| anchō-暗潮 | een onderstroom [tij] (fig.); nauwelijks waarneembare doch aanwezige kracht in de maatschappij [wereld] |
| fucha-普茶 | (bij de Obaku Zen-school) het aanbieden van thee aan alle aanwezigen na een boeddhistische dienst [ceremonie] |
| hyōbyaku-表白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| ichiza-一座 | het hele gezelschap; alle aanwezigen; iedereen aanwezig |
| keibyaku-啓白 | (bij het begin van een boeddhistische dienst) de verkondiging van het doel van de dienst door de hoofdpriester voor het boeddhabeeld en de aanwezigen |
| manjō-満場 | alle aanwezigen; de hele ruimte [zaal] |
| manza-満座 | het hele gezelschap; alle aanwezigen |
| minaminasama-皆皆様 | (sterkere vorm van 皆様) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| minasama-皆様 | (formeel) iedereen; dames en heren; geachte aanwezigen |
| raichōsha-来聴者 | publiek; aanwezigen |
| ressekisha-列席者 | de aanwezigen |
| sanretsusha-参列者 | deelnemer; aanwezige |
| shokun-諸君 | (term voor het beleefd aanspreken van een aantal mensen, vaak m.b.t. een geheel mannelijk gezelschap) geachte aanwezigen |
| zenkai-全会 | alle aanwezigen; de algehele vergadering |