zittend / zit-tend ( bn )
1現職げんしょく [huidige; in functie zijnde]
de zittende president
現職(の)大統領
2着席ちゃくせきしたままの [gezeten zijn]
3無柄むへい [(plantkunde) ongesteeld]

Zie ook: ongesteeld

Zie ook: sessiel