| arekuruu-荒れ狂う | woedend zijn; razen; tekeer gaan |
| areru-荒れる | wild [woedend; razend; gewelddadig] worden |
| futtō-沸騰 | (fig.) het koken; zieden; ziedend [woedend] worden |
| gōhara-業腹 | woedend [geïrriteerd; verontwaardigd] zijn |
| ikaru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten; opspelen; (iem.) uitschelden |
| ikidooru-憤る | woedend [razend; ontstemd; verontwaardigd] zijn; zich beledigd voelen |
| keshikibamu-気色ばむ | rood van woede [boos; woedend] worden; zijn woede [emoties] tonen |
| okoraseru-怒らせる | (iemand) boos [woedend] maken; (iemand) ergeren; opstoken; provoceren |
| okoru-怒る | boos [kwaad; woedend] worden; in woede uitbarsten |
| punpun-ぷんぷん | (onomatopee) geagiteerd; woedend; verontwaardigd |
| sakkidatsu-殺気立つ | bloeddorstig [razend; woedend] worden |
| takeritatsu-猛り立つ | razen; woeden; woedend worden; in woede uitbarsten |
| takeru-猛る | razen; woedend [opgewonden] zijn [worden] |