| dōgaku-道学 | studie van (neo)confucianisme; studie van Taoïsme |
| gakuryō-学寮 | verblijfhuis in de Yushima tempel (Tokio) voor studenten van het confucianisme |
| gokyō-五経 | de vijf klassieke soetra's van het Confucianisme |
| gorin-五倫 | (Confucianisme) de vijf fundamentele morele deugden van menselijke relaties (tussen vader-zoon, heerser-onderdaan, man-vrouw, jong-oud, vrienden) |
| goroku-語録 | verzameling van uitspraken [citaten] (over confucianisme, zen-boeddhisme, e.d.) |
| hadō-覇道 | (in confucianisme) besturing van een natie via militaire macht en bedrog; regering met een alleenheerser aan het hoofd |
| jingi-仁義 | naastenliefde en rechtvaardigheid (in confucianisme) |
| jugaku-儒学 | confucianisme |
| jusei-儒生 | een student die het Confucianisme bestudeert |
| kangaku-漢学 | in Japan, de premoderne studie van China (m.n. het Confucianisme); sinologie |
| kodō-古道 | oude spirituele weg [moraal] van Japan voorafgaand aan de introductie van het boeddhisme en confucianisme |
| kōkō-孝行 | (Confucianisme) trouw en gehoorzaamheid (van kinderen) aan hun ouders (of andere oudere familieleden) |
| kōtei-孝悌 | (confucianisme) eerbied voor ouderen; kinderlijke gehoorzaamheid; vroomheid; broederliefde |
| seikyō-聖教 | de heilige leer; Confucianisme; Boeddhisme |
| sekimonshingaku-石門心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |
| shibun-斯文 | deze studie; dit onderzoeksgebied (met name van het Confucianisme) |
| shingaku-心学 | moraalfilosofie, die het confucianisme, boeddhisme en shintoïsme combineerde, gesticht door Ishida Baigan (1685-1744) |