Kruisverwijzing
dienaar
| lemma | meaning |
|---|---|
| bakka-幕下 | ondergeschikte; volgeling; dienaar; huisbediende |
| banchō-番長 | (vroeger) (staats)dienaar met militaire of politie taken |
| chūboku-忠僕 | trouwe dienaar |
| chūshin-忠臣 | (vanaf de Heian periode, een ander woord voor 准大臣) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| chūshin-忠臣 | (loyale en trouwe) vazal; dienaar |
| daijin-大臣 | minister; hoofdstaatsdienaar |
| genan-下男 | dienaar; bediende; knecht |
| genin-下人 | iemand van lagere klasse [status; rang}; ondergeschikte; bediende; dienaar |
| gerō-下﨟 | knecht; dienaar |
| gobutsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| gomotsu-御物 | jonge dienaar bij de krijgsadel en tempels |
| ichimei-一命 | (China) heer; man van beschaving; overheidsdienaar; krijgsman; strijder |
| ienoko-家の子 | (trouwe) huisbediende; dienaar; vazal |
| ienoko-家の子 | (einde van de Heian periode) lid van een clan die een meester-dienaarrelatie had met de feodale heer |
| ji-侍 | (in kanji combinaties) dienaar; dienen |
| jisha-侍者 | dienaar (bij vooraanstaande [adellijke] families) |
| jūboku-従僕 | dienaar; bediende; lakei |
| jundaijin-准大臣 | (Heian periode) iemand die de taken van de hoofdstaatsdienaar kan behartigen |
| kaboku-家僕 | dienaar; bediende; knecht |
| kachū-家中 | (Edo periode) dienaar [vazal] in een han-domein; vazal van een daimyo; han-domein |
| kajin-家人 | dienaar; leenman; vazal |
| kenba-犬馬 | (bescheiden term om naar zichzelf te verwijzen) ik; (uw) dienaar |
| kerai-家来 | dienaar; bediende; vazal |
| kinshin-近臣 | (trouwe) vazal; dienaar |
| kyūshin-旧臣 | voormalige vazal; oude dienaar |
| meshitsukai-召し使い | bediende; dienaar; dienares |
| oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
| osoba-御側 | vazal; dienaar (van een edelman) |
| rei-隷 | dienaar; slaaf |
| rō-郎 | (gebruikt in kanji-combinaties) man; jongen; dienaar |
| sābanto-サーバント | bediende; dienaar; dienares |
| shihōkeisatsuin-司法警察員 | wetsdienaar |
| shihōkeisatsushokuin-司法警察職員 | administratief wetsdienaar |
| shimobe-僕 | dienaar; bediende; knecht |
| shinka-臣下 | dienaar; vazal; onderdaan |
| shitsuji-執事 | (hist.) hofmeester; bediende; dienaar |
| sōga-爪牙 | een (trouwe) dienaar die zijn meester beschermt; iemands rechterhand (fig.) |
| sōken-送検 | doorsturing [verwijzing; renvooiering] van een strafzaak naar het Openbaar Ministerie door een gerechtsdienaar (politie) |
| tenjō-殿上 | (afk. voor) paleisdienaar |
| tenjōbito-殿上人 | paleisdienaar |
| teraotoko-寺男 | (inwonende) tempeldienaar |
| yashikibōkō-屋敷奉公 | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yashikizutome-屋敷勤め | huisbediende [dienaar] van een feodale heer [samoerai] |
| yūhitsu-右筆 | (hist.) (overheids)dienaar belast met het schrijven van documenten |