生い先 oisaki
1 de toekomst; iemands toekomst [levensduur; vooruitzichten]
彼はまだ若く、生い先は長い。
Hij is nog jong en heeft nog een lang leven voor zich.
Hij is nog jong en heeft nog een lang leven voor zich.
生い先短い
niet meer lang te leven hebben
niet meer lang te leven hebben
生い先長い
nog vele jaren voor zich hebben
nog vele jaren voor zich hebben
生い先無し
geen toekomst hebben
geen toekomst hebben
Spreekwoord(en)/gezegde(s)
生い先有り
een goede [rooskleurige] toekomst hebben
een goede [rooskleurige] toekomst hebben
Zie ook: 行く末(ゆくすえ)