eend / eend ( de (m/v) | znw | eenden )
1家鴨 ( [tamme eend]
2鴨 [wilde eend]
Zie ook: huiseend
Zie ook: moedereend
Kruisverwijzing
eend
| lemma | meaning |
|---|---|
| ahiru-家鴨 | (tamme) eend |
| aigamo-間鴨 | kruizing tussen een wilde en een tamme eend |
| baraniku-肋肉 | ribstuk zonder bot (m.n. van varkens- of rundvlees); uitgebeend ribstuk |
| bunkotsu-分骨 | de as [beenderen] van overledenen op verschillende locaties verstrooien [begraven] |
| byakugō-白毫 | krul wit haar op het voorhoofd van de Boeddha; een van de tweeëndertig lakshana’s |
| danketsu-団結 | eenheid; eendracht; solidariteit; verbondenheid |
| danketsuyoku-団結力 | solidariteit; eenheid; eendracht |
| ekken-謁見 | audiëntie; officieel gehoor (verleend door een hooggeplaatst persoon) |
| en'ō-鴛鴦 | mandarijneend (Aix galericulata) |
| gaikotsu-骸骨 | skelet; geraamte; beenderen |
| gōseimayaku-合成麻薬 | (synthetische drug) MDMA (methyleendioxymethamfetamine) |
| haishakukin-拝借金 | het geleende geld |
| hikigamo-引鴨 | wilde eenden die in de lente teruggaan naar het Noorden |
| hitoeni-偏に | oprecht; gemeend |
| hitoshii-等しい | eender; identiek; gelijk; gelijkwaardig |
| hōkan-奉還 | teruggave (door de shogun) van een verleende (vol)macht (b.v. aan de keizer) |
| hoojirogamo-頬白鴨 | brilduiker (soort eend: Bucephala clangula) |
| iki-息 | harmonie; eensgezindheid; eendracht |
| ikotsu-遺骨 | beenderen van gesneuvelde soldaten [overledenen] |
| inginburei-慇懃無礼 | gespeelde [niet gemeende] beleefdheid; verborgen afkeer |
| junwa-純和 | oprechte [ware; echte] harmonie [eendracht] |
| kamo-鴨 | (wilde) eend |
| kamonanban-鴨南蛮 | een Japans gerecht van soep met soba of udon noedels, eendenvlees, en uien |
| karasugane-烏金 | geld uitgeleend voor één etmaal; lening die direct de volgende ochtend moet worden terugbetaald (lett. kraaien-geld; kraaien krijsen bij zonsopgang) |
| karigi-借り着 | geleende [gehuurde] kleding |
| kariirekin-借り入れ金 | geleend geld; lening |
| karimono-借り物 | iets dat geleend [gehuurd] is; geleend artikel |
| kashidashikinsendaka-貸し出し金銭高 | het volledige bedrag uitgeleend aan een individu of instantie door een bank |
| kinkotsu-筋骨 | spieren en beenderen [botten; skelet]; lichaamsbouw |
| kōkotsumoji-甲骨文字 | orakelbotten-schrift (inscripties op beenderen van dieren en plastrons van schildpadden om voorspellingen te noteren) |
| koppun-骨粉 | beendermeel; beenpoeder |
| kyōchō-協調 | samenwerking; eendracht; overeenstemming |
| matagari-又借り | het uitlenen van iets dat je zelf geleend had |
| meikai-明快 | helderheid; duidelijkheid; eenduidigheid; ondubbelzinnigheid |
| munimusan-無二無三 | in alle ernst; gefocust; doelgericht; gemeend |
| nenashigusa-根無し草 | eendenkroos (waterplant, Lemna) |
| nōkotsudō-納骨堂 | columbarium; ossuarium; urnengalerij (met de beenderen van overledenen) |
| ōbārōn-オーバーローン | overtollige lening, het verschijnsel dat banken in Japan meer uitleenden dan de som van hun kapitaal en deposito's |
| oichirasu-追い散らす | wegjagen; verjagen; uiteendrijven; verspreiden |
| oiharau-追い払う | wegjagen; uiteendrijven; verspreiden |
| on-恩 | (verleende) gunst; genade; verplichting |
| oshidori-鴛鴦 | mandarijneend (Aix galericulata) |
| ritogurafu-リトグラフ | litho(grafie); steendruk |
| sekibanga-石版画 | litho(grafie); steendruk |
| sekibaninsatsu-石版印刷 | litho(grafie); steendruk |
| shimaaji-縞味 | zomertaling (soort eend: Anas querquedula) |
| shin'yōtorihiki-信用取引 | krediettransactie; margehandel (beleggen met geleend geld) |
| shūryoku-衆力 | de kracht van vele mensen (tezamen); vereende krachten |
| sōgakari-総掛かり | het met vereende krachten ergens aan werken |
| sorane-空音 | geluid dat men meent te horen maar er niet echt is; vermeend dierengeluid |
| suiteimuzai- 推定無罪 | vermeende onschuld; vermoeden van onschuld |
| sujibone-筋骨 | spieren en beenderen [botten; skelet]; lichaamsbouw |
| terasen-寺銭 | betaling van geleend geld (voor gok doeleinden) met vaste rentetoeslag |
| uzukumaru-蹲る | hurken; bukken; ineenduiken; zich klein maken |
| wagō-和合 | harmonie; eensgezindheid; eendracht; eenheid; vrede |
| wan・pīsu-ワン・ピース | eendelig kledingstuk (jurk) |
| yoru-縒る | ineendraaien; in elkaar draaien; omwinden; twijnen |