| fukyū-不朽 | onsterfelijkheid; onvergankelijkheid |
| kinka-槿花 | hibiscusbloem (Althaeastruik, Hibiscus syriacus) (metafoor voor de vergankelijkheid, omdat de bloemen 's ochtends opengaan en 's avonds verwelken) |
| mujō-無常 | veranderlijkheid; onzekerheid; vergankelijkheid |
| shogyōmujō-諸行無常 | (boeddh.) de vergankelijkheid van alles (in de schepping); alle wereldse [aardse] dingen zijn vergankelijk |
| wabisabi-侘寂 | wabisabi, een Japans esthetisch concept waarin de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie centraal staat |