絶え絶え taedae
1 zwak; krachteloos; fragiel
彼は息も絶え絶えに横たわっていた。
Hij lag heel zwak te ademen.
Hij lag heel zwak te ademen.
2 bij vlagen; met tussenpozen; fluctuerend
声が絶え絶えに聞こえた。
Af en toe waren er stemmen te horen.
Af en toe waren er stemmen te horen.
Warning: Undefined array key "jnnjuid" in /mnt/web216/d2/76/52236976/htdocs/jnnj-prod/search.php on line 276