噛む(咬む, 嚼む, 嚙む) kamu
1 bijten; kauwen
2 zich verspreken; stamelen
3 iem. uitschelden [berispen]
4 in elkaar grijpen (tandwielen, etc.)
5 te pletter slaan (b.v. van golven op de rotsen)
Warning: Undefined array key "jnnjuid" in /mnt/web216/d2/76/52236976/htdocs/jnnj-prod/search.php on line 276