| bassuru-罰する | (be)straffen; afstraffen |
| chō-懲 | (in kanji combinaties) bestraffen |
| itametsukeru-痛めつける | straffen; martelen; kwellen; in elkaar slaan |
| kanzenchōaku-勧善懲悪 | het goede belonen en het kwade straffen |
| korashimeru-懲らしめる | straffen; iemand een lesje leren; disciplineren; kastijden |
| kyōben-教鞭 | stok [staf] van een docent (vroeger om lijfstraffen te geven, nu symbolisch voorwerp) |
| shakubuku-折伏 | [boeddh.] bekering (tot de leer) door breken [het kwade straffen)en onderwerpen |
| shinshōhitsubatsu-信賞必罰 | het expliciet belonen of bestraffen van gedrag |
| tsumisuru-罪する | beschuldigen; aanklagen; veroordelen; bestraffen |