寵愛 chōai
1 gunst; steun; sympathie; genegenheid; liefde
寵愛を受ける
in de gunst zijn [in een goed blaadje staan] (bij iem.)
in de gunst zijn [in een goed blaadje staan] (bij iem.)
寵愛を失う
uit de gratie raken (bij iem.)
uit de gratie raken (bij iem.)
Spreekwoord(en)/gezegde(s)
寵愛昂じて尼になす。
Als ouders teveel van hun van hun dochter gaan houden, laten ze haar (niet trouwen maar) non worden.
Als ouders teveel van hun van hun dochter gaan houden, laten ze haar (niet trouwen maar) non worden.