寝つく(寝付く) netsuku
1 in slaap vallen
赤ちゃんが寝付く。
De baby is in slaap gevallen.
De baby is in slaap gevallen.
心配事があって、昨晩はなかなか寝付けなかった。
Ik kon vannacht niet in slaap komen vanwege mijn zorgen.
Ik kon vannacht niet in slaap komen vanwege mijn zorgen.
2 ziek in bed liggen
かぜで、先週から寝付いたままだ。
Ik lig al sinds de vorige week met [vanwege] een verkoudheid in bed.
Ik lig al sinds de vorige week met [vanwege] een verkoudheid in bed.