brug / brug ( de (m/v) | znw | bruggen )
1橋; 橋梁 [verbinding voor verkeer]
pontonbrug
船橋
船橋
2陸橋 [viaduct]
3ブリッジ; 架工義歯 [voor tanden of kiezen]
4平行棒 [turntoestel]
Kruisverwijzing
brug
| lemma | meaning |
|---|---|
| burijji-ブリッジ | gebitsbrug (tussen tanden of kiezen) |
| burijji-ブリッジ | brug |
| burijji・banku-ブリッジ・バンク | overbruggingsbank (opgericht om een failliete bank te exploiteren totdat er een koper kan worden gevonden) |
| chēnburijji-チェーンブリッジ | kettingbrug |
| chūgakkō-中学校 | middenschool; lager middelbaar onderwijs (in Nederland groep 7 en 8 van de basisschool + brugklas middelbare school) |
| chūgakusei-中学生 | leerling op middenschool (van hoogste klassen basisschool t/m brugklassen van middelbare school) |
| daibakari-台秤 | balans; weegbrug |
| danchigaiheikōbō-段違い平行棒 | brug met ongelijke leggers (turnen) |
| dobashi-土橋 | met aarde bedekte brug; aarden brug |
| fukuin-幅員 | breedte (van een weg, brug, boot, e.d.) |
| funabashi-船橋 | pontonbrug; scheepjesbrug |
| gibōshu-擬宝珠 | decoratieve knop op de balustrade van een brug |
| hanabashira-鼻柱 | brug van de neus; neusbrug |
| hanebashi-跳ね橋 | ophaalbrug |
| hashi-橋 | brug |
| hashigakari-橋懸かり | overbrugging tussen acteursfoyer en het podium (Nō theater) |
| hashiwatashi-橋渡し | het bouwen van een brug; overbrugging |
| heikōbō-平行棒 | (bij turnen) brug met gelijke leggers |
| hodōkyō-歩道橋 | hoge loopbrug voor voetgangers (over de weg heen) |
| hōkyō-法橋 | (boeddh.) de brug van de Dharma (deze term vergelijkt de leer van Boeddha met een brug die mensen naar de overkant brengt) |
| ishibashi-石橋 | stenen brug |
| kadai-架台 | steunbeer; draagbalk; bruggenhoofd; spoorbiels |
| kakehashi-懸け橋 | een tijdelijke [geïmproviseerde] brug; noodbrug; hangbrug |
| kakehashi-懸け橋 | (fig.) brug [verbinding] (tussen twee partijen, e.d.); tussenpersoon |
| kakehashi-懸け橋 | loopbrug; houten looppad (b.v. op een berg langs een afgrond) |
| kenzōbutsu-建造物 | bouwwerk (b.v. gebouw, brug, toren, e.d.) |
| kotoji-琴柱 | koto-pilaar; brug van een koto (muziekinstrument) |
| kumode-蜘蛛手 | balken die diagonaal een brug of dak ondersteunen |
| kyōkyaku-橋脚 | (brug]pijler; brugpilaar |
| kyōmeiban-橋名板 | naamplaat van een brug |
| kyōryō-橋梁 | brug |
| kyōtōho-橋頭堡 | (militair) bruggenhoofd |
| marukibashi-丸木橋 | een brug gemaakt van boomstammen |
| meganebashi-眼鏡橋 | een brug met twee bogen |
| sanbashi-桟橋 | (tijdelijke) loopbrug |
| sekkyō-石橋 | stenen brug |
| senkyō-船橋 | brug (op een schip) |
| senkyō-船橋 | drijvende brug; schipbrug; pontonbrug |
| shinkyō-神橋 | een brug op het terrein van een (shinto) heiligdom |
| tetsudōkyō-鉄道橋 | spoorbrug; spoorwegbrug |
| tsuribashi-吊り橋 | hangbrug |
| ukihashi-浮き橋 | pontonbrug; scheepjesbrug |
| watarizome-渡り初め | de (officiële) opening van een nieuwe brug |