rondlopen; kuieren; slenteren |
| sansan-潸潸 | het onophoudelijk zacht regenen; het motregenen [miezeren]; het druppelen van de regen |
| sansan-燦燦 | stralend [helder] zijn |
| sansankudo-三三九度 | (bij Shinto-huwelijksritueel) het drinken van kopjes sake door het bruidspaar (eerst de man 3, dan de vrouw 3, dan de man weer 3 kopjes, totaal 9) |
| sansei-三聖 | drie heiligen van de wereld (Boeddha, Confucius en Christus; Laozi, Confucius en Boeddha, e.a.) |
| sansei-参政 | participatie [deelname] aan de politiek |
| sansei-散聖 | respectvolle term voor een monnik [priester]; intreding tot een religie |
| sanseki-山積 | een grote [hoge] stapel |
| sansekisuru-山積する | opstapelen; zich ophopen; bijeenbrengen |
| sansen-三遷 | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansen-参戦 | (sport) deelname aan een competitiewedstrijd |
| sansen-参戦 | deelname aan een oorlog; het ten strijde gaan [trekken] |
| sansennooshie-三遷の教え | (afk. voor) het belang van het creëren van een goede leeromgeving voor een kind |
| sansensuru-参戦する | ten strijde trekken; deelnemen aan een oorlog |
| sanshin-三線 | sanshin, een traditioneel snaarinstrument uit Okinawa |
| sanshunojingi-三種の神器 | de drie goddelijke symbolen van de Japanse keizerlijke troon |
| sanshunojingi-三種の神器 | drie belangrijke [noodzakelijke] dingen |
| sanshunojingi-三種の神器 | de drie heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| sansō-三蔵 | Tripitaka, de drie manden (soetra's, voorschriften en verhandelingen van de boeddhistische leer) |
| sanso-酸素 | zuurstof (chem. element) |
| sansui-散水 | besproeiing [besprenkeling] met water |
| sansuke-三助 | mannelijke bediende in een badhuis |
| sansuru-算する | tellen; calculeren; berekenen |
| sansuru-算する | (een bepaald aantal) bereiken; tellen |
| sansuru-賛する | steunen; aanbevelen |
| santan-惨憺 | tragisch [verschrikkelijk; miserabel; zielig] zijn |
| santa・maria-サンタ・マリア | Santa María (het schip van Christoffel Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte) |
| santoku-三徳 | de drie deugden van Boeddha (het redden van de levende wezens, het afsnijden van wereldse verlangens, en wijsheid) |
| santoku-三徳 | de drie onderdelen van een vishaak (draad, haak en gewicht) |
| santoku-三徳 | de drie deugden (wijsheid, moed en welwillendheid) |
| sanzai-散在 | diffuus [verspreid] gelegen |
| sanzen-参禅 | beoefening van zen-meditatie (onder begeleiding van een zen-meester) |
| sanzendaisensekai-三千大千世界 | de grenzenloze kosmos [drieduizend werelden} na Boeddha's verlichting |
| sanzon-三尊 | drie belangrijke [te respecteren] personen: heerser, vader en leraar |
| sanzon-三尊 | Boeddha drie-eenheid; afbeelding van een Boeddha vergezeld door twee bodhisattva's |
| sanzuke-さん付け | het beleefde achtervoegsel san aan iemands naam toevoegen |
| san'indō-山陰道 | Japanse geografische term (voor een oude indeling van provincies en de hoofdwegen die erdoorheen lopen) |
| san'itsu-散逸 | verspreid [en uiteindelijk zoek] raken |
| san'ya-山野 | bergen en velden |
| san'ya-山野 | het platteland |
| san'yaku-三役 | (in het No theater) de bijrolspelers, kyogen-acteurs en muzikanten |
| san'yaku-三役 | de drie belangrijkste [hooggeplaatste] functionarissen (in bedrijven, organisaties of politieke partijen) |
| san'yaku-散薬 | (medicijn) poeder; geneesmiddel dat in poedervorm worden toegediend |
| san'yo-参与 | actieve deelname; betrokkenheid |
| san'yosuru-参与する | deelnemen aan; een actieve rol spelen in; betrokken zijn bij |
| san・shīrudo-サン・シールド | (hoofddeksel) (pet met) zonneklep |
| sao-竿 | (bamboe) stok; paal; hengel; steel; afduw-stok (van een boot) |
| saobakari-竿秤 | (weegtoestel) unster; balkbalans |
| sappari-さっぱり | (met ontkenning) helemaal niet; totaal niet |
| sapparishita-さっぱりした | opgelucht; opgefrist; openhartig |
| sapparishita-さっぱりした | geheel; compleet |
| sappitsu-擦筆 | een doezelaar (puntig opgerold stuk papier of zeemleer, gebruikt om kleuren in te wrijven op papier of fresco) |
| sappūkei-殺風景 | eentonigheid; smakeloosheid |
| sara-皿 | bord; schotel; gerecht |
| saraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| saran-サラン | Saran (handelsnaam voor polyethyleen voedselverpakking van S.C. Johnson & Son) |
| sarashi-晒し | blootstelling; aan de schandpaal |
| sarasu-晒す | blootstellen aan |
| sarasu-晒す | bleken; weken; spoelen |
| sarau-復習う | herzien; opnieuw beoordelen [leren]; herhalen (van gestudeerde materialen) |
| sarisari-さりさり | (onomatopee) knisperend; ritselend; krassend; schrapend |
| sarome-サロメ | Salomé (in de Bijbel, de dochter van Herodias, Nieuwe Testament) |
| sarome-サロメ | Salome (toneelstuk van Oscar Wilde) |
| saru-申 | (windrichting) 30 graden ten zuiden van het westen (vergelijkbaar met Westzuidwest) |
| sarumonerakin-サルモネラ菌 | salmonella (bacterie) |
| sasabune-笹舟 | speelgoedbootje gemaakt van bamboebladeren |
| sasaeru-支える | helpen; (fig.) ondersteunen |
| sasagaki-笹掻き | gesneden reepjes; schaafsel; slijpsel |
| sasagani-細蟹 | spin (zo genoemd vanwege de gelijkenis met een kleine krab); spinnenweb |
| sasai-些細 | triviaal [onbeduidend; onbelangrijk] zijn |
| sasaori-笹折り | voedsel in een houten doosje; voedsel gewikkeld in bamboebladeren. |
| sasara-簓 | een traditioneel Japans muziekinstrument, dat bestaat uit een bundel aan elkaar gebonden repen bamboe, die tegen een geribbelde staaf wordt gewreven |
| sasara-細ら | heel dun; klein; fijn; licht |
| sashichigaeru-刺し違える | elkaar steken (met een zwaard, mes, e.d.) |
| sashichigaeru-刺し違える | (bij sumo, verkeerde beslissing van de scheidsrechter) de verkeerde worstelaar als winnaar aanwijzen |
| sashichigaeru-刺し違える | zichzelf opofferen om een ander schade toe te brengen |
| sashigane-差し金 | (gereedschap) winkelhaak (metalen L-vormige liniaal) |
| sashikomi-差し込み | stekker; contactdoos (electra) |
| sashikomi-差し込み | insertie; tussenvoeging; tussenzetsel |
| sashiosae-差し押え | inbeslagname; beslaglegging; (financiële) executie |
| sashō-詐称 | een valse [onjuiste] voorstelling van zaken [verklaring; gegevens] |
| sashu-詐取 | toe-eigening (van geld, goederen, e.d.) door bedrog [zwendel; fraude] |
| sasorimodoki-蠍擬 | zweepstaartschorpioen (Thelyphonida) |
| sasoriza-蝎座 | (sterrenbeeld) Schorpioen (Scorpius) |
| sasou-誘う | uitnodigen; verzoeken; aanbevelen |
| sassoku-早速 | meteen; direct; onmiddellijk |
| sassui-撒水 | besproeiing [besprenkeling] met water |
| sassuru-察する | meeleven; te doen hebben (met) |
| sassuru-察する | veronderstellen; vermoeden; de indruk krijgen; concluderen |
| sasu-差す | gieten; druppelen (ogen); verven; kleuren |
| sasu-差す | insteken (sleutel); opsteken (paraplu); uitsteken; omhoog steken (arm) |
| sasu-指す | shogi (Japans schaken) spelen; een zet doen (bij shogi) |
| sasu-指す | (iem.) benoemen; voordragen; aanstellen |
| sasu-注す | (gedeeltelijk) verven; lakken; inkleuren; opdoen (lippenstift, etc.) |
| sasu-注す | een kleine hoeveelheid (vloeistof) inschenken; vloeistof beetje bij beetje inschenken |
| sasumata-刺股 | (Edo periode) een tweetandige (maanvormige) wapenstok (om criminelen te vangen) |
| sasupendā-サスペンダー | bretels; jarretel(le); kousophouder; sokophouder |
| sasupendo-サスペンド | pauze; opschorting; uitstel; verdaging |
| sasupenshon-サスペンション | (chemie) suspensie; mengsel |
| sasupuro-サスプロ | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| sasuru-摩る | wrijven; aaien; strelen; masseren |
| sasutēningu・puroguramu-サステーニング・プログラム | programma zonder reclame (op commerciële radio- of televisiezender) |
| satan-サタン | Satan; de duivel |
| sate-さて | wel; nu; nou; (en) toen |
| sateraito-サテライト | satelliet |
| satō-左党 | drinker; iem. die veel (alcohol) drinkt; dronkelap |
| satobito-里人 | dorpsbewoner, dorpeling |
| satoi-聡い | snel (van begrip); scherp |
| satoi-聡い | slim; scherpzinnig; intelligent |
| satoyama-里山 | bergen en bossen nabij een bevolkt gebied (waarbij de bewoners in hun levensbehoeften daarvan afhankelijk zijn) |
| satsu-冊 | (boek)deel [band, blad, etc.] (woord voor het tellen van boeken, tijdschriften) |
| satsu-札 | biljet; papiergeld |
| satsubatsu-殺伐 | strijdlustigheid; gewelddadigheid |
| satsubira-札片 | (informeel) bankbiljet |
| satsujinteki-殺人的 | moordend; dodelijk; moorddadig |
| satsutaba-札束 | bundel [stapel] bankbiljetten [papiergeld]; heel veel geld |
| sattō-殺到 | gedrang; plotselinge drukte; grote toeloop; stroom (fig.) |
| saundo-サウンド | geluid |
| saundoāto-サウンドアート | geluidskunst |
| saundo・chekku-サウンド・チェック | geluidstest |
| saundo・efekuto-サウンド・エフェクト | geluidseffecten |
| saundo・kādo-サウンド・カード | geluidskaart |
| saundo・supekutorogurafu-サウンド・スペクトログラフ | geluidsspectrograaf |
| saundo・torakku-サウンド・トラック | soundtrack; geluidsspoor; filmmuziek |
| sawagaseru-騒がせる | verstoren; ontregelen; overlast [een sensatie] veroorzaken |
| sawara-鰆 | Japanse makreel (Scomberomorus niphonius) |
| sawari-触り | gevoel; tast; aanraking |
| sawari-触り | belangrijkste stuk [passage; climax] van een verhaal of muziekstuk |
| sawari-障り | hindernis; obstakel; belemmering |
| sawaru-触る | voelen; aanraken |
| sawayaka-爽やか | het welbespraakt zijn |
| sawayaka-爽やか | het verfrissend [koel; helder] zijn |
| saya-サヤ | prijsverschil op de (financiële) markt |
| saya-鞘 | (effectenhandel, beurs) marge [verschil] bij aan- en verkoopprijs |
| sayaka-明か | helder [fris; duidelijk] zijn |
| sayasaya-さやさや | (onomatopee) zacht geruis; een ruisend geluid |
| sayatorigyōsha-鞘取り業者 | arbitrageant (iem. die arbitragezaken behandelt) |
| sayatorinakagainin-鞘取り仲買人 | arbitrageant (iem. die arbitragezaken behandelt) |
| sayoku-左翼 | linkervleugel; linkerkant; linkerflank |
| sayoku-左翼 | linksveld (honkbal) |
| sayōnara-さようなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayonara-さよなら | tot (weer)ziens; dag; doeg; doei, gegroet; het ga je goed; tot kijk; tot; vaarwel; adieu; ajuus |
| sayori-細魚 | een straalvinnige vis, halfsnavelbek (Hyporhamphus sajori) |
| sayuri-小百合 | (een poëtische naam voor) een lelie |
| sazanka-山茶花 | Camellia sasanqua |
| sazan・kurosu-サザン・クロス | (sterrenbeeld astronomie) Zuiderkruis; Crux |
| sazareishi-細石 | klein steentje; kiezelsteentje |
| se-瀬 | stroomversnelling |
| se-瀬 | kans; gelegenheid |
| sebone-背骨 | ruggenwervel |
| sēbu-セーブ | remmen; beteugelen |
| sēburufude-セーブル筆 | schilderskwast van sabelhaar |
| sēburuhirafude-セーブル平筆 | platte [brede] kwast van sabelhaar |
| sechigarai-世知辛い | berekenend; gierig; kleinzielig |
| sedaikōtai-世代交代 | generatiewisseling; verjonging (b.v. van personeel in een bedrijf) |
| sefure-セフレ | seksvriend; knuffelmaatje |
| sēfutī・barubu-セーフティー・バルブ | veiligheidsklep; veiligheidsventiel |
| segamu-せがむ | smeken; bedelen |
| segyō-施行 | (boeddh.) liefdadigheid; het geven van aalmoezen aan (bedel)monniken |
| sehō-世法 | de wereldlijke wet(ten) [wetgeving]; wetten van de seculiere wereld |
| sei-正 | iets dat primair [superieur; officieel; wettelijk; origineel] is |
| seibu-西部 | het westelijk deel; het westen |
| seibun-成文 | het schriftelijk vastleggen; op schrift stellen; neerschrijven |
| seibutsu-生物 | (in samenstellingen) bio-; biologisch |
| seichō-成長 | (van levende wezens) groei; ontwikkeling |
| seichō-政庁 | regeringszetel; rijksbureau |
| seichō-清聴 | het aandachtig beluisteren; respectvolle aandacht |
| seichōsuru-成長する | groeien; ontwikkelen; toenemen |
| seidenki-静電気 | statische elektriciteit |
| seidenyūdō-静電誘導 | elektrostatische inductie; influentie |
| seido-制度 | stelsel; systeem |
| seidō-聖堂 | tempel; (dom)kerk; kathedraal; heiligdom; schrijn |
| seiei-清栄 | (uw) gezondheid en welvaart [voorspoed] |
| seiei-精鋭 | de beste; de elite; keur |
| seien-声援 | (mondelinge) aanmoediging; gejuich |
| seien-正円 | perfecte [perfect ronde] cirkel |
| seifū-清風 | verfrissende wind; aangename (koele) bries |
| seifuan-政府案 | beleidsnota |
| seifukaihatsuenjo-政府開発援助 | Officiële Ontwikkelingshulp (Official Development Assistance, ODA) |
| seifuku-正副 | origineel en kopie |
| seiga-清雅 | sierlijkheid; elegantie |
| seigaku-聖楽 | sacrale [gewijde; religieuze] muziek; kerkmuziek |
| seigen-誓言 | (plechtige) belofte; gelofte; eed |
| seigensokudo-制限速度 | snelheidslimiet |
| seigō-整合 | afstemming; regeling; aanpassing; instelling; harmonisering |
| seigo-鮬 | hele jonge Japanse zeebaars (Lateolabrax japonicus; tot 2 jaar oud) |
| seigon-誓言 | (plechtige) belofte; gelofte; eed |
| seigyoku-青玉 | saffier (edelsteen) |
| seihangō-正反合 | (in filosofie, drie stadia van dialectische logica geformuleerd door Hegel) these, antithese, synthese |
| seihansha-正反射 | spiegelende reflectie |
| seihantai-正反対 | precies het tegenovergestelde [tegendeel; omgekeerde] |
| seihanzai-性犯罪 | zedendelict |
| seihei-精兵 | elite-eenheid; elitekorps; elitetroepen |
| seihen-政変 | regeringswisseling; politieke omwenteling; omverwerping van een regering; staatsgreep |
| seihen-正編 | het belangrijkste deel van een boek ; hoofdverhaal |
| seihen-正編 | het eerste boekdeel van een serie |
| seihin-製品 | product; (geproduceerd) artikel |
| seihinkaihatsu-製品開発 | productontwikkeling |
| seihō-西方 | het westen; de westelijke richting |
| seihon-正本 | gewaarmerkte kopie (van een originele tekst) |
| seiiki-西域 | gebieden van het Midden-Oosten aan de westelijke grenzen van China |
| seiiki-西域 | westelijke gebieden van China |
| seiiku-成育 | levensontwikkeling; groei [ontwikkeling] (vanaf de geboorte) |
| seiin-正員 | volwaardig lid; formeel gekwalificeerd lid |
| seiippai-精一杯 | uit alle macht; naar (iemand's) beste vermogen; zo goed mogelijk |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | titel gegeven aan het opperhoofd van de regerende militaire macht in de Kamakura, Muromchi en Edo perioden |
| seiitaishōgun-征夷大将軍 | generaal die in de Heian-periode naar het noordelijke territorium uitgezonden werd om tegen niet-Japanse volken te strijden |
| seiji-正字 | voorgeschreven [oorspronkelijke] )kanji (zonder vereenvoudiging) |
| seiji-青磁 | Celadon (keramiek met een blauw-groene glazuur) |
| seijibōmei-政治亡命 | politiek asiel |
| seijitsu-聖日 | heilige dag (Christelijke feestdag) |
| seijun-正閏 | normale jaren en schrikkeljaren |
| seika-正貨 | muntgeld; muntspecie |
| seika-聖歌 | hymne; geestelijk [religieus] lied [gezang] |
| seika-聖火 | heilige vlam [fakkel]; heilig vuur |
| seikabutsu-成果物 | (aan een klant) te leveren materiële of immateriële goederen of diensten (b.v. een rapport, een document, een (software)product, e.a.) |
| seikai-政界 | de wereld van de politiek; politieke kringen |
| seikaku-正格 | correcte regel |
| seikakuhaiyū-性格俳優 | karakterspeler (acteur) |
| seikakukatsuyō-正格活用 | (taalkunde) regelmatige vervoeging (van werkwoorden) |
| seikakumei-性革命 | seksuele revolutie |
| seikan-生還 | het overleven; het er heelhuids afbrengen |
| seikan-精悍 | mannelijkheid; viriliteit; stoerheid; potentie |
| seikan-西漢 | de Eerdere [Westelijke] Han dynastie (in China, 206 v.Chr. tot 220 n.Chr.) |
| seikansenshō-性感染症 | seksueel overdraagbare aandoening; geslachtsziekte |
| seikatanden-臍下丹田 | het midden [centrum] van het lichaam, vlak onder de navel (gezien als de bron van spirituele levenskracht in Oosterse filosofie) |
| seikatsu-生活 | het (dagelijks) leven; bestaan |
| seikatsushūkanbyō-生活習慣病 | levensstijl gerelateerde ziekte |
| seikenjuritsu-政権樹立 | vorming [samenstelling] van een regering; kabinetsformatie |
| seiki-盛期 | periode van voorspoed [welvaart] |
| seikōikansenshō-性行為感染症 | seksueel overdraagbare aandoening (soa); geslachtsziekte |
| seikoku-正鵠 | doelwit; roos; mikpunt |
| seikon-成婚 | (formeel) huwelijk |
| seikon-精魂 | ziel; geest |
| seikōudoku-晴耕雨読 | op het land werken als de zon schijnt en thuis een boek lezen als het regent (verwijst naar het stille [geïsoleerde] leven op het platteland) |
| seikurabe-背比べ | vergelijking van lengte [hoogte]; het met de ruggen tegen elkaar aan gaan staan om te kijken wie het grootste [langste] is |
| seikyō-政教 | kerk en staat; politiek en religie |
| seikyō-清興 | elegant [stijlvol] vermaak [plezier] |
| seikyō-生協 | coöperatieve onderneming [winkel]; consumentencoöperatie |
| seikyō-盛況 | voorspoed; welvaart; succes |
| seikyō-聖教 | de christelijke [orthodoxe] leer; het Christendom |
| seikyōiku-性教育 | seksuele voorlichting |
| seimai-精米 | gepelde [gepolijste] rijst |
| seimai-精米 | het pellen [polijsten] van rijst |
| seimei-清明 | zuiver en helder; helder en licht |
| seimei-生命 | ziel; wezen |
| seimen-製麺 | het maken van noedels |
| seimoku-井目 | (bij het go-spel, als er een groot verschil in vaardigheid is) het vooraf plaatsen van 9 stenen op het bord door de slechtste speler |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) een handicap (voor een betere speler) van negen zwarte stenen op de sterpunten |
| seimoku-星目 | (bij het go-spel) sterpunten (aangegeven met een stip op het bord) |
| seimu-政務 | overheidsaangelegenheid; regeringszaken |
| seinen-成年 | (wettelijke) meerderjarigheid |
| seiniku-精肉 | zorgvuldig geselecteerd [gesneden] vlees van hoge kwaliteit (zoals door de slager wordt verkocht) |
| seinokakumei-性の革命 | seksuele revolutie |
| seion-声音 | stemgeluid |
| seion-清音 | helder geluid |
| seireishiteitoshi-政令指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| seireki-西暦 | Westerse (Christelijke) jaartelling |
| seirenkeppaku-清廉潔白 | absolute eerlijkheid; onberispelijke integriteit |
| seiretsu-清冽 | koel en helder zijn |
| seiretsujōsha-整列乗車 | op een ordelijke manier in een rij gaan staan, voor het instappen in een trein |
| seiri-整理 | herschikking; herordening; bijstelling |
| seiri-整理 | bezuiniging; inkrimping [reductie] van personeel |
| seirifujun-生理不順 | onregelmatige menstruatie |
| seiriteki-生理的 | lichamelijk; fysiek; fysiologisch; instinctief |
| seiritsu-成立 | vestiging; formalisatie; verwezelijking; het onstaan |
| seirō-晴朗 | helderheid; kalmte |
| seiryokuzetsurin-精力絶倫 | tomeloze [oneindig veel] energie |
| seiryokuzetsurin-精力絶倫 | een groot [grenzenloos] seksueel uithoudingsvermogen |
| seiryōzai-清涼剤 | verfrissing; verfrissend medicijn; tonic; koelmiddel; koelvloeistof |
| seiryū-清流 | heldere stroom (water) |
| seisabetsu-性差別 | seksuele discriminatie; seksisme |
| seisaibō-精細胞 | spermacel |
| seisaku-政策 | beleid; politieke maatregelen |
| seisakukatsudōhi -政策活動費 | onkostenvergoeding voor beleidsactiviteiten (aan fractieleden door hun eigen partij) |
| seisakusha-制作者 | maker; ontwikkelaar; producent |
| seisan-凄惨 | afgrijselijke [gruwelijke; afschuwelijke] aanblik |
| seisan-正餐 | banket; formeel diner |
| seisangaku-生産額 | productiehoeveelheid |
| seisanki-精算機 | automaat waarmee je het te weinig of teveel betaalde bedrag van je treinkaartje kunt verrekenen |
| seisankōgaku-生産工学 | vormgevingstechniek; industriële techniek; technische bedrijfskunde |
| seisanshabeika-生産者米価 | de prijs die de overheid aan de boeren betaalt voor hun rijst (in het kader van de wet op de voedselcontrole) |
| seisatsu-制札 | een informatiebord met verordeningen en voorschriften (bij tempels en heiligdommen) |
| seisei-凄清 | harde [gure] kou; koele windstroom |
| seisei-整斉 | orde; regeling; samenstelling; rangschikking |
| seisei-清清 | verfrist [opgelucht] zijn |
| seisei-生生 | krachtige [levendige] groei [ontwikkeling] |
| seiseisuru-清清する | zich verfrist [opgelucht] voelen |
| seiseki-聖跡 | heilige plaatsen [overblijfselen] |
| seisen-征戦 | militaire expeditie (in vijandelijk gebied) |
| seisen-生鮮 | (van voedsel) vers [bederfelijk; beperkt houdbaar] zijn |
| seisenshokuhin-生鮮食品 | beperkt houdbaar voedsel; bederfelijke [snel bedervende] etenswaren |
| seishain-正社員 | werknemer in vaste dienst; een regulier [volwaardig] personeelslid; een vaste [fulltime] werknemer |
| seishi-誓詞 | (plechtige) belofte; gelofte; eed |
| seishi-静思 | overdenking; meditatie; bespiegeling; beschouwing; contemplatie; reflectie |
| seishiki-制式 | iets dat gedefinieerd [vastgelegd; officieel; voorgeschreven; reglementair] is |
| seishiki-正式 | vormelijkheid; correctheid |
| seishin-精神 | geest; karakter; ziel |
| seishineiseigaku-精神衛生学 | geestelijke gezondheidsleer |
| seishinhattatsu-精神発達 | psychogenese; geestelijke ontwikkeling |
| seishinhattatsuchitai-精神発達遅滞 | geestelijke [intellectuele] ontwikkelingsstoornis; geestelijk gehandicapt zijn |
| seishinkan’nō-精神感応 | telepathie |
| seishinnenrei-精神年齢 | mentale [geestelijke] leeftijd |
| seishinseikatsu-精神生活 | spiritueel [geestelijk] leven |
| seishinshōgaisha-精神障害者 | geestelijk gehandicapte (persoon); persoon met geestelijke [verstandelijke] beperking |
| seishinsuijaku-精神衰弱 | psychasthenie; zielszwakte |
| seishinteki-精神的 | mentaal; geestelijk; psychisch |
| seishin'eisei-精神衛生 | geestelijke [psychische] gezondheid |
| seishisuru-制止する | in bedwang houden; controleren; beteugelen |
| seishitsu-正室 | wettige echtgenote (van een edelman) |
| seishō-斉唱 | in koor; gelijktijdigheid |
| seishō-清祥 | tekst in een brief om de andere persoon te feliciteren met zijn [haar] gezond en gelukkig leven |
| seisho-聖書 | Bijbel; Testament |
| seisho-聖書 | boek met een verzameling van uitspraken en daden van een wijsgeer uit de oudheid |
| seisho-誓書 | schriftelijke eed [belofte] |
| seishōdō-性衝動 | geslachtsdrift; seksuele drang [impuls; behoefte] |
| seishogaku-聖書学 | Bijbelwetenschap; Bijbelstudie |
| seishohō-正書法 | orthografie; spelling |
| seishoku-声色 | het genieten van muziek en vrouwelijk gezelschap; van wijntje en trijntje houden |
| seishoku-生色 | gezonde [levendige] gelaatskleur |
| seishoku-聖職 | de geestelijkheid; het ordinaat; de geestelijken |
| seishu-清酒 | goede [heldere; verfijnde] sake |
| seishuku-星宿 | sterrenbeeld (een van de 28 huizen van de Chinese sterrenbeelden) |
| seishutsu-正出 | legitimiteit van geboorte; geboorte uit een wettig huwelijk |
| seiskaisha-清算会社 | bedrijf dat geliquideerd wordt |
| seisō-成層 | stratificatie; laagvorming; gelaagdheid |
| seisoku-正則 | regelmatigheid; correct [juist; regulier; gebruikelijk; normaal] zijn |
| seisū-整数 | een geheel getal |
| seisui-盛衰 | voorspoed en tegenspoed; hoogte- en dieptepunten; opkomst en ondergang; wisselvalligheden |
| seisui-精粋 | zuiver [puur; smetteloos; onvervalst; onbaatzuchtig] zijn |
| seitai-成体 | (dierkunde) imago (volkomen ontwikkeld insect) |
| seitai-政体 | bestuursvorm; overheidssysteem; staatsbestel |
| seitai-臍帯 | navelstreng |
| seitaigenso-生体元素 | organisch element |
| seitaiken-性体験 | sexuele ervaring |
| seiteki-性的 | seksueel; erotisch |
| seitekimazohizumu-性的マゾヒズム | seksueel masochisme |
| seitekishikō-性的指向 | seksuele oriëntatie; seksuele geaardheid |
| seiten-晴天 | mooi weer; blauwe [heldere] hemel [lucht] |
| seiten-聖典 | en boek waarin de basisleerstellingen van een religie zijn vastgelegd (zoals de Bijbel, de Koran. e.d.) |
| seiten-青天 | blauwe hemel [lucht] |
| seitōbōei-正当防衛 | (gerechtvaardigde; gewettigde) zelfverdediging |
| seitoku-聖徳 | goddelijke [hemelse] deugden |
| seiun-星雲 | interstellaire gas- en stofwolken [nevel] |
| seiun-盛運 | voorspoed; welvaart |
| seiun-青雲 | onthechting van de wereld [van het aardse bestaan] |
| seiun-青雲 | eruditie; geleerdheid; hoge status |
| seiun-青雲 | [heldere] blauwe lucht [hemel] |
| seiya-征野 | slagveld; oorlogsgebied |
| seiya-晴夜 | heldere nacht |
| seiya-清夜 | heldere nacht [avond] |
| seiyaku-製薬 | vervaardiging van geneesmiddelen [medicijnen] |
| seiyaku-誓約 | eed; belofte; convenant |
| seiyakusho-誓約書 | schriftelijke eed [gelofte]; convenant |
| seiyōhashibami-西洋榛 | hazelaar (Corylus avellana) |
| seiyōtoneriko-西洋トネリコ | es; essenboom (Fraxinus excelsior) |
| seiza-星座 | sterrenbeeld; constellatie |
| seiza-正座 | (lett. de juiste zithouding) rechtop geknield zitten (met je billen op je voeten) |
| seiza-聖座 | de Heilige Stoel (het pauselijk gezag) |
| seizei-せいぜい | hooguit; op zijn best [hoogst]; zoveel mogelijk |
| seizōbutsusekinin-製造物責任 | productaansprakelijkheid |
| seizōbutsusekininhō-製造物責任法 | productaansprakelijkheidswet (aansprakelijkheid van fabrikanten voor schade veroorzaakt door een product met gebreken) |
| seizoroi-勢揃い | samenkomst; het bijeenkomen; zich verzamelen |
| seizuban-製図板 | tekentafel; tekenbord |
| seizui-精髄 | essentie; hoofdbestanddeel; kern van de zaak |
| seji-世事 | wereldse zaken |
| sejin-世人 | het volk; de mensen (in de wereld) |
| sejin-世塵 | alledaagse [gewone; wereldse] zaken [dingen; karweitjes] |
| sejō-世情 | de toestand van de wereld [samenleving] |
| sejō-施錠 | vergrendeling; sluiting |
| sejōsuru-施錠する | op slot doen; vergrendelen |
| sekai-世界 | de wereld; aarde |
| sekaibōekikikan-世界貿易機関 | Wereldhandelsorganisatie |
| sekaichitekishoyūkenkikan-世界知的所有権機関 | Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (World Intellectual Property Organization (WIPO)) |
| sekaichizu-世界地図 | wereldkaart |
| sekaiginkō-世界銀行 | de Wereldbank |
| sekaihokenkikan-世界保健機関 | WHO, Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization) |
| sekaiichi-世界一 | de hele wereld (rond) |
| sekaiichi-世界一 | de beste [nummer één] van de wereld |
| sekaiisan-世界遺産 | werelderfgoed (UNESCO) |
| sekaiisshū-世界一周 | een reis om [het omzeilen van] de wereld; circumnavigatie |
| sekaijū-世界中 | overal in de wereld; over de hele wereld |
| sekaikan-世界観 | iemands kijk op de wereld [maatschappij]; wereldbeeld; wereldbeschouwing; maatschappijbeeld |
| sekaikiroku-世界記録 | wereldrecord |
| sekaikirokuhojisha-世界記録保持者 | wereldrecordhouder |
| sekaikokka-世界国家 | wereldfederatie |
| sekaiōja-世界王者 | wereldkampioen |
| sekairenpō-世界連邦 | wereldfederatie |
| sekaiseifuku-世界征服 | wereldoverheersing; wereldverovering |
| sekaishi-世界史 | wereldgeschiedenis |
| sekaitaisen-世界大戦 | wereldoorlog |
| sekaiteki-世界的 | internationaal; wereldwijd; mondiaal |
| sekando-セカンド | (auto) tweede versnelling |
| sekandohando-セカンドハンド | tweedehands; tweedehands artikel |
| sekando・raifu-セカンド・ライフ | Second Life (online virtuele wereld) |
| sekando・ran-セカンド・ラン | tweede reeks van een filmvoorstelling (in een andere bioscoopzaal) |
| seken-世間 | de wereld; de toestand in de wereld; hoe het er in de wereld aan toegaat; de mensen (in de wereld) |
| sekennami-世間並み | gebruikelijke [normaal; gewoon; gemiddeld) zijn |
| sekenshi-世間師 | een wereldwijs persoon |
| sekenshi-世間師 | wereldwijsheid |
| sekenshirazu-世間知らず | onwetend [naïef; niet wereldwijs] zijn |
| seki-席 | zitplaats; stoel; zetel |
| seki-席 | plaats [plek] waar een ontmoeting [gebeurtenis; gelegenheid] zal plaatsvinden; kamer; zaal |
| seki-昔 | (in kanji combinaties) vroeger; in het verleden; lang geleden |
| seki-石 | steen; telwoord voor (edel)stenen; dioden, e.a. |
| seki-隻 | woord gebruikt om vogels, vissen en pijlen te tellen |
| seki-隻 | woord gebruikt om een (zij)kant van dingen te tellen (b.v. van een kamerscherm) |
| seki-隻 | woord gebruikt om (relatief grote) boten te tellen |
| sekiaku-積悪 | opeenstapeling van zonden [slechte daden} (in de loop der jaren begaan) |
| sekiban-石盤 | leisteen (tegel) |
| sekibaraisuru-咳払いする | hoesten; kuchen; rochelen; de keel schrapen |
| sekibutsu-石仏 | een stenen boeddhabeeld |
| sekichōgu-石彫具 | steenhouwerij [beeldhouw] gereedschap |
| sekidome-咳止め | hoestmiddel; hoestdrank |
| sekigaku-碩学 | een erudiet persoon; iemand met uitgebreide kennis; een groot geleerde |
| sekigo-隻語 | (slechts) een enkel woord; een paar woorden |
| sekihitsu-石筆 | griffel |
| sekiin-石印 | stenen stempel |
| sekijo-石女 | een stenen beeld van een vrouw |
| sekinin-責任 | verantwoordelijkheid; taak; verplichting |
| sekininhoken-責任保険 | W.A. verzekering; aansprakelijkheidsverzekering |
| sekininkan-責任感 | verantwoordelijkheidsgevoel |
| sekininnogare-責任逃れ | het vermijden [ontduiken] van verantwoordelijkheid |
| sekininsha-責任者 | de verantwoordelijke (degene die de verantwoordelijkheid draagt); leidinggevende; supervisor |
| sekinintsuiseki-責任追跡 | aansprakelijkheid |
| sekirei-鶺鴒 | kwikstaart (een vogel, Motacilla) |
| sekisaba-関鯖 | Seki makreel (vis die wordt gevangen in de Bungo zeestraat, tussen Shikoku en Kyushu)) |
| sekisei-寂静 | totale stilte [rust]; geluidloosheid |
| sekiseiinko-脊黄青鸚哥 | grasparkiet (Melopsittacus undulatus) |
| sekishokutero-赤色テロ | Rode Terreur (revolutionair bewind dat zijn toevlucht neemt tot geweld) |
| sekitori-関取 | sumoworstelaar met een rang hoger dan of gelijk aan Juryo; (oorspronkelijk de naam voor) de rang Ozeki |
| sekitsui-脊椎 | wervelkolom; ruggengraat |
| sekitsuidōbutsu-脊椎動物 | gewervelde dieren; vertebraten |
| sekiun-積雲 | cumulus; stapelwolk(en) |
| sekiwake-関脇 | (een sumoworstelaar van) de derde hoogste rang |
| sekizen-積善 | opeenstapeling van goede daden (in de loop der jaren gedaan) |
| sekizō-石像 | beeldhouwwerk; stenen beeld |
| sekkachi-せっかち | haastig; ongeduldig; rusteloos |
| sekkaku-折角 | met (grote) moeite; speciaal; vooral; uitdrukkelijk |
| sekkaku-折角 | vriendelijk; voorkomend |
| sekkaku-折角 | zeldzaam; kostbaar; belangrijk |
| sekkei-雪渓 | sneeuwvallei; besneeuwde vallei; vallei waar zelfs in de zomer sneeuw ligt |
| sekkekkyū-赤血球 | rode bloedcel(len); erytrocyt(en) |
| sekkekkyūchinkōsokudo-赤血球沈降速度 | bezinkingssnelheid erytrocyten (BSE) |
| sekken-席巻 | overweldiging; overrompeling |
| sekkotsu-接骨 | osteopatie; behandeling [genezing] van botten en gewrichten |
| sekkusu・apīru-セックス・アピール | (seksuele) aantrekkingskracht |
| sekkusu・furendo-セックス・フレンド | seksvriend; knuffelmaatje |
| sekkusu・kaunseringu-セックス・カウンセリング | counseling [hulpverlening] op het gebied van seks |
| sekkyōdan-説教壇 | kansel; preekstoel |
| sekkyokuteki-積極的 | positief; constructief; zelfverzekerd; zelfbewust; ambitieus; ondernemend |
| sekō-施行 | handhaving; uitvoering; toepassing; inwerkingstelling |
| sekondo-セコンド | secondant; helper; assistent-trainer |
| sekuhara-セクハラ | ongewenste intimiteiten; seksuele intimidatie |
| sekushī-セクシー | sexy; seksueel aantrekkelijk |
| sekushizumu-セクシズム | seksisme; seksuele discriminatie |
| sekushon-セクション | sectie; afdeling; segment; district |
| sekushuaru-セクシュアル | seksueel |
| sekushuaru・harasumento-セクシュアル・ハラスメント | ongewenste intimiteiten; seksuele intimidatie |
| sekyuritī-セキュリティー | effect; aandeel; obligatie |
| semakimon-狭き門 | (Mat. 7: 13-14) nauwe poort (tot de religieuze waarheid) |
| semakimon-狭き門 | (fig.) hoge drempel; hindernis; obstakel (voor het te bereiken doel) |
| seme-責め | pijniging; marteling; foltering |
| seme-責め | verantwoordelijkheid; plicht; aansprakelijkheid |
| semento-セメント | cement; mortel; specie |
| semeotosu-攻め落とす | een vijandelijk leger aanvallen en verslaan |
| semeotosu-攻め落とす | een kasteel van de vijand innemen |
| semeru-責める | kwellen; martelen |
| semeru-責める | [iemand, iets] de schuld geven; veroordelen |
| semesainamu-責め苛む | mishandelen; martelen; pijnigen; kwellen |
| semi-セミ | half; bijna; deels |
| semi-蝉 | cicade; krekel |
| semidokyumentarī-セミドキュメンタリー | semidocumentaire; gespeelde documentaire |
| semifōmaru-セミフォーマル | semiformeel |
| semipuro-セミプロ | semi-professioneel |
| sen-専 | onontbeerlijk; onmisbaar; essentieel; noodzakelijk; eerste |
| sen-撰 | het selecteren; een selectie |
| sen-撰 | het redigeren [selecteren; compileren] van poëzie [teksten] |
| sen-線 | telefoonlijn |
| senakaawase-背中合わせ | rug tegen rug; met de ruggen tegen elkaar |
| senban-先晩 | de afgelopen avond; gisteravond |
| senbatsu-選抜 | selectie; keus; keuze |
| senbetsu-選別 | selectie; keuze; sortering |
| senbetsusuru-選別する | selecteren; (uit)kiezen; sorteren |
| sencha-煎茶 | groene thee van de middelste kwaliteit (gyokuro is de hoogste, en bancha de minste) |
| senchi-戦地 | slagveld; oorlogsgebied; strijdtoneel; front |
| senchimentarisuto-センチメンタリスト | gevoelig [sentimenteel] persoon |
| senchimentarizumu-センチメンタリズム | sentimentalisme; sentimentele levenshouding |
| senchimentaru-センチメンタル | sentimenteel; emotioneel; gevoelig |
| senchimento-センチメント | sentiment; emotie; gevoel; stemming |
| sendan-栴檀 | Indische sering [kralenboom] (loofboom, Melia azedarach) |
| sengen-千言 | veel woorden |
| sengenbango-千言万語 | een groot aantal woorden; veel woorden en zinnen |
| sengo-戦後 | na de oorlog; naoorlogse periode (m.n. na de Tweede Wereldoorlog) |
| sengoku-戦国 | een turbulente wereld; een wereld in beroering door oorlogen |
| sengoku-戦国 | landen die oorlog voeren (met elkaar) |
| sengū-遷宮 | installatie of verplaatsing van een heilig beeld [voorwerp] in een (nieuwe of verbouwde) tempel |
| sengun-千軍 | veel soldaten [militairen] |
| sengunbanba-千軍万馬 | vele gevechten [oorlogen; slagen] |
| sengyō-戦況 | oorlogssituatie; verloop van een veldslag [gevecht; oorlog] |
| senja-撰者 | samensteller van een bloemlezing [anthologie] |
| senja-選者 | selecteur; lid van de selectiecommissie |
| senjibaisho-戦時賠償 | herstelbetaling (voor schade van oorlogshandelingen) |
| senjin-戦陣 | slagorde; slaglinie; opstelling |
| senjin-戦陣 | slagveld; front |
| senjitsu-先日 | onlangs; recent; een paar dagen geleden |
| senjo-仙女 | fee; elfje; nimf |
| senjō-戦場 | strijdperk; slagveld; strijdtoneel; oorlogsgebied; oorlogsterrein; front |
| senjū-先住 | oorspronkelijke bewoner |
| senjunenbutsu-専修念仏 | aanroeping van de Amida Boeddha (de dagelijkse obesrvatie van de boeddhistische leer in de Jōdo-sekte) |
| senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
| senjutsu-先述 | bovengenoemd; zoals (hier)boven vermeld |
| senjutsu-撰述 | het samenstellen; schrijven; redigeren |
| senka-戦火 | oorlog; oorlogsvuur; oorlogsgeweld |
| senka-泉下 | het hiernamaals; de onderwereld; Hades |
| senka-船架 | scheepshelling; dok; lier om kleine boten op het land te trekken |
| senka-選歌 | selectie gedichten; bloemlezing; een geselecteerd gedicht |
| senkai-仙界 | plek waar kluizenaars wonen; afgelegen retraite |
| senkin-千金 | een grote hoeveelheid geld; een fortuin |
| senkō-先行 | voorafgaande actie [handeling, gebeurtenis, e.d.) |
| senkō-専行 | eigengereidheid; het handelen op eigen gezag [naar eigen goeddunken]; het willekeurig handelen |
| senkō-戦功 | wapenfeit; heldendaad; heldhaftige oorlogsdaad |
| senkō-選考 | keuze; selectie |
| senkō-選鉱 | ertsveredeling; ertsbewerking |
| senkofueki-千古不易 | voor altijd; onveranderlijk; eeuwig(durend); voortdurend; eindeloos |
| senkōhanabi-線香花火 | (wierookstokjes vuurwerk) traditioneel Japans vuurwerk (een soort sterretje) |
| senkoku-先刻 | zojuist; een tijdje terug; even geleden |
| senkōsuru-選考する | (uit)kiezen; selecteren |
| senku-戦区 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| senkyō-仙境 | een adembenemend landschap ver van de profane wereld |
| senkyō-宣教 | (christelijk) missiewerk; zendingswerk |
| senkyō-戦況 | oorlogssituatie; verloop van een veldslag [gevecht; oorlog] |
| senkyoku-選曲 | muziek [een lied] selecteren |
| senkyoseido-選挙制度 | kiessysteem; kiesstelsel |
| senkyōshi-宣教師 | missionaris; zendeling |
| senman-千万 | een buitengewoon [ontelbaar; onbeperkt] groot aantal; 10 miljoen |
| senmanmuryō-千万無量 | ontelbaarheid; onmetelijkheid; onpeilbaarheid |
| senmei-鮮明 | duidelijkheid; helderheid; scherpte |
| senmendai-洗面台 | wastafel |
| senmō-譫妄 | delirium |
| senmon-泉門 | fontanel |
| senmonten-専門店 | speciaalzaak; specialiteitenwinkel |
| senmyōtai-宣命体 | schriftsysteem uit de Nara- (710–794) en vroege Heian-periode (794–1192) (met kleinere karakters voor grammaticale elementen dan voor lexicale) |
| sennai-詮ない | zinloos; onvermijdelijk; niets aan te doen |
| sennin-仙人 | kluizenaar; iemand die de wereld van bekommeringen e.d. achter zich heeft gelaten |
| sennin-専任 | voltijd aanstelling; voltijdbaan |
| sennin-選任 | verkiezing; opdracht; benoeming; aanstelling |
| sennō-洗脳 | hersenspoeling |
| sennyo-仙女 | fee; elfje; nimf |
| sennyū-潜入 | (astronomie) het verschijnsel dat een vaste ster of planeet zich achter de maan begeeft |
| sennyū-潜入 | insluiping; infiltratie; het heimelijk binnengaan |
| sennyūkan-先入観 | vooroordeel; vooropgezette mening |
| senpatsu-先発 | het als eerste vertrekken [starten; beginnen; deelnemen]; voor(af)gaan |
| senpenbanka-千変万化 | voortdurend veranderend; eindeloze verscheidenheid |
| senpū-旋風 | wervelwind; tornado; (kleine) cycloon |
| senpūki-扇風機 | een (elektrische) ventilator |
| senpuku-船幅 | het breedste gedeelte [de grootste breedte] van (de romp van) een schip |
| senrei-先例 | precedent; eerder voorbeeld |
| senrei-洗礼 | doop; doopsel |
| senrei-洗礼 | ervaring die een grote spirituele verandering teweegbrengt |
| senretsu-鮮烈 | levendig [opmerkelijk; opvallend; treffend] zijn |
| senritsu-旋律 | melodie |
| sensā-センサー | sensor; (elektronische) voeler; aftaster |
| sensai-繊細 | slankheid; tengerheid; fijngevoeligheid; delicaatheid |
| sensasu-センサス | volkstelling; census |
| sensei-先生 | (aanspreektitel voor) een leraar; docent; professor; arts |
| sensei-先生 | (tot febr. 2024 gevangenis jargon, aanspreektitel voor) cipier; gevangenbewaarder |
| sensei-宣誓 | eed; belofte |
| senseijutsu-占星術 | astrologie; sterrenwichelarij |
| sensēshon-センセーション | gevoel; gewaarwording; sensatie |
| sensēshonaru-センセーショナル | sensationeel; spectaculair; opzienbarend |
| sensha-洗車 | het wassen van autos, treinstellen, etc. |
| senshafuda-千社札 | votief kaart [strook; aanplakbiljet] in klein formaat (achtergelaten na een bezoek aan een heiligdom) |
| senshi-戦死 | het sneuvelen in een strijd [gevecht; oorlog] van een militair [soldaat] |
| senshibiritī-センシビリティー | gevoeligheid; sensibiliteit |
| senshiburu-センシブル | gevoelig |
| senshin-専心 | onverdeelde aandacht; concentratie; aandachtigheid |
| senshinkoku-先進国 | de geavanceerde [ontwikkelde] landen; de industrielanden; de G7 |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een (import)gevoelig product (waarvan de invoer kan worden beperkt of verboden wanneer er risico bestaat dat de binnenlandse markt verstoord wordt) |
| senshitibu・aitemu-センシティブ・アイテム | een gevoelig voorwerp (dat bij diefstal, verlies of zoekraken gevaarlijk kan zijn voor de openbare veiligheid) |
| senshō-僭称 | het zich een titel aanmeten; (onterecht) een troon opeisen; zich iets toe-eigenen |
| senshō-先勝 | (volgens de oude maankalender) de dagen die in de ochtend als geluksdagen worden aangemerkt, maar in de middag als ongeluksdagen |
| senshō-選奨 | aanbeveling; aanprijzing |
| sensho-選書 | boekselectie (van één auteur, of thematisch gekozen) |
| senshō-鮮少 | (formele term voor) kleinigheid; zeer weinig; zeldzaam |
| senshu-僭主 | usurpator; onwettige heerser; iemand die zich met geweld de keizerstroon toe-eigent |
| senshu-選手 | speler; sportman; sportvrouw; deelnemer |
| senshuken-選手権 | voorselectie kwalificatie van een atleet [sportman/-vrouw] (voor internationale competities e.d.) |
| senshuken-選手権 | kampioenschap; kampioenstitel |
| senshūraku-千秋楽 | laatste voorstelling (van een serie); laatste dag van een toernooi |
| senshutsu-選出 | selectie [verkiezing; keuze] (van iets of iemand uit een verzameling) |
| sensō-戦争 | oorlog; oorlogvoering; (veld)slag |
| sensō-戦争 | hevige competitie; (fig.) veldslag; gevecht |
| sensōgokko-戦争ごっこ | het soldaatje [oorlogje] spelen |
| sensōgokkosuru-戦争ごっこする | soldaatje [oorlogje] spelen |
| sensu-センス | (goede) smaak; gevoel (voor) |
| sensuji-千筋 | patroon van dunne verticale strepen (op textiel of aardewerk) |
| sensuru-撰する | samenstellen (van woordenboeken e.d.) |
| sentā-センター | midden; centrum; middelpunt |
| sentā-センター | (balsporten) middenspeler |
| sentai-戦隊 | (marine) eskader; smaldeel |
| sentaku-選択 | keuze, selectie; optie |
| sentakusuru-選択する | kiezen; selecteren |
| sentārain-センターライン | middellijn; middenlijn; middenstreep |
| sentā・pōru-センター・ポール | elektriciteitspaal tussen twee spoorwegen |
| sente-先手 | (bij bordspellen, zoals go en shōgi) degene die de eerste zet doet |
| sentei-選定 | selectie; keuze |
| senteisuru-選定する | selecteren; kiezen |
| sentō-戦闘 | vijandelijkheden; veldslag; gevecht |
| sentō-銭湯 | openbare badgelegenheid; badhuis |
| sentoraru-セントラル | centraal; midden-; belangrijkste |
| sentorarukitchin-セントラル・キッチン | centrale keuken (voor instellingen, ziekenhuizen, scholen, etc.) |
| sento・pōru-セント・ポール | de heilige Paulus, de apostel |
| senzai-千載 | duizend jaar; millennium; vele jaren; een eeuwigheid |
| senzai-洗剤 | (af)wasmiddel; schoonmaakmiddel |
| senzai-潜在 | potentie; latentie; potentieel vermogen; latente kracht |
| senzen-戦前 | voor de oorlog; vooroorlogse periode (m.n. voor de Tweede Wereldoorlog) |
| senzogaeri-先祖返り | atavisme; erfelijke terugslag (genetische eigenschappen die generaties overslaan en dan weer terugkomen) |
| senzurutokoro-詮ずる所 | uiteindelijk; tenslotte; als het puntje bij het paaltje komt |
| sen'igenso-遷移元素 | overgangs [transitie] element |
| sen'iso-繊維素 | fibrine; cellulose |
| sen'un-戦雲 | onheilspellende [donkere] wolken als teken van de naderende oorlog |
| sen'ya-先夜 | de afgelopen nacht; gisternacht |
| sen'ya-戦野 | slagveld; strijdperk; oorlogsgebied |
| sen'yaku-煎薬 | extract; aftreksel; infusie |
| sen'yō-専用 | alleen te gebruiken voor specifieke doeleinden |
| separētā-セパレーター | iemand [iets] dat scheidt; afscheider; afscheidingstoestel; centrifugaal machine |
| separētsu-セパレーツ | (dames)kleding die uit afzonderlijke delen bestaat, zodat ze combineerbaar zijn (en apart kunnen worden gekocht) |
| seppaku-雪白 | sneeuwwit; wit als sneeuw; hagelwit; spierwit |
| seppō-説法 | oordeel; commentaar |
| seppuku-切腹 | rituele zelfdoding (m.n. van de krijgselite) in Japan (te voltrekken door met een kort zwaard de buik open te snijden) |
| serekushon-セレクション | keuze; selectie |
| serekuto-セレクト | kiezen; selecteren |
| serekuto・shoppu-セレクト・ショップ | detailhandelszaak die producten van verschillende fabrikanten of merken verkoopt |
| seremonī-セレモニー | ceremonie; ritueel; plechtigheid |
| seren-セレン | selenium; seleen (chem. element) |
| seri-芹 | Japanse peterselie; Java waterdropkruid (Oenanthe javanica) |
| seri-迫り | lift op toneel [podium] |
| serifu-台詞 | (arch.) vurig debateren; onderhandelen |
| serifugeki-台詞劇 | voorstelling [toneelstuk] met alleen gesproken tekst (zonder muziek, dans, etc.) |
| serimochi-迫り持ち | (architectuur) stenen gewelf (ter ondersteuning van een boog) |
| seriotosu-競り落とす | een succesvol [het winnende] bod uitbrengen (op een artikel) |
| seriumu-セリウム | Cerium (een scheikundig element met symbool Ce en atoomnummer 58). |
| sero-セロ | cello (muziekinstrument) |
| serofan-セロファン | cellofaan |
| serohan-セロハン | cellofaan |
| serori-セロリ | bleekselderij; bladselderie (Apium graveolens) |
| seru-セル | cel |
| seru-セル | celluloid |
| serufu-セルフ | zelfbediening |
| serufukea-セルフケア | zelfzorg; voor je eigen gezondheid [geluk] zorgen |
| serufusābisu-セルフサービス | zelfbediening; selfservice; een zelfbedieningswinkel |
| serufu・kontorōru-セルフ・コントロール | zelfbeheersing |
| serufu・taimā-セルフ・タイマー | zelfontspanner (camera) |
| seruriakku-セルリアック | knolselderij |
| serurianburū-セルリアンブルー | hemelsblauw |
| seruroido-セルロイド | celluloid |
| serurōsu-セルロース | cellulose |
| seseribashi-せせり箸 | eetstokjes die worden gebruikt om een beetje te spelen met eten [in het eten zitten te zoeken of prikken] (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| seseru-挵る | een kleine beweging telkens maar blijven herhalen (b.v. met een potlood tegen een tafel tikken) |
| sēsheru-セーシェル | Seychellen |
| seshi-セ氏 | Celsius |
| seshiumu-セシウム | cesium (chem. element) |
| seshū-世襲 | afstamming; afkomst; erfelijkheid |
| sesō-世相 | toestand in de wereld; wereldorde; sociale omstandigheden |
| sessatakuma-切瑳琢磨 | samenwerken met als doel de wederzijdse cultivering van kennis |
| sessatakuma-切磋琢磨 | toewijding; wederzijdse aanmoediging(en); elkaar stimuleren (om het beter te doen) |
| sessha-拙者 | (eerste persoon enkelvoud, in taalgebruik van samoerai e.d.) ik; mij |
| sessha-摂社 | aan een hoofdtempel verbonden (kleinere) tempel |
| sesshi-摂氏 | Celsius (graden) |
| sesshin'e-接心会 | bijeenkomst (voor m.n. zazen) in een (boeddhistische) tempel |
| sesshō-折衝 | onderhandeling(en); gesprekken |
| sesshu-摂取 | absorptie; opname (van voedsel, e.d.); inname |
| sesshusuru-窃取する | stelen; diefstal plegen |
| sessokudōbutsu-節足動物 | geleedpotige (dierkunde) |
| setchakuzai-接着剤 | lijm; kleefstof; hechtmiddel; plakmiddel |
| setchi-設置 | oprichting; instalatie; instelling; stichting |
| setsubi-設備 | uitrusting; voorzieningen; fasciliteiten; materieel |
| setsubigo-接尾語 | achtervoegsel; suffix |
| setsubiji-接尾辞 | achtervoegsel; suffix |
| setsubun-節分 | Setsubun festival (laatste dag van de winter in de maankalender, 3 a 4 febr.; met het ritueel van bonen strooien om boze geesten weg te jagen) |
| setsudan-切断 | het afsnijden; doorsnijden; ontkoppelen |
| setsudansuru-切断する | afsnijden; doorsnijden; uit elkaar halen; loskoppelen |
| setsuden-節電 | electriciteitsbesparing |
| setsudo-節度 | gematigdheid; matiging; standaard; norm; regel(s) |
| setsugi-節義 | morele integriteit; rechtschapenheid; trouw aan principes |
| setsuji-接辞 | (taalkunde) toevoegsel (affix) |
| setsujoku-雪辱 | eerwraak; eerherstel; wraakneming; represaille |
| setsumei-説明 | uitleg; beschrijving; verduidelijking |
| setsumeijimaku-説明字幕 | ondertiteling |
| setsumeisekinin-説明責任 | aansprakelijkheid; verantwoordelijkheid |
| setsumeisuru-説明する | uitleggen; verduidelijken; aantonen |
| setsurin-節臨 | het overschrijven van een passage [versregel] van een originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| setsuwa-説話 | verhaal; vertelling; fabel; legende |
| setsuzei-節税 | (je eigen) belastingvermindering; belastingontwijking |
| setsuzeisuru-節税する | het betalen van belasting ontwijken; proberen zo min mogelijk belasting te betalen |
| setsuzokujoshi-接続助詞 | partikel als voegwoord (ba, ya, ga, te, noni, node, kara, tokoroga, keredomo, kuseni) |
| settei-設定 | oprichting; instelling; vestiging; configuratie |
| setteisuru-設定する | oprichten; vestigen; instellen; configureren |
| settingu-セッティング | instelling; het instellen; kader; achtergrond; omlijsting |
| setto-セット | toestel; apparatuur |
| setto-セット | set; stel; assortiment; garnituur; verzameling |
| setto-セット | het instellen |
| settōgo-接頭語 | voorvoegsel; prefix |
| settōji-接頭辞 | voorvoegsel; prefix |
| settoōru-セットオール | gelijke stand in sets bij tennis, tafeltennis, e.d. (waarna een afsluitende set wordt gespeeld om een winnaar aan te wijzen) |
| settopointo-セットポイント | setpoint (punt dat een set beslist (tennis, tafeltennis, e.d.) |
| setto・sukuramu-セット・スクラム | (rugby) scrum (na het commando: set, mogen de spelers inkomen) |
| sewamono-世話物 | eigentijdse stukken (Edo-periode) in Japanse traditioneel theater (zoals in kabuki, joruri en bunraku) |
| sewanin-世話人 | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| sewashinai-せわしない | onrustig; rusteloos; druk |
| sewasuru-世話する | helpen; zorgen voor |
| sewayaki-世話焼き | tussenpersoon; bemiddelaar; organisator; vertegenwoordiger; conciërge |
| seze-世世 | generaties lang; vele generaties; generatie na generatie |
| sezoku-世俗 | wereldse zaken; het gewone leven; gewoonten en gebruiken |
| sezokuka-世俗化 | secularisatie; ontkerkelijking; verwereldlijking |
| shā-シャー | het (geluid van) blazen; sissen (b.v. van een kat) |
| sha-捨 | (boeddh.) spirituele kalmte [rust], zonder te worden beïnvloed door lijden of vreugde |
| sha-車 | wiel |
| shaashaa-しゃあしゃあ | schaamteloos; brutaal |
| shaba-娑婆 | de wereld buiten de kazernes [gevangenismuren e.d.] |
| shaba-娑婆 | (boeddh.) het aardse leven; de wereld van de stervelingen |
| shaberu-喋る | praten; kletsen; babbelen |
| shaberukaa-シャベルカー | graafmachine; shovel |
| shabondama-シャボン玉 | zeepbel(len) |
| shabudome-しゃぶ止め | (politieterm) parkeerstijl over meerdere parkeervakken, waarbij de bestuurder mogelijk onder invloed is van drugs en de auto schade en deuken heeft |
| shaburu-しゃぶる | sabbelen; zuigen; likken |
| shabushabu-しゃぶしゃぶ | Japans gerecht (aan tafel geserveerd waarbij plakjes vlees met eetstokjes door een pan met bouillon en groenten worden gehaald) |
| shachihokobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shachikobaru-鯱張る | stijf [formeel] zijn |
| shadanhōjin-社団法人 | vereniging; genootschap; gezelschap; verbond; coöperatie |
| shadō・purē-シャドー・プレー | schaduwspel; schimmenspel |
| shafuto-シャフト | schacht (van speer, golfclub, etc.); steel; stok |
| shafutsu-煮沸 | het koken; kooksel |
| shagī・katto-シャギー・カット | kapsel dat in lagen van verschillende lengtes is geknipt |
| shaikaitsūnen-社会通念 | algemeen (maatschappelijk) geaccepteerde ideeën en waarden |
| shain-社員 | werknemer; personeelslid; staflid |
| shain-社員 | aandeelhouder |
| shaji-社寺 | shintō heiligdom [schrijn] en boeddhistische tempel |
| shajiku-車軸 | wielas (bij voertuigen) |
| shakai-社会 | maatschappij; samenleving; gemeenschap; wereld; kring |
| shakaiaku-社会悪 | sociale misstanden; maatschappelijke problemen |
| shakaifuan-社会不安 | sociale ]maatschappelijke] onrust |
| shakaifukushi-社会福祉 | maatschappelijk werk; welzijnswerk; bijstand |
| shakaifukushishi-社会福祉士 | maatschappelijk werker; sociaal werker |
| shakaihoshōseido-社会保障制度 | stelsel van sociale zekerheid |
| shakaijigyō-社会事業 | sociale voorzieningen; maatschappelijk werk; welzijnszorg |
| shakaikōgaku-社会工学 | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| shakaikyōiku-社会教育 | sociaal [maatschappelijk] onderwijs; educatieve activiteiten buiten de school (b.v. in musea, bibliotheken, e.d.) |
| shakaimondai-社会問題 | maatschappelijk probleem [vraagstuk]; sociale kwestie |
| shakaisei-社会性 | saamhorigheidsgevoel; gemeenschapszin |
| shakaiteki-社会的 | maatschappelijk; sociaal |
| shakaitekihiyō-社会的費用 | (economie) maatschappelijke kosten |
| shakaiundō-社会運動 | een sociale [maatschappelijke] beweging |
| shakkanhō-尺貫法 | traditioneel Japans meetsysteem van lengtematen (shaku) en gewichten (kan) |
| shakkei-借景 | tuinarchitectuur waarbij men het omringende, natuurlijke landschap gebruikt als onderdeel van de tuin |
| shakkō-赤口 | (in de traditionele kalender) ongeluksdag; dag die ongeluk brengt behalve tussen de gunstige uren van 11 uur tot 13 uur |
| shakkotsu-尺骨 | ellepijp |
| shakku-赤口 | (in de traditionele kalender) ongeluksdag; dag die ongeluk brengt behalve tussen de gunstige uren van 11 uur tot 13 uur |
| shakkyō-釈教 | de leer [leerstellingen] van Boeddha |
| shakō-斜坑 | tunnel [schacht] in een hellend vlak [berghelling] |
| shako-硨磲 | groot (tweekleppig) schelpdier (Tridacninae) |
| shakō-藉口 | voorwendsel; excuus |
| shakōsei-社交性 | vriendelijkheid; gezelligheid |
| shakuhō-釈放 | vrijlating; invrijheidstelling |
| shakui-爵位 | adel(stand); adellijke rang |
| shakujō-錫杖 | topdeel van de staf (een ring met verschillende kleine ringen eraan) |
| shakujō-錫杖 | boeddhistische gebedszang met de staf als begeleiding |
| shakuru-しゃくる | uitscheppen; opscheppen; (uit)lepelen |
| shakuryō-借料 | huurgeld; pacht |
| shakushi-杓子 | scheplepel; soeplepel |
| shākusukin-シャークスキン | haaienhuid; haaienleer; haaienvel |
| shakusuru-釈する | uitleggen; verklaren; oplossen (raadsel); interpreteren |
| shakuu-杓う | lepelen; scheppen |
| shamen-斜面 | hellend oppervlak; helling; glooiing |
| shamen-赦免 | gratie; kwijtschelding; amnestie; absolutie |
| shamusōseiji-シャム双生児 | een Siamese tweeling |
| shanderia-シャンデリア | kroonluchter; kandelaber |
| shanku-シャンク | schacht; steel; handvat |
| shanku-シャンク | been; onderbeen; schenkel |
| shanku-シャンク | stengel; steel (van plant) |
| shaonheki-遮音壁 | geluidsscherm; geluidswal |
| shappo-シャッポ | hoed; hoofddeksel |
| sharakusai-洒落臭い | schaamteloos; onbeschaamd; brutaal |
| share-洒落 | woordspeling; grapje; mop |
| share-洒落 | stijlvol [elegant; modieus] (gekleed) zijn |
| sharin-車輪 | wiel (van een voertuig) |
| sharyō-車両 | (formeel) voertuig (auto); wagen |
| sharyōkensa-車両検査 | keuring van rijvoertuigen ( auto's, treinstellen, e.d.) |
| shasenhenkō-車線変更 | wisseling van rijbaan [rijstrook] |
| shasetsu-社説 | hoofdartikel (in krant of tijdschrift) |
| shāshī-シャーシー | een metalen frame [kast] van een televisie, radio of ander electronisch apparaat |
| shāshī-シャーシー | een behuizing waarin het moederbord, geheugen, diskettes en andere onderdelen van een computer zijn gemonteerd |
| shāshī-シャーシー | chassis (onderstel van een auto) |
| shāshību-シャーシー部 | chassis deel |
| shāshībuhin-シャーシー部品 | chassis onderdeel |
| shashin-捨身 | (boeddh.) jezelf opofferen voor een hoger doel |
| shashindensō-写真電送 | beeldtelegrafie; faxtransmissie |
| shashin'ya-写真屋 | fotostudio; fotowinkel; fotozaak; fotohandel; fotograaf |
| shashō-社章 | badge [insigne; speld(je)] met het logo van een bedrijf |
| shashu-車種 | automodel |
| shashutsu-射出 | het afschieten (van een pijl, kogel, e.d); (uit)spuiten; uitstralen |
| shatō-シャトー | kasteel; paleis; wijnhuis |
| shatō-社頭 | voor het Shinto-heiligdom; het voorste gedeelte [terrein] van een Shinto-heiligdom |
| shatoru-シャトル | weefspoel; schietspoel |
| shatoru-シャトル | pendeldienst |
| shatoru・basu-シャトル・バス | pendelbus |
| shatō・wain-シャトー・ワイン | kasteelwijn |
| shea-シェア | deel; aandeel; het delen (met elkaar) |
| shea-シェア | marktaandeel |
| shēbā-シェーバー | (elektrisch) scheerapparaat |
| shēkuhando-シェークハンド | shakehand greep (bij tafeltennis) |
| shēkuhando・gurippu-シェークハンド・グリップ | shakehand greep (bij tafeltennis) |
| shēma-シェーマ | schema; plan; model |
| sheru-シェル | schelp |
| sheru-シェル | hard omhulsel; dop |
| sheru-シェル | shell (computerinterface) |
| sherutā-シェルター | toevluchtsoord; schuilkelder; bunker; schuilplaats; opvang |
| shi-姉 | erend achtervoegsel voor een vrouw van gelijke of hogere status |
| shi-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shi-紙 | woord gebruikt om kranten te tellen |
| shiageru-仕上げる | afmaken; afhandelen; voltooien |
| shiaijō-試合場 | ring; sportveld; speelveld; stadion |
| shian-思案 | overdenking; overweging; reflectie; bespiegeling; beschouwing |
| shian-私案 | iemands (persoonlijke) plan [voorstel] |
| shiawase-幸せ | geluk |
| shiba-柴 | rijshout; sprokkelhout; brandhout |
| shibachi-芝地 | grasveld |
| shibafu-芝生 | gazon; grasveld |
| shibagaki-柴垣 | eenvoudige omheining gemaakt van geweven kreupelhout |
| shibahara-芝原 | grasveld; weide |
| shibai-芝居 | toneelstuk; drama; show |
| shibakari-柴刈り | het sprokkelen van brandhout |
| shibashiba-屢 | vaak; regelmatig; herhaald |
| shibe-稭 | de kern [middelste stengel] van een gedroogde rijstplant [rijststro] |
| shibe-蕊 | voortplantingsorganen van een plant (stamper en meeldraad) |
| shibi-鴟尾 | decoratieve tegel in de vorm van een vissenstaart (op beide uiteinden van de nokbalk van oude paleizen en tempels in Japan en China) |
| shibire-痺れ | verlamming; verstijving; gevoelloosheid |
| shibiregusuri-痺れ薬 | verdovingsmiddel |
| shibirenamazu-痺れ鯰 | siddermeerval (Malapterurus electricus) |
| shibireru-痺れる | gevoelloos worden; het slapen van ledematen (tintelend gevoel door beknelling) |
| shibiretake-痺れ茸 | Psilocybe venenata (paddenstoelensoort) |
| shibireunagi-痺れ鰻 | sidderaal (Electrophorus electricus) |
| shibirian・kontorōru-シビリアン・コントロール | civiele [burgerlijke] controle over het leger |
| shibiru・minimamu-シビル・ミニマム | civiel minimum (minimum levensstandaard voor burgers in steden) |
| shibo-皺 | plooi; ribbel; vezelrichting (van stof); nerf; kreukel |
| shibo-私募 | verkoop van aandelen buiten de beurs om (aan klein aantal potentiële investeerders) |
| shibō-脂肪 | vet; reuzel; olie; spek |
| shibomu-萎む | verwelken; verschrompelen; leeglopen |
| shiboriageru-絞り上げる | de stem verheffen; iemand uitschelden |
| shiboriben-絞り弁 | regelklep; smoorklep |
| shiborizome-絞り染め | tie-dye (techniek waarmee men textiel van een patroon voorziet, door de stof te knopen voor het verven) |
| shibu-市部 | stadsdeel; stadswijk; stedelijk gebied |
| shibu-支部 | bijkantoor; tak; onderafdeling; lokale afdeling |
| shibugami-渋紙 | Japans papier behandeld met gefermenteerd sap van onrijpe kaki's waardoor het bruin, waterbestendig en stevig wordt |
| shibui-渋い | scherp; hard (geluid) |
| shibuiro-渋色 | taan; taankleur (geelbruin) |
| shibuki-飛沫 | spetter; spat; druppel |
| shibumi-渋み | ingetogen [eenvoudige] elegantie (zonder opsmuk) |
| shibun-死文 | dode letter (een wet [regeling] die niet meer geldt [geen waarde of toepassing meer heeft) |
| shiburibara-渋り腹 | tenesmus; (pijnlijke) stoelaandrang |
| shiburoku-四分六 | verdeling [verhouding] van 4-6 [40% - 60%] |
| shibutoi-しぶとい | taai; vasthoudend; onverzettelijk; volhardend; koppig; eigenwijs |
| shibutsu-死物 | een (dood; levenloos) voorwerp [ding]; een nutteloos voorwerp [ding] |
| shibyō-死病 | een fatale [dodelijke] ziekte |
| shichfukujin-七福神 | de 7 geluksgoden uit de Japanse mythologie (Hotei, Jurōjin, Fukurokuju, Bishamonten, Benzaiten, Daikokuten, en Ebisu) |
| shichi-七 | veel; vele(n) |
| shichi-七 | (telw.) zeven |
| shichi-質 | onderpand; borg; garantie; belofte |
| shichidōgaran-七堂伽藍 | (boeddh.) de zeven hoofdgebouwen van een tempelcomplex (hoofdzaal, pagode, gehoorzaal, klokkentoren, opslaghuis van soetra's, eetzaal en slaapzaal) |
| shichifukujin-七福神 | de 7 geluksgoden (Daikokuten, Ebisu, Bishamonten, Benzaiten, Fukurokuju, Jurōjin en Hotei) |
| shichigochō-七五調 | afwisselende regels van 7 -en 5 lettergrepen (in Japanse poëzie zoals tanka en haiku) |
| shichigon-七言 | Chinees gedicht waarbij elke regel uit 7 karakters bestaat |
| shichigosan-七五三 | (lett. zeven-vijf-drie) een traditioneel Japans festival op 15 november, voor meisjes van drie en zeven jaar oud en jongens van vijf jaar oud |
| shichigusa-質草 | onderpand; verpand artikel |
| shichihenge-七変化 | een Kabuki dans waarbij de acteur zeven keer van kostuum wisselt |
| shichihenge-七変化 | (andere naam voor) de wisselbloem (Lantana camara) |
| shichiire-質入れ | verpanding; belening; het iets verpanden [belenen] |
| shichimendō-七面倒 | iets dat buitengewoon lastig [vervelend; vermoeiend] is |
| shichimitōgarashi-七味唐辛子 | mengsel van 7 kruiden (o.a. chilipeper) |
| shichinan-七難 | 7 [vele] fouten [onvolkomenheden] |
| shichinan-七難 | (boeddh.) 7 soorten rampen [ongeluk] |
| shichirin-七輪 | aardewerken kacheltje [houtskoolgrill] |
| shichisan-七三 | een verdeling [verhouding] van 7-3 [70%-30%] |
| shichiseki-七赤 | 7de van de 9 astrologische tekens in de Onmyōdō kosmologie (horoscoop en waarzeggerij; verwant aan planeet Venus, windrichting west en element metaal) |
| shichitenbattō-七転八倒 | ondraaglijke pijn lijden; kronkelen van de pijn |
| shichiyō-七曜 | een familiewapen (bestaande uit zes kleine cirkels rond een centrale cirkel) |
| shichiyō-七曜 | de zeven hemellichamen Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus, zon en maan) |
| shichō-視聴 | het beluisteren en bekijken (film, video, e.d.) |
| shichō-試聴 | het beluisteren van muziek (b.v. cd's) voor het te kopen |
| shichū-シチュー | stoofpot; stoofschotel |
| shichū-死中 | doodsgevaarlijke [levensgevaarlijke; hachelijke] situatie |
| shichūginkō-市中銀行 | handelsbank; stadsbank |
| shichūkinri-市中金利 | geldmarktrente; open marktrente |
| shidai-四大 | (boeddha.) de vier elementen (aarde, water, vuur en wind) |
| shidai-四大 | het menselijk lichaam |
| shidai-四大 | (taoïsme) de vier grote dingen: Tao, Hemel, Aarde en Koning |
| shidaigenso-四大元素 | de vier klassieke elementen (water, aarde, lucht en vuur) |
| shidaini-次第に | geleidelijk aan; langzamerhand; beetje bij beetje; stukje voor stukje |
| shidaini-次第に | op volgorde; om de beurt; beurtelings |
| shidareru-枝垂れる | (laten) hangen; bungelen |
| shidashi-仕出し | bijrol; figurantenrol (toneel, etc.) |
| shidashi-仕出し | catering (het leveren van gerechten op bestelling) |
| shide-四手 | zigzagvormige papieren slingers, gebruikt bij Shinto-rituelen |
| shiden-師伝 | het onderricht van de meester aan zijn leerlingen [volgelingen]; onderricht [les] krijgen van de meester zelf |
| shiden-紫電 | fel licht; glinstering van een (scherp) zwaard |
| shīdo-シード | (sport) rang [plaatsing] van een speler |
| shidō-市道 | stadsweg; straat; gemeentelijke weg; weg binnen de bebouwde kom |
| shidō-市道 | straat in een handelswijk [zakenwijk] |
| shidō-指導 | advies; raad; instructie; begeleiding |
| shidō-斯道 | het goede [rechtvaardige] pad; de menselijke manier [aanpak] |
| shido-示度 | (van een meetinstrument) de afgelezen stand [waarde] |
| shidō-祠堂 | in huis de plek waar de zielen van voorouders worden geëerd; in (boeddh.) tempels de plek met gedenkplaten voor familieleden van de locale bevolking |
| shidō-祠堂 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
| shidōan-指導案 | leerbegeleidingsplan; onderwijsbegeleidingsplan |
| shidōgenri-指導原理 | leidend principe [grondbeginsel]; richtlijn; leidraad |
| shidōhōshin- 指導方針 | leidend principe [grondbeginsel]; richtlijn; leidraad |
| shidokoro-為所 | geschikt moment [goede gelegenheid] om (iets) te doen |
| shidōkyōyu-指導教諭 | een leraar die niet alleen lesgeeft aan scholieren en studenten, maar ook andere leraren begeleidt |
| shidōsen-祠堂銭 | monetaire donaties voor ceremonies voor voorouders en om de tempelgebouwen in stand te houden |
| shidōshuji-指導主事 | begeleider in het (school)onderwijs; docenten begeleider [adviseur] |
| shiei-市営 | gemeentelijk beheer [exploitatie] |
| shieki-使役 | tewerkstelling; werk; gebruik; dienst |
| shieki-私益 | privé [particulier] belang |
| shiensuru-支援する | (onder)steunen; helpen; bijstaan |
| shieshie-シエシエ | bedankt; dank u [je] wel |
| shīfūdo-シーフード | eetbare zeevis en schaal- en schelpdieren |
| shifuku-私服 | burgerkleding; in burger; in civiel |
| shifuto-シフト | schakeling (n een auto) |
| shifuto-シフト | verschuiving; verplaatsing; wisseling van positie (honkbal) |
| shigai-死骸 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shigaichi-市街地 | stadswijk; stadsdeel vol gebouwen met weinig groen |
| shigaidenwa-市外電話 | interlokaal (telefoon)gesprek |
| shigaikyokuban-市外局番 | netnummer; kengetal (telefonie) |
| shigaku-歯学 | tandheelkunde |
| shigaku-詩学 | Poëtica (leerboek over de dichtkunst van Aristoteles) |
| shigaku-詩学 | poëtica; theorie van de dichtkunst; poëzieleer |
| shigan-此岸 | deze oever; deze wereld |
| shigarami-柵 | obstakel; belemmering |
| shigarami-柵 | ketting; keten; schakel; verbinding |
| shigeki-史劇 | historiestuk; historisch drama [toneelstuk] |
| shigeki-詩劇 | versdrama; poëtisch drama [toneelstuk] |
| shigekisei-刺激性 | stimulerende [prikkelende; irriterende] eigenschap |
| shigemi-茂み | struikgewas; kreupelhout |
| shigen-至言 | een waar woord; goed gezegde; toepasselijke [juiste] beschrijving |
| shigeru-茂る | welig tieren; dichtbegroeid zijn [worden]; overwoekeren |
| shigeshige-繁繁 | heel vaak; frequent; regelmatig; herhaaldelijk |
| shigi-市議 | gemeenteraadslid; wethouder; (in België) schepen |
| shigi-鴫 | snip; zandloper (vogel, Scolopacidae) |
| shigin-市銀 | handelsbank; stadsbank |
| shigō-諡号 | postuum toegekende naam [titel] |
| shigokinshi-私語禁止 | praatverbod (in instellingen zoals gevangenissen, e.d.) |
| shihan-四半 | een kwart; vierde (deel) |
| shihanbun-四半分 | een kwart; een vierde deel |
| shihei-紙幣 | papiergeld; bankbiljet |
| shihō-至宝 | (fig.) juweel; parel; toonbeeld; voorbeeld |
| shihōkaibō-司法解剖 | gerechtelijke lijkschouwing [autopsie] |
| shihon-紙本 | tekst, afbeelding of kalligrafie op papier |
| shihon-資本 | (geld) kapitaal; fondsen |
| shihonkin-資本金 | aandelenkapitaal; geïnvesteerd vermogen |
| shihōshiken-司法試験 | balie-examen (examen dat een advocaat moet afleggen om te worden toegelaten tot de balie van een rechtsgebied) |
| shihōshoshi-司法書士 | gerechtsgriffier; gerechtelijk ambtenaar |
| shihyakushibyō-四百四病 | elk soort ziekte; alle verschillende ziekten |
| shihyō-師表 | toonbeeld; model; goed voorbeeld |
| shihyō-師表 | iemand met een voorbeeldfunctie |
| shii-私意 | eigenzinnigheid; egoïsme; zelfzuchtigheid |
| shiin-私印 | persoonlijk zegel; privé zegel |
| shiina-粃 | onrijpe rijst [graan]; lege graankorrel; kaf |
| shiira-シイラ | (Coryphaena hippurus) goudmakreel; dolphinfish; mahimahi; dorado |
| shiiresaki-仕入れ先 | leverancier; groothandelaar; grossier |
| shiiru-誣いる | vals beschuldigen; belasteren |
| shiisosan-尸位素餐 | er de kantjes aflopen; niet alles doen waar men wel voor wordt betaald |
| shiitake-椎茸 | shiitake (paddenstoel: Lentinula edodes) |
| shiite-強いて | met dwang [geweld] |
| shiji-支持 | steunsel; stut |
| shiji-私事 | een persoonlijke [privé] zaak; persoonlijke aangelegenheid |
| shijimi-蜆 | corbicula, tweekleppig schelpdier |
| shijin-士人 | (hist.) een intellectueel met een confucianistische opleiding |
| shijin-士人 | een geleerd en deugdzaam persoon; een persoon met een hoge opleiding of status |
| shijō-紙上 | op papier ((nog) niet in werkelijkheid) |
| shijōkinrirendōgatayokin-市場金利連動型預金 | aan de marktrente gekoppelde deposito; deposito tegen marktrente |
| shijōsen'yūritsu-市場占有率 | marktaandeel |
| shijōshin -至上神 | Oppergod; opperwezen; de hoogste god in een religie |
| shijōshinri-市場心理 | marktsentiment; stemming onder de deelnemers aan de aandelenmarkt |
| shijōshōheki-市場障壁 | drempel voor toetreding tot de markt; marktbarrière |
| shijū-始終 | de hele tijd; van begin tot eind; altijd |
| shijuku-私塾 | een particuliere onderwijsinstelling [school] |
| shijūshō-四重唱 | vocaal kwartet; vierdelig koor |
| shika-しか | (met ontkenning, drukt uit een intentie of beperking) slechts; enkel; alleen |
| shika-歯科 | tandheelkunde |
| shika-雌花 | vrouwelijke bloem; stamperbloem (bloem met alleen een stamper) |
| shikabane-屍 | (mensen)lijk; stoffelijk overschot |
| shikaeshi-仕返し | wraakneming; vergelding |
| shikai-四海 | (binnen de vier zeeën, d.w.z.) de hele wereld |
| shikai-視界 | gezichtsveld |
| shikakehin-仕掛品 | onderhanden werk (term in de financiële administratie voor producten die nog niet gereed zijn en waarvoor nog geen factuur gestuurd is) |
| shikakushimen-四角四面 | vierkant [stijf; star; vormelijk; serieus; formeel] zijn |
| shikan-止観 | (afkorting van makashikan) Mohe Zhiguan, een belangrijke Chinese boeddhistische tekst |
| shikan-止観 | (Tendai boeddhisme) meditatie waarbij de geest zich concentreert op een enkel object, zonder afleidende gedachten |
| shikan-私感 | persoonlijke indruk [mening]; persoonlijk gevoel |
| shikan-詩巻 | dichtbundel; gedichtenbundel; poëziebundel |
| shikansetsu-指関節 | vingergewricht; knokkel |
| shikaraba-然らば | tot ziens; vaarwel |
| shikarubeki-然るべき | geschikt; toepasselijk; juist |
| shikata-仕方 | manier van doen; handelwijze |
| shikatabanashi-仕方話 | gesticulatie; het praten en tegelijk gebaren maken; spreken met veel lichaamstaal |
| shikataganai-仕方がない | er is niets aan te doen; het helpt niets; het is onvermijdelijk |
| shikatanai-仕方ない | er is niets aan te doen; het helpt niets; het is onvermijdelijk |
| shikei-私刑 | lynchen; lynchpartij; bestraffing zonder gerechtelijk proces |
| shikekomu-しけ込む | zich ergens terugtrekken; zichzelf opsluiten [afzonderen] |
| shiki-始期 | (jur.) begintermijn (voor een rechtshandeling) |
| shikibi-式微 | (formele term) neergang; verval; achteruitgang |
| shikichi-敷地 | perceel; (bouw)terrein |
| shikii-敷居 | drempel; dorpel |
| shikiji-式次 | programmering [programma; volgorde] van ceremonies [rituelen] |
| shikiji-識字 | geletterdheid; alfabetisme; vermogen om te lezen en schrijven |
| shikijiritsu-識字率 | alfabetiseringsgraad; graad van geletterdheid |
| shikijōkyō-色情狂 | erotomanie; hyperseksualiteit; abnormaal seksueel verlangen |
| shikikan-色感 | kleurgevoel |
| shikikan-色環 | kleurencirkel |
| shikin-資金 | fonds(en); kapitaal; financiële middelen |
| shikinbusoku-資金不足 | onvoldoende (monetaire) middelen; gebrek aan fondsen [geld; kapitaal] |
| shikingen-資金源 | financieringsbron; geldbron |
| shikinguri-資金繰り | fondsenwerving; geldinzameling; financiering |
| shikinhikidashi-資金引き出し | geldopname (uit fonds) |
| shikinseki-試金石 | toetssteen (steen gebruikt om het gehalte van edelmetalen vast te stellen) |
| shikinsenjō-資金洗浄 | het witwassen (van geld) |
| shikirini-頻りに | vaak; herhaaldelijk; regelmatig |
| shikiru-仕切る | afscheiden; splitsen; verdelen |
| shikisha-識者 | een goed geïnformeerd [intelligent; hoogopgeleid] persoon |
| shikishima-敷島 | (hist.). gebied bijna gelijk aan de huidige Nara prefectuur |
| shikisō-色相 | kleurencirkel |
| shikisokuzekū-色即是空 | vorm [materie] is leegte (boeddhisme); alles is ijdelheid |
| shikitari-仕来たり | traditie; gewoonte; conventie; gebruikelijke [vaste] praktijk |
| shikkei-失敬 | jatten; klauwen; gappen; achteroverdrukken; stelen |
| shikkei-失敬 | onbeleefd; onbeleefdheid |
| shikkō-失効 | ongeldigheid; verlies van effectiviteit [geldigheid]; het verlopen [vervallen] |
| shikkōyaku-執行役 | uitvoerend functionaris [bestuurder; manager] (belast met de bedrijfsvoering) |
| shikkōyūyo-執行猶予 | voorwaardelijke veroordeling[gevangenisstraf]; opschorting; schorsing; uitstel van executie |
| shikku-シック | chic; deftig; elegant |
| shikō-志向 | intentie; bedoeling; doel; oriëntatie |
| shikō-施行 | handhaving; uitvoering; toepassing; inwerkingstelling |
| shikokuhachijūhakkasho-四国八十八箇所 | de 88 tempels van de Shikoku pelgrimage |
| shikome-醜女 | vrouwelijke demoon |
| shikon-士魂 | de ziel van een samoerai |
| shikon-歯根 | tandwortel |
| shikon-詩魂 | dichterlijk gemoed; gevoel voor poezie |
| shikona-醜名 | (四股名) ringnaam; de professionele naam van sumoworstelaars |
| shikori-痼り | knobbel (b.v. in de borst); spierknoop |
| shikoro-錏 | (afk. voor) Shikoro-dak (dakvorm van m.n. Japanse tempels) |
| shikoro-錏 | nekbeschermende delen [platen] van een Japanse samoeraihelm |
| shikoroyane-錣屋根 | Shikoro-dak (dakvorm van twee lagen van m.n. Japanse tempels) |
| shikōsakugo-試行錯誤 | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |
| shikotama-しこたま | veel; een grote hoeveelheid |
| shiku-詩句 | dichterlijke bewoording; dichtregel; strofe |
| shikuhakku-四苦八苦 | ellende; leed; angst; verdriet; pijn; grote tegenspoed |
| shikyoku-支局 | bijkantoor; plaatselijk filiaal |
| shikyū-支給 | levering; (in geld of goederen) vergoeding; betaling |
| shikyūdenpō-至急電報 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
| shimaaji-縞鰺 | Nieuw-Zeelandse horsmakreel |
| shimadai-島台 | decoraties (van dennentakken, bamboe, etc., symboliserend het eiland van de eeuwige jeugd) bij een huwelijk of andere ceremonie |
| shimahebi-縞蛇 | Japanse (gestreepte) rattenslang (Elaphe quadrivirgata) |
| shimanagashi-島流し | (heden) [gedwongen] overplaatsing naar een andere afdeling in een organisatie; een vorm van demotie |
| shimanagashi-島流し | (historisch) verbanning naar een afgelegen eiland of een plaats ver weg |
| shimaru-絞まる | smoren; verstikken; afgekneld worden |
| shimau-仕舞う | (voorafgegaan door een werkwoord in de te-vorm) (iets) afronden [helemaal afmaken] (vaak met de connotatie dat het helaas niet meer |
| shimayama-島山 | berg op een eiland; eiland dat voor het grootste deel wordt gevormd door een berg |
| shime-締め | bundeling; het (vast)binden |
| shimeitōhyō-指名投票 | hoofdelijke stemming |
| shimeitsūwa-指名通話 | een persoonlijk gesprek (telefoon) |
| shimensoka-四面楚歌 | (van alle kanten) omringd [omgeven] zijn door vijanden; verraden [in de steek gelaten] zijn |
| shimesu-示す | laten zien; tonen; aanwijzen; tentoonstellen |
| shimideru-滲み出る | wegsijpelen; lekken; doorsijpelen; doorweken |
| shimin-市民 | stedeling; inwoner; burger |
| shimizu-清水 | helder [schoon] water; bronwater |
| shimogare-霜枯れ | het verwelken en verschrompelen van planten door vorst |
| shimogoe-下肥 | mest (gemaakt van menselijke uitwerpselen) |
| shimohanki-下半期 | het tweede halfjaar; de tweede helft van het (fiscale) jaar |
| shimonoku-下の句 | de laatste twee regels van een wake [tanka; renga] gedicht |
| shimote-下手 | het onderste deel; stroomafwaarts (rivier) |
| shimote-下手 | de rechterkant van het toneel [podium] |
| shīn-シーン | (film; theater) scène; tafereel |
| shin-瞋 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| shina-しな | (achtervoegsel) op het moment; na; toen |
| shina-品 | artikel; goederen; waren |
| shina-支那 | China (een oude benaming, werd in oorlogstijden ook wel denigrerend gebruikt) |
| shinabiru-萎びる | verschrompelen; verwelken |
| shinadama-品玉 | goocheltrucs |
| shinadareru-撓垂れる | (neer)hangen; afhangen; bungelen |
| shinagaki-品書き | inventarislijst; boedelbeschrijving; catalogus |
| shinagire-品切れ | uitverkocht [niet op voorraad] zijn (van artikelen) |
| shinaidenwa-市内電話 | lokaal (telefoon)gesprek |
| shinajina-品品 | allerlei dingen [artikelen; goederen] |
| shinamon-シナモン | kaneelboom (Cinnamomum zeylanicum) |
| shinamon-シナモン | kaneel (kruid van de bast van de kaneelboom) |
| shinamono-品物 | artikel; goederen; waren |
| shinapusu-シナプス | synaps; schakelpunt |
| shinasadame-品定め | beoordeling; inschatting; oordeel; commentaar; kritiek |
| shinasoba-支那蕎麦 | Chinese soba-noedels |
| shinausukabu-品薄株 | schaarste [tekort] aan aandelen |
| shinayaka-しなやか | elegant; verfijnd; sierlijk |
| shinayaka-しなやか | flexibel; soepel; elastisch |
| shinbatsu-神罰 | goddelijke straf [vergelding; wraak van de goden |
| shinbi-審美 | gevoel voor schoonheid; esthetisch gevoel voor het onderscheiden van schoonheid |
| shinbigan-審美眼 | oog voor schoonheid; schoonheidsgevoel |
| shinbō-心棒 | as (van een wiel); spil; schacht; stang; stift; steel |
| shinbō-神謀 | goddelijk plan |
| shinboku-親睦 | vriendelijkheid voor elkaar; wederzijdse vriendschap |
| shinbunkiji-新聞記事 | krantenartikel |
| shinbutsu-神物 | bovenzinnelijk [transcendent] voorwerp (met verborgen krachten); talisman |
| shinbutsubunri-神仏分離 | (1868) de scheiding van Shinto en Boeddhisme (van shinto goden en boeddha's, van boeddhistische tempels en shinto heiligdommen) |
| shinchintaisha-新陳代謝 | metabolisme; stofwisseling |
| shinchō-伸張 | uitbreiding (van macht, invloed; handel, etc.); uittrekking; verlenging |
| shinchū-真鍮 | messing; (geel)koper |
| shindai-身代 | geluk; rijkdom; voorspoed; bezit |
| shindansuru-診断する | diagnosticeren; een diagnose stellen |
| shinden-新田 | nieuw ontgonnen [tot ontwikkeling gebracht] (rijst)veld |
| shinden-神殿 | tempel |
| shinden-神田 | een rijstveld bij [van] een heiligdom (waar de opbrengst heengaat) |
| shinden-親電 | een telegram verzonden door een staatshoofd [vorst; keizer] |
| shindenzu-心電図 | elektrocardiogram; ECG; hartfilmpje |
| shindeshi-新弟子 | nieuwe beroepsworstelaar (sumo) |
| shindō-新道 | nieuw aangelegde weg |
| shindo-震度 | de intensiteit van een aardbevingsbeweging op een bepaald punt (volgens de seismische schaalverdeling in Japan uitgedrukt in de getallen 1 tot 7) |
| shindōgenso-親銅元素 | chalcofiel element |
| shinerama-シネラマ | cinerama; breedbeeldfilm |
| shinesain-シネサイン | lichtreclamebord met bewegend beeld |
| shingai-心外 | vervelend [ergerlijk; hinderlijk; storend; teleurstellend; onaangenaam] zijn |
| shingai-震駭 | ontzetting; ontsteltenis; schok; schrik |
| shingaki-真書き | een dun schrijfpenseel |
| shingaku-神学 | (studie) theologie; godgeleerdheid |
| shingan-真贋 | echtheid of onechtheid; waarheid of onwaarheid; authenticiteit of valsheid; origineel of imitatie |
| shingata-新型 | nieuw model [type]; nieuwe stijl |
| shingeki-新劇 | nieuw [Westers] soort theater [toneel]; nieuwe manier van acteren |
| shinguru-シングル | één enkele |
| shinguruhaba-シングル幅 | enkele breedte; enkelbreed (van stoffen, ca. 71 cm) |
| shingurusu-シングルス | (tennis, badminton, etc.) enkelspelen |
| shingurusu-シングルス | alleenstaanden; vrijgezellen |
| shingurusu-シングルス | enkele muzieknummers (oude 45 toeren platen) |
| shinifie-シニフィエ | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shinihaji-死に恥 | een oneervolle [schandelijke] dood |
| shiniisogu-死に急ぐ | zich haasten naar de dood; snel op weg zijn naar de dood; op weg naar een voortijdige dood zijn |
| shinise-老舗 | winkelonderneming met een lange geschiedenis, die van generatie op generatie wordt voortgezet |
| shinizokonai-死に損ない | oude sukkel; seniele oude man |
| shinizokonai-死に損ない | zelfmoordpoging (zonder succes) |
| shinja-信者 | gelovige; aanhanger; volgeling |
| shinji-神事 | eredienst en rituelen voor shinto goden |
| shinjikēto-シンジケート | syndicaat; coalitie van bedrijven; belangenvereniging |
| shinjin-新人 | nieuweling; nieuwkomer; nieuw lid; rekruut; novice; groentje |
| shinjin-神人 | een nobel [goddelijk] persoon; iemand met spirituele krachten |
| shinjiru-信じる | (iem. of iets) geloven |
| shinjitai-新字体 | nieuwe (vereenvoudigde) vorm van Japanse kanji schriftstijl (na de hervorming in 1949 met de instelling van de Toyo kanji-tabel) |
| shinjitsu-真実 | waarheid; werkelijkheid |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee geliefden |
| shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
| shinjū-心中 | (figuurlijk) je verplicht voelen je lot te verbinden aan een ander (of aan het bedrijf of de organisatie waar je werkt) |
| shinju-真儒 | een goede [ware] geleerde; een echte confucianist |
| shinju-真珠 | parel |
| shinjusō-真珠層 | parelmoer; paarlemoer |
| shinkā-シンカー | (honkbal) een snelle bal die naar beneden en naar de binnenkant afbuigt |
| shinka-心火 | (brandende) gevoelens van wrok [jaloezie] |
| shinka-進化 | evolutie; ontwikkeling; vooruitgang |
| shinkabu-新株 | nieuw (uitgegeven) aandeel |
| shinkabuyoyakuken-新株予約権 | optierecht (op nieuwe aandelen); aandelenoptierecht |
| shinkaku-神格 | goddelijke status; goddelijkheid; godheid |
| shinkanazukai-新仮名遣い | de nieuwe kana schrijfwijze [spelling]; de nieuwe regels voor het gebruik van kana, met name de regels zoals vastgesteld door het kabinet in 1964 |
| shinkansen-新幹線 | hoge snelheidstrein (TGV; Eng.: bullet train) |
| shinkaron-進化論 | evolutietheorie; evolutieleer |
| shinkasuru-進化する | evolueren; ontwikkelen; vooruitgaan |
| shinkei-神経 | gevoeligheid |
| shinkeikei-神経系 | zenuwstelsel |
| shinkeisaibō-神経細胞 | zenuwcel; neuron |
| shinkeisen'i-神経線維 | zenuwvezel |
| shinkeisoshiki-神経組織 | zenuwweefsel |
| shinken-神剣 | het goddelijke zwaard (een van de 3 heilige kostbaarheden van Japan (spiegel, zwaard en juwelen) |
| shinken-神権 | het goddelijk recht |
| shinkensha-親権者 | ouderlijk gezaghebbende; voogd; wettelijk vertegenwoordiger |
| shinkenshōbu-真剣勝負 | een gevecht met echte zwaarden; een spel dat serieus gespeeld wordt |
| shinketsu-心血 | (fig.) hartenbloed; levensvocht; hart en ziel |
| shinki-心気 | mentaliteit; stemming; sentiment; gevoel |
| shinkigenso-親気元素 | atmofiel element (b.v. waterstof; stikstof) |
| shinkijiku-新機軸 | innovatie; origineel idee; nieuwe start |
| shinkinshō-真菌症 | schimmelinfectie; mycose |
| shinkirō-蜃気楼 | luchtspiegeling; fata morgana |
| shinkō-信仰 | geloof; geloofsovertuiging; religie |
| shinkō-新興 | nieuwe ontwikkeling; het opnieuw opbloeien [opkomen; herrijzen] |
| shinkō-親交 | vriendschap; vriendschappelijke betrekkingen |
| shinkōkoku-新興国 | ontwikkelingsland |
| shinkoku-申告 | verklaring; mededeling; aangifte (belasting, e.d.) |
| shinkon-新婚 | een pas getrouwd echtpaar [stel] |
| shinkon-身魂 | ziel; lichaam en geest |
| shinkonryokō-新婚旅行 | huwelijksreis |
| shinkōshūkyō-新興宗教 | een (nieuwe) religieuze sekte |
| shinkotchō-真骨頂 | oorspronkelijke [ware; echte] verschijning [vorm; waarde] |
| shinku-シンク | gootsteen; spoelbak |
| shinkui-身口意 | (in Boeddhisme) een woord voor het menselijk handelen, n.l. doen, spreken en denken (lett. lichaam, mond en geest) |
| shinkūkan-真空管 | vacuümbuis; elektronenbuis (ook wel radiobuis of radiolamp) |
| shinkun-神君 | een vorst die (voor het land) verdienstelijk is |
| shinkyō-信教 | geloof; religie; godsdienst |
| shinmai-新米 | beginneling; beginner; nieuweling; novice |
| shinmei-神明 | (goddelijke) deugdzaamheid |
| shinmei-神明 | god; godheid; de goden van hemel en aarde |
| shinmei-神明 | de menselijke ziel [geest] |
| shinmichi-新道 | een nieuw aangelegde weg |
| shinmiri-しんみり | somber; troosteloos; gedeprimeerd |
| shinmiri-しんみり | vertrouwelijk; intiem |
| shinmitsu-親密 | nauwe [hechte] relatie |
| shinmosu-新モス | nieuwe mousseline |
| shinmosurin-新モスリン | nieuwe mousseline |
| shinnā-シンナー | (Eng.: thinner) verdunningsmiddel; verfverdunner |
| shinnen-信念 | overtuiging; geloof |
| shinnin-新任 | nieuwe benoeming [aanstelling] |
| shinninjō-信任状 | geloofsbrief; referentie |
| shinnyo-信女 | achtervoegsel voor de postume Boeddhistische naam van een vrouw |
| shinnyū-侵入 | betreding zonder toestemming (van prive terrein, of verboden terrein); wederrechtelijke betreding |
| shinobiwarai-忍び笑い | gegiechel; gegniffel; onderdrukt gelach; binnenpretje |
| shinohai-死の灰 | (dodelijke) radioactieve neerslag; fall-out |
| shinōkōshō-士農工商 | de vier klassen van het feodale Japan, krijgers [samoerai], boeren, ambachtslieden en handelaren |
| shinpan-審判 | oordeel; vonnis |
| shinpi-神秘 | mysterie; raadsel; geheim |
| shinpin-新品 | nieuw artikel [product] |
| shinpin-神品 | (christelijk-orthodoxe kerk) het priesterschap |
| shinpōsha-信奉者 | volgeling; gelovige; belijder (van een geloof of godsdienst) |
| shinpuku-信服 | geloof; overtuiging |
| shinpukusuru-信服する | geloven in; overtuigd zijn; navolgen |
| shinpuru-シンプル | simpel; eenvoudig |
| shinpyō-信憑 | vertrouwen; geloof |
| shinpyōsei-信憑性 | geloofwaardigheid; betrouwbaarheid |
| shinrai-信頼 | vertrouwen; geloof |
| shinrei-心霊 | geest; ziel; spook |
| shinrei-振鈴 | het geluid [het luiden] van een bel [klok] |
| shinri-心理 | geestestoestand; geestesgesteldheid |
| shinri-心裏 | innerlijk gevoel; gedachte |
| shinrinkankyōzeigaku-森林環境税額 | bos-milieubelasting; milieubelasting voor bosbeheer |
| shinrinyoku-森林浴 | (lett. bos baden) tot rust komen [relaxen] in het bos |
| shinrui-親類 | familielid; (bloed)verwant(e) |
| shinryō-新涼 | de nieuwe (eerste) koelte van het begin van de herfst |
| shinryō-診療 | medisch onderzoek; medische behandeling |
| shinsei-神性 | goddelijkheid; godheid; goddelijke aard |
| shinseihin-新製品 | nieuw product [artikel] |
| shinseinin-申請人 | aanvrager; aanmelder |
| shinseisha-申請者 | aanvrager; aanmelder |
| shinseisho-申請書 | aanvraagformulier; aanmeldformulier |
| shinsekai-新世界 | de Nieuwe Wereld |
| shinseki-親戚 | familierelatie; familiekring; familielid |
| shinsekigenso-親石元素 | lithofiel element |
| shinsen-新選 | (op)nieuw samengesteld [geselecteerd; bewerkt] zijn |
| shinsen-神仙 | een god; een (Taoïstische) onsterfelijke |
| shinsensenmō-振戦せん妄 | delirium tremens |
| shinsetsu-新設 | oprichting; stichting; instelling |
| shinsetsu-親切 | vriendelijkheid |
| shinsetsushin-親切心 | goedheid; vriendelijkheid |
| shinsha-深謝 | diepe dankbaarheid; hartelijk dank |
| shinshasuru-深謝する | hartelijk bedanken; hartelijke dank betuigen |
| shinshi-真摯 | eerlijk [oprecht; doelbewust; vastberaden; serieus] zijn |
| shinshi-進士 | (Nara-Heian periode in Japan) iemand die na een overheidsexamen in het Ministerie van Riten en Ceremoniën wordt toegelaten |
| shinshiki-神式 | shinto ritueel [ceremonie] |
| shinshin-真心 | de ware zelf (die gelijk is aan de Boeddha) |
| shinsho-信書 | brief; correspondentie; epistel |
| shinshōhitsubatsu-信賞必罰 | het expliciet belonen of bestraffen van gedrag |
| shinshū-深秋 | de late herfst; laatste deel van de herfst |
| shinshuku-伸縮 | expansie en contractie; inkrimping en uitzetting; elasticiteit; flexibiliteit |
| shinshutsu-浸出 | doorsijpeling; afscheiding; uitscheiding; filtratie; percolatie |
| shinshutsusuru-浸出する | doorsijpelen; afscheiden; uitscheiden; filtreren; percoleren |
| shinsō-新装 | verbouwing; herinrichting; renovatie; nieuwe opstelling [uitrusting; aankleding] |
| shinsō-深層 | diep (verborgen) in het bewustzijn [het hart; de ziel] |
| shinsō-真相 | de werkelijke stand van zaken; de ware toedracht (van een zaak) |
| shinsui-深邃 | ver afgelegen [diep; stil; afgezonderd] zijn |
| shinsui-薪水 | brandhout [brandstof] en water (als dagelijkse levensbenodigdheden) |
| shinsui-薪水 | het hout verzamelen en water halen (zoals vroeger nodig voor het huishouden) |
| shintai-神体 | heilig voorwerp (dat wordt aanbeden) in een Shinto tempel |
| shintai-身体 | lichaam; gestel; fysiek |
| shintai-進退 | handelwijze; gedrag |
| shintaihappu-身体髪膚 | het hele (menselijk) lichaam (kop tot teen; huid en haar) |
| shintaikakubu-身体各部 | lichaamsdeel |
| shintaikatsudō-身体活動 | lichamelijke [fysieke] activiteit |
| shintaikensa-身体検査 | lichamelijk [medisch] onderzoek |
| shintairiku-新大陸 | het nieuwe continent; de Nieuwe Wereld (Amerika) |
| shintaishōgaisha-身体障害者 | lichamelijk gehandicapte (persoon); persoon met een lichamelijke beperking |
| shintaiukagai-進退伺い | informele aankondiging van ontslagneming |
| shintakane-新高値 | nieuwe hoogste stand (aandelen) |
| shintaku-神託 | orakel; goddelijke boodschap |
| shintakuginkō-信託銀行 | trust bank (die cliënten in staat stelt transacties met elkaar te verrichten door middel van contracten die trusts genoemd worden) |
| shinten-親展 | Vertrouwelijk (op een brief, document of envelop) |
| shintetsugenso-親鉄元素 | siderofiel element (b.v. goud, kobalt, ijzer) |
| shintō-浸透 | osmose; infiltratie; percolatie; doorsijpeling |
| shintō-神灯 | heilig [goddelijk] licht |
| shintō-神道 | Shinto, (etnische) religie van Japan |
| shintoku-神徳 | goddelijke deugden |
| shintōryū-新当流 | traditionele school [stijl] voor zwaardvechten |
| shinuchū-深宇宙 | de verre ruimte (buiten ons zonnestelsel) |
| shinzoku-親族 | familielid; (bloed)verwant(e) |
| shinzuru-信ずる | (iem. of iets) geloven |
| shin'i-真意 | intentie; werkelijke bedoeling; motief |
| shin'i-瞋恚 | (boeddh.) (één van de drie giftigheden in de menselijke ziel, of één van de tien kwaden) woede; haat |
| shin'uchi-真打ち | (theater) leidende speler; hoofdrolspeler |
| shin'uchi-真打ち | belangrijkste verhalenverteller [conferencier] in Japans (rakugo of manzai) theater |
| shin'yō-信用 | vertrouwen; geloof |
| shin'yo-神輿 | (shinto) palankijn [draagbare schrijn] die voor een religieuze viering door een groot aantal buurtbewoners in een parade gedragen wordt |
| shin'yōsuru-信用する | vertrouwen; geloven |
| shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
| shioai-潮合い | kans; mogelijkheid; goede [gunstige] gelegenheid |
| shioai-潮合い | het moment van de afwisseling van eb en vloed |
| shioashi-潮足 | de snelheid [kracht] van het getij [van de getijstroming] |
| shiodoki-潮時 | het moment van de afwisseling van eb en vloed |
| shiodoki-潮時 | het juiste moment; een goede gelegenheid; kans |
| shiohigari-潮干狩り | het schelpdieren zoeken [vangen] bij eb [laag water] |
| shiokagen-塩加減 | (mate van) zoutheid; op smaak gebracht met de juiste hoeveelheid zout |
| shioke-塩気 | zout; hoeveelheid zout |
| shioke-潮気 | (zoute) zeelucht |
| shiokemuri-潮煙 | nevel boven zee (afkomstig van zeewater) |
| shiokuri-仕送り | uitbetaling; toelage; overschrijving; betalingsopdracht |
| shiomushi-塩蒸し | het stomen met zout; voedsel dat is gestoomd met zout |
| shioreru-萎れる | verwelken; verdorren; vervagen |
| shiori-撓り | (één van de basisprincipes van haiku) het doordringen van de geest [ziel] bij het beschouwen van de natuur |
| shiorido-枝折り戸 | een tuinpoortje [hekje] gemaakt van (in elkaar gevlochten) takken of bamboe |
| shiozake-塩鮭 | gezouten zalm (vaak gegrild gegeten bij een traditioneel Japans ontbijt, samen met een kom rijst en misosoep) |
| shippāzu・yūzansu-シッパーズ・ユーザンス | een handelstransactie, waarbij de verzender de koper een uitstel van betaling geeft totdat het product is verkocht |
| shippe-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippegaeshi-竹篦返し | vergelding; wraak; oog om oog; het lik op stuk geven |
| shippei-竹篦 | een tik (geven) met de wijsvinger en middelvinger op iemands hand [pols] |
| shippeigaeshi-竹篦返し | vergelding; wraak; oog om oog; het lik op stuk geven |
| shippitsu-執筆 | (in kalligrafie) de manier waarop een schrijfpenseel wordt vastgehouden |
| shirahae-白南風 | een zuidelijke wind die aan het einde van het regenseizoen waait |
| shirajira-白白 | het (geleidelijk) licht [helder] worden (van de nacht naar de dageraad) |
| shīrakansu-シーラカンス | coelacant (grote beenvis: Coelacanthiformes) |
| shirakeru-白ける | (arch.) huichelen; veinzen onschuldig te zijn |
| shirakeru-白ける | bedorven [verpest] worden (sfeer); verveeld raken; saai worden; lusteloos worden |
| shirako-白子 | hom (klier met teelvocht van vissen) |
| shirase-知らせ | bericht; kennisgeving; mededeling |
| shiraseru-知らせる | (iem.) informeren; laten weten; mededelen |
| shirasu-白子 | hele jonge visjes (m.n. ansjovis, sardines, e.d., worden in het geheel gegeten) |
| shirasu-白子 | (een andere naam voor shirauo) ijsgrondel (Leucopsarion petersii) |
| shirauo-白魚 | ijsgrondel (Leucopsarion petersii) |
| shirazushirazu-知らず知らず | onbewust; onbedoeld; ongewild |
| shirei-司令 | een bevel |
| shirei-司令 | bevelhebber; commandant |
| shirei-指令 | (dienst)bevel; order; instructies |
| shireikan-司令官 | bevelhebber; commandant |
| shiremono-痴れ者 | een schurk; onhandelbare [gewelddadige] persoon |
| shiretsu-熾烈 | felheid |
| shiri-私利 | eigenbelang |
| shiriaru・purintā-シリアル・プリンター | seriële printer |
| shiriasu-シリアス | ernstig; serieus; belangrijk |
| shirigomi-尻込み | terugdeinzing; aarzeling |
| shirigomisuru-尻込みする | terugdeinzen; terugschrikken; aarzelen |
| shirikakushi-尻隠し | het verbergen van je eigen fouten [mislukkelingen] |
| shirikon・barē-シリコン・バレー | Silicon Valley (in California, regio zijn veel technologiebedrijven) |
| shirin-四隣 | de hele buurt [omgeving] |
| shiringu-シリング | shilling (vroegere Engelse munt) |
| shīringu-シーリング | verzegeling; afsluiting |
| shīringuhōshiki-シーリング方式 | maximum prijsregeling; preferentieel tariefstelsel |
| shirisubomari-尻窄まり | (geleidelijke) verzwakking; achteruitgang; uitdoving; vermindering |
| shirisubomari-尻窄まり | het (van breed naar smal) uitlopen; spits toelopen |
| shiritori-尻取り | een Japans woordspel (waarbij spelers om de beurt een woord zeggen dat begint met de laatste lettergreep (kana) van het vorige woord) |
| shiritsu-私立 | particulier [privé] (instelling) |
| shiriusu-シリウス | de ster Sirius (alpha Canis Majoris, ook wel Hondsster genoemd |
| shiro-城 | kasteel; burcht; fort |
| shiroashige-白葦毛 | lichtgrijs, schimmel(kleur) |
| shiroato-城跡 | ruïne [overblijfselen] van een kasteel |
| shiroi-白い | schoon; smetteloos |
| shirojiro-白白 | helder |
| shirokuban-四六判 | standaard Japans papierformaat (127 x 188 mm, het was oorspronkelijk papier van 788 x 1091 mm, dat in 1/32 werd gesneden) |
| shirokujichū-四六時中 | de klok rond; dag en nacht; de hele tijd; altijd |
| shirokujira-白鯨 | de witte baleinen van de grijze walvis (worden gebruikt als knutselmateriaal) |
| shirokuroterebi-白黒テレビ | zwart-wittelevisie |
| shiron-史論 | historische verhandeling |
| shirotae-白栲 | witte stof (geweven van vezels uit boomschors) |
| shirouo-素魚 | ijsgrondel (vis: Leucopsarion petersii) |
| shirouto-素人 | amateur; leek; beginneling |
| shiroza-シロザ | melganzenvoet; witte ganzenvoet (Chenopodium album var. album) |
| shīru-シール | zegel |
| shirubā・wīku-シルバー・ウィーク | Silver Week, in Japan een aantal officiële vakantiedagen achter elkaar |
| shīrudokōhō-シールド工法 | schild methode (constructiemethode voor het boren van tunnels, met een tunnelboormachine) |
| shiruetto-シルエット | silhouet; contour; schaduwbeeld |
| shiryōhensan-史料編纂 | bundeling, samenvoeging historisch materiaal |
| shiryoku-資力 | (geld)middelen; kapitaal(kracht); vermogen |
| shīsā-シーサー | (Okinawa) decoratie (van aardewerk), een beeld lijkend op een kruising van hond en leeuw, ter bescherming gezet bij poorten en op daken van huizen |
| shisa-示唆 | suggestie; hint; toespeling |
| shisaku-施策 | maatregel; beleid |
| shisaku-試作 | prototype; experimenteel product |
| shisasuru-示唆する | suggereren; voorstellen; impliceren |
| shisei-四声 | de vier traditionele tonen [toonklassen] in het Chinees |
| shisei-姿勢 | stellingname; houding; standpunt; opvatting |
| shisei-市政 | gemeentelijke overheid; lokale overheid; gemeentebestuur; stadsbestuur |
| shisei-施政 | regering; beleid |
| shisei-試製 | proefproductie; proeffabricage; experimentele productie |
| shisei-詩聖 | eretitel voor de Chinese dichter Du Fu (712 - 770) |
| shisei-雌性 | vrouwelijkheid |
| shiseihōshin-施政方針 | bestuurlijk beleid; regeringspolitiek |
| shiseikaikaku-市政改革 | gemeentelijke hervorming(en) |
| shiseikatsu-私生活 | privéleven |
| shiseishi-私生子 | een buitenechtelijk kind |
| shiseki-史跡 | historische plaats [gebouw]; locatie [gebouw] van historisch belang |
| shisen-私撰 | persoonlijke selectie en redactie (van een gedichtenbundel, e.d.) |
| shisen-詩仙 | eretitel van de Chinese dichter Li Bai (ook wel Li Po genoemd; 701-762) |
| shisenwakashū-私撰和歌集 | privéverzameling van waka-gedichten |
| shisetsu-施設 | instelling; instituut; faciliteit |
| shisetsudan-使節団 | delegatie; afvaardiging; gezantschap |
| shishi-師資 | meester en leerling; leraar en student; de relatie tussen meester en leerling |
| shishimai-獅子舞 | (traditionele) leeuwendans |
| shishin-私信 | vertrouwelijke [geheime] correspondentie |
| shishin-私心 | egoïsme; eigenbelang |
| shishin-詩心 | poëtisch gevoel; dichterlijke inspiratie |
| shishiodoshi-鹿威し | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| shishisonson-子子孫孫 | de nakomelingen; het nageslacht |
| shishiza-獅子座 | (sterrenbeeld) Leeuw (Leo) |
| shishō-私傷 | persoonlijk letsel; blessure opgelopen buiten het werk |
| shishōjiko-死傷事故 | ongeluk met doden en gewonden |
| shishū-詩集 | dichtbundel; gedichtenbundel; poëziebundel |
| shishūbyō-歯周病 | parodontitis (bacteriële infectie in tandvlees) |
| shishutsusuru-支出する | (geld) uitgeven; spenderen |
| shīsō-シーソー | wip (speeltoestel) |
| shisō-志操 | beginselvastheid; integriteit; standvastigheid; het vasthouden aan je principes |
| shisō-詩想 | poëtisch gevoel; poëtische verbeelding [uiting] |
| shison-子孫 | nakomeling; nazaat; afstammeling; telg |
| shissei-失政 | verkeerd beleid; slecht bestuur; wanbestuur; wanbeheer |
| shissoku-失速 | snelheidsverlies |
| shisū-紙数 | aantal pagina's; aantal vellen papier |
| shisutemachikku-システマチック | systematisch; stelselmatig |
| shisutemukōgaku-システム工学 | systeembouw; systeemontwikkeling |
| shisutemu・hausu-システム・ハウス | een bedrijf dat op maat gemaakte software en kant-en-klare systemen voor klanten ontwikkelt en verkoopt |
| shisutemu・kitchin-システム・キッチン | systeem keuken (een keuken die uit losse elementen naar keuze wordt opgebouwd) |
| shisutemu・konpōnento-システム・コンポーネント | een stereo set [stereotoren] (bestaande uit afspeelapparatuur, versterker en luidspreker) |
| shita-舌 | klepel (van een bel) |
| shita-舌 | tong (lichaamsdeel) |
| shitaaji-下味 | het vooraf (voor het koken, braden, etc.) kruiden van voedsel |
| shitabae-下生え | kreupelhout |
| shitadai-舌代 | bericht; mededeling |
| shitageiko-下稽古 | repetitie; proefoptreden; oefenvoorstelling |
| shitagokoro-下心 | geheim verlangen [motief]; verborgen intentie; bijbedoeling |
| shitajiki-下敷き | basis; voorbeeld; patroon |
| shitamachi-下町 | benedenstad; het lagergelegen deel van een stad |
| shitamae-下前 | binnenste pand van een kledingstuk dat om het lichaam wordt gewikkeld (b.v. kimono) |
| shitamotsure-舌縺れ | een spraakgebrek; lispelen; niet duidelijk kunnen spreken |
| shitamu-湑む | tot de laatste druppel leegschenken |
| shitanui-下縫い | het los [tijdelijk] aan elkaar naaien; rijgsteken |
| shitarigao-したり顔 | veelbetekenende [triomfantelijke] blik; blik van verstandhouding |
| shitārusōsha-シタール奏者 | sitarspeler |
| shitasaki-舌先 | mooie praatjes; welbespraaktheid |
| shitashimu-親しむ | iemand goed leren kennen; bevriend zijn [worden] met; op vriendschappelijke voet staan met; vertrouwd raken met |
| shitatameru-認める | schrijven; opschrijven; optekenen; opstellen |
| shitatameru-認める | (zich) voorbereiden; zich klaarmaken; regelen |
| shitatarazu-舌足らず | onduidelijke uitspraak door spraakgebrek; slissen; lispelen |
| shitatarazu-舌足らず | krom praten; slecht woordgebruik; onduidelijke uitleg |
| shitatari-滴り | het druppelen [sijpelen] van water |
| shitatariochiru-滴り落ちる | naar beneden sijpelen [druppelen] |
| shitataru-滴る | druppelen; sijpelen |
| shitate-下手 | onderste deel; lagere graad |
| shitau-慕う | verlangen [smachten] naar; adoreren; verliefd zijn op; veel houden van |
| shitawashii-慕わしい | dierbaar; geliefd |
| shitazawari-舌触り | hoe iets [voedsel] op de tong [in de mond] aanvoelt |
| shitazaya-下鞘 | lagere marktprijs (voor aandelen) |
| shitazumi-下積み | onderaan een stapel; onderste laag; laagste [onderste] trede |
| shitchin-七珍 | (boeddh.) de Zeven Schatten (goud, zilver, parels, agaat, kristal, koraal, lapis lazuli) |
| shite-仕手 | hoofdrolspeler in het Nō theater |
| shitei-指定 | afspraak; benoeming; vaststelling; aanstelling; toekenning |
| shiteimeigara-指定銘柄 | aangewezen [gespecificeerd] aandeel |
| shiteitoshi-指定都市 | decretaal gedesigneerde stad (met meer dan 500.000 inwoners, en met fiscale en bestuurlijke bevoegdheden, die gelijk zijn aan die van prefecturen) |
| shitekabu-仕手株 | speculatief aandeel |
| shitekaraga-してからが | zelfs |
| shiteyaru-為て遣る | slagen (in); bewerkstelligen; klaarspelen; lukken; vóór zijn; anticiperen |
| shitī-シティー | het (financieel) centrum van Londen |
| shīto-シート | vel; blad; laken |
| shīto-シート | zetel |
| shito-使徒 | apostel; discipel; volgeling |
| shito-使途 | bestemming [besteding] van geld [goederen] |
| shitō-私闘 | conflict door persoonlijke rancune [wrok; wrevel] |
| shītoberuto-シートベルト | veiligheidsgordel; veiligheidsriem; stoelriem |
| shītonokku-シートノック | (honkbal) veldtraining |
| shītopia-シートピア | seatopia (experimentele onderwater habitat door Japan ontwikkeld in de jaren 1970) |
| shitoyaka-淑やか | beleefd; welgemanierd; verfijnd; elegant; damesachtig |
| shīto・wōmā-シート・ウォーマー | stoelverwarming |
| shitsu-疾 | (in kanji combinaties) haten; jaloezie; hekel |
| shitsu-疾 | (in kanji combinaties) hevig; intens; snel |
| shitsū-私通 | onwettige verhouding [affaire]; overspel |
| shitsubō-失望 | teleurstelling; wanhoop |
| shitsugyō-失業 | werkeloosheid; zonder werk zitten; zijn baan verliezen |
| shitsugyōritsu-失業率 | werkloosheidsgraad; werkeloosheidspercentage |
| shitsugyōsha-失業者 | een werkeloze; iem. die werkloos is |
| shitsuji-執事 | (religie, e.d.) diaken |
| shitsuji-執事 | (Tokugawa periode) benaming voor een jongeling in het shogunaat |
| shitsukoi-しつこい | zwaar (van voedsel); schreeuwerig (van kleur); rijk (van smaak) |
| shitsumonsuru-質問をする | vragen; een vraag stellen |
| shitsumu-執務 | de uitoefening van de (officiële) functie [taken]; het vervullen van een ambt; het werken |
| shitsumusuru-執務する | (officiële) functie [taken] uitoefenen; een ambt vervullen; zijn werk doen |
| shitsunaiyōsankyakuīzeru-室内用三脚イーゼル | radiale atelierezel (voor schilderij) |
| shitsurei-失礼 | onbeleefdheid; ongemanierdheid; onhoffelijkheid |
| shitsureisuru-失礼する | onbeleefd zijn |
| shitsuryō-質量 | massa; hoeveelheid |
| shittakaburi-知ったかぶり | het veinzen [voorwenden] (dat men alles weet of helemaal op de hoogte is) |
| shitten-失点 | (in een spel of wedstrijd) een verloren punt; een punt dat men zomaar weggeeft |
| shittsui-失墜 | verlies; neergang; val; het verliezen [verbeuren; verspelen] |
| shiuchi-仕打ち | behandeling; bejegening |
| shiun-紫雲 | (in Boeddhisme) de wolk waarop de boeddha Amida gelovigen op hun sterfbed tegemoet treedt |
| shiwa-皺 | (stof) plooi; ribbel; kreukel |
| shiwa-皺 | (huid) rimpel; groef; kraaienpootjes |
| shiwabara-皺腹 | gerimpelde buik; de buik van een oude man |
| shiwake-仕分け | sortering; classificering; indeling |
| shiwakucha-皺くちゃ | gekreukeld [gerimpeld] zijn |
| shiwaza-仕業 | daad; handeling; actie; gedrag |
| shiya-視野 | gezichtsveld |
| shiyakyōsaku-視野狭窄 | gezichtsveldbeperking |
| shiyō-枝葉 | bijzaken; onbelangrijke [onbeduidende] dingen |
| shiyōkigen-使用期限 | vervaldatum; houdbaarheidsdatum (niet voor levensmiddelen) |
| shiyōryō-使用量 | gebruikte hoeveelheid |
| shizei-市税 | gemeentebelasting; gemeentelijke belasting |
| shizengenso-自然元素 | natuurlijk element |
| shizensentaku-自然選択 | natuurlijke selectie (Darwin) |
| shizentōta-自然淘汰 | natuurlijk selectie (Darwin) |
| shizuku-滴 | druppel |
| shizumu-沈む | zich depressief [down;miserabel] voelen |
| shī・ai-シー・アイ | samengestelde index (Composite Index) |
| shī・ai・ē-シー・アイ・エー | CIA, centrale inlichtingendienst van de VS (Eng.: Central Intelligence Agency) |
| shī・dī-シー・ディー | (cash dispenser) geldautomaat; pinautomaat |
| shī・dī・āru-シー・ディー・アール | CD-R, compact disc recordable (kan slechts één keer worden beschreven, daarna meerdere keren worden gelezen) |
| shī・emu-シー・エム | (customer management) klantenbeheer; relatiebeheer |
| shī・emu-シー・エム | (commercial message) commerciële reclameboodschap |
| shī・esu-シー・エス | (convenience store) gemakswinkel |
| shī・esu-シー・エス | (communications satellite) communicatiesatelliet |
| shī・ē・tī・bui-シー・エー・ティー・ブイ | (community antenna television) kabeltelevisie (gebruikmakend van coaxiale kabels of optische vezelkabels) |
| shī・jī-シー・ジー | computer-gegenereerde beelden |
| shī・ō・ī-シー・オー・イー | (centre of excellence) een excellent onderzoekscentrum (zoals, o.a. Massachusetts Institute of Technology, het Max Planck Instituut in Duitsland) |
| shō-ショー | tentoonstelling; vertoning; expositie |
| shō-升 | traditionele inhoudsmaat (ca. 1,8 liter) |
| shō-小 | (voorvoegsel) klein; kort; kleiner; jonger; lager |
| shō-少 | (in kanji combinaties) klein; weinig; schamel; luttel |
| shō-捷 | (in combinatie met andere kanji) snel; vlug |
| shō-省 | provincie (bestuurlijke indeling China) |
| shō-称 | naam; titel; reputatie |
| shō-笙 | blaasinstrument dat wordt gebruikt voor traditionele Japanse gagaku muziek |
| shō-賞 | prijs; beloning |
| shō-頌 | stijlvorm (soms ook in dichtvorm) in kanbun ter verheerlijking [lofprijzing] van keizers en edelen |
| shoan-書案 | bureau; schrijftafel; (traditionele, Japanse) leestafel |
| shobadai-所場代 | standplaats belasting (als afpersing door yakuza) |
| shōbai-商売 | beroep; vak; zaken; bedrijf; handel |
| shōbainin-商売人 | koopman; handelaar; winkelier |
| shobiku-しょびく | meesleuren; met geweld meetrekken |
| shobō-書房 | boekhandel; boekenwinkel |
| shōbugoto-勝負事 | kansspel; gokspel |
| shochi-処置 | (med.) behandeling |
| shochi-処置 | maatregel; regeling; afhandeling |
| shōchi-勝地 | plaats met goed uitzicht; schilderachtige plek; plaats van historisch belang |
| shōchi-召致 | officiële uitnodiging; oproep |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (omdat ze alle drie goed tegen de kou kunnen, worden ze in China ook wel de Drie Vrienden van de Winter genoemd) |
| shōchikubai-松竹梅 | (metafoor voor rangschikking van niveaus) hoogste [eerste] rang (松), middelste [tweede] rang (竹), en laagste [derde] rang (梅) |
| shōchikubai-松竹梅 | den, bamboe en pruimenboom (in Japan symbolen van geluk, en gebruikt bij decoraties van feesten, e.d.) |
| shochō-所長 | hoofd [leider; chef, e.d.] (van een bijkantoor, onderzoeksinstelling, gevangenis, e.d.) |
| shochō-署長 | hoofd [leider; chef, e.d.] (van een politiebureau, brandweer, belastingdienst, e.d.) |
| shōchō-象徴 | symbool; zinnebeeld; embleem; teken |
| shochū-書中 | tekstuele bronnen (zoals boeken, documenten, brieven, e.d.) |
| shōchū-焼酎 | shōchū, Japanse alcoholische drank (gemaakt van o.a. rijst, zoete aardappel, bruine suiker) |
| shōchūhaibōru-焼酎ハイボール | shochu highball, Japanse cocktail (oorspronkelijk shōchū met koolzuurhoudend water en citroen, tegenwoordig ook met wodka en in allerlei smaken) |
| shōdābijon-ショーダービジョン | shore radar television (televisieontvangst via radarapparatuur op het vasteland) |
| shōdai-昭代 | roemrijke heerschappij; glorieus tijdperk; vreedzame en welvarende periode |
| shodan-処断 | vonnis; het vellen van een oordeel; een uitspraak doen |
| shōdan-商談 | zakelijke onderhandelingen; zakelijk gesprek |
| shodan-書壇 | kalligrafie-wereld; kringen van kalligrafie-meesters |
| shoden-所伝 | legende; (mondeling) overlevering; optekening |
| shōden-正伝 | één van de Jōruri scholen van het traditionele poppentheater in Japan |
| shōden-正伝 | juiste [ware] overlevering; feitelijk verslag |
| shodō-書道 | kalligrafie; schrijfkunst (m.n. van kanji en kana); penseelvoering |
| shōdokuyaku-消毒薬 | ontsmettingsmiddel; antisepticum |
| shodōsōsa-初動捜査 | het eerste onderzoek; initieel onderzoek (door de politie); vooronderzoek |
| shoe-所依 | (boeddh.) basis; grondslag; grondbeginsel |
| shofū-書風 | kalligrafie stijl (.mn. met penseel); schrijfwijze; (hand)schrift |
| shōfū-松風 | (het geluid van) de wind die waait door de dennenbomen |
| shōfuku-妾腹 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shōgai-傷害 | verwonding; (lichamelijk) letsel |
| shōgai-障害 | hindernis; beletsel; obstakel; handicap |
| shōgaichishi-傷害致死 | doodslag; mishandeling de dood ten gevolge hebbend |
| shōgaisha-障害者 | gehandicapte persoon; persoon met een handicap; persoon met een geestelijke of lichamelijke beperking |
| shōgaishafukushi-障害者福祉 | welzijnsvoorziening voor gehandicapten |
| shōgaku-商学 | handelswetenschap(pen) |
| shōgaku-小額 | een klein bedrag; een geringe som geld |
| shogakusei-初学者 | beginneling; nieuweling; eerstejaars student |
| shōge-障礙 | hindernis; beletsel; obstakel; handicap |
| shōgi-将棋 | shogi (Japans schaakspel) |
| shōgiban-将棋盤 | shogi (speel)bord |
| shōgō-照合 | controle; verificatie; vergelijking |
| shōgō-称号 | titel; graad; aanduiding; benaming |
| shogū-処遇 | behandeling; bejegening |
| shōgun-将軍 | shogun; groot opperbevelhebber; legerleider; generaal; veldheer (met tijdelijk mandaat van de keizer) |
| shōgyō-商業 | handel; zaken; handelsverkeer |
| shogyō-所業 | daad; handeling; gedrag |
| shōgyōeigo-商業英語 | Engelse handelstaal; zakelijk Engels |
| shōgyōfudōsan-商業不動産 | commercieel vastgoed; bedrijf onroerend goed (BOG) |
| shogyōmujō-諸行無常 | (boeddh.) de vergankelijkheid van alles (in de schepping); alle wereldse [aardse] dingen zijn vergankelijk |
| shōgyōshisetsu-商業施設 | commerciële voorziening; commercieel gebouw (zoals winkelcentrum, warenhuis, outlet etc.) |
| shōgyōtegata-商業手形 | een verhandelbare schuldbekentenis; handelspapier; toonderpapier |
| shōhei-招聘 | een officiële uitnodiging |
| shōhikigen-消費期限 | de vervaldatum (voornamelijk van voedsel); de uiterste houdbaarheidsdatum [gebruiksdatum] |
| shōhin-商品 | product; artikel; (handels)waar; goederen |
| shōhinsakimonotorihiki-商品先物取引 | termijnhandel in grondstoffen; handel in grondstoffenfutures |
| shōhishanundō-消費者運動 | consumenten organisatie (ter bescherming van consumentenbelangen) |
| shōhizei-消費税 | consumptieve belastingen; btw |
| shoho-初歩 | de basis; de grondbeginselen; het beginstadium; de eerste stappen; het ABC (van) |
| shōhō-商法 | hoe zaken te doen; zakelijke praktijk |
| shōhō-商法 | handelsrecht |
| shohō-書法 | compositieleer van het schrijven; schrijfstijl |
| shohō-書法 | kalligrafie; schrijfkunst (van kanji en kana); penseelvoering |
| shohō-諸法 | (boeddh.) alle zichtbare en onzichtbare verschijnselen [dingen] in het universum |
| shōhon-抄本 | uittreksel; excerpt |
| shōhon-正本 | manuscript; originele tekst |
| shōhyō-商標 | handelsmerk; merknaam; handelsnaam |
| shōhyōken-商標権 | merkenrecht; handelsmerkrecht |
| shōhyōtōroku-商標登録 | handelsmerk registratie |
| shoichinen-初一念 | oorspronkelijke bedoeling [wens] |
| shoiko-背負い子 | raamwerk van hout en touw om grote bagage (b.v. een stapel brandhout) op de rug te dragen (op plaatsen waar autovervoer e.d, niet mogelijk is) |
| shōin-勝因 | de oorzaak van [sleutel tot] het succes [de overwinning] |
| shoin-書院 | boekwinkel; uitgeverij |
| shoin-書院 | de kamer van de abt in zen-boeddhistische tempels |
| shoin-書院 | (China) studieplaats (van literatuurwetenschappers); privé-school (voor (hogere) studiedoeleinden) |
| shōji-小事 | kleine [onbelangrijke] dingen; trivialiteiten |
| shōji-障子 | traditionele Japanse schuifdeur gemaakt van een houten raamwerk met (rijst)papier |
| shōjin-小人 | een onbelangrijk [kleinzielig; bekrompen] persoon |
| shōjinbutsu-小人物 | een onbeduidend [onbelangrijk; kleingeestig; bekrompen] persoon |
| shojō-書状 | (afk. voor) (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shojō-書状 | brief; epistel |
| shōjō-清浄 | (boeddh.) zuiver en vrij zijn van slechte daden en wereldse verlangens |
| shōjōbakama-猩々袴 | Japanse hyacint (Heloniopsis orientalis) |
| shojōjisha-書状侍者 | (priester) functionaris in een Zen tempel belast met correspondentie; secretaris |
| shojokaitai-処女懐胎 | maagdelijke geboorte (van Christus) |
| shōjōshin-清浄心 | (boeddh.) een zuivere ziel zonder verwarring en gehechtheid [zonder waanideeën en wereldse verlangens] |
| shōka-商家 | winkel; handelszaak |
| shōka-商科 | handelsopleiding |
| shōka-娼家 | bordeel; huis van ontucht |
| shōkafuryō-消化不良 | onbegrijpelijkheid; (fig.) moeilijk te verteren; moeilijk te begrijpen |
| shōkai-商会 | handelsfirma; handelsonderneming; handelsmaatschappij |
| shōkai-詳解 | gedetailleerde uitleg; uitvoerige toelichting |
| shōkaisuru-紹介する | introduceren; (iem.) voorstellen |
| shokan-初巻 | eerste (boek)deel van een serie; deel één; eerste hoofdstuk (van een boek) |
| shōkan-召還 | terugroeping; rappel |
| shōkatei-松果体 | epifyse; pijnappelklier |
| shokei-書契 | geschreven belofte; promesse |
| shōkeimoji-象形文字 | hiëroglief; beeldschrift; hiërogliefenschrift |
| shoken-初見 | muziek (voor het eerst) spelen direct van bladmuziek |
| shoken-書剣 | pen (lett.: boek) en zwaard (voorwerpen die geleerden en schrijvers vroeger altijd bij zich hadden) |
| shōkendaikō-証券代行 | effectenbureau (doet administratief werk voor het bedrijf dat de aandelen heeft uitgegeven) |
| shōkengyō-証券業 | effectenhandel |
| shōkenkin'yū-証券金融 | effecten [aandelen] financiering |
| shōkentorihikijo-証券取引所 | aandelenbeurs |
| shōkentōshi-証券投資 | beleggingseffecten; portefeuillebeleggingen |
| shōkessetsu-小結節 | (med.) knobbeltje |
| shoki -書几 | lees- en schrijftafel; bureau |
| shōki-商機 | zakelijke kans; (goede) kans om zaken te doen |
| shoki-所記 | (taalkunde) vorm; teken; geluid (signified) |
| shōki-正気 | geestelijke gezondheid; gezond verstand |
| shōki-鍾馗 | Shoki, een Chinese god die demonen verjaagt (en daarom vaak als een beeld of afbeelding in de ingang van huizen staat) |
| shokijōken-初期条件 | de beginvoorwaarde; de initiële voorwaarde |
| shōkinrui-渉禽類 | waadvogels; steltlopers |
| shokisettei-初期設定 | (computer; radio, etc.) voorkeurinstellingen; oorspronkelijke instellingen; de basisconfiguratie |
| shokkaku-触角 | (van insecten) voelspriet; antenne |
| shokkan-触感 | tastzin; gevoel (bij aanraken); de textuur |
| shokki-食器 | eetgerei; tafelgerei (servies en bestek) |
| shokkihitosoroi- 食器一揃い | tafelgerei set (servies en bestek) |
| shokkingu-ショッキング | schokkend; stuitend; weerzinwekkend; vreselijk |
| shokkiri-初っ切り | komische act van sumoworstelaars van lagere rang (bij demonstratiewedstrijden) |
| shokku-ショック | (elektrische) schok |
| shōkō-商工 | handel en industrie |
| shōkō-商工 | handelaar en ambachtsman |
| shōkō-商港 | handelshaven (voor handelsvloot, passagiersschepen, vrachtschepen, e.d.) |
| shōkō-小康 | een (tijdelijke) verbetering in het ziekteverloop |
| shōkō-小康 | (fig.) een korte adempauze; stabiele [rustige] periode (in de wereld) |
| shōko-鉦鼓 | bronzen bel (gebruikt tijdens boeddhistische rituelen) |
| shōko-鉦鼓 | bronzen gongtrommel (een combinatie van gong en trommel) |
| shōkobukken-証拠物件 | officieel bewijsstuk |
| shōkōi-商行為 | commericiele handeling [activiteit; transactie] |
| shōkōkaigisho-商工会議所 | Kamer van Koophandel |
| shokon-初婚 | het eerste huwelijk |
| shōkotsu-踵骨 | hielbeen (calcaneus)) |
| shōkotsuban-小骨盤 | het kleine bekken (pelvis minor) |
| shōku-承句 | tweede regel in een Chinees gedicht van vier versregels |
| shōku-承句 | derde of vierde regel in een Chinees gedicht van zeven of acht versregels |
| shokuatari-食中り | voedselvergiftiging |
| shokuchūdoku-食中毒 | voedselvergiftiging |
| shokuen-食塩 | tafelzout |
| shokugen-食言 | leugen; verbreking van een belofte |
| shokugyōanteijo-職業安定所 | overheidsdienst voor arbeidsvoorziening [arbeidsbemiddeling] |
| shokuhakukyaku-宿泊客 | hotelgast; pensiongast |
| shokuhin-食品 | voedsel; voeding; levensmiddelen; voedingsmiddel |
| shokuin-職員 | personeel; medewerker; personeelslid; staflid |
| shokumei-職名 | de naam [titel] van de functie [baan] |
| shokumotsu-食物 | voedsel |
| shokumotsusen'i-食物繊維 | voedingsvezels |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| shokunōkyū-職能給 | salaris [loon] dat is gebaseerd op de functiebeoordeling [functiewaardering; werk evaluatie]] |
| shokuryō-食料 | voedsel; voeding |
| shokuryō-食糧 | voedingsmiddelen; voedselvoorraad; proviand |
| shokuryōfusoku-食糧不足 | voedseltekort; voedselschaarste; voedselgebrek |
| shokuryōhin-食料品 | levensmiddel; voedingsmiddel; proviand |
| shokuryoukiki-食糧危機 | een voedselcrisis |
| shokusaibō-食細胞 | fagocyt; eetcel |
| shokushō-食傷 | voedselvergiftiging |
| shokushō-食傷 | oververzadiging; het teveel (dezelfde dingen) eten; genoeg hebben [beroerd worden] van veel hetzelfde eten [horen] |
| shokushu-触手 | tentakel; vangarm; voelspriet |
| shokutaku-嘱託 | tijdelijke aanstelling; parttime werk |
| shokutaku-食卓 | eettafel |
| shokutakuen-食卓塩 | tafelzout |
| shokuten-食店 | (term uit de Meiji periode) eethuis; eetgelegenheid; restaurant |
| shokuzai-贖罪 | (Christendom) goddelijke verzoening |
| shokuzen-食膳 | (gerecht op) een klein eettafeltje (of dienblad met pootjes) |
| shokuzu-食酢 | tafelazijn |
| shōkyakushikin-償却資金 | fonds [financiële reserve] die wordt aangelegd voor afschrijving van vaste activa |
| shōkyō-商況 | handelscondities; marktsituatie |
| shōkyo-消去 | (wiskunde) eliminatie |
| shōkyohō-消去法 | de methode van eliminatie; eliminatieproces |
| shōkyokuteki-消極的 | negatief; passief; halfslachtig; weifelend |
| shōmakyō-照魔鏡 | een magische spiegel (uit Chinese en Japanse volksverhalen) die de ware aard van de duivel onthult |
| shōmakyō-照魔鏡 | een spiegel die ware aard van de mens [samenleving] onthult |
| shōman-ショーマン | publiekstrekker; publieksspeler; entertainer |
| shomei-書名 | boektitel |
| shōmei-照明 | verlichting; belichting |
| shōmeidan-照明弾 | lichtkogel; lichtgranaat |
| shōmeigakari-照明係 | lichttechnicus; belichtingstechnicus; lichtman (b.v. in theater) |
| shomenkeiyaku-書面契約 | schriftelijke overeenkomst |
| shōmikigen-賞味期限 | houdbaarheidsdatum (voor levensmiddelen); uiterste consumptiedatum |
| shōmon-蕉門 | leerlingen [volgelingen] van Matsuo Bashō (1644 - 1694), een dichter uit de Edo-periode) |
| shōmonai-しょうも無い | onzinnig; onnozel; dom; dwaas zinloos; nutteloos |
| shomotsu-書物 | boek; boekwerk; boekdeel |
| shōmu-商務 | (commerciële) zaken; handelsaangelegenheid |
| shōmyō-小名 | (Edo-periode) een feodale heer met een relatief klein grondgebied |
| shōnan-小難 | kleine tegenslag [tegenvaller}; ongelukje |
| shonbori-しょんぼり | moedeloosheid; neerslachtigheid |
| shōnen'in-少年院 | justitiële Jeugdinrichting; opvoedingsgesticht |
| shōnetsujigoku-焦熱地獄 | inferno; brandende hel (de zesde hel van de acht in het Boeddhisme) |
| shōni-小児 | kind; peuter; zuigeling |
| shōniaisha-小児愛者 | pedofiel |
| shonichi-初日 | de eerste dag; openingsdag; de première (van een voorstelling) |
| shōnimahi-小児麻痺 | kinderverlamming; poliomyelitis; polio |
| shōnin-商人 | handelaar; zakenman; verkoper; dealer |
| shōninkokka-商人国家 | natie [volk] van winkeliers [kruideniers] |
| shōniseiaisha-小児性愛者 | pedofiel |
| shōnō-小脳 | kleine hersenen; cerebellum |
| shonyū-初乳 | colostrum; biest; voormelk (de eerste melk na een bevalling) |
| shōon-消音 | geluiddemping |
| shōonki-消音器 | geluiddemper; geluidsdemper |
| shoppiku-しょっぴく | meesleuren; met geweld meetrekken |
| shoppingu-ショッピング | het winkelen; boodschappen doen |
| shoppingu・mōru-ショッピング・モール | winkelcentrum |
| shoppu-ショップ | winkel |
| shoppu・in・shoppu-ショップ・イン・ショップ | winkel-in-winkel; shop-in-shop (kleine zelfstandige winkels in een grotere winkel of warenhuis) |
| shōrai-松籟 | het geluid van de wind die waait door pijnbomen |
| shōrai-松籟 | het geluid van een kokende theeketel |
| shōraisei-将来性 | toekomstperspectief; mogelijkheid; belofte (voor de toekomst) |
| shōran-ショーラン | (short range navigation) navigatiehulpmiddelen voor de korte afstand |
| shōran-照覧 | een duidelijk beeld (van iets); het helder zien |
| shōrei-省令 | ministrieel besluit; ministeriële verordening |
| shori-処理 | afhandeling; verwerking; behandeling |
| shōri-勝利 | (boeddh.) gave [gift, schenking] (als beloning voor goede daden) |
| shorisuru-処理する | afhandelen; behandelen; verwerken |
| shorō-初老 | de middelbare leeftijd; begin van de ouderdom; vroegoud zijn |
| shōro-松露 | shōro (eetbare paddenstoel, Rhizopogon rubescens) |
| shōrō-鐘楼 | (bij boeddhistisch tempel) open hal met de tempelbel |
| shōroku-抄録 | abstract; uittreksel; samenvatting |
| shōron-小論 | kort essay [artikel; opstel] |
| shōron-小論 | mijn essay [artikel; opstel] |
| shōryaku-商略 | bedrijfsbeleid; zakelijke strategie |
| shōryōe-精霊会 | een herdenkingsdienst die wordt gehouden in de Shitennoji- tempel, op de sterfdag van prins Shotoku (22 februari volgens de maankalender) |
| shoryū-庶流 | buitenechtelijke afstamming; onwettige zijtak [zijlijn] van een familie |
| shosa-所作 | gedrag; hoe zich te gedragen (bij een bepaalde gelegenheid) |
| shōsai-商才 | zakelijk inzicht |
| shōsatsu-蕭殺 | een gevoel van eenzaamheid (m.n. aan het einde van de herfst) |
| shosei-処世 | (iemand's) levenswandel; levenshouding |
| shōsei-小生 | (in briefwisseling aan iemand die gelijk of lager in rang is) ik |
| shōsei-小生 | (formeel, bescheiden, mannelijk taalgebruik) ik |
| shōsei-小生 | (Chinees theater) toneelrol van jongeman |
| shosei-書生 | student; geleerde |
| shōsei-鐘声 | klokgelui; het (geluid van het) luiden van een klok [bel] |
| shōsen-商戦 | handelsoorlog |
| shosen-所詮 | uiteindelijk; ten slotte; immers; per slot van rekening |
| shōsenkyoku-小選挙区 | een klein [enkelvoudig] kiesdistrict (met één zetel) in Japan |
| shōsenkyokuhireidaihyōheiritsusei-小選挙区比例代表並立制 | kiesstelsel bestaande uit kiesdistricten met één zetel en proportioneel vertegenwoordigde kiesdistricten met meerdere zetels |
| shōsenkyokusei-小選挙区制 | kiestselsel van kiesdistricten met één zetel |
| shōsetsu-小説 | verhaal; roman; novelle |
| shōsetsu-章節 | (verdeling in) hoofdstukken en secties [paragrafen] |
| shōsha-商社 | handelsfirma |
| shōsha-瀟洒 | elegantie; verfijning |
| shōsha-照射 | bestraling; irradiatie; blootstelling (aan stralen) |
| shoshi-初志 | de oorspronkelijke bedoeling |
| shōshi-小史 | achtervoegsel na iemands pseudoniem (m.n. van een kunstenaar) |
| shōshi-小史 | de officiële functie van secretaris in de Zhou-dynastie in China |
| shōshi-小子 | aanspreektitel van een leraar voor zijn leerling |
| shoshi-庶子 | een buitenechtelijk kind; bastaard |
| shoshi-書肆 | boekhandelaar; boekhandel; boekenwinkel; uitgever |
| shoshi-書誌 | bibliografie; literatuurlijst; titellijst; boekenlijst |
| shōshi-笑止 | belachelijk[ lachwekkend; absurd] zijn |
| shōshi-証紙 | een keuringsstempel |
| shoshi-諸姉 | een groot aantal vrouwen; (ook gebruikt als aanspreektitel of pers. vnw.) dames (u; jullie) |
| shoshi-諸子 | (aanspreektitel tegen een groep) u; jullie |
| shoshi-諸氏 | vele [alle] mensen; iedereen |
| shoshiki-諸式 | de prijzen van de verschillende artikelen |
| shoshiki-諸式 | waren; goederen; artikelen |
| shoshin-所信 | (iemands) geloof; overtuiging |
| shoshin-書信 | brief; epistel |
| shōshin-焼身 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
| shōshinjisatsu-焼身自殺 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
| shoshinsha-初心者 | de beginneling |
| shōshitsu-消失 | (geleidelijke) verdwijning; vervaging |
| shōshitsusuru-消失する | (geleidelijk) verdwijnen; vervagen; wegsterven |
| shosho-処暑 | de periode (rond 23 augustus) wanneer de zonnestand op 150 lengtegraad is en de zomerhitte afneemt (1 van de 24 graadverdelingen van de zonnekalender) |
| shōshō-少少 | (beleefder synoniem voor 少し) een beetje; eventjes |
| shōsho-消暑 | afkoelen; de zomerhitte verslaan |
| shōshū-召集 | oproep; appel; convocatie; bijeenroeping |
| shoshutsu-庶出 | geboorte buiten het huwelijk; |
| shoshutsu-庶出 | buitenechtelijk kind |
| shōshutsu-抄出 | uittreksel; selectie |
| shōsō-正倉 | opslagplaats; magazijn (van een boeddhistische tempel) |
| shōsō-正倉 | overheidsinstelling (in de oudheid) |
| shōsō-聖僧 | boeddhistisch beeld (m.n. van Manjushri) in de monnikenhal (Zenboeddhisme), of aan het hoofd van de eetzaal |
| shōsō-聖僧 | een (boeddhistische) priester met een hoog niveau van geleerdheid en wijsheid |
| shōsōin-正倉院 | de naam voor een repositorium [magazijn] voor kunstschatten van een boeddhistische tempel (zoals de Todai-ji, in Nara) |
| shosoku-初速 | de beginsnelheid; aanvangssnelheid |
| shosokudo-初速度 | beginsnelheid |
| shōsokusuji-消息筋 | informatiebronnen; welingelichte kringen |
| shōtai-正体 | originele [natuurlijke] vorm; ware verschijning |
| shotaidōgu-所帯道具 | huishoudelijke artikelen |
| shotaijimiru-所帯じみる | uitgeput raken (door huishoudelijke zorgen] |
| shotaijimiru-所帯じみる | huiselijk [huishoudelijk] worden |
| shotaiken-初体験 | de eerste ervaring [belevenis]; de eerste keer dat men iets doet |
| shotaiken-初体験 | de eerste seksuele ervaring |
| shotchū-しょっちゅう | de hele tijd; van begin tot eind; altijd |
| shōten-商店 | winkel; (handels)zaak |
| shōten-昇天 | Hemelvaart (van Christus) |
| shoten-書展 | kalligrafie tentoonstelling |
| shoten-書店 | boekenwinkel; boekhandel; boekhandelaar |
| shōtengai-商店街 | winkelstraat; winkelcentrum |
| shōto-ショート | (short selling) het verkopen van effecten die men niet in eigen bezit heeft (om snel te kunnen anticiperen op koerswisselingen) |
| shotō-初等 | elementair onderdeel; het beginnersniveau |
| shotokuwari-所得割 | inkomensafhankelijke [inkomensgerelateerde] (belasting)heffing |
| shotokuzei-所得税 | inkomstenbelasting |
| shotōsūgaku-初等数学 | de elementaire wiskunde |
| shōto・katto-ショート・カット | snelkoppeling; sneltoets (comp. term) |
| shōto・katto-ショート・カット | kortgeknipt kapsel (voor vrouwen) |
| shōto・sutōrī-ショート・ストーリー | kort verhaal; novelle |
| shottetatsu-背負って立つ | de steunpilaar zijn voor; de volle verantwoordelijkheid dragen voor |
| shotto-ショット | borrel; een glas sterke drank |
| shou-背負う | (fig.) (de last) op de schouders dragen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| shōun-勝運 | geluk (om te winnen) |
| shōun-商運 | geluk [succes] in zaken [handel] |
| shōwa-笑話 | grappig [humoristisch; amusant; vermakelijk] verhaal |
| shōyaku-抄訳 | een beknopte [verkorte] vertaling; een vertaling van een gedeelte van een tekst |
| shōyaku-生薬 | natuurgeneesmiddel; natuurlijk medicijn (plantaardig of dierlijk) |
| shōyō-商用 | voor zaken; zakelijke handelingen [activiteiten] |
| shōyō-慫慂 | advies; aanbeveling; aansporing |
| shōyō-逍遥 | wandeling; het wandelen [slenteren] |
| shōyōbun-商用文 | zakelijke brief; zakelijke correspondentie |
| shōyōsuru-逍遥する | wandelen; slenteren |
| shōza-正座 | de ereplaats (voor de (belangrijke) gast) |
| shozai-所在 | handeling; actie; daad |
| shozainai-所在ない | zich vervelen; niets te doen hebben |
| shōzen-悄然 | neerslachtigheid; moedeloosheid |
| shōzen-承前 | vervolg (vermelding boven een tekst) |
| shōzen-蕭然 | eenzaamheid; desolaatheid; troosteloosheid |
| shōzō-肖像 | portret; beeltenis |
| shōzōken-肖像権 | portretrecht; beeldrecht |
| shozon-所存 | intentie; bedoeling; mening |
| shū-収 | (in kanji combinaties) verzamelen; ophalen; binnenhalen |
| shū-拾 | (in kanji combinaties) oppakken; oprapen; vinden; verzamelen; krijgen; kiezen |
| shu-殊 | (in kanji combinaties) buitengewoon; bijzonder; exceptioneel; prijzenswaardig |
| shu-珠 | (in kanji combinaties) parel; ronde bal; kraal |
| shū-秀 | voortreffelijkheid; uitmuntendheid |
| shū-酬 | (in kanji combinaties) belonen; teruggeven; terugbetalen |
| shū-醜 | lelijkheid |
| shu-首 | woord dat wordt gebruikt om Chinese en Japanse gedichten (zoals tanka, e.a.) te tellen |
| shūban-終盤 | eindspel; laatste fase (van een wedstrijd, verkiezingen, onderneming, actie, e.d.) |
| shubi-守備 | (sport) verdediging; veldbezetting |
| shubi-首尾 | ontwikkeling; loop van gebeurtenissen; afloop; uitkomst; resultaat |
| shubi-首尾 | omstandigheden optimaal regelen om zaken tot een goed einde te brengen |
| shubōsha-首謀者 | brein; mastermind; genie (in criminele ondernemingen [acties] |
| shubu-主部 | het hoofdonderdeel [belangrijkste deel] van een zin |
| shubun-主文 | hoofdonderdeel [belangrijkste deel] van een tekst |
| shūchishin-羞恥心 | schaamtegevoel |
| shuchō-主張 | bewering; stelling |
| shuchōsuru-主張する | beweren; stellen; volhouden (dat) |
| shuchū-主柱 | belangrijkste (steun)pilaar [pijler] (van een gebouw) |
| shūchū-衆中 | temidden van veel mensen; in een grote groep mensen |
| shūchū-集中 | centralisatie; het bijeenbrengen [verzamelen] |
| shūchūchiryō-集中治療 | intensive care; intensieve (medische) behandeling |
| shūchūchiryōshitsu-集中治療室 | intensive care (afdeling); ic |
| shūchūgōsetsu-集中豪雪 | lokale [plaatselijke] zware sneeuwval |
| shūchūgōu-集中豪雨 | plaatselijke stortbui [regenval] |
| shudai-首題 | titel [eerste zin} van een (Boeddhistische) soetra |
| shudai-首題 | titel van een document [brief; boekdeel] |
| shudaika-主題歌 | titelsong; titelmelodie |
| shudan-手段 | middel; methode |
| shūdō-修道 | religieuze training |
| shūen-終演 | einde van een show [voorstelling] |
| shuen-酒宴 | feest; borrel; banket |
| shufu-首府 | hoofdstad (waar ook de overheid meestal zetelt) |
| shūgakuryokōsaki-修学旅行先 | bestemming van een school [studie] reis; (studie)reisdoel |
| shugan-主眼 | hoofddoel; focus; kernpunt; essentie; belangrijkste punt |
| shugendō-修験道 | Japans berg ascetisme (een samensmelting van verschillende religieuze stromingen, zoals Boeddhisme en Shinto) |
| shugi-主義 | principe; beginsel; dogma; -isme; doctrine |
| shūgi-宗義 | fundamentele doctrine van een geloofsgemeenschap [sekte] |
| shūgi-祝儀 | felicitatie; geschenk (als felicitatie) |
| shūgin-秀吟 | een prachtig [voortreffelijk] lied [gedicht] |
| shugō-酒豪 | een zware drinker; iem. die veel (alcohol) drinkt |
| shūgō-集合 | {wiskundige) verzameling |
| shugotenshi-守護天使 | beschermengel |
| shugū-殊遇 | speciale behandeling; bijzondere gunst |
| shūgu-衆愚 | de domme massa; het gepeupel |
| shugyō-執行 | (boeddh.) hoofdpriester die verantwoordelijk is voor administratie en tempelzaken |
| shūgyō-就業 | werk; werkgelegenheid; het aan het werk gaan |
| shugyōsha-修行者 | boeddhist; gelovige; pelgrim |
| shūha-宗派 | religieuze sekte [gezindte]; kerkgenootschap |
| shuhigimu-守秘義務 | geheimhoudingsplicht; vertrouwelijkheid; zwijgplicht |
| shūhitsu-収筆 | eindpunt van een penseelstreek (bij het kalligraferen) |
| shuhitsu-朱筆 | correctie; verbetering; verandering (in een tekst, met rode pen (of penseel) |
| shūho-修補 | reparatie; herstel |
| shui-主意 | belangrijkste betekenis [idee; mening] |
| shūi-襲衣 | bovenkleding; de buitenste laag van (traditionele) kleding |
| shuin-主因 | hoofdoorzaak; belangrijkste factor; drijfveer |
| shuin-手淫 | masturbatie; zelfbevrediging |
| shuin-朱印 | rood zegel; rode stempelafdruk (vanaf de Muromachi periode tot de Edo-periode voor officiële documenten van het shogunaat) |
| shuinsen-朱印船 | (Edo periode) handelsschip met permissie om naar het buitenland te varen |
| shuji-主事 | hoofdopzichter; toezichthouder; degene die de primaire verantwoordelijkheid draagt |
| shūji-修辞 | spreekwijze; retorisch middel; stijlfiguur |
| shuji-種子 | zaad; zaadkorrel |
| shujii-主治医 | de behandelend arts |
| shūjin-囚人 | gevangene; gedetineerde (door de strafrecht herziening van 1995 formeel niet langer in gebruik) |
| shūjin-集塵 | een hoop [ophoping van] stof [afval; rommel] |
| shujinkō-主人公 | hoofdpersoon; hoofdfiguur; held; heldin; protagonist (van verhalen, e.d.) |
| shūjitsu-終日 | de hele dag (door) |
| shūjo-醜女 | vrouwelijke demoon |
| shūjoshi-終助詞 | slotpartikel (ka, no, ya, na, wa, tomo, kashira) |
| shuka-酒家 | slijterij; drankenhandel; kroeg |
| shūkai-周回 | het iets omgeven [omcirkelen]; ergens omheen gaan\ |
| shūkanshi-週刊誌 | weekblad (tijdschrift dat wekelijks verschijnt) |
| shūkei-集計 | totaal berekening [optelling] |
| shūketsu-集結 | het (op één plek) samenkomen [verzamelen; bijeenkomen] |
| shūki-周期 | cyclus; omwentelingsperiode |
| shūki-宗規 | religieuze voorschriften |
| shuki-手記 | (voor zichzelf opgeschreven) notities [aantekeningen]; herinneringen; memoires |
| shūki-終期 | (jur.) eindtermijn (voor een rechtshandeling) |
| shūkin-集金 | het ophalen van geld; het innen van een rekening; incasso |
| shūkinbukuro-集金袋 | envelop waarin men geld voor een betaling doet |
| shūkinnin-集金人 | collectant; iem. die geld inzamelt [ophaalt] |
| shūkinsuru-集金する | geld ophalen; rekening(en) innen |
| shukke-出家 | toetreding tot het boeddhisme (uittreding uit de mondaine wereld) |
| shukkin-出金 | het opnemen [afhalen] van geld van eigen rekening |
| shukkyō-出京 | het (van het platteland) naar de hoofdstad gaan [verhuizen] |
| shūkō-就航 | in gebruiksname [in werkingstelling] (van b.v. schepen, vliegtuigen) |
| shūkō-衆口 | publieke opinie; algemeen oordeel |
| shukō-酒肴 | eten en drinken; voedsel en drank |
| shūkō-醜行 | schandelijk [aanstootgevend] gedrag |
| shukōgyō-手工業 | ambachtelijke sector |
| shuku-淑 | (in kanji combinaties) deugdzaam; elegant |
| shūku-秀句 | woordspeling; kwinkslag |
| shukubō-宿坊 | verblijfsplaats voor pelgrims in een tempel |
| shukubō-宿坊 | (eufemistisch) bordeel |
| shukubō-宿坊 | ruimte voor shinto-priesters voor religieuze reiniging [purificatie] e.d |
| shukubō-宿坊 | familietempel |
| shukubō-宿坊 | vertrekken [kamers] van priesters [monniken] in een tempel |
| shukuden-祝電 | felicitatietelegram |
| shukueki-宿駅 | pleisterplaats; poststation (om van paarden te wisselen) |
| shukuen-祝宴 | feestelijk banket; feestmaal |
| shukuga-祝賀 | viering; festiviteit; gelukwens |
| shukugan-宿願 | (boeddh.) een wens [gelofte] uit een vorig leven |
| shukuhakuryō-宿泊料 | hotelrekening |
| shukuhakusha-宿泊者 | hotelgast; pensiongast |
| shukuryō-宿料 | hotelrekening |
| shukusha-宿舎 | hotel; pension; herberg; accommodatie |
| shukusha-宿舎 | bedrijfswoning; personeelswoning |
| shukusho-シュクショ | screenshot (van scherm van computer, mobiele telefoon, e.d.) |
| shūkyō-宗教 | godsdienst; religie |
| shukyō-酒興 | vermaak tijdens een drankfeest; vermakelijkheden |
| shūkyōdantai-宗教団体 | religieuze organisatie [groep] |
| shūkyōhōjin-宗教法人 | religieuze organisatie [onderneming] (zonder winstbejag) |
| shūkyōka-宗教家 | religieuze persoon [figuur; leider] |
| shūkyoku-終曲 | (van een concert, etc.) het slotstuk; slotdeel; eindstuk |
| shūkyōteki-宗教的 | godsdienstig; religieus |
| shūmaku-終幕 | het einde van iets (van een voorstelling, show, zaak, etc.) |
| shūmaku-終幕 | de laatste akte van een toneelstuk |
| shumei-主命 | bevel van de heerser [meester] |
| shumoku-種目 | categorie; discipline; onderdeel |
| shumon-守門 | poortwacht; poortbewaking (van een stad, kasteel e.d.) |
| shūmon-宗門 | religieuze stroming; denominate; gezindte |
| shūmon-宗門 | doctrine; leerstelling |
| shun-駿 | uitmuntend [excellent] zijn |
| shunba-駿馬 | excellent (ren)paard |
| shūnen-周年 | een heel jaar |
| shuniku-朱肉 | een vermiljoen(kleurig) stempelkussen |
| shūninenzetsu-就任演説 | inaugurele rede |
| shuninteate-主任手当て | toelage [financiële vergoeding] voor leerkrachten met aanvullende administratieve taken |
| shunjun-逡巡 | aarzeling; besluiteloosheid |
| shunkansetchakuzai-瞬間接着剤 | secondelijm |
| shunkashūtō-春夏秋冬 | de 4 seizoenen; het hele jaar (door) |
| shunken-峻険 | (fig.) strikt [streng] en ontoegankelijk zijn |
| shunkō-春光 | lentelicht; lentekleuren; lentelandschap |
| shunme-駿馬 | excellent (ren)paard |
| shunō-主脳 | hoofddoel; focus; kernpunt; essentie; belangrijkste punt |
| shunō-首脳 | hoofddoel; focus; kernpunt; essentie; belangrijkste punt |
| shunōkeru-シュノーケル | snorkel (duikuitrusting) |
| shunran-春蘭 | nobele orchidee (Cymbidium goeringii) |
| shunshū-春愁 | lente melancholie [depressie] |
| shūnyūinshi-収入印紙 | belastingzegel |
| shuppangyō-出版業 | uitgeverswereld |
| shuppin-出品 | het tentoonstellen [laten zien]; expositie; uitstalling |
| shuppinsuru-出品する | tentoonstellen; exposeren; uitstallen; (iets) inzenden voor een tentoonstelling [veiling] |
| shura-修羅 | felle strijd; bloedbad; slachtpartij |
| shuran-酒乱 | dronkelap; dronkaard |
| shūrei-秀麗 | elegantie; schoonheid; pracht |
| shūrei-秋冷 | herfstkou; koel [kil] herfstweer; de koelte van de herfst |
| shūren-修練 | geestelijke en technische training (in kunstvormen, vechtkunsten e.d.) |
| shūren-習練 | herhaaldelijke oefening [training] |
| shūri-修理 | reparatie; herstelwerk |
| shūrikōjō-修理工場 | reparatiewerkplaats; herstelwerkplaats |
| shūrisuru-修理する | repareren; herstellen |
| shūriten-修理店 | reparatiewinkel |
| shurō-鐘楼 | (bij een boeddhistisch tempel) de open hal met de tempelbel |
| shūroku-収録 | het publiceren; noteren; samenstelling; drukken |
| shūroku-集録 | compilatie; samenstelling; verzameling |
| shuruihanbaiten-酒類販売店 | slijterij; drankwinkel |
| shūryō-収量 | de hoeveelheid van een doelstof die wordt verkregen door zuivering, synthese, etc. |
| shūryō-収量 | de opbrengst [hoeveelheid] van een oogst |
| shūryō-秋涼 | de koelte van de (beginnende) herfst; koele herfstwind |
| shuryō-酒量 | drankhoeveelheid |
| shūryoku-衆力 | de kracht van vele mensen (tezamen); vereende krachten |
| shūsan-秋蚕 | zijderups (van de soort die in de zomer tot de late herfst tot ontwikkeling komt) |
| shūsei-衆生 | alle mensen; veel mensen |
| shuseki-酒席 | banket; feest; borrel |
| shūsen-周旋 | bemiddeling; tussenkomst (om iets te regelen); aanbeveling |
| shusen-酒仙 | een zware drinker; drankorgel; iemand die veel sterke drank drinkt |
| shushasentaku-取捨選択 | selectie; de beste uitkiezen |
| shushi-種子 | zaad; zaadkorrel |
| shūshi-終始 | het einde en het begin; de hele tijd |
| shushi-趣旨 | doel; bedoeling; oogmerk |
| shushin-主神 | oppergod; belangrijkste god van een heiligdom; koning der goden |
| shūshin-終身 | het hele leven; levenslang |
| shūshinkoyō-終身雇用 | vaste aanstelling; levenslange werkgelegenheid [tewerkstelling] |
| shūshinkoyōseido-終身雇用制度 | Japans systeem dat werknemers hun hele (werkzame) leven bij hetzelfde bedrijf werken |
| shushō-主将 | opperbevelhebber |
| shushō-手抄 | handgeschreven kopie; uittreksel; samenvatting |
| shūshō-終章 | epiloog; laatste deel [hoofdstuk; sectie] (van een boek, etc.) |
| shushoku-主食 | hoogvoedsel; belangrijkste voedsel |
| shushoku-酒食 | eten en drinken; voedsel en drank |
| shūshokuguchi-就職口 | werkplek; werkgelegenheid; vacature |
| shūshokuhyōgaki-就職氷河期 | perode van slechte werkgelegenheid |
| shūshokunan-就職難 | moeilijk werk kunnen vinden (door een tekort aan werkgelegenheid) |
| shūshokuritsu-就職率 | werkgelegenheidsgraad; werkgelegenheidspercentage |
| shūshokushiken-就職試験 | een test [examen] om te kunnen beoordelen of een kandidaat geschikt is voor baan |
| shūshū-収集 | inzameling; verzameling |
| shūshūka-収集家 | verzamelaar; verzamelaarster |
| shuso-主訴 | belangrijkste klacht [symptoom] (van een patiënt) |
| shūso-臭素 | broom (chem. element) |
| shusokudo-終速度 | eindsnelheid |
| shussan'iwai-出産祝い | felicitaties [cadeaus] bij een geboortefeest |
| shusseuo-出世魚 | vissen die een verschillende namen hebben al naar gelang hun grootte en ouderdom |
| shussha-出社 | het naar [aan] het werk gaan; inklokken (aanmelden per prikklok) |
| shusshi-出仕 | (in de Meiji periode) een ambtenaar in proeftijd; tijdelijke boventallige ambtenaren |
| shusshikin-出資金 | geldinvestering; geïnvesteerd geld |
| shussō-出走 | deelname aan een race |
| shūsui-秋水 | kristalhelder water in de herfst |
| shusūkansō-指数関数 | exponentiële functie (wiskunde) |
| shūtai-醜態 | schandalig gedrag [uiterlijk]; wangedrag; schandelijke handelswijze |
| shutaisei-主体性 | onafhankelijkheid; eigen identiteit [initiatief]; individualiteit |
| shūtaisei-集大成 | compilatie; verzameling |
| shutaiteki-主体的 | onafhankelijk; individueel; proactief |
| shutara-修多羅 | decoratief gevlochten koord (op de mantel van een boeddhistische priester) |
| shutara-修多羅 | (boeddh.) annotatie waarin de leer wordt uitgelegd |
| shutchin-出陳 | inzending voor een tentoonstelling; het exposeren |
| shutchōjo-出張所 | bijkantoor; filiaal; lokale [plaatselijke] vertegenwoordiging; agentschap |
| shutchōryohi-出張旅費 | (zakelijke) reiskosten |
| shuten-主点 | hoofdpunt; belangrijkste punt |
| shūto-シュート | stortkoker, glijgoot; helling |
| shūto-宗徒 | volgeling; gelovige; toegewijde |
| shūto-衆徒 | (in de Heian periode) monniken die in een grote tempels woonden (zij waren vaak ook krijgers) |
| shūto-衆徒 | veel monniken |
| shuto-酒徒 | (zware) drinker (van sterke drank); drinkebroer; drankorgel |
| shutoken-首都圏 | hoofdstedelijk gebied; stedelijke agglomeratie |
| shutsuba-出馬 | (te paard) eropuit gaan [vertrekken] (b.v. naar het slagveld) |
| shutsuba-出馬 | kandidaatstelling bij verkiezingen |
| shutsuba-出馬 | zelf op pad gaan; persoonlijk iemand bezoeken |
| shutsubahyōmei-出馬表明 | kandidaatstelling |
| shutsubotsu-出没 | frequente [wisselende] verschijningen; het rondwaren |
| shutsudō-出動 | mobilisatie; uitzending (belast met een uitvoeringsopdracht, e.d.) |
| shutsuen-出演 | optreden (toneel, etc.) |
| shutsujin-出陣 | vertrek naar het slagveld [oorlogsgebied; front]; het ten strijde trekken |
| shutsujinshiki-出陣式 | ceremonie voorafgaand aan het vertrek naar een slagveld [oorlogsfront] |
| shutsujō-出場 | deelname (aan een wedstrijd etc.); inschrijving |
| shutsujō-出場 | (op het toneel, e.d.) opkomst; verschijning; optreden |
| shutsujōsha-出場者 | deelnemer |
| shutsunyū-出入 | komen en gaan; aankomst en vertrek; storting en opname (van monetaire middelen) |
| shūu-驟雨 | (plotselinge) regenbui; stortbui |
| shūwaisuru-収賄する | smeerdgeld aannemen; zich laten omkopen |
| shūya-庄屋 | (in het Edo tijdperk) dorpshoofd; hoofdman van een dorp of plaats (voornamelijk in het Kantō gebied) |
| shūya-終夜 | de hele nacht door |
| shuyaku-主薬 | (bij medicijnen) de basis; hoofdingrediënt; belangrijkste component |
| shūyaku-集約 | samenvatting; bij elkaar verzamelen |
| shūyō-収容 | logies; onderdak; toelating |
| shuyō-腫瘍 | tumor; gezwel; neoplasma |
| shūyōhinanbasho-収容避難場所 | vluchtelingenkamp; vluchtelingenopvang |
| shuza-首座 | ereplaats; erezetel |
| shuzai-主剤 | (van medicijnen) belangrijkste ingrediënt; hoofdbestanddeel; de basis |
| shuzai-取材 | nieuwsgaring; informatie verzamelen (voor verslaggeving) |
| shuzan-珠算 | berekeningen uitgevoerd met behulp van een telraam |
| shūzei-収税 | belastinginning; het innen van belastingen |
| shūzen-修繕 | herstel; reparatie; restauratie; herbouw |
| shūzen-愁然 | melancholie; verdrietigheid; treurigheid |
| shūzenhi-修繕費 | reparatiekosten; herstelkosten |
| shuzoku-種族 | stellaire populație |
| sō-壮 | een woord dat wordt gebruikt om het aantal keren te tellen van moxibustie (behandeling met brandende moxa op de huid) |
| sō-壮 | kracht; dapperheid; moed; heldhaftigheid; iets magnifieks [groots] |
| sō-早 | (in kanji combinaties) vroeg; spoedig; snel |
| sō-然う | (met negatie) niet zo veel; niet zo |
| sō-相 | uiterlijk; voorkomen; verschijning; gelaatsuitdrukking; gelaatstrekken |
| sō-艘 | woord gebruikt bij het tellen van vaartuigen |
| sōan-僧庵 | monnikscel; kluizenaarshut |
| soba-岨 | steile berghelling [rotswand] |
| sōba-相場 | wisselkoers; aandelenkoers; speculatie |
| sōba-相場 | maatschappelijke [publieke] waardering [reputatie]; aanzien |
| soba-蕎麦 | boekweit noedels |
| sobagaki-蕎麦掻き | gekookte boekweit knoedels (gegeten met met sojasaus of dipsaus) |
| sōbai-層倍 | (woord voor het aangeven van veelvouden van getallen) keer; maal |
| sobame-側妻 | geliefde; minnares; maîtresse; concubine |
| sobameshi-蕎麦飯 | een (okonomiyaki) gerecht van soba noedels en rijst, aan tafel gebakken op een metalen plaat |
| sōbetsu-送別 | vaarwel; afscheid |
| sobireru-そびれる | (als achtervoegsel bij een werkwoord) een kans [gelegenheid] missen; er niet in slagen om |
| sōbō-僧坊 | woonvertrekken van priester in een boeddhistische tempel; (boeddhistische) priesterwoning |
| soboku-素朴 | eenvoud; onnozelheid; naïviteit |
| sochi-措置 | stap; maatregel; actie |
| sodachi-育ち | groei; ontwikkeling |
| sōdai-総代 | vertegenwoordiger; afgevaardigde; gedelegeerde; plaatsvervanger |
| sōdanaite-相談相手 | adviseur; mentor; vertrouweling |
| sodateru-育てる | ontwikkelen; bevorderen; volbrengen |
| sodatsu-育つ | groeien; uitgroeien; zich ontwikkelen (tot) |
| sode-袖 | een kant van een poort, hek, etc.; vleugel (van een gebouw); coulissen (toneel) |
| sōden-送電 | elektriciteitstransmissie |
| sodeyama-袖山 | bovenste plooi (in bergvorm) van een mouw (Japanse traditionele kleding) |
| sōdō-僧堂 | meditatie-hal (in een zen-tempel) |
| sōdō-僧堂 | (oorspronkelijk) leefruimte om daar zowel te eten en te slapen naast de zazen-meditatie |
| sōdō-騒動 | vechtpartij; knokpartij; uit de hand gelopen feest |
| sodomu-ソドム | Sodom (verdorven stad uit de Bijbel) |
| soejō-添え状 | begeleidende [bijgevoegde] brief |
| soemono-添え物 | toevoeging; aanhangsel; bijvoegsel; supplement; appendix |
| soemono-添え物 | gratis artikel; weggevertje |
| sōen-蒼鉛 | bismut (chemisch element Bi) |
| soeru-添える | ondersteunen; helpen; vergezellen |
| sofisutikēshon-ソフィスティケーション | verfijning; raffinement; elegantie; chic |
| sōfuku-双幅 | een paar kakemono (naast elkaar gehangen) |
| sofuku-粗服 | eenvoudige [armoedige; sjofele] kleding |
| sofutobōru-ソフトボール | softbal (de bal waarmee softbal wordt gespeeld) |
| sofutokādo・miruku-ソフトカード・ミルク | wrongelmelk |
| sofutonomikkusu-ソフトノミックス | economische beleid dat meer gericht is op informatie en de software industrie |
| sofutopasuteru-ソフトパステル | zachte pastel |
| sofuto・baiku-ソフト・バイク | lichte motorfiets; bromscooter (gemotoriseerde tweewieler met een cilinderinhoud van 50 cc of minder) |
| sofuto・fōkasu-ソフト・フォーカス | softfocus (techniek uit de fotografie waarbij het beeld opzettelijk enigszins onscherp wordt gemaakt) |
| sofuto・guzzu-ソフト・グッズ | niet-duurzame gebruiksartikelen (vooral textiel) |
| sofuto・tatchi-ソフト・タッチ | zachtheid; zachtaardigheid; zacht aanvoelen; zachte aanpak |
| sogai-疎外 | het negeren [op afstand houden] van iemand; iemand koeltjes behandelen |
| sogai-阻害 | obstructie; blokkade; hindernis; belemmering |
| sogaisuru-疎外する | iemand op afstand houden [negeren; koeltjes behandelen; met de nek aankijken] |
| sogaisuru-阻害する | hinderen; belemmeren; blokkeren |
| sōgaran-僧伽藍 | boeddhistische tempel; boeddhistisch klooster |
| sōgei-送迎 | het verwelkomen en uitzwaaien [afscheid nemen) (van mensen) |
| sōgen-草原 | grasvlakte; weide; grasveld |
| sōgi-葬儀 | begrafenis(ritueel); uitvaartplechtigheid; afscheid (van een overledene) |
| sōgōgachi-総合勝ち | (judo) overwinning door samengestelde winst |
| sōgōgakka-総合学科 | een extra keuzevak dat op middelbare scholen wordt aangeboden naast de algemene en gespecialiseerde vakken |
| sōgoginkō-相互銀行 | coöperatieve spaarbank, een financiële instelling die eigendom is van haar spaarders of klanten |
| sōgoizon-相互依存 | onderlinge afhankelijkheid |
| sōgōkazei-総合課税 | belasting op verzamelinkomen |
| sōgosayō-相互作用 | interactie; wisselwerking; samenspel |
| sogoshisu-総合指数 | samengestelde index (Composite Index) |
| sōgōshōsha-総合商社 | (algemene) handelsonderneming; handelsmaatschappij |
| sōhaku-湊泊 | (dingen, goederen, e.d.) bijeenbrengen [verzamelen] |
| sōhitsu-走筆 | het snelschrijven; snelschrift met schrijfpenseel |
| sōhitsu-送筆 | penseelstreek interim beginpunt en eindpunt (bij het kalligraferen) |
| sōi-創痍 | wond; verwonding; letsel |
| sōin-僧院 | woonruimte [woning] van priesters [monikken]; tempel |
| sōin-総員 | al het personeel (van een kantoor, bedrijf, etc.); de gehele bemanning (van een schip e.d.) |
| soitsu-其奴 | die kerel; die vent |
| sōji-相似 | gelijkenis; overeenkomst; gelijkvormigheid; analogie |
| sōjō-相乗 | meerdere elementen versterken elkaars werking |
| sōjō-騒擾 | rellen; oproer |
| sōjōheikin-相乗平均 | meetkundig [geometrisch] gemiddelde |
| sōjōkōka-相乗効果 | synergie; voordeel door samenwerking |
| sōkaiya-総会屋 | type Japanse mafia (yakuza), dat bedrijven onder druk zet d.m.v (dreigen met) het verstoren van aandeelhoudersvergadering |
| sōkan-相姦 | ontucht; overspel |
| sōkan-相関 | correlatie; samenhang |
| sōkankankei-相関関係 | wederzijdse [onderlinge] betrekkingen; correlatie |
| sōkankeisū-相関係数 | correlatiecoëfficiënt (van Pearson) |
| sōkatsu-総括 | samenvatting; resumé; uittreksel |
| sōken-総見 | het bezoeken van een wedstrijd [voorstelling] met een grote groep ter aanmoediging [ondersteuning] |
| sōkensuru-総見する | met een grote groep een wedstrijd [voorstelling] bezoeken |
| soketto-ソケット | onderste deel van de schacht van een golfclub |
| soketto-ソケット | (elektriciteit) fitting; contactdoos |
| sōki-想起 | herinnering; voorstelling; (opgeroepen) beeld; gedachtenis |
| sōki-総記 | indeling [classificatie] van een bibliotheekbestand (van boeken, kranten, tijdschriften, etc.) |
| sōkin-送金 | (geld) overschrijving; overmaking; overgemaakt geld |
| sokkan-速乾 | het snel (op)drogen |
| sokkansei-速乾性 | sneldrogend vermogen |
| sokkin-即金 | contant geld; contanten |
| sokkō-速攻 | directe en snelle aanval; bliksemaanval |
| sokkoku-即刻 | onmiddellijk; meteen |
| sokkōsuru-速攻する | direct aanvallen; snel aanvallen |
| sokkyū-速球 | fastball (met grote snelheid geworpen bal) |
| sōkō-糟糠 | eenvoudige maaltijd; grof [niet verfijnd] voedsel |
| sokobaku-若干 | een (onbepaald) aantal; een kleine hoeveelheid; een paar; een beetje |
| sōkoban-倉庫番 | Sokoban (spel) |
| sokoku-祖国 | thuisland; vaderland; geboorteland |
| sōkon-早婚 | een vroeg huwelijk; huwelijk op jonge leeftijd |
| sōkon-爪痕 | (door vingernagel toegebracht) krab; kras; schram |
| sōkon-草根 | graswortels |
| sokonau-損なう | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokonau-損なう | schadelijk zijn; schaden; beschadigen; kwetsen; schenden |
| sōkonbokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sokoneru-損ねる | (gekoppeld achter andere werkwoorden) niet voor elkaar krijgen; niet goed doen |
| sokoneru-損ねる | schadelijk zijn; schaden; beschadigen; kwetsen; schenden |
| sōkonmokuhi-草根木皮 | wortels van kruiden en schors van bomen (gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde) |
| sokonuke-底抜け | roekeloos; onvoorzichtig; indiscreet |
| sokonuke-底抜け | vrije val (financiële markt) |
| sokonuke-底抜け | onbegrensd; grenzeloos; extreem |
| sōkōsha-装甲車 | (civiel voertuig) gepantserde auto |
| sokoshirenai-底知れない | bodemloos; onbegrensd; onmetelijk |
| sōku-走狗 | (fig.) marionet; speelbal; dupe; werktuig (iemand die het (vuile) werk moet opknappen) |
| sokubai-即売 | verkoop ter plekke (verkoop van tentoongestelde voorwerpen direct in de tentoonstellingsruimte) |
| sokudan-速断 | snel oordeel; haastige conclusie [beoordeling] |
| sokudo-速度 | snelheid; tempo |
| sokudoku-速読 | het snellezen |
| sokudokuka-速読家 | snellezer; iemand die snel leest |
| sokudokusuru-速読する | snellezen |
| sokuga-側芽 | laterale knop; okselknop (bevindt zich op de kruising van het blad en de stengel van een plant) |
| sokuhitsu-速筆 | snel schrijven |
| sokuho-速歩 | snelle tred; looppas |
| sokuji-即時 | onverwijld; onmiddellijk; ogenblikkelijk |
| sokujitsu-即日 | dezelfde dag (nog); direct |
| sokunō-即納 | een snelle [stipte] betaling of bezorging |
| sokuō-即応 | directe [snelle] reactie |
| sokuryoku-速力 | snelheid |
| sokusen-側線 | zijlijn (van sportveld of atletiekbaan) |
| sokushi-即死 | onmiddellijke dood; dood ter plekke |
| sokushin-促進 | versnelling; vooruitgang; promotie |
| sokushinsuru-促進する | versnellen; vooruitgaan; promoten |
| sokushisuru-即死する | onmiddellijk sterven |
| sokushitsu-側室 | concubine (van een edelman) |
| sokusoku-惻惻 | hartverscheurend [fel; bijtend] zijn |
| sokutatsu-速達 | expresse; expressebestelling |
| sokuya-即夜 | vanavond; op dezelfde avond |
| sōkyū-早急 | snel; spoedig; urgent zijn |
| sokyūken-遡及権 | vorderingsrecht om ontvangen wissels [cheques] te gelde te maken |
| sōmei-聡明 | wijsheid; intelligentie |
| sōmen-素麵 | zomernoedels (dunne noedels die in de zomer koud worden gegeten) |
| sōmi-総身 | (iemands) hele lichaam; het hele lijf; ten voeten uit |
| somo-抑 | wel; nu |
| sōmon-僧門 | woonruimte van een priester [monnik] in een tempelcomplex |
| sōmon-僧門 | boeddhistische priester [monnik; volgeling] |
| sōmu-総務 | (afdeling) algemene zaken |
| sōmu-総務 | werknemer [kantoorbediende] van (de afdeling) algemene zaken |
| somurie-ソムリエ | sommelier; wijnkelner; keldermeester |
| sōmushō-総務省 | Japanse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Communicatie (voor 2001: Ministerie van Openbaar Bestuur, Binnenlandse Zaken, Post en Telecommunicatie) |
| sōnan-遭難 | ramp; catastrofe; calamiteit; ongeluk |
| sōnangenba-遭難現場 | rampplek; de plaats van het ongeluk |
| sonata-其方 | (arch. beleefd, tweede persoon) u; jij |
| sondai-尊台 | (formeel, beleefd t.o.v. tweede persoon) u |
| sōnen-想念 | idee; begrip; denkbeeld |
| songaibaishō-損害賠償 | schadevergoeding; schadeloosstelling; tegemoetkoming [vergoeding; compensatie] voor geleden schade |
| songan-尊顔 | (respectvol woord voor het gezicht van iemand anders) uw gezicht [gelaat; voorkomen] |
| songō-尊号 | eretitel |
| songu-ソング | lied; melodie |
| songusutā-ソングスター | zanger; zangvogel |
| sonkai-損壊 | schade; beschadiging; vernieling; vernietiging |
| sonkei-尊兄 | (respectvol gebruikt als aanspreektitel voor de tweede persoon tussen mannen met een gelijke status) u |
| sonkin-損金 | (financieel) verlies |
| sonmin-村民 | dorpeling; dorpsbewoner |
| sonobashinogi-其の場凌ぎ | een tijdelijke maatregel; noodoplossing; een aktie ondernemen voor een tijdelijke oplossing |
| sonohi-其の日 | op die dag; dezelfde dag |
| sonohigurashi-其の日暮らし | een onzeker [sober] bestaan leiden; (financieel) de eindjes aan elkaar knopen; van dag tot dag leven; het leven nemen zoals het komt |
| sonokurai-其の位 | (ongeveer) zoveel; in die mate; een dergelijke hoeveelheid |
| sonotame-其の為 | daarom; daardoor; als gevolg daarvan; met dat doel |
| sonotsudo-その都度 | bij elke gelegenheid; telkens weer; elke keer |
| sonouchi-その内 | binnenkort (wel eens); gauw |
| sonpu-尊父 | (beleefd woord voor de vader van iemand anders) uw [jouw] vader |
| sonshitsu-損失 | verlies (van geld, bezittingen, etc.) |
| sontaku-尊宅 | (respectvolle aanspreektitel voor een ander) u |
| sontoku-損得 | winst en verlies; voordeel en nadeel |
| sonzaikan-存在感 | voelbare aanwezigheid (van iets, iemand, e.d.) |
| son'yō-尊容 | uw gelaat [gezicht] (beleefde term) |
| son'yō-尊容 | het gelaat [gezicht] van een Boeddhabeeld |
| sōō-相応 | doelmatigheid; overeenkomstigheid; geschiktheid |
| sōon-宋音 | Song-lezing (de Japanse uitspraak van Chinese karakters uit de Song dynastie; vooral van woorden gerelateerd aan het Zen Boeddhisme) |
| sōon-騒音 | lawaai; herrie; wanklank; geluidsoverlast |
| sōonkōgai-騒音公害 | geluidsoverlast |
| soppugata-ソップ型 | de slanke bouw van een sumoworstelaar; een slanke sumoworstelaar |
| sōpurando-ソープランド | combinatie van badhuis + bordeel |
| sōpuresu・sōpu-ソープレス・ソープ | synthetisch wasmiddel; neutraal reinigingsmiddel |
| sora-空 | lucht; hemel |
| soradanomi-空頼み | ijdele hoop |
| sorairo-空色 | hemelsblauw; azuur |
| sōran-争乱 | rel; ruzie; opstootje |
| sōran-騒乱 | ordeverstoring; oproer; rel; relletje |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| sorani-空似 | een toevallige gelijkenis |
| sorarizēshon-ソラリゼーション | solarisatie (fotografische inversie, waarbij zwart-wit in fotografisch werk wordt omgekeerd door tijdens het ontwikkelen enigszins te overbelichten) |
| sōrā・mirā-ソーラー・ミラー | zonnespiegel; helioscoop |
| sōrā・paneru-ソーラー・パネル | zonnepaneel |
| sōrā・shisutemu-ソーラー・システム | het zonnestelsel |
| soredake-其れだけ | zoveel; in die mate |
| soredake-其れだけ | des te meer [minder]; zoveel als; in verhouding |
| soregoran-それご覧 | zie je nu wel?; nu zie je het zelf! |
| soreha-其れは | heel erg; heel veel; buitengewoon; bijzonder |
| soremitakotoka-それ見たことか | zie je nu wel?; nu zie je het zelf! |
| soreppotchi-それっぽっち | zo weinig; zo gering; zo klein; zo'n klein beetje; slechts [alleen maar] dit [dat]; onbelangrijk; onbeduidend; futiel |
| soreshiki-其れしき | iets dat klein [gering; onbeduidend; onbelangrijk] is |
| soretomo-それとも | of (anders); dan wel |
| sorewasateoki-それはさておき | los daarvan; behalve dat; afgezien van dat; dat buiten beschouwing gelaten |
| sorewasorewa-其れは其れは | buitengewoon [extreem] veel |
| sorewasorewa-其れは其れは | (uitroep van verbazing, etc.) mijn hemel; wat jammer |
| sorewasōto-それはそうと | trouwens; welnu |
| sorezore-其れ其れ | elk; ieder; respectievelijk |
| soriddo-ソリッド | solide; vast; stevig; massief; degelijk |
| soriddo・gitā-ソリッド・ギター | gitaar zonder klankkast en met een elektromagnetisch opneemsysteem) |
| soriddo・moderu-ソリッド・モデル | massief model |
| soriddo・sutēto-ソリッド・ステート | (elektronica) vaste stof (gebruikmakend van het elektronisch fenomeen van de stof zelf) |
| sōrin-叢林 | boeddhistische tempel (m.n. een zentempel) |
| sōritsu-創立 | stichting; oprichting; instelling |
| soro-候 | gebruikt als hulpwerkwoord, voegt het beleefdheid toe van de spreker voor de toehoorder |
| sorō-疎漏 | nalatigheid; onzorgvuldigheid; roekeloosheid |
| soroban-算盤 | telraam; abacus |
| soroi-揃い | een set; stel; geheel |
| soroibumi-揃い踏み | (toneel) het samen op de bühne stappen; gezamenlijke opkomst |
| soroibumi-揃い踏み | (sumo) ceremonie waarbij alle worstelaars achter elkaar op de dojo stappen |
| sorosoro-そろそろ | langzaam; zachtjes; geleidelijk |
| sōryō-総量 | totale [bruto] gewicht [volume; hoeveelheid] |
| soryūshi-素粒子 | elementair deeltje |
| sōsā-ソーサー | schotel(tje) |
| sōsakujō-捜索状 | bevel(schrift) tot huiszoeking |
| sōsasuru-捜査する | onderzoeken; een (straf)onderzoek instellen |
| sōsei-早生 | snelle groei; vroegrijpheid; prematuur |
| sosei-組成 | samenstelling; opbouw; structuur |
| sōseiji-双生児 | tweeling |
| sōseki-送籍 | (door huwelijk of adoptie) overdracht van het familieregister [huishouden-registratie] van het ene naar het andere huishouden [gezin] |
| sōsetsu-創設 | stichting; oprichting; instelling |
| sōsetsusha-創設者 | oprichter; stichter (van een instelling e.d.) |
| sōsha-奏者 | instrumentalist; speler; bespeler van een muziekinstrument |
| sōsha-操車 | het rangeren (van treinstellen) |
| sōsha-相者 | fysionomist; gelaatkundige |
| sōsharu-ソーシャル | maatschappelijk; publiekelijk; openbaar; sociaal |
| sōsharu・akushon-ソーシャル・アクション | sociaal handelen (Engels: social action) |
| sōsharu・apurikēshon-ソーシャル・アプリケーション | sociale software; software waar sociale netwerken op draaien (Engels: social application) |
| sōsharu・bukkumāku-ソーシャル・ブックマーク | sociale bladwijzer; een (gedeelde) referentie naar een bron [website] op het internet (Engels: social bookmark) |
| sōsharu・enjiniaringu-ソーシャル・エンジニアリング | social engineering (het met technische middelen misbruik maken van menselijke zwakheden door criminelen) |
| sōsharu・hakkingu-ソーシャル・ハッキング | sociaal hacken; het op grote schaal beïnvloeden van het gedrag en standpunten van mensen (zonder dat ze het door hebben) (Engels: social hacking) |
| sōsharu・kosuto-ソーシャル・コスト | (economie) maatschappelijke kosten |
| sōsharu・kurakkingu-ソーシャル・クラッキング | sociaal kraken; het achter iemands wachtwoord proberen te komen [een wachtwoord kraken] buiten de computerwereld om (Engels: social cracking) |
| sōsharu・sukiru-ソーシャル・スキル | sociale vaardigheden (Engels: social skill) |
| sōsharu・tagingu-ソーシャル・タギング | (lett. sociaal labelen) folksonomie (Engels: social tagging) |
| sōsharu・uea-ソーシャル・ウエア | kleding die gedragen wordt buiten het kantoor indien men persoonlijk met het publiek moet communiceren (Engels: social wear) |
| sōsharu・wākā-ソーシャル・ワーカー | maatschappelijk werker [werkster]; sociaal werker [werkster] |
| sōsharu・wāku-ソーシャル・ワーク | maatschappelijk werk (Engels: social work) |
| soshiki-組織 | (biologisch) weefsel |
| soshiki-組織 | formatie; structuur; samenstelling |
| sōshiki-葬式 | begrafenis; teraardebestelling; uitvaart; begrafenisplechtigheid |
| soshikigaku-組織学 | histologie; weefselleer |
| soshikikōgaku-組織工学 | weefselkweek (techniek) |
| soshikisuru-組織する | organiseren; vormen; samenstellen |
| soshikiteki-組織的 | systematisch; stelselmatig; georganiseerd; organisatorisch |
| sōshin-総身 | het hele lichaam |
| soshioguramu-ソシオグラム | sociogram (voorstelling van relaties in een sociale groep) |
| soshōkeizoku-訴訟係属 | het in behandeling [hangende; onbeslist] zijn |
| sōsō-淙淙 | (het geluid van stromend water) gekabbel; gemurmel |
| sōsō-草草 | vereenvoudiging; snelheid; slordigheid |
| sosokusa-そそくさ | gehaastheid; rusteloosheid |
| sossensuihan-率先垂範 | het initiatief [de leiding] nemen om een goed voorbeeld te stellen |
| sōsū-総数 | huidige hoeveelheid (voorraad) |
| sōsupan-ソースパン | steelpan; sauspan |
| sōsuru-奏する | mogelijk maken; bereiken |
| sōsuru-奏する | (muziekinstrument) bespelen; (muziek) spelen; laten horen |
| sōtai-双胎 | tweeling |
| sōtai-相対 | relativiteit |
| sōtai-総体 | het geheel; alles |
| sōtaionkan-相対音感 | relatief gehoor |
| sōtaiseiriron-相対性理論 | relativiteitstheorie |
| sōtaishugi-相対主義 | relativisme |
| sōtaiteki-相対的 | relatief; betrekkelijk |
| sotē-ソテー | sauteren (kookmethode: snel bakken op heet vuur) |
| sōtei-想定 | veronderstelling; hypothese; aanname; verwachting; inschatting |
| sōtō-相当 | gelijkwaardigheid |
| sōtō-相当 | behoorlijke [aanzienlijke] hoeveelheid |
| sōtō-総統 | alleen-heerser; opperbevelhebber; (machtige) president |
| sotoberi-外耗 | de verhouding tussen het verlies van de hoeveelheid graan bij vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| sotogama-外釜 | buitenketel; buiten-boiler |
| sotomawari-外回り | de buitenste sporen van een ringspoorweg [cirkellijn]; de buitenste rijstroken van een ringweg |
| sotsū-疎通 | doorgang zonder hinder [belemmering] |
| sotsui-訴追 | vervolging; tenlastelegging; aanklacht; beschuldiging |
| sotto-そっと | stiekem; heimelijk |
| sou-沿う | zich bevinden op een rij [naast elkaar; langs [parallel} aan] |
| souru-ソウル | Seoel (de hoofdstad van Zuid-Korea) |
| souru-ソウル | ziel; geest |
| sowa-岨 | steile berghelling [rotswand] |
| soware-ソワレ | (Frans: soirée) soiree; avondvoorstelling; avondfeest |
| sozai-素材 | (oorspronkelijk) materiaal; materie; grondstof |
| sōzarai-総浚い | generale repetitie (toneel) |
| sōzarai-総浚い | repeteren [herhalen; opnieuw bestuderen] (hetgeen men geleerd heeft) |
| sozei-租税 | belastingen |
| sōzei-総勢 | de hele groep [partij]; de hele strijdmacht |
| sozeitokubetsusochihō-租税特別措置法 | de wet inzake bijzondere belastingmaatregelen |
| sozeiyūgūsochi-租税優遇措置 | gunstige belasting maatregelen; fiscale prikkels [stimulatie] |
| sozō-塑像 | standbeeld; beeld (gemaakt van klei, gips, was, e.d.) |
| sozō-塑造 | modellering; boetseerkunst; afgietsel (een beeld (maken) van klei of brons, etc) |
| sōzō-想像 | verbeelding; veronderstelling |
| sozōbera-塑造べら | gereedschap om te modelleren [om afgietsels te maken] |
| sozōdai-塑造台 | modelschijf; modelleer standaard |
| sōzōryoku-想像力 | verbeeldingskracht; voorstellingsvermogen |
| sōzōsuru-想像する | zich verbeelden; zich voorstellen; veronderstellen |
| sōzu-添水 | een bamboebuis waar water door loopt, die omklapt tegen een steen als hij vol is (werd vroeger gebruikt om vogels en dieren te verjagen) |
| su-巣 | (vogel)nest |
| sū-数 | (op)tellen; berekenen |
| sū-数 | (als prefix) enkele; sommige |
| subako-巣箱 | vogelhuisje |
| subarashii-素晴らしい | prachtig; geweldig; voortreffelijk; schitterend |
| subashikkoi-すばしっこい | vlug; snel; wendbaar; behendig |
| sube-術 | (vastgestelde) methode; manier; werkwijze |
| sūbenia・shoppu-スーベニア・ショップ | souvenirshop; souvenirwinkel |
| suberidome-滑り止め | tweede keuze school [universiteit e.d.] (als men is gezakt voor het toelatingsexamen van de eerste keuze) |
| subete-全て | alles; helemaal; volledig |
| subomu-窄む | nauwer worden; verschrompelen; leeglopen (van een ballon) |
| suboshi-素干し | het drogen in de schaduw (van zeewier, vissen, schelpdieren, etc.) |
| suchīru-スチール | stelen; ontvreemden; afpakken |
| suchīru-スチール | een still (stilstaand filmbeeld) |
| suchīru・gitā-スチール・ギター | (Eng.: steel guitar) steelgitaar; steelguitar |
| sudare-簾 | bamboejaloezie; scherm van horizontale bamboelatjes |
| sudare-簾 | weefsel [textiel] met een horizontaal weefpatroon |
| sudare-簾 | weefsel uit de Yamanashi prefectuur met een stippelpatroon |
| sue-末 | nakomeling |
| suehiro-末広 | het steeds welvarender worden |
| suehiro-末広 | (ceremoniële) waaier |
| suehirogari-末広がり | het steeds welvarender worden |
| suehirogari-末広がり | (ceremoniële) waaier |
| suenagaku-末長く | voor altijd; voor eeuwig; nog vele jaren; voorgoed |
| sueosoroshii-末恐ろしい | verontrustend; onheilspellend; angstig |
| sueosoroshii-末恐ろしい | verbazingwekkend; geweldig; veelbelovend |
| suetanomoshii-末頼もしい | veelbelovend; beloftevol |
| suezen-据え膳 | anderen laten werken en zelf niets doen |
| sufu-スフ | (van stoffen) stapel; stapelvezel |
| sugame-眇 | een scheel oog; het scheelzien [loensen] |
| sugatami-姿見 | kleedspiegel; passpiegel |
| sugeru-挿げる | bevestigen (van een touw, draad, onderdeel, e.d.); vastbinden; vastknopen; insteken |
| sugi-過ぎ | voorbij; te; te veel; over(matig) |
| sugiharagami-杉原紙 | dun, zacht, traditioneel Japans papier |
| sugiru-過ぎる | overschrijden; meer [teveel] zijn dan; te ver gaan |
| sugoi-凄い | verschrikkelijk; afschuwelijk |
| sugoi-凄い | geweldig; enorm; fantastisch; verbazingwekkend |
| sugosu-過ごす | te veel doen; te ver gaan (met) |
| sugosugo-すごすご | teneergeslagen; teleurgesteld; gedesillusioneerd; moedeloos |
| sugu-直ぐ | meteen; direct; onmiddellijk |
| sugureru-優れる | (met negatie) niet goed (voelen, eruitzien, etc.) |
| sugusama-直ぐ様 | onmiddellijk; direct; meteen |
| sui-水 | (één van de vijf elementen in de Japanse filosofie) water |
| sui-水 | (één van de vijf elementen in de Chinese filosofie) water |
| sui-粋 | de essentie; het beste; het belangrijkste |
| sui-粋 | elegantie; goede stijl |
| suiba-酸葉 | veldzuring (plant: Rumex acetosa) |
| suiban-推輓 | aanbeveling, aanprijzing (oorspronkelijke betekenis: een wagen vanaf de achterkant duwen, of vanaf de voorkant trekken) |
| suibotsu-水没 | onderdompeling; immersie; onder water komen te staan |
| suichō-水鳥 | watervogel |
| suiden-水田 | (waterig) rijstveld |
| suien-水煙 | mist [nevel] die boven het water hangt |
| suigan-酔眼 | waterige [troebele; wazige] ogen |
| suigissha-水牛車 | ossenwagen (voertuig voor enkel hooggeplaatsten) |
| suigyo-水魚 | water en vis(sen) (ook als symbool van iets dat moeilijk van elkaar te scheiden is) |
| suigyū-水牛 | waterbuffel |
| suihan-垂範 | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suihanki-炊飯器 | (elektrische) rijstkoker |
| suihansuru-垂範する | een goed voorbeeld geven (voor anderen) |
| suiheibungyō-水平分業 | horizontale arbeidsverdeling [werkverdeling; specialisatie] |
| suihō-水泡 | (vloeistof) schuim; belletjes; bruis |
| suijaku-衰弱 | zwakte; uitputting; uitmergeling; wegtering |
| suika-西瓜 | watermeloen |
| suikazura-忍冬 | kamperfoelie (Lonicera japonica) |
| suinguauto-スイングアウト | het uitzwenken [scharen] (van voertuigen of wielen) |
| suiryokuhatsuden-水力発電 | opwekking van elektriciteit uit waterkracht |
| suisaiga-水彩画 | aquarel; waterverfschilderij |
| suisen-推薦 | aanbeveling; referentie; steunbetuiging |
| suisen-水洗 | doorspoeling; het afspoelen; met water wassen |
| suisensuru-推薦する | aanbevelen |
| suishō-推奨 | aanbeveling; advies |
| suisho-水書 | waterkalligrafie (het schrijven met een penseel met water i.p.v. inkt, op een speciale ondergrond) |
| suishōkabu-推奨株 | aanbevolen aandelen |
| suishōsuru-推奨する | aanbevelen; adviseren |
| suisō-吹奏 | het bespelen van een blaasinstrumenten |
| suiso-水素 | waterstof (chem. element) |
| suisoku-推測 | schatting; hypothese; vermoeden; veronderstelling |
| suisokusuru-推測する | gissen; raden; veronderstellen; vermoeden |
| suisui-すいすい | (onomatopee) licht; soepel; glijdend; gladjes; vlot |
| suitai-翠黛 | (archaïsch) de kleur van een berg gehuld in een groenige nevel; de berg (die in de groene nevel is gehuld) |
| suitchi-スイッチ | schakelaar |
| suitchibakku-スイッチバック | zigzagspoorweg (op een berghelling) |
| suitchihittā-スイッチヒッター | (Eng.: switch hitter) een honkbalspeler die zowel rechts- als linkshandig kan slaan |
| suitchihittā-スイッチヒッター | (straattaal) een biseksueel; een veelzijdig persoon |
| suitchi・torēdo-スイッチ・トレード | handelswijze waarbij het ene bedrijf zijn verplichting om een aankoop te doen in een bepaald land aan een ander bedrijf verkoopt |
| suitei-推定 | aanname; inschatting; veronderstelling |
| suiteki-水滴 | waterdruppel; een druppel water |
| suitō-水痘 | waterpokken; varicellen |
| suitō-水筒 | veldfles; waterfles |
| suiton-水団 | in soep gekookte (platte) meelballetjes [knoedels] |
| suīto・hāto-スイート・ハート | (Eng.: sweetheart) geliefde; lief(je); lieverd; minnaar; minnares |
| suīto・poteto-スイート・ポテト | (Eng.: sweet potato) zoete aardappel |
| suiyaku-水薬 | vloeibaar medicijn; geneesmiddel in drankvorm; medicinaal drankje |
| suiyōeki-水溶液 | waterige oplossing (oplossing waarbij water het oplosmiddel is) |
| suizan-衰残 | uitgemergeld [afgemat] zijn |
| suji-筋 | een gerelateerde kwestie [zaak] |
| suji-筋 | vezel |
| suji-筋 | bron; kanaal; (welingelichte) kringen |
| sujibaru-筋張る | formeel [stijfjes] zijn [worden] |
| sujibone-筋骨 | spieren en beenderen [botten; skelet]; lichaamsbouw |
| sujichigai-筋違い | onredelijkheid; een tegenargument dat geen stand houdt |
| sujichigai-筋違い | diagonaal; dwarsliggend; kruiselings |
| sujiko-筋子 | gepekelde zalmkuit |
| sukai-スカイ | lucht; hemel |
| sukanburingugihō-スカンブリング技法 | scumbling, een techniek in de schilderkunst waarbij de verf wordt gedempt [verdoezeld] om een vager [glazig] effect te krijgen |
| sukarappu-スカラップ | (Eng.: scallop) kammossel; sint-jakobsschelp |
| sukasazu-透かさず | zonder aarzeling; meteen; onmiddellijk |
| sukasshu-スカッシュ | squash (balspel) |
| sukatorojī-スカトロジー | scatologie; studie van (fossiele) excrementen |
| sukatorojī-スカトロジー | scatologie (aandacht of voorliefde voor uitwerpselen) |
| sukebeikonjō-助平根性 | wellust; liederlijkheid |
| sukēpugōto-スケープゴート | iem. anders als zondebok aanwijzen (van waar je zelf schuldig aan bent) |
| sukēru-スケール | (kalk)aanslag; tandsteen; ketelsteen |
| sukēru-スケール | weegschaal; graadverdeling; schuifmaat |
| sukeruton-スケルトン | skelet; geraamte |
| sukeruton-スケルトン | skeleton-programming (code) |
| sukeruton-スケルトン | (sport) skeleton (stalen slee waarbij de bestuurder op zijn buik ligt) |
| suketchi-スケッチ | kort toneelstuk [verhaal; muziekstuk] |
| suketchifon-スケッチフォン | telefoon voor doven en slechthorenden (met een display en tekstinformatie-invoer) |
| sūki-数奇 | ongeluk; tegenspoed; tegenslag; pech |
| sūki-枢機 | belangrijkste (staats)zaken |
| sukige-梳き毛 | haarextensie; een haarstuk dat aan en kapsel wordt toegevoegd |
| sukihōdai-好き放題 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukījō-スキー場 | ski resort; skicentrum; skihelling |
| sukikatte-好き勝手 | naar believen, helemaal naar (je) eigen zin |
| sukimasangyō-隙間産業 | niche-industrie; niche-branche (van een klein gespecialiseerd segment van de handelsmarkt) |
| sukimono-好き者 | wellusteling; wellustig [onfatsoenlijk] persoon |
| sukimu・miruku-スキム・ミルク | taptemelk; magere (afgeroomde) melk |
| sukippu-スキップ | huppelen; hinkelen; springen |
| sukitto-スキット | kort toneelstuk; sketch |
| sukiyazukuri-数寄屋造り | Japanse traditionele, verfijnde bouwstijl (waarbij elementen van een theehuis worden opgenomen) |
| sukkari-すっかり | helemaal; volledig |
| sukkirisuru-すっきりする | zich opgeknapt [opgefrist] voelen |
| sukonku-スコンク | perfecte overwinning; overwinning zonder tegenpunten; een tegenstander geen enkel punt laten maken |
| sukōpā-スコーパー | beitel (Eng.: scorper) |
| sukōpu-スコープ | gezichtsveld; vizier |
| sukoriakyū-スコリア丘 | pyroclastische kegel; scoria-kegel; sintelkegel (door een vulkaan uitgeworpen puin) |
| sukoshi-少し | een beetje; geringe hoeveelheid |
| sukoshimo-少しも | (met een ontkenning) niet in het minst; geenszins; helemaal niet |
| sukuea-スクエア | onbuigzaam; strikt; formeel |
| sukui-掬い | het lepelen; scheppen; een schep |
| sukuinage-掬い投げ | (sumo) worp door een arm onder de oksel van de tegenstander te steken (een van de worptechnieken zonder de band van de tegenstander vast te pakken) |
| sukunai-少ない | weinig; gering; kleine hoeveelheid; schaars; onvoldoende; zelden |
| sukuraburu-スクラブル | scrabble (woordspel) |
| sukuramu-スクラム | een dicht opeengepakte menigte; een menselijke keten bij een demonstratie |
| sukuranburudo・māchandaijingu-スクランブルド・マーチャンダイジング | tactiek in de detailhandel waarbij een handelaar artikelen verkoopt die doorgaans buiten zijn assortiment vallen |
| sukuranburukōsaten-スクランブル交差点 | schuine oversteekplaatsen; kruispunt waar voetgangers gelijktijdig in alle richtingen kunnen oversteken |
| sukurappu-スクラップ | knipsel; snipper |
| sukurappu・ando・birudo-スクラップ・アンド・ビルド | methode bij het maken van een nieuwe begroting van een organisatie (inefficiënte onderdelen worden geschrapt en vervangen door nieuwe) |
| sukurïnshotto-スクリーンショット | screenshot (van scherm van computer, mobiele telefoon, e.d.) |
| sukuriputo-スクリプト | script, scenario (voor b.v. film, toneel en tv) |
| sukūru・zōn-スクール・ゾーン | gebied rond een school met een snelheidsbeperking voor verkeer |
| sukuryū-スクリュー | scheepsschroef; propeller |
| sukūtā-スクーター | scooter (vervoermiddel) |
| sukuu-掬う | struikelen |
| sukuu-掬う | lepelen; scheppen |
| sukyūba-スキューバ | duikuitrusting (self-contained underwater breathing apparatus) |
| sumaki-簀巻き | het iets in een bamboemat wikkelen |
| sumaki-簀巻き | het iemand in een bamboemat wikkelen en in een rivier gooien (straf in de Edo-periode) |
| sumashi-澄まし | (bakje) water om sake kopjes af te spoelen (tijdens een feest of banket) |
| sumashi-澄まし | heldere soep |
| sumashijiru-澄まし汁 | heldere soep |
| sumātobōru-スマートボール | Japans balspel (vergelijkbaar met flipperen) |
| sumi-隅 | (afk. voor) (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumi-隅 | een afgelegen plek; uithoek |
| sumimaegami-角前髪 | (Edo periode) kapsel voor jonge samoerai (met de zijkanten van de haarlijn van de pony in hoeken ingeschoren) |
| sumitsuki-墨付き | (historisch) formele brief met handtekening van een daimyo |
| sumiwataru-澄み渡る | het geheel en al opklaren (van de lucht) |
| sumiyaka-速やか | snel; spoedig; vlot; vlug |
| sumizumi-隅隅 | elk hoekje en gaatje; alle hoeken en gaatjes; alle kanten [facetten; details]; de fijne kneepjes |
| sumō-相撲 | sumo (worstelen) |
| sumokku-スモック | (boeren)kiel; jasschort |
| sumōku・bōru-スモーク・ボール | (sport) een snelle worp |
| sumonbyō-スモン病 | Subacute myelo-optische neuropathie (SMON) |
| sumōtori-相撲取り | sumo worstelaar |
| sumu-住む | (棲む) nesten; nestelen van vogels (in takken) |
| sumūjī-スムージー | smoothie (vruchtendrank, met melk, yoghurt of ijs) |
| sumūzu-スムーズ | glad; vlot; soepel |
| sun-駿 | (しゅん) uitmuntend [excellent] zijn |
| sunakku-スナック | snackbar; snelbuffet |
| sunakku・bā-スナック・バー | snackbar; snelbuffet |
| sunameno-砂目の | gestippeld; gepointilleerd |
| sunappu-スナップ | snelle polsbeweging bij het gooien of slaan van een bal (honkbal, golf) |
| sunawachi-即ち | met andere woorden; dat wil zeggen; te weten; namelijk |
| sunda-済んだ | klaar; af; beëindigd; opgelost |
| sunda-澄んだ | helder; transparant |
| sungeki-寸劇 | kort toneelstuk; sketch |
| sungō-寸毫 | een heel klein beetje |
| sunkoku-寸刻 | kort moment; tel; seconde |
| sunnari-すんなり | (onomatopee) probleemloos; gemakkelijk; vlot; gladjes |
| sunnari-すんなり | (onomatopee) dun; slank; lenig; soepel |
| sunōkeru-スノーケル | snorkel; snorkelen |
| sunomono-酢の物 | (in azijn) ingemaakt voedsel |
| sunpyō-寸評 | een korte beoordeling [bespreking]; kort commentaar |
| sunshi-寸志 | (nederige term voor de eigen gevoelens) mijn gevoelens |
| sunwa-寸話 | heel kort verhaaltje |
| sunzenshakuma-寸善尺魔 | Er is meer kwaad dan goed in deze wereld. (lett. een sun (ca. 3 cm) goed en een shaku (ca. 30 cm) kwaad) |
| suō-素襖 | ceremonieel gewaad van lagere samoerai |
| sūpā-スーパー | super; in hoge mate; geweldig |
| sūpā-スーパー | (aan beeld toegevoegde) ondertitels |
| supaiku-スパイク | (schoenen met) spikes (nagels of noppen) |
| sūpāinpōzu-スーパーインポーズ | (aan beeld toegevoegde) ondertitels |
| supana-スパナ | moersleutel; schroefsleutel |
| supan・obu・kontorōru-スパン・オブ・コントロール | spanwijdte (een management-begrip dat aangeeft aan hoeveel ondergeschikten een manager moet leidinggeven) |
| sūpāsanbyakuichijō-スーパー301条 | (super) artikel 301 (van de VS Omnibus handelswet uit 1974) |
| sūpāsutēshon-スーパーステーション | bijgeloof; bijgelovigheid |
| supattsu-スパッツ | strakke elastische broek; legging; maillot |
| supea-スペア | reserve; reserveonderdeel; vervanging |
| supea-スペア | (bowlen) spare (het omvergooien van alle kegels met de eerste twee worpen) |
| supea・kī-スペア・キー | reservesleutel |
| supēdo-スペード | schoppen (in kaartspel) |
| supekutakuru-スペクタクル | schouwspel; vertoning |
| supekyurēshon-スペキュレーション | (bij kaartspel) de schoppenaas |
| superingu-スペリング | spelling; spellingwijze; spellingleer; orthografie |
| superu-スペル | het spellen; spelling |
| superu・chekkā-スペル・チェッカ | spellingschecker (spellingcontrole) |
| superu・chekkā-スペル・チェッカー | spellingchecker |
| supēsu-スペース | de ruimte; het heelal |
| supīdī-スピーディー | snel; spoedig; prompt |
| supīdo-スピード | snelheid |
| supīdoappu-スピードアップ | versnelling; snelheidsverhoging; opdrijving |
| supīdobōru-スピードボール | (honkbal) fastball (met snelheid geworpen bal van de pitcher) |
| supīdo・gan-スピード・ガン | snelheidsmeter (bij honkbal, een machine die de werpsnelheid meet) |
| supin-スピン | (natuurkunde) spin van een elektron |
| supindoru-スピンドル | klos; spoel; as; spil |
| supirichuaru-スピリチュアル | spiritueel; geestelijk |
| supiritto-スピリット | geest; ziel |
| supoiruzu・shisutemu-スポイルズ・システム | vriendjespolitiek; het uitdelen van baantjes aan partijgenoten |
| supoito-スポイト | pipet; druppelaar; druppelbuisje; spuit |
| supotto-スポット | (biljarten) zwarte stip waar de bal op wordt gelegd |
| supotto-スポット | stip; stippel; vlek; puistje |
| supotto・ado-スポット・アド | reclamespot; televisiespot |
| supūn-スプーン | lepel |
| supūn-スプーン | (visserij) lepelvormig kunstaas |
| supurē-スプレー | nevel; spray |
| supureddo-スプレッド | smeersel (op brood, e.d.) |
| supuringubōdo-スプリングボード | gelegenheid; kans; springplank (fig.) |
| supuritto-スプリット | (bowlen) een eerste worp waarna twee groepjes kegels blijven staan |
| supuritto-スプリット | splitsing; (ver)deling |
| supuritto・fingādo・fasuto・bōru-スプリット・フィンガード・ファスト・ボール | (honkbal) een snelle bal met effect geworpen zodat hij plotseling daalt |
| supurōru-スプロール | wildgroei; onregelmatige [onordelijke] uitgroei [uitbreiding] |
| supūru-スプール | spoel; klos; haspel |
| supūtoniku-スプートニク | spoetnik (Russische kunstmatige satelliet) |
| sura-すら | zelfs |
| suragu-スラグ | (metaal) slak; sintel(s) |
| suraidingu・shisutemu-スライディング・システム | glijdende schaal systeem (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van kosten van levensonderhoud en consumptieprijzen) |
| suraidingu・sukēru-スライディング・スケール | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| suraidosei-スライド制 | glijdende schaal (methode die de lonen automatisch aanpast aan schommelingen in de index van de kosten van levensonderhoud, consumptieprijzen, etc) |
| surakku-スラック | speling; slapte; slap [los] zittend deel |
| surarito-すらりと | soepel; vlot |
| surasura-すらすら | vlot; soepel; vloeiend; ononderbroken |
| sureau-擦れ合う | tegen elkaar schuren [dringen; duwen] |
| surechigau-擦れ違う | langs elkaar heen praten |
| surechigau-擦れ違う | elkaar (rakelings) passeren |
| surekkarashi-擦れっ枯らし | wereldwijs; blasé; schaamteloos |
| surekkarashi-擦れっ枯らし | een wereldwijs [blasé; schaamteloos] persoon |
| suresure-すれすれ | rakelings; vlak langs |
| surēto-スレート | leisteen (tegel) |
| suriashi-摺り足 | een schuifelende [sloffende; glijdende] loop (met de voeten over de grond slepend) |
| suriban-擦り半 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| suribanshō-擦り半鐘 | alarmbel bij brand(gevaar) in de buurt, die zonder ophouden wordt geluid |
| surie-擂り餌 | (gemalen) vogelvoer |
| surikku-スリック | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surikkutaiya-スリックタイヤ | (profielloze) droogweerband (autoracen) |
| surikogi-擂り粉木 | houten stamper (behorend bij vijzel) |
| surikogi-擂り粉木 | een scheldwoord voor iemand die langzaam aan het aftakelen is (net zoals het afslijten van een houten stamper) |
| surīkuōtā-スリークオーター | (rugby) driekwart (een van de drie spelers achter de halfback) |
| surīku・sutairu-スリーク・スタイル | mooie [elegante] stijl |
| surippa-スリッパ | slipper (schoeisel) |
| surī・futto・rain-スリー・フット・ライン | (honkbal) drie-voet-lijn, de lijn die het slagveld verbindt met het eerste honk |
| surī・pīsu-スリー・ピース | een driedelig pak [kostuum] |
| surōpu-スロープ | helling; heuvel |
| surottori・rebā-スロットル・レバー | gashendel; gaspedaal |
| surottoru-スロットル | gashendel; gaspedaal |
| surottoru-スロットル | regelklep; smoorklep |
| surottoru・barubu-スロットル・バルブ | regelklep; smoorklep |
| suru-する | doen; spelen; opvoeren; optreden; acteren; handelen |
| suru-する | oordelen; beschouwen (als); veronderstellen |
| suru-擦る | verspillen; opmaken; verliezen (van geld, b.v. door te gokken) |
| surūputto-スループット | verwerkte hoeveelheid; productie; verwerkingscapaciteit |
| sururianburū-セルリアンブルー | hemelsblauw; azuur |
| surusuru-するする | soepel; vlot; snel |
| sūryō-数量 | kwantiteit; hoeveelheid |
| sūryōnebiki-数量値引き | kwantumkorting; staffelkorting |
| sūryōwariate-数量割当 | toewijzing [toekenning] van quota; quotaverdeling |
| susamajii-凄まじい | verschrikkelijk; afschuwelijk |
| sūshi-数詞 | telwoord |
| susogo-裾濃 | verfpatroon waarbij de kleur van de bovenkant naar de onderkant (van de stof) geleidelijk donkerder wordt |
| susokukan-数息観 | (zen-meditatie) een trainingsmethode om de geest te concentreren door het tellen van de in- en uitademingen |
| susugu-濯ぐ | (濯ぐ) (af)spoelen [reinigen] met water |
| susumu-進む | doorgaan; zich (verder) ontwikkelen |
| sutā-スター | ster (hemellichaam) |
| sutādasuto-スターダスト | sterrenstof; sterrenwolk; kosmische stofdeeltjes |
| sutaffu-スタッフ | staf; kader; personeel |
| sutairu-スタイル | stijl; model; genre |
| sutamen-スタメン | (sport) startopstelling |
| sutandādohan-スタンダード版 | standaardmodel |
| sutando-スタンド | standaard; stelling |
| sutandoarōn-スタンドアローン | losstaand; zelfstandig werkend (computer) |
| sutando・purē-スタンド・プレー | (sport) spectaculair [mooi] spel om het publiek enthousiast te krijgen |
| sutando・purē-スタンド・プレー | (theater) het op het publiek spelen |
| sutanpu-スタンプ | stempel |
| sutanpu-スタンプ | postzegel |
| sutāringu-スターリング | pond sterling (Engelse munteenheid) |
| sutāringu・burokku-スターリング・ブロック | een groep landen (voornamelijk uit het Britse Gemenebest) die hun munteenheid aan het pond sterling koppelden |
| sutatingumenba-スターティング・メンバー | (sport) startopstelling |
| sutātingu・menbā-スターティング・メンバー | (sport) deelnemer die meedoet aan het begin van een wedstrijd (in de startopstelling) |
| sutearingu-ステアリング | stuurwiel |
| sutearingu・hoīru-ステアリング・ホイール | stuurwiel; stuur |
| sutedī-ステディー | vast (van een relatie) |
| sutedī-ステディー | stabiel; gestaag |
| sutego-捨て子 | vondeling; een in de steek gelaten kind |
| sutēji-ステージ | podium; toneel |
| suteki-素敵 | fantastisch [prachtig; geweldig zijn |
| sutekki-ステッキ | wandelstok; staf |
| sutēkusu-ステークス | (paarden)race met prijzengeld |
| sutēkusu-ステークス | prijzengeld |
| sutemi-捨て身 | zelfopoffering |
| sutemu-ステム | stengel (van een bloem) |
| suteppu-ステップ | vezel |
| sutēpuru・faibā-ステープル・ファイバー | stapeldraad; vezellengte |
| sutereotaipu-ステレオタイプ | stereotiep beeld [model]; vaststaande opvatting |
| suterotaipu-ステロタイプ | stereotiep beeld [model]; vaststaande opvatting |
| suterusu-ステルス | (Eng. stealth) heimelijkheid; stiekem; in het geheim |
| suterusugijutsu-ステルス技術 | stealth-technologie (om een vliegtuig of een voertuig minder makkelijk detecteerbaar te maken) |
| sutēshon・burēku-ステーション・ブレーク | een pauze in een radio- of televisie-uitzending voor reclame of mededelingen |
| sutoa-ストア | winkel |
| sutōbu-ストーブ | kachel; fornuis |
| sutōbu・rīgu-ストーブ・リーグ | (honkbal) winterstop (de term verwijst naar de honkbalfans en managers die dan bij de kachel over de sport en de transfers zitten praten) |
| sutōkā-ストーカー | (van vuur, kachel, etc.) stoker |
| sutokku-ストック | aandelen(kapitaal) |
| sutokku・opushon-ストック・オプション | aandelenoptie |
| sutōn・sākuru-ストーン・サークル | steencirkel |
| sutoppā-ストッパー | (sport) speler die de aanval van de tegenstander blokkeert |
| sutoppu-ストップ | registerknop (orgel) |
| sutoraiku-ストライク | (bowlen) strike (het omverwerpen van alle kegels met een bal) |
| sutorenjā-ストレンジャー | vreemdeling; buitenstaander; buitenlander |
| sutoreputomaishin-ストレプトマイシン | streptomycine (bacteriëndodend geneesmiddel) |
| sutoresu-ストレス | (geestelijke) spanning; stress; druk |
| sutoretchi-ストレッチ | stretch; elasticiteit; rekmateriaal |
| sutoringusu-ストリングス | (in een orkest) de (bespelers van) snaarinstrumenten |
| sutorippu-ストリップ | strip; strook; het strippen [afpellen] |
| sutorīto・pafōmansu-ストリート・パフォーマンス | straatoptreden; straattoneel |
| sutōrī・terā-ストーリー・テラー | (verhalen) verteller; schrijver van verhalen |
| sutorobo・akushon-ストロボ・アクション | (televisie, film, e.d.) techniek om het traject van bewegende objecten weer te geven (als een continue reeks punten of lijnen) |
| sutorōku・purē-ストローク・プレー | (golf) strokeplay (alle slagen van iedere speler worden opgeteld, de speler met de minste slagen is de winnaar) |
| sutoronchiumu-ストロンチウム | strontium (chem. element Sr) |
| sutōru-ストール | overtrokken vlucht van een vliegtuig (door vergroting van de invalshoek van een vleugel); het afslaan van een motor |
| sūtsu-スーツ | pak; kostuum; mantelpak |
| suttamonda-擦った揉んだ | ruzie; heibel; gekibbel; onenigheid |
| suttenkorori-すってんころり | plotselinge val [buiteling]; het ineens onderuit gaan |
| suttenten-すってんてん | helemaal blut; zonder geld; platzak; berooid |
| suudon-素饂飩 | udon-noedels met dashi-bouillon (zonder garnering) |
| suutai-素謡 | een (sobere) Nō-voorstelling met alleen zang, zonder muzikale begeleiding of dans |
| suwappingu-スワッピング | het omruilen; verwisselen |
| suwappukyōtei-スワップ協定 | een ruilovereenkomst, waarbij de centrale banken van landen hun valuta tijdelijk aan elkaar verstrekken (om de wisselkoers te stabiliseren) |
| suwarajiundō-スワラジ運動 | Swarāj, een Indiase onafhankelijkheidsbeweging |
| suwaridako-座り胼胝 | eelt op de voeten door het zitten in seiza positie |
| sūyō-枢要 | belang; belangrijkheid |
| suzu-鈴 | (metalen) bel |
| suzu-錫 | tin (chem. element) |
| suzukake-鈴掛け | een hennepmantel gedragen door bergpriesters |
| suzukaze-涼風 | koele bries; verfrissend windje |
| suzukonshiki-錫婚式 | tinnen bruiloft (10 jarig huwelijk) |
| suzume-雀 | een spraakzaam persoon; iemand die op de hoogte is [veel weet over iets] |
| suzumebachi-雀蜂 | wesp; horzel |
| suzumeodori-雀踊り | musjesdans, waarbij de bewegingen van mussen door de dansers worden geïmiteerd (traditionele dans uit de 19de eeuw, wordt nog opgevoerd op festivals) |
| suzumi-涼み | de (prettige) koelte van een zomeravond |
| suzumu-涼む | genieten van de koelte; afkoelen |
| suzumushi-鈴虫 | belkrekel (Meloimorpha japonicus) |
| suzuran-鈴蘭 | lelietje-van-dalen (Convallaria) |
| suzushii-涼しい | (aangenaam) koel; fris |
| ta-多 | (in kanji combinaties) veel; talrijk |
| ta-田 | rijstveld; sawa |
| taa-たあ | (tussenwerpsel in conversatie) tja; nou ja |
| taba-束 | bundel; bos; schoof |
| tabai-多売 | verkoop in grote hoeveelheden; grote omzet |
| tabakosen-煙草銭 | zakgeld; geld om sigaretten te kopen |
| tāban-ターバン | tulband (hoofddeksel) |
| tabane-束ね | bundel |
| tabaneru-束ねる | (samen)bundelen; bij elkaar binden; (het haar) in een staart doen |
| tabearuki-食べ歩き | een restaurant trip; verschillende restaurants na elkaar bezoeken [uitproberen] |
| tabehōdai-食べ放題 | all-you-can-eat; zoveel eten als je wilt voor een vaste prijs |
| tabekake-食べ掛け | half opgegeten voedsel |
| tabekata-食べ方 | manier van eten; tafelmanieren |
| tabemono-食べ物 | etenswaren; voedsel |
| tabesugi-食べ過ぎ | het overeten; teveel eten |
| tabesugiru-食べ過ぎる | teveel [extreem veel] eten; overeten |
| tabezugirai-食べず嫌い | een (instinctieve) hekel hebben aan een bepaald soort voedsel; iets niet lusten zonder het ooit geproefd te hebben |
| tabi-度 | wanneer; elke keer; telkens |
| tabidori-旅鳥 | trekvogel(s) |
| tabigeinin-旅芸人 | een rondtrekkende toneelspeler [artiest] |
| tabigokoro-旅心 | de gevoelens [stemming] tijdens het reizen |
| tabigokoro-旅心 | reislust; de wens [het verlangen] om veel te reizen |
| tabikōgyō-旅興行 | een show op tournee; rondreizende voorstelling |
| tabine-旅寝 | een overnachting op reis (in een hotel, etc.) |
| tabisaki-旅先 | (reis)bestemming; reisdoel |
| tabisugata-旅姿 | (traditioneel Japanse) reiskleding |
| tabitabi-度度 | vaak; telkens weer; herhaaldelijk; iedere keer |
| tabō-多望 | grote belofte; goede hoop voor toekomst; goede vooruitzichten |
| tābopuroppu-ターボプロップ | turbopropeller; schroefturbine |
| tabu-タブ | label; etiket |
| tabun-他聞 | informering; mededelingen (voor andermans oren) |
| tabun-多分 | (grote) hoeveelheid |
| taburō-タブロー | tafereel; afbeelding; voorstelling; schildering |
| tabyō-多病 | ziekelijkheid; zwakke [kwetsbare] gezondheid |
| tachi-達 | achtervoegsel dat meervoud aangeeft |
| tachiagaru-立ち上がる | terugveren; zich herstellen |
| tachiai-立ち合い | opstaan (uit de hurkzit) om te beginnen met worstelen |
| tachidokoroni-立ち所に | direct; onmiddellijk; meteen; à la minute |
| tachigare-立ち枯れ | het staand verwelken [verdorren] (van planten) |
| tachiita-裁ち板 | kleermakers (knip)tafel |
| tachikaze-太刀風 | het zoevende geluid [geruis] van een zwaardslag; de wind veroorzaakt door een zwaardslag |
| tachikiru-断ち切る | verbreken (b.v. van een relatie of banden) |
| tachikurami-立ち眩み | duizeligheid bij (op)staan; orthostatische hypotensie |
| tachimachi-忽ち | tel; seconde; ogenblik |
| tachimachi-忽ち | opeens; plotseling |
| tachimawari-立ち回り | schermutseling; (toneel) gevecht |
| tachimawaru-立ち回る | kaartspelen; acteren |
| tachimochi-太刀持ち | (bij sumo) een van de twee worstelaars die een yokozuna begeleiden bij de ringceremonie |
| tachimono-断ち物 | het vasten [weigeren te eten] voor een periode als middel om iets gedaan te krijgen van anderen |
| tachinaoru-立ち直る | zich herstellen; zit vermannen; terugveren; er weer bovenop komen |
| tachinarabu-立ち並ぶ | gelijkwaardig zijn (aan) |
| tachinorisukūtā-立ち乗りスクーター | elektrische step; e-step |
| tachioyogi-立ち泳ぎ | het watertrappelen |
| tachioyogisuru-立ち泳ぎする | watertrappelen |
| tachiuchi-太刀打ち | gevecht; strijd; het duelleren; de degens kruisen (met) |
| tachiuchisuru-太刀打ちする | duelleren; de degens kruisen (met); strijden; vechten |
| tachiyaku-立ち役 | acteur die mannenrollen speelt |
| tachiyaku-立ち役 | hoofdrol; hoofdfiguur; held (van een verhaal) |
| tachiyomi-立ち読み | het staande lezen (b.v. in een boekenwinkel of bibliotheek) |
| tada-徒 | slechts; enkel maar |
| tadachini-直ちに | onmiddellijk; direct; meteen |
| tadagoto-只事 | iets alledaags [onbelangrijks]; een kleinigheid |
| tadanaranu-ただならぬ | buitengewoon; ongebruikelijk; ongewoon |
| tadani-唯に | (niet) slechts [simpel; enkel en alleen] |
| tadasu-正す | rechttrekken (houding, kraag, enz.); rectificeren; herstellen |
| tadoku-多読 | het veel [uitgebreid] lezen |
| tadoritsuku-辿り着く | (na veel nadenken) op een idee [antwoord] komen; een ingeving krijgen |
| tadoritsuku-辿り着く | (na inspanningen of moeite) iets bereiken; iets voor elkaar krijgen; ergens toekomen |
| tadōshi-他動詞 | transitief werkwoord; overgankelijk werkwoord |
| tadotadoshii-たどたどしい | onduidelijk; vaag |
| tadotadoshii-たどたどしい | onhandig; stamelend; niet vloeiend (spreken, e.d.) |
| tadotadoshii-たどたどしい | onzeker; wankelend; onvast |
| taedae-絶え絶え | zwak; krachteloos; fragiel |
| taezu-絶えず | onophoudelijk; voortdurend; constant; altijd; gestaag; ononderbroken; zonder te stoppen |
| tafī-タフィー | toffee; karamel |
| tagaichigai-互い違い | afwisseling |
| tagaku-多額 | een groot geldbedrag |
| tagane-鏨 | beitel |
| taganeru-綰ねる | bundelen; samenbinden |
| tagei-多芸 | veelzijdigheid |
| tāgetto-ターゲット | doel; doelstelling; doelwit, mikpunt |
| tāgetto・māketingu-ターゲット・マーケティング | doelgroep marketing; (doel)gerichte marketing |
| tagu-タグ | label; etiket; prijskaartje |
| tagui-類い | gelijke; evenbeeld |
| taguru-手繰る | (fig.) ophalen; ontrafelen |
| tagu・matchi-タグ・マッチ | professionele worstelwedstrijden van tagteams |
| tahata-田畑 | (rijst)velden; akkers |
| tahatsuseikotsuzuishu-多発性骨髄腫 | multipel myeloom (ziekte van Kahler) |
| tahōmen-多方面 | veelzijdigheid; veelsoortigheid |
| tahōtō-多宝塔 | een pagode, bestaande uit (slechts) twee verdiepingen (begane grond en bovenverdieping) (voornamelijk bij Shingon en Tendai Boeddhistische tempels) |
| tai-たい | (zou) willen; graag willen; wensen (adjectief achtervoegsel, gebruikt als hulpwerkwoord, voor de 1ste pers., of in vraagzinnen voor de 2de pers.) |
| tai-タイ | (muziek) boogje dat noten met dezelfde toonhoogte verbindt |
| tai-タイ | gelijk spel; gelijke stand (sport) |
| tai-他意 | een andere bedoeling; bijbedoeling; kwaadwillendheid |
| tai-体 | woord gebruikt bij het tellen van beeldhouwwerken |
| tai-体 | (wiskunde) lichaam; veld |
| tai-対 | tegenover(gestelde); contra; versus; tegen |
| tai-袋 | telwoord voor dingen in zakken [tassen] |
| tai-隊 | groep; team; gezelschap |
| taian-対案 | tegenvoorstel; tegenbod |
| taibetsu-大別 | algemene onderverdeling [classificatie] |
| taibetsusuru-大別する | ruwweg [algemeen] onderverdelen [classificeren] |
| taichō-退潮 | (fig.) verzwakking; verslapping; daling; teloorgang |
| taichō-隊長 | commandant; bevelhebber; leider |
| taiden-帯電 | elektrificatie; elektrisering; het onder spanning [stroom] zetten |
| taido・rōn-タイド・ローン | een lening waarbij vastgelegd is waarvoor die gebruikt mag worden |
| taieki-体液 | (eufemisme in de media over seksueel wangedrag en misdaden) sperma; (mannelijk) zaad |
| taieki-退役 | het op non-actief stellen van machines, vaartuigen, e.d. (na lang gebruik) |
| taigen-体現 | belichaming; incarnatie; personificatie |
| taigensuru-体現する | belichamen; model staan voor |
| taigimeibun-大義名分 | een goede [geloofwaardige] reden, rechtvaardiging |
| taigyō-大業 | het slagen voor het eindexamen van het officiële promotie-examen in het Ritsuryo-systeem; ook de persoon die dat bereikt |
| taigyō-大業 | grote [enorme] klus [taak; onderneming; geweldige prestatie |
| taiha-大破 | grote schade; verwoesting; vernieling |
| taihaku-太白 | taihaku(imo); een soort zoete aardappel |
| taihan-大半 | meerderheid; het grootste deel |
| taihei-泰平 | algehele vrede (in de wereld) |
| taiheiraku-太平楽 | zorgeloosheid; onbekommerdheid |
| taihen-大変 | ernstig [afschuwelijk; vreselijk] zijn |
| taihi-対比 | contrast; tegenstelling; vergelijking |
| taihō-大法 | de belangrijke wet- en regelgeving |
| taihojō-逮捕状 | arrestatiebevel |
| taiiku-体育 | lichamelijke opvoeding; gymnastiek |
| taiin-退隠 | het neerleggen van een (overheids)ambt [officiële functie] |
| taiji-対峙 | het tegenover elkaar staan; confrontatie |
| taiji-退治 | uitroeiing; verdelging; vernietiging; onderdrukking; onderwerping |
| taijin-大人 | een edelmoedig [grootmoedig; deugdzaam] persoon |
| taijisuru-対峙する | tegenover elkaar staan; het hoofd bieden aan; niet wijken voor |
| taijō-退城 | het verlaten van [vertrek uit] het kasteel |
| taijō-退場 | (theater) het toneel verlaten; afgang |
| taijōhōshin-帯状疱疹 | herpes zoster; gordelroos |
| taika-大家 | meester; expert; eminent geleerde [vakman] |
| taika-大過 | heel groot (archaïsch) |
| taikai-体解 | ontleding; ontmanteling |
| taikaku-体格 | lichaamsbouw; constitutie; fysiek gestel |
| taikan-体感 | zintuiglijke waarneming; lichamelijke gevoelens; sensibiliteit |
| taikan-大患 | grote zorgen [angst]; kommer en kwel |
| taikan-諦観 | (boeddh.) duidelijk [helder] inzicht (hebben) in de waarheid [de essentie van zaken en omstandigheden] |
| taikan’ondo-体感温度 | gevoelstemperatuur |
| taikatsusuru-大喝する | met een harde stem de les lezen; uitschelden |
| taikei-大兄 | (beleefd woord voor je eigen, oudere) broer |
| taikei-大兄 | (beleefd woord van mannen voor een oudere of gelijke) u |
| taikei-隊形 | formatie; samenstelling; (militaire) eenheid |
| taiki-大器 | een groot talent; een talentvolle [veelbelovende] persoon |
| taiki-待機 | het een kans afwachten; paraat [stand-by] zijn; zich verdekt opstellen; in hinderlaag liggen |
| taikin-大金 | een grote som geld |
| taikisuru-待機する | een kans afwachten; paraat [stand-by] zijn; zich verdekt opstellen; in hinderlaag liggen |
| taikō-体腔 | (vloeistof-gevulde) lichaamsholte; coeloom |
| taikō-大功 | grote verdienste; prestatie; (helden)daad; wapenfeit |
| taikō-大綱 | hoofdlijnen; basisprincipes; algemene [fundamentele] regels [principes] |
| taiko-太鼓 | trom; trommel |
| taikoban-太鼓判 | groot zegel |
| taikobara-太鼓腹 | dikke buik (lett. een buik als een trommel) |
| taikōbō-太公望 | een ervaren [enthousiaste] hengelaar [visser] |
| taikōtaigō-太皇太后 | titel van grootmoeder van de keizer; keizerin-grootmoeder |
| taikōtennō-大行天皇 | eretitel van een recent overleden keizer |
| taikutsu-退屈 | verveling; sleur; saaiheid; eentonigheid |
| taikutsusuru-退屈する | zich vervelen |
| taikyo-太虚 | hemel; heelal; universum; kosmos |
| taikyoku-大局 | algemene [globale] situatie [omstandigheid]; algemene [globale] toestand; breder geheel; het grote beeld; het algehele overzicht |
| taikyokuken-太極拳 | Tai Chi (Chuan), traditionele Chinese vechtkunst |
| taimā-タイマー | zelfontspanner (camera) |
| taimā-タイマー | schakelklok; tijdschakelaar |
| taimatsu-松明 | toorts; fakkel (gemaakt van dennenhout, bamboe, riet, e.d.) |
| taimei-大命 | keizerlijk [koninklijk] bevel; decreet van een vorst |
| taimei-待命 | in afwachting van orders [instructies; aanstelling] |
| taimen-対面 | tegenover elkaar staan; confrontatie |
| taimurī-タイムリー | (honkbal) een slag waardoor een honkloper kan scoren (timely hit) |
| taimu・auto-タイム・アウト | time-out; (spel)onderbreking; adempauze |
| taimu・kapuseru-タイム・カプセル | tijdcapsule (een capsule gevuld met informatie, bedoeld om mensen in de toekomst te helpen een beeld te krijgen van een bepaalde tijdsperiode) |
| taimu・sābisu-タイム・サービス | beperkte verkooptijd; tijdelijke aanbieding |
| taimu・sēru-タイム・セール | beperkte verkooptijd; tijdelijke aanbieding |
| taimu・suitchi-タイム・スイッチ | schakelklok; tijdschakelaar |
| taimu・sukejūru-タイム・スケジュール | tijdschema; rooster; dienstregeling |
| taimu・tēburu-タイム・テーブル | dienstregeling; tijdschema |
| taimu・tonneru-タイム・トンネル | tijdtunnel (fantasie-tunnel als een soort tijdmachine) |
| taimu・tonneru-タイム・トンネル | The Time Tunnel (Amerikaanse serie 1966-67) |
| tainai-胎内 | (binnen) in een hol Boeddhabeeld |
| tainei-太寧 | algehele vrede [rust; kalmte] |
| tainin-大任 | belangrijke missie [opdracht]; zware taak [verantwoording] |
| taiō-対応 | behandeling; onderhandeling; afhandeling |
| taiō-対応 | overeenstemming (met); gelijkwaardigheid |
| taipin-タイピン | dasspeld |
| taira-平ら | gelijkmatigheid; effenheid |
| tairageru-平らげる | onderdrukken; de kop indrukken; beteugelen; neerslaan; stuiten |
| tairageru-平らげる | (helemaal) opeten; naar binnen werken |
| tairan-大乱 | rebellie; opstand; burgeroorlog |
| tairei-大礼 | een belangrijke ceremonie (zoals huwelijk, begrafenis, etc.) |
| tairetsu-隊列 | gelid; rij; linie; colonne |
| tairi-大利 | grote [algehele] overwinning |
| tairitsu-対立 | tegenstand; confrontatie; tegenstelling |
| tairitsusuru-対立する | tegen [afkerig] zijn; tegengesteld zijn |
| tairu-タイル | tegel |
| tairyō-大量 | grote hoeveelheid; overvloed (aan); massa |
| tairyōseisansuru-大量生産する | in massa [grote hoeveelheden] produceren |
| tairyū-滞留 | opeenhoping; opeenstapeling |
| taisaku-対策 | maatregel; tegenmaatregel; tegenzet |
| taisei-体制 | systeem; structuur; stelsel; kader; organisatie |
| taisei-大勢 | de ontwikkeling (van iets); de loop van een gebeurtenis |
| taisei-太清 | de weg [wetten] van de hemel |
| taisei-太清 | levenswandel; levenspad; levensweg; Tao |
| taiseki-体積 | volume; hoeveelheid; massa; kubieke inhoud |
| taiseki-退席 | vertrek; (zich) terugtrekken; opstaan (uit je stoel); weggaan |
| taisekibutsu-堆積物 | sediment; afzetting; bezinksel |
| taisen-大戦 | grote oorlog [veldslag] |
| taisetsu-大切 | belang; belangrijkheid |
| taisha-代謝 | stofwisseling; metabolisme |
| taisha-大社 | grote [belangrijke] shinto tempel [schrijn] |
| taisha-大社 | (oorspronkelijk) nationale hoofdtempel [schrijn] |
| taisha-退社 | het stoppen met werken; van het werk naar huis gaan; uitklokken (afmelden per prikklok) |
| taishita-大した | groot; enorm; geweldig; belangrijk |
| taishite-大して | heel; veel; sterk; bijzonder; speciaal |
| taishitsu-体質 | fysieke [lichamelijke] gesteldheid |
| taishō-大笑 | luid gelach; schaterlach |
| taisho-対処 | actie; handeling; behandeling |
| taishō-対照 | contrast; tegenstelling; vergelijking |
| taishō-対象 | onderwerp (van studie, discussie etc.); doelwit; doelgroep |
| taishōgoto-大正琴 | taishōgoto, Japanse tweesnarige harp (ook wel nagoyaharp genoemd; ontwikkeld in de Taishō-periode) |
| taishoku-大食 | vraatzucht; gulzigheid; grote eetlust; het veel eten; zich volproppen |
| taishokudaikō-退職代行 | het ontslag regelen (voor iemand); ontslaghulp |
| taishōryōhō-対症療法 | symptomatische therapie [behandeling] |
| taishōsha-対象者 | doelgroep; iemand die in aanmerking komt voor |
| taishosha-退所者 | gevangene die zijn tijd heeft uitgezeten en zijn vrijheid terugkrijgt [wordt vrijgelaten] |
| taishōteki-対照的 | tegenovergesteld; contrasterend |
| taishūka-大衆化 | popularisatie; het populair [algemeen begrijpelijk] maken (van wetenschap b.v.) |
| taisō-大層 | (in) hoge mate; grote hoeveelheid |
| taitei-大帝 | God; Heer in de Hemel; de Schepper |
| taitei-大抵 | het merendeel; grootste deel |
| taiteki-大敵 | veel vijanden; vijanden in groten getale [in overmacht] |
| taiteki-大敵 | geduchte [geweldige] vijand [tegenstander] |
| taiten-大典 | belangrijk ritueel; grote ceremonie |
| taitō-対当 | equivalentie; gelijkwaardigheid; overeenkomstigheid |
| taitō-対等 | gelijkheid; equivalent; gelijk niveau |
| taitoru-タイトル | titel; naam (van een boek, verhaal, gedicht, film, muziekstuk etc.) |
| taitoru-タイトル | titel (kampioenschap) |
| taitoru-タイトル | rang; maatschappelijke positie; academische titel |
| taitoru・matchi-タイトル・マッチ | titelwedstrijd; titelgevecht; titelstrijd |
| taiya-タイヤ | (wiel)band (auto, fiets, etc.) |
| taiyakon-タイヤ痕 | afdruk profiel van een wiel [band] (van een auto, brommer, fiets, etc.); bandenspoor |
| taiyō-太陽 | bron van geluk [vreugde; hoop]; licht (fig.) |
| taiyo-貸与 | lening (van geld, goederen e.d.) |
| taiyōdenchi-太陽電池 | zonnecel |
| taiyōgi-太陽儀 | heliometer; zonnemeter |
| taiyōkei-太陽系 | het zonnestelsel |
| taiyōkeigaiwakusei-太陽系外惑星 | exoplaneet (planeet in een ander sterrenstelsel) |
| taiyōkōhatsuden-太陽光発電 | [opwekken van] zonne-energie; [opwekken van] energie met zonnepanelen |
| taiyoku-大欲 | veel verlangens hebben; hebzuchtig zijn |
| taiyōkyō-太陽鏡 | helioscoop; zonnekijker |
| taiza-対座 | het tegenover elkaar zitten |
| taizasuru-対座する | tegenover elkaar zitten |
| taizen-大全 | verzamelbundel; verzamelwerk; het complete werk |
| taizen-泰然 | kalmte; ingetogenheid; zelfbeheersing |
| tai・kurippu-タイ・クリップ | dasspeld |
| taji-多事 | veelbewogenheid; veel gebeurtenissen [incidenten] |
| tajirogu-たじろぐ | terugdeinzen; aarzelen; terugschrikken |
| tajitaji-たじたじ | wankelend; weifelend; aarzelend; haperend; onzeker; terugdeinzend |
| tajitatan-多事多端 | het erg druk hebben; veel werk hebben; veelbewogenheid |
| tajō-多情 | wispelturigheid; wisselvalligheid; onbetrouwbaarheid |
| tajōtakon-多情多恨 | veel verdriet [zorgen] en teleurstellingen |
| taka-多寡 | hoeveelheid; aantal; kwantiteit |
| taka-高 | hoogte; waarde; hoeveelheid |
| takaashi-高足 | serveertafeltje [eettafeltje] op poten |
| takaashi-高足 | stelt |
| takaashi-高足 | dubbel podium (van twee verdiepingen) |
| takadai-高台 | verhoging; heuvel; ophoging; hoogte |
| takageta-高下駄 | hoge geta (traditionele Japanse houten sandalen) |
| takaku-多角 | veelzijdigheid |
| takakubōeki-多角貿易 | multilaterale handel |
| takamagahara-高天原 | de Japanse Olympus; de hemel van de goden |
| takamakie-高蒔絵 | reliëf lakwerk |
| takan-多感 | gevoeligheid; sensitiviteit; sentimentaliteit |
| takanaru-高鳴る | hard [hoog] rinkelen [galmen] |
| takanotsume-鷹の爪 | (plant) parelkruid (Sagina japonica) |
| takara-宝 | (fig.) schat; juweel; aanwinst |
| takara-宝 | geld; poen |
| takaramono-宝物 | schat; juweel; belangrijk [dierbaar] bezit |
| takaru-集る | zich verzamelen; samenkomen |
| takasachōsetsuneji-高さ調節ねじ | steeksleutel om de hoogte van een frame, e.d. te verstellen |
| takashimada-高島田 | Japanse traditionele haarstijl voor vrouwen |
| takatakayubi-高高指 | middelvinger |
| takatsuki-高坏 | een klein eettafeltje met één poot |
| take-丈 | alles; het hele [volledige; complete] |
| take-竹 | de middelste [tweede] rang (van het 3-rangen systeem, waarbij 1= matsu (den), en 3 = ume (pruim) ) |
| takebera-竹篦 | een bamboe spatel [mes] |
| takedakeshii-猛猛しい | wild; woest; vermetel; dapper; brutaal |
| takegari-茸狩り | het (eetbare) paddenstoelen plukken [verzamelen] |
| takegushi-竹串 | bamboe spies [pin] (m.n. voor voedsel) |
| takekurabe-丈比べ | in Japanse renga (poëzie) het vergelijken van de lengtes van zinnen in verzen |
| takekurabe-丈比べ | vergelijking van lengtes [hoogtes] |
| taken-他見 | het iets laten zien aan anderen; blootstelling; onthulling |
| takenokoseikatsu-筍生活 | het slechts in je levensonderhoud kunnen voorzien door steeds meer persoonlijke bezittingen te verkopen (gelijkend op het afpellen van een bamboescheu |
| taketonbo-竹蜻蛉 | (traditioneel Japans speelgoed) bamboe libelle, een propellor die gaat draaien door een pin snel in beide handpalmen te wrijven |
| takeuma-竹馬 | stelt; loopstok |
| takeuma-竹馬 | (afk. voor) tweedehands kledingwinkel (Edo-periode) |
| takeuma-竹馬 | (kinderspeelgoed) stokpaard |
| takeumafurugiya-竹馬古着屋 | (in de Edo-periode een rondreizende koopman met kleding op stokken) tweedehands kledingwinkel |
| takidashi-炊き出し | distributie van noodvoedsel (met name gekookte rijst) |
| takken-卓見 | helderziendheid; doordringend inzicht |
| takken-宅建 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takkuru-タックル | techniek in het worstelen |
| takkusu-タックス | belasting (heffing) |
| takkusufurī-タックスフリー | belastingvrij; taxfree |
| takkusuheibun-タックスヘイブン | belastingparadijs |
| takkyū-卓球 | tafeltennis |
| takkyūbu-卓球部 | tafeltennisclub |
| takkyūdai-卓球台 | tefeltennistafel |
| takkyūsenshu-卓球選手 | tafeltennisspeler |
| takō-多幸 | groot [veel] geluk; voorspoed |
| tako-胼胝 | eelt(plek); eeltknobbel |
| takoashi-蛸足 | octopuspoot (een voorwerp met meerdere takken die op één plek ontspringen, b.v. in elektra) |
| takokumono-他国者 | buitenlander; vreemdeling |
| takomētā-タコメーター | tachometer; toerenteller |
| taku-卓 | tafel; bureau |
| taku-卓 | telwoord voor tafels, bureaus, e.d. |
| taku-啄 | de zevende penseelstreek (diagonaal van rechtsboven naar linksonder) van de 永字八法 (de acht basis penseelstreken van kanji) |
| taku-鐸 | handbel |
| takuan-沢庵 | (gele) ingemaakte daikon (rettich) |
| takubatsu-卓抜 | excellentie; superioriteit |
| takuboku-啄木 | de titel van een muziekstuk voor de biwa (Japans snaarinstrument) |
| takuchi-宅地 | grond voor woningbouw; woningbouwlocatie; (bouw)kavel |
| takuchitatemonotorihikishi-宅地建物取引士 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuchitatemonotorihikishuninsha-宅地建物取引主任者 | erkend [bevoegd; gediplomeerd] makelaar in onroerend goed |
| takuetsu-卓越 | excellentie; superioriteit; uitmuntendheid |
| takuhaibin-宅配便 | koeriersdienst; (snelle) levering aan huis; thuisbezorging |
| takuhatsu-托鉢 | (Zen boeddhisme) monniken gaan met hun eigen eetkom naar de eetzaal in een Zen tempel |
| takuhatsu-托鉢 | (boeddh.) bedeltocht van een monnik; rondgang voor het vragen van aalmoezen) |
| takuhon-拓本 | (archeologie) rubbing; wrijfsel (door wrijving verkregen kopieën op papier van reliëfversieringen) |
| takujō-卓上 | tafelblad; bureaublad |
| takusan-沢山 | veel; een grote hoeveelheid; een groot aantal; een heleboel |
| takusen-託宣 | (goddelijk) orakel; openbaring |
| takuwaeru-蓄える | verzamelen (van kennis, ervaring, vaardigheden, e.d.) |
| takuwan-沢庵 | ingelegde [gepekelde] daikon (radijs) |
| tama-玉 | edelsteen; juweel; schat; muntstuk |
| tama-玉 | kraal; lens; druppel |
| tama-霊 | ziel; geest |
| tamageru-魂消る | verbaasd zijn; verbijsterd zijn; versteld staan |
| tamagoyaki-卵焼き | (zoete of gekruide) omelet |
| tamaishi-玉石 | kei; kiezel; kassei |
| tamajari-玉砂利 | gravel (ondergrond van rode gruis) |
| tamamatsuri-霊祭り | vooroudersfestival; festival van de doden (om de geesten van de voorouders te verwelkomen, in de zevende maand van de maankalender) |
| tamamoku-玉目 | een (mooie) ronde houtnerf in het hout van een boom (zoals b.v. bij de Zelkova boom) |
| tamani-偶に | af en toe; soms; zo nu en dan; zelden |
| tamano-偶の | af en toe; zeldzaam |
| tamaru-溜まる | zich opstapelen [verzamelen]; aangroeien; oplopen; blijven liggen |
| tamaru-貯まる | gespaard worden; zich opstapelen |
| tamasaka-偶さか | toevallig; onverwacht; zelden; ongewoon |
| tamashii-魂 | ziel; geest |
| tamaya-霊屋 | ruimte waar een overledene tijdelijk ligt opgebaard tot de begrafenis |
| tamen-多面 | veelzijdig zijn |
| tamerau-躊躇う | aarzelen; weifelen; besluiteloos zijn; twijfelen |
| tameru-溜める | verzamelen; opstapelen; opsparen |
| tameru-貯める | sparen (geld); opzij leggen |
| tameshi-例 | voorbeeld; precedent |
| tāminaru-ターミナル | (vliegveld) vertrekhal; aankomsthal |
| tāminaru・biru-ターミナル・ビル | (vliegveld) terminalgebouw |
| tamokuteki-多目的 | multipurpose; voor meerdere doeleinden geschikt; multifunctioneel |
| tamon-他門 | andere religieuze sekte; ander kerkgenootschap |
| tamoru-給る | (beleefd werkwoord voor) geven; verlenen; toekennen |
| tamurosuru-屯する | gestationeerd [gelegerd; ingekwartierd] zijn |
| tamutamu-タムタム | tamtam; trommel; gong |
| tān-ターン | draai; wending; omwenteling; kentering; bocht; afslag |
| tana-店 | winkel |
| tanaage-棚上げ | (fig.) het op de plank houden; in de wacht zetten; uitstellen (van plannen, e.d.) |
| tanaage-棚上げ | het op de plank houden [tijdelijk niet verkopen] (van producten) |
| tanazarae-棚浚え | uitverkoop van (overtollige) winkelvoorraad |
| tanazarashi-棚晒し | onverkoopbare [niet verkochte] winkelvoorraad; producten die op de planken zijn blijven liggen |
| tanbetsu-反別 | het verdelen van een veld in tan |
| tanbetsu-反別 | de oppervlakte van een veld (aangeduid in: tan) |
| tanbi-度 | (informele vorm van: tabi) keer; maal; telkens |
| tanbi-耽美 | voorliefde [gevoeligheid] voor kunst en schoonheid |
| tanbō-探訪 | veldwerk; (journalistiek) onderzoek [navraag] doen (ter plaatse) |
| tanbo-田圃 | rijstveld; sawa |
| tanborin-タンボリン | (muziekinstrument) tamborim (Braziliaanse handtrommel) |
| tanbun-単文 | (taalkunde) een enkelvoudige zin |
| tanburā-タンブラー | wasdroger; droogtrommel |
| tanchiken-探知犬 | snuffelhond (voor explosieven, drugs, e.d.) |
| tanden-丹田 | plexus solaris [zonnevlecht] (punt onder de navel; focus punt voor innerlijke meditatie; in oosterse geneeskunde beschouwd als belangrijk energiepunt) |
| tanechigai-種違い | halfbroer; halfzus (met dezelfde moeder maar verschillende vaders) |
| tangan-嘆願 | smeekbede; petitie; pleidooi; (officieel) verzoek\ |
| tangei-端倪 | speculatie; veronderstelling; gissing |
| tangonosekku-端午の節句 | Japanse feestdag voor jongens (elk jaar op 5 mei) |
| tangusuten-タングステン | wolfraam (chem. element) |
| tanimachi-谷町 | (sumo) beschermheer; mecenas; geldschieter (van een worstelaar of stal) |
| taningyōgi-他人行儀 | het zich afstandelijk [gereserveerd; formeel] gedragen; gereserveerdheid; afstandelijkheid |
| tanji-単字 | een (enkele) letter; een karakter |
| tanka-短歌 | een Japans gedicht bestaande uit vijf regels met 31 lettergrepen (5-7-5-7-7) |
| tankadaigaku-単科大学 | universiteit met een enkele faculteit |
| tankei-短径 | korte [kleine] as (van een ellips) |
| tanki-単記 | (het schrijven van) een enkele vermelding [naam; onderwerp] (op een apart blad) |
| tankidaigaku-短期大学 | (2-jarige) hogeschool [universiteit] (opleidend tot Bachelor diploma) |
| tankikin'yūshisantōshishintaku-短期金融資産投資信託 | geldmarktfonds (MMF, Money Market Fund) |
| tankitōhyō-単記投票 | het stemmen op één enkele persoon |
| tankōbon-単行本 | een los boek (als zelfstandig werk gepubliceerd, in tegenstelling tot een boek dat deel uitmaakt van een serie) |
| tankōshoku-淡黄色 | (de kleur) lichtgeel |
| tanmari-たんまり | heel wat; nogal wat; behoorlijk veel |
| tanmen-タンメン | Chinese noedelsoep met roergebakken vlees en groenten |
| tannaru-単なる | simpelweg; slechts; alleen maar |
| tanō-多能 | veelzijdigheid |
| tanomo-田の面 | het oppervlak van een rijstveld |
| tanomu-頼む | vragen; verzoeken; bestellen |
| tanoshii-楽しい | gezellig; leuk; prettig; aangenaam |
| tanpatsuki-単発機 | eenmotorig toestel (vliegtuig) |
| tanpenshosetsu-短編小説 | een kort verhaal; novelle |
| tanpoken-担保権 | zekerheidsrecht; zekerheidsstelling; recht van hypotheek |
| tanrakusuru-短絡する | voorbarige conclusies trekken; te snel handelen [oordelen] |
| tanrei-端麗 | schoonheid; bekoorlijkheid; elegantie |
| tanren-鍛練 | geestelijke en lichamelijke training [discipline] |
| tanri-単利 | enkelvoudige rente |
| tansaku-単作 | één oogst [gewas] per jaar (op een veld) |
| tansei-端整 | fatsoenlijk [respectabel; netjes; rechtschapen; mooi] zijn |
| tanshiki-単式 | (afk. voor) enkel [enkelvoudige] boekhouding |
| tanshikiboki-単式簿記 | enkel [enkelvoudige] boekhouding |
| tanshin-単身 | alleen; zonder begeleiding; op eigen houtje; in je eentje |
| tansho-短所 | zwakheid; tekortkoming; gebrek; zwak punt; nadeel |
| tanso-炭素 | koolstof (chem. element) |
| tansū-単数 | (grammatica) enkelvoud |
| tantai-単体 | enkelvoudige stof; enkelvoudig element |
| tantai-単胎 | eenlingzwangerschap; enkelvoudige zwangerschap |
| tāntēburu-ターンテーブル | draaischijf (van platenspeler) |
| tanto-たんと | veel; een grote hoeveelheid; een groot aantal; een heleboel |
| tantō-担当 | het de leiding hebben; verantwoordelijk zijn |
| tantōsha-担当者 | leidinggevende; de verantwoordelijke persoon; coördinator; contactpersoon |
| tantōsuru-担当する | de leiding hebben; verantwoordelijk zijn |
| tanzei-担税 | te betalen belasting |
| tanzeiryoku-担税力 | vermogen [in staat] om belasting te betalen |
| tanzeisha-担税者 | belastingplichtige; belastingbetaler |
| tan'i-単位 | studiepunt (bij onderwijs instellingen) |
| tan'i-単位 | kleine eenheid (van een instelling, familie, e.d.); groep; sectie |
| tan'itsu-単一 | alleen [enkel] zijn; eenheid; eenvoud |
| tan'on-湛恩 | hoogste (universele) welwillendheid; exceptionele goedheid |
| taoreru-倒れる | omvallen; achterover vallen; in elkaar zakken |
| taoru-タオル | (Eng.: towel) handdoek |
| taoyaka-たおやか | elegant; sierlijk; gracieus |
| taoyaka-たおやか | soepel; lenig |
| taoyame-手弱女 | elegante [gracieuze] vrouw |
| tapioka-タピオカ | tapioca (cassave zetmeel) |
| tara-鱈 | kabeljauw |
| tarako-鱈子 | kabeljauw eitjes [kuit] |
| taranoki-楤の木 | (Aralia elata) duivelswandelstok; engelenboom; engelwortelboom |
| tarantera-タランテラ | tarantella (Italiaanse volksdans) |
| tarasu-垂らす | laten druppelen; gieten |
| taratara-たらたら | druipend; druppelend; sijpelend |
| taratara-たらたら | onophoudelijk; overvloedig; voortdurend |
| taremaku-垂れ幕 | banier; vaandel; spandoek |
| tareru-垂れる | druppelen; lekken; stromen |
| tari-たり | (achtervoegsel) nu eens dit doen, dan weer dat doen |
| taruku-タルク | (delfstof) talk |
| tarumi- 弛み | slapte; krachteloosheid; verslapping |
| taryō-多量 | grote hoeveelheid |
| taryōchūmon-多量注文 | grote bestelling; bestelling van grote hoeveelheden |
| tasai-多彩 | veelzijdig [gevarieerd; divers] zijn |
| tasai-多彩 | kleurrijk [veelkleurig] zijn |
| tasai-多才 | veelzijdigheid |
| tashika-確か | zeker; waar; ongetwijfeld; duidelijk |
| tashinameru-窘める | (iem.) berispen; terechtwijzen; (uit)schelden; een uitbrander geven |
| tashinkyō-多神教 | polytheïsme; veelgodendom |
| tashō-多少 | enigszins; ietwat; lichtelijk; tamelijk |
| tashō-多少 | aantal; hoeveelheid |
| tashu-多種 | veelheid aan categorieën |
| tasseikan-達成感 | voldaan gevoel; gevoel van voldoening; gevoel succes [iets bereikt] te hebben |
| tasu-足す | doen; handelen |
| tasu-足す | optellen |
| tasukeau-助け合う | elkaar helpen |
| tasukebune-助け舟 | (fig.) helpende hand; bijstand; toeverlaat; helper |
| tasukeru-助ける | helpen; redden; hulp verlenen; bijstaan |
| tata-多多 | veel [talrijk] zijn |
| tatakai-戦い | competitie (b.v. in de kunstwereld) |
| tatakiageru-叩き上げる | zichzelf opwerken; van onderaf beginnen |
| tatakidasu-叩き出す | uitslaan; uitdeuken; uitsmeden (in reliëf) |
| tatakinaosu-叩き直す | in de oude vorm herstellen [terugbrengen]; in de oude vorm slaan |
| tataru-祟る | (rond)spoken; kwellen |
| tatchi-タッチ | stijl; manier van (schilderen, etc.); eigen stempel (drukken op) |
| tatchi-タッチ | deelname; betrokkenheid |
| tatchi-タッチ | gevoel; tast |
| tatchi・netto-タッチ・ネット | het aanraken van het net door een speler (tennis, volleybal, etc.) |
| tate-立て | belangrijkste; hoofd-; leidende |
| tateba-立て場 | een groothandel in vodden [lompen] |
| tategu-建具 | traditionele Japanse (houten) (schuif) deuren, ramen, screens, kasten, etc. |
| tateguya-建具屋 | Japanse timmerman (maker van traditionele schuifdeuren, kasten, etc.) |
| tatekaeru-立て替える | voor iemand betalen; geld voorschieten |
| tatekomoru-立て籠もる | (zich) verschansen [verschuilen] (in een kasteel, gebouw, e.d.) |
| tatemae-建て前 | officieel [publiek; diplomatiek] standpunt; façade |
| tatenami-縦波 | longitudinale (elektromagnetische) golf |
| tatenuki-経緯 | details; bijzonderheden; situatie; omstandigheden; toestand; ontwikkelingen |
| tateru-立てる | opstellen; uitwerken; naar voren brengen |
| tateshi-殺陣師 | choreograaf van scenes met zwaardgevechten (voor film, toneel, etc.) |
| tatewari-縦割り | iets verticaal [in de lengte] doormidden delen |
| tateyaku-立て役 | het spelen van een hoofdrol |
| tateyakusha-立て役者 | hoofdrolspeler; leidende figuur; sleutelfiguur |
| tatoe-仮令 | zelfs als; ongeacht; hoewel; veronderstellend (dat) |
| tatoe-例え | voorbeeld |
| tatoe-例え | vergelijking; metafoor; allegorie |
| tatoeba-例えば | bijvoorbeeld |
| tatoeru-例える | vergelijken; figuurlijk spreken; bij wijze van spreken |
| tatoi-仮令 | zelfs als; ongeacht; hoewel; veronderstellend (dat) |
| tatsu-立つ | zichzelf staande houden |
| tatsu-立つ | (rechtop) staan; gaan staan; opstaan (uit een stoel, etc.) |
| tatsuben-達弁 | welbespraaktheid |
| tatsubun-達文 | goed geschreven [duidelijke] tekst |
| tatsui-達意 | begrijpelijkheid; duidelijkheid; klaarheid |
| tatsujin-達人 | expert; meester; deskundige; iemand die in een bepaalde vak, kunst of ambacht excelleert |
| tatsumaki-竜巻 | tornado; wervelwind |
| tatsutaage-竜田揚げ | (met sojasaus en mirin) gemarineerde, in aardappelmeel gerolde, en daarna gefrituurde stukjes kip of vis |
| tatta-たった | slechts; enkel maar |
| tattoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
| tauchi-田打ち | het bewerking [omploegen] van de rijstvelden |
| tawamure-戯れ | spel; sport; grap; scherts; kattenkwaad |
| tawamureru-戯れる | spelen; stoeien, ravotten; dollen; grappen uithalen |
| tawashi-束子 | schuurborstel; schuurspons |
| tawayame-手弱女 | elegante [gracieuze] vrouw |
| tayasui-容易い | eenvoudig; simpel; makkelijk |
| tayō-多用 | het veel [vaak] gebruikmaken van |
| tayō-多用 | het druk hebben; veel dingen te doen hebben |
| tayōka-多様化 | diversificatie; afwisseling |
| tayōkasuru-多様化する | diversificeren; afwisselen; variëren |
| tayū-大夫 | de verteller in jōruri |
| tayūmoto-太夫元 | theaterdirecteur; productieleider; manager van een toneelgezelschap |
| tazai-多罪 | schuldig zijn aan veel dingen; veel zonden hebben |
| tazai-多罪 | (een beleefde term om je te verontschuldigen voor onbeleefdheid, nalatigheid, e.d.) excuses (voor...) |
| tazuki-方便 | middelen van bestaan; levensonderhoud |
| tazuna-手綱 | teugels; toom (voor paarden) |
| tazuna-手綱 | (fig.) teugels; toom; controle; beteugeling; bedwang |
| tazuna-手綱 | band als opvulling van een helm van een Japans harnas |
| tazunemono-尋ね物 | iets waarnaar men op zoek is; ontbrekend [zoekgeraakt] voorwerp [artikel] |
| tazusaeru-携える | samen handelen [iets doen]; (fig.) de handen ineenslaan |
| tazusaeru-携える | (iemand) meenemen; vergezeld worden door |
| tazusawaru-携わる | verwikkelen; (erbij) betrekken; zich bezighouden met; meedoen |
| te-手 | een zet (bij schaken, etc.); kaarten (van een kaartspeler) |
| teai-手合い | man; vent; kerel; gezelschap; kring; kliek |
| teara-手荒 | ruw; wrang; rauw; wild; gewelddadig |
| tearai-手荒い | ruw; rauw; wild; gewelddadig |
| teasobi-手遊び | spel; spelen; speelgoed |
| teatari-手当たり | gevoel; tast |
| teate-手当て | medische behandeling; medische zorg [hulp] |
| teatsui-手厚い | rijkelijk; royaal |
| teatsui-手厚い | hartelijk; warm; gastvrij; attent |
| teba-てば | achter een zelfst.naamwoord of zin gebruikt om een oproep [bewering; verzoek; eis] te benadrukken |
| teba-手羽 | kippenvleugel |
| tebanashi-手放し | openlijk; onbeperkt; vrijelijk; zonder terughoudendheid |
| tebasaki-手羽先 | de punt van een kippenvleugel |
| tebashikoi-手捷い | vlug; snel; wendbaar; behendig |
| tebiki-手引き | begeleiding; hulp; advies |
| tebōki-手箒 | kleine (hand)borstel |
| tēburu-テーブル | tafel |
| tēburu-テーブル | tabel; lijst |
| tēburukake-テーブル掛け | tafelkleed; tafellaken |
| tēburukurosu-テーブルクロス | tafelkleed; tafellaken |
| tēburusukēpu-テーブルスケープ | mooie tafelschikking |
| tēburu・manā-テーブル・マナー | tafelmanieren |
| tēburu・sentā-テーブル・センター | tafelkleedje (als decoratie op het midden van de tafel) |
| tēburu・supīchi-テーブル・スピーチ | korte toespraak aan tafel tijdens een diner |
| tēburu・tōku-テーブル・トーク | tafelgesprek |
| tebusoku-手不足 | een tekort aan handen; tekort aan personeel |
| tedai-手代 | winkelbediende; verkoper |
| tedama-手玉 | bikkelspel; bikkelbal |
| tedate-手立て | maatregel; manier; methode |
| tefuda-手札 | de (speel)kaarten in de hand |
| tegakeru-手がける | hanteren; bedienen; beheren; besturen; behandelen |
| tegami-手紙 | brief; bericht; epistel |
| tegatashijō-手形市場 | markt voor handelspapier [bankbiljetten; commerciële waardepapieren] |
| tegire-手切れ | het verbreken van relaties [verbindingen] |
| tegoro-手頃 | handformaat; handig; praktisch; makkelijk te hanteren |
| tegoto-手事 | (lang) tussenspel [intermezzo] bij traditionele Japanse volksmuziek |
| teguchi-手口 | handelswijze; truc; kunstgreep |
| teguruma-手車 | handkar; steekkar; bagagewagentje; winkelwagentje; kruiwagen |
| tehai-手配 | voorbereiding(en); voorzorg; maatregel |
| tehai-手配 | opsporingsbevel; huiszoekingsbevel |
| tehazu-手筈 | plan; programma; maatregelen |
| tehidoi-手酷い | streng; strikt; hard; genadeloos; hardvochtig |
| tehon-手本 | voorbeeld (handschrift, tekening, etc.) |
| tehon-手本 | model; exemplaar; toonbeeld |
| tei-定 | (in kanji combinaties) (definitieve) beslissing; regel; voorschrift; vastgesteld; vast |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) keizer (zoon van het hemelse rijk) |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
| tei-廷 | (in kanji combinaties) plaats van overheidsaangelegenheden |
| tei-弟 | (in kanji combinaties) jongere broer; leerling; discipel; (een bescheiden term voor) ik; mij |
| tei-貞 | (in combinaties) principieel zijn; kuisheid |
| teian-提案 | voorstel; suggestie |
| teiansuru-提案する | voorstellen |
| teiatsu-低圧 | (elektriciteit) laagspanning |
| teiboku-低木 | heester; struik; kreupelhout |
| teichaku-定着 | vaststelling; algemene erkenning; totstandkoming |
| teichakueki-定着液 | een fixatief; fixeermiddel |
| teichi-低地 | laagland; laaggelegen land (gelijk of onder het zeeniveau) |
| teien-庭園 | mooi aangelegde tuin; privé park |
| teigaku-低額 | een kleine som geld; een laag bedrag |
| teigaku-停学 | (tijdelijke) schorsing voor het volgen van klassen [colleges] |
| teigaku-定額 | vastgesteld bedrag |
| teigen-提言 | mening; idee; gedachtegoed; voorstel |
| teiichi-定位置 | vaste positie (b.v. bij sport van een speler in het veld) |
| teiin-定員 | quotum (voor personeel, passagiers, etc.) |
| teiji-定時 | vastgesteld [vooraf bepaald] tijdstip; vaste tijd |
| teiji-綴字 | spelling |
| teijisei-定時制 | systeem van parttime onderwijs (m.n. in avonden en weekends); deeltijdopleiding |
| teikan-諦観 | (boeddh.) duidelijk [helder] inzicht (hebben) in de waarheid [de essentie van zaken en omstandigheden] |
| teikan-諦観 | het opgeven; loslaten; afstandelijk zijn |
| teike-手生け | eigen bloemschikcompositie; zelf een bloemstuk maken |
| teikettō-低血糖 | hypoglykemie; sterke daling van de bloedsuikerspiegel |
| teikettōshō-低血糖症 | hypoglykemie; sterke daling van de bloedsuikerspiegel |
| teiki-定期 | periodiek; vastgesteld tijdsbestek; vastgestelde termijn [periode] |
| teiki-定期 | (afk. voor) openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikiken-定期券 | openbaar vervoerspas [abonnement]; pendelpas; forenzenpas; seizoenkaart |
| teikōki-抵抗器 | (elektrische component) weerstand |
| teikoku-定刻 | afgesproken [vastgestelde] tijd; tijdschema |
| teikoku-帝国 | keizerrijk; wereldrijk; imperium |
| teikū-低空 | lage lucht [hemel]; laag boven de grond; laag in de lucht |
| teinei-丁寧 | beleefdheid; hoffelijkheid |
| teineigo-丁寧語 | beleefdheidsvorm; beleefd taalgebruik |
| teinen-定年 | (wettelijke) pensioenleeftijd; pensioengerechtigde leeftijd |
| teirazu-手入らず | makkelijk; zonder problemen [mankementen] |
| teirazu-手入らず | ongebruikt; onaangeroerd; maagdelijk |
| teiritsu-定律 | vastgestelde wet [regelgeving] |
| teisenkaidan-停戦会談 | onderhandelingen voor een wapenstilstand |
| teisenmōshiire-停戦申し入れ | voorstellen voor een wapenstilstand |
| teisensuru-停戦する | stoppen met vechten [schieten]; de wapens neerleggen; de vijandelijkheden staken |
| teisetsu-貞節 | kuisheid; [echtelijke] trouw |
| teisha-停車 | het (tijdelijk) stoppen van een voertuig (voor een stoplicht, halte, station, etc.) |
| teishiki-定式 | vastgestelde norm [vorm]; voorgeschreven ritueel [gebruik] |
| teishin-廷臣 | hoveling(e) |
| teishō-提唱 | verdediging; voorspraak; voorstel |
| teishoku-停職 | schorsing van de dienstverband; tijdelijke verwijdering uit het ambt |
| teishoku-定職 | vaste baan; vaste aanstelling |
| teishōsuru-提唱する | (be)pleiten; verdedigen; voorstellen; propageren |
| teishu-亭主 | (informeel) mijn man |
| teishuku-貞淑 | zuiverheid; reinheid (als vrouwelijke deugd) |
| teiso-提訴 | proces; (rechts)geding; (rechts)zaak; civiele procedure |
| teisoku-低速 | lage snelheid |
| teisoku-定則 | wet; vaste regel; voorschrift |
| teisōtai-貞操帯 | kuisheidsgordel |
| teisuru-訂する | verbinden; een verbintenis [relatie] aangaan |
| teiyoku-体よく | discreet; beleefd; tactvol |
| teizō-逓増 | geleidelijke groei [toename] |
| tejaku-手酌 | sake inschenken voor jezelf; zelf inschenken |
| tejime-手締め | traditioneel handgeklap [applaus} |
| tejina-手品 | toverkunst; goochelarij; goocheltruc; vingervlugheid |
| tejinashi-手品師 | goochelaar; illusionist |
| tejun-手順 | procedure; proces; stappen (fig.); maatregelen |
| tekagami-手鏡 | handspiegel |
| tekagami-手鑑 | model; voorbeeld |
| tekagami-手鑑 | verzameling oude handschriften |
| tekagi-手鉤 | (hijs)haak; gaffel |
| tekichi-敵地 | vijandelijk (grond)gebied; vijandelijk terrein |
| tekihō-適法 | wettigheid; rechtsgeldigheid |
| tekii-敵意 | vijandigheid; vijandelijkheid; vijandschap; haat; wrok; rancune |
| tekimen-覿面 | onmiddellijk effect; direct resultaat |
| tekipaki-てきぱき | kordaat; bruusk; snel; alert; stipt |
| tekirei-適例 | een goed [toepasselijk] voorbeeld |
| tekiryō-適量 | juiste [passende] hoeveelheid; optimale dosis [dosering] |
| tekisasu・hitto-テキサス・ヒット | (honkbal) een hoge bal die tussen een infielder en een outfielder neerkomt |
| tekisei-敵勢 | gevechtskracht van de vijand; vijandelijke strijdkrachten |
| tekisei-適正 | redelijk [passend; juist; eerlijk] zijn |
| tekiseigo-敵性語 | de taal van de vijand [tegenpartij] (m.n. het Engels tijdens WOII) |
| tekiseikakaku-適正価格 | een redelijke prijs |
| tekishaseizon-適者生存 | natuurlijke selectie; overleving van de sterksten |
| tekishu-敵手 | vijandelijke handen |
| tekisuru-敵する | gewaagd zijn aan elkaar; een partij zijn voor; gelijke [vergelijkbaar] zijn |
| tekiteki-滴滴 | gedruppel; het langzaam druppelen |
| tekizu-手傷 | een wond [verwonding] (opgelopen tijdens een gevecht) |
| tekka-鉄火 | gewelddadigheid; boosaardigheid |
| tekkaba-鉄火場 | (informeel, niet standaard) gokhuis; gokhol; goktent |
| tekkamiso-鉄火味噌 | Tekka-miso (rode miso van aantal gekruide en gefrituurde wortelgroenten) |
| tekki-敵機 | vijandelijk vliegtuig |
| tekkotsu-鉄骨 | schildertechniek om een oude abrikozenboom af te beelden |
| tekkusu-テックス | tex (eenheid voor lineaire massa, voor het meten van de fijnheid van garen of vezels) |
| tekkusu-テックス | zachte vezelplaat |
| tekubari-手配り | voorbereiding; maatregel |
| tekunikaru・nokkuauto-テクニカル・ノックアウト | technische knockout (wanneer een scheidsrechter bepaalt dat één van de deelnemers aan een gevecht niet in staat is verder te gaan) |
| tekunosutorakuchā-テクノストラクチャー | (van het Engelse technostructure) een netwerk van vakbekame personen die grip houden; controle houden over de economie binnen de eigen organisatie |
| tekusutairuinku-テクスタイルインク | textielinkt |
| tema-手間 | werk dat veel tijd en moeite vergt |
| tema-手間 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temachin-手間賃 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temadai-手間代 | salaris; loon naar werken; geld voor verrichte arbeid |
| temaegatte-手前勝手 | zelfzuchtigheid; egoïsme; egocentrisch zijn |
| temaemiso-手前味噌 | zelfverheerlijking; zelfingenomenheid; opschepperij |
| temari-手毬 | traditionele Japanse handbal |
| temashigoto-手間仕事 | werk dat veel tijd en moeite kost; stukwerk |
| temawashi-手回し | voorbereiding(en); maatregel(en) |
| tēma・myūjikku-テーマ・ミュージック | herkenningsmuziek; titelmuziek |
| tēma・songu-テーマ・ソング | herkenningsmelodie; hoofdmelodie |
| temo-ても | toch; evenwel; zelfs als; hoe dan ook; hoewel; maar; toch |
| temochibusata-手持ち無沙汰 | niets te doen hebben; niets om handen hebben; zich vervelen |
| temochishikin-手持ち資金 | ter beschikking staande fondsen; geld [kapitaal] dat er beschikbaar is |
| temonaku-手もなく | makkelijk; zonder problemen; moeiteloos |
| temori-手盛り | zelfservice; zichzelf opscheppen; zichzelf bedienen |
| temori-手盛り | de dingen doen zoals jezelf het beste uitkomt; ten gunste van jezelf dingen regelen |
| temoto-手元 | contant geld (dat je bij je draagt) |
| temoto-手元 | handgreep; hendel |
| temotogenkin-手元現金 | contant geld (dat je bij je draagt) |
| temotokin-手元金 | contant geld (dat je bij je draagt) |
| ten-典 | principe; regels |
| ten-典 | ceremonie; viering; ritueel |
| ten-天 | God; de Hemel; het hemelrijk |
| ten-天 | de lucht; de hemel; het firmament |
| ten-展 | (in kanji combinaties) het tentoonstellen; tentoonstelling |
| ten-点 | cijfer; score; punten (van een spel, e.d.) |
| ten-点 | (telwoord voor) artikel, product, etc. |
| ten-篆 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
| tenabe-手鍋 | een pan [pot] met een handvat; steelpan |
| tenazukeru-手懐ける | temmen; beteugelen |
| tenbatsu-天罰 | goddelijke straf; God's toorn |
| tenbin-天秤 | (afk. voor) (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
| tenbinkyū-天秤宮 | (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
| tenbinza-天秤座 | (sterrenbeeld) Weegschaal (Libra) |
| tenchi-天地 | hemel en aarde; het universum; de wereld |
| tenchikaibyaku-天地開闢 | de schepping [het ontstaan] van hemel en aarde |
| tenchishinmei-天地神明 | de god(en) van hemel en aarde |
| tendaizasu-天台座主 | de hoofdpriester van de Enryaku-ji-tempel op de berg Hiei (van de Tendai-sekte) |
| tendō-天堂 | Olympus; Paleis van de goden in de hemel |
| tendō-天堂 | Hemel; het hemelse rijk |
| tendō-天道 | omloopbaan van hemellichamen |
| tendō-天道 | Voorzienigheid Gods; goddelijke voorzienigheid [gerechtigheid] |
| tendoku-転読 | het reciteren van een (klein) deel van een soetra (b.v. alleen de titel of een paar zinnen) |
| tenga-典雅 | verfijning; elegantie |
| tengai-天外 | boven de hemel |
| tengai-天外 | ver afgelegen gebied; verre uithoeken |
| tengai-天涯 | een verafgelegen gebied |
| tengai-天涯 | de wijde [hele] wereld |
| tengai-天蓋 | (rijkversierde) baldakijn (boven boeddhistische beelden, e.d.) |
| tengan-天眼 | helderziendheid |
| tengan-天顔 | het aangezicht [gelaat] van de keizer |
| tengan-点眼 | het toedienen van oogdruppels |
| tenganki-点眼器 | oogdruppelaar; oogdruppelbuisje |
| tengantsū-天眼通 | helderziendheid |
| tenganyaku-点眼薬 | oogdruppels |
| tenganzai-点眼剤 | oogdruppels; oogwater |
| tengentsū-天眼通 | (boeddh.) een van de zes bovennatuurlijke krachten, helderziendheid |
| tengoku-天国 | de hemel (religie) |
| tengu-天狗 | een kobold met een lange neus (Japans fabeldier, half mens, half vogel) |
| tengusa-天草 | rode algen (Gelidiaceae) |
| tenisuhiji-テニス肘 | tennisarm; tenniselleboog |
| tenisu・erubō-テニス・エルボー | tenniselleboog; tennisarm |
| tenji-展示 | het tentoonstellen |
| tenjihin-展示品 | tentoongesteld [geëxposeerd] voorwerp [kunstwerk] |
| tenjikai-展示会 | tentoonstelling; expositie |
| tenjiku-天竺 | (arch.) lucht; hemel |
| tenjiku-天竺 | (gekoppeld aan zelfstandig naamwoord met de betekenis:) ver weg; ingevoerd; geïmporteerd |
| tenjikuaoi-天竺葵 | (tuin)geranium (Pelargonium) |
| tenjin-天人 | de hemel en mensheid |
| tenjin-天神 | de vergoddelijkte geest van Sugawara no Michizane |
| tenjin-天神 | God van de hemel |
| tenjisuru-展示する | tentoonstellen; vertonen |
| tenjō-天上 | de hemel |
| tenjō-天井 | top [bovenste gedeelte] van iets |
| tenjo-天助 | goddelijke hulp [bijstand]; hulp uit de Hemel |
| tenjō-天壌 | hemel en aarde; de hele wereld; het universum |
| tenjō-添乗 | jet vergezellen; begeleiden; meerijden |
| tenjō-纏繞 | het verstrikt [verstrengeld] raken |
| tenjōkai-天上界 | hemel; hemelrijk |
| tenjōshirazu-天井知らず | het snel stijgen [omhoogschieten] van marktprijzen |
| tenjōtenge-天上天下 | de hele wereld; hemel en aarde |
| tenjōura-天井裏 | een (lege) vliering (zonder vloerdelen, enkel met constructie-balken) |
| tenka-天下 | het hele land; de natie |
| tenka-天下 | titel voor een shogun tijdens de Edo-periode |
| tenka-天下 | (afk. voor) keizer; zoon des hemels |
| tenka-天下 | de wereld [aarde] |
| tenkabutsu-添加物 | additief; toevoeging; toevoegingsmiddel; hulpstof |
| tenkai-天界 | hemel; hemelrijk |
| tenkai-展開 | ontwikkeling; verloop; uitwerking |
| tenkai-転回 | omwenteling; rotatie; het ronddraaien |
| tenkaisuru-展開する | ontwikkelen; uitspreiden; uitrollen; openvouwen; uitlichten; uitwerken |
| tenkan-天冠 | hoofddeksel [kroon] van boeddha [goden] (op beelden) |
| tenkan-天冠 | traditioneel hoofddeksel gedragen tijdens boogschieten te paard, kagura-dans, e.d. |
| tenkan-天冠 | hoofddeksel [kroon] van een jonge keizer (bij zijn troonsbestijging) |
| tenkan-展観 | tentoonstelling; uitstalling |
| tenkanshasai-転換社債 | converteerbare obligatie (obligatie die kan worden omgezet in aandelen) |
| tenkara-てんから | (met een ontkennend werkwoord) helemaal niet; absoluut niet; geenszins |
| tenkataihei-天下泰平 | universele vrede; wereldvrede; (tijd van) vrede en voorspoed |
| tenkei-典型 | standaardvorm; (standaard)model; typisch voorbeeld (van); archetype |
| tenkeigenso-典型元素 | hoofdgroep-element; representatief element |
| tenki-天機 | het welzijn [de stemming] van de Keizer |
| tenki-天機 | geheimen der natuur [schepping; hemel en aarde] |
| tenki-天気 | het weer (weersgesteldheid) |
| tenkiyohō-天気予報 | weerbericht; weersvoorspelling; weersverwachting |
| tenkō-天功 | hemels werk; werk [prestatie; gave] van de hemel [de natuur; het universum] (of van de keizer als plaatsvervanger van de hemel) |
| tenkō-転向 | omslag; verschuiving; omschakeling; bekering (geloof, e.d.) |
| tenkoku-篆刻 | ingegraveerd karakter op een zegel |
| tenkū-天空 | de hemel; de lucht; het firmament |
| tenkūkaikatsu-天空海闊 | heel edelmoedig [vrijgevig] zijn; een edelmoedigheid [vrijgevigheid] zo helder als de lucht en zo groot als de zee |
| tenma-天魔 | (boeddh.) een boze geest van de zesde hemel (het verlangen) die het pad tot het boeddhisme voor volgelingen blokkeert |
| tenmado-天窓 | een gerecht waarbij er op gebakken noedels (soba of udon) een (zacht) gekookt of gebakken ei wordt gelegd |
| tenmon-天文 | astrologie; astronomische verschijnselen |
| tennin-天人 | (jargon) het stelen van wasgoed dat buiten hangt te drogen |
| tennin-天人 | hemelbewoner; engel |
| tennin-天人 | de hemel en mensheid |
| tennō-天王 | (Boeddh.) hemelse koning |
| tennyo-天女 | nimf van het hemelrijk; engel; hemelgeest (v) |
| tenōrukigō-テノール記号 | tenorsleutel (muziek, c-sleutel op de vierde lijn van de (vijflijnige) notenbalk) |
| tenouchi-手の内 | (werkelijke) bedoeling; intentie |
| tenpan-典範 | regels; wet; voorschrift |
| tenpan-典範 | model; norm; standaard |
| tenpen-天変 | buitengewone verschijnselen (in de hemel en op aarde); natuurramp |
| tenpen-転変 | verandering; wijziging; afwisseling |
| tenpo-テンポ | snelheid; tempo; vaart |
| tenpo-店舗 | (schrijftaal, veelal in politie-verslagen) winkelpand; zaak |
| tenpu-添付 | bijlage; aanhangsel; attachment |
| tenpuku-転覆 | kanteling; omverwerping; het kapseizen (van een schip) |
| tenpuru-テンプル | tempel |
| tenpuru・burokku-テンプル・ブロック | tempelblok (slagwerkinstrument) |
| tenrai-天来 | hemels [door de hemel gezonden; goddelijk] zijn |
| tenrai-天籟 | het geluid van de natuur [van de wind} |
| tenrai-天籟 | prachtige [voortreffelijke] poëzie |
| tenraku-転落 | val; ondergang; struikeling; duik |
| tenran-展覧 | tentoonstelling; uitstalling |
| tenrankai-展覧会 | tentoonstelling; expositie |
| tenrei-典麗 | elegantie; netheid |
| tensaku-転作 | gewassen-afwisseling (een rotatie van de productie van verschillende soorten gewassen om de paar jaar) |
| tensei-展性 | soepelheid; buigzaamheid; vervormbaarheid |
| tensei-転生 | reïncarnatie; wedergeboorte; zielsverhuizing |
| tenshi-天使 | engel |
| tenshi-展翅 | het spreiden van de vleugels van een insect (voor het tentoonstellen van een dood exemplaar) |
| tenshō-天象 | astronomische verschijnselen |
| tensho-篆書 | een (vereenvoudigde) schrijfwijze van Chinese karakters; een in een zegel ingegraveerd karakter |
| tenshokuzai-展色剤 | (bind)middel dat gebruikt wordt in verfstoffen [kleurstoffen] |
| tenshon-テンション | (emotionele) spanning; gespannenheid; zenuwachtigheid |
| tenshu-天主 | (Boeddhisme) de heer [heerser] over de hemelen [goden] |
| tenshu-天守 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
| tenshu-店主 | winkelier (m); winkelierster (V) |
| tenshukaku-天守閣 | (grote) kasteeltoren; slottoren; donjon |
| tenshukyō-天主教 | het Rooms-katholieke geloof |
| tenshutsu-点出 | omlijning; schets; afbeelding |
| tensū-点数 | telwoord voor artikelen [producten] |
| tentai-天体 | hemellichaam |
| tenteki-点滴 | druppelend water; regendruppels |
| tentekisenseki-点滴穿石 | beetje voor beetje; stap voor stap op je doel af gaan (lett. het constant druppelen van water boort een gat in een steen) |
| tentekisenseki-点滴穿石 | met beperkte kracht [middelen] grote dingen bereiken |
| tentekomai-てんてこ舞い | drukte; bruisend met activiteiten; gewoel |
| tentō-天道 | de zon (als een hemellichaam) |
| tentō-店頭 | winkelpui; voorkant [etalage] van een winkel |
| tentō-点灯 | het aandoen [inschakelen] van licht [lampen] (b.v. van autolampen) |
| tentō-転倒 | verstoring; verwarring; uit evenwicht; ontsteltenis |
| tentō-転倒 | val; tuimeling; het vallen |
| tenzen-恬然 | kalmte; sereniteit; bedaardheid; zelfbeheersing |
| ten'in-店員 | winkelpersoneel; winkelbediende; winkelmedewerker |
| ten'yaku-点薬 | (het toedienen van) oogdruppels |
| ten'yōsuru-転用する | converteren; omzetten; iets voor een ander doel gebruiken dan oorspronkelijk bedoeld |
| teodori-手踊り | een dans waarbij een aantal mensen tegelijk dezelfde bewegingen maken |
| teodori-手踊り | ritmische dans (zonder toneelrekwisieten) in het Kabuki theater |
| teono-手斧 | houweel |
| teppanyaki-鉄板焼 | Japanse gerechten die aan tafel op een ijzeren plaat (teppan) worden bereid |
| teppatsu-鉄鉢 | de ijzeren kom van een (boeddhistische) bedelmonnik |
| teppeki-鉄壁 | een (kasteel)muur van ijzer [met ijzer bekleed] |
| teppōyuri-鉄砲百合 | graflelie (Lilium longiflorum) |
| tera-寺 | (boeddhistische) tempel |
| terakoya-寺子屋 | (historisch, pre-modern Japan) klein klaslokaal in een tempel (om buurtbewoners basisles te geven in lezen, schrijven en rekenen) |
| teramairi-寺参り | (ritueel) tempelbezoek |
| teramōde-寺詣で | tempelbezoek |
| teraotoko-寺男 | (inwonende) tempeldienaar |
| terasen-寺銭 | betaling van geleend geld (voor gok doeleinden) met vaste rentetoeslag |
| tērā・shisutemu-テーラー・システム | systeem van wetenschappelijke bedrijfsvoering (van Frederick Taylor) |
| terebi-テレビ | televisie; tv |
| terebijon-テレビジョン | televisie; tv-toestel |
| terebikyoku-テレビ局 | televisiestation |
| terebitō-テレビ塔 | televisietoren |
| terefon-テレフォン | telefoon |
| terehon-テレホン | telefoon |
| terekkusu-テレックス | telex |
| terekomu-テレコム | telecom; telecommunicatie |
| terekomyunikēshon-テレコミュニケーション | telecommunicatie |
| terekusai-照れくさい | gênant; pijnlijk; beschamend; vernederend; ongemakkelijk |
| teremāku-テレマーク | telemark (ski-techniek) |
| terepashī-テレパシー | telepathie |
| terepōtēshon-テレポーテーション | teleportatie |
| terepōto-テレポート | teleportatie |
| terepurintā-テレプリンター | teleprinter; telex; telexapparaat |
| tereru-照れる | verlegen [in verlegenheid] zijn; zich opgelaten voelen |
| teretaipu-テレタイプ | telex; teleprinter |
| teroppu-テロップ | television opaque projector |
| tēru-テール | tael (Chinese weeg-eenheid) |
| tēru・endo-テール・エンド | achterste deel; sluitstuk; uiteinde |
| teryōri-手料理 | eigengemaakt [huisgemaakt] eten [voedsel; gerecht] |
| tesaguri-手探り | het (met de handen) tasten; voelen |
| tesagyō-手作業 | handwerk; ambacht (enkel met handgereedschappen) |
| teshio-手塩 | tafelzout |
| teshita-手下 | een ondergeschikte; volgeling; loopjongen |
| teshoku-手燭 | draagbare kandelaar |
| tessan-鉄傘 | stalen [ijzeren] koepel [paraplu-vormig dak] (op een gebouw) |
| tesshō-徹宵 | de hele nacht (opblijven) |
| tessoku-鉄則 | een strikte [vaste] regel; een onveranderlijk principe |
| tessuru-徹する | jezelf wijden aan; toegewijd zijn aan |
| tesuri-手摺り | leuning; reling; balustrade |
| tesūryō-手数料 | provisie(kosten); courtage; afhandelingskosten |
| tesutamento-テスタメント | Testament (Bijbel) |
| tesutimoniarukōkoku-テスティモニアル広告 | reclameboodschap waarin een (bekend) persoon vertelt over positieve ervaringen met een product of bedrijf |
| tesuto・patān-テスト・パターン | testbeeld (tv) |
| tēta・tēto-テータ・テート | onderonsje; vertrouwelijk gesprek; tête-à-tête |
| tetchiri-てっちり | gerecht van gekookte fugu (kogelvis) |
| tetorapoddo-テトラポッド | tetrapod, golfbrekerelement (vierpotig betonblok, gebruikt om de kust te beschermen tegen de zee) |
| tetori-手取り | een ervaren [vaardige] sumoworstelaar |
| tetoron-テトロン | Tetoron (de Japanse handelsnaam voor polyester) |
| tetsuan-鉄案 | een onherroepelijke [definitieve] beslissing; onwrikbaar besluit |
| tetsubin-鉄瓶 | ijzeren ketel |
| tetsubō-鉄棒 | (turntoestel) rekstok |
| tetsudau-手伝う | helpen; bijstaan; assisteren |
| tetsudōin-鉄道員 | spoorwegpersoneel; spoorwegman; spoor(weg)wachter; stationschef |
| tetsudōmō-鉄道網 | spoorwegnet; spoorwegstelsel |
| tetsudōshokuin-鉄道職員 | spoorwegpersoneel |
| tetsuide-手序で | tegelijkertijd; ... terwijl je toch bezig bent |
| tetsuji-綴字 | spelling |
| tetsujō-鉄条 | prikkeldraad |
| tetsukabuto-鉄兜 | een stalen helm |
| tetsumenpi-鉄面皮 | schaamteloosheid; onbeschaamdheid; brutaliteit |
| tetsuya-徹夜 | het een hele nacht opblijven [wakker blijven; waken; doorhalen; doorwerken] |
| tetsuyasuru-徹夜する | de hele nacht doorwerken [doorhalen; waken; wakker blijven] |
| tetsuzai-鉄剤 | ijzerpreparaat; een geneesmiddel dat ijzer bevat |
| tetsuzuki-手続き | procedure(s); proces; stappen; maatregelen |
| tetta-てった | informele, korte vorm van ていった (-te + iru, verleden tijd) |
| tettoribayai-手っ取り早い | snel; vlug |
| teue-手植え | zelf [persoonlijk; handmatig] planten (van bomen en planten) |
| teusu-手薄 | onderbemand; schaars bemand; met weinig personeel |
| tewake-手分け | taakverdeling; verdeling van werk |
| tezaiku-手細工 | met de hand gemaakte artikelen [producten] |
| tezawari-手触り | het (aan)voelen [aanraken] |
| tēze-テーゼ | stelling; these; thesis |
| tezuma-手妻 | volgeling; hielenlikker; loopjongen |
| tezuma-手妻 | (goochel)truc; toverkunstje; vingervlugheid |
| tezumari-手詰まり | impasse; patstelling; dood punt |
| tezure-手擦れ | versleten; vuil [vet] geworden (door veelvuldig gebruik) |
| tīchingu・mashin-ティーチング・マシン | oorspronkelijk mechanische apparaat dat lesmateriaal presenteerde aan studenten (was de basis voor het latere computerondersteunend onderwijs) |
| tikkā-ティッカー | tikker (toestel dat berichten telegrafisch op papierstroken overbrengt); elektronisch prikbord voor nieuws en beursberichten |
| tinpani-ティンパニ | pauk; keteltrom (muziekinstrument) |
| tī・bui-ティー・ブイ | televisie; tv |
| tī・pī・ō-ティー・ピー・オー | passende kleding voor de tijd, plaats en gelegenheid |
| tō-当 | (als voorvoegsel) deze; dit; de [het]... in kwestie |
| tō-頭 | (woord voor het tellen van grotere dieren) |
| tōan-答案 | antwoorden (op vragen, examen, e.d.) beantwoording; antwoordenvel |
| tōanyōshi-答案用紙 | antwoordenblad; antwoordenvel |
| tōatsusen-等圧線 | isobaar (lijn op een kaart die punten met dezelfde luchtdruk verbindt) |
| tobaku-賭博 | gokkerij; het gokken; gokspel |
| tobakujō-賭博場 | gokhuis; speelzaal; gokhol |
| tōban-登板 | (honkbal) op de werpheuvel (gaan) staan; als pitcher (werper) optreden |
| tōbatsu-盗伐 | illegale houtkap; het illegaal kappen en stelen van bomen |
| tobi-鳶 | zwarte wouw (vogel, Milvus migrans) |
| tobichi-飛び地 | afgelegen [geïsoleerd] gebied; enclave |
| tobichigau-飛び違う | veel verschillen; heel anders zijn |
| tobidasu-飛び出す | (ten tonele) verschijnen; tevoorschijn komen |
| tobihanareru-飛び離れる | uiteen [uit elkaar] stuiven |
| tobihanareru-飛び離れる | ver uit elkaar zijn [staan] |
| tobikomi-飛び込み | plotselinge [onverwachte] binnenkomst [verschijning] |
| tobikomijisatsu-飛び込み自殺 | zelfmoord door voor een rijdende trein te springen |
| tobimawaru-飛び回る | rondvliegen; rondcirkelen (in de lucht) |
| tobiokiru-飛び起きる | uit het bed springen; (snel) opstaan; overeind springen |
| tobira-扉 | titelpagina (van een boek) |
| tobirae-扉絵 | frontispice; titelplaat; illustratie bij titelpagina |
| tobirae-扉絵 | frontispies; fronton; versiering voorgevel |
| tōbu-東部 | het oostelijk deel; het oosten |
| tobu-飛ぶ | haast maken; zich haasten; snel zijn |
| tōbuhogo-頭部保護 | hoofdbeschermer; kap [helm] om het hoofd te beschermen |
| tobukuro-戸袋 | opbergruimte (aan de rand van de dorpel) voor stormdeuren [luiken] van traditionele Japanse huizen |
| tōbun-等分 | (het verdelen in) gelijke delen [stukken; mate]; gelijke verdeling |
| toburau-弔う | een herdenkingsdienst houden; bidden voor de zielenrust van een overledene |
| tobutsu-吐物 | braaksel |
| tōchi-トーチ | fakkel; toorts |
| tōchi・rirē-トーチ・リレー | fakkeltocht; het doorgeven van de Olympische fakkel |
| tōchō-盗聴 | het elektronisch afluisteren; aftappen; telefoontap |
| tochō-都庁 | (afk. voor) het overheidskantoor van grootstedelijk Tokio |
| tōdai-灯台 | ouderwetse olielamp op een standaard |
| tōden-盗電 | (illegale) aftapping [heimelijk gebruik] van electriteit |
| todokedenin-届出人 | degeen die aangifte doet (van geboorte, huwelijk, etc.) |
| todokemono-届け物 | bezorging; (post)bestelling; levering |
| todokesaki-届け先 | bestemming; adres van de ontvanger (van een bezorging, bestelling, levering e.d.) |
| tōei-灯影 | licht; lamp; toorts; lichtschijnsel [flikkering] (van lamp of vuur) |
| tōfū-東風 | oostelijke wind; oostenwind |
| tōfū-東風 | (volgens de leer van de vijf elementen) lentewind; voorjaarswind |
| tōga-トーガ | tabbaard; toga (kledingstuk; oorspronkelijk uit het oude Rome) |
| tōga-冬芽 | bloem- of (blad)knoppen die gedurende de late zomer tot aan de herfst onstaan, de winter in dormante staat doorbrengen, om uiteindelijk in de lente op |
| tōgai-頭蓋 | schedel |
| tōgaikotsu-頭蓋骨 | schedelbeen; schedelbasis; hersenpan |
| togama-利鎌 | een scherpe sikkel (die goed snijdt) |
| toganin-咎人 | misdadiger; dader, schuldige; crimineel; delinquent |
| togeru-遂げる | volbrengen; bereiken; uitvoeren; plegen (misdaad); voor elkaar krijgen |
| togetogeshii-刺刺しい | scherp; prikkend; stekend; vinnig; netelig; stekelig |
| togikai-都議会 | hoofdstedelijke vergadering (het besluitvormende orgaan van het stadsbestuur van Tokio) |
| tōgo-倒語 | (fonetisch) omgekeerd woord; een woord waarbij de volgorde van de lettergrepen van het oorspronkelijke woord is omgekeerd |
| tōgō-投合 | overeenstemming; overeenkomst; gelijkgestemdheid |
| tōgō-等号 | (wiskunde) gelijkteken ( = ) |
| tōgoku-東国 | oostelijk land; oostelijke provincie [regio] |
| toguruma-戸車 | rolwiel van een schuifdeur [schuifwand] |
| toh-取っ | voorvoegsel (afgeleid van 取り), gebruikt om de betekenis van werkwoorden te intensiveren [versterken] |
| tōhachiken-藤八拳 | vos-jager-dorpshoofd (een soort kansspel als steen-papier-schaar) |
| tōhan-登坂 | het beklimmen van een heuvel |
| tōhenboku-唐変木 | (een scheldwoord) domkop; lomperik; idioot; sukkel |
| tohi-都鄙 | stad en platteland |
| tōhinkobai-盗品故買 | handel in gestolen goederen; heling |
| tōhō-東方 | het oosten; oostelijke richting |
| tōhoku-東北 | de noordoostelijke regio van (het hoofdeiland) Honshu in Japan |
| tōhon-謄本 | officiële kopie van een familie-register |
| toikaesu-問い返す | opnieuw vragen; terugvragen; een tegenvraag stellen |
| toikakeru-問い掛ける | een vraag stellen; beginnen te vragen |
| toipuudoru-トイプードル | (hondenras) toypoedel (Toy Poedel) |
| tōisu-籐椅子 | rotanstoel; rieten stoel |
| toita-溶いた | verdund; aangelengd |
| tōitsuteki-統一的 | gelijkvormig; verenigd |
| toiuto-と言うと | als het gaat om; wanneer met spreekt van; als je het hebt over; als je ... zegt, bedoel je ... |
| toiya-問屋 | groothandelaar |
| tōji-湯治 | een warmwaterbehandeling; ziektebehandeling met warmwaterbron |
| tojibuta-綴じ蓋 | een kapotte deksel die is gerepareerd |
| tōjiki-陶磁器 | keramiek en porselein |
| tojikomu-綴じ込む | samenbinden tot één geheel; invoegen |
| tojimari-戸締まり | (af)sluiting; vergrendeling; het sluiten; op slot doen |
| tōjiru-投じる | zich toeleggen op; zich wijden aan; zich (enthousiast) ergens op storten |
| tōjiru-投じる | investeren in; ergens geld in stoppen |
| tojō-登城 | het betreden [bezoeken] van een kasteel |
| tōjōguchi-搭乗口 | (vliegveld) boarding gate; instapbalie |
| tojōkoku-途上国 | ontwikkelingsland |
| toka-とか | ... of iets dergelijks |
| tōka-等価 | gelijkwaardigheid; equivalentie (aan) |
| tōkai-東海 | de oostelijke zee |
| tokaijin-都会人 | stad(s)bewoner; stedeling |
| tōkan-東漢 | de Latere [Oostelijke] Han dynastie (China, 25-220 n.chr.) |
| tōkan-盗汗 | (med.) nachtelijk zweten |
| tōkeihyō-統計表 | statistische tabel |
| tokekomu-溶け込む | samensmelten; oplossen (in) |
| tokeru-溶ける | oplossen; smelten; dooien |
| tokeru-解ける | opgelost worden |
| tōkī-トーキー | een film met beeld en geluid (samen geprojecteerd) |
| tōki-投機 | het speculeren (op de financiële markt); speculatie |
| tōki-陶器 | (zacht) porselein (aardewerk); keramiek |
| tokiakasu-説き明かす | duidelijk maken; ophelderen; uitleggen |
| tokiarai-解き洗い | het wassen van een kimono in delen (na het loshalen van de stiknaden) |
| tokihogusu-解きほぐす | ontrafelen; ontwarren |
| tokimeku-ときめく | snel kloppen van het hart (van geluk, opwinding of vreugde) |
| tokinashi-時無し | (afk. voor 時無し大根) een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokinashi-時無し | geen vaste [vastgestelde] tijd; aldoor; de hele tijd |
| tokinashidaikon-時無し大根 | een soort daikon [rettich] (die het hele jaar door beschikbaar is) |
| tokini-時に | nu; welnu; trouwens |
| tokinoujigami-時の氏神 | iemand die precies op het juiste moment komt om te helpen |
| tokiokosu-説き起こす | beginnen te bespreken [vertellen] |
| tokka-徳化 | door een goed voorbeeld te geven (met oprechte deugdzaamheid), anderen onderwijzen en hun levenswijze te verbeteren |
| tokki-特記 | speciale [bijzondere] vermelding |
| tokki-突起 | uitsteeksel; uitgroeisel; aanhangsel; vooruitstekend deel |
| tokkō-徳行 | houding [instelling; gedrag] volgens deugdzame principes |
| tokkō-特攻 | zelfmoordaanslag |
| tokkumiai-取っ組み合い | handgemeen; schermutseling; knokpartij |
| tokkyobōeki-特許貿易 | octrooihandel |
| tokkyū-特急 | sneltrein; exprestrein |
| tokoage-床上げ | herstel van een ziekte |
| tokobanare-床離れ | het weer beter [hersteld] zijn (van een ziekte) |
| tokobanare-床離れ | het apart gaan slapen (van een stel met relatieproblemen) |
| tokobarai-床払い | genezing; herstel (van een ziekte) |
| tokoharu-常春 | eeuwige lente; lente het hele jaar door |
| tokoiri-床入り | de consummatie {eerste geslachtsdaad) van een huwelijk |
| tōkōkyohi-登校拒否 | het verzuimen; spijbelen |
| tokomise-床店 | winkeltje |
| tokomise-床店 | marktkraam; bestelwagen (omgebouwd voor straatverkoop) |
| tōkon-当今 | tegenwoordig; dezer dagen; momenteel; nu |
| tokorode-ところで | wel; nu; nou; (en) toen |
| tokoroga-ところが | echter; hoewel; niettemin |
| tokoroten-心太 | Japanse noedels, traditioneel gemaakt van rode algen (tengusa) |
| tōkotsu-頭骨 | schedel |
| tokoyama-床山 | traditionele haarstylist van acteurs in (Japans) theater |
| tokoyama-床山 | traditionele haarstylist van sumoworstelaars |
| toku-解く | oplossen (in een vloeistof); smelten |
| toku-解く | oplossen (een probleem, misverstand, e.d.); ophelderen; verduidelijken; ontcijferen |
| tokubetsudenpō-特別電報 | speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokubetsukyōshitsu-特別教室 | speciaal uitgeruste klaslokalen (voor vakken als muziek, handvaardigheid, huishoudkunde, e.a., ook gebruikt als audio-visuele ruimte) |
| tokuden-特電 | (afk. voor) speciaal telegram (specifiek van buitenlandse correspondenten naar hun kranten) |
| tokuhai-特配 | bijzondere verdeling [uitdeling; distributie; rantsoen] |
| tokuhain-特派員 | afvaardiging; delegatie; vertegenwoordiger |
| tokuhitsu-特筆 | noemenswaardig; vermeldenswaardig |
| tokuhitsu-禿筆 | versleten (schrijf)penseel |
| tokuhitsutaisho-特筆大書 | groot [duidelijk] schrift (dat goed in het oog valt) |
| tokui-得意 | (vaste) klant; clientèle |
| tokui-得意 | trots; zelfgenoegzaamheid |
| tokumeiryūdōtekihanzaigurūpu-匿名流動的犯罪グループ | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tokuni-特に | met name; in het bijzonder; speciaal; vooral; voornamelijk |
| tokuren-得恋 | een succesvolle liefdesrelatie; een romantische relatie hebben |
| tokuryuū-匿流 | een anonieme (van samenstelling wisselende) groep misdadigers |
| tokusei-徳政 | (middeleeuwen) kwijtschelding van schulden |
| tokusen-特選 | het maken van een speciale selectie; speciaal geselecteerde zaken [goederen] |
| tokusensuru-特選する | een speciale selectie maken |
| tokusetsu-特設 | het speciaal opzetten (instellen; installeren) |
| tokusha-特赦 | amnestie; speciale pardonregeling |
| tokushi-篤志 | welwillendheid; liefdadigheid |
| tokushin-特進 | bijzondere [snelle] promotie [verhoging in rang] |
| tokushitsu-得失 | winst en verlies; voor- en nadelen |
| tokushoku-特色 | steunkleur (voor een inkt die met één enkele oplage wordt gedrukt) |
| tokushū-特集 | hoofdartikel (bijv. krant); speciale editie; speciale uitgave |
| tokushuhōjin-特殊法人 | bijzondere onderneming (voor projecten zonder commerciële doeleinden, zoals overheidsbedrijven, bedrijfsverenigingen, stichtingen, e.d.) |
| tokushukō-特殊鋼 | speciaal staal (gemaakt door extra elementen toe te voegen aan gewoon gelegeerd staal) |
| tokusō-徳操 | moraal; morele waarde; deugd; kuisheid |
| tokusuru-得する | ergens van profiteren; ergens voordeel uit halen; winst maken |
| tokutei-特定 | vaststelling; specificering; identificatie |
| tōkyōtochō-東京都庁 | het overheidskantoor van grootstedelijk Tokio |
| tomae-戸前 | dubbele deur voor de schuifdeur van een opslagplaats [pakhuis; magazijn] |
| tomae-戸前 | woord gebruikt om opslagplaatsen te tellen |
| tomarekakumare-とまれかくまれ | in elk geval; hoe dan ook |
| tomarigi-止まり木 | een dwarsbalkje in een vogelkooi (waar vogels op kunnen zitten) |
| tomedate-止め立て | poging om iem. te weerhouden [tegenhouden; beletten; verhinderen] |
| tomedatesuru-止め立てする | stoppen; tegenhouden; weerhouden; beletten; verhinderen |
| tomegu-留め具 | sluiting; gesp; haak; knip; grendel; veerslot (van een deur) |
| tōmei-透明 | transparantie; helderheid |
| tomesode-留め袖 | formele kimono (van een getrouwde vrouw) |
| tomeyaku-留め役 | bemiddelaar |
| tomo-艫 | (van een schip) achtersteven; hek; spiegel |
| tomoare-ともあれ | in elk geval; hoe dan ook; boven alles; ondanks alles |
| tomobataraki-共働き | tweeverdieners; dubbel inkomen |
| tomobiki-友引 | een dag (in de zesdaagse cyclus) waarop iemands geluk dat van zijn vrienden beïnvloedt (daarom gunstig voor bruiloften, maar niet voor begrafenissen) |
| tomodaore-共倒れ | gezamenlijke [gelijktijdige] ondergang; wederzijdse vernietiging |
| tomoe-巴 | boogvorm; halve cirkel |
| tomoe-巴 | een (familie)wapen met komma-achtige figuren binnen een cirkel |
| tomogara-輩 | kamaraden; kring; gezelschap; (boeven)bende |
| tomonau-伴う | volgen; meegaan; vergezellen; meenemen |
| tomozuna-纜 | tros; kabeltouw; meertros |
| tomozuri-友釣り | het hengelen [vissen] met een aasvisje |
| tomu-富む | rijk [welvarend] zijn [worden] |
| tomurau-弔う | een herdenkingsdienst houden; bidden voor de zielenrust van een overledene |
| ton-トン | tonnage; ton (eenheid van massa en gewicht in het metrieke stelsel) |
| ton-頓 | plotseling; snel en onverwacht |
| tonariawase-隣り合わせ | aangrenzend; aanpalend; naast elkaar |
| tonbi-鳶 | zwarte wouw (vogel, Milvus migrans) |
| tonbo-蜻蛉 | libel; libelle |
| tonbogaeri-蜻蛉返り | (lett. als een libelle die tijdens het vliegen plotseling achterwaarts draait) salto; koprol; radslag; looping |
| tonchiki-頓痴気 | dwaas; ezel; idioot; stomkop; sufferd |
| tonchinkan-頓珍漢 | onzin; absurditeit; irrelevantie |
| tondemonai-とんでもない | verschrikkelijk; schandalig; belachelijk; absurd; dwaas |
| tondemonai-とんでもない | ongelooflijk; verbazingwekkend; verbluffend; ondenkbaar |
| tondo-トンド | rond schilderij; cirkelvormig reliëf |
| tongarakasu-尖んがらかす | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tongarakasu-尖んがらかす | scherp [schel] zijn; boos zijn |
| tongaru-尖んがる | scherp [schel] zijn; boos zijn |
| tongaru-尖んがる | puntig worden [maken]; slijpen; taps toelopen |
| tongo-頓悟 | (boeddh.) de plotselinge verlichting |
| tōni-疾うに | lang geleden; een tijd geleden |
| tonikaku-とにかく | in elk [ieder] geval; hoe dan ook |
| tonikku-トニック | tonicum (versterkend middel) |
| tonkyō-頓教 | (boeddh.) de leer van plotselinge verlichting |
| tonneru-トンネル | tunnel; onderaardse gang |
| tono-殿 | huis [behuizing] van een adellijk persoon |
| tono-殿 | aanspreektitel voor iemands (leen)heer, meester of echtgenoot |
| tōnokuni-遠の国 | een ver [afgelegen] land |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) heer; meester |
| tonosama-殿様 | (aanspreektitel voor) iemand die arrogant en wereldvreemd is |
| tonosama-殿様 | (respectvolle aanspreektitel voor) een daimyo [hatamoto] |
| tonosamagaeru-殿様蛙 | zwart-gespikkelde kikker (Pelophylax nigromaculatus) |
| tonosamashōbai-殿様商売 | amateuristische handel (sarcastische term voor een bedrijfspraktijk waarbij geen inspanning of vindingrijkheid wordt getoond om de winst te vergroten) |
| tonto-とんと | helemaal; geheel; absoluut |
| tonto-とんと | (met ontkenning) helemaal niet; absoluut niet |
| tontonbyōshi-とんとん拍子 | het zonder problemen [soepel; vlot] zijn |
| tōnyū-豆乳 | sojamelk |
| tōnyūsanshutsuhyō-投入産出表 | input-output tabel |
| tonzasuru-頓挫する | plotseling tot stilstand komen; gefrustreerd worden (van plannen); niet doorgaan |
| tonzen-頓漸 | (boeddh.) (de leer van) de plotselinge verlichting en de geleidelijke verlichting |
| ton'ya-問屋 | groothandelaar; grossier |
| ton'yagyō-問屋業 | groothandel |
| tōn・āmu-トーン・アーム | toonarm (van een platenspeler) |
| tooboe-遠吠え | achterklap; kwaadsprekerij; geroddel |
| tooen-遠縁 | verre verwantschap; ver familielid |
| tooi-遠い | ver; veraf; afgelegen |
| tookarazu-遠からず | binnenkort; weldra; binnen afzienbare tijd |
| toomaki-遠巻き | omsingeling op afstand; een ruime [grote] omcirkeling |
| toone-遠音 | een ver geluid; geluid in de verte |
| toonoku-遠退く | vervreemden (van elkaar); (elkaar) minder vaak zien [bezoeken] |
| toorima-通り魔 | een crimineel die in het wilde weg [blindelings] passanten aanvalt en vernielingen aanricht |
| toorinukeru-通り抜ける | door iets (bijvoorbeeld een tunnel) heengaan; doorsteken (een kortere weg nemen) |
| tooshi-通し | helemaal van begin tot eind |
| tooshikyōgen-通し狂言 | de opvoering van een heel kyōgen stuk (van begin tot eind) |
| topāzu-トパーズ | topaas (halfedelsteen) |
| topikkusu-トピックス | TOPIX (Tokyo Stock Price Index, index aandelenbeurs Tokio) |
| toppā-トッパー | korte, wijde damesmantel |
| toppākōto-トッパーコート | korte, wijde damesmantel |
| toppan-凸版 | hoogdruk; reliëfdruk (grafische druktechniek) |
| toppan'insatsu-凸版印刷 | hoogdruk; reliëfdruk (grafische druktechniek) |
| toppatsu-突発 | plotselinge gebeurtenis; plotseling optredend voorval; uitbarsting |
| toppāzu-トッパーズ | topaas (halfedelsteen) |
| toppingu-トッピング | (voedsel) garnering (extra ingrediënt of versiering bovenop een gerecht) |
| toppu-トップ | hoogste versnelling (voertuig) |
| toppuya-トップ屋 | freelance journalist, die primeurs (actuele top-artikelen) schrijft voor kranten |
| tora-虎 | (informeel) beschonkenheid; dronkenschap; dronkenlap; zuiplap |
| torabako-トラ箱 | (informeel) dronkenmanscel (in een politiebureau) |
| toraedokoro-捕らえ所 | het belangrijkste punt [argument]; de kern (van een discussie, theorie, e.d.) |
| torafugu-虎河豚 | tijger kogelvis (Takifugu rubripes) |
| toraianguru-トライアングル | triangel (muziekinstrument) |
| toraianguru・rabu-トライアングル・ラブ | driehoeksverhouding; een liefdesaffaire (liefdesrelatie) tussen drie mensen |
| toraiaru・ando・erā-トライアル・アンド・エラー | met vallen en opstaan; proefondervindelijk |
| tōraku-騰落 | toename en afname; (prijs)schommeling(en) |
| toranoko-虎の子 | tijger jong [welp] |
| torasuto-トラスト | (bedrijven) trust; kartel |
| toratsugumi-虎鶫 | oostelijke goudlijster (Zoothera dauma) |
| toreddo-トレッド | wielbasis (afstand tussen voor- en achterwielen) |
| toreddo-トレッド | bandenprofiel; profiel van een band |
| toreddo・patān-トレッド・パターン | bandenprofiel; profiel van een band |
| torēdingu・kanpanī-トレーディング・カンパニー | handelsonderneming; handelsfirma |
| torēdo-トレード | handel; handelstransactie |
| torēdomāku-トレードマーク | handelsmerk; typisch kenmerk (van iemand) |
| torēdo・kyarakutā-トレード・キャラクター | een bepaald karakter [personage] als handelsmerk |
| torēdo・tāmuzu-トレード・タームズ | handelsvoorwaarden |
| tōri-党利 | het partijbelang; de belangen van een partij |
| tori-取り | de laatste (en belangrijkste) persoon die opkomt op het toneel |
| tori-鳥 | vogel(s); gevolgelte |
| toriaezu-取り敢えず | voorlopig; tijdelijk |
| toriatsukai-取り扱い | behandeling; bejegening; dienstverlening |
| toriatsukaidaka-取り扱い高 | omzet; handelsvolume; omvang van de transacties |
| toriatsukau-取り扱う | behandelen; managen; hanteren; uitvoeren |
| toriau-取り合う | hand in hand lopen [gaan]; de hand van elkaar pakken |
| toriawaseru-取り合わせる | ordenen; sorteren; bij elkaar zetten; combineren |
| toribun-取り分 | (iemand's) deel [portie] |
| torichigaeru-取り違える | verwarren; door elkaar halen; verkeerd begrijpen |
| torichirakasu-取り散らかす | rondstrooien; rommel maken |
| torifuda-取り札 | een kaart die een speler van de tafel pakt (b.v. bij het Japanse kaartspel hyakunin isshu) |
| torigai-鳥貝 | zeeschelp; kokkel (Fulvia mutica) |
| torihakarau-取り計らう | weloverwogen iets doen; eerst denken en dan doen |
| torihazusu-取り外す | weghalen; afhalen; loshalen; uit elkaar halen |
| torihiki-取り引き | transactie; handel; nering; verkoop |
| torihikijōken-取引条件 | handelsvoorwaarden; koopvoorwaarden |
| torihikikankei-取引関係 | zakenrelatie |
| torihikisaki-取引先 | klant; consument; zakenrelatie |
| torihikishin'yō-取引信用 | handelskrediet |
| torihikisuru-取り引きする | handelen met; zaken doen |
| toriinfuruenza-鳥インフルエンザ | vogelgriep; vogelpest |
| toriire-取り入れ | inname; het binnenhalen [verzamelen]; overnemen; aannemen |
| toriireru-取り入れる | inhalen; binnenhalen; verzamelen |
| torikaekko-取り替えっこ | ruil; (uit)wisseling |
| torikaeru-取り替える | uitwisselen; verwisselen; omruilen |
| torikago-鳥籠 | vogelkooi |
| torikakomu-取り囲む | omringen; omcirkelen; belegeren |
| torikawasu-取り交わす | uitwisselen; verwisselen |
| torikime-取り決め | regeling; overeenkomst; afspraak; belofte |
| torikimeru-取り決める | regelen; overeenkomen; afspreken; vaststellen |
| torikkusutā-トリックスター | bedrieger; oplichter; zwendelaar; goochelaar |
| toriko-取り粉 | rijstmeel, dat (tegen het vastkleven) op het werkblad wordt gestrooid bij het maken van mochi (kleefrijstbolletjes) |
| torikobosu-取り零す | (onverwacht) verliezen (van een makkelijke tegenstander) |
| torikomisagi-取り込み詐欺 | oplichterij; zwendel; flessentrekkerij |
| torikoshigurō-取り越し苦労 | overbezorgdheid; teveel [onnodig] gepieker over de toekomst |
| torikowasu-取り壊す | neerslaan; neerhalen; vernielen; afbreken; slopen |
| torikuchi-取り口 | een techniek bij sumo worstelen |
| torikumu-取り組む | (een probleem); aanpakken; proberen op te lossen; worstelen (met) |
| torikumu-取り組む | worstelen (met een tegenstander); strijden |
| torimaki-取り巻き | aanhanger; (slaafse) volgeling; klaploper |
| torimaku-取り巻く | omringen; omcirkelen; insluiten |
| torimatomeru-取り纏める | verzamelen; bij elkaar doen |
| torimazeru-取り混ぜる | (ver)mengen; mixen; bij elkaar doen |
| torimochi-鳥黐 | vogellijm (rubberachtige substantie verkregen uit boomschors, die werd gebruikt om kleine vogels mee te vangen) |
| torimonaosazu-取りも直さず | namelijk; anders gezegd; met andere woorden |
| torimotsu-取り持つ | bemiddelen; aanbevelen |
| torimusubu-取り結ぶ | (bij iemand) in de gunst proberen te komen; een goede relatie hebben (met) |
| torimusubu-取り結ぶ | bemiddelen; als bemiddelaar optreden |
| torinasu-取り成す | bemiddelen; tussenbeide komen; een goed woordje doen (voor iemand) |
| torinoko-鳥の子 | kuiken; vogeltje |
| torinoko-鳥の子 | vogelei; kippenei |
| torinokomochi-鳥の子餅 | witte en (roze)rode rijstcakes (in de vorm van een vogelei), uitgedeeld bij feestelijke gelegenheden |
| torinokosu-取り残す | (deels) achterlaten |
| toriokonau-執り行う | het uitvoeren van een ritueel [plechtigheid] |
| torippingu-トリッピング | (sportterm) tripping (het laten struikelen van een tegenstander) |
| toripuru・purē-トリプル・プレー | (honkbal) triple play (drie honklopers tegelijk uitgegooid) |
| torirenma-トリレンマ | trilemma (keuze tussen 3 mogelijkheden) |
| torisabaku-取り捌く | regelen; beheren; behandelen |
| torishikiru-取り仕切る | een zaak runnen; alles zelf regelen; alles onder controle hebben |
| torisoroeru-取り揃える | bij elkaar brengen; verzamelen |
| torisumasu-取り澄ます | zich onbezorgd [zelfverzekerd] voordoen; zich een zelfverzekerde houding geven |
| toritate-取り立て | selectie; promotie; begunstiging |
| toritateru-取り立てる | selecteren; promoten; begunstigen |
| toriteki-取的 | een sumo worstelaar van een lagere rang |
| tōritōryaku-党利党略 | partijbelang; partijpolitiek |
| toritsu-都立 | onder beheer van de hoofdstad Tokio; hoofdstedelijk |
| toritsugi-取り次ぎ | agentschap; bemiddeling; tussenpersoon |
| toritsugu-取り次ぐ | gasten ontvangen; de deur opendoen; de telefoon aannemen |
| toritsugu-取り次ぐ | distribueren; bemiddelen; als tussenpersoon [distributeur] optreden |
| toritsukeru-取り付ける | regelen; beheren; verkrijgen |
| toritsukeru-取り付ける | frequenteren; vaak naar dezelfde winkel gaan |
| toritsukurou-取り繕う | repareren; herstellen; oplappen |
| toriumu-トリウム | thorium (chem. element) |
| toriwakeru-取り分ける | uitdelen; distribueren |
| toriwakeru-取り分ける | delen; verdelen; scheiden |
| toriyoseru-取り寄せる | sturen; zenden; bestellen |
| torizara-取り皿 | een apart bordje [schaaltje] per persoon (om te eten uit gemeenschappelijke schalen met gerechten) |
| torizata-取り沙汰 | gerucht; roddel; geklets |
| toroi・onsu-トロイ・オンス | troyounce (|een gewichtsmaat voor edelmetalen, groot 31,1034768 gram) |
| tōrokushōhyō-登録商標 | geregistreerd handelsmerk |
| toru-執る | doen; uitvoeren; zich inzetten voor; het bevel [de leiding] nemen |
| tōrui-盗塁 | (honkbal) een honk stelen; een gestolen honk |
| tōryō-投了 | (sport of spel) opgave; het opgeven; zich gewonnen geven |
| toryufu-トリュフ | chocoladetruffel |
| toryufu-トリュフ | truffel (soort paddenstoel) |
| tōsa-等差 | gelijk verschil |
| tōsandō-東山道 | Tōsandō, een van de zeven oude wegen in het gebied tussen de Tōkaidō en de Hokurikudō, en onderdeel van de Gokishichidō (五畿七道) |
| tōsatsu-盗撮 | het heimelijk [stiekem; zonder toestemming] nemen van foto's; het fotograferen met een verborgen camera |
| tose-年 | het telwoord voor het tellen van kalenderjaren of leeftijden |
| tōsei-陶製 | keramiek; aardewerk; porselein |
| tōsen-唐船 | Japanse schepen die in de middeleeuwen handel dreven met China |
| tōsha-投射 | (psych.) projectie; voorstelling |
| toshabutsu-吐瀉物 | braaksel en diarree |
| tōshi-凍死 | dood door onderkoeling; het doodvriezen |
| tōshi-透視 | helderziendheid |
| tōshi-闘士 | vechter; strijder (b.v. in een oorlog of een maatschappelijke beweging) |
| toshidoshi-年年 | elk [ieder] jaar; jaar op jaar; van jaar tot jaar |
| tōshifando-投資ファンド | beleggingsfonds |
| tōshigaisha-投資会社 | beleggingsmaatschappij; investeringsmaatschappij |
| toshigo-年子 | een kind dat geboren is binnen een jaar na broer of zus; kinderen (van een gezin) die minder dan een jaar schelen |
| toshigoto-年毎 | jaarlijks; elk jaar |
| tōshika-投資家 | investeerder; geldschieter; belegger |
| tōshikeikaku-投資計画 | investeringsplan; beleggingsplan |
| tōshikomon-投資顧問 | beleggingsadviseur |
| toshima-年増 | een vrouw van middelbare leeftijd; een oudere vrouw |
| toshimawari-年回り | geluk behorend bij een bepaalde leeftijd (er wordt gezegd dat de ongeluksleeftijd bij mannen 42 is en bij vrouwen 33) |
| tōshin-刀心 | het onscherpe gedeelte van de kling in de handgreep (van een zwaard) |
| tōshin-刀身 | lemmet; kling (plat snijgedeelte van een zwaard) |
| tōshinmeigara-投信銘柄 | handelsnaam van een investeringsfonds |
| toshionna-年女 | een vrouw in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van haar geboorte |
| toshiotoko-年男 | een man in hetzelfde dierenriem-jaar (in de cyclus van 12) als van zijn geboorte |
| tōshishikin-投資資金 | investeringsgelden |
| tōshishintaku-投資信託 | beleggingsfonds; investeringsfonds |
| toshitori-年取り | het ritueel van verwelkoming van het nieuwe jaar (op oudejaarsavond) |
| tōshitsu-等質 | gelijke kwaliteit |
| toshiwasure-年忘れ | eindejaarsborrel (om de ontberingen van het afgelopen jaar te vergeten) |
| toshiyowa-年弱 | geboren in de tweede helft van het jaar |
| tōshiyūkashōken-投資有価証券 | beleggingen in effecten |
| toshizuyo-年強 | geboren in de eerste helft van het jaar |
| tōshō-凍傷 | bevriezing (van lichaamsdeel); beschadiging [verwonding] als gevolg van bevriezing |
| tōshōheikinkabuka-東証平均株価 | gemiddelde aandelenkoers van de Beurs van Tokio |
| tōshōkabukashisū-東証株価指数 | Tokyo Stock Price Index; TOPIX (index aandelenbeurs Tokio) |
| toshoken-図書券 | boekenbon (met geldwaarde) |
| tōshon・mētā-トーション・メーター | torsiemeter; koppelmeter |
| toshu-徒手 | blut; platzak; zonder geld |
| toshu-斗酒 | veel sake |
| tōshū-踏襲 | het volgen; naleven (van traditionele voorbeelden of gewoonten) |
| tōshuku-投宿 | hotelinschrijving; registratie [het inchecken] in een hotel |
| tōshukusuru-投宿する | registreren [inchecken; inschrijven] in een hotel |
| tōsō-刀装 | zwaardonderdelen (zoals gevest, stootplaat, schede, e.d.) |
| tosshutsu-突出 | uitsteeksel; uitstekend deel |
| tosu-トス | worp; opgooi (b.v. bij het serveren met tennis); onderhandse worp naar een medespeler (bij honkbal) |
| tōsu-刀子 | (lett.: kort zwaard) mes voor dagelijks gebruik in de oudheid |
| tōsui-統帥 | (mil.) opperbevel; oppercommando |
| tōsui-透水 | het doorsijpelen van water; water doorlaten; percoleren |
| tōsuikan-陶酔感 | euforie; welbehagen; grote blijdschap |
| tōsuisuru-透水する | doorsijpelen; filteren |
| tosu・battingu-トス・バッティング | (honkbal) peppergame, oefening waarbij ballen herhaaldelijk naar een slagman worden gegooid, die ze terugslaat naar dichtbij staande veldspelers |
| tōta-淘汰 | selectie; inkrimping; inperking |
| tōtai-灯体 | verlichting in theater; toneellicht(en); podiumverlichting |
| totan-塗炭 | ellende; kommer en kwel; misère |
| tōtaru-トータル | geheel; compleet; volledig |
| tōtaru-トータル | het totaal (volledige hoeveelheid) |
| tōtasuru-淘汰する | selecteren; screenen; inkrimpen; beperken |
| tote-とて | geeft een naam of titel aan |
| tote-とて | (na zelfstandige naamwoorden) op grond van; omdat; gezien; vanwege |
| tote-とて | (na zelfstandige naamwoorden) zonder uitzondering; zelfs; ook |
| tote-とて | (na zinsdelen) anders dan; in tegenstelling tot; hoewel |
| tōtei-到底 | (wordt altijd gevolgd door ontkenning) helemaal (niet); totaal (niet); absoluut (niet) |
| tōtekikyōgi-投擲競技 | een werpnummer (bij atletiek, nl. discus, hamer, kogel of speerwerpen) |
| tōtemizumu-トーテミズム | totemisme (het geloof aan en verering van totems) |
| totemo-とても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| totemo-とても | (met ontkenning) onmogelijk; in geen geval; geenszins |
| tōtetsu-透徹 | helderheid (fig.); duidelijkheid |
| tōtetsu-透徹 | helderheid; doorzichtigheid; transparantie |
| totetsusuru-透徹する | duidelijk zijn; doorzichtig zijn; helder [transparant] zijn |
| toto-とと | een term die kinderen gebruiken om naar een vogel, kip, vis, etc. te verwijzen |
| tōtō-到頭 | uiteindelijk; tenslotte |
| tōto-東都 | oostelijke hoofdstad (Edo; Tokio) |
| tōtō-滔滔 | onstuimig [turbulent; woest; snelstromend] zijn |
| tōtō-滔滔 | welsprekend zijn |
| tōtoi-尊い | verheven; hoog; nobel; goddelijk |
| totsujo-突如 | plotseling; onverwachts |
| totsumenkyō-凸面鏡 | een convexe [bolvormige; bolle] spiegel |
| totsuzen-突然 | plotseling [onverwacht] zijn |
| totsuzenshi-突然死 | plotselinge dood; onverwacht overlijden |
| tottemo-とっても | erg; veel; enorm; buitengewoon; uiterst |
| tou-問う | zich afvragen; betwijfelen |
| tōwaku-当惑 | verbijstering; ontsteltenis |
| tōza-当座 | huidig; voorlopig; tijdelijk |
| tōze-党是 | beginselprogramma van een politieke partij; partijprincipes |
| tōzen-当然 | vanzelfsprekend; natuurlijk |
| tōzokukamome-盗賊鴎 | middelste jager (een vogel, Stercorarius pomarinus) |
| to'onkigō-ト音記号 | (muziek) g-sleutel; solsleutel; vioolsleutel |
| tsepperin-ツェッペリン | zeppelin; luchtschip |
| tserutozakku-ツェルトザック | een lichtgewicht tent (Duits: Zeltsack) |
| tsu-つ | hulpwerkwoord, gevoegd achter de renyōkei van een werkwoord of adjectief, drukt uit: voltooide handeling; uiteindelijk; zekere verwachting; zekerheid |
| tsu-つ | (herhaling bij parallelle acties; klassiek literair, in Modern Japans wordt tari gebruikt) en; heen en weer; over en weer; tegelijkertijd |
| tsū-通 | brief [document, etc.] (woord voor het tellen van brieven, documenten, telegrammen, etc.) |
| tsuba-唾 | speeksel; spuug |
| tsuba-鍔 | (van een hoofddeksel) rand; klep |
| tsuba-鍔 | (van pannen, ketels, e.d.) boord; kraag |
| tsūbaifōkōhō-ツーバイフォー工法 | houtskeletbouw waarbij gebruik gemaakt wordt van balken van 2 bij 4 duim |
| tsubaki-椿 | camelia; Camellia japonica |
| tsubamoto-鍔元 | het punt van een Japans zwaard waar de stootplaat (tsuba) en het lemmet (tōshin) elkaar raken |
| tsubana-茅花 | rietstengel; riethalm |
| tsubasa-翼 | vleugel (van een vogel, vliegtuig, e.d.) |
| tsubasa-翼 | vogels |
| tsubasa-翼 | (fig.) vleugel; bescherming; hulp; helper |
| tsūben-通弁 | (arch.) het tolken; mondelinge vertaling; tolk |
| tsubogari-坪刈り | de totale opbrengst van een rijstveld berekend via één deel van een tsubo (ca. 3,3 m²) |
| tsubone-局 | (arch.) een aparte kamer, afgescheiden van andere kamers (in een paleis, landhuis, tempel, e.d.) |
| tsubozara-壺皿 | een kleine (diepe) schaal [schotel] |
| tsubozara-壺皿 | dobbelbeker; pokerbeker |
| tsubu-粒 | woord voor het tellen van kleine ronde dingen |
| tsubu-粒 | individuen of voorwerpen die (bij elkaar in een groep) van hoog niveau zijn |
| tsubu-粒 | korrel; druppel; kraal |
| tsubudatsu-粒立つ | korrelig worden (zoals bij het koken van rijst, die niet papperig is, waarbij afzonderlijke korreltjes goed zichtbaar zijn) |
| tsūbun-通分 | (wiskunde) de noemers van twee of meer breuken gelijk maken zonder hun waarden te veranderen; onder een noemer brengen |
| tsūchi-通知 | mededeling; kennisgeving; advies |
| tsuchifumazu-土踏まず | voetboog; voetgewelf (welving van de voetzool) |
| tsuchineridai-土練り台 | walktafel |
| tsuchion-通知音 | (bij mobiele telefoon) beltoon; ringtoon |
| tsūchisuru-通知する | mededelen; berichten; laten weten; informeren; adviseren |
| tsudo-都度 | elke [iedere] keer; telkens |
| tsudou-集う | samenkomen; bijeenkomen; zich verzamelen |
| tsue-杖 | stok; wandelstok; staf; (fig.) steun |
| tsugai-番い | paar; stel; koppel |
| tsugaru-津軽 | Tsugaru, de westelijke regio van de prefectuur Aomori |
| tsugiawaseru-継ぎ合わせる | iets aan elkaar zetten [plakken; binden] |
| tsugimono-継ぎ物 | reparatie; iets dat gerepareerd [in elkaar geflanst] is |
| tsugō-都合 | omstandigheid; situatie; gelegenheid |
| tsūgyō-通暁 | de hele nacht opblijven |
| tsūhan-通販 | (afk. voor) postorder; internethandel; online winkelen |
| tsūhō-通報 | melding; aangifte (b.v. bij de politie of brandweer) |
| tsui-対 | paar; stel; set |
| tsuideni-序でに | terloops; bij gelegenheid; terwijl; tegelijk; tegelijkertijd; en passant |
| tsuigō-追号 | postume titel [naam]; titel [naam] die na iemands dood wordt toegekend (b.v. aan een overleden keizer) |
| tsuikotsu-椎骨 | ruggengraat; wervelkolom |
| tsuin-ツイン | (één van een) tweeling |
| tsuin-ツイン | tegenhanger; bijbehorend deel |
| tsuin-ツイン | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsūin-痛飲 | drinkgelag; zwelgpartij; bacchanaal |
| tsūin-通院 | regelmatig naar het ziekenhuis gaan (voor een behandeling) |
| tsuina-追儺 | (het ritueel van) het uit het huis jagen van boze geesten op Oudejaarsavond |
| tsuini-遂に | uiteindelijk; tenslotte |
| tsūinsuru-痛飲する | zuipen; veel (alcohol) drinken |
| tsuin・rūmu-ツイン・ルーム | tweepersoonskamer (hotel, etc.) |
| tsuiraku-墜落 | val; tuimeling; neerstorting |
| tsuirakusuru-墜落する | vallen; tuimelen; neerstorten |
| tsuitemawaru-付いて回る | gevolgd [vergezeld; achtervolgd; geteisterd] worden |
| tsuito-ついと | plotseling; abrupt; ineens |
| tsuizo-終ぞ | (nog) nooit; helemaal niet |
| tsuizui-追随 | het in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsuizuisuru-追随する | in de voetsporen volgen (van); inhalen; op gelijke hoogte komen (met) |
| tsūji-通事 | tussenpersoon; bemiddelaar |
| tsūji-通事 | tolk in civiele rechtszaken |
| tsūjin-通人 | man [vrouw] van de wereld; kenner; connaisseur |
| tsūjōgata-通常型 | conventioneel |
| tsūjōheki-通常兵器 | conventionele wapens |
| tsūjunkyō-通潤橋 | aquaduct; waterweg voor landbouwdoeleinden |
| tsūkā-つうかあ | elkaar geheel [compleet; volkomen; snel] begrijpen; op dezelfde golflengte zitten |
| tsuka-塚 | aardverhoging; terp; (graf)heuveltje; tumulus |
| tsuka-柄 | heft; gevest (van zwaarden, messen of dolken); steel of greep (van b.v. borstels); handvat |
| tsukae-痞え | ongemakkelijke omstandigheden; belemmering |
| tsukae-痞え | iets dat op je gemoed drukt; iets dat een zware belasting voor iemand vormt |
| tsukaeru-使える | geldig zijn |
| tsukaeru-使える | geschikt [capabel] zijn |
| tsukaeru-支える | (knielend) je handen voor je op de grond leggen (als groet, of voor het betonen van eer of spijt) |
| tsukaeru-支える | een drukkend gevoel op de borst hebben, zich bedrukt voelen (door verdriet of zorgen) |
| tsukagashira-柄頭 | pommel |
| tsūkagirei-通過儀礼 | inwijdingsritueel; overgangsritueel |
| tsūkai-痛快 | opwindend [spannend; geweldig] zijn |
| tsukaigatte-使い勝手 | gebruikersvriendelijkheid; gebruikersgemak |
| tsukaikomu-使い込む | teveel uitgeven; op te grote voet leven |
| tsukaikomu-使い込む | verduisteren (van geld) |
| tsukaisaki-使い先 | datgene waar geld aan besteed wordt |
| tsūkaku-痛覚 | pijngevoel; pijnsensatie |
| tsūkakyōkyūryō-通貨供給量 | geldvoorraad |
| tsukamatsuru-仕る | (een nederig, beleefd woord voor) (zullen) doen; dienen; van dienst zijn |
| tsūkan-通巻 | nummer van een deel van een reeks [serie] (boeken, tijdschriften, etc.) |
| tsukaru-漬かる | (van voedsel) goed gekruid zijn; met kruiden ingelegd (in vloeistof) zijn |
| tsukaru-漬かる | (fig.) zich onderdompelen in; vol zijn van |
| tsukaru-漬かる | ondergedompeld [doorweekt] zijn [worden]; onder water staan |
| tsūkaseido-通貨制度 | monetair stelsel |
| tsukatsuka-つかつか | (onomatopee) gedecideerd; zonder aarzeling |
| tsukebito-付け人 | jonge bediende van een sumoworstelaar |
| tsukedashi-付け出し | systeem dat een voorkeursstatus geeft aan succesvolle amateur sumoworstelaars |
| tsukefuda-付札 | etiket; strookje; label; (handel) prijskaartje |
| tsukegi-付け木 | houten label |
| tsukene-付け根 | basis; wortel; gewricht |
| tsukeru-点ける | aandoen; inschakelen; aansteken |
| tsuketari-付けたり | toevoeging; aanvulling; aanhangsel; appendix |
| tsuki-突き | (schermen) uitval; steek; (kendō) stekende aanval naar de keel |
| tsukiau-付き合う | omgaan met; relatie hebben met; gezelschap houden |
| tsukiban-月番 | maanddienst; iemand die een maand lang dienst doet (en dan wordt afgelost) |
| tsukibarai-月払い | maandelijkse betaling |
| tsukikage-月影 | de weerspiegeling van het maanlicht |
| tsukikiru-突き切る | oversteken (een weg, een veld e.d.) |
| tsukimairi-月参り | een bezoek aan een heiligdom of tempel één keer per maand op een vaste dag |
| tsūkin-通勤 | het forenzen; pendelen (woon-werkverkeer) |
| tsukinami-月次 | maandelijks; elke maand |
| tsūkinsuru-通勤する | naar het werk gaan [reizen]; forenzen; pendelen |
| tsukishitagau-付き従う | volgen; vergezellen |
| tsukkomu-突っ込む | alles tezamen nemen (zonder onderscheid te maken); alles tegelijk in aanmerking nemen; overal rekening mee houden |
| tsukkomu-突っ込む | zich verdiepen in; grondig onderzoeken; een scherpe [kritische] vraag stellen; (in een komisch stuk) schertsen |
| tsukkomu-突っ込む | (snel of hard) induiken; invliegen; inrammen; opbotsen; bestormen; aanvallen |
| tsuku-吐く | zeggen; vertellen; beweren |
| tsuku-漬く | ondergedompeld [doordrenkt] zijn |
| tsukubai-蹲い | stenen wasbak [wasbassin] (in theetuinen of bij tempels voor het ritueel de handen wassen) |
| tsukubau-蹲う | hurken; bukken; buigen; knielen |
| tsukue-机 | bureau; schrijftafel; lessenaar |
| tsukune-捏ね | (afk. voor) een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukuneimo-捏ね芋 | een (Chinese) yam (zoete aardappel, Dioscorea oppositifolia) |
| tsukuri-旁 | rechter gedeelte van een kanji (b.v. 彡 in de kanji 形) |
| tsukuribanashi-作り話 | fictie; verzonnen verhaal; verzinsel; bedenksell |
| tsukurigoto-作り事 | vervalsing; namaak; verzinsel; leugen; smoesje; onzin |
| tsukurimono-作り物 | namaakartikel; namaaksel; imitatie |
| tsukurou-繕う | repareren; herstellen; verstellen; oplappen |
| tsukurou-繕う | het behandelen van een wond [ziekte] |
| tsukuru-作る | maken; vervaardigen; produceren; fabriceren; in elkaar zetten; componeren |
| tsukuru-作る | doen; handelen; verrichten |
| tsuma-妻 | gevelwand; gevelspits; dakgevel |
| tsuma-妻 | (arch.) één van twee dingen die sterk aan elkaar gerelateerd zijn (bv. een hert en hagi (Japanse struikklaver) zijn beiden symbool voor de herfst) |
| tsuma-妻 | (arch.) liefkozende naam bij een echtpaar: mijn lief; schat; wederhelft; echtgenoot [echtgenote] |
| tsuma-端 | een driehoekige muur aan de zijkant van een gevel of een zadeldak |
| tsumabiki-爪弾き | het tokkelen (op een muziekinstrument) |
| tsumabikisuru-爪弾きする | tokkelen (op een muziekinstrument) |
| tsumabiraka-詳らか | gedetailleerd; duidelijk |
| tsumado-妻戸 | een dubbele deur aan de gevelzijde van een villa (Heian periode) |
| tsumado-妻戸 | (dubbele) houten deur van een huis (m.n. naar de tuin) |
| tsumadoikon-妻問婚 | een (matrilokaal) huwelijk waarbij het echtpaar bij de familie van de vrouw woont |
| tsumami-摘み | (druk)knop; handvat; schakelaar |
| tsumami-摘み | snuifje; korreltje; mespuntje |
| tsumamiarai-摘み洗い | alleen het vuile gedeelte (van een kledingstuk) wassen |
| tsumaminatto-つまみナット | vleugelmoer |
| tsumaranai-詰まらない | saai; vervelend; oninteressant |
| tsumaranai-詰まらない | onbeduidend; nutteloos |
| tsumari-詰まり | kortom; namelijk; met andere woorden (m.a.w.); dat wil zeggen (d.w.z.) |
| tsumarutokoro-詰まるところ | om kort te zijn; uiteindelijk; alles goed en wel; als puntje bij paaltje komt |
| tsumasakiagari-爪先上がり | een opgaand [omhooglopend] pad; geleidelijk steiler wordende helling |
| tsumazuku-躓く | struikelen (over iets); misstappen |
| tsume-爪 | (hand) nagel; klauw |
| tsumein-爪印 | duimafdruk; vingerafdruk; nagelafdruk als zegel |
| tsumekiri-爪切り | nagelknipper |
| tsumekusa-爪草 | (plant) parelkruid (Sagina japonica) |
| tsumemigaki-爪磨き | nagelverzorging; manicure; pedicure |
| tsumemigaki-爪磨き | artikelen [gereedschap] voor de verzorging van nagels (nagelvijl, e.d.) |
| tsumeshōgi-詰め将棋 | een shogi-probleem (een gegeven schaakstelling waarbij het doel is de koning van de tegenstander schaakmat te zetten) |
| tsumetai-冷たい | (zowel letterlijk als figuurlijk) koud; kil; ijzig; koel |
| tsumi-罪 | (religie) zonde |
| tsumiageru-積み上げる | bijeenbrengen; verzamelen |
| tsumiageru-積み上げる | opstapelen; ophopen; op elkaar stapelen |
| tsumibukai-罪深い | zondig; immoreel; schuldig; met schuld beladen |
| tsumikasaneru-積み重ねる | zich opstapelen; ophopen, opeenstapelen |
| tsumisuru-罪する | beschuldigen; aanklagen; veroordelen; bestraffen |
| tsumitate-積み立て | het sparen; geld verzamelen [reserveren] |
| tsumitatekin-積立金 | reserve; spaargeld |
| tsumitateru-積み立てる | (geld) sparen; verzamelen; opzij leggen |
| tsumitsukuri-罪作り | handelingen die in strijd zijn met de boeddhistische leer (zoals het doden of verwonden van levende wezens) |
| tsumori-積もり | stellige overtuiging |
| tsumori-積もり | bedoeling (om iets te doen); doel; motivatie; plan |
| tsumoru-積もる | opstapelen; ophopen |
| tsumu-詰む | (bij shogi, Japans schaakspel) schaakmat gezet zijn (door het omsingelen van de koning) |
| tsumu-詰む | dicht [strak] geweven [gebreid] zijn; dicht op elkaar gepakt [gepropt] zijn |
| tsumujikaze-旋風 | (fig.) wervelwind; opschudding; plotselinge gebeurtenissen |
| tsumujikaze-旋風 | wervelwind; tornado |
| tsuna-綱 | speciale gordel van de yokuzuna (sumo) |
| tsuna-綱 | touw; lijn; koord; snaar; kabel |
| tsunagari-繋がり | band; relatie; binding; connectie; link |
| tsunagaru-繋がる | een band hebben met; gelinkt zijn aan; verbonden [verwant] zijn met |
| tsunagaru-繋がる | in relatie staan tot; verwijzen naar |
| tsunagiawaseru-繋ぎ合わせる | samenbrengen; samenbundelen; samenbinden; verbinden; (verschillende zaken) samenvoegen tot een eenheid |
| tsunbosajiki-聾桟敷 | de dovengalerij (bovenste rijen stoelen in de schouwburg waar de verstaanbaarheid van het toneel slecht is) |
| tsundoku-積ん読 | meer boeken kopen dan je leest; boeken kopen en ongelezen laten |
| tsundoku-積ん読 | een stapel ongelezen boeken |
| tsune-常 | de normale [gebruikelijke] omstandigheden [gang van zaken]; constantheid; onveranderlijkheid |
| tsūnen-通年 | een vol [heel] jaar |
| tsuneni-常に | gewoonlijk; gebruikelijk |
| tsuneni-常に | altijd; onophoudelijk; voortdurend; constant |
| tsuneru-抓る | knijpen; afknellen |
| tsuno-角 | pin; speld (in het haar of op een hoofddeksel) |
| tsuno-角 | voelspriet; antenne; voelhoorn |
| tsuno-角 | (klassiek Japans theater) ondertitel; tweede titel |
| tsunokakushi-角隠し | hoofdtooi van een traditioneel geklede Japanse bruid |
| tsunoru-募る | inzamelen; (aan)werven; oproepen |
| tsuntsun-つんつん | (onomatopee) trots; hooghartig; afstandelijk; onaangenaam; onvriendelijk |
| tsūpīsu-ツーピース | tweedelig kostuum |
| tsura-面 | gezicht; (vulgair) porum; smoel; tronie |
| tsuranikui-面憎い | lelijk; walgelijk; hatelijk; verfoeilijk; verachtelijk; ergerlijk |
| tsurara-氷柱 | ijspegel |
| tsurasa-辛さ | pijn; leed; kwelling; narigheid; ongemak |
| tsūrei-通例 | regel; gewoonte; gebruik |
| tsureko-連れ子 | stiefkind; kind uit een eerder huwelijk |
| tsureru-連れる | meenemen [meebrengen]; vergezeld worden door |
| tsuresou-連れ添う | een paar [stel; koppel] zijn [worden] |
| tsuri-釣り | het vissen; hengelen (ook fig.) |
| tsuri-釣り | klein geld; wisselgeld |
| tsuribune-釣り船 | (Edo periode) vrouwenkapsel |
| tsuridōgu-釣り道具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |
| tsurigu-釣り具 | vistuig; visgerei; vishengel en toebehoren |
| tsurime-つり目 | (in vertaling beledigend taalgebruik) spleetoog |
| tsurisen-釣り銭 | wisselgeld |
| tsurisugara-吊巣雀 | buidelmees (Remis pendulinus) |
| tsurite-釣り手 | visser; hengelaar |
| tsurite-釣り手 | (judo) hengelhand; kraaghand |
| tsuriwa-吊り輪 | (turntoestel) ringen |
| tsurizao-釣り竿 | (vis)hengel |
| tsūro-通路 | verbinding; relatie; betrekking |
| tsuru-釣る | vissen; hengelen; vis vangen |
| tsuru-鶴 | kraanvogel |
| tsurubeotoshi-釣瓶落とし | het snel vallen van de avond (als een dalende putemmer) |
| tsurubeuchi-釣瓶打ち | een snelle opeenvolging van schoten [slagen] |
| tsūrudofuransu-ツールドフランス | (wielrennen) Tour de France |
| tsurureishi-蔓茘枝 | een bittere soort meloen (Momordica charantia) |
| tsurusu-吊す | (op)hangen; bungelen |
| tsūsanshō-通産省 | (afk. voor) het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsūsetsu-痛切 | sterke [diepe; intense] gevoelens (van verdriet, pijn, e.d.) |
| tsūsetsu-通説 | logische en wetenschappelijk onderbouwde theorie |
| tsūshin-通信 | communicatie; correspondentie; nieuws; bericht; verslag; mededeling |
| tsūshinhanbai-通信販売 | postorder; internethandel; online winkelen |
| tsūshinkiban- 通信基盤 | telecommunicatie-infrastructuur |
| tsūshinkyōiku-通信教育 | open onderwijs; schriftelijk onderwijs; afstandsonderwijs (via internet, radio, post, etc.) |
| tsūshin'eisei-通信衛星 | communicatiesatelliet |
| tsūshōsangyōshō-通商産業省 | het voormalige Ministerie van Internationale Handel en Industrie (MITI) (tot 2001) |
| tsūshōteishi-通商停止 | handelsembargo |
| tsutaiaruki-伝い歩き | steeds aan iets (meubels, muren, e.d.) vasthoudend (leren) lopen |
| tsūtatsu-通達 | vakkundigheid; bekwaamheid; veel kennis [begrip] hebben |
| tsūtatsu-通達 | (schriftelijke) instructie |
| tsūtoiebakā-つうと言えばかあ | elkaar snel begrijpen; op één lijn [op dezelfde golflengte] zitten |
| tsutomeru-努める | pogen; wagen; zich inzetten (voor); zijn best doen; zich toeleggen op |
| tsutoni-夙に | (sinds) lang geleden |
| tsutsumi-包み | pakje; pakketje; bundel; verpakking |
| tsutsumi-包み | woord om ingepakte voorwerpen te tellen |
| tsutsuoto-筒音 | geluid van een geweerschot |
| tsutsushimi-慎み | (Edo periode) strafmaatregel in de vorm van huisarrest bij de hofadel en krijgsadel |
| tsūwa-通話 | telefoongesprek |
| tsūyaku-通訳 | (mondelinge) vertaling; het tolken |
| tsūyakusuru-通訳する | tolken; (mondeling) vertalen |
| tsuyameku-艶めく | verleidelijk [sexy; elegant; charmant] zijn; er betoverend uitzien |
| tsuyoki-強気 | kracht; zelfvertrouwen |
| tsūyū-通有 | gemeenschappelijk kenmerk; gemeenschappelijke eigenschap [basis] |
| tsuyu-露 | dauw; dauwdruppel |
| tsuyuharai-露払い | openingsact; iemand die als eerste optreedt bij een evenement [voorstelling] |
| tsuyuharai-露払い | de sumoworstelaar die een yokozuna naar de ring leidt voor zijn openingsceremonie |
| tsuyujimo-露霜 | bevroren dauw(druppels) |
| tsuyukusa-露草 | Aziatische dagbloem (Commelina communis) |
| tsuzukete-続けて | achtereen; opeenvolgend; achterelkaar |
| tsuzukigara-続き柄 | familierelatie; familiebetrekking; verwantschap |
| tsuzukimono-続き物 | verhaal [roman] in afleveringen; artikelenreeks; serie |
| tsuzurafuji-葛藤 | ingewikkelde [complexe] onderlinge relatie |
| tsuzuri-綴り | spelling |
| tsuzuriawaseru-綴り合わせる | samenbinden; aan elkaar naaien [nieten; binden; hechten] |
| tsuzuriji-綴り字 | spelling |
| tsuzurikata-綴り方 | spelling; orthografie |
| tsuzurikata-綴り方 | het schrijven [de compositie] van een opstel [essay] |
| tsuzuru-綴る | spellen |
| tsuzuru-綴る | inbinden; aan elkaar naaien [stikken] |
| tteba-ってば | achter een zelfst.naamwoord of zin gebruikt om een oproep [bewering; verzoek; eis] te benadrukken |
| ubagai-姥貝 | surfmossel (Spisula sachalinensis) |
| ubaiau-奪い合う | onderling strijden [vechten; worstelen] om iets te veroveren [grijpen] (b.v. de vlag van een ander team) |
| ubaitoru-奪い取る | afpakken; stelen; beroven; ontnemen |
| ubasuteyama-姥捨山 | een afdeling [functie] waar oudere mensen die niet meer van nut zijn, naar worden overgeplaatst |
| ubau-奪う | (be)roven; stelen; plunderen |
| ubazakura-姥桜 | een rijpe schoonheid; charmante [aantrekkelijke] oudere vrouw |
| ubugoe-産声 | eerste geluid [kreet] van een pasgeboren baby |
| uchiageru-打ち上げる | aanspoelen |
| uchiakeru-打ち明ける | iem. iets toevertrouwen; onthullen; openbaren; de waarheid vertellen |
| uchiau-打ち合う | elkaar slaan; vechten; op de vuist gaan |
| uchiawaseru-打ち合わせる | elkaar slaan |
| uchiawaseru-打ち合わせる | van te voren [vooraf] regelen [beslissen] |
| uchibarai-内払い | gedeeltelijke betaling [vooruitbetaling; borg] |
| uchibenkei-内弁慶 | iemand die thuis bazig is [de flinke held uithangt], maar daarbuiten verlegen is |
| uchiberi-内耗 | de verhouding tussen de hoeveelheid graan die overblijft na vermaling en de oorspronkelijke hoeveelheid |
| uchibutokoro-内懐 | binnenste gedachten; innerlijke gevoelens |
| uchidashi-打ち出し | (in papier of metaal) reliëfwerk; drijfwerk |
| uchidashi-打ち出し | het einde (van een optreden, voorstelling, etc.) |
| uchidasu-打ち出す | bosseleren; in reliëf maken [slaan] |
| uchidenokozuchi-打ち出の小槌 | magische [legendarische] gelukshamer |
| uchigama-内釜 | een binnenketel; badketel [boiler] |
| uchigi-袿 | formele onderkleding met wijde mouwen voor mannen |
| uchijini-討ち死に | dood in de strijd; dood op het slagveld |
| uchijūde-家中で | met het hele gezin; met de hele familie |
| uchikabuto-内兜 | de binnenkant van een helm |
| uchikaesu-打ち返す | het herhaaldelijk breken (van golven op het strand) |
| uchikake-打ち掛け | (tussentijds) stoppen [pauzeren] met een spel (b.v. go) |
| uchikasanaru-打ち重なる | opstapelen; opeenvolgen; achter elkaar komen |
| uchikata-打ち方 | manier van slaan (b.v. bij tennis); manier van spelen; spelregels |
| uchikin-内金 | aanbetaling; gedeeltelijke betaling |
| uchiko-打ち粉 | meel (voor noedels, e.d.) |
| uchikudaku-打ち砕く | in stukken slaan; kapotslaan; verbrijzelen |
| uchinomesu-打ちのめす | (iem.) neerslaan; tegen de grond slaan; in elkaar slaan |
| uchisueru-打ち据える | meedogenloos slaan; afranselen |
| uchiwa-内輪 | bescheidenheid; gematigdheid; soberheid; kleine hoeveelheid |
| uchiyaburu-打ち破る | breken; kapotslaan; verbrijzelen |
| uchiyoseru-打ち寄せる | aanspoelen |
| uchiyoseru-打ち寄せる | slaan [rollen] tegen; overspoelen; breken (golven) |
| uchū-宇宙 | universum; ruimte; kosmos; heelal |
| ude-腕 | arm (lichaamsdeel) |
| uderu-茹でる | een zwelling [pijnlijke plek] behandelen (met stoom, warme kompressen, e.d.) |
| udezumō-腕相撲 | het armworstelen |
| udon-饂飩 | udon (dikke tarwenoedels) |
| udonge-優曇華 | (Sanskriet) udumbara (een mythische plant die zogezegd eens in de 3000 jaar bloeide), wordt gebruikt als metafoor voor iets dat uiterst zeldzaam is |
| uēbu-ウエーブ | golf (elektriciteit, geluid, radio, etc.) |
| uedingu-ウエディング | huwelijk; bruiloft; trouwerij |
| uedingu・māchi-ウエディング・マーチ | bruiloftsmars (muziek die bij de huwelijksceremonie gespeeld wordt) |
| uehāsu-ウエハース | wafels (Eng.: wafers) |
| ueitā-ウエイター | kelner; ober |
| ueito-ウエイト | belang; nadruk; prioriteit |
| uekomu-植え込む | (in groepen bij elkaar) planten; volplanten |
| ueru-植える | planten; poten; telen |
| uerunesu-ウエルネス | gezondheid; lichamelijk welbevinden |
| uerutākyū-ウエルター級 | welter gewichtsklasse (boksen) |
| uesutan-ウエスタン | westers; westelijk |
| uesutan・rīgu-ウエスタン・リーグ | (honkbal competitie) Westelijke divisie |
| uesuto-ウエスト | (Eng.: waist) taille; middel |
| uesuto・baggu-ウエスト・バッグ | buideltasje; heuptas |
| uesuto・bōru-ウエスト・ボール | (Eng.: waste ball) waste pitch; (met opzet) verspilde worp (buiten het slagveld bij honkbal) |
| uesuto・pōchi-ウエスト・ポーチ | buideltasje; heuptasje |
| uētingu・sākuru-ウエーティング・サークル | in honkbal, het gedeelte van het veld (schuin achter de thuisplaat) waar de volgende slagman wacht |
| uēto-ウエート | belang; nadruk; prioriteit |
| uetto-ウエット | sentimenteel; klef; slap |
| ufufu-うふふ | hihi (geluid van gegrinnik) |
| ugai-含嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugai-嗽 | gegorgel; mondspoeling |
| ugaigusuri-嗽薬 | mondwater; mondspoeling; spoeldrank |
| ugaisuru-含嗽する | gorgelen; de mond spoelen |
| ugatsu-穿つ | tot de kern van een zaal doordringen; de essentie van dingen begrijpen; menselijke emoties haarfijn aanvoelen |
| ugoki-動き | trend; verschuiving; ontwikkeling |
| ugomeku-蠢く | wriemelen; kronkelen |
| uguisuiro-鶯色 | groen-bruin (genoemd naar de kleur van de vleugels van een vogel, de Japanse struikzanger) |
| uguisumochi-鶯餅 | mochi (rijstcakes) gevuld met rode bonenpasta en bedekt met meel van groene sojabonen |
| uha-右派 | rechtervleugel (van een politieke partij); (politiek) rechts |
| uhen-右辺 | (wiskunde) de rechterkant van een vergelijking |
| uhyō-雨氷 | ijzel |
| ui-初 | (in samenstellingen) begin; eerste |
| uīkurī-ウイークリー | weekblad; tijdschrift dat wekelijks verschijnt |
| uīkurī-ウイークリー | wekelijks; elke week |
| uikyō-茴香 | venkel (Foeniculum vulgare) |
| uinchi-ウインチ | lier; haspel; windas |
| uinchi-ウインチ | (wiel) kruk |
| uindō・doresshingu-ウインドー・ドレッシング | lokkertje; misleidende voorstelling van zaken |
| uingu-ウイング | (van een gebouw) vleugel |
| uingu-ウイング | (van sportploeg) vleugel |
| uingu-ウイング | (vogel; vliegtuig) vleugel |
| uingu・karā-ウイング・カラー | vleugelkraag (stijve overhemdkraag waarvan de bovenhoeken naar beneden zijn gekeerd, voor formele gelegenheden) |
| uinnā-ウインナー | wienermelange (koffie) |
| uinnā・kōhī-ウインナー・コーヒー | wienermelange koffie |
| uirō-外郎 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uirōmochi-外郎餠 | traditionele Japanse gestoomde zoetigheid (gemaakt van rijstmeel en suiker) |
| uji-氏 | familie; familielijn; afstamming; achternaam |
| ujiko-氏子 | parochiaan [gemeentelid] van een shinto heiligdom |
| ujiuji-うじうじ | (onomatopee) aarzelend; besluiteloos |
| ujō-有情 | menselijkheid; medeleven |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) horen; vernemen |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) bezoeken |
| ukagau-伺う | (beleefde vorm voor) vragen; informeren (naar) |
| ukai-鵜飼い | het vissen met aalscholvers (ze worden gebruikt om vissen te vangen, met een ring om hun hals zodat ze alleen kleine vissen zelf kunnen doorslikken) |
| ukan-有官 | iemand met een officiële functie [rang; positie] bij de overheid; een ambtenaar |
| uke-有卦 | periode van geluk [voorspoed] |
| ukeau-請け合う | beloven; garanderen; verantwoordelijkheid nemen voor |
| ukein-受印 | stempel van waarborg; stempel van bevestiging |
| ukeire-受け入れ | ontvangst; toelating |
| ukeireru-受け入れる | ontvangen; aannemen; toelaten |
| ukenin-請け人 | borgsteller |
| ukesho-受書 | brief van aanvaarding (bevel, verzoek, e.d.) |
| uketoritegata-受取手形 | (geld) vorderingen |
| uketoru-受け取る | begrijpen; geloven; (voor waar) aannemen |
| uketsuke-受付 | receptie (b.v. van een hotel); informatiebalie |
| ukeuri-受け売り | het napraten; doorvertellen [herhalen] wat anderen zeggen |
| ukeuri-受け売り | detailhandel; kleinhandel (verkoop direct aan verbruikers) |
| ukewatashi-受け渡し | bezorging; bestelling; transactie; overmaking; betaling |
| ukezara-受け皿 | schotel (servies) |
| ukiashidatsu-浮き足立つ | klaar staan om te vluchten [weg te rennen]; onrustig worden; wankelen |
| ukibori-浮き彫り | snijwerk in reliëfvorm |
| ukikusa-浮き草 | veelworteling kroos (Spirodela polyrhiza) |
| ukimi-浮き身 | gezelschapsdame voor handelsreizigers (tijdens hun verblijf) |
| ukine-浮き寝 | het slapen op een boot; het slapen van watervolgels drijvende op het water |
| ukine-浮き寝 | het slapen bij wisselende partners |
| ukisu-浮き巣 | een drijvend (vogel)nest |
| ukiyo-浮き世 | deze vergankelijke wereld (waarin wij leven); het vergankelijke [voorbijgaande; mondaine] leven |
| ukiyobanare-浮き世離れ | wereldvreemdheid; het los van [onverschillig voor] de werkelijkheid [realiteit] zijn |
| ukon-鬱金 | kurkuma; geelwortel (plant, Curcuma longa) |
| ukon-鬱金 | saffraangeel |
| ukon'iro-鬱金色 | saffraangeel; curcumine (kleurstof uit geelwortel) |
| ukurere-ウクレレ | ukelele (muziekinstrument) |
| ukyaku-雨脚 | stromende regen (met ononderbroken strepen, als pijpenstelen); stortregen |
| uma-午 | paard (7de Chinese sterrenbeeld) |
| umadashi-馬出し | een aarden wal voor een kasteel (om vertrek en aankomst van ruiters niet aan de vijand te laten zien) |
| umai-旨い | lekker; smakelijk; heerlijk |
| umami-旨み | goede [heerlijke; lekkere] smaak (van voedsel) |
| umanohone-馬の骨 | persoon van onbekende, twijfelachtige afkomst; iemand van twijfelachtig [bedenkelijk] allooi |
| umauma-うまうま | mmm (tussenwerpsel voor: lekker) |
| umebishio-梅醬 | pruimengelei |
| umi-海 | het uitgeholde diepe gedeelte van een inktsteen |
| umi-海 | (fig.) een zee (van); een grote hoeveelheid |
| umidori-海鳥 | zeevogel |
| uminosachi-海の幸 | voedselproducten uit de zee; zeevruchten |
| umiotosu-産み落とす | (een kind) baren; bevallen; ter wereld brengen |
| umō-羽毛 | veer (van een vogel) |
| umu-有無 | wel of niet; ja of nee; aanwezigheid of afwezigheid |
| un-運 | lot; lotsbestemming; geluk |
| unaden-ウナ電 | spoedtelegram; ijltelegram; dringend telegram |
| unadon-鰻丼 | (Japans traditioneel gerecht) een (donburi-stijl) kom rijst met gegrilde paling erop |
| unaginobori-鰻登り | (lett. een paling die verticaal omhoog (in het water) klimt) het snel stijgen [omhoogklimmen]; omhoogschieten (van prijzen, populariteit, e.d.) |
| unajū-鰻重 | gegrilde paling en rijst geserveerd in (op elkaar gestapelde) lakdozen |
| unasareru-魘される | een nachtmerrie hebben; geluiden maken terwijl je slaapt; onrustig slapen |
| undameshi-運試し | het beproeven van het geluk; je geluk beproeven |
| undōjō-運動場 | gymnastiekzaal; sportveld; speelplaats; schoolplein |
| une-畝 | richel (in een veld) |
| une-畝 | ribbel (in stof) |
| uneri-うねり | een golving; welving; kronkeling |
| uneri-うねり | het golven; heen en weer bewegen; slingeren; omwentelen (ook figuurlijk) |
| uneru-うねる | golven; kronkelen; slingeren |
| uneune-うねうね | golvend; kronkelend; zigzaggend |
| uni-海胆 | zee-egel |
| unka-雲霞 | wolken en nevel |
| unki-運気 | lot; lotsbestemming; geluk |
| unkō-運行 | omloop; omwenteling (van satellieten, planeten etc.) |
| unkōsuru-運行する | bewegen; omwentelen; roteren |
| unmu-雲霧 | sombere gevoelens; mistroostigheid |
| unnun-云云 | enzovoort; enz.; etc.; zo en zo; en dergelijke; e.d. |
| unomi-鵜呑み | het iets in zijn geheel doorslikken [inslikken] |
| unpitsu-運筆 | penseelvoering; penseelbehandeling; penseelstreken |
| unsen-雲箋 | (formeel) brief (ontvangen, van een ander) |
| unsui-雲水 | een rondtrekkende monnik; bedelmonnik |
| untei-雲梯 | een lange ladder die werd gebruikt om kastelen aan te vallen; stormladder |
| untei-雲梯 | horizontale ladder; speel(klim)toestel |
| unten-運転 | rotatie; omwenteling (planeet om de zon); wisseling (van seizoenen) |
| unto-うんと | enorm; verschrikkelijk veel; grote hoeveelheid |
| unu-汝 | (scheldwoord) domkop; sukkel |
| unu-汝 | ikzelf; mijzelf |
| unubore-自惚れ | verwaandheid; ijdelheid; arrogantie |
| unzari-うんざり | (onomatopee) vervelend; walgelijk; afschuwelijk |
| unzarisuru-うんざりする | (onomatopee) ziek [moe] worden van; het zat zijn; tegenstaan; een aversie hebben tegen; tegen de borst stuiten; vervelen |
| un'en-雲煙 | wolken en rook [nevel] |
| un'en-雲煙 | weergave van wolken en nevel in landschapsschilderkunst |
| un'enkagan-雲煙過眼 | vluchtige [snel voorbijgaande] dingen [gedachten] (zoals wolken en rook) |
| uoza-魚座 | (sterrenbeeld) Vissen (Pisces) |
| uraba-末葉 | een blad (dat groeit) aan het uiteinde van de tak [stengel] |
| uradana-裏店 | een winkelpand [handelshuis] met het woonhuis aan de achterkant |
| uragane-裏金 | smeergeld; steekpenning; omkoopsom |
| uraguchi-裏口 | bergbeklimming via de achterzijde van een berghelling |
| uraguchi-裏口 | (fig.) achterdeur; illegaal binnenkomen; op frauduleuze wijze doen; toegang (tot universiteit, bedrijf, e.d.) zonder te voldoen aan toelatingseisen |
| uraha-末葉 | een blad (dat groeit) aan het uiteinde van de tak [stengel] |
| urahara-裏腹 | het tegendeel; tegen(over)gestelde; omgekeerde |
| urajōmen-裏正面 | achterkant; achtergevel |
| urakata-裏方 | (in het theater) personeel dat achter de schermen werkt |
| urameshii-恨めしい | verwijtend; hatelijk; bitter; frustrerend |
| urami-恨み | wrok; rancune; wrevel; verbolgenheid; vijandigheid |
| uramichi-裏道 | slechte [oneerlijke] handelswijze [methode; levenswijze] |
| uramu-恨む | een wrok koesteren (tegen iemand); rancune voelen jegens iemand |
| uran-ウラン | uranium (scheikundig element U) |
| uranari-末生り | vrucht die groeit aan het uiteinde van een tak of stengel (en daardoor onvolgroeid en onrijp is) |
| uranau-占う | waarzeggen; de toekomst voorspellen |
| uranihon-裏日本 | kustgebieden van Honshu gelegen aan de Japanse Zee |
| uraniumu-ウラニウム | uranium (scheikundig element U) |
| uraraka-麗らか | een mooie [heldere; zonnige] dag; prachtig weer |
| uraraka-麗らか | een opgewekt gevoel |
| urashimatarō-浦島太郎 | (informeel) gevangene die na een lang verblijf in de gevangenis wordt vrijgelaten |
| urauchi-裏打ち | voering [kleding]; versteviging [versterking] via de achterzijde van papier, textiel, leer, e.d. |
| ureashi-売れ足 | snelle verkoop; de snelheid waarmee een product wordt verkocht |
| uredaka-売れ高 | verkoop; aantal verkochte artikelen [producten] |
| ureshinaki-嬉し泣き | het huilen van blijdschap [geluk]; tranen van vreugde [geluk] |
| ureshinakisuru-嬉し泣きする | huilen van geluk [blijdschap; vreugde] |
| uresuji-売れ筋 | een nummer één artikel; een product met hoge verkoopcijfers |
| uri-瓜 | meloenplant |
| uriba-売り場 | verkoopafdeling; verkooppunt; winkel; marktplaats |
| urifutatsu-瓜二つ | (op elkaar lijkend) als twee druppels water |
| urikai-売り買い | kopen en verkopen; handel |
| urikakekin-売掛金 | handelsvordering(en) |
| uriko-売子 | verkoper; winkelbediende |
| uriko-売子 | venter; straathandelaar |
| urimono-売物 | handelswaar; koopwaar; handelsartikel |
| urimono-売物 | (belangrijkste) pluspunt; voordeel; hoofdattractie; pronkstuk |
| urisabaku-売り捌く | efficiënt [op grote schaal] verkopen van artikelen; de hele voorraad goederen verkopen |
| uriwatasu-売り渡す | iemand verraden [aangeven] (bij de vijand, in ruil voor eigen voordeel) |
| urobune-売ろ舟 | (arch., dit woord stamt uit de Edo periode) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| urochoro-うろちょろ | (onomatopee) rondhangend; dralend; treuzelend |
| urochorosuru-うろちょろする | (onomatopee) rondhangen; dralen; treuzelen |
| uron-胡乱 | verdacht [dubieus; twijfelachtig] zijn |
| urourobune-うろうろ船 | (arch.) een drijvend winkeltje; een boot waar men gebruiksvoorwerpen en etenswaren kon kopen |
| uru-得る | (formeel) verkrijgen; ontvangen |
| urūbi-閏日 | schrikkeldag; tussendag (b.v. 29 februari) |
| urūbyō-閏秒 | schrikkelseconde |
| uruguai・raundo-ウルグアイ・ラウンド | Uruguay-ronde (Internationale onderhandelingen van 1986 tot 1994, die uiteindelijk leidden tot de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie) |
| uruka-鱁鮧 | gezouten ingewanden en kuit van Ayu (vis: Plecoglossus altivelis) |
| urumu-潤む | wazig [troebel] zijn [worden] |
| urumu-潤む | (fig.) een brok in de keel krijgen |
| urusai-煩い | vervelend; hinderlijk; storend; irritant |
| uruudoshi-閏年 | schrikkeljaar |
| uryō-雨量 | hoeveelheid regen [neerslag] |
| usa-憂さ | somberheid; zwaarmoedigheid; droefgeestigheid; neerslachtigheid; melancholie; weemoed |
| usagiuma-兎馬 | ezel (een dier, Equus asinus) |
| usei-雨声 | het geluid van regen |
| ushin-有心 | inzicht en beleid |
| ushioni-潮煮 | vis, schelpdieren, etc., gekookt in zout water |
| ushirodate-後ろ盾 | ondersteuner; beschermheer; helper achter de schermen |
| ushirokizu-後ろ傷 | verwonding aan de rug opgelopen tijdens het vluchten (in het oude Japan een beschamend eerverlies) |
| ushiroyubi-後ろ指 | geroddel; gepraat achter iemands rug |
| uso-嘘 | leugen; onwaarheid; verzinsel |
| usohappyaku-嘘八百 | een aaneenschakeling van leugens |
| ussō-鬱蒼 | dichte bebossing; donkere [dicht op elkaar staande] bomen |
| usu-臼 | usu, grote Japanse vijzel (o.a. gebruikt om het deeg te stampen voor mochi, Japanse balletjes van kleefrijst) |
| usuakinai-薄商い | weinig handel [transacties] |
| usude-薄手 | dunheid; iets dat heel dun [ondiep; oppervlakkig] is |
| usukuchi-薄口 | dun [fijn; delicaat] voorwerp (b.v. aardewerk, porselein) |
| usumono-薄物 | dunne stof [textiel] |
| uta-歌 | lied; melodie |
| utagai-疑い | twijfel |
| utagau-疑う | wantrouwen; betwijfelen; in twijfel trekken |
| utagawashii-疑わしい | twijfelachtig; verdacht; onzeker; betwistbaar; onbetrouwbaar |
| utakata-泡沫 | luchtbel; schuim |
| utau-謳う | lof zingen; prijzen; ophemelen; verheerlijken |
| uteki-雨滴 | regendruppel |
| utena-台 | sokkel; voetstuk |
| utena-台 | (plantkunde) (bloem)kelk |
| utoi-疎い | afstandelijk; niet intiem |
| utoutoshii-疎疎しい | koel; afstandelijk; ongenaakbaar |
| utoutosuru-うとうとする | (onomatopee) (weg) dutten; soezen; (in) dommelen; een hazenslaapje doen; sluimeren |
| utōyasukata-善知鳥安方 | een mythische [legendarische] vogel |
| utsu-打つ | laten klinken; bespelen (muziekinstrument) |
| utsubogusa-靫草 | gewone brunel (plant, Prunella vulgaris) |
| utsubyō-鬱病 | depressie; melancholie |
| utsukushii-美しい | mooi; aantrekkelijk; lieflijk |
| utsuri-移り | verplaatsing; wisseling; transitie; overgang |
| utsuribashi-移り箸 | eetstokjes waarmee achter elkaar iets uit verschillende gerechten wordt aangeraakt (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| utsurigi-移り気 | wispelturig [veranderlijk] zijn |
| utsuru-写る | gefotografeerd [afgebeeld; weerspiegeld; gereflecteerd] worden |
| utsuru-映る | zich weerspiegelen; gereflecteerd worden |
| utsushi-写し | het natrekken [overtrekken] (vanaf een model) |
| utsushidasu-映し出す | afbeelden; beschrijven; uitbeelden; voorstellen; tonen |
| utsusu-映す | weerspiegelen; reflecteren |
| uwaki-浮気 | overspel; buitenechtelijke verhouding; ontrouw |
| uwakimono-浮気者 | overspelige persoon [man; vrouw]; bedrieger; schuinsmarcheerder |
| uwamai-上米 | (Edo periode) belasting op rijst |
| uwamai-上米 | (makelaars) commissie |
| uwanori-上乗り | het begeleiden [de begeleider; opzichter] van goederen [vracht; lading] tijdens transport |
| uwasa-噂 | roddel; gerucht |
| uwasa-噂 | nieuws; het rondbrieven [rondvertellen; openbaren] |
| uwate-上手 | bovenste deel; bovenloop (van een rivier) |
| uwatsuku-浮つく | wispelturig [lichtzinnig; rusteloos] zijn [worden] |
| uyamuya-有耶無耶 | onduidelijk [vaag; onbestemd; onbepaald] zijn |
| uyoku-右翼 | rechtervleugel; rechterflank; rechterkolom |
| uyoku-右翼 | (honkbal) rechtsveld |
| uyoku-羽翼 | veren en vleugels |
| uyoku-羽翼 | vleugelvormig orgaan (b.v. bij planten) |
| uyokyokusetsu-紆余曲折 | wendingen; complicaties; wisselvalligheden |
| uyū-烏有 | niets; niet bestaand; helemaal niets |
| uyūsensei-烏有先生 | een denkbeeldig persoon; een fictief karakter |
| uzai-うざい | vervelend; irritant; lastig; hinderlijk |
| uzu-渦 | draaikolk; werveling; maalstroom |
| uzumaki-渦巻き | draaikolk; werveling; maalstroom |
| uzumaku-渦巻く | overspoelen (gevoelens, gedachten, e.d.) |
| uzumaku-渦巻く | ronddraaien; wervelen |
| uzura-鶉 | kwartel (een vogel, Coturnix) |
| uzurakuina-ウズラクイナ | kwartelkoning (vogel, Crex crex) |
| uzuratamago-うずら卵 | kwartelei |
| uzutakai-堆い | opgestapeld; op een hoop |
| uzuuzu-うずうず | (onomatopee) popelend; jeukend |
| uzuuzusuru-うずうずする | (onomatopee) staan te popelen; ongeduldig wachten; je handen jeuken |
| wa-羽 | (woord voor het tellen van vogels, kippen, konijnen) |
| wa-話 | (in kanji combinaties) spreken; zeggen; vertellen; taal; woord; verhaall |
| wabiru-侘びる | eenzaam [angstig; bezorgd; triest; depressief; pessimistisch; teleurgesteld; in de war] zijn |
| wabisabi-侘寂 | wabisabi, een Japans esthetisch concept waarin de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie centraal staat |
| wabishii-侘しい | stil; eenzaam; afgelegen |
| wabishii-侘しい | verdrietig; triest; troosteloos; somber; pijnlijk |
| wabishii-侘しい | armzalig; armoedig; sjofel |
| wabisuke-侘助 | Wabisuke camelia (een variëteit van de Camellia Japonica, met kleine enkele bloemen; vanwege hun eenvoud vaak gebruikt bij theeceremonies) |
| waeijiten-和英辞典 | Japans-Engels woordenboek |
| waffuru-ワッフル | (zoete) wafel |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon enkelvoud, tegenwoordig met een nogal arrogante duiding) ik |
| wagahai-我輩 | (mannelijk taalgebruik, eerste persoon meervoud) wij |
| wagamama-我が儘 | egoïsme; zelfzuchtigheid; ongehoorzaamheid |
| wagami-我が身 | mijzelf; zichzelf |
| wagamonogao-我が物顔 | arrogante [zelfverzekerde] houding |
| waganeru-綰ねる | tot een cirkel [ring] buigen |
| wagasa-和傘 | tradionele Japanse paraplu |
| wagei-話芸 | de kunst van het verhalen vertellen |
| wago-和語 | oorspronkelijk Japans woord |
| wagomu-輪ゴム | elastiekje |
| wagon・sābisu-ワゴン・サービス | bereiding van gerechten (op een etenskar) bij de tafel van de klanten in een restaurant |
| wahitsu-和筆 | schrijfpenseel gemaakt in Japan (i.t.t. in China) |
| wahō-話法 | verteltrant; wijze van spreken |
| waido・sukurīn-ワイド・スクリーン | breedbeeld (formaat) |
| waipu-ワイプ | methode om van scène te wisselen (film en televisie) |
| wairo-賄賂 | omkoping; omkoperij; smeergeld |
| waisetsu-猥褻 | onzedelijkheid; obsceniteit |
| waiya-ワイヤ | draad; metaalkabel |
| waiya-ワイヤ | (afk. van) staalkabel; draadkabel; staaldraadkabel |
| waiya-ワイヤ | elektriciteitskabel; snoer |
| waiyaresukyūden-ワイヤレス給電 | draadloze voeding [elektriciteitsaansluiting] |
| waiya・rōpu-ワイヤ・ロープ | staalkabel; draadkabel; staaldraadkabel |
| wai・emu・shī・ē-ワイ・エム・シー・エー | Young Men's Christian Association, een oecumenisch-christelijke jongerenorganisatie |
| waji-和字 | het Japanse fonetisch schrift (hiragana en katakana); Japanse karakters (karakters die in Japan zijn ontwikkeld) |
| wajō-和尚 | (erenaam voor) boeddhistische priester met spirituele training (deze lezing wordt m.n. gebruikt bij het Shingon boeddhisme) |
| wajutsu-話術 | vertelkunst; de kunst van het vertellen |
| wakaayu-若鮎 | jonge ayu (vis: Plecoglossus altivelis) (in Japanse poëzie symbool voor de lente) |
| wakabito-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakachiau-分かち合う | (iets met iemand) delen; (iets) gemeen hebben (met iemand) |
| wakagashira-若頭 | jonge onderbaas bij gangsters (soms de opvolger en [of] familielid van de capo) |
| wākahorikku-ワーカホリック | workaholic. iemand die verslaafd is aan zijn werk; iemand die veel werkt |
| wakaian-和解案 | schikkingsvoorstel |
| wakamidori-若緑 | heldergroen |
| wakamiya-若宮 | heiligdom voor de zoon van de god van de hoofdtempel |
| wakamiya-若宮 | nieuwe tempel |
| wakamono-若者 | jonge man; jonge vrouw; jongere(n); jongelui |
| wakarebanashi-別れ話 | gesprek over een scheiding [beëindiging van een relatie] |
| wakareru-分かれる | verdeeld worden; zich vertakken [verspreiden] |
| wakareru-別れる | afscheid nemen; uit elkaar gaan; scheiden |
| wakaru-分かる | duidelijk zijn; begrijpen; zich realiseren |
| wakasu-沸かす | smelten (van metaal, e.d.) |
| wakatō-若党 | (Edo periode) jonge volgeling van een samoerai |
| wakazō-若造 | (soms spottend) jonge vent; jonge kerel |
| wake-分け | (in samenstellingen) verdelen; indelen; scheiden; sorteren |
| wakemae-分け前 | (aan)deel; portie |
| wakeru-分ける | verdelen; splitsen |
| wākēshon-ワーケーション | telewerken vanaf een vakantiebestemming |
| waki-脇 | oksel |
| wakiaiai-和気藹藹 | harmonieus; vredig; vreedzaam; gelukkig |
| wakibara-脇腹 | een buitenechtelijk kind |
| wakige-腋毛 | okselhaar; okselbeharing |
| wakimaeru-弁える | onderscheid maken; differentiëren; uit elkaar houden |
| wakiokoru-沸き起こる | oprijzen; losbarsten; uitbreken; aanzwellen |
| wakka-輪っか | ring; hoepel; armband |
| wakkusu-ワックス | was (poetsmiddel) |
| wakō-倭冦 | (oude scheldnaam in Korea en China voor) Japan; mensen uit Japan |
| wako-和子 | (arch.) de zoon uit een welgestelde familie; de zoon van iemand met een hoge rang [status]; de zoon van een edelman |
| wakōdo-若人 | een jonge persoon; jongere; jongelui |
| wakōdōjin-和光同塵 | (boeddh.) de Boeddha en Bodhisattva versluieren hun wijsheid om op toegankelijke wijze de lijdende mensheid te kunnen redden |
| wakokutairan-倭国大乱 | Wakoku rebellie (de grote opstand van Wa) |
| wakon-和魂 | Japanse geest [ziel] |
| waku-惑 | (boeddh.) aardse [wereldse] verlangens |
| waku-枠 | raamwerk; frame; onderstel |
| wāku・shearingu-ワーク・シェアリング | deeltijdbanen; deeltijdse arbeid |
| wamei-和名 | Japanse naam [benaming] (i.t.t. de wetenschappelijke naam, b.v. van planten en dieren) |
| wāmu-ワーム | computerworm (computervirus dat zichzelf dupliceert en vermenigvuldigt) |
| wamyō-和名 | (oorspronkelijke) Japanse benaming [naam] |
| wan-ワン | woef (het geluid van blaffen van een hond) |
| wan-椀 | woord dat wordt gebruikt om kommen te tellen |
| wanchan-わんちゃん | misschien; wellicht |
| wandāfōgeru-ワンダーフォーゲル | bergwandeling; bergtocht |
| wangeru-ワンゲル | bergwandeling; bergtocht |
| waniguchi-鰐口 | gerucht; (kwaadaardig) geroddel |
| waniguchi-鰐口 | een Japanse platte (ronde, holle) metalen gong (in tempel of heiligdom, met een touw waarmee de gelovigen de gong kunnen laten klinken) |
| wankosoba-椀子蕎麦 | een kom bouillon met soba-noedels, die steeds wordt bijgevuld tot de klant genoeg heeft |
| wankotsu-腕骨 | handwortelbeen; ossa carpi |
| wanman・kā-ワンマン・カー | een trein, bus of tram met maar 1 personeelslid (de bestuurder die ook de functie van conducteur vervult) |
| wanman・shō-ワンマン・ショー | onemanshow; solovoorstelling |
| wanori-輪乗り | het paardrijden in een cirkel |
| wansaido・gēmu-ワンサイド・ゲーム | eenzijdige wedstrijd (wedstrijd waarin een partij veel sterker is) |
| wansutoppu・shoppingu-ワンストップ・ショッピング | koopgedrag waarbij consumenten tegelijkertijd boodschappen en andere diensten doen op één locatie |
| wantsū・panchi-ワンツー・パンチ | (boksen) een snelle combinatie van slagen afwisselend met de linker- en rechtervuist |
| wan・patān-ワン・パターン | eenzijdig; stereotype; een enkel patroon volgend |
| wan・pīsu-ワン・ピース | eendelig kledingstuk (jurk) |
| wan・pointo-ワン・ポイント | het belangrijkste punt |
| wappu-割賦 | het meermaals (In porties) toewijzen of verdelen |
| wara ni mo sugaru-藁にも縋る | zich aan een strohalm vastklampen; het laatste redmiddel zoeken; tot wanhopige maatregelen overgaan |
| warabeuta-童歌 | traditionele Japanse kinderliedjes; liedjes gezongen door [voor] kinderen |
| warabi-蕨 | adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) |
| waraeru-笑える | in zichzelf [van binnen] lachten; spontaan lachen [glimlachen] |
| waraeru-笑える | iets grappig [belachelijk; hilarisch] vinden; aan het lachen gemaakt worden |
| warai-笑い | lach; gelach; glimlach |
| waraibanashi-笑い話 | graag verhaal [relaas]; iets grappigs [om te lachen] |
| waraigusa-笑い種 | mikpunt [doelwit] van spot |
| waraimono-笑い物 | iem. die uitgelachen wordt [belachelijk gemaakt wordt]; onderwerp van spot |
| waraku-和楽 | (traditionele) Japanse muziek |
| warasa-稚鰤 | jonge geelvinmakreel (40 - 60 centimeter lang; Seriola quinqueradiata) |
| warashibe-藁稭 | de kern [middelste stengel] van een gedroogde rijstplant [rijststro] |
| warawa-童 | (arch.) kapsel met loshangend haar van kinderen |
| warazuka-藁塚 | opgestapelde bundel stro; strobaal |
| warazuto-藁苞 | strobundel; strowikkel (als verpakkingsmateriaal); een voorwerp in stro verpakt |
| ware-我 | ik; mijzelf; zichzelf |
| warebome-我褒め | zelfverheerlijking |
| waregane-割れ鐘 | een gebarsten bel |
| warehito-我人 | ik(zelf) en anderen |
| warekaeru-割れ返る | hard gebroken worden; veel lawaai maken |
| warekara-我から | uit eigen beweging; uit zichzelf |
| waremokō-吾木香 | grote pimpernel (plant) |
| waremono-割れ物 | gebroken [kapotte] dingen [artikelen] |
| waremono-割れ物 | breekbare dingen [artikelen] |
| warenagara-我ながら | ondanks zichzelf; voor mij; wat mij betreft |
| wareto-我と | op eigen initiatief; uit eigen beweging; uit zichzelf |
| wareyasui-割れ易い | breekbaar; fragiel |
| wariate-割り当て | toegewezen deel; quotum; rantsoenering |
| wariateru-割り当てる | toewijzen; toekennen; verdelen; uitdelen; distribueren |
| waribashi-割り箸 | wegwerp eetstokjes (die je zelf splijt) |
| waribikishōsha-割引商社 | makelaar in kortingsobligaties |
| warifuri-割り振り | toewijzing; toekenning; verdeling |
| warifuru-割り振る | uitdelen; verdelen; toekennen |
| warihan-割り判 | stempel die doorloopt over de randen van twee papieren |
| wariin-割り印 | een zegelafdruk over twee documenten (om aan te geven dat ze bij elkaar horen) |
| warikan-割り勘 | het splitsen [delen] van een rekening |
| warikata-割り方 | wijze van delen [uit elkaar halen, b.v. van eetstokjes) |
| warikata-割り方 | evenredig; relatief; verhoudingsgewijs |
| warikireru-割り切れる | deelbaar zijn (door); gedeeld kunnen worden (door) |
| warikiru-割り切る | precies verdelen; opdelen |
| warikiru-割り切る | beslissend concluderen; tot een duidelijk besluit komen |
| warimodosu-割り戻す | korting; aftrek; vermindering, provisie; gedeeltelijke terugbetaling |
| warini-割に | verhoudingsgewijs; in vergelijking; relatief |
| warito-割と | in verhouding; relatief |
| wariyasu-割安 | in vergelijking; relativiteit |
| warizan-割り算 | verdeling |
| warizerifu-割り台詞 | in Kabuki, twee acteurs die (in een monoloog) dezelfde gedachten uiten onafhankelijk [onbewust] van elkaar |
| waromono-悪者 | (arch.) iemand zonder opleiding of talent; een middelmatige persoon |
| waru-割る | splijten; delen door (rekenen) |
| waruagaki-悪足掻き | nutteloos [vergeefs] verzet [tegenstribbeling] |
| waruasobi-悪遊び | gemene streek; schelmenstreek; slechte [kwade] geneugten [pleziertjes] |
| warubireru-悪びれる | (dit w.w. wordt gebruikt in ontkennende zinnen) te verlegen zijn; zich klein [minderwaardig] voelen; rusteloos [zenuwachtig] zijn |
| wārudo・kappu-ワールド・カップ | wereldbeker (World Cup) |
| wārudo・kappu-ワールド・カップ | wereldbeker; wereldkampioenschap |
| waruge-悪気 | een slecht gevoel; er slecht uitzien |
| warugi-悪気 | kwade bedoelingen [opzet]; boosaardigheid; kwaadwillendheid |
| warui-悪い | zich slecht [ziek] voelen |
| warui-悪い | slecht; onaangenaam; onprettig (gevoel) |
| waruimen-悪い面 | keerzijde; nadeel |
| warujare-悪洒落 | een gemene [beledigende] grap |
| warukuchi-悪口 | belediging; scheldwoord(en); laster; roddel; kwaadsprekerij |
| warukuchimatsuri-悪口祭 | het festival waar de tempelbezoekers elkaar grove verwensingen toeroepen, en de winnaar van het woordengevecht geluk in de toekomst voorspeld wordt |
| warunori-悪乗り | overdrijven (met woorden of daden); te ver gaan; teveel vergen van; te veel [vaak] gebruiken [doen |
| waruyoi-悪酔い | een kater; hoofdpijn door te veel alcohol drinken |
| waruzure-悪擦れ | te veel wereldwijsheid; iem. die (door ervaring) heel sluw [listig] is geworden |
| wasan-和算 | Japanse wiskunde (een aparte wiskunde vorm, ontwikkeld in Japan tijdens de Edoperiode) |
| wasei-和製 | van Japanse makelij; gemaakt in Japan |
| waseieigo-和製英語 | Japans pseudo-Engels woord (een Japans woord samengesteld uit één of meerdere Engelse leenwoorden) |
| waserin-ワセリン | vaseline |
| washa-話者 | spreker; verteller |
| washi-和紙 | washi, (traditioneel handgeschept) Japans papier |
| washi-鷲 | adelaar; arend |
| washintonjōyaku-ワシントン条約 | Washington conventie (overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde dieren en plantensoorten) |
| washizukami-鷲掴み | het stevig [ruw] beetpakken [grijpen] (zoals een adelaar zijn prooi grijpt) |
| washizukami-鷲掴み | vistuig gebruikt om schelpdieren van de zeebodem te vangen |
| wasshoi-わっしょい | (tussenwerpsel; uitroep) hup, hup!; allemaal tegelijk! (trekken; tillen); (scheepvaart) anker op! |
| wasuremono-忘れ物 | iets dat verloren [vergeten; achtergelaten] is; gevonden voorwerp(en) |
| wasuru-和する | passende dichtregels maken als antwoord op een andere dichtregels [verzen] |
| wasuru-和する | goed met elkaar kunnen opschieten; op één lijn zitten met elkaar |
| watakuri-綿繰り | egrenering [ontkorreling] van katoen; katoenzuivering |
| watakuriguruma-綿繰り車 | katoenrol (houten werktuig om zaden [korrels] te verwijderen) |
| watakushi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watakushigoto-私事 | privé zaak [aangelegenheid] |
| watakushiritsu-私立 | particulier; privé (instelling) |
| watari-渡り | migratie (van vogels) |
| watari-渡り | onderhandeling; overeenkomst |
| wataridori-渡り鳥 | trekvogel |
| watarizome-渡り初め | de (officiële) opening van een nieuwe brug |
| watashi-私 | (eerste persoon enkelvoud) ik; mij |
| watashibashi-渡し箸 | eetstokjes die op de kom gelegd zijn (onjuist gebruik van eetstokjes) |
| watto-ワット | watt (elektrische eenheid van vermogen) |
| wayō-和様 | (elegante) Japanse kalligrafiestijl |
| wayō-和様 | (in de Kamukura-periode geïntroduceerde) Japanse bouwstijl (m.n. voor tempelarchitectuur) |
| wayō-和様 | traditonele Japanse stijl |
| waza-業 | daad; handeling; gedrag |
| wazashi-業師 | gewiekste [slimme; sluwe] kerel |
| wazato-態と | bewust; opzettelijk; uitdrukkelijk |
| wazatogamashii-態とがましい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazatorashii-態とらしい | onnatuurlijk; geforceerd; gekunsteld; kunstmatig; gemaakt |
| wazawai-災い | ramp; ellende; onheil; ongeluk |
| wazawaza-態々 | uitdrukkelijk; nadrukkelijk; speciaal; de moeite nemen (om te) |
| wazurawashii-煩わしい | lastig; ergerlijk; vervelend |
| wazurawashii-煩わしい | ingewikkeld; moeilijk |
| weahausu・sutoa-ウェアハウス・ストア | magazijnwinkel (winkel die grote hoeveelheden producten goedkoop verkoopt in magazijn opstellingen) |
| webushoppu-ウェブショップ | webshop; webwinkel |
| webusupēsu-ウェブスペース | webspace (hoeveelheid ruimte op een server) |
| webutantōsha-ウェブ担当者 | webhandelaar |
| webuwārudo-ウエブワールド | webwereld |
| windouzu・akuseraretā-ウィンドウズ・アクセラレーター | Windows Accelerator (computer programma) |
| wo-を | o is het partikel dat een lijdend voorwerp aanduidt |
| wōkingu・dikushonarī-ウォーキング・ディクショナリー | een wandelend woordenboek (iemand met een zeer grote woordenschat) |
| wōkingu・shūzu-ウォーキング・シューズ | wandelschoenen |
| wōku・rarī-ウォーク・ラリー | wandelloop; wandelrally |
| wōrugai-ウォール街 | Wall Street (New Yorkse geldmarkt) |
| wosshufude-ウォッシュ筆 | penseel voor de gewassen teken [schilder] techniek |
| wosshu・ōbā・doraiburashi-ウォッシュ・オーバー・ドライブラシ (wash over dry brush) | penseel voor de was-over-droog schildertechniek |
| wōtāmeron-ウォーターメロン | watermeloen (Citrullus lanatus) |
| yaba-矢場 | (Edo periode) een bordeel verborgen achter een boogschietbaan |
| yabai-やばい | (bij jongeren) geweldig; het beste; te gek |
| yabinirami-藪睨み | scheel (zien); loensen |
| yabo-野暮 | ongemanierdheid; lompheid; smakeloosheid |
| yabo-野暮 | domheid; dwaasheid; onwetendheid; domme daad [handeling; opmerking] |
| yaboten-野暮天 | lomperik; lummel; dwaas |
| yabu-藪 | struikgewas; kreupelhout; bosje |
| yabudatami-藪畳 | plek waar een struikgewas het hele gebied bedekt |
| yabudatami-藪畳 | (Kabuki) toneel decorstuk, dat een bamboestruikgewas voorstelt |
| yabuhebi-藪蛇 | (lett. slang in het struikgewas) lastige [netelige] situatie; onverwachte problemen |
| yaburan-藪蘭 | leliegras (Liriope muscari) |
| yaburekabure-破れかぶれ | wanhoop; verlies aan zelfbeheersing |
| yabusaka-吝か | terughoudend; aarzelend |
| yachi-谷地 | (In Hokkaido, een informele term voor) veenland |
| yachi-谷地 | (In Oost-Japan) laaggelegen moerasgebied |
| yachigusa-八千草 | veel [verscheidene] planten [kruiden] |
| yachō-夜鳥 | nachtvogel |
| yachō-野鳥 | wilde vogel(s) |
| yachōhogoku-野鳥保護区 | vogelreservaat; beschermd gebied voor vogels |
| yachōkansatsu-野鳥観察 | het vogelen; vogels observeren [bestuderen] |
| yadama-矢弾 | pijlen en kogels |
| yado-宿 | huis(vesting); verblijf(plaats); onderdak; logies; accommodatie; herberg; hotel |
| yadochin-宿賃 | verblijfskosten; hotelprijs |
| yadochō-宿帳 | hotelregister |
| yadomoto-宿元 | iem.'s verblijfplaats [hotel; huis] |
| yadonushi-宿主 | waard; herbergier; (hotel)eigenaar; hospita; gastheer |
| yadowari-宿割り | het toewijzen [verdelen] van huizen |
| yadoya-宿屋 | herberg; hotel |
| yādo・pondohō-ヤード・ポンド法 | systeem van Engelse meeteenheden (yard-pond) |
| yae-八重 | achtvoud; meerlaags [meerlagig]; dubbel (bloem) |
| yaeba-八重歯 | dubbele tanden (een persisterende melktand die niet uitvalt en de nieuwe tand die al doorkomt) |
| yagate-軈て | momenteel; tegenwoordig |
| yagate-軈て | na een tijdje; spoedig; binnenkort; gauw; uiteindelijk |
| yagimōhitsu-ヤギ毛筆 | geitenharen kwast; penseel [kwast] van geitenhaar |
| yagiza-山羊座 | (sterrenbeeld) Steenbok (Capricornus) |
| yagura-櫓 | houten frame voor een kotatsu (Japanse tafelkachel) |
| yagura-櫓 | een hoge toren (m.n. boven een poort); kasteeltoren; wachttoren |
| yagura-櫓 | (afk. voor) een beenworp techniek bij sumo worstelen |
| yagura-櫓 | steiger, hoge (houten) stellage (voor bouwwerkzaamheden); hoog podium voor theater, e.d. |
| yaguramon-櫓門 | torenpoort (van een kasteelmuur) |
| yaguranage-櫓投げ | (lett. torenworp) een beenworp techniek bij sumo worstelen |
| yahari-矢張り | evenwel; uiteindelijk; hoe dan ook; toch; niettemin |
| yahawe-ヤハウェ | Jahweh; Jehova (God van Israël) |
| yain-夜陰 | nachtelijke duisternis |
| yainoyaino-やいのやいの | het lastig vallen; fel aandringen; dwingen |
| yaji-野次 | boegeroep; hoongelach; gejoel; luide kritiek |
| yajin-野人 | een (eenvoudig) iemand van het platteland |
| yajin-野人 | een lompe persoon; boerenkinkel |
| yajirobee-弥次郎兵衛 | balanceer pop; balanceer speelgoed |
| yajiru-野次る | joelen; uitjouwen; beschimpen; belachelijk maken\ |
| yaka-やか | gekoppeld aan een zelfstandige naamwoord vormt het een bijvoeglijk naamwoord (met な) |
| yakamashii-喧しい | streng; meedogenloos; onverbiddelijk; veeleisend |
| yakamashiya-喧し屋 | een kieskeurig [veeleisend] persoon |
| yakan-薬缶 | ketel; waterketel; waterkoker |
| yakata-屋形 | tijdelijke woonplek [behuizing] |
| yakata-屋形 | paleis; herenhuis; residentie (van de adel) |
| yakazu-矢数 | een krijgskunst waarbij zoveel mogelijk pijlen achter elkaar geschoten worden |
| yakazuhaikai-矢数俳諧 | een vorm van haikai waarbij de deelnemers proberen zoveel mogelijk haiku te componeren in 24 uur (in navolging van het pijl-en-boogschieten) |
| yakeato-焼け跡 | afgebrand pand; overblijfselen na een brand |
| yakebutori-焼け太り | rijker [welvarender] worden na een brand |
| yakei-夜景 | aanzicht [uitzicht] bij nacht; nachtelijk aanzicht [uitzicht] |
| yakenohara-焼け野原 | verbrand [verschroeid] veld [akker; gebied] |
| yakeyama-焼け山 | verbrande [verschroeide] heuvels [bergen] |
| yaki-夜気 | nachtlucht; koele avondlucht |
| yakibata-焼き畑 | brand-landbouwgrond; akkers die door hakken en branden (van de begroeiing) zijn aangelegd |
| yakie-焼き絵 | brandwerk versiering; afbeelding gemaakt door brandwerk |
| yakiharau-焼き払う | (tot aan de grond toe) afbranden; geheel uitbranden; in de as leggen |
| yakiimo-焼き芋 | geroosterde [gepofte] zoete aardappel |
| yakimono-焼き物 | keramiek; aardewerk; porselein |
| yakin-野禽 | wilde vogels; vogels die in het wild leven |
| yakisoba-焼き蕎麦 | roerbak gerecht met boekweitnoedels; (Chinees) cho mein |
| yakiuchi-焼き討ち | aanval (op een kasteel) met vuur(pijlen) |
| yakka-薬禍 | schadelijke bijwerkingen van een medicijn |
| yakkai-厄介 | hulp; steun; afhankelijkheid; verblijf (bij iem.) |
| yakkaimono-厄介者 | lastpak; vervelend persoon |
| yakkodako-奴凧 | een (traditionele) Japanse vlieger in de vorm van een man met uitgespreide armen (als vleugels) |
| yakō-夜行 | nachtleven; nachtelijk uitgaansleven |
| yakō-夜行 | nachtreis; nachtelijke reis |
| yaku-厄 | ramp(spoed); ellende; ongeluk; foltering; pijn |
| yaku-厄 | slecht jaar; rampjaar; ongeluksjaar |
| yaku-薬 | narcotica; drug(s); verdovend middel |
| yakubi-厄日 | ongeluksdag; dag met rampspoed [tegenslag] |
| yakubutsu-薬物 | geneesmiddel; medicijn; medicament |
| yakudoku-訳読 | mondelinge vertaling; lezen en vertalen tegelijk |
| yakudokusuru-訳読する | mondeling vertalen; lezen en vertalen tegelijk |
| yakudoshi-厄年 | ongeluksjaar [leeftijd] (voor mannen 25, 42 en 61; voor vrouwen 19, 33 en 37) |
| yakuharai-厄払い | exorcisme; ritueel om boze geesten uit te drijven; ceremoniële reiniging van het kwaad |
| yakuhin-薬品 | medicijn; geneesmiddel; chemisch produkt |
| yakuhōshi-薬包紙 | poederpapiertje (een vierkant velletje papier dat wordt gevouwen om poedervormige geneesmiddelen in te verpakken in apotheken) |
| yakuin-役印 | een officieel zegel [stempel]; ambtstempel |
| yakujihō-薬事法 | de wet op farmaceutische en medische hulpmiddelen |
| yakumae-厄前 | (psychologie) het jaar voorafgaand aan de kritieke leeftijd [periode]; het jaar voor het ongeluksjaar |
| yakunan-厄難 | ramp; tragedie; onheil; tegenspoed; ongeluk |
| yakurigaku-薬理学 | farmacologie; geneesmiddelenleer |
| yakurisayō-薬理作用 | medicinale werking; de werking van geneesmiddelen |
| yakusai-訳載 | vertaling van een artikel [publicatie] |
| yakusatsu-扼殺 | wurging (het dichtknijpen van de keel) |
| yakusatsukei-薬殺刑 | dodelijke injectie |
| yakusha-役者 | speler; acteur (m.n. van Kabuki en No theater) |
| yakushin-躍進 | snelle vooruitgang; spurt; run; toeloop;stormloop |
| yakushoku-役職 | beleidsfunctie; bestuursfunctie |
| yakushoku-役職 | een officieel ambt; officiële functie |
| yakushu-薬種 | ingrediënten voor geneesmiddelen; Chinese kruiden |
| yakusoku-約束 | afspraak; belofte |
| yakusokugoto-約束事 | belofte; overeenkomst; toezegging |
| yakusokugoto-約束事 | conventie; regel |
| yakusokusuru-約束する | afspreken; beloven; overeenkomen |
| yakusu-約す | beloven; afspreken |
| yakusū-約数 | (wiskunde) deler; factor |
| yakusuru-扼する | een sleutelpositie innemen |
| yakusuru-約する | beloven; afspreken |
| yakutō-薬湯 | extract; kruidenthee; aftreksel |
| yakuwari-役割 | rol; aandeel |
| yakuwaribuntan-役割分担 | rolverdeling |
| yakuza-やくざ | gangster; bendelid |
| yakyūkai-野球界 | de honkbalwereld |
| yama-山 | berg; heuvel |
| yama-山 | stapel; hoop; veel; berg (fig.) |
| yamaarashi-山荒らし | stekelvarken |
| yamabato-山鳩 | Oosterse tortel(duif) (Streptopelia orientalis) |
| yamabatoiro-山鳩色 | geelblauw (de kleur van de veren van de Oosterse tortelduif) |
| yamabito-山人 | (in de bergen wonende) heremiet; kluizenaar; onsterfelijke |
| yamabuki-山吹 | Ranonkelstruik (Kerria japonica) |
| yamabukiiro-山吹色 | helder (goud)geel |
| yamadashi-山出し | plattelander; boerenkinkel; lomperik |
| yamadera-山寺 | Yama-dera, algemene benaming voor de Risshaku-ji (Tendai bergtempel in Yamagata-stad) |
| yamadera-山寺 | bergtempel |
| yamadome-山留め | stutsel; schoorpalen; het stutten [schragen] |
| yamadori-山鳥 | bergvogel |
| yamagiwa-山際 | bergkam; bergrichel; bergrug |
| yamahida-山襞 | plooien [groeven] op de berghelling |
| yamahodo-山ほど | veel; een hoop [stapel; berg] (van...) |
| yamahototogisu-山時鳥 | paddenlelie (Tricyrtis macropoda) |
| yamajiro-山城 | kasteel op een bergtop [berghelling]; bergvesting |
| yamakago-山駕籠 | draagstoel voor in de bergen |
| yamamori-山盛り | een hoop; een berg; volle maat; extra veel |
| yamanari-山鳴り | het rommelend geluid van een berg [vulkaan] |
| yamanokami-山の神 | iemand's (vervelende; zeurende) vrouw |
| yamanosachi-山の幸 | voedselproducten van het land [uit de bergen] |
| yamanote-山の手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
| yamasaka-山坂 | berghelling |
| yamasaka-山坂 | bergen en heuvels |
| yamashi-山師 | goudzoeker; avonturier; gelukzoeker; speculant; oplichter |
| yamate-山手 | heuvelachtige buitenwijk van een stad |
| yamatodamashii-大和魂 | de Japanse geest [ziel] |
| yamatogokoro-大和心 | de Japanse geest [ziel] |
| yamatoimo-大和芋 | Japanse yam (soort aardappel, Dioscorea japonica) |
| yamatokotoba-大和言葉 | de oude, oorspronkelijke Japanse taal [woorden] |
| yamatonadeshiko-大和撫子 | de ideale Japanse vrouw (met traditionele deugden en gratie) |
| yamatoshimane-大和島根 | Yamato-shima; Yamato no Kuni; Gebied rondom Yamato (een voormalige provincie van Japan, gelegen in de huidige prefectuur Nara) (arch.) |
| yamatouta-大和歌 | traditioneel Japanse gedicht (waka) |
| yamawake-山分け | gelijke verdeling; in twee gelijke delen verdelen |
| yamayaki-山焼き | het verbranden van (dor) gras op de berghellingen (in de lente) |
| yamayama-山山 | veel; een heleboel; erg |
| yamayuri-山百合 | goudbandlelie; goudlelie (Lilium auratum) |
| yamazaru-山猿 | lomperik; ongelikte beer |
| yamazumi-山積み | een hoge [grote] stapel; een berg (ook fig.) |
| yami-闇 | onwetend zijn; zonder kennis en rede zijn; ongeletterd [analfabeet] zijn |
| yami-闇 | hopeloosheid; uitzichtloosheid |
| yamiagari-病み上がり | genezing; herstel (van ziekte) |
| yamiakinai-闇商い | illegale [zwarte] handel |
| yamibaito-闇バイト | zwartwerk; illegaal deeltijdwerk (soms met criminele doeleinden) |
| yamiburōkā-闇ブローカー | een illegaal handelende makelaar |
| yamibusshi-闇物資 | artikelen [goederen] van de zwarte markt; illegaal geïmporteerde [gesmokkelde] goederen; geheime voorraden |
| yamigasuri-闇絣 | een katoenen stof met een klein, onregelmatig vlekkenpatroon op een donkere achtergrond |
| yamigome-闇米 | de rijst die heimelijk wordt verhandeld buiten de reguliere kanalen; rijst van de zwarte markt |
| yamiji-闇路 | (de weg naar) de onderwereld |
| yamijiai-闇仕合 | (een scène op het toneel van) een gevecht in het donker |
| yamikin-闇金 | geldtransacties zonder wettelijke toestemming; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yamikin'yū-闇金融 | geldtransacties door bedrijven of organisaties, die daarvoor geen wettelijke toestemming hebben; transacties met een niet wettelijk bepaalde rente |
| yamikumo-闇雲 | vaag; doelloos; willekeurig; onnadenkend; roekeloos |
| yamikumo-闇雲 | iets doen zonder erover na te denken over de consequenties; onnadenkendheid; roekeloosheid; willekeur |
| yamine-闇値 | de prijs op de zwarte markt; een prijs die niet de officieel vastgestelde prijs is |
| yaminooku-闇の奥 | The Heart of Darkness, de titel van een roman uit 1902 van Joseph Conrad (1857-1924) |
| yaminoutsutsu-闇の現 | de werkelijkheid in het duister; onduidelijkheid; iets waarvan je niet zeker bent of het werkelijkheid is of niet |
| yaminoyononishiki-闇の夜の錦 | iets dat geen effect [succes] heeft; (lett.: in het donker valt zelfs het schitterendste brokaat niet op) |
| yamishōgun-闇将軍 | iemand die de macht heeft in de onderwereld; de baas van de gangsters; iemand die in het geheim (achter de schermen) de macht in handen heeft |
| yamishōnin-闇商人 | een handelaar op de zwarte markt |
| yamisōba-闇相場 | de prijs op de zwarte markt; een prijs die niet de officieel vastgestelde prijs is |
| yamitorihiki-闇取引 | in het geheim handelen |
| yamiya-闇屋 | een zwarthandelaar; iem. die op de zwarte markt werkt |
| yamiyami-闇闇 | hulpeloos toekijken (bij wat er gebeurt) |
| yamuoenai-已むを得ない | onvermijdelijk; onweerstaanbaar |
| yamuoezu-已むを得ず | onvermijdelijk; noodzakelijkerwijs |
| yana-梁 | fuik; visdam; visweer (om een vis door de rivier te geleiden) |
| yanagawa-柳川 | (afk. voor) stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanagawanabe-柳川鍋 | stoofpot van modderkruiper en klis(wortel) |
| yanagiba-柳刃 | smal keukenmes met toelopende punt voor het snijden van m.n. sashimi, e.d. |
| yanagidaru-柳樽 | een traditioneel wilgenhouten sakevat met twee lange handgrepen (gebruikt bij bruiloften en partijen) |
| yanami-家並み | elk [ieder] huis |
| yanari-家鳴り | het (geluid van) gerommel [gekraak] (van een huis b.v. door het krimpen van houten bouwmaterialen door temperatuurverschillen) |
| yangu・ferō-ヤング・フェロー | jonge vent; jonge kerel |
| yani-やに | ongewenst; met tegenzin; onacceptabel (is een verbastering van iya ni) |
| yani-やに | Zeg...?; ..., zeg! (is een uitdrukking die alleen wordt gebruikt indien de spreker de luisteraar iets vertelt wat hij/zij nog niet wist en is dialect |
| yaniwani-矢庭に | plotseling, abrupt; opeens; plotsklaps |
| yaniwani-矢庭に | direct; onmiddellijk; meteen |
| yanma-やんま | een grote libel [waterjuffer] |
| yannurukana-已んぬるかな | alles is afgelopen; dit is het einde; er is niets meer aan te doen |
| yaomote-矢面 | doelwit (daar waar de pijl aankomt) |
| yaomote-矢面 | mikpunt; doelwit (van kritiek, spot, etc.) |
| yaoya-八百屋 | iemand met een wijde belangstelling [interesse] (lett. voor 800 onderwerpen) in wetenschap, kunst, e.d.; homo universalis |
| yaoya-八百屋 | groentewinkel; groenteman |
| yarikata-遣り方 | handelwijze; manier van doen |
| yarikirenai-遣り切れない | niet kunnen voltooien; niet voor elkaar kunnen krijgen |
| yarikireru-遣り切れる | kunnen doen; voor elkaar krijgen |
| yarikonasu-遣り熟す | iets (goed) kunnen (doen); voor elkaar krijgen |
| yarikuri-遣り繰り | het erdoorheen komen; zich behelpen; toch voor elkaar krijgen |
| yarite-遣り手 | iem. die iets doet; dader; handelend persoon |
| yarite-遣り手 | de bazin van een bordeel |
| yaritogeru-遣り遂げる | volbrengen; voltooien; bereiken; tot stand brengen; vol elkaar krijgen |
| yaritori-遣り取り | geven en nemen; (brieven) uitwisselen; debatteren |
| yarō-野郎 | een Kabuki-acteur met een mannelijke hoofdrol |
| yarō-野郎 | kerel; vent; schoft |
| yāru-ヤール | yard (oorspronkelijk maat voor stof) |
| yaru-遣る | doen; handelen; bedienen; maken |
| yarukatanai-遣る方無い | niet in staat [niet mogelijk] zijn om emotie (verdriet, woede, vernedering, e.d.) uit te drukken |
| yarusenai-遣るせない | ongelukkig; machteloos; hulpeloos; somber |
| yasakebi-矢叫び | het geschreeuw van twee legers die op elkaar schieten |
| yasaki-矢先 | pijlpunt; doel; doelwit |
| yasaotoko-優男 | een slanke [elegante] man |
| yasaotoko-優男 | een vriendelijke [zachtaardige] man |
| yasashii-優しい | lief; vriendelijk; aardig; elegant |
| yasashii-易しい | gemakkelijk; eenvoudig |
| yasashikusuru-優しくする | aardig [vriendelijk] zijn tegen iemand |
| yasegisu-瘦せぎす | iemand die erg mager [vel over been] is |
| yasehosoru-瘦せ細る | dunner worden; vermageren; uitgemergeld raken |
| yasei-野生 | (een nederige term om naar zichzelf te verwijzen) ik; mij |
| yasejishi-瘦せ肉 | mager [dun; vel over been; schriel] zijn |
| yasen-夜戦 | nachtelijke gevechten [oorlog] |
| yasen-野戦 | veldslag |
| yasen-野戦 | slagveld |
| yasen-野選 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yaseta-瘦せた | onvruchtbaar; steriel |
| yaseta-瘦せた | mager; dun; iel |
| yashi-野史 | onofficiële [particuliere] geschiedschrijving (term binnen de Chinese geschiedschrijving) |
| yashi-野師 | straatventer [straathandelaar]; straatartiest (tijdens festiviteiten) |
| yashiki-屋敷 | (afk. voor bukeyashiki) behuizing van de krijgselite (in feodaal Japan) |
| yashiki-屋敷 | perceel; (bouw)terrein; grondgebied (van huis met erf of landbouwgrond) |
| yashoku-夜色 | avondscène; nachtelijk tafereel; de kleurschakeringen van de nacht |
| yashu-野手 | (honkbal, cricket) veldspeler; verrevelder |
| yashu-野趣 | rustieke [landelijke] schoonheid |
| yashusentaku-野手選択 | (honkbal) fielder's choice; de keuze van veldspeler (als hij na een honkslag kan kiezen de slagman uit te schakelen of een andere honkloper) |
| yaso-ヤソ | het Christelijk geloof; Christendom; christenen |
| yasudaiji-易大事 | iets dat er eenvoudig uitziet, maar in werkelijkheid zeer belangrijk is |
| yasudomari-安泊まり | een goedkope slaapplaats (hotelletje, herberg, e.d.) |
| yasuge(na)-安げ(な) | (lit.) iets dat er zo gemakkelijk en eenvoudig uitziet |
| yasugekkyū-安月給 | een klein [laag] (maand)salaris; een mager (maandelijks) inkomen |
| yasugenashi-安げ無し | niet vredig; rusteloos; onrustig |
| yasui-安い | intiem; een intieme relatie hebben. |
| yasui-安い | frivool; zorgeloos; onvoorzichtig; indiscreet |
| yasui-易い | makkelijk; eenvoudig |
| yasukata-安方 | een mythische [legendarische] vogel |
| yasukikurai-安き位 | (term van Zeami) de hoge graad van perfectie die een acteur van het Nō-theater kan bereiken, waardoor hij ontspannen zijn rol kan spelen |
| yasume-安め | een verliezende worp bij het dobbelspel |
| yasumono-安物 | een goedkoop artikel [produkt] (van slechte kwaliteit) |
| yasunjiru-安んじる | gerust [veilig; op zijn gemak; vredig] zijn; tevreden zijn; geruststellen |
| yasunokawa-安の河 | de mythologische (hemel)rivier; de Melkweg |
| yasunzuru-安んずる | geruststellen; iem. op zijn gemak stellen |
| yasuppoi-安っぽい | vulgair; onelegant; grof; laag (-bij-de-gronds) |
| yasuragu-安らぐ | gemoedsrust hebben; zich op zijn gemak voelen; gerust [zonder zorgen] zijn |
| yasurai-休らい | (lit.) aarzeling; twijfeling |
| yasurau-休らう | (lit.) (tijdelijk) verblijven; bezoeken |
| yasurau-休らう | (lit.) aarzelen; twijfelen |
| yasushi-安し | eenvoudig; simpel |
| yasushi-安し | makkelijk; zacht; licht |
| yasuukeai-安請け合い | een ondoordachte [lichtvaardige] belofte |
| yasuukeaisuru-安請け合いする | lichtvaardig [overhaast] een belofte doen (die men niet kan nakomen) |
| yasuurimise-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yasuuriten-安売り店 | een kortingzaak; goedkope winkel; discountwinkel; discount zaak |
| yasuyado-安宿 | een goedkoop hotel [pension] |
| yasuyasu-易易 | (vaak gebruikt in combinatie met to) heel gemakkelijk, eenvoudig, simpel; met groot gemak; erg toegankelijk (fig.) |
| yatai-屋台 | (verkoop)stalletje; kraam (op een markt, festival, bij een tempel, etc.) |
| yatara-矢鱈 | roekeloosheid; willekeur; lukraak [ongenuanceerd] zijn |
| yatō-夜盗 | een nachtelijke inbraak [inbreker; indringer] |
| yatto-やっと | eindelijk (met veel moeite); ten langen leste; uiteindelijk; tenslotte |
| yattokosa-やっとこさ | eindelijk; uiteindelijk; tenslotte |
| yawa-夜話 | avondvertelling; avondverhaal op schrift |
| yawa-夜話 | (Zen boeddhisme) parabel verteld voor de avondtraining |
| yawarakai-柔らかい | zacht; buigzaam; flexibel; soepel |
| yayakoshii-ややこしい | ingewikkeld; complex; gecompliceerd; onoverzichtelijk; verwarrend |
| yayu-揶揄 | scherts; spot; belachelijkmaking |
| yō-よう | (tussenwerpsel) hallo; bravo; goed (gedaan) |
| yo-余 | (eerste persoon enkelvoud) ik |
| yō-妖 | (in kanji combinaties) charmant; aantrekkelijk; bekoorlijk; betoverend; mysterieus; spookachtig; verdacht |
| yō-庸 | belasting in natura i.p.v. arbeid (in het Ritsuryō-systeem) |
| yō-癰 | karbonkel; steenpuist; negenoog |
| yōan-溶暗 | fade-out; (beeld) het vervagen [uitvloeien]; in het donker verdwijnen |
| yobai-夜這い | heimelijk nachtbezoek (door een man aan een vrouw) |
| yōbai-溶媒 | oplosmiddel |
| yobawari-呼ばわり | het bestempelen; noemen |
| yobawarisuru-呼ばわりする | bestempelen (als); noemen |
| yobiatsumeru-呼び集める | bij elkaar roepen; bijeenroepen; bijeenkomen; samenkomen |
| yobidashi-呼び出し | (sumo) degene die de namen van de worstelaars (hardop) aankondigt |
| yobijio-呼び塩 | het ontzouten (van zout voedsel door mengen met water; hierbij wordt een beetje speciaal zout toegevoegd om te voorkomen dat het waterig wordt) |
| yobikawasu-呼び交わす | elkaar roepen; naar elkaar roepen [schreeuwen] |
| yobikō-予備校 | een school voor voorbereiding op (het toelatingsexamen van) een universiteit |
| yobirin-呼び鈴 | bel; zoemer; deurbel |
| yobisute-呼び捨て | alleen de naam (zonder aanspreektitel) |
| yobiyoseru-呼び寄せる | laten komen; oproepen; sommeren; bij elkaar roepen [verzamelen] |
| yōbō-容貌 | gelaatstrekken; gelaatsvorm; gezichtsvorm |
| yobōsen-予防線 | voorzorgsmaatregelen |
| yochi-余地 | (speel)ruimte (om iets te doen); bewegingsvrijheid |
| yōchi-用地 | plaats [locatie; perceel] (met een bestemmingsdoel) |
| yochokin-預貯金 | deposito's en spaargeld |
| yōdai-容態 | (medische) aandoening [kwaal]; lichamelijke gesteldheid [conditie] |
| yōderu-ヨーデル | het jodelen |
| yodooshi-夜通し | de hele nacht; gedurende de nacht |
| yōfujaku-用不著 | prul; iets dat overbodig [nutteloos] is |
| yogake-夜駆け | nachtelijke aanval [inbraak] |
| yōgin-洋銀 | Duits zilver; nikkelzilver; nieuwzilver |
| yoginai-余儀ない | onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; gedwongen; niet anders kunnen |
| yogiri-夜霧 | avondmist; avondnevel; nachtelijke mist |
| yōgisha-容疑者 | verdachte; vermoedelijke dader |
| yogo-予後 | herstel (van ziekte) |
| yōgo-要語 | sleutelwoord; belangrijke woorden |
| yōgogakkō-養護学校 | speciale school; school voor speciaal onderwijs (voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking) |
| yogoreyaku-汚れ役 | (film, theater, e.d.) de rol van schurk [sociale verschoppeling] |
| yogoto-夜毎 | elke nacht; nachtelijk |
| yōhatsu-洋髪 | haarkapsel in westerse stijl |
| yōhin-洋品 | westerse artikelen (veelal kleding, accessoires, cosmetica, etc.) |
| yōhin-洋品 | import artikelen |
| yōhin-用品 | benodigdheden; gebruiksartikelen |
| yohō-予報 | voorspelling; verwachting |
| yōhō-養蜂 | bijenteelt; bijenhouderij |
| yohodo-余程 | vastberaden; weloverwogen |
| yohodo-余程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
| yoin-余韻 | suggestief [veelbetekenend] zijn |
| yōin-要員 | noodzakelijk personeel (om iets te kunnen doen of te volbrengen) |
| yōion-陽イオン | kation (positief geladen ion) |
| yoitsubureru-酔い潰れる | stomdronken worden; zich bewusteloos drinken; comazuipen |
| yōji-楊枝 | tandenborstel |
| yōji-用事 | zaak; zaken; aangelegenheid; werk; bezigheid |
| yōjin-要人 | VIP; belangrijke [vooraanstaande] persoon |
| yōjinbō-用心棒 | (deur)grendel; staaf voor het vergrendelen van deur of poort |
| yōjinbō-用心棒 | stok gebruikt voor zelfverdediging |
| yojiru-捩る | (in elkaar) draaien; wikkelen; kronkelen |
| yōka-沃化 | behandeling met jodium; het joderen |
| yokaku-予覚 | voorgevoel; intuïtie |
| yokan-予感 | voorgevoel |
| yōkan-羊羹 | yokan, een zoete gelei van rode azuki (adukibonen) |
| yokei-余慶 | geluk dat nakomelingen ontvangen vanwege de goede daden van hun voorouders |
| yoken-予見 | verwachting; voorspelling; prognose; voorkennis |
| yōken-用件 | zaak; kwestie; aangelegenheid; dingen die gedaan moeten worden |
| yōken-要件 | belangrijke zaak [kwestie] |
| yōketsu-要訣 | (belangrijk) geheim; geheime sleutel |
| yōki-妖気 | angstaanjagende [griezelige; spookachtige] sfeer |
| yokinjidōshiharaiki-預金自動支払機 | geldautomaat |
| yokka-翼下 | onderzijde van vleugels (van een vogel of vliegtuig) |
| yokka-翼下 | (fig.) bescherming; onder zijn vleugels [hoede] (nemen) |
| yokkai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokkaichizensoku-四日市喘息 | Yokkaichi asthma, veroorzaakt door inademen van zwaveldioxide (vervuilingsziekte in Japanse prefectuur Mie tussen 1960 en1972) |
| yoko-横 | breedte; wijdte; horizontaal; van links naar rechts; zijwaarts; zijdelings |
| yōkō-洋行 | (in China) algemene benaming voor handelsondernemingen in bezit van buitenlanders |
| yōkō-要港 | belangrijke haven |
| yōkō-要綱 | hoofdpunt; kernpunt; (grond)beginsel; overzicht |
| yokochō-横帳 | oblong [liggend] formaat notitieboek (van vellen papier horizontaal doormidden gevouwen en gebonden) |
| yokodori-横取り | het (zijdelings) weggrijpen; wegpakken van iemands goederen of kennis (en die als eigen bevindingen doen voorkomen, b.v. in een werksituatie) |
| yokogao-横顔 | profiel; zijaanzicht; silhouet |
| yokoguruma-横車 | onredelijkheid; dwarsheid |
| yokonami-横波 | transversale (elektromagnetische) golf |
| yokonami-横波 | zijdelingse golf (bij een schip) |
| yōkoso-ようこそ | welkom; blij je te zien |
| yokotcho-横っちょ | zijwaarts; zijdelings; opzij |
| yokowari-横割り | horizontaal doormidden delen |
| yoku-良く | veel; vaak; frequent; gewoonlijk |
| yokuhōi-翼包囲 | tangbeweging; dubbele omvatting (militaire tactiek) |
| yokujō-欲情 | lust; (seksueel) verlangen; passie |
| yokukai-欲界 | (boeddh.) het rijk van de begeerte [lust] (m.n. de mensenwereld tussen hemel en aarde) |
| yokume-欲目 | partijdigheid; bevooroordeeld [vooringenomen] zijn |
| yokumo-善くも | hoe kan het dat ...; hoe is het mogelijk dat ... |
| yokusei-抑制 | onderdrukking; bedwang; beteugeling |
| yokuseki-よくせき | uitzonderlijk; extreem; buitengewoon; onvermijdelijk |
| yokushi-抑止 | bedwinging; beteugeling |
| yokusuru-浴する | (fig.) baden; zich blootstellen aan; de eer krijgen |
| yokutoku-欲得 | eigenbelang; zelfzucht |
| yokutokuzuku-欲得ずく | dingen te doen uit eigenbelang; berekenend zijn |
| yokuya-沃野 | vruchtbaar veld; vruchtbare grond [vlakte] |
| yōmei-溶明 | (beeld) het invloeien; verschijnen; lichter [helderder] worden |
| yomeiri-嫁入り | trouwerij; huwelijk |
| yometoome-夜目遠目 | (gezegde) Bij duisternis kan men geen onderscheid maken tussen mooi en lelijk. (lett. een vrouw in het donker, in de verte) |
| yomiawase-読み合わせ | tekstvergelijking; (gezamenlijke) tekstlezing |
| yomide-読みで | veel te lezen |
| yomifuda-読み札 | (speel)kaarten met tekst erop |
| yomikata-読み方 | (inhoudelijk) leesbegrip (van een tekst, e.d.) |
| yomitoru-読み取る | gedachten lezen; tussen de regels door lezen |
| yomosugara-夜もすがら | de hele nacht (door) |
| yomoyamabanashi-四方山話 | babbeltje over het een of ander |
| yōmu-用務 | af te handelen taak; dingen die gedaan moeten worden |
| yōmu-要務 | belangrijke taak |
| yomu-読む | raden; schatten; ontcijferen; tellen |
| yōmuki-用向き | af te handelen taak [zaak]; opdracht |
| yōni-陽に | zichtbaar; openlijk; openbaar; publiekelijk |
| yōnin-容認 | erkenning; toelating; goedkeuring; aanvaarding; acceptatie |
| yonkyokuko-四極子 | quadrupool; vierpool (elektrotechniek, schakeling met vier klemmen) |
| yonmaruichi・kē-よんまるいち・ケー | een pensioenregeling op basis van vaste bijdragen in de Verenigde Staten |
| yononaka-世の中 | de wereld; het leven |
| yoō-余殃 | onheil dat nakomelingen overkomt vanwege slechte daden van hun voorouders |
| yoppite-夜っぴて | de hele nacht (door); gedurende de (hele) nacht |
| yoppodo-余っ程 | veel; heel wat; in grote mate; genoeg; voldoende |
| yoppodo-余っ程 | vastberaden; weloverwogen |
| yōrei-用例 | voorbeeld; illustratie (van) |
| yori-より | (in een vergelijking) dan |
| yori-縒り | draai; kronkel; vouw; plooi |
| yorikakaru-寄り掛かる | op iemand vertrouwen; (fig.) op iemand leunen; afhankelijk zijn van iemand |
| yorisou-寄り添う | dicht tegen elkaar aan zitten [kruipen; blijven]; zich tegen elkaar aan nestelen |
| yorisuguru-選りすぐる | selecteren (uit de beste opties) |
| yoroke-蹌踉 | wankeling; struikeling; gestrompel |
| yorokeru-蹌踉ける | waggelen; wankelen; struikelen; strompelen |
| yorokobi-喜び | felicitatie |
| yorokobu-喜ぶ | (iem.) feliciteren; (iets) met blijdschap [dank] ontvangen |
| yoromeku-蹌踉めく | struikelen; strompelen; wankelen |
| yoromeku-蹌踉めく | zich misdragen; het slechte pad opgaan; overspel plegen |
| yoroshii-宜しい | (beleefde vorm voor よい) goed; prima; ok |
| yoroshiku-宜しく | gepast; fatsoenlijk; betamelijk; netjes |
| yoroshikuonegaishimasu-よろしくお願いします | (helpt u mij; doet u) alstublieft |
| yorozu-万 | tienduizend; een heel groot aantal |
| yorozuya-万屋 | een winkel van Sinkel (een winkel waar allerlei verschillende artikelen worden verkocht) |
| yoru-寄る | ontmoeten; bij elkaar komen |
| yoru-縒る | ineendraaien; in elkaar draaien; omwinden; twijnen |
| yosamu-夜寒 | avondkou; nachtelijke kou |
| yosegaki-寄せ書き | tekst door meerdere mensen samen geschreven (ieder een paar regels); tekening door meerdere mensen samen gemaakt |
| yōsei-妖精 | fee; elf |
| yosen-予選 | eliminatie van mogelijke opties (om de beste te selecteren) |
| yosen-予選 | voorronde; kwalificatiewedstrijd; selectiewedstrijd |
| yōsen-用船 | boot [schip] voor allerlei gebruiksdoeleinden |
| yōsetsusuru-溶接する | (iets aan elkaar) lassen; samensmeden |
| yosezan-寄せ算 | het optellen; optelling |
| yōshi-用紙 | (invul)formulier; een vel papier; (voorgedrukt) briefpapier |
| yōshi-要旨 | de kern; hoofdpunten; essentie; samenvatting; uittreksel |
| yōshi-養子 | geadopteerd kind; pleegkind (meestal mannelijk) |
| yoshiashi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yoshimi-好 | een (hechte) vriendschap; vertrouwelijke [intieme] relatie |
| yoshiwarushi-善し悪し | goed en [of] slecht [kwaad]; goed en [of] fout; voor- en nadelen |
| yōsho-要所 | belangrijke locatie [plaats; plek] |
| yōsho-要所 | belangrijk punt; hoofdpunt |
| yōshō-要衝 | een (strategisch) belangrijke positie [plaats]; essentieel punt; zaak van levensbelang |
| yoshoku-余色 | complementaire kleuren (die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel en met licht samen wit vormen) |
| yosō-予想 | verwachting; vooruitzicht; voorspelling; veronderstelling |
| yōso-要素 | element; component; factor; onderdeel |
| yosoeru-寄える | vergelijken; contrasteren |
| yosoku-予測 | voorspelling; verwachting; (in)schatting |
| yosomono-余所者 | (geen standaard term, soms onbeleefd) buitenlander; vreemdeling; buitenstaander; outsider |
| yosōsuru-予想する | verwachten; veronderstellen; voorspellen |
| yosoyososhii-余所余所しい | afstandelijk; formeel |
| yotarō-与太郎 | een domme [dwaze] vent; ezel; sufferd |
| yōtashi-用足し | zakelijke transactie; uitvoering van werkzaamheden |
| yotayota-よたよた | (onomatopee) struikelend; wankelend |
| yōten-要点 | hoofdpunt; kernpunt; het essentiële [voornaamste; cruciale] punt; de essentie |
| yotsu-四つ | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotsuashi-四つ足 | (afk. voor) tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yotsuashimon-四脚門 | tempelpoort met vier pilaren (en een dakje) |
| yōtsui-腰椎 | lendenwervel; lumbale wervel |
| yotsumegaki-四つ目垣 | een hekwerk [trellis] van bamboe (met vierkante openingen) |
| yotsumi-四つ身 | (sumo) techniek waarbij beide worstelaars elkaar kruislings bij de handen beetpakken |
| yotteru-ヨッテル | yachtel, een hotel op een jacht (combinatie van yacht en hotel) |
| you-良う | vaak; regelmatig; gewoonlijk |
| you-酔う | ziek [misselijk] worden |
| youchi-夜討ち | nachtelijke aanval [inbraak] |
| yowai-弱い | zwak; onbeholpen; hulpeloos |
| yowamushi-弱虫 | lafaard; bangerik; zwakkeling; slappeling; watje |
| yoyaku-予約 | reservering; boeking; afspraak; belofte |
| yōyaku-漸く | geleidelijk |
| yōyaku-漸く | maar net; nauwelijks; ternauwernood |
| yōyaku-漸く | uiteindelijk; tenslotte; ten langen leste |
| yōyaku-要約 | samenvatting; uittreksel; overzicht |
| yōyō-ヨーヨー | jojo (speelgoed) |
| yoyo-代代 | (boeddh.) levenstijd [tijdperk; wereld] in het verleden, heden en toekomst |
| yoyo-代代 | vele [opeenvolgende] generaties |
| yoyo-代代 | verschillende leefwerelden [kringen] |
| yōyou-漸う | (uit)eindelijk; tenslotte |
| yōyou-漸う | beetje bij beetje; stap voor stap; geleidelijk |
| yoyū-余裕 | marge; overschot; (genoeg) ruimte [tijd; geld] |
| yōyū-溶融 | fusie; samensmelting |
| yozai-余財 | financiële reserve(s); beschikbaar [overtollig] geld |
| yozume-夜爪 | het 's nachts ['s avonds] je nagels knippen (volgens bijgeloof brengt dat ongeluk, m.n. dat men zijn ouders niet meer zal zien voordat ze sterven) |
| yuaka-湯垢 | kalkaanslag; ketelsteen |
| yūben-雄弁 | welbespraaktheid; welsprekendheid |
| yūbi-優美 | gratie; elegantie; verfijning |
| yubikiri-指切り | elkaar een belofte [eed] doen met in elkaar gehaakte [gestrengelde] pinken |
| yūbinhaitatsu-郵便配達 | postbezorging; postbestelling |
| yūbinkawase-郵便為替 | postwissel |
| yūbinkitte-郵便切手 | postzegel |
| yūbinshokan-郵便書簡 | postblad (invouwbaar postpapier met opgedrukte postzegel) |
| yubiori-指折り | het tellen op de vingers |
| yubiori-指折り | belangrijk; eminent; uitmuntend; prominent |
| yubiorikazoeru-指折り数える | op de vingers tellen |
| yubizumō-指相撲 | duimworstelen |
| yūbō-有望 | goede vooruitzichten; veelbelovend zijn |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend persoon; persoon met goede vooruitzichten |
| yūbōkabu-有望株 | een veelbelovend aandeel; een aandeel met potentie |
| yūbōkigyō-有望企業 | een veelbelovende onderneming; een onderneming met goede vooruitzichten |
| yūbu-勇武 | (helden)moed; dapperheid |
| yūchō-悠長 | rustig [langzaam; weloverwogen; gemoedelijk] zijn |
| yūchūbā-ユーチューバー | youtuber (iem. die video's op YouTube plaatst en deelt) |
| yuda-ユダ | Judas (een van de 12 apostelen) |
| yūdachi-夕立 | avondregen; plotselinge regenbui (in de avond) |
| yudaneru-委ねる | zich inzetten (voor); zich overgeven (aan); zich toeleggen (op) |
| yuden-油田 | olieveld |
| yuderu-茹でる | een zwelling [pijnlijke plek] behandelen (met stoom, warme kompressen, e.d.) |
| yūdō-誘導 | aanmoediging; aansporing; begeleiding; beïnvloeding |
| yūdō-誘導 | inductie (elektrisch) |
| yūdōdan-誘導弾 | geleid projectiel |
| yūdōenboku-遊動円木 | soort lange schommel (gemaakt van een boomstam hangend aan kettingen in een rek) |
| yudono-湯殿 | (arch.) een bediende die een edelman helpt met baden |
| yudooshi-湯通し | het blancheren [voorkoken] van voedsel |
| yūeki-有益 | voordelig [nuttig; winstgevend; leerzaam] zijn |
| yūen-幽遠 | diep [afgelegen; ver; diepgaand; diepzinnig] zijn |
| yūen-悠遠 | ver (weg); lang geleden |
| yūetsukan-優越感 | meerderwaardigheidsgevoel; gevoel van superioriteit |
| yūga-優雅 | elegantie; verfijning; gratie |
| yūgai-有害 | schadelijk zijn |
| yūgeki-遊撃 | (militaire) aanval door een mobiele eenheid |
| yūgen-幽玄 | subtiele eenvoud [elegantie]; pure [verborgen] schoonheid |
| yūgengaisha-有限会社 | een besloten vennootschap; een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid |
| yūgensekai-幽玄世界 | de mysterieuze wereld |
| yūgensekinin-有限責任 | beperkte aansprakelijkheid |
| yūgentai-幽玄体 | een vorm van tanka poëzie met diepe verborgen gevoelens |
| yūgi-遊技 | spel(en); sport |
| yūgigu-遊戯具 | speeltoestel (zoals glijbaan, etc., b.v. in speeltuinen) |
| yūgijō-遊技場 | speelhal; gokhal |
| yūgō-融合 | fusie; samenvoeging; samensmelting |
| yūgōsuru-融合する | fuseren; samenvoegen; samensmelten |
| yūgu-遊具 | speeltoestel |
| yūgun-友軍 | geallieerd leger; bevriende [vriendschappelijke] troepen |
| yūgun-遊軍 | reservetroepen; mobiele eenheid; vliegende brigade |
| yūhai-有配 | dividend uitkerend aandeel |
| yūhaikabu-有配株 | dividendaandeel |
| yūhitsu-右筆 | het schrijven van documenten met een schrijfpenseel |
| yūhitsu-右筆 | (hist.) (overheids)dienaar belast met het schrijven van documenten |
| yūhitsu-右筆 | (bij de krijgsadel) iemand die belast is met het schrijven van documenten in adelijke families |
| yūhodō-遊歩道 | wandelpad; voetpad |
| yūi-有意 | opzettelijk [doelbewust] zijn; met (bij)bedoelingen |
| yūi-有意 | betekenis hebben; betekenisvol [veelbetekenend; significant] zijn |
| yūigi-有意義 | zinvol [belangrijk; de moeite waard] zijn |
| yuinō-結納 | (ceremoniële) uitwisseling van verlovingsgeschenken |
| yuishin-唯心 | (boeddh.) alle verschijnselen zijn een manifestatie van de geest; de geest als de enige echte realiteit |
| yuiwata-結い綿 | een traditioneel Japans kapsel (voor ongetrouwde vrouwen) |
| yūjo-宥恕 | vergevingsgezindheid; edelmoedigheid; vrijgevigheid |
| yūjūfudan-優柔不断 | besluiteloosheid |
| yūka-雄花 | mannelijke bloem; bloem met alleen meeldraden |
| yūkai-幽界 | de onderwereld; het hiernamaals |
| yūkai-融解 | fusie; versmelting; samensmelting |
| yūkaku-遊客 | bordeelbezoeker |
| yūkan-有閑 | het veel vrije tijd [ontspanning] hebben |
| yūkara-ユーカラ | (Ainu: Yukar) yukar, mondeling overgedragen Ainu-legenden |
| yukari-縁 | betrekking; relatie; verbinding; affiniteit |
| yukashii-床しい | verfijnd; elegant; gracieus |
| yūkashōken-有価証券 | (verhandelbare) waardepapieren; verhandelbare effecten |
| yūkeibunkazai-有形文化財 | materieel cultureel erfgoed |
| yūkeikoteishisan-有形固定資産 | materiële vaste activa |
| yūkemuri-夕煙 | avondnevel |
| yūken-郵券 | postzegel |
| yūki-勇気 | moed; dapperheid; heldhaftigheid; stoutmoedigheid |
| yukichigai-行き違い | het elkaar voorbij lopen [passeren] (zonder ontmoeting; contact) |
| yukidaore-行き倒れ | op straat in elkaar zakken; bewusteloos [dood] op straat liggen |
| yukidoke-雪解け | dooi; het smelten van de sneeuw |
| yukigakari-行きがかり | reeks gebeurtenissen; omstandigheden; ontwikkelingen |
| yukikau-行き交う | regelmatig bezoeken |
| yukikau-行き交う | elkaar passeren |
| yukima-雪間 | sneeuwvrij gedeelte op de grond |
| yukimochi-雪持ち | dwarsbalk [net; gaas] ter voorkoming van plotselinge val van sneeuw van daken |
| yūkin-遊金 | ongebruikt [onbelegd; inactief] geld |
| yukiotoko-雪男 | yeti; verschrikkelijke sneeuwman |
| yukishiro-雪代 | gesmolten sneeuw; smeltwater |
| yūkō-有功 | verdienste; verdienstelijkheid; verdienstelijk [werkzaam] zijn |
| yūkō-有効 | effectiviteit; doeltreffendheid; werkzaamheid; geldigheid |
| yūkōkikan-有効期間 | geldigheidsduur |
| yūkon-幽魂 | geest [ziel] van een dode [overledene] |
| yūkōteki-友好的 | vriendschappelijk; amicaal |
| yukuyuku-行く行く | in de toekomst; eens; ooit; uiteindelijk |
| yumanite-ユマニテ | menselijkheid |
| yumegatari-夢語り | verslag [vertelling] van een droom |
| yūmeimujitsu-有名無実 | slechts in naam (en niet in werkelijkheid) |
| yumemi-夢見 | het dromen, het zien [beleven] van een droom |
| yumemonogatari-夢物語 | verslag [vertelling] van een droom |
| yumesara-夢更 | ten minste; zelfs een klein beetje; (gevolgd door een ontkenning) niet in het minst; helemaal niet |
| yumeutsutsu-夢現 | half in slaap [ tussen slapen en wakker] zijn; tussen droom en werkelijkheid |
| yumitori-弓取り | de boog-ceremonie; degene die boog-ceremonie doet (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
| yumitorishiki-弓取り式 | boog-ceremonie (aan het einde van een dag sumoworstelen) |
| yūmoresuku-ユーモレスク | humoreske (humoristisch toneel- of muziekstuk) |
| yūnagi-夕凪 | (tijdelijke) windstilte 's avonds aan zee (bij de wisseling van zeewind en landwind)) |
| yunibāsaru-ユニバーサル | universeel |
| yunibāsaru・bankingu-ユニバーサル・バンキング | systeem waarin banken vele soorten bankactiviteiten en andere financiële diensten aanbieden |
| yunibāsaru・taimu-ユニバーサル・タイム | universele tijd; wereldtijd |
| yunibāsu-ユニバース | het universum; heelal; de kosmos |
| yunikōn-ユニコーン | een startende onderneming die (al snel) een marktwaardering heeft bereikt van meer dan 1 miljard dollar |
| yunikōn-ユニコーン | Eenhoorn (sterrenbeeld Monoceros) |
| yunikōn-ユニコーン | eenhoorn (fabelachtig dier) |
| yunīku-ユニーク | uniek; origineel |
| yunion・jakku-ユニオン・ジャック | (de naam van) de vlag van het Verenigd Koninkrijk; de Engelse vlag |
| yunion・shoppu-ユニオン・ショップ | vakbondswinkel, een vorm van een vakbondsveiligheidsclausule met afspraken tussen werkgevers en vakbond |
| yunitto-ユニット | eenheid; zelfstandig onderdeel; afdeling |
| yunittogatatōshishintaku-ユニット型投資信託 | unit investment trust, Amerikaans beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld en een vaste effectenportefeuille heeft met een vaste levensduur |
| yunitto・shisutemu-ユニット・システム | eenheden systeem; internationaal meetsysteem (bij fabricage volgens bepaalde vastgestelde normen) |
| yunyōkan-輸尿管 | ureter; urineleider |
| yunyūizondo-輸入依存度 | de mate van (economische) afhankelijkheid van import (verhouding tussen invoerwaarde en nationale productie) |
| yunyūzei-輸入税 | importbelasting; importheffing |
| yuragu-揺らぐ | wankelen; trillen; schudden |
| yurai-由来 | oorsprong; herkomst; afkomst; afgeleide; ontlening |
| yurasu-揺らす | (iets) heen-en-weer schommelen [zwaaien; slingeren] |
| yurayura-ゆらゆら | (onomatopee) schommelend; slingerend; zwaaiend; wankelend |
| yūrei-優麗 | elegantie; gratie |
| yūrei-幽霊 | spook(beeld); geestesverschijning; schim |
| yūri-有利 | winstgevend [lucratief; nuttig; voordelig; gunstig] zijn |
| yuri-百合 | een lelie (plant, Lillium) |
| yūri-遊里 | rosse buurt; buurt of wijk met veel bordelen |
| yurine-百合根 | leliewortel; lelie bloembol |
| yūrisū-有理数 | een meetbaar [rationeel] getal |
| yuriugokasu-揺り動かす | schudden; wiebelen; zwaaien |
| yuru-揺る | schudden; schokken; schommelen |
| yurui-緩い | zacht [langzaam] hellend (dakvlak, helling, e.d.) |
| yurusu-許す | toestaan; toelaten |
| yuruyaka-緩やか | licht [flauw; geleidelijk; kalm] zijn |
| yūryō-優良 | excellentie; superioriteit |
| yuryō-湯量 | hoeveelheid water uit een warmwaterbron |
| yusaburu-揺さぶる | schudden; schommelen; schokken |
| yusayusa-ゆさゆさ | (onomatopee) schommelend; zwaaiend; wankelend |
| yūsei-幽棲 | afgezonderd leven (weg van de mondaine wereld) |
| yūsei-雄性 | mannelijkheid |
| yūseidaijin-郵政大臣 | vroeger: Minister van post en telecommunicatie, tegenwoordig: Minister van binnenlandse zaken en communicatie |
| yūseigaku-優生学 | eugenetica; eugenese; rasveredeling |
| yūseishō-郵政省 | vroeger: Ministerie van post en telecommunicatie, tegenwoordig geïntegreerd in Mnisterie van binnenlandse zaken en communicatie |
| yūsen-有線 | (afk. voor) bekabelde communicatie |
| yūsen-有線 | (afk. voor) vaste telefoonlijn |
| yūsen-有線 | bekabelde verbinding |
| yūsen-有線 | (afk. voor) kabeluitzending |
| yūsendenshin-有線電信 | bekabelde communicatie |
| yūsendenwa-有線電話 | vaste telefoonlijn |
| yūsenhōsō-有線放送 | kabeluitzending |
| yūsenkabu-優先株 | preferente aandelen |
| yūsenteki-優先的 | voorkeurs-; voorkeur hebbend; bevoorrecht; preferentieel |
| yūsenterebi-有線テレビ | kabeltelevisie; kabel-tv |
| yūsetsu-融雪 | dooi; smeltende sneeuw; gesmolten sneeuw |
| yūsha-勇者 | moedig [dapper; heldhaftig] persoon |
| yūshi-勇士 | dappere [moedige] krijger [strijder]; held |
| yushi-諭旨 | het meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
| yūshi-雄姿 | een heldhaftige [indrukwekkende; imponerende] verschijning |
| yūshibunretsu-有糸分裂 | mitose; kerndeling (biologie) |
| yūshiki-有識 | geleerdheid; goede algemene ontwikkeling; deskundigheid |
| yushimenshoku-諭旨免職 | ontslagname na een officieel advies; gedwongen ontslagname |
| yushisuru-諭旨する | meedelen van beweegredenen (achtergronden) |
| yushitaigaku-諭旨退学 | de school verlaten na een officieel advies |
| yūshitessen-有刺鉄線 | prikkeldraad |
| yūshō-優賞 | aanprijzing; eervolle vermelding; hoofdprijs; bijzondere onderscheiding |
| yūshō-有償 | compensatie; schadeloosstelling |
| yūshōreppai-優勝劣敗 | het recht van de sterkste; natuurlijke selectie (overleving van degenen die het best aan de omgeving aangepast zijn) |
| yūshū-優秀 | excellent [superieur; uitmuntend; bewonderenswaardig] zijn |
| yūshun-優駿 | voortreffelijkheid; iemand [iets] met bijzondere kwaliteiten |
| yushutsuizongatasangyō-輸出依存型産業 | van de export afhankelijke industrieën |
| yushutsuyūgūzeisei-輸出優遇税制 | export preferentiële regeling (exporteurs ontvangen een terugbetaling van de betaalde consumptiebelasting op in eigen land aangeschafte producten) |
| yūsō-勇壮 | moed; heldhaftigheid |
| yusō-油層 | aardolielaag (geologische laag waarin olie wordt aangetroffen) |
| yūsōjin-遊走腎 | (med.) wandelende nier |
| yūsoku-有職 | iemand die geleerd is [kennis heeft] |
| yusugu-濯ぐ | spoelen; afspoelen; reinigen |
| yūsui-幽邃 | afgelegen [sereen; rustig; diep] zijn |
| yūsuzumi-夕涼み | avondkoelte |
| yūtai-優待 | voorkeursbehandeling; gastvrijheid |
| yūtaibutsu-有体物 | tastbare [concrete; materiële; stoffelijke] dingen |
| yūtairui-有袋類 | buideldier |
| yutaka-豊か | rijk, welvarend; overvloedig; volop |
| yūten-融点 | het smeltpunt |
| yūtiritarianizumu-ユーティリタリアニズム | utilitarisme; utilisme; nuttigheidssysteem; utiliteitsbeginsel |
| yutō-湯桶 | (Japanse) houten (gelakte) emmer voor heet water |
| yūtopia-ユートピア | utopie; droombeeld; hersenschim |
| yūtopia-ユートピア | Utopia (denkbeeldige heilstaat) |
| yutori-ゆとり | ruimte; bewegingsruimte; speelruimte; armslag |
| yūtōsei-優等生 | een uitmuntende [excellente] student [persoon] |
| yuttari-ゆったり | comfortabel; gemakkelijk; kalm; ontspannen |
| yuu-言う | zeggen; praten; vertellen; noemen |
| yūutsu-憂鬱 | melancholie; depressie; droefgeestigheid; zwaarmoedigheid |
| yuuzora-夕空 | avondhemel; avondlucht; avondschemering |
| yuwakashi-湯沸かし | waterketel; theeketel |
| yūwarosen-融和路線 | beleid van verzoening |
| yuya-湯屋 | openbaar [publiek] badhuis; gebouw (bij een tempel of heiligdom) met badhuis |
| yūyo-猶予 | uitstel |
| yūyū-悠悠 | ver weg [weids en eindeloos] zijn |
| yūyūjiteki-悠悠自適 | een rustig, teruggetrokken leven leiden; eervolle rust na een welbesteed leven |
| yuyushii-由由しい | ernstig; alarmerend; onheilspellend |
| yūzai-有罪 | schuld; aansprakelijkheid |
| yuzai-油剤 | zalf; smeersel (een medicijn dat olie bevat) |
| yūzai-融剤 | flux (smeltmiddel) |
| yuzamashi-湯冷まし | het afkoelen van warm [heet] water; afgekoeld warm water |
| yuzamashi-湯冷まし | een kom [bak; vat] om heet water in af te koelen |
| yūzen-油然 | opwellen; opborrelen; uitstromen |
| yūzūmuge-融通無碍 | onbevangenheid; buigzaamheid; veerkrachtigheid; veelzijdigheid |
| yū・bōto-ユー・ボート | U-boot (Unterseeboot, Duitse onderzeeboot [onderzeeër] in gebruik tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog) |
| yū・esu・bī-ユー・エス・ビー | USB (universele seriële bus, standaard voor de aansluiting van randapparatuur op computers) |
| yū・kē-ユー・ケー | VK, het Verenigd Koninkrijk (Engeland) |
| yū・tān-ユー・ターン | het verschijnsel dat werknemers afkomstig van het platteland die in de grote steden waren gaan werken teruggaan naar hun geboorteplaats |
| zaazaa-ざあざあ | (geluid van) harde regen [hard stromend water] |
| zabon-ザボン | pompelmoes (Citrus maxima) |
| zagashira-座頭 | het hoofd [de leider] van een (toneel)gezelschap |
| zahyōkei-座標系 | coördinatenstelsel |
| zai-在 | platteland; buitenwijk |
| zaiakukan-罪悪感 | schuldgevoel |
| zaibatsu-財閥 | financieel en zakelijk conglomeraat |
| zaigen-財源 | bron van inkomsten; financiële middelen |
| zaigō-在郷 | het platteland |
| zaijō-罪状 | strafrechtelijke aanklacht |
| zaijōninpi-罪状認否 | voorgeleiding met het schuldig of onschuldig pleiten (van de tenlastelegging) |
| zaikai-財界 | financiële wereld; fianciële sector |
| zaike-在家 | (in de middeleeuwen) landhuis met grondgebied |
| zaike-在家 | leek; niet-geestelijke |
| zaike-在家 | huis in privébezit (op het platteland) |
| zaikei-財形 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikeichochiku-財形貯蓄 | (belastingvrij) spaarplan voor werknemers |
| zaikohin-在庫品 | voorraadartikel; artikel [goederen] in voorraad [in opslag] |
| zaimu-財務 | financiële administratie |
| zaimunaiyō-財務内容 | financiële gegevens; financiële situatie |
| zainin-罪人 | crimineel, misdadiger; dader; zondaar |
| zainō-財嚢 | (geld) vermogen |
| zainō-財嚢 | portemonnee, geldbeurs, portefeuille |
| zaisanka-財産家 | een rijke [welgestelde; gefortuneerde] persoon |
| zaisei-財政 | (particuliere) financiën; geldzaken; geldmiddelen |
| zaisei-財政 | openbare financiën [financiële toestand]; overheidsfinanciën |
| zaiseki-在籍 | ingeschreven staan; aangemeld zijn (bij een school, vereniging, sportclub, etc.) |
| zaitai-罪体 | corpus delicti (concreet bewijs van een misdaad) |
| zaitakukinmu-在宅勤務 | thuiswerk; telewerk; het thuiswerken; telewerken |
| zaiten-在天 | in de hemel zijn (van een god of geest) |
| zakka-雑貨 | diversen; algemene koopwaar [goederen]; kleine artikelen |
| zako-雑魚 | een onbetekenend [onbelangrijk] persoon |
| zakuro-石榴 | granaatappel (vrucht) |
| zakuro-石榴 | granaatappelboom [granaatboom] (Punica granatum) |
| zakuzaku-ざくざく | (in) veel stukken (zoals klein gesneden groenten of een stapel munten) |
| zakuzaku-ざくざく | (onomatopee) krakend geluid (zoals bij lopen op ijzige sneeuw) |
| zametsu-挫滅 | (med.) verbrijzeling |
| zanbō-讒謗 | laster; smaad; geroddel; kwaadsprekerij |
| zangai-残骸 | wrak; wrakstuk; brokstuk; puin; overblijfselen |
| zangen-讒言 | laster; kwaadsprekerij; belastering; ongegronde beschuldiging |
| zangensuru-讒言する | belasteren; kwaadspreken; valse beschuldigingen uiten |
| zangō-塹壕 | geul; loopgraaf; greppel |
| zanketsu-残欠 | restant; fragment; overgebleven deel |
| zanki-慙愧 | (gevoel van) schaamte; schaamtegevoel |
| zankoku-残酷 | wreedheid; bruutheid; genadeloosheid |
| zanmai-三昧 | (boeddh.) samadhi; (spirituele) concentratie; diepe meditatie; absorptie |
| zannyū-竄入 | het per ongeluk [foutief] samenvoegen [mengen; door elkaar halen] |
| zanpan-残飯 | overgebleven voedsel; restjes; kliekjes |
| zanpen-残片 | overblijfsel; overgebleven stuk [fragment] |
| zansai-残滓 | overblijfsel; restant |
| zansai-残滓 | bezinksel; residu |
| zansatsu-惨殺 | gruwelijke [brute; bloederige] moord; bloedbad |
| zanshi-惨死 | gewelddadige [tragische] dood |
| zanshi-残滓 | overblijfsel; restant |
| zanshi-残滓 | bezinksel; residu |
| zanshin-斬新 | nieuw [origineel; vernieuwend; onconventioneel] zijn |
| zanson-残存 | reliek; overblijfsel |
| zanteki-残敵 | de overgebleven vijand; het resterende vijandelijke leger |
| zan'yo-残余 | restant; rest; residu; overblijfsel |
| zappai-雑俳 | (Edo-periode) een verzamelnaam voor diverse (humoristische) Japanse korte gedichten (afgeleid van haikai) |
| zappaku-雑駁 | onsamenhangend [inconsistent; rommelig; onlogisch, warrig; ongecoördineerd; ongeorganiseerd] zijn |
| zaraba-ザラ場 | (op de handelsbeurs) continue handel; doorlopende sessie (van de eerste transactie tot de sluiting) |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) ruw; korrelig |
| zarazara-ざらざら | (onomatopee) gerammel |
| zarazarashita-ざらざらした | (onomatopee) grof; ruw; korrelig; scherp |
| zareru-戯れる | smaakvol [stijlvol; elegant] zijn |
| zareru-戯れる | speels zijn; spelen; dollen; zich amuseren (met iets); grappen maken |
| zaruoenai-ざるを得ない | (iets wel) moeten; er zit niets anders op (dan...) |
| zarusoba-笊蕎麦 | soba (boekweit) noedels met gedroogd zeewier (meestal geserveerd op een bamboerekje) |
| zāsai-ザーサイ | ingelegde mosterdkool uit Sichuan (Chinese provincie); ingemaakte Sichuan groente; (Eng. Szechuan [Szechwan] pickles); (Chn. zhacai) |
| zaseki-座席 | stoel; zetel; zitting; zitplaats |
| zasetsusuru-挫折する | falen; mislukken; ineenstorten; uit elkaar vallen |
| zashi-座視 | het onbezorgd [lui; onverschillig; werkeloos] toekijken (zonder iets te doen) |
| zashiki-座敷 | een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashiki-座敷 | een feest [banket] (met geisha, e.d.) gehouden in een (traditionele) Japanse kamer met tatami matten |
| zashikirō-座敷牢 | (hist.) een cel [kamer] (bedekt met tatami matten) voor het opsluiten van een krankzinnige persoon |
| zasu-座主 | Boeddhistische monnik met de hoogste rang (toezichthouder van de grote tempel) |
| zasuru-座する | betrokken zijn bij (misdaad b.v.); verwikkeld zijn in |
| zataku-座卓 | lage tafel waaraan men op de grond zit |
| zatsu-雑 | mengeling; varia; ongesorteerde artikelen |
| zatsudan-雑談 | geklets; gebabbel; gekeuvel; kletspraatjes; geroddel |
| zatsudansuru-雑談する | kletsen; babbelen; keuvelen; roddelen |
| zatsuki-座付き | het (exclusief) werken voor een bepaald theater(gezelschap) (als auteur of acteur) |
| zatsuon-雑音 | geruis; geluid; ruis (van harttonen, frequenties, e.d.) |
| zatsuroku-雑録 | miscellanea; aantekeningen [geschriften] van allerlei aard (en zonder een vastgestelde indeling) |
| zatsuwa-雑話 | kletspraatjes; geklets; gebabbel; geroddel |
| zatsuzen-雑然 | wanorde; warboel; puinhoop |
| zatto-ざっと | oppervlakkig; eenvoudig; kort; snel |
| zau-座右 | (beleefde aanspreektitel in brieven, e.d.) u |
| zawameku-ざわめく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren) |
| zawatsuku-ざわつく | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig; onrustig] zijn; ritselen (van bladeren); rillen |
| zawazawa-ざわざわ | (onomatopee) luidruchtig; lawaaierig; onrustig; geritsel (van bladeren); rillerig |
| zawazawasuru-ざわざわする | (onomatopee) luidruchtig [lawaaierig] zijn; commotie veroorzaken; ritselen (van bladeren); rillen; bibberen |
| zayū-座右 | (beleefde aanspreektitel in brieven, e.d.) u |
| zāzā-ざーざー | (onomatopee) (het geluid van) gekletter van harde regen |
| zazō-座像 | een zittend beeld (b.v. Boeddha) |
| zehi-是非 | goed en fout; plussen en minnen; voor- en nadelen |
| zei-税 | belasting(en) |
| zei-贅 | luxe; weelde; extravagantie |
| zeibiki-税引き | exclusief belasting; (netto) bedrag na aftrek van belastingen |
| zeibutsu-贅物 | overbodige [nutteloze] dingen; luxe artikelen |
| zeichiku-筮竹 | (50) bamboestokjes, die worden gebruikt om de toekomst te voorspellen |
| zeifutan-税負担 | belastingdruk |
| zeigen-税源 | een bron van belastinginkomsten; zaken waarop belasting wordt geheven |
| zeihō-税法 | belastingwetgeving |
| zeikin-税金 | (rijks- of gemeente) belasting(en) |
| zeikinkanpu-税金還付 | belastingteruggave |
| zeikin'azukarikin-税金預り金 | ingehouden belastinggelden |
| zeikomi-税込み | vóór belasting; bruto; inclusief belasting |
| zeimu-税務 | belastingzaken; belastingadministratie |
| zeimushinkokusho-税務申告書 | belastingaangifteformulier |
| zeimusho-税務署 | belastingkantoor; belastingdienst |
| zeiniku-贅肉 | overtollig [teveel] vlees [vet] |
| zeinuki-税抜 | exclusief belasting; belasting niet inbegrepen |
| zeiri-税吏 | belastinginspecteur; belastingontvanger |
| zeirishi-税理士 | geregistreerde belastingadviseur [belastingaccountant] |
| zeiritsu-税率 | belastingtarief |
| zeisei-税制 | belastingsysteem; belastingstelsel |
| zeisei-税政 | Belastingdienst (de uitvoerende macht die te maken heeft met belastingen) |
| zeiseikaikaku-税制改革 | belastinghervorming |
| zeishū-税収 | belastinginkomsten |
| zekkasen-舌下腺 | glandula sublingualis; ondertong speekselklier |
| zekkō-絶交 | relatiebreuk; vriendschapsbreuk |
| zekkon-舌根 | tongwortel |
| zen-全 | alles; geheel; compleet |
| zen-前 | (als voorvoegsel) vorige; voormalige; ex-; oud- |
| zen-前 | (als achtervoegsel) voor; voorheen; geleden |
| zen-漸 | (in kanji combinaties) geleidelijk; stap voor stap |
| zen-漸 | geleidelijke vooruitgang |
| zen-然 | (als achtervoegsel) -achtig; in de toestand van...; zoals... |
| zen-膳 | klein (laag) eettafeltje; dienblad |
| zenbei-全米 | de gehele Verenigde Staten; heel Amerika |
| zenbō-全貌 | het geheel; totaal beeld (van iets); (fig.) voorstelling |
| zenbō-禅房 | Zen (boeddhistische) tempel |
| zenbu-全部 | helemaal; alles; allemaal |
| zenbu-前部 | het voorste deel |
| zenchi-全治 | volledig herstel (van een ziekte) |
| zenchishi-前置詞 | voorzetsel |
| zenchisuru-全治する | volledig herstellen (van een ziekte) |
| zenchugaku-蠕虫学 | helmanthologie; parasitologie |
| zendera-禅寺 | Zen (boeddhistische) tempel |
| zendo-全土 | het hele land [gebied] |
| zendō-善道 | (boeddh.) een goede wereld, d.w.z. van goden of van mensen (door goede daden in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden herboren) |
| zendō-禅堂 | meditatie-hal (in een zen-tempel) |
| zeneraru-ゼネラル | generaal; veldheer |
| zeneraru・mōgēji-ゼネラル・モーゲージ | algemene bedrijfsobligaties (uitgegeven door bedrijven die bij speciale wetgeving zijn opgericht, zoals elektriciteitsbedrijven, e.d.) |
| zengaku-全学 | de gehele universiteit [hogeschool] |
| zengakuren-全学連 | (afk. voor) Japanse nationale federatie van zelfbesturende studentenverenigingen (opgericht in 1948) |
| zengen-漸減 | geleidelijke afname |
| zengensuru-漸減する | geleidelijk afnemen |
| zengetsu-前月 | vorige maand; afgelopen maand |
| zengi-前戯 | (seksueel) voorspel |
| zengo-前後 | omkering; verkeerde volgorde; door elkaar |
| zengo-善後 | het zorgvuldig [correct} regelen [afhandelen] |
| zengo-漸悟 | (boeddh.) de geleidelijke verlichting |
| zengofukaku-前後不覚 | bewusteloosheid |
| zengosaku-善後策 | herstelmaatregel; remedie |
| zengun-全軍 | het hele leger; alle troepen |
| zenhan-前半 | eerste helft; eerste deel (van twee) |
| zenhansei-前半生 | de eerste helft van iemand's leven |
| zenhansen-前半戦 | eerste helft van een wedstrijd [gevecht] |
| zenigame-銭亀 | jonge Chinese driekielschildpad (Mauremys reevesii) |
| zenikane-銭金 | geld |
| zenji-全治 | volledig herstel (van een ziekte) |
| zenji-漸次 | geleidelijk [langzaamaan] zijn |
| zenji-禅師 | (in China en Japan) erenaam door het keizerlijk hof toegekend aan een zenpriester met een hoog niveau van geleerdheid, wijsheid en deugdzaamheid |
| zenjutsu-前述 | het eerder genoemde [vermelde] |
| zenka-全科 | het hele curriculum; de hele cursus; alle lessen |
| zenkai-全会 | alle aanwezigen; de algehele vergadering |
| zenkai-全壊 | totale ineenstorting [vernieling; vernietiging] |
| zenkai-全快 | volledig herstel; volledige beterschap |
| zenkai-前回 | de vorige keer; de vorige gelegenheid |
| zenkaiiwai-全快祝い | viering van beterschap [van volledig herstel van ziekte] |
| zenkaisuru-全開する | helemaal [wijd] openen [opendoen] |
| zenkakumoji-全角文字 | teken [letter; lettertype] op volle breedte; dubbelbyte lettertype (computer) |
| zenkan-全巻 | het hele boek(deel); de volledige set [serie]; alle delen |
| zenkan-全館 | het hele gebouw; alle gebouwen |
| zenkan-前漢 | de Eerdere [Westelijke] Han dynastie (in China, 206 v.Chr. tot 220 n.Chr.) |
| zenkashiki-漸化式 | (wiskunde) differentievergelijking |
| zenke-禅家 | zen tempel |
| zenkei-全景 | volledig beeld [overzicht]; panorama; vogelperspectief |
| zenkei-前掲 | voornoemde; bovenvermeld; bovengenoemd; bovenstaand |
| zenki-前期 | eerste termijn [beginperiode] (van een wisseltentoonstelling) |
| zenko-全戸 | de gehele familie; iedereen in de familie; alle families [huizen] (in de buurt; stad) |
| zenkō-全校 | de hele school; alle scholen |
| zenkoku-全国 | het hele land; overal in het land |
| zenkon-前根 | voorste wortel (van de ruggenmergszenuw) |
| zenkyō-漸教 | (boeddh.) de leer van de geleidelijke verlichting |
| zenkyoku-全局 | de algemene [hele] situatie [toestand]; een brede kijk (op) |
| zenkyoku-全曲 | de gehele compositie [voorstelling; muziekopname] |
| zenmen-全面 | het gehele oppervlak; de hele kant |
| zenmen-前面 | voorgevel; voorkant; voorzijde |
| zenmenteki-全面的 | algeheel; compleet; volledig |
| zenmon-禅門 | iemand die formeel boeddhist wordt (inclusief scheren van het hoofdhaar en voorgeschreven kleding) |
| zenmondō-禅問答 | zen raadsel (in gesprek tussen zenmeester en leerling) |
| zenni-禅尼 | non (van een zentempel) |
| zennihongakuseijichikaisōrenkō-全日本学生自治会総連合 | Japanse nationale federatie van zelfbesturende studentenverenigingen (opgericht in 1948) |
| zennō-全能 | totipotentie (van dierlijke cellen) |
| zennōshinkyōkai-全能神教会 | de Kerk van de Almachtige God (christelijke religieuze beweging, ontstaan in China, 1991) |
| zenpen-前編 | eerste deel; prequel |
| zenpō-善報 | (boeddh.) de beloning voor goede daden |
| zenpōkōenfun-前方後円墳 | een oude Japanse tumulus [grafheuvel] (in sleutelvorm van bovenaf gezien) |
| zenpyō-全豹 | (lett. de hele luipaard) het geheel; het volledige beeld; het complete plaatje |
| zenpyō-前表 | voorteken; voorgevoel; voorbode |
| zenra-全裸 | volledige naaktheid; poedelnaakt [spiernaakt] zijn |
| zenrin-全臨 | het overschrijven van een gehele originele (klassieke) tekst (voor het verkrijgen van kalligrafische schrijfvaardigheid) |
| zenrin-前輪 | voorwiel |
| zenrin-禅林 | zentempel; plaats (b.v. in een bos) waar volgelingen van het zenboeddhisme bijeenkomen |
| zenrinkudō-前輪駆動 | voorwielaandrijving (auto) |
| zenryaku-前略 | inkorting van een citaat aan het begin; een uitdrukking in een brief, om aan te geven dat er zinnen in het begin weggelaten worden |
| zenryoku-全力 | totale kracht [energie; macht]; alle mogelijke inspanningen |
| zensatsu-禅刹 | zentempel |
| zensatsu-禅刹 | tempel |
| zensei-全盛 | het toppunt van iemands macht [kunnen; welvaart] |
| zensei-善政 | een goede regering; goed bestuur [beleid] |
| zensen-全線 | (van trein, tram, bus) de hele lijn (van begin tot eind); alle lijnen [routes] |
| zensen-全線 | (tijdens een oorlog); het hele front; alle frontlinies |
| zensha-全社 | het hele bedrijf; alle bedrijven |
| zenshakekin-前借金 | voorschot; geldlening |
| zenshi-全姿 | totaalbeeld; complete vorm |
| zenshi-全市 | de hele stad; alle steden |
| zenshi-全紙 | een hele pagina; een heel vel papier; alle bladen [kranten] |
| zenshin-全身 | het hele lichaam; ten voeten uit |
| zenshin-前身 | vorige status [beroep; carrière] van een persoon [organisatie; groep; instelling] |
| zenshin-善心 | moreel besef; geweten; rechtschapenheid |
| zenshin-漸進 | geleidelijke vooruitgang [ontwikkeling] |
| zenshinbiyōshi-全身美容師 | schoonheidsspecialist(e) voor het hele lichaam |
| zenshinmahi-全身麻痺 | algehele [volledige] verlamming |
| zenshinzenrei-全身全霊 | met hart en ziel; van ganser harte; met grote toewijding; uit alle macht |
| zenshitsu-全室 | de hele kamer; alle kamers |
| zenshitsu-禅室 | hoofdpriester van een tempel |
| zensho-全書 | een verzamelbundel; verzameld werk; compleet boek (met alle theorieën en geschriften van een bepaalde persoon of op een bepaald vakgebied) |
| zenshō-前哨 | buitenpost; afgelegen standplaats |
| zensho-善処 | passende maatregelen; het beste (doen); de beste manier |
| zensho-善書 | een goed boek; moreel recht [morele wet] volgens de geschriften |
| zenshoku-前職 | voorganger (binnen een werkrelatie) |
| zenshōsen-前哨戦 | voorpostengevecht; schermutseling |
| zenshū-全州 | de hele staat [regio]; het hele gebied; alle staten [regio's; gebieden] |
| zenshū-全集 | verzameld werk; verzamelbundel |
| zenshu-善趣 | (Boeddh) een goede wereld, d.w.z. van de goden of van de mensen (door goede daden te doen in dit leven kan men na de dood in zo'n goede wereld worden |
| zensō-前奏 | voorspel; inleiding; prelude |
| zensokuryoku-全速力 | volle snelheid; volle vaart |
| zensōkyoku-前奏曲 | (muziek) prelude; ouverture |
| zentai-全体 | het geheel; totaliteit; van begin tot eind |
| zentaiteki-全体的 | (in zijn) geheel; compleet; volledig |
| zentei-前提 | veronderstelling; aanname; uitgangspunt |
| zenteki-全的 | totaal; volledig; geheel; alle |
| zentō-全島 | het hele eiland |
| zentō-漸騰 | het geleidelijk oplopen van de (markt)prijs |
| zentoryōen-前途遼遠 | een lange weg (te gaan); het doel [de bestemming] is ver weg |
| zentoyōyō-前途洋洋 | veelbelovende toekomst; goede vooruitzichten |
| zentoyūbō-前途有望 | veelbelovende toekomst |
| zenwa-禅話 | dialoog [gesprek; verhandeling] in het Zen Boeddhisme |
| zenzai-善哉 | (archaïsch) geweldig!, subliem! |
| zenzan-全山 | de hele berg; alle bergen |
| zenzen-全然 | (met negatie) helemaal niet |
| zenzen-全然 | geheel; helemaal; totaal; compleet |
| zenzō-漸増 | geleidelijke toename |
| zenzōsuru-漸増する | geleidelijk toenemen |
| zen'ei-前衛 | (sport) voorspeler; aanvaller |
| zen'i-善意 | goede [nobele] inborst; goede bedoelingen |
| zen'iki-全域 | het hele gebied; overal |
| zen'in-全員 | alle mensen [leden]; de hele bemanning; al het personeel |
| zen'in-禅院 | Zen (boeddhistische) tempel |
| zen'inzenka-善因善果 | (boeddh.) goede daden worden beloond; wie goed doet, goed ontmoet |
| zen'on-全音 | hele toon (muziek) |
| zen'onpu-全音符 | (muziek) hele noot; semibrevis |
| zen'on'onkai-全音音階 | heletoonstoonladder; anhemitonisch hexatonische toonladder |
| zen'yō-全容 | het volledige beeld [verhaal] |
| zen'yu-全癒 | volledige genezing; volledig herstel |
| zen'yusuru-全癒する | volledig; genezen [herstellen; beter worden] |
| zeppan-絶版 | (van boeken) niet meer gedrukt worden; niet meer in de handel zijn |
| zeppō-舌鋒 | (fig.) een scherpe tong; strijdlustige [felle] toon [woorden] |
| zerachin-ゼラチン | gelatine |
| zerachinshitsuno-ゼラチン質の | gelatineachtig; geleiachtig; gelatineus |
| zeraniumu-ゼラニウム | (tuin)geranium (Pelargonium) |
| zerī-ゼリー | gelei; gelatine |
| zerosamu-ゼロサム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamugēmu-ゼロサム・ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerosamushakai-ゼロサム社会 | nulsommaatschappij (waar economische groei stopt, de totale rijkdom constant blijft en één persoon voordeel heeft, en een ander een even groot nadeel) |
| zerowa-ゼロ和 | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zerowagēmu-ゼロ和ゲーム | nulsom; nulsomspel (situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor andere partijen) |
| zessan-絶賛 | veel waardering; grote bewondering; lovende kritiek |
| zessen-舌戦 | woordenwisseling; verbale strijd |
| zesshō-絶勝 | weergaloos [prachtig; geweldig] zijn |
| zesshoku-絶食 | de vasten; zelfonthouding van voedsel |
| zesshokusuru-絶食する | vasten (geen voedsel tot zich nemen) |
| zetsubōteki-絶望的 | wanhopig; radeloos; vertwijfeld |
| zetsudai-絶大 | enorme grootte; iets heel groots |
| zetsudai-舌代 | bericht; mededeling |
| zetsuentai-絶縁体 | isolator; isolerend [niet-geleidend] materiaal |
| zetsugi-絶技 | uitblinkend kunststuk; stunt; voortreffelijk optreden [acteerwerk]; goede techniek |
| zettai-絶対 | absoluut [onvoorwaardelijk] zijn |
| zettairyō-絶対量 | een absolute hoeveelheid; absoluut volume |
| zettaiteki-絶対的 | absoluut; onvoorwaardelijk |
| zettaizetsumei-絶体絶命 | uitzichtloze situatie; situatie waaruit geen ontsnapping mogelijk is; in een hoek gedreven zijn |
| zezehihi-是是非非 | onbevooroordeeld [eerlijk en rechtvaardig] zijn |
| zō-像 | standbeeld; figuur; vorm |
| zō-像 | afbeelding; portret; beeltenis |
| zō-像 | (virtueel) beeld; indruk; verschijning |
| zō-増 | één van de vrouwelijke No-maskers |
| zō-憎 | (in kanji combinaties) haten; hekel; afkeer |
| zō-造 | (in kanji combinaties) maken; bouwen; samenstellen |
| zōbō-像法 | (in het boeddhisme, een van de 3 perioden na de dood van Shakyamuni) de volgende 500 of 1000 jaar na de officiële Dharma |
| zōbutsukobai-贓物故買 | heling van gestolen goederen |
| zōei-造営 | bouw; constructie; aanbouw (van tempels, kerken, paleizen, e.d.) |
| zōfuku-増幅 | versterking (elektriciteit, geluid) |
| zōgen-増減 | vermeerdering en vermindering; opkomst en ondergang; schommeling; fluctuatie |
| zōgen-造言 | leugen; onwaarheid; verzinsel |
| zōgon-雑言 | schuttingtaal; grof taalgebruik; scheldwoorden |
| zōgoseibun-造語成分 | de componenten van een samengesteld woord |
| zōhei-造幣 | aanmunting; het munten; geldslaan |
| zōhibyō-象皮病 | elefantiasis (huidaandoening) |
| zōhō-蔵鋒 | een techniek in de kalligrafie (waarbij de punt van het penseel rond op het papier wordt gedraaid) |
| zōhyō-雑兵 | een onbeduidende [onbelangrijke] persoon binnenin een organisatie; een werkmier |
| zōi-贈位 | toekenning van een rang of titel (als erkenning voor verdiensten tijdens het leven) |
| zōin-増員 | toename van personeel |
| zōji-造次 | plotseling [dringend; slechts voor korte tijd] zijn |
| zōjōman-増上慢 | (boeddh.) hoogmoed (ten onrechte geloven dat men verlichting heeft bereikt) |
| zōkei-造詣 | geleerdheid; diepgaande kennis [begrip]; verworvenheid; kundigheid |
| zōkeibijutsu-造形美術 | beeldende kunsten |
| zōkeisuru-造形する | modelleren; vormen; in een bepaalde vorm brengen |
| zōketsu-増結 | het toevoegen [aankoppelen] van treinwagons aan een trein |
| zokkai-俗界 | de seculiere maatschappij [samenleving]; de wereld van alledag; de wereld om ons heen; het leven van alledag |
| zokkan-俗間 | de wereld; het (grote) publiek; het volk |
| zokkiya-ぞっき屋 | modern antiquariaat; een winkel die afgeprijsde artikelen verkoopt (m.n. boeken of tijdschriften) |
| zokkoku-属国 | vazalstaat; satellietstaat; een land onder controle van een ander land |
| zokkon-ぞっこん | heel erg [tot over de oren] verliefd |
| zokkon-ぞっこん | geheel; uit de grond van je hart |
| zokkyoku-俗曲 | Japanse populaire volksliedjes (m.n. met shamisen begeleiding) |
| zoku-賊 | verrader; rebel; opstandeling; muiter |
| zokubanare-俗離れ | wereldvreemdheid |
| zokuchishugi-属地主義 | territorialiteitsbeginsel |
| zokuden-俗伝 | populaire legende; algemeen gezegde; volksgeloof |
| zokuen-俗縁 | seculiere connecties [relaties]; familieleden van monniken en priesters |
| zokuen-続演 | heropvoering [continuering] van een toneelstuk of voorstelling (vanwege succes) |
| zokugaku-俗学 | studie op populairwetenschappelijk niveau |
| zokugara-続柄 | (spreektaal) familierelatie; familiebetrekking; verwantschap |
| zokugun-賊軍 | rebellerende leger; rebellenleger |
| zokuhatsu-続発 | (herhaaldelijk) opeenvolgende gebeurtenissen; opeenvolging van gebeurtenissen |
| zokuhen-続編 | vervolg; volgend deel (van boek, film, etc.); volgende aflevering |
| zokuji-俗事 | alledaagse [gewone; wereldse] zaken [dingen; karweitjes] |
| zokuji-俗字 | een informele variant van een kanji |
| zokujin-俗人 | een onbeschaafd [smakeloos; stijlloos] persoon |
| zokujin-俗塵 | alledaagse [gewone; wereldse] zaken [dingen; karweitjes] |
| zokuju-俗儒 | een middelmatige geleerde; een confucianist met weinig inzicht [begrip] |
| zokuke-俗気 | wereldlijke gerichtheid; platvloersheid; uit zijn op roem of geld |
| zokumei-賊名 | de reputatie van een dief [rebel] |
| zokumu-俗務 | wereldlijke zaken [belangen; aangelegenheden] |
| zokunen-俗念 | wereldlijkheid; wereldse verlangens |
| zokuri-俗吏 | (denigrerende term) een kleine [onbeduidende; onbelangrijke] ambtenaar [klerk] |
| zokuryū-俗流 | de massa; het gewone volk; het gepeupel |
| zokuryū-粟粒 | gierstkorrel |
| zokuryū-粟粒 | iets heel kleins; kruimeltje |
| zokusai-俗才 | wereldwijsheid; levenservaring |
| zokusai-続載 | publicatie als serie [feuilleton]; een reeks van artikelen [verhalen] die in afleveringen worden uitgegeven (in kranten, tijdschriften, e.d.) |
| zokusei-俗姓 | seculiere [wereldse] achternaam van een monnik |
| zokusei-簇生 | het (dicht) bij [door] elkaar groeien (bv. van planten, bomen, maar ook van tanden en kiezen) |
| zokuseisuru-簇生する | (dicht) bij [door] elkaar groeien |
| zokuseken-俗世間 | de (aardse; seculiere) wereld [maatschappij] |
| zokuseken-俗世間 | het dagelijkse bestaan |
| zokusetsu-俗説 | algemeen [populair] gezegde [idee; geloof]; folklore; traditie; legende |
| zokushi-賊子 | opstandig [rebels] kind |
| zokushi-賊子 | rebel; oproerkraaier; samenzweerder |
| zokushin-俗信 | volksgeloof; bijgeloof |
| zokushin-賊臣 | rebel; opstandeling; verrader; samenzweerder |
| zokushutsu-続出 | een opeenvolging [opeenstapeling] (van) |
| zokutai-俗体 | een vulgair [smakeloos] uitziende persoon |
| zokutai-俗体 | de gestalte [het uiterlijk] van een leek [niet-geestelijke] |
| zokutō-続投 | honkbal) het blijven pitchen [werpen] (van dezelfde pitcher, zonder wisseling van werper) |
| zokuto-賊徒 | rebellen; bandieten; rovers; verraders |
| zokuyō-俗用 | alledaagse [wereldse] zaken |
| zome-初め | (voorvoegsel bij een werkwoord) iets voor de eerste keer doen |
| zonbun-存分 | (helemaal) zoals gewenst [gedacht; bedoeld] is |
| zōni-雑煮 | soep met rijstcakes en groenten (traditioneel gerecht voor Nieuwjaarsdag) |
| zonzai-ぞんざい | onvoorzichtig; achteloos; nonchalant |
| zonzai-ぞんざい | grof; ruw; lomp; onbeleefd |
| zōn・fōkasu-ゾーン・フォーカス | zone focus (het punt waarop men met een camera scherp stelt) |
| zōo-憎悪 | haat; afschuw; afkeer; gruwel; walging |
| zōri-草履 | traditionele Japanse rieten teensandalen |
| zōritori-草履取り | knecht (van samoerai) belast met schoeisel |
| zorome-ぞろ目 | dubbel (hetzelfde getal gegooid met twee dobbelstenen) |
| zorome-ぞろ目 | (bij paardenraces) paarden uit dezelfde startpositie die als eerste en tweede eindigen |
| zororito-ぞろりと | met elkaar in verband [verbonden] (tot een geheel) |
| zororito-ぞろりと | slordig [losjes] gekleed; te opzichtig [formeel] gekleed |
| zorozoro-ぞろぞろ | (onomatopee) in grote hoeveelheden; drommen; stroom; menigte; gekrioel (van insecten) |
| zōryō-増量 | toename; verhoging; vermeerdering van hoeveelheid [geld) |
| zōsaku-造作 | gelaatstrekken |
| zōsanai-造作ない | makkelijk; eenvoudig |
| zōsei-造成 | ontginning; voorbereiding van een bouwterrein; grondontwikkeling |
| zōshi-増資 | kapitaalverhoging; verhoging van het aandelenkapitaal |
| zōsho-蔵書 | boekenverzameling; (privé)bibliotheek; de boekenvoorraad (van een bibliotheek) |
| zōshoka-蔵書家 | boekenverzamelaar |
| zōshoku-増殖 | proliferatie; woekering (van cellen of weefsel) |
| zōsui-雑炊 | rijst gruwel met vis en groente, op smaak gebracht met sojasaus of miso |
| zōzei-増税 | belastingverhoging |
| zōzeisuru-増税する | belasting(en) verhogen |
| zuba-ずば | (achtervoegsel) als het niet...; zo niet |
| zubanukeru-ずば抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zubekō-ずべ公 | een vrouwelijke delinquent |
| zubontsuri-ズボン吊り | bretel(s) |
| zuboshi-図星 | doelwit; roos (middelpunt van een schietschijf) |
| zubuno-ずぶの | geheel; totaal; compleet; volledig |
| zubutoi-図太い | schaamteloos; brutaal |
| zuda-頭陀 | (afk. voor) pelgrimstas; tas van bedelmonniken; tas om de nek van een dode; stoffen boodschappentas |
| zuda-頭陀 | (boeddh.) bedelpelgrimage |
| zudabukuro-頭陀袋 | pelgrimstas; tas van bedelmonniken; tas om de nek van een dode |
| zue-図会 | een verzameling afbeeldingen |
| zue-図絵 | tekening; afbeelding |
| zugai-頭蓋 | schedel |
| zugaikotsu-頭蓋骨 | schedelbeen; hersenpan; schedelbasis |
| zugaikotsukossetsu-頭蓋骨骨折 | schedelfractuur; schedelbreuk; schedelbasisfractuur |
| zuhan-図版 | prent; illustratie; afbeelding |
| zuhyō-図表 | grafiek; diagram; tabel |
| zui-随 | (in kanji combinaties) het volgen; navolgen; begeleiden |
| zuibun-随分 | behoorlijk; tamelijk; aanzienlijk |
| zuihansen-随伴船 | volgboot; begeleidend schip |
| zuiichi-随一 | de beste; grootste; belangrijkste |
| zuiin-随員 | lid van een entourage [gevolg; staf]; begeleidend personeel |
| zuikan-随感 | incidentele indrukken; willekeurige gedachten |
| zuiki-芋茎 | stengels van de taro plant (Colocasia esculenta) |
| zuiki-随喜 | diepe dankbaarheid; overweldigende vreugde; groot geluk |
| zuikō-随行 | het begeleiden; vergezellen |
| zuikōsuru-随行する | begeleiden; vergezellen |
| zuishitsu-髄質 | pulp (weke massa bij tandheelkunde) |
| zuisō-随想 | vrije [losse] bespiegelingen [gedachten; herinneringen] |
| zuito-ずいと | vastberaden; zonder aarzelen; doortastend |
| zuitokuji-随徳寺 | (fonetisch klinkt dit woord als de naam voor een tempel en qua betekenis: de dingen laten zoals ze zijn) vlucht |
| zukai-図解 | schema; illustratie; schematische voorstelling; grafiek; diagram |
| zukan-図鑑 | veldgids; identificatie-gids (b.v. voor planten of dieren) |
| zukansokunetsu-頭寒足熱 | het hoofd koel en de voeten warm houden |
| zuke-漬け | gepekeld; ingemaakt; geconserveerd |
| zuke-漬け | ondergedompeld [gedoopt] in |
| zukeru-付ける | (achtervoegsel) drukt uit de intentie om iets te doen |
| zukin-頭巾 | hoofddeksel; kap; hoofddoek; monnikskap; nonnenkap; keppel |
| zukkokeru-ずっこける | zichzelf belachelijk maken; domme dingen doen |
| zuku-ずく | (achtervoegsel) drukt de intentie uit (om iets te doen) |
| zuku-付く | (achtervoegsel) ...worden |
| zukume-ずくめ | (achtervoegsel) geheel (en al); totaal; niets dan |
| zume-詰め | (achtervoegsel bij werkwoord) geeft aan dat de actie [handeling; situatie] doorgaat |
| zume-詰め | (achtervoegsel) ingepakt; volgepakt; gevuld |
| zunba-ずんば | (achtervoegsel om de betekenis te versterken) als het niet zo is dat...; ware het niet dat... |
| zundō-寸胴 | cilindervorm; (menselijke figuur) zonder taille; (kleding) zonder mouwen |
| zuni-ずに | (achtervoegsel) zonder te; niet doende |
| zuniwairarenai-ずにはいられない | niet kunnen onderdrukken; niets aan kunnen doen; wel moeten |
| zunō-頭脳 | hoofd; hersenen; intellect; begrip |
| zunōryūshutsu-頭脳流出 | braindrain; kennisvlucht; migratie van intellectuelen |
| zunukeru-図抜ける | de beste zijn; opvallen; zichzelf onderscheiden; (met kop en schouders) uitsteken boven; uittorenen boven |
| zunzun-ずんずん | snel ; vlug; gestaag; met grote stappen |
| zurai-づらい | (achtervoegsel) moeilijk om te ... |
| zurekomu-ずれ込む | uitgesteld [vertraagd; verplaatst; verzet] worden |
| zuru-狡 | sluwe daad; vals spel; truc |
| zuruchin-ズルチン | dulcine (ook bekend als sucrol, een kunstmatige zoetstof veel zoeter dan suiker) |
| zurukeru-ずるける | niet veel doen; de kantjes eraf lopen; spijbelen; lui zijn |
| zushi-厨子 | Boeddhistisch miniatuur tempel [altaar] |
| zuto-ずと | (werkwoordsuitgang -zu + to) zelfs zonder te... |
| zutomo-ずとも | zelfs zonder te (hoeven) ... |
| zutsu-ずつ | elk; per stuk; per keer |
| zutto-ずっと | steeds; de hele tijd; aldoor |
| zutto-ずっと | veel; een heleboel; een groot stuk; een lange tijd |
| zuyō-図様 | patroon; model; ontwerp |
| zūzūshii-図図しい | schaamteloos |