独自 dokuji
1 het uniek [eigen; individueel; onafhankelijk; origineel] zijn
独自な[の]
uniek; eigen; individueel; onafhankelijk; origineel
uniek; eigen; individueel; onafhankelijk; origineel
独自に
onafhankelijk; op zijn [haar] eigen voorwaarden
onafhankelijk; op zijn [haar] eigen voorwaarden
独自性
individueel karakter; individualiteit
individueel karakter; individualiteit