| akubyō-悪病 | een besmettelijke ziekte; een epidemie; een kwaadaardige ziekte |
| bekutā-ベクター | vector (med., drager van besmetting) |
| bekutoru-ベクトル | vector (med., drager van besmettingen) |
| byōsō-病巣 | ziektehaard; besmettingshaard |
| chifusu-チフス | tyfus (besmettelijke ziekte) |
| densen-伝染 | besmetting; infectie |
| densenbyō-伝染病 | besmettelijke [overdraagbare] ziekte; epidemie |
| hibyōin-避病院 | ziekenhuis voor patiënten met een besmettelijke ziekte (die in quarantaine moeten blijven); pesthuis |
| hōshanōosen-放射能汚染 | radioactieve besmetting; radioactieve verontreiniging |
| hōteidensenbyō-法定伝染病 | meldingsplichtige infectieziekte (besmettelijke ziekte die men wettelijk verplicht moet melden aan de autoriteiten) |
| kansen-感染 | besmetting (fig.); aangestoken zijn (door slechte ideeën, etc.) |
| kansen-感染 | infectie; ontsteking; besmetting |
| kansengen-感染源 | besmettingshaard |
| kansenshō-感染症 | besmettelijke ziekte; infectieziekte |
| oketsu-悪血 | onzuiver [besmet] bloed |
| pūrunetsu-プール熱 | faryngo-conjunctieve koorts (lett. zwembadkoorts, vanwege vaak voorkomen van besmetting via zwembaden) |
| ribyō-罹病 | besmetting; het oplopen (van een ziekte) |
| seijō-清浄 | zuiverheid; schoon en onbesmet zijn |
| shōjō-清浄 | zuiverheid; schoon en onbesmet zijn |
| shokansen-初感染 | primaire besmetting [infectie] |
| yogoreru-汚れる | vies worden; bevuild [besmet] raken |
| yogoreta-汚れた | vies (geworden); besmet geraakt |