JapansNederlands

てる ateru
1 slaan
馬に鞭を当てる
een paard de zweep geven
2 dicht tegen [op] elkaar drukken [plakken]
手を額に当てて熱をみる。
Ik legde mijn hand op zijn voorhoofd om te voelen of hij koorts had.
座布団を当てて下さい。
Gaat u alstublieft op het kussen zitten.
ガーゼを当てる
een wond verbinden
3 raken; treffen
矢を的に当てる
met een pijl het doel [de roos] raken
4 (iets) blootstellen aan (zon, regen, wind, e.d.)
鉢植えの花は時々日光に当てなさい。
Zet de kamerplanten af en toe in de zon.
風に当てて乾かす
(iets) in de wind laten drogen [luchten]
5 toekennen; toewijzen; benoemen
宿題をしていなかったのにクラスで先生に当てられた。
Ik werd aangewezen door de leraar in de klas (om een antwoord te geven op zijn vraag), terwijl ik mijn huiswerk niet had gedaan.
役を当てる
een rol toewijzen [geven] (aan iem.)
6 verdelen; uitdelen; toekennen; bestemmen; aanwijzen
ぼくはいつも夜を勉強の時間に当てる。
Ik gebruik de nachtelijke uren altijd om te studeren.
7 slagen; succes hebben; winnen
株で当てる
succes hebben (met speculeren) op de effectenbeurs
8 getroffen [geraakt] worden door

Spreekwoord(en)/gezegde(s)
当たらぬ蜂には刺されぬ。
De bij die niet geslagen wordt, steekt ook niet.
中らずといえども遠からず。
Het doel niet geraakt, maar niet ver ernaast geschoten.