小農 shōnō
1 kleine boer; kleinschalig boerenbedrijf [landbouwbedrijf]
その地域では多くの小農が米作りを営んでいた。
In deze streek hielden veel kleine boeren zich bezig met de rijstteelt.
In deze streek hielden veel kleine boeren zich bezig met de rijstteelt.
小農たちは協同組合を作って農産物を販売した。
De kleine boeren richtten een coöperatie op om hun landbouwproducten te verkopen.
De kleine boeren richtten een coöperatie op om hun landbouwproducten te verkopen.