へそ heso
1 navel
臍を噛む
spijt hebben (van); (iets) betreuren
2 kern; middelpunt; belangrijkste punt

Spreekwoord(en)/gezegde(s)
臍を噛むとも及ばぬ
Berouw komt na de zonde.; Er is niets meer aan te doen. (lett. zelfs in je navel bijten helpt niet meer)
臍で茶を沸かす
schuddebuiken van het lachen; daverende lach (lett. thee koken op je navel)

Zie ook: 臍(ほぞ)