atooishinjū-後追い心中 | zelfmoord gepleegd na de dood van de geliefde partner |
ishi-縊死 | zelfmoord door ophanging |
isho-遺書 | afscheidsbericht [afscheidbrief] van een overledene; zelfmoordbrief |
jibaku-自爆 | het zichzelf opblazen; zelfmoordaanslag met een bom |
jifun-自刎 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
jigai-自害 | zelfmoord; zelfdoding |
jijin-自尽 | zelfdoding; zelfmoord |
jikei-自剄 | het zelfmoord plegen door zichzelf de keel door te snijden; zelfonthoofding |
jisatsu-自殺 | zelfmoord; suïcide; zelfdoding |
jisatsuhōjo-自殺幇助 | hulp bij zelfdoding [zelfmoord] |
jisatsukōgeki-自殺攻撃 | zelfmoordaanslag |
jisatsumisui-自殺未遂 | zelfmoordpoging |
jisatsusha-自殺者 | zelfmoordenaar |
jisatsusuru-自殺する | zelfmoord plegen |
jusui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
kakioki-書き置き | (achtergelaten) brief (bij zelfmoord); testament |
minage-身投げ | zelfmoord door (van hoogte) in water, of van een gebouw of steile rots, te springen |
misui-未遂 | (mislukte) poging (tot een misdaad, zelfmoord, e.d.) |
murishinjū-無理心中 | moord-zelfmoord; gedwongen zelfmoordpact |
nyūsui-入水 | zelfverdrinking; zelfmoord [zelfdoding] door verdrinking |
oibara-追い腹 | zelfmoord [seppuku] van een dienaar na de dood van zijn meester [heer] |
shinizokonai-死に損ない | zelfmoordpoging (zonder succes) |
shinjū-心中 | de zelfmoord van twee of meer familieleden |
shinjū-心中 | de zelfmoord van twee geliefden |
shōshin-焼身 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
shōshinjisatsu-焼身自殺 | zelfverbranding; zelfmoord door verbranding |
tobikomijisatsu-飛び込み自殺 | zelfmoord door voor een rijdende trein te springen |
tokkō-特攻 | zelfmoordaanslag |