ARDS / ARDS ( het (o) | znw | g.m.v. )
1急性呼吸窮迫症候群 [longaandoening (acute respiratory distress syndrome)]
Zie ook: shocklong
Kruisverwijzing
ARDS
| lemma | meaning |
|---|---|
| baku-縛 | (boeddh.) een andere naam voor de wereldse [aardse] verlangens |
| bonpu-凡夫 | (boeddh.) iemand die niet de boeddhistische leer kent [volgt], en gebonden is door aardse verlangens |
| chikyūgai-地球外 | buitenaards |
| chōba-跳馬 | (turnen) paardsprong |
| dōjutsu-道術 | (mystieke) techniek [magie; bovenaardse (tover)kracht] van een taoïst [bergkluizenaar; heremiet] |
| dōmoto-胴元 | (paardsport, etc) bookmaker, bookie |
| eirian-エイリアン | een alien; buitenaards wezen |
| fūjin-風塵 | wereldse [aardse; alledaagse] zaken |
| genjū-現住 | (boeddh.) deze wereld; Aards bestaan |
| gense-現世 | deze wereld; dit (aardse) leven |
| ishizuki-石突き | (metalen) dop om het uiteinde [de punt] van een stok (zwaardschede; wapenstok; paraplu, wandelstok, e.d.] |
| ittō-一刀 | één zwaardslag |
| ī・tī-イー・ティー | (extraterrestial) buitenaards |
| jinkai-塵界 | de gewone [alledaagse; aardse] wereld |
| kaisho-楷書 | de (standaard) vierkante [blok] stijl van kanji (Chinese karakters); standaardschrift |
| kogatana-小刀 | klein mes dat als onderdeel aan een zwaardschede is toegevoegd |
| kokudo-国土 | (boeddh.) het aardse leven |
| koshirae-拵え | (een algemene term voor) zwaard-onderdelen (greep, stootplaat, zwaardschede e.d.) |
| kyūseikokyūkyūhakushōkōgun-急性呼吸窮迫症候群 | ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome); shocklong; longinsufficiëntie na trauma |
| mugaku-無学 | (boeddh.) spiritueel niveau waarbij men bevrijd is van aardse verlangens en studie niet langer nodig is om dat te bereiken |
| oni-鬼 | aardse geest [god] (i.t.t hemelse god) |
| riken-利剣 | (Boeddh.) beeldspraak voor de wijsheid of boeddhistische leer die nodig is om aardse verlangens en kwade krachten te kunnen verwerpen |
| sage-下げ | (afk. voor) (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| sageo-下げ緒 | (van samoerai) koord om de zwaardschede aan de obi te bevestigen |
| seiun-青雲 | onthechting van de wereld [van het aardse bestaan] |
| senjutsu-仙術 | bovenaardse krachten [geheim van onsterfelijkheid] van een bergkluizenaar [heremiet] |
| shaba-娑婆 | (boeddh.) het aardse leven; de wereld van de stervelingen |
| shirasaya-白鞘 | een houten zwaardschede (gemaakt van blank (ongelakt) hout) |
| shodachi-初太刀 | de eerste zwaardslag; de eerste slag met een zwaard |
| shogyō-諸行 | alle aardse dingen |
| shogyōmujō-諸行無常 | (boeddh.) de vergankelijkheid van alles (in de schepping); alle wereldse [aardse] dingen zijn vergankelijk |
| tachikaze-太刀風 | het zoevende geluid [geruis] van een zwaardslag; de wind veroorzaakt door een zwaardslag |
| tei-帝 | (in kanji combinaties) hemelse god (i.t.t. aardse god) |
| tōkō-刀工 | zwaardsmid; zwaardenmaker |
| tonneru-トンネル | tunnel; onderaardse gang |
| tōshō-刀匠 | zwaardsmid; iemand die zwaarden smeedt |
| utsushiyo-現し世 | deze (aardse) wereld; de wereld waarin wij leven |
| waku-惑 | (boeddh.) aardse [wereldse] verlangens |
| zokke-俗気 | vulgaire [smakeloze] houding [stemming]; aardse verlangens |
| zokuseken-俗世間 | de (aardse; seculiere) wereld [maatschappij] |
| zokushū-俗臭 | vulgariteit; aardsheid; slechte smaak |