| akutoku-悪徳 | een oneerlijke [onrechtvaardige] daad; corruptie; verdorvenheid; onzedelijkheid |
| assenshūwaizai-斡旋収賄罪 | het smeergeld aannemen; corruptie |
| baishū-買収 | omkoping, omkoperij; corruptie |
| daraku-堕落 | corruptie; verdorvenheid |
| haitoku-背徳 | corruptie; zedeloosheid |
| kankibinran-官紀紊乱 | nalatigheid [corruptie] van de ambtelijke discipline |
| odaku-汚濁 | corruptie |
| oshoku-汚職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| taihai-退廃 | het verval van zeden en gewoonten; verzwakking [achteruitgang] van geest en moraal; decadentie; corruptie |
| tokushoku-瀆職 | corruptie (m.n. bij de overheid); omkoperij |
| zōshūwai-贈収賄 | corruptie; omkoping |