| anteihaitō-安定配当 | stabiel dividend |
| anteiseichō-安定成長 | stabiele groei |
| anteisuru-安定する | stabiel [in evenwicht] zijn |
| chanto-ちゃんと | stabiel; solide |
| fuwafuwa-ふわふわ | onrustig; instabiel; onvoorspelbaar |
| gatatsuku-がたつく | ratelen; rammelen; wankelen; onvast [instabiel] zijn |
| hakō-跛行 | (fig.) iets dat uit balans is [niet soepel gaat]; onregelmatig verloop; onstabiele voortgang |
| jimichi-地道 | stabiel [gestaag; oprecht; eerlijk] zijn |
| katai-固い | strak; stijf; stabiel; solide |
| kenjitsu-堅実 | stabiel [betrouwbaar; degelijk] zijn |
| rinbatsu-輪伐 | periodieke kap; rotatiebosbouw (voor een stabiele houtproductie en het behoud van een ecologisch evenwicht van de bossen) |
| ryūdōteki-流動的 | instabiel; onzeker |
| shōkō-小康 | (fig.) een korte adempauze; stabiele [rustige] periode (in de wereld) |
| sutedī-ステディー | stabiel; gestaag |
| ukiashi-浮き足 | (handelsmarkt) instabiele [fluctuerende] prijzen; neerwaartse trend |
| yokobai-横這い | het vlak [stabiel] blijven (van prijzen, koersen, e.d.) |
| yureugoku-揺れ動く | onrustig onstabiel] zijn; fluctueren |