verdienste / ver-dien-ste ( de (v) znw. | verdiensten )
1功績; 手柄; 勲功 [goede eigenschapen, daden, e.d.]
2賃金; 給料 [geld (salaris, winst, e.d.)]
Kruisverwijzing
verdienste
| lemma | meaning |
|---|---|
| arigatami-有り難味 | waarde; zegen; verdienste |
| bukun-武勲 | militaire verdienste [heldendaad] ; wapenfeit |
| bunkakunshō-文化勲章 | Japanse Orde van Culturele Verdienste (onderscheiding voor mensen die een bijdrage hebben geleverd aan behoud en ontwikkeling van de cultuur) |
| chōsho-長所 | verdienste; goede eigenschap; deugd; voordeel |
| futoku-婦徳 | vrouwelijke deugd [verdienste; deugdzaamheid] |
| genkō-玄功 | diepgaande verdienstelijke [lofwaardige] daad |
| gunkō-軍功 | militaire prestatie [verdiensten] |
| hataraki-働き | prestatie; verdienste; inspanning |
| hōshō-褒章 | eremedaille; medaille voor verdienstelijkheid |
| isao-勲 | (bijzondere) prestatie; verdienstelijke daad |
| itoku-遺徳 | verdienstelijke nalatenschap door de deugd van een voorouder [stamvader] voor zijn nakomelingen |
| ittoku-一得 | voordeel; verdienste; gunstig kenmerk |
| kasegi-稼ぎ | inkomsten; verdiensten |
| kessō-傑僧 | een uitmuntende [zeer verdienstelijke] monnik |
| kōri-功利 | verdienste [prestatie] en profijt [voordeel] |
| kōseki-功績 | prestatie; verdienste |
| kōshin-功臣 | verdienstelijke [uitmuntende] vazal |
| kudoku-功徳 | verdienste (als resultaat van goed gedrag) |
| kudoku-功徳 | een verdienstelijke [goede; deugdzame] daad; barmhartigheid |
| kun-勲 | verdienste (voor de vorst of natie); orde [onderscheiding] van verdienste |
| kuntō-勲等 | medaille [orde] van verdienste |
| kurejitto-クレジット | verdienste; erkenning; auteursrecht |
| meritto-メリット | verdienste; prestatie |
| ronkōkōshō-論功行賞 | beloning naar [overeenkomstig] verdienste; het toekennen van beloningen op basis van de verdiensten |
| saido-サイド | bijgerecht; bijverdienste |
| senseki-戦績 | militaire verdiensten [prestaties] |
| shimanrokusennichi-四万六千日 | een speciale dag waarvan wordt gezegd dat een pelgrimstocht [tempelbezoek] op deze dag dezelfde verdienste geeft als die van 46.000 dagen |
| shinkun-神君 | een vorst die (voor het land) verdienstelijk is |
| shūeki-収益 | verdiensten; inkomsten; opbrengst; omzet; winst |
| shūnyū-収入 | inkomen; verdiensten; opbrengst |
| taikō-大功 | grote verdienste; prestatie; (helden)daad; wapenfeit |
| tokuchō-特長 | sterke kant; sterk punt; verdienste |
| toridaka-取り高 | inkomen; opbrengst; verdiensten |
| torie-取り柄 | waarde; verdienste |
| yūkō-有功 | verdienste; verdienstelijkheid; verdienstelijk [werkzaam] zijn |
| yūshōshō-優秀賞 | bewijs [certificaat] van verdienste |
| zasshūnyū-雑収入 | overige inkomsten; bijverdiensten |
| zatsueki-雑益 | bijverdiensten; inkomsten uit nevenactiviteiten |
| zōi-贈位 | toekenning van een rang of titel (als erkenning voor verdiensten tijdens het leven) |