blinde1 / blin-de ( de (m/v) | znw | blinden )
1盲者もうしゃ [iemand die blind is]

Spreekwoord(en)/gezegde(s)
In het land der blinden is eenoog koning.
鳥なき里のこうもり。(lett. als een vleermuis in een dorp zonder vogels)